Beleidsregels van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 12 juli 2016, kenmerk 782071, betreffende de verlening van niet-incidentele kansspelvergunningen door de raad van bestuur van de kansspelautoriteit op grond van artikel 3 van de Wet op de kansspelen voor het organiseren van loterijen (Beleidsregels niet-incidentele artikel 3 loterijvergunningen)

Beleidsregels niet-incidentele artikel 3 loterijvergunningen

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

Artikel

2

Toepassingsbereik

Deze beleidsregels hebben uitsluitend betrekking op de verlening van vergunningen voor het organiseren van loterijen.

Artikel

3

Rechtspersoonlijkheid en zetel

Artikel

4

Duur van de vergunning

De raad van bestuur verleent een vergunning voor de duur van maximaal vijf jaar. De raad van bestuur kan beslissen om de vergunning voor een kortere duur te verlenen.

Artikel

5

Afdrachten

Artikel

6

Noodzakelijke kosten

De raad van bestuur verbindt nadere voorschriften aan de vergunning met betrekking tot de noodzakelijke kosten, bedoeld in artikel 2, onder d, van het Kansspelenbesluit. Deze nadere voorschriften houden in ieder geval in dat de vergunninghouder bij het organiseren van het vergunde kansspel:

  • a.

    uitsluitend kosten maakt die rechtstreeks daarmee verband houden en die gerekend kunnen worden tot de normale bedrijfskosten;

  • b.

    de vergunning zonder winstoogmerk en op doelmatige en doeltreffende wijze exploiteert.

Artikel

7

Prijzen en premies

Artikel

8

Algemeen belang

Artikel

9

Transparantie

Artikel

10

Personeel en uitbesteding

Artikel

11

Continuïteit

Artikel

12

Betrouwbaarheid

Artikel

13

Spelaanbod

Artikel

14

Incidenten

De raad van bestuur verbindt in ieder geval als voorschrift aan de vergunning dat de vergunninghouder:

  • a.

    beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten;

  • b.

    naar aanleiding van een incident maatregelen treft die zijn gericht op het beëindigen van het incident, het beperken van schadelijke gevolgen en het voorkomen van herhaling;

  • c.

    de raad van bestuur onverwijld omtrent incidenten informeert.

Artikel

15

Intrekking van de vergunning

De raad van bestuur kan de vergunning in ieder geval intrekken, indien:

  • a.

    de gegevens, die met het oog op de verkrijging van de vergunning zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig zijn gebleken dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn gegeven indien bij de beoordeling daarvan de juiste en volledige gegevens bekend waren geweest;

  • b.

    niet of niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor de verlening van de vergunning;

  • c.

    onvoldoende medewerking is verleend aan het toezicht op de naleving en de handhaving van de bij of krachtens deze wet en de Wet op de kansspelbelasting gestelde voorschriften;

  • d.

    de vergunninghouder kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen, anders dan de aan hem vergunde kansspelen, aanbiedt zonder daartoe een vergunning verleend te hebben gekregen.

Artikel

16

Schorsing van de vergunning

De raad van bestuur kan de vergunning schorsen op grond van ernstige vermoedens dat er grond bestaat om de vergunning in te trekken.

Artikel

18

Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst.

Artikel

19

Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels niet-incidentele artikel 3 loterijvergunningen.

Deze beleidsregels zullen met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,K.H.D.M.Dijkhoff