Artikel
I
Wijzigt de Wet op het primair onderwijs.
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet op het primair onderwijs.
Wijzigt de Wet primair onderwijs BES.
Wijzigt de Wet op de expertisecentra.
Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs.
Wijzigt de Wet voortgezet onderwijs BES.
Wijzigt de Wet op het onderwijstoezicht.
Wijzigt deze wet.
Wijzigt de Wijzigingswet Wet op het primair onderwijs, enz. (centrale eindtoets en leerling- en onderwijsvolgsysteem primair onderwijs).
Wijzigt de Wet primair onderwijs BES.
Wijzigt de de Wet primair onderwijs BES.
Wijzigt de Wet voortgezet onderwijs BES.
Wijzigt de Wet voortgezet onderwijs BES.
Wijzigt de Wijzigingwet Wet kinderopvang, enz. (ouderbijdrage aan peuterspeelzaal bij deelname kind aan voorschoolse educatie en schriftelijke instemming ouders van leerlingen met grote taalachterstand) (Kst. 33141).
Wijzigt de Wijzigingswet diverse onderwijswetten (aanbrengen inhoudelijke wijzigingen van diverse aard) (Stb. 2015/284).
De artikelen 12 van de Wet op het primair onderwijs, 15 van de Wet primair onderwijs BES, 21 van de Wet op de expertisecentra, 24 van de Wet op het voortgezet onderwijs en 50 van de Wet voortgezet onderwijs BES zoals deze luidden op de dag voor de dag van inwerkingtreding van deze wet, blijven van kracht ten aanzien van vigerende schoolplannen.
Bij het onderzoek, bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht, van instellingen met een schoolplan als bedoeld in het eerste lid, kan de inspectie van de instelling met betrekking tot respectievelijk het onderwijskundig beleid en het personeelsbeleid een uitwerking verzoeken van:
het pedagogisch-didactisch klimaat en het schoolklimaat alsmede het zorg dragen voor de veiligheid op school,
het voldoen aan de eisen van bevoegdheid en de wijze waarop de bekwaamheid wordt onderhouden alsmede het pedagogisch-didactisch handelen van het onderwijspersoneel.
Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op het bezoek, bedoeld in artikel 11, achtste lid, van de Wet op het onderwijstoezicht.
Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Deze wet treedt in werking op 1 juli van het jaar volgend op het jaar van bekendmaking.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.