Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 12 juli 2019, nr. 9161960, houdende regels voor het verstrekken van subsidie ten behoeve van opleidingsscholen (Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2019)

Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2019

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Besluiten:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk

2

Subsidie voor opleidingsscholen en aspirant-opleidingsscholen

Artikel

3

Te subsidiëren activiteiten

Artikel

4

Aspirant-opleidingsschool

Artikel

5

Peer-review

Artikel

6

Advies NVAO

In het laatste subsidiejaar brengt de NVAO advies uit over de kwaliteit van de aspirant-opleidingsscholen die zijn gestart in de schooljaren 2015–2016, 2016–2017 en 2017–2018 op basis van het toetsingskader in bijlage 1.

Artikel

7

Subsidieontvanger

Artikel

8

Subsidiebedrag

Artikel

9

Subsidietijdvak

Artikel

10

Subsidieplafond

Artikel

11

Wijze van verdeling beschikbare middelen

Artikel

12

Advies voorafgaand aan subsidieverstrekking

Artikel

13

Weigeringsgronden

Artikel

14

Informatieplicht

Artikel

15

Administratieve voorschriften

In afwijking van artikel 5.2 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS houdt de subsidieontvanger een administratie bij:

  • a.

    waarin inzichtelijk en controleerbaar het aantal opgeleide studenten in een schooljaar wordt geregistreerd;

  • b.

    die zodanig is opgezet dat deze voldoende waarborgen biedt voor correcte en adequate rapportages; en

  • c.

    die voldoende mogelijkheden biedt voor een goede accountantscontrole op de juistheid van de in a genoemde gegevens.

Artikel

16

Aanvraag subsidie

Artikel

17

Vereisten subsidieaanvraag

Artikel

18

Besteding subsidie

Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Artikel

19

Betaling in gedeelten

Artikel

20

Verantwoording

Hoofdstuk

3

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

22

Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze regeling treedt in werking met ingang van 29 juli 2019 en vervalt met ingang van 29 juli 2024.

Artikel

23

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2019.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

Bijlage

1

behorende bij artikel 6 van de Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2019

Kader beoordeling opleidingsschool

De beoordeling van de kwaliteit van de opleidingsschool wordt uitgevoerd aan de hand van de samenwerkingsovereenkomst en de explicitering daarin van de wijze waarop de partners in de opleidingsschool gestalte geven aan het programma, het personeelsbeleid, de voorzieningen en de kwaliteitszorg, alsook over ieders verantwoordelijkheid daarbij.

Standaard

1

Beoogde eindkwalificaties

De beoogde eindkwalificaties van de opleiding zijn wat betreft inhoud, niveau en oriëntatie geconcretiseerd en voldoen aan internationale eisen.

Toelichting op standaard 1

De beoogde eindkwalificaties passen wat betreft niveau en oriëntatie (bachelor of master; hbo of wo) binnen het Nederlandse kwalificatieraamwerk. Ze sluiten bovendien aan bij de actuele eisen die in internationaal perspectief vanuit het beroepenveld en het vakgebied worden gesteld aan de inhoud van de opleiding.

Criteria voor de opleidingsschool

De opleidingsschool heeft een geëxpliciteerde visie op opleiden in de school geconcretiseerd in een opleidingsplan.

De opleidingsschool waarborgt dat studenten de gelegenheid hebben de verbinding tussen theorie en praktijk te leggen. Het opleidingstraject in de school kent voldoende diepgang door verbindingen met de theorie. Het opleidingstraject in de lerarenopleiding sluit aan bij de praktijkervaringen in de school en is geconcretiseerd in een opleidingsplan.

De opleidingsschool waarborgt dat studenten de gelegenheid hebben ervaring op te doen in gevarieerde onderwijssituaties.

Standaard

2

Onderwijsleeromgeving

Het programma, het personeel en de opleidingsspecifieke voorzieningen maken het voor de instromende studenten mogelijk de beoogde eindkwalificaties te realiseren.

Toelichting op standaard 2

De inhoud en vormgeving van het programma stellen de toegelaten studenten in staat de beoogde eindkwalificaties te bereiken. De kwaliteit van het personeel en van de opleidingsspecifieke voorzieningen is daarbij essentieel. Programma, personeel en voorzieningen vormen een voor studenten samenhangende onderwijsleeromgeving.

Criteria voor de opleidingsschool

Programma

Het programma dat door de opleidingsschool is uitgewerkt stelt de studenten in staat om de eindkwalificaties te bereiken.

De opleidingsschool heeft een samenhangend programma waarbinnen het gedeelte van het curriculum dat in de school wordt verworven en het gedeelte van het curriculum dat in de lerarenopleiding wordt verworven een geïntegreerd geheel vormen. De individuele trajecten zijn verankerd in dit programma.

De scholen en de lerarenopleidingen hanteren in functie van het traject in de opleidingsschool een didactisch concept waarmee alle partners instemmen.

Personeel

De opleidingsschool zet voldoende personeel in om de studenten op te leiden, te begeleiden en te beoordelen. Bij de algemene gegevens van de opleidingsschool wordt aangegeven het percentage master- en hbo-geschoolde docenten.

Het personeel dat wordt ingezet voor de opleidingsschool is deskundig in het opleiden, begeleiden en beoordelen van de studenten.

De opleidingsschool heeft een visie op professionalisering uitgeschreven en borgt op systematische wijze de kwaliteit van alle personeel dat betrokken is bij de opleidingsschool.

Studiebegeleiding

De opleidingsschool zorgt ervoor dat de begeleiding vanuit de school en vanuit de lerarenopleiding op elkaar is afgestemd, transparant is voor studenten en andere betrokkenen en aansluit bij de specifieke behoeften van de studenten binnen dit traject.

Standaard

3

Toetsing

De opleiding beschikt over een adequaat systeem van toetsing.

Toelichting op standaard 3

De toetsen en de beoordeling zijn valide, betrouwbaar en voor studenten inzichtelijk.

Criteria voor de opleidingsschool

De opleidingsschool hanteert duidelijke afspraken over de rol, de taken en de verantwoordelijkheden van elk van de partners bij beoordeling en toetsing. Iedere student heeft volstrekte helderheid over wat die afspraken in de praktijk van de opleiding betekenen.

De examencommissie van de betreffende instituten heeft expliciet een rol bij de beoordeling en toetsing.

Standaard

4

Kwaliteitszorg

De opleidingsschool wordt periodiek geëvalueerd, mede aan de hand van toetsbare streefdoelen. De uitkomsten van deze evaluatie vormen de basis voor aantoonbare verbetermaatregelen die bijdragen aan de realisatie van de streefdoelen. Bij de interne kwaliteitszorg zijn medewerkers, studenten, alumni en het afnemende beroepenveld van de opleiding actief betrokken.

Criteria voor de opleidingsschool

De opleidingsschool hanteert een kwaliteitszorgplan dat waarborgt dat de streefdoelen van de opleiding gerealiseerd worden en op regelmatige tijdstippen geëvalueerd worden.

De opleidingsschool geeft aantoonbaar opvolging aan de resultaten van de regelmatige evaluaties.

De medewerkers en studenten van de opleidingsschool alsook het beroepenveld zijn actief betrokken bij de interne kwaliteitszorg van de opleidingsschool.

Bijlage

2

behorende bij artikel 8, eerste lid, van de Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2019

60–139

€ 200.000

140–179

€ 280.000

180–219

€ 320.000

220–259

€ 340.000

260–299

€ 380.000

300–339

€ 420.000

340–379

€ 460.000

380 en meer

€ 500.000

Bijlage

3

behorende bij artikel 11, derde lid, van de Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2019

Beoordelingscriteria aspirant-opleidingsscholen

Deze tabel bevat een samenvatting van de criteria.

Elk van de criteria wordt uitgewerkt op drie onderdelen:

  • a.

    de ambitie en de visie;

  • b.

    de huidige stand van zaken;

  • c.

    het ontwikkelpad.

I. Visie op samen opleiden

a. Beschrijving van de visie op en ambitie voor van het samen opleiden binnen het partnerschap.

b. Stand van zaken van het samen opleiden binnen het partnerschap.

c. Beschrijving hoe het partnerschap tijdens de subsidieperiode de ambitie ten aanzien van samen opleiden wil realiseren.

II. Samenwerking en organisatiestructuur

a. Beschrijving van de ambitie voor de samenwerking en de daarmee samenhangende organisatiestructuur binnen het partnerschap.

b. Stand van zaken van de huidige samenwerking en organisatiestructuur van de partners binnen het partnerschap.

c. Beschrijving hoe het partnerschap tijdens de subsidieperiode de ambitie voor de samenwerking en organisatiestructuur wil realiseren.

III. Professionalisering

a. Beschrijving van de ambitie van het partnerschap voor de professionalisering van de betrokken medewerkers van de scholen (waaronder schoolopleiders, werkplekbegeleiders, management) en betrokkenen vanuit het opleidingsinstituut (bijvoorbeeld de instituutsopleiders).

b. Stand van zaken bij de professionalisering van alle bij het partnerschap betrokken medewerkers.

c. Beschrijving hoe het partnerschap tijdens de subsidieperiode de ambitie met betrekking tot de professionalisering van de betrokken medewerkers van de scholen (waaronder schoolopleiders, werkplekbegeleiders, management) en betrokkenen vanuit het opleidingsinstituut (bijvoorbeeld de instituutsopleiders) wil realiseren.

IV. Kwaliteitszorg

a. Beschrijving van de ambitie voor integrale kwaliteitszorg (borging, ontwikkeling, cultuur) van het partnerschap.

b. Stand van zaken van de integrale kwaliteitszorg binnen het partnerschap.

c. Beschrijving van hoe het partnerschap tijdens de subsidieperiode de ambitie met betrekking tot integrale kwaliteitszorg wil realiseren.

V. Regionale spreiding

Werkgebied van het partnerschap.

Dit criterium wordt alleen toegepast als er meer aanvragen zijn die aan bovenstaande kwalitatieve criteria voldoen, dan vanwege het subsidieplafond kunnen worden toegekend en er zodoende een selectie gemaakt moet worden.

Weging:

De Minister toetst aan vijf criteria:

  • visie op samen opleiden

  • samenwerking en organisatiestructuur

  • professionalisering

  • kwaliteitszorg

  • regionale spreiding

De eerste vier criteria zijn de inhoudelijke criteria. Hier toetst de Minister alle aanvragen aan. De criteria ‘visie op samen opleiden’ en ‘samenwerking en organisatiestructuur’ dienen in ieder geval voldoende te zijn, omdat dit de basis van de aspirant-opleidingsschool is. Een onvoldoende score voor ‘professionalisering’ en ‘kwaliteitszorg’ kan gecompenseerd worden door de overige scores, mits de totaalscore voldoende is. Uitgangspunt is dat ‘professionalisering’ en ‘kwaliteitszorg’ gedurende de komende jaren verder opgezet en ontwikkeld kunnen worden, met de ‘visie op samen opleiden’ en ‘samenwerking en organisatiestructuur’ als duidelijk fundament.

Het criterium ‘regionale spreiding’ wordt alleen toegepast als er meer aanvragen zijn die aan bovenstaande kwalitatieve criteria voldoen, dan vanwege het subsidieplafond kunnen worden toegekend en er zodoende een selectie gemaakt moet worden. Dit criterium geldt niet voor de aanvragers die subsidie hebben ontvangen op grond van artikel 3 van de Regeling versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013–2016.

De wijze waarop wordt beoordeeld en de nadere uitwerking van bovenstaande criteria is te vinden op dus-i.nl via https://www.dus-i.nl/subsidies/t/tegemoetkoming-opleidingsscholen/inhoud/aspirant.

Bijlage

4

behorende bij artikel 16, zesde lid, van de Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2019

Het ontwikkelplan van de aspirant-opleidingsschool bevat in ieder geval:

  • 1.

    een lijst van deelnemende opleidingen, besturen en scholen (inclusief status accreditatie, laatste inspectieoordeel);

  • 2.

    een opgave van de beoogde studentenaantallen (per onderwijssector) aan het einde van de ontwikkelperiode;

  • 3.

    een (concept)beschrijving van de beoogde structuur van de opleidingsschool (inclusief rollen schoolopleider en werkplekbegeleider*);

  • 4.

    een beschrijving waarin wordt aangegeven op welke onderdelen de aspirant-opleidingsschool al denkt te voldoen aan de kaders genoemd in bijlage 1 bij deze regeling en op welke onderdelen de aspirant-opleidingsschool zich nog gaat ontwikkelen in de ontwikkelperiode (inclusief hiervoor benodigde activiteiten en planning).

Bij de beschrijving van punt 4 worden in ieder geval de volgende producten uit het kader, genoemd in bijlage 1 bij deze regeling, benoemd:

  • opleidingsplan (standaard 1)

  • gezamenlijke visie op professionalisering (standaard 2)

  • gezamenlijke visie op HR-beleid

  • kwaliteitszorgplan (standaard 4)

Specifiek wordt hierbij aangegeven hoe gewerkt wordt aan de benodigde kwalificatie van het personeel.

Het ontwikkelplan is maximaal 20 A4 groot

* De schoolopleider is de algemeen begeleider van studenten en coördinator van de praktijkopleiding op de school die ook verantwoordelijk is voor de kwaliteit van begeleiding en beoordeling.

De werkplekbegeleider is de begeleider van studenten tijdens het werkplekleren in de praktijk.