Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 23 april 2019, nr. 1396110, houdende de vaststelling van regelingen inzake vertrouwenspersonen integriteit en ongewenste omgangsvormen (Regeling vertrouwenspersonen integriteit en ongewenste omgangsvormen OCW 2019)

Regeling vertrouwenspersonen integriteit en ongewenste omgangsvormen OCW 2019

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

  • adviseur integriteit: adviseur medezeggenschap en integriteit van de directie Organisatie en Bedrijfsvoering, afdeling Personeel en Organisatie van het ministerie;

  • hoofd van dienst: hoofd van het dienstonderdeel waar de medewerker werkzaam is;

  • commissie: Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen OCW;

  • coördinator: in artikel 6, bedoelde, als coördinator vertrouwenspersonen OCW aangewezen persoon;

  • integriteitsschending: incidenteel of structureel, in strijd handelen met de Gedragscode Integriteit Rijk, de voorschriften van het ministerie of het op andere wijze niet naleven van de binnen het ministerie geldende normen en waarden, die zien op integer handelen;

  • klaagschrift: door klager ondertekend en gedagtekend geschrift waarin een omschrijving van de klacht is opgenomen en dat dient als uitgangspunt voor het onderzoek van de commissie;

  • klager: medewerker, die een klacht over enige vorm van ongewenste omgangsvormen in de zin van deze regeling bij de commissie indient;

  • medewerker: degene die werkzaamheden verricht of heeft verricht bij het ministerie of daaronder ressorterende diensten;

  • melding: het zich wenden tot de direct leidinggevende, vertrouwenspersoon of het hoofd van dienst in verband met ongewenste omgangsvormen, een vermoeden van een integriteitsschending of een misstand en het actief verzoeken om hiervan nota te willen nemen;

  • minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • ministerie: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • ongewenste omgangsvormen: iedere vorm van sociale interactie waarbij sprake is van factoren van direct of indirect onderscheid in de arbeidssituatie die stress teweegbrengen, met inbegrip van intimidatie, seksuele intimidatie, agressie, geweld en pesten;

  • secretaris-generaal: secretaris-generaal van het ministerie;

  • vermoeden van een misstand: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, aanhef en onder d, van de Wet Huis voor klokkenluiders;

  • vertrouwenspersoon: de in artikel 4 bedoelde, als zodanig aangewezen persoon.

§

2

Werkingsgebied

Artikel

2

Een medewerker die een integriteitschending of een misstand vermoedt, kan zich wenden tot zijn direct leidinggevende, tot een vertrouwenspersoon, tot het hoofd van dienst of, indien dit niet in redelijkheid van hem kan worden gevraagd, rechtstreeks een melding doen bij de afdeling Onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders in het geval van een vermoeden van een misstand, als bedoeld in artikel 1, onder d, Wet Huis voor Klokkenluiders.

Artikel

3

De medewerker die wordt of is geconfronteerd met ongewenste omgangsvormen kan zich wenden tot zijn direct leidinggevende, tot een vertrouwenspersoon, of tot de commissie.

§

3

Aanwijzing en taken

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

De vertrouwenspersoon ongewenste omgangsvormen heeft in elk geval de volgende taken en bevoegdheden:

  • a)

    het opvangen, begeleiden en van advies dienen van de in artikel 3 genoemde medewerker en het zo nodig doorverwijzen naar een professionele hulpverlenende instantie of hulpverlener;

  • b)

    het met toestemming van de in artikel 3 bedoelde medewerker inwinnen van inlichtingen die noodzakelijk zijn om tot een goed inzicht te komen over de melding en de mogelijkheden om te komen tot een oplossing;

  • c)

    het adviseren over het inschakelen van een deskundige, bemiddelaar of mediator, om te komen tot een oplossing;

  • d)

    het adviseren over eventueel verder te nemen stappen en het behulpzaam zijn van de in artikel 3 bedoelde medewerker bij eventueel verder te nemen stappen;

  • e)

    het ondersteunen en begeleiden van de in artikel 3 bedoelde medewerker bij het indienen van een klacht bij de commissie en bij het horen door de commissie;

  • f)

    het verlenen van nazorg aan de in artikel 3 bedoelde medewerker;

  • g)

    het signaleren van knelpunten in de uitvoering van het beleid, het verstrekken van inlichtingen over de mogelijkheden tot voorkoming en bestrijding van niet integer en ongewenst gedrag in de organisatie en het geven van gevraagd of ongevraagd advies op dit gebied aan het hoofd van dienst en de secretaris-generaal;

  • h)

    het geven van voorlichting op het gebied van gewenst en integer gedrag en over de rol van de vertrouwenspersoon;

  • i)

    het registreren van de meldingen ten behoeve van de eigen roluitoefening en mede ten behoeve van de jaarlijkse rapportage aan de secretaris-generaal.

Artikel

9

De coördinator heeft de volgende taken en verantwoordelijkheden:

  • a)

    het onderhouden van contacten met de vertrouwenspersonen binnen het ministerie en de afdeling P&O van de directie O&B;

  • b)

    het zorgen voor een brede bekendheid van de vertrouwenspersonen bij de medewerkers van OCW;

  • c)

    het initiëren en mede voorbereiden van de plenaire vergaderingen van de vertrouwenspersonen;

  • d)

    het plannen van de jaarlijkse scholing voor de vertrouwenspersonen;

  • e)

    bijdragen aan de werving en selectie van nieuwe vertrouwenspersonen en het mede zorgdragen voor de formele voordracht aan de secretaris-generaal door toedoen van de adviseur integriteit;

  • f)

    controle op het naleven door de vertrouwenspersonen van de verplichtingen als bedoeld in artikel 13, derde en vierde lid;

  • g)

    het doen intrekken van aanwijzingsbesluiten;

  • h)

    zorgen voor intervisie en feedback aan de vertrouwenspersonen;

  • i)

    analyseren van tussentijdse meldingen en actie (doen) ondernemen waar nodig;

  • j)

    het bespreken van gesignaleerde trends met de vertrouwenspersonen;

  • k)

    in overleg met de betreffende vertrouwenspersonen actie ondernemen richting de leiding van het dienstonderdeel;

  • l)

    verzamelen van alle meldingen en deze gebruiksklaar maken voor het jaarverslag;

  • m)

    meewerken aan het opstellen van het jaarverslag en het bespreken daarvan met de secretaris-generaal;

  • n)

    het bijhouden, dan wel doen bijhouden, van een registratie- en documentatiesysteem;

  • o)

    het onderhouden van contacten met de afdeling P&O van directie O&B en de adviseur integriteit in het bijzonder.

Artikel

10

§

4

Rechten en plichten

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

§

5

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

16

Voor de eerste maal worden als vertrouwenspersonen aangewezen de personen die al als zodanig waren aangewezen op grond van de Regeling klachtenprocedure ongewenst gedrag OCW 2004 of de Interne Klokkenluidersregeling Rijk, Politie en Defensie. Deze aanwijzing geldt voor de duur van vijf jaar.

Artikel

17

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de desbetreffende Staatscourant.

Artikel

18

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vertrouwenspersonen integriteit en ongewenste omgangsvormen OCW 2019.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven