Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 13 maart 2019, kenmerk 1498910-188109-DMO, houdende regels voor het verstrekken van subsidie ter stimulering van de ontwikkeling en totstandkoming van woonzorgarrangementen (Stimuleringsregeling Wonen en Zorg)

Stimuleringsregeling Wonen en Zorg

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

Definitiebepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • lening: een geldlening verstrekt door een financier voor de bouw- en nafinancieringsfase:

    • 1°.

      die al dan niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, en

    • 2°.

      die onder deze regeling een lagere rang in kan nemen ten opzichte van andere vorderingen van een financier;

  • algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);

  • borgstelling: de in een borgstellingsovereenkomst geregelde borgtocht van de Staat als bedoeld in artikel 7:850 en verder van het Burgerlijk Wetboek ten behoeve van de financier;

  • bouw- en nafinancieringsfase: de periode waarin het woonzorgarrangement wordt gebouwd of verbouwd en aansluitend in gebruik wordt genomen;

  • de-minimisverklaring: verklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de de-minimisverordening;

  • de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun;

  • financier:

    • 1.

      een bank die:

      • a.

        voldoet aan de definitie van kredietinstelling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 1, van Verordening (EU) 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012, en;

      • b.

        beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, en;

      • c.

        in het geval van het aangaan van een kredietovereenkomst met een ondernemer die is gevestigd in het openbaar lichaam van Bonaire, Sint Eustatius of Saba, tevens een kredietinstelling is in de zin van de Wet financiële markten BES die op grond van die wet bevoegd is in Bonaire, Sint Eustatius of Saba het bedrijf van kredietinstelling uit te oefenen.

    • 2.

      een door de minister aangewezen kredietverstrekker;

  • financieringsfaciliteit: krediet of een deel van een krediet waarvoor de Staat, provincie of gemeente niet borg of garant staat;

  • initiatieffase: de periode van maximaal 1 jaar na subsidieverlening waarin de juridische, planologische en financiële haalbaarheid van het woonzorgarrangement wordt onderzocht en een conclusie wordt getrokken over de haalbaarheid;

  • kmo: kleine en middelgrote ondernemingen die aan de in bijlage I van de algemene groepsvrijstellingsverordening vastgestelde criteria voldoen;

  • kredietovereenkomst: overeenkomst uit hoofde waarvan:

    • 1°.

      een financier aan een WZ-ondernemer geld ter leen verstrekt of zal verstrekken, of

    • 2°.

      de WZ-ondernemer tot een bepaald bedrag kan opnemen of zal kunnen opnemen van een rekening bij een financier;

  • kredietrapport: een door de financier opgestelde onderbouwing van de financieringsaanvraag, in elk geval bestaande uit een beschrijving van het Woonzorg-initiatief, het investerings- en financieringsplan, de zekerheden, een analyse van de risico’s en het fiat van de financier;

  • minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • NHG: Nationale Hypotheek Garantie van het Waarborgfonds Eigen Woningen;

  • ondersteuning: maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1., eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

  • planontwikkelfase: een fase van maximaal drie jaar waarin het projectplan voor een woonzorgarrangement wordt ontwikkeld en de bouw wordt voorbereid;

  • planontwikkellening: lening die uitsluitend wordt verstrekt door de minister ten behoeve van de kosten voor de planontwikkelfase van een woonzorgarrangement;

  • procesbegeleider: een persoon of rechtspersoon, niet zijnde een toekomstige bewoner van het woonzorgarrangement, die de realisatie van het woonzorgarrangement begeleidt;

  • stichtings- of verwervingskosten: projectkosten die onder meer bestaan uit ontwerpkosten, kosten voor aankoop van de bouwkavel, advieskosten, bouwkosten, leges, rentekosten en onvoorziene kosten;

  • wooneenheid: een zelfstandige leefeenheid, in een woongebouw of cluster van woningen die ontworpen of aangepast is om afzonderlijk te worden gebruikt en die minstens over de volgende woonvoorzieningen beschikt: woonruimte in combinatie met een toilet, een douche of bad;

  • woonzorgarrangement: een samenhangend geheel van activiteiten, uitgevoerd in de vorm van een rechtspersoon, gericht op het voorbereiden en realiseren van wooneenheden overeenkomstig de voorwaarden genoemd in artikel 1.4 van deze regeling;

  • WZ-borgstellingskrediet: een financiering in de vorm van een krediet of een lening die uitsluitend wordt verstrekt ten behoeve van een woonzorgarrangement dat is verstrekt door een financier waarmee de minister een borgstellingsovereenkomst, waarin de rechten en plichten van de minister en de financier zijn vastgelegd, heeft gesloten;

  • WZ-ondernemer: één of meerdere rechtspersonen (vereniging, stichting of besloten vennootschap) niet zijnde rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn ingesteld, die een kmo in stand houden, die gericht is op het realiseren van een woonzorgarrangement;

  • zorg: Zvw-zorg en Wlz-zorg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg.

Artikel

1.3

Doel van de regeling

Deze regeling heeft als doel het stimuleren van de ontwikkeling en totstandkoming van vernieuwende, kleinschalige en geclusterde woonzorgarrangementen voor mensen met laag- of middeninkomen met levensloopbestendige of gemakkelijk aanpasbare woningen.

Artikel

1.4

Voorwaarden woonzorgarrangement

Voor een woonzorgarrangement, bedoeld in artikel 1.3, geldt dat:

  • a.

    het project in Nederland uitgevoerd wordt en uit minimaal 5 wooneenheden bestaat;

  • b.

    minimaal de helft van de wooneenheden zijn bestemd voor bewoning door mensen van 55 jaar en ouder;

  • c.

    de gemeente heeft verklaard dat een locatie beschikbaar is voor de ontwikkeling van het woonzorgarrangement dan wel dat zij zich inspant een locatie beschikbaar te stellen;

  • d.

    de eigenaar van de grond waarop of het gebouw waarin het woonzorgarrangement wordt ontwikkeld, heeft de intentie dit te verkopen dan wel te verhuren;

  • e.

    wordt beoogd dat deze leidt tot voorkoming van de vraag naar ondersteuning of zorg, tot een toename van sociale cohesie en ontmoeting of voor mensen met een intensieve zorgvraag leidt tot een betere kwaliteit van leven;

  • f.

    diensten met betrekking tot dagelijkse boodschappen en zorgverleners in de omgeving van het woonzorgarrangement aanwezig en goed toegankelijk zijn;

  • g.

    minimaal 25 procent van de wooneenheden onder de huurtoeslaggrens wordt verhuurd of minimaal 25 procent van de koopwoningen beneden de grens van de NHG wordt verkocht.

Hoofdstuk

2

Initiatieffase

Artikel

2.1

Subsidiabele activiteiten

De minister kan op grond van dit hoofdstuk op aanvraag subsidie verstrekken aan een WZ-ondernemer ten behoeve van het onderzoeken van de haalbaarheid van een woonzorgarrangement.

Artikel

2.2

Aanvraag tot verlening van subsidie

Artikel

2.3

Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt € 1.000 per wooneenheid tot een maximum van € 20.000 per woonzorgarrangement.

Artikel

2.4

Subsidieplafond

Artikel

2.5

Verlening, bevoorschotting en betaling

Artikel

2.6

Meldingsplicht

Artikel

2.7

Subsidieverplichtingen

Artikel

2.8

Vaststelling

Artikel

2.9

Staatssteun

Subsidie op grond van dit hoofdstuk wordt slechts verleend indien deze in overeenstemming is met de de-minimisverordening.

Hoofdstuk

3

Planontwikkelfase

Artikel

3.1

Subsidiabele activiteiten

De minister kan op grond van dit hoofdstuk op aanvraag subsidie in de vorm van een geldlening aan een WZ-ondernemer verlenen ten behoeve van de kosten voor de planontwikkelfase van een woonzorgarrangement.

Artikel

3.2

Subsidieplafond

Artikel

3.3

Omvang planontwikkellening

Artikel

3.4

Aanvraag

Artikel

3.5

Afwijzingsgrond

De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien er in onvoldoende mate kan worden aangetoond dat de WZ-ondernemer de planontwikkellening kan terugbetalen binnen de in artikel 3.7, derde lid, genoemde periode.

Artikel

3.6

Uitbetaling van de lening

Artikel

3.7

Subsidievoorwaarden

Artikel

3.8

Rente

Artikel

3.9

Verhoging subsidie

Artikel

3.10

Meewerken aan onderzoek

Artikel

3.11

Staatssteun

Hoofdstuk

4

Bouw- en nafinancieringsfase

Artikel

4.1

Subsidiabele activiteiten

Artikel

4.2

Borgstellingsplafond

Artikel

4.3

Hoogte en looptijd borgstelling (per woonzorgarrangement)

Artikel

4.4

Provisie

Artikel

4.5

Aanvraag

Artikel

4.6

Afwijzingsgrond

De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien er onvoldoende bevredigende continuïteits- en rentabiliteitsperspectieven kunnen worden aangetoond door de WZ-ondernemer, waaruit blijkt dat de WZ-ondernemer de geldlening, bedoeld in artikel 4.1, kan terugbetalen.

Artikel

4.7

Staatssteun

De subsidie, bedoeld in artikel 4.1, bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door artikel 21 van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Hoofdstuk

5

Slotbepalingen

Artikel

5.1

Hardheidsclausule

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel

5.1a

Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze regeling treedt in werking met ingang van 4 april 2019 en vervalt met ingang van 4 april 2024, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Artikel

5.2

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Stimuleringsregeling Wonen en Zorg.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge