Regeling van de Minister van Financiën en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 6 december 2018, kenmerk 2018-0000208130, directie Financiële Markten, tot vaststelling van de tarieven voor het verrichten van eenmalige handelingen door de Autoriteit Financiële Markten en De Nederlandsche Bank (Regeling bekostiging financieel toezicht eenmalige handelingen)

Regeling bekostiging financieel toezicht eenmalige handelingen

De Minister van Financiën en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

BESLUITEN:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

2

Mkb-onderneming

Artikel

3

In rekening brengen vergoedingen

§

2

Eenmalige handelingen AFM

Artikel

4

Vergoedingen AFM

§

3

Eenmalige handelingen DNB

Artikel

5

Vergoedingen DNB

De Nederlandsche Bank brengt de volgende vergoedingen in rekening voor het verrichten van de volgende eenmalige handelingen:

Onderdeel Wft.D1:

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning

Wft.D1.01

artikel 2:3a, eerste lid, van de Wft (uitoefening van het bedrijf van betaaldienstverlener)

€ 10.400

Wft.D1.02

artikel 2:4, eerste lid, van de Wft (uitoefening van het bedrijf van clearinginstelling)

€ 66.200

Wft.D1.03

artikel 2:6, eerste lid, van de Wft (uitoefening van het bedrijf van clearinginstelling vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor)

€ 66.200

Wft.D1.04

artikel 2:11, eerste lid, van de Wft (uitoefening van het bedrijf van bank waarop het bepaalde ten aanzien van de solvabiliteit, de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 3:269 van de Wft, en de liquiditeit op basis van subconsolidatie of op individuele basis van toepassing is)

€ 66.200

Wft.D1.05

artikel 2:10a van de Wft (uitoefening van het bedrijf van elektronischgeldinstelling)

€ 10.400

Wft.D1.06

artikel 2:11, eerste lid, van de Wft (uitoefening van het bedrijf van bank anders dan bedoeld onder Wft.D1.04)

€ 47.100

Wft.D1.07

artikel 2:20, eerste lid, van de Wft (uitoefening van het bedrijf van bank vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor waarop het bepaalde ten aanzien van de solvabiliteit, de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 3:269 van de Wft, en de liquiditeit op basis van subconsolidatie of op individuele basis van toepassing is)

€ 66.200

Wft.D1.08

artikel 2:20, eerste lid, van de Wft (uitoefening van het bedrijf van bank vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor anders dan bedoeld onder Wft.D1.07)

€ 47.100

Wft.D1.09

artikel 2:54o van de Wft (uitoefening van het bedrijf van kredietunie)

€ 12.700

Wft.D1.10

artikel 2:26a, eerste lid, van de Wft (uitoefening van het bedrijf van herverzekeraar)

€ 38.900

Wft.D1.11

artikel 2:26d, eerste lid, van de Wft (uitoefening van het bedrijf van herverzekeraar vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor)

€ 33.500

Wft.D1.12

artikel 2:27, eerste lid, van de Wft (uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar)

€ 38.900

Wft.D1.13

artikel 2:40 van de Wft (uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor)

€ 33.500

Wft.D1.14

artikel 2:48, eerste lid, van de Wft (uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar met beperkte risico-omvang)

€ 7.500

Wft.D1.15

artikel 2:48, eerste lid, van de Wft (uitoefening van het bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar)

€ 4.700

Wft.D1.16

artikel 2:50, eerste lid, van de Wft (uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar met beperkte risico-omvang)

€ 7.500

Wft.D1.17

artikel 2:50, eerste lid, van de Wft (uitoefening van het bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor)

€ 4.200

Wft.D1.18

artikel 2:54a, eerste lid, van de Wft (uitoefening van het bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie)

€ 38.900

Wft.D1.19

artikel 2:54d, eerste lid, van de Wft (uitoefening van het bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie)

€ 33.500

Wft.D1.20

artikelen 2:54i en 2:54l van de Wft (uitoefening van het bedrijf van wisselinstelling)

€ 6.500

Wft.D1.21

artikel 2:54g, eerste lid, van de Wft (uitoefenen van het bedrijf van premiepensioeninstelling)

€ 38.900

Wft.D1.22

artikel 3:4, eerste lid, van de Wft waarop het bepaalde ten aanzien van de solvabiliteit, de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 3:269 van de Wft, en de liquiditeit op basis van subconsolidatie of op individuele basis van toepassing is

€ 66.200

Wft.D1.23

artikel 3:4, eerste lid, van de Wft, anders dan bedoeld onder Wft.D1.22

€ 47.100

Onderdeel Wft.D2:

De behandeling van een aanvraag tot wijziging van een vergunning als bedoeld onder

Wft.D2.01

Wft.D1.01, Wft. D1.09 of Wft.D1.05, Wft.D1.14

€ 2.700

Wft.D2.02

Wft.D1.10, Wft.D1.11, Wft.D1.12, Wft.D1.18, Wft.D1.19 of Wft.D1.21

€ 14.300

Wft.D2.03

Wft.D1.02, Wft.D1.03, Wft.D1.04, Wft.D1.07 of Wft.D1.22

€ 66.200

Wft.D2.04

Wft.D1.06, Wft.D1.08 of Wft.D1.23

€ 47.100

Onderdeel Wft.D3:

Behandeling aanvraag tot verlening ontheffing als bedoeld in

Wft.D3.01

artikelen 2:23, tweede lid, 3:2, derde lid, 3:5, vierde lid, 3:6, vierde lid, of 3:7 vierde lid, van de Wft

€ 5.400

Onderdeel Wft.D4:

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in

Wft.D4.01

artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wft

€ 7.300

Wft.D4.02

artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wft

€ 2.400

Wft.D4.03

artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van de Wft

€ 2.400

Wft.D4.04

artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de Wft

€ 7.300

Wft.D4.05

artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel f, van de Wft

€ 7.300

Wft.D4.06

artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel g, van de Wft

€ 7.300

Wft.D4.07

artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel h, van de Wft

€ 7.300

Wft.D4.08

artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel i, van de Wft

€ 7.300

Wft.D4.09

artikel 3:96, eerste lid, van de Wft

€ 7.300

Wft.D4.D10

artikel 3:97, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wft

€ 7.300

Wft.D4.D11

artikel 3:97, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wft

€ 7.300

Onderdeel Wft.D5:

Behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in

Wft.D5.01

artikel 3:110, eerste lid, van de Wft

€ 66.200

Onderdeel Wft.D6:

Inschrijving als bedoeld in

Wft.D6.01

1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de Wft van een onderlinge waarborgmaatschappij die een verklaring als bedoeld in artikel 3 of 4 van het Besluit reikwijdtebepalingen Wft heeft aangevraagd

€ 2.700

Onderdeel Wft.D7:

Toetsing persoon, al dan niet in combinatie met een aanvraag

Wft.D7.01

van wie de geschiktheid wordt vastgesteld op grond van artikel 3:8 van de Wft of op grond van een verordening als bedoeld in artikel 1:24, derde lid, van de Wft

€ 2.900

Wft.D7.02

van wie de betrouwbaarheid wordt vastgesteld op grond van de artikelen 3:9, 3:99 en 3:100, eerste lid, onderdeel a, van de Wft of op grond van een verordening als bedoeld in artikel 1:24, derde lid, van de Wft

€ 1.600

Wft.D7.03

van een premiepensioeninstelling, van wie de betrouwbaarheid wordt vastgesteld op grond van artikel 5, eerste lid, van het Bpr

€ 1.600

Wft.D7.04

van een wisselinstelling, van wie de betrouwbaarheid en de geschiktheid wordt vastgesteld op grond van artikel 3:9a, eerste lid, van de Wft

€ 1.900

Wft.D7.05

van wie de reputatie wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 3:99a en 3:100, onderdeel b, van de Wft of op grond van een verordening als bedoeld in artikel 1:24, derde lid, van de Wft

€ 1.900

Onderdeel PW.D1

Behandeling aanvraag vergunning Pensioenwet

PW.D1.01

artikel 112a van de Pensioenwet (uitoefening van het bedrijf van algemeen pensioenfonds)

€ 38.900

Onderdeel Wtt.D1:

Behandeling aanvraag vergunning trustkantoor als bedoeld in

Wtt.D1.01

artikel 3, eerste of tweede lid, of artikel 4 van de Wet toezicht trustkantoren 2018

€ 6.800

Onderdeel Wtt.D2:

Behandeling van aanvraag verlening ontheffing trustkantoor als bedoeld in

Wtt.D2.01

artikel 5, tweede lid, van de Wet toezicht trustkantoren 2018

€ 2.400

Onderdeel Wtt.D3:

Toetsing persoon, al niet dan niet in combinatie met een aanvraag

Wtt.D3.01

van wie de geschiktheid wordt vastgesteld op grond van artikel 10, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren 2018

€ 2.900

Wtt.D3.02

van wie de betrouwbaarheid wordt vastgesteld op grond van artikel 10, tweede en derde lid, van de Wet toezicht trustkantoren 2018

€ 1.600

Wtt.D3.03

van wie de reputatie wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van de Wet toezicht trustkantoren 2018

€ 1.900

Onderdeel EU.D1:

MiCAR

EU.D1.01

De beoordeling van een voorgenomen verwerving als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van verordening (EU) 2023/1114 (MiCAR) (gekwalificeerde deelneming in aanbieder van activagerelateerde tokens)

€ 2.400

EU.D1.02

De behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van verordening (EU) 2023/1114 (MiCAR) (uitgifte van activagerelateerde tokens)

€ 15.000

EU.D1.03

De behandeling van een kennisgeving als bedoeld in artikel 48, zesde lid, van verordening (EU) 2023/1114 (MiCAR) (uitgifte van e-moneytokens door een elektronischgeldinstelling of bank)

€ 4.800

EU.D1.04

De toetsing van de kennis, vaardigheden, ervaring en betrouwbaarheid van een lid van een leidinggevend orgaan als bedoeld in artikel 34, tweede lid, van verordening (EU) 2023/1114 (MiCAR)

€ 2.800

EU.D1.05

De toetsing van de betrouwbaarheid van een aandeelhouder of lid met een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 34, vierde lid, van verordening (EU) 2023/1114 (MiCAR), al dan niet in combinatie met een aanvraag.

€ 1.700

EU.D1.06

De toetsing van de betrouwbaarheid van een aandeelhouder of lid met een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 68, tweede lid, van verordening (EU) 2023/1114 (MiCAR), al dan niet in combinatie met een aanvraag.

€ 1.700

EU.D1.07

De beoordeling van een voorgenomen verwerving als bedoeld in artikel 83, eerste lid, van verordening (EU) 2023/1114 (MiCAR) (gekwalificeerde deelneming in een aanbieder van cryptoactivadiensten)

€ 2.400

EU.D1.08

De toetsing van de reputatie van de voorgenomen verwerver als bedoeld in artikel 42, tweede lid, of artikel 84, tweede lid, van verordening (EU) 2023/1114 (MiCAR), al dan niet in combinatie met een aanvraag.

€ 1.900

§

4

Slotbepalingen

Artikel

6

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.

Artikel

7

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bekostiging financieel toezicht eenmalige handelingen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees