Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 10 december 2015, nr. 2015-00000731519, houdende vaststelling van regels voor het verstrekken van subsidie (Tijdelijke regeling stimulering huisvesting vergunninghouders)

Tijdelijke regeling stimulering huisvesting vergunninghouders

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    basisregistratie personen: de basisregistratie personen, bedoeld in artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen;

  • b.

    DAEB-vrijstellingsbesluit: het Besluit van de Europese Commissie van 20 december 2011, betreffende de toepassing van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde, met beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen (PbEU 2012, L 7), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;

  • c.

    huurprijs: huurprijs als bedoeld in artikel 237, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;

  • d.

    Kaderbesluit: het Kaderbesluit BZK-subsidies;

  • e.

    minister: de minister voor Wonen en Rijksdienst;

  • f.

    vergunninghouder: vreemdeling van 18 jaar of ouder die in Nederland een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft aangevraagd en als gevolg daarvan een verblijfsvergunning heeft ontvangen als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b, c of d, van de Vreemdelingenwet 2000;

  • g.

    verklaring van budgetreservering: een verklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid;

  • h.

    woonvoorziening: een woonvoorziening die geschikt is voor de huisvesting van ten minste vier meerderjarige personen.

Artikel

2

Doel subsidie

Artikel

3

Hoogte subsidie

Artikel

4

Subsidieplafond

Artikel

5

Aanmelding van voornemen

Artikel

6

Verklaring van budgetreservering

Artikel

7

Aanvraag

Artikel

8

Afwijzingsgronden

Artikel

10

Subsidieverplichtingen

Artikel

11

Vaststelling subsidie

Artikel

12

Administratieverplichting

De subsidieontvanger administreert de netto kosten, bedoeld in artikel 5 van het DAEB-vrijstellingsbesluit, die zijn verbonden met de activiteiten, bedoeld in artikel 2 op een zodanige wijze dat inzicht kan worden verkregen in de hoogte van deze kosten, zulks afgescheiden van de reguliere bedrijfsvoering, in relatie tot de voor deze activiteiten verstrekte subsidie.

Artikel

13

Binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze regeling stelt de minister een verslag vast over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk.

Artikel

14

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 februari 2016 en vervalt op 1 januari 2021, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de subsidies die op grond van deze regeling vóór laatstgenoemde datum zijn verstrekt.

Artikel

15

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling stimulering huisvesting vergunninghouders.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Wonen en Rijksdienst,S.A.Blok