Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 15 juli 2019, nr. 2019-0000097657, houdende toedeling van taken en doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan onder de directeur-generaal Werk ressorterende functionarissen (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit DG Werk 2019)

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit DG Werk 2019

§

1

Begripsbepaling

Artikel

1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    directeur-generaal: de directeur-generaal Werk;

  • b.

    directie: een van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onderdelen a tot en met f;

  • c.

    directeur: een functionaris die leiding geeft aan een directie;

  • d.

    afdeling BMO: afdeling bedrijfsvoering en managementondersteuning;

  • e.

    hoofd BMO: een functionaris die leiding geeft aan de afdeling BMO.

§

2

Organisatie

Artikel

2

Onder de directeur-generaal ressorteren:

  • a.

    de directie Arbeidsmarkt en Sociaal-Economische Aangelegenheden;

  • b.

    de directie Arbeidsverhoudingen;

  • c.

    de directie Gezond en Veilig Werken;

  • d.

    de directie Internationale Zaken;

  • e.

    de directie Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving;

  • f.

    de directie Kinderopvang;

  • g.

    het bureau Directoraat Generaal Werk-control;

  • h.

    de afdeling BMO.

§

3

Verantwoordelijkheden

Artikel

3

Artikel

4

De directie Arbeidsmarkt en Sociaal-Economische Aangelegenheden adviseert over de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en de inkomensgevolgen van het overheidsbeleid en over het sociaal-economische en algemeen financieel beleid.

Dit omvat onder meer de volgende hoofdtaken:

  • a.

    de ontwikkeling van, advisering over en uitwerking van de algemene kaders van het arbeidsmarktbeleid, waaronder ook het beleid ten aanzien van scholing en niveau van het minimumloon;

  • b.

    het vanuit een economische invalshoek ondersteunen van beleidstrajecten op het gehele SZW-domein, het verrichten van economische beleidsanalyses en het verkennen van beleidsalternatieven voor bestaande of voorgenomen stelsels en regelingen binnen het SZW-domein;

  • c.

    het ondersteunen van het beleidsproces van het Ministerie door het bevorderen van een goed kennisklimaat en strategische beleidsanalyses;

  • d.

    het beleid met betrekking tot de ontwikkelingen in de primaire, secundaire en tertiaire inkomenssfeer, de relatie inkomen en werkgelegenheid en de zorg voor inkomenskengetallen die de effecten van de beleidsmaatregelen en de ontwikkelingen van jaar tot jaar in beeld brengen;

  • e.

    de coördinatie van de advisering rond budgettaire en ordeningsvraagstukken in de gehele collectieve sector, mede in relatie tot het inkomens- en werkgelegenheidsbeleid;

  • f.

    de analyse van en beleidsadvisering over de economische ontwikkelingen in Nederland;

  • g.

    de coördinatie van de voorbereiding van vergaderingen van de voor SZW relevante onderraden.

Tevens is bij de directie ASEA de Chief Science Officer ondergebracht, welke als departementale kenniscoördinator verantwoordelijk is voor het opstellen van een inhoudelijk goed onderbouwd en samenhangend programma van kennisactiviteiten en advisering over en borging van de verschillende activiteiten in de cyclus van kennis en onderzoek.

Artikel

5

De directie Arbeidsverhoudingen is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van en advisering over het beleid op het gebied van de arbeidsverhoudingen. Deze taak omvat de zorg voor de reguliere contacten tussen het ministerie en sociale partners en het beleid met betrekking tot:

  • a.

    arbeidsvoorwaardenvorming;

  • b.

    arbeidsmigratie;

  • c.

    het individueel en collectief arbeidsovereenkomstenrecht, waaronder het algemeen verbindend verklaren van collectieve arbeidsovereenkomsten;

  • d.

    het ontslagrecht, werktijdverkorting, de gelijke behandeling bij de arbeid en het minimumloon;

  • e.

    het arbeidsrechtelijke regime voor oproepkrachten, tijdelijke werknemers en uitzendkrachten en aanpassing van arbeidsduur, aanpassing van arbeidsplaats en aanpassing van arbeidstijden;

  • f.

    het combineren van arbeid en zorgtaken;

  • g.

    de aanvullende pensioenen, inclusief de fiscale aspecten van pensioenen en de verplichtstelling van aanvullende pensioenregelingen;

  • h.

    de coördinatie van onderzoek en beleidsinformatie.

Artikel

6

De directie Gezond en Veilig Werken is er voor verantwoordelijk dat mensen tot hun pensioen gezond, veilig en duurzaam werken. Iedereen moet fatsoenlijk kunnen werken en werk mag op korte en op lange termijn niet tot gezondheidsschade leiden. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt primair bij werkgevers en werkenden en ook producenten en fabrikanten hebben daarbij een verantwoordelijkheid. De overheid schept de (wettelijke) kaders, informeert, stimuleert, faciliteert en monitort. Dit omvat onder meer de volgende hoofdtaken:

  • a.

    de ontwikkeling van en advisering over het beleid op het gebied van gezond en veilig werken;

  • b.

    het stimuleren van werkgevers en werknemers om arbeidsrisico’s te voorkomen en/of te beheersen;

  • c.

    het stimuleren van werkgevers en werknemers om een preventie- en verzuimbeleid te voeren gericht op inzetbaarheid van werkenden;

  • d.

    het stimuleren van modernisering EU-regelgeving op het gebied van gezond en veilig werken;

  • e.

    kennisontwikkeling en -borging, signalering en monitoring op het gebied van arbeidsomstandigheden en verzuim;

  • f.

    het beschikbaar stellen van informatie over het beleidsgebied;

  • g.

    het bevorderen van de naleving van de wetgeving op het beleidsgebied;

  • h.

    het beleid met betrekking tot arbeids- en rusttijden.

Artikel

7

De directie Internationale Zaken is verantwoordelijk voor het volgen van de ontwikkelingen in de internationale omgeving en het uitdragen van standpunten op het werkterrein van het ministerie alsmede het voeren van onderhandelingen, onder waarborging van de samenhang van het beleid van het ministerie en waar relevant van Nederland. Daarnaast draagt de directie Internationale Zaken er zorg voor dat informatie uit het internationale veld tijdig en op de juiste plaatsen binnen het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beschikbaar komt. Dit omvat onder meer de volgende hoofdtaken:

  • a.

    het departementaal coördineren van de internationale aspecten van het beleid;

  • b.

    het uitdragen van de standpunten van dat beleid in internationaal verband;

  • c.

    het samenhangend adviseren over de afweging van prioriteiten van de verschillende dossiers en de te behalen onderhandelingsresultaten, en over de inpassing van de beleidsdoelstellingen van het departement binnen de algemene kaders van het Nederlandse internationale beleid;

  • d.

    het uitdragen van en onderhandelen over de Nederlandse standpunten in multilateraal en bilateraal verband;

  • e.

    het ontwikkelen van strategische kaders ten aanzien van het te voeren beleid in EU en internationaal verband;

  • f.

    het coördineren van de internationale expertise-uitwisseling inclusief het bijdragen aan de vormgeving van de onderzoeksagenda van internationale organisaties;

  • g.

    het onderhouden van een internationaal netwerk ten behoeve van voornoemde taken;

  • h.

    het toerusten van het ministerie met het oog op internationale activiteiten.

Artikel

8

De directie Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving is verantwoordelijk voor de uitvoering van wetgeving op het gebied van arbeidsverhoudingen voor zover de uitvoering daarvan aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is opgedragen. Dit omvat onder meer de volgende hoofdtaken:

Artikel

9

De directie Kinderopvang is verantwoordelijk voor het tot stand brengen van een stelsel van kwalitatief goede, toegankelijke en veilige kinderopvang. Hierdoor zijn ouders in staat arbeid en zorg makkelijker te combineren. Ook draagt kinderopvang bij aan de ontwikkeling van kinderen. Dit omvat onder meer de volgende hoofdtaken:

  • a.

    het algemeen beheer, coördineren en implementeren van wet- en regelgeving op het gebied van de kwaliteit en de veiligheid van de kinderopvang, alsmede het toezicht op de kwaliteit en de handhaving van het stelsel van kinderopvang;

  • b.

    het ontwikkelen van beleid gericht op de verbetering van de aansluiting van kinderopvang met het onderwijs;

  • c.

    het algemeen beheer, coördineren en implementeren van wet- en regelgeving op het gebied van de financiering van de kinderopvang en de daarmee samenhangende onderwerpen als kinderopvangtoeslag in Nederland en het buitenland, fraudebestrijding en doelgroepenbeleid;

  • d.

    het ontwikkelen van beleid ten aanzien van marktwerking in de kinderopvang en de positie van ouders;

Artikel

10

Het bureau Directoraat Generaal Werk-control is verantwoordelijk voor beheersmatig en beleidsinhoudelijk ondersteunen van de directeur-generaal bij de aansturing van de onder hem ressorterende directies.

Artikel

11

§

4

Bevoegdheden

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

In afwijking van artikel 12, derde lid, wordt aan de directeur van de directie Stelsel en Volksverzekeringen mandaat verleend tot het verlenen van subsidies en rijksvergoedingen ter zake van wetten en regelingen waarvan de uitvoering is opgedragen aan de Sociale verzekeringsbank, voor zover het wetten en regelingen betreft op het werkterrein van de directie Kinderopvang.

Artikel

15

§

5

Slotbepalingen

Artikel

16

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze:
G.J. Buitendijk Directeur-Generaal Werk