Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 4 maart 2017, nr. 1074316, houdende regels voor het verstrekken van subsidie aan leraren met onderwijsbevoegdheid om substantiële scholing te bevorderen (Subsidieregeling lerarenbeurs)

Subsidieregeling lerarenbeurs

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

BESLUITEN:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel

3

Te subsidiëren activiteiten

Artikel

4

Subsidieplafond

Voor het studiejaar 2017-2018 is een bedrag van € 106.000.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.

Artikel

5

Begrotingsvoorwaarde

In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in art. 1.4 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, worden op grond van deze regeling verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de Rijksbegroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

Artikel

6

Wijze van verdeling beschikbare middelen

Artikel

7

Subsidieaanvraag studiekosten

Artikel

8

Subsidieaanvraag studieverlof

Artikel

9

Termijn indiening aanvraag

Subsidieaanvragen kunnen jaarlijks worden ingediend van 1 april tot en met 30 juni, voorafgaand aan het studiejaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

Artikel

10

Weigeringsgrond

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigert de minister subsidieverlening aan een leraar, indien deze van de minister een tegemoetkoming in de studiekosten ontvangt voor het volgen van de opleiding.

Artikel

11

Beslistermijn

De minister besluit binnen acht weken na het sluiten van de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 9.

Artikel

12

Betaling

Het subsidiebedrag wordt voordat de opleiding waar de subsidie betrekking op heeft aanvangt, aan de subsidieontvanger uitbetaald.

Artikel

13

Terugvordering

Hoofdstuk

2

Subsidie voor studiekosten

Artikel

14

Subsidiecriteria

Artikel

15

Berekening subsidiebedrag

De subsidie voor studiekosten bedraagt de som van een vergoeding voor:

  • a.

    de kosten van collegegeld tot een maximum van € 7000;

  • b.

    de kosten van studiemiddelen van tien procent van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350;

  • c.

    reiskosten van tien procent van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350.

Artikel

16

Terugvordering collegegeld

Als het daadwerkelijk betaalde bedrag aan collegegeld lager is dan de verstrekte subsidie voor de kosten van collegegeld, kan de minister de subsidie voor de kosten van collegegeld, en naar rato de subsidie voor de kosten van studiemiddelen en reiskosten, terugvorderen, onverminderd artikel 13.

Artikel

17

Subsidieverplichting

De leraar behaalt per studiejaar ten minste vijftien studiepunten.

Artikel

18

Vaststelling

De subsidie voor studiekosten wordt ambtshalve vastgesteld binnen 22 weken na afloop van het studiejaar waarvoor de subsidie is verleend.

Artikel

19

Steekproef

Op verzoek van de minister toont de leraar aan dat hij voldoet aan de subsidiecriteria en de subsidieverplichtingen door het overleggen van een bewijsstuk waaruit blijkt dat hij ten minste vijftien studiepunten heeft behaald, en een document waaruit blijkt dat hij collegegeld heeft betaald.

Hoofdstuk

3

Subsidie voor studieverlof

Artikel

20

Subsidiecriteria

Artikel

21

Aantal studieverlofuren

Voor subsidiëring komt per jaar voor een voltijdsaanstelling, of voor een deeltijdsaanstelling een evenredig deel, ten hoogste het volgende aantal studieverlofuren in aanmerking:

  • a.

    voor een bacheloropleiding: 160 uur; en

  • b.

    voor een masteropleiding voor een subsidieontvanger in de sector:

    • 1.

      basisonderwijs: 320 uur;

    • 2.

      speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs: 320 uur;

    • 3.

      voortgezet onderwijs: 240 uur;

    • 4.

      beroepsonderwijs en educatie: 240 uur; en

    • 5.

      hoger beroepsonderwijs: 320 uur.

Artikel

22

Subsidiebedragen

De subsidiebedragen voor een studieverlofuur zijn voor een subsidieontvanger in de sector:

  • a.

    basisonderwijs: € 37,79;

  • b.

    speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs: € 39,58;

  • c.

    voortgezet onderwijs: € 42,86;

  • d.

    beroepsonderwijs en educatie: € 44,07; en

  • e.

    hoger beroepsonderwijs: € 48,00.

Artikel

23

Subsidieverplichting

Artikel

24

Vaststelling en niet-bestede middelen

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

26

Hardheidsclausule

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover deze toepassing, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel

29

Inwerkingtreding en horizonbepaling

Artikel

30

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling lerarenbeurs.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.Bussemaker
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en WetenschapS.Dekker