Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra 2020

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Het bestuur van de Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs besluit, gelet op de Wet budgettering wachtgelden en instelling Participatiefonds (Stb. 1995, 155), het Besluit Participatiefonds (Stb. 1996, 384) en de statuten van de Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs, het volgende reglement voor het Primair Onderwijs vast te stellen

Paragraaf

1.1

Begripsbepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

  • 1.

    Afvloeiingsvolgorde: de volgorde waarin werknemers conform hoofdstuk 10 van de CAO PO voor afvloeiing in aanmerking komen. Hierin is tevens het niet voortzetten van een tijdelijk dienstverband betrokken. Hoofdregel is dat eerst alle werknemers met een tijdelijk dienstverband dienen te zijn afgevloeid voordat het dienstverband van werknemers met een vast dienstverband kan worden beëindigd.

  • 2.

    Beëindiging dienstverband: beëindiging van een dienstverband voor onbepaalde tijd door middel van een uitspraak van de kantonrechter, een beëindigingsovereenkomst met wederzijds goedvinden of ontslag.

  • 3.

    Reguliere betrekking: een dienstverband niet zijnde een dienstverband ten behoeve van vervanging.

  • 4.

    Bestuursvoorschriften: de bestuursvoorschriften en bijlagen zoals die door het bestuur van het Participatiefonds zijn vastgesteld ter bevordering van een correcte toepassing van het reglement Participatiefonds, en integraal onderdeel uitmaken van het reglement Participatiefonds.

  • 5.

    Budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid: het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid dat werkgevers ontvangen op basis van Titel IV, Afdeling 6 van de WPO dan wel op basis van Titel V, Afdeling 6 van de WEC.

  • 6.

    CAO PO: de collectieve arbeidsovereenkomst voor het primair onderwijs zoals die tussen de PO-Raad en de organisaties van werknemers in het onderwijs voor de periode 1 januari 2018 tot 1 maart 2019 is overeengekomen en welke tot nader order van kracht blijft.

  • 7.

    Centrale diensten: diensten zoals bedoeld in artikel 68 WPO en artikel 69 WEC.

  • 8.

    Detachering: de situatie dat onderwijspersoneel op eigen verzoek of met zijn instemming voor bepaalde tijd op basis van een detacheringsovereenkomst wordt belast met werkzaamheden bij een andere werkgever.

  • 9.

    Dienstverband in het kader van vervanging (vervangingsbetrekking): een tijdelijk dienstverband van een werknemer ter vervanging van een afwezige werknemer wegens de hieronder limitatief opgesomde gronden van afwezigheid.

    • 1.

      Ziekteverlof als bedoeld in de ZAPO;

    • 2.

      Schorsing als bedoeld in de artikelen 3.15 tot en met 3.18 van de CAO PO.

    • 3.

      Gecompenseerd vakantieverlof indien het zwangerschaps- en bevallingsverlof van de vrouwelijke werknemer dat samenvalt met een schoolvakantie. Indien werknemer in een schooljaar door ziekte minder dan 20 dagen vakantieverlof heeft genoten, heeft hij recht op (het restant van) het wettelijk minimum aan vakantiedagen als bedoeld in artikel 7:634 lid 1 BW

    • 4.

      Verlof dat door het bevoegd gezag met toepassing van artikel 8.6 CAO PO opnieuw wordt verleend.

    • 5.

      Betaald dan wel onbetaald buitengewoon verlof (artikelen 8.7, 8.8, 8.9, 8.11, 8.12, 8.13 en 8.15 CAO PO).

    • 6.

      Buitengewoon verlof als bedoeld in artikel 8.18 CAO PO voor zover verleend met behoud van salaris.

    • 7.

      Betaald dan wel onbetaald ouderschapsverlof (artikelen 8.19, 8.20 en 8.21 CAO PO).

    • 8.

      Verlof wegens zwangerschap of bevalling.

    • 9.

      Studieverlof van de leraar die gebruik maakt van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008.

    Vervanging voor deze gronden van afwezigheid wordt aangemerkt als vervanging in de zin van het reglement Participatiefonds.

  • 10.

    In- en doorstroombanen: banen die worden vervuld door werknemers voor wie de werkgever destijds subsidie ontving als bedoeld in artikel 6, eerste lid van het van het Besluit in-en doorstroombanen (stb. 1999, 591)

  • 11.

    Kwalitatieve fricties (het oplossen van): het ten koste van werknemers met een bepaalde functie vrijmaken van formatieruimte ten behoeve van werknemers met een andere functie omdat het naar het oordeel van de werkgever anders onmogelijk wordt het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren.

  • 12.

    Leraar in opleiding: de laatstejaarsstudent van een lerarenopleiding basisonderwijs als bedoeld in artikel 3, vijfde lid van de WPO en artikel 3, zevende lid van de WEC, die wordt benoemd of aangesteld op een leerarbeidsplaats.

  • 13.

    Loonkostentool: de digitale tool van het Participatiefonds aan de hand waarvan een werkgever de vergelijking van de rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden maakt en de loonkosten van werknemers van wie het dienstverband niet is voortgezet of beëindigd berekent.

  • 14.

    Materiële vergoeding: de vergoeding zoals genoemd in Titel IV, Afdeling 4 van de WPO en in Titel IV, Afdeling 4 van de WEC.

  • 15.

    Modelverklaring: een verklaring waar een werkgever bij het indienen van een vergoedingsverzoek gebruik van kan maken om aan te tonen dat is voldaan aan de voorwaarden van het Participatiefonds.

  • 16.

    Natuurlijk verloop: de omvang van de loonkosten volgens de digitale tool van het Participatiefonds van niet voortgezette of beëindigde dienstverbanden zonder dat daar voor de werknemer in kwestie een uitkering op volgt op grond van de WW, de WOPO of de ZAPO.

  • 17.

    Landelijke subsidie: een subsidie verstrekt door de landelijke (rijks)overheid.

  • 18.

    Loonkosten: het betreft hier de bruto loonkosten minus de eventuele brutokortingen vermeerderd met de werkgeverslasten en reguliere toeslagen.

  • 19.

    Onderwijsassistent in opleiding: de functie als bedoeld in artikel 3.29 van de CAO PO.

  • 20.

    Onderwijspersoneel: personeel als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs.

  • 21.

    Ontslag: ontslag op grond van de opzeggings- en ontslagronden, genoemd in de CAO PO en tussentijdse beëindiging van een tijdelijk dienstverband.

  • 22.

    Ontslagbeleid: de regeling Ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a en 10.4b van de CAO PO.

  • 23.

    Outplacement: van een planmatige begeleiding door een derde van een met ontslag bedreigde werknemer bij het verwerven van een reguliere betrekking elders, waarbij een brede oriëntatie op de arbeidsmarkt en een wezenlijke financiële inspanning van de werkgever kenmerkend zijn.

  • 24.

    Participatiefonds: de door de Minister aangewezen rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die zich ten doel stelt waarborgen te bieden voor de kosten van werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet ten behoeve van gewezen personeel.

  • 25.

    Regeling prestatiebox: de Regeling prestatiebox primair onderwijs 2015-2020.

  • 26.

    Reorganisatie: een verandering in de organisatie van één of meer scholen of een Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband, waaronder ook begrepen de opheffing van bestaande dan wel de introductie van nieuwe functies, die gepaard gaan met ingrijpende personele gevolgen.

  • 27.

    Samenwerkingsverband: samenwerkingsverband zoals bedoeld in artikel 18a van de WPO en artikel 28a van de WEC.

  • 28.

    Samenwerkende werkgevers: besturen die in het kader van het sectorplan PO een gezamenlijk transfercentrum hebben opgericht.

  • 29.

    Schooljaar: het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli van het opvolgende kalenderjaar.

  • 30.

    Schoolsoort: het basisonderwijs en de scholen voor speciaal basisonderwijs als bedoeld in de WPO en het speciaal onderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de WEC.

  • 31.

    Schoonmaakpersoneel: werknemers waarvan in de functieomschrijving is opgenomen het schoonmaken en schoonhouden van de binnenzijde van het schoolgebouw en waarvoor de bekostiging is genormeerd in de materiële vergoeding.

  • 32.

    Sociaal Plan: een door de werkgever en door tenminste drie van de vier vakcentrales ondertekend Sociaal Plan als bedoeld in artikel 10.3 de CAO PO.

  • 33.

    Uitvoeringsorganisatie Participatiefonds: door het bestuur van het Participatiefonds aangewezen organisatie voor de afhandeling van de vergoedingsverzoeken.

  • 34.

    Uitgestelde beëindiging van het dienstverband: een dienstverband dat niet is beëindigd of een tijdelijk dienstverband dat is voortgezet per de datum waarop de daling van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden voor personeel is gedaald, maar waarvan de beëindiging of het niet voortzetten met één jaar is uitgesteld.

  • 35.

    Vergoedingsverzoek: een op grond van artikel 138, tweede lid, van de WPO dan wel op grond van artikel 132, tweede lid, van de WEC, door de werkgever ingediende aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb.

  • 36.

    (vervallen).

  • 37.

    Werkgelegenheidsbeleid: de regeling werkgelegenheidsbeleid als bedoeld in artikel 10.2 van de CAO PO.

  • 38.

    Werkgever: het bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 WPO en artikel 1 WEC, respectievelijk het bevoegd gezag van de rechtspersoon als bedoeld in artikel 68 WPO en artikel 69 WEC en het Regionaal Expertisecentrum, als bedoeld in artikel 28b WEC, tenzij het bevoegd gezag door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, op grond van bezwaren van godsdienstige of levensbeschouwelijke aard is uitgezonderd van aansluiting bij de Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs.

  • 39.

    Werkloosheidsuitkeringskosten: de uitkeringskosten zoals beschreven in de Werkloosheidswet en de Werkloosheidsregeling onderwijspersoneel primair onderwijs (alsmede de voor de totstandkoming van de WOPO van toepassing zijnde bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringen in het primair onderwijs waar werknemers nog recht op zouden hebben), voor zover deze door de daartoe bevoegde instanties toegekend zijn.

    Daaronder wordt mede verstaan, de kosten van het in één keer afkopen van deze rechten volgens artikel 16 van de Werkloosheidsregeling onderwijspersoneel primair onderwijs en bijbehorende aanvullende voorwaarden, mits aan alle daarvoor gestelde voorwaarden is voldaan en er een akkoordverklaring op de berekening door het daartoe bevoegde orgaan aan ten grondslag ligt.

  • 40.

    WEC: de Wet op de expertisecentra.

  • 41.

    WPO: de Wet op het primair onderwijs.

  • 42.

    WOPO: de regeling Werkloosheidsuitkering onderwijspersoneel primair onderwijs.

  • 43.

    WW: de Werkloosheidwet.

  • 44.

    ZAPO: de Regeling ‘Ziekte en Arbeidsongeschiktheid primair onderwijs.

  • 45.

    Zij-instromers: onbevoegden met een geschiktheidsverklaring als bedoeld in artikel 176b WPO of artikel 162e WEC.

Hoofdstuk

2

Premie

Paragraaf

2.1

verplichting tot betaling van premie

Artikel

2:1

Doel van de premie

De werkgever is verplicht, op de wijze zoals bepaald in de bestuursvoorschriften, een door het Participatiefonds te bepalen bijdrage te voldoen in verband met de kosten voor werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet.

Hoofdstuk

3

Vergoedingsverzoeken

Paragraaf

3.1

Vergoedingsverzoeken

Artikel

3:1

Vergoedingsverzoek

De werkgever:

  • a.

    die een dienstverband van een werknemer beëindigt of een tijdelijk dienstverband niet voortzet; en

  • b.

    die wenst dat de uitkeringskosten die op grond van artikel 138, tweede lid, van de WPO of artikel 132, tweede lid, van de WEC voor rekening van de werkgever komen, ten laste van het Participatiefonds worden gebracht, dient bij het Participatiefonds een vergoedingsverzoek in.

Artikel

3:1a

Vrijstelling instroomtoets

Het schoolbestuur komt in aanmerking voor vrijstelling van de toets behorende bij een vergoedingsverzoek, indien is voldaan aan het bepaalde in lid 1 tot en met 3. Het gevolg daarvan is dat het Participatiefonds de werkloosheidskosten die uit de beëindiging van dit dienstverband voortvloeien, voor rekening neemt.

  • 1.

    Er wordt vrijstelling verleend als de werknemer:

    • a.

      minimaal zes maanden en maximaal twaalf maanden ononderbroken in dienst is geweest bij het schoolbestuur dat een beroep doet op de vrijstelling; en

    • b.

      direct voorafgaand aan het in dienst treden bij het schoolbestuur minimaal meer dan acht weken recht heeft gehad op een werkloosheidsuitkering vanuit het PO zoals bedoeld in artikel 138, lid 2, van de Wpo dan wel artikel 132, lid 2, van de Wec.

  • 2.

    Ondanks het bepaalde in lid 1 wordt er geen vrijstelling verleend aan de werkgever:

    • a.

      die een werknemer in dienst neemt die direct voorafgaand aan het ontstaan van het recht op uitkering, genoemd onder b, reeds in dienst was bij hetzelfde schoolbestuur of diens rechtsvoorganger; en

    • b.

      door UWV voor die werkloosheidsuitkering verantwoordelijk is gesteld.

  • 3.

    Om in aanmerking te komen voor de vrijstelling legt de werkgever de volgende documenten over:

    • a.

      de door de werknemer ondertekende ‘verklaring uitkeringsverleden’;

    • b.

      een afschrift van de arbeidsovereenkomst waaruit de datum indiensttreding blijkt;

    • c.

      een document waaruit de datum van het ontslag als bedoeld in het eerste lid blijkt.

Artikel

3:2

Wijze van indiening vergoedingsverzoek

De werkgever maakt bij de indiening van het vergoedingsverzoek gebruik van de module ‘vergoedingsverzoeken’ op de website www.participatiefonds.nl.

Artikel

3:2a

Indieningstermijn voor een vergoedingsverzoek

Artikel

3:3

Vereisten vergoedingsverzoek

Artikel

3:4

Onvolledig vergoedingsverzoek

Artikel

3:5

Grond voor toewijzing vergoedingsverzoek

Het Participatiefonds wijst een vergoedingsverzoek uitsluitend toe als de werkgever voldoet aan de voorwaarden die zijn gesteld in de bepalingen van dit reglement en er geen sprake is van één van de gronden voor afwijzing van het vergoedingsverzoek, genoemd in artikel 3:6.

Artikel

3:6

Gronden voor afwijzing vergoedingsverzoek

Artikel

3:7

Beslistermijn

Paragraaf

3.2

Uitkeringskosten

Artikel

3:8

Uitnodiging tot verstrekken inlichtingen

Als uitkeringskosten als bedoeld in artikel 138, tweede lid van de WPO of artikel 132, tweede lid, van de WEC zijn ontstaan, waarvan het Participatiefonds niet kan vaststellen dat het Participatiefonds ermee heeft ingestemd dat de uitkeringskosten ten laste van het Participatiefonds komen, nodigt het Participatiefonds de werkgever uit inlichtingen te verstrekken.

Artikel

3:9

Indieningstermijn inlichtingen

Artikel

3:10

Te late indiening inlichtingen

Artikel

3:11

Verschoonbare termijnoverschrijding

Het Participatiefonds werpt de werkgever overschrijding van de termijn als bedoeld in artikel 3:9 niet tegen als redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de werkgever in verzuim is geweest.

Artikel

3:12

Wijze van verstrekken van inlichtingen

De werkgever maakt bij het verstrekken van de inlichtingen als bedoeld in artikel 3:8 gebruik van de module ‘uitkeringen’ op de website www.participatiefonds.nl

Artikel

3:13

Werkgever heeft reeds vergoedingsverzoek gedaan

Artikel

3:15

Werkgever wenst niet dat de uitkeringskosten ten laste van Participatiefonds komen

Artikel

3:16

Gemoedsbezwaarden

Artikel

3:17

Zelfstandig wachtgeldbeleid

Paragraaf

3.3

Rechtsmiddelen tegen ontslagbesluit

Artikel

3:18

Mededeling bezwaar tegen ontslagbesluit en opschorting beslistermijn

Paragraaf

3.4

intrekking of wijziging van de beschikking

Artikel

3:19

Gronden voor intrekking en wijziging

Paragraaf

3.5

toets re-integratieactiviteiten voorafgaand aan ontslag

Artikel

3:20

Verzoek voorafgaande toets re-integratieactiviteiten

Paragraaf

3.6

medewerking controle

Artikel

3:21

Medewerking rechtmatigheidscontroles

Paragraaf

3.7

Hoofdelijke aansprakelijkheid

Artikel

3:22

Hoofdelijke aansprakelijkheid

Hoofdstuk

4

Beëindigingsgronden

Paragraaf

4.1

Persoonsgebonden beëindigingsgronden bij een vast dienstverband

Artikel

4:1

Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging van het dienstverband door opzegging

Als het dienstverband is beëindigd op grond van artikel 3.10 van de CAO PO, beëindiging van het dienstverband op verzoek van de werknemer, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:1:1 heeft voldaan en de in dit artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:1:1

Meedelen reden ontslag

Artikel

4:2

Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging van het dienstverband vanwege dringende reden

Als het dienstverband is beëindigd wegens dringende reden (ontslag op staande voet) kan geen vergoedingsverzoek worden ingediend. De werkgever wordt geadviseerd om, in geval van beëindiging vanwege dringende reden, het UWV daarover te informeren en van die melding aan het UWV het Participatiefonds weer in kennis te stellen.

Artikel

4:3

Grondslag vergoedingsverzoek: ontbinding arbeidsovereenkomst door Kantonrechter

Als het dienstverband is ontbonden op grond van de artikelen 7:671b dan wel 7:671c BW (uitspraak kantonrechter), dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoeking in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:3:1 en 4:3:2 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:3:1

ontbinding arbeidsovereenkomst door kantonrechter

Artikel

4:3:2

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:4

Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden vanwege onbekwaamheid of ongeschiktheid

Als het dienstverband is beëindigd op grond artikel 3.10, vierde lid, van de CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden met als reden dat er naar het oordeel van de werkgever sprake is van onbekwaamheid of ongeschiktheid van de werknemer voor de door hem uitgeoefende functie, zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder d, van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden van artikel 4:4:1 tot en met 4:4:4 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:4:1

Meedelen reden beëindiging van het dienstverband aan werknemer

Artikel

4:4:2

Inspanning behoud werknemer voor eigen functie

Artikel

4:4:3

Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie

Artikel

4:4:4

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:5

Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden vanwege ziekte/arbeidsongeschiktheid

Als het dienstverband van de werknemer die minder dan 35% arbeidsongeschikt is verklaard door het UWV in het kader van de WIA is beëindigd op grond van artikel 3.10, vierde lid, van de CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden met als reden dat er naar het oordeel van de werkgever sprake is van ziekte of arbeidsongeschiktheid, zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder b, van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:5:1 tot en met 4:5:4 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:5:1

Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer

Artikel

4:5:2

Inspanning behoud werknemer voor eigen functie

Artikel

4:5:3

Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie

Artikel

4:5:4

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:6

Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvindenvanwege gewichtige omstandigheden te weten kwalitatieve fricties

Als het dienstverband is beëindigd op grond van artikel 3.10, vierde lid, van de CAO PO, met als reden dat er naar het oordeel van de werkgever sprake is gewichtige omstandigheden, zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder h, van de CAO PO, vanwege kwalitatieve fricties omdat het naar het oordeel van de werkgever anders onmogelijk wordt het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:6:1 tot en met 4:6:6 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:6:1

Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer

Artikel

4:6:2

Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking

Artikel

4:6:3

Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis

Artikel

4:6:4

Toetsingsdatum

Artikel

4:6:5

Afvloeiingsvolgorde

Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer of werknemers betreft die in een vast dienstverband was of waren benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd.

Artikel

4:6:6

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:7

Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden vanwege gewichtige omstandigheden

Als het dienstverband is beëindigd op grond van artikel 3.10, vierde lid van de CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden met als reden dat er naar het oordeel van de werkgever sprake is gewichtige omstandigheden als bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder h van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden van artikel 4:7:1 tot en met 4:7:4 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:7:1

Meedelen reden beëindiging van het dienstverband aan werknemer

Artikel

4:7:2

Inspanning behoud werknemer voor eigen functie

Artikel

4:7:3

Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie

Artikel

4:7:4

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:8

Grondslag vergoedingsverzoek: plichtsverzuim

Als ontslag is verleend op grond van artikel 3.10, tweede lid, van de CAO PO, te weten op grond van plichtsverzuim als bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder h van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:8:1 heeft voldaan en de in het artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:8:1

Meedelen reden ontslag aan werknemer

Artikel

4:9

Grondslag vergoedingsverzoek: onbekwaamheid/ongeschiktheid

Als ontslag is verleend op grond van artikel 3.11, eerste lid, onder d van de CAO PO, te weten op grond van onbekwaamheid of ongeschiktheid van de werknemer voor de door hem uitgeoefende functie, anders dan ten gevolge van ziekte of arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder b van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:9:1 tot en met 4:9:4 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:9:1

Meedelen reden ontslag aan werknemer

Artikel

4:9:2

Inspanning behoud werknemer voor eigen functie

Artikel

4:9:3

Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie

Artikel

4:9:4

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:10

Grondslag vergoedingsverzoek: geen vacature na afloop lang buitengewoon verlof

Als ontslag is verleend op grond van artikel 3.10,maar heeft niet mijn voorkeur. ik laat het aan jouw diswerkgelegenheidsbeleid.men. esturen.oorgaande notitie worden onderzocht van de CAO PO, omdat na afloop van het lang buitengewoon verlof de werknemer bij gebrek aan een vacature niet in actieve dienst binnen de instelling dan wel bij de werkgever kan worden geplaatst, komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:10:1 heeft voldaan en de in het artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:10:1

Meedelen reden ontslag aan werknemer

Artikel

4:11

Grondslag vergoedingsverzoek: ziekte/arbeidsongeschiktheid

Als aan de werknemer, die minder dan 35% arbeidsongeschikt is verklaard in het kader van de WIA, ontslag is verleend op grond van artikel 3.11, eerste lid, onder b van de CAO PO, te weten op grond van ziekte of arbeidsongeschiktheid, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:11:1 tot en met 4:11:4 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:11:1

Meedelen reden ontslag aan werknemer

Artikel

4:11:2

Inspanning behoud werknemer voor eigen functie

Artikel

4:11:3

Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie

Artikel

4:11:4

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:12

Grondslag vergoedingsverzoek: gewichtige omstandigheden te weten kwalitatieve fricties

Als ontslag is verleend op grond van artikel 3.11, eerste lid, onder h van de CAO PO, met als reden dat er naar het oordeel van de werkgever sprake is gewichtige omstandigheden, vanwege kwalitatieve fricties omdat het naar het oordeel van de werkgever anders onmogelijk wordt het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:12:1 tot en met 4:12:6 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:12:1

Meedelen reden ontslag aan werknemer

Artikel

4:12:2

Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking

Artikel

4:12:3

Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis

Artikel

4:12:4

Toetsingsdatum

Artikel

4:12:5

Afvloeiingsvolgorde

Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer of werknemers betreft die in een vast dienstverband was of waren benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd.

Artikel

4:12:6

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:13

Grondslag vergoedingsverzoek: gewichtige omstandigheden

Als ontslag is verleend op grond van artikel 3.11, eerste lid, onder h van de CAO PO, te weten op grond van gewichtige omstandigheden, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:13:1 tot en met 4:13:4 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:13:1

Meedelen ontslag aan werknemer

Artikel

4:13:2

Inspanning behoud werknemer voor eigen functie

Artikel

4:13:3

Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie

Artikel

4:13:4

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:14

Grondslag vergoedingsverzoek: tussentijdse beëindiging van een leerarbeidsovereenkomst van een leraar in opleiding

Vervallen.

Artikel

4:15

Grondslag vergoedingsverzoek: het niet meewerken aan re-integratie als bedoeld in artikel 21 ZAPO

Als ontslag is verleend op grond van artikel 21 ZAPO vanwege het niet meewerken aan re-integratie, komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:15:1 heeft voldaan en de in het artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:15:1

Meedelen reden ontslag aan werknemer

Artikel

4:15a

Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging dienstverband tijdens proeftijd

Als het dienstverband is beëindigd op grond van artikel 7:676 BW (beëindiging dienstverband tijdens proeftijd), dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij documenten overlegt waaruit blijkt, dat hij het dienstverband tijdens de proeftijd heeft opgezegd.

Paragraaf

4.2

persoonsgebonden beëindigingsgronden bij tijdelijke dienstverband

Artikel

4:16

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband waarbij werknemer dienstverband niet wil voortzetten

Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werknemer geen voortzetting van het dienstverband wenst, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:16:1 heeft voldaan en de in het artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:16:1

Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer

Artikel

4:17

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege dringende redenen

Als het dienstverband is beëindigd wegens dringende reden als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de CAO PO (ontslag op staande voet) dan kan geen vergoedingsverzoek worden ingediend. De werkgever wordt geadviseerd om, in geval van beëindiging vanwege dringende reden, UWV daarover te informeren en van die melding aan UWV het Participatiefonds weer in kennis te stellen.

Artikel

4:18

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege plichtsverzuim

Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werkgever van oordeel is dat sprake is van plichtsverzuim zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder h van de CAO PO, komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:18:1 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:18:1

Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer

Artikel

4:19

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege onbekwaamheid/ongeschiktheid

Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werkgever van oordeel is dat sprake is van onbekwaamheid of ongeschiktheid van de werknemer voor de door hem uitgeoefende functie zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder d van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:19:1 tot en met 4:19:3 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:19:1

Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer

Artikel

4:19:2

Inspanning behoud werknemer voor eigen functie

Artikel

4:19:3

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:20

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege ziekte/arbeidsongeschiktheid

Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van de het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat er naar het oordeel van de werkgever sprake is van ziekte of arbeidsongeschiktheid zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder b van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:20:1 tot en met 4:20:3 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:20:1

Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer

Artikel

4:20:2

Inspanning behoud werknemer voor eigen functie

Artikel

4:20:3

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:21

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege gewichtige omstandigheden, te weten kwalitatieve fricties

Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werkgever van oordeel is dat er sprake is gewichtige omstandigheden zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder h van de CAO PO, vanwege kwalitatieve fricties omdat naar het oordeel van de werkgever het anders onmogelijk wordt het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikelen 4:21:1 tot en met 4:21:5 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:21:1

Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer

Artikel

4:21:2

Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking

Artikel

4:21:3

Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis

Artikel

4:21:4

Toetsingsdatum

Artikel

4:21:5

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:22

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege gewichtige omstandigheden

Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werkgever van oordeel is dat sprake is gewichtige omstandigheden zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder h van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikelen 4:22:1 tot en met 4:22:4 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:22:1

Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer

Artikel

4:22:2

Inspanning behoud werknemer voor eigen functie

Artikel

4:22:3

Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie

Artikel

4:22:4

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:23

Grondslag vergoedingsverzoek: einde van rechtswege van een leerarbeidsovereenkomst van een leraar in opleiding

Als het tijdelijk dienstverband van een werknemer die als LIO als bedoeld in artikel 3.24 van de CAO PO is benoemd, na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:23:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:23:1

Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer

Artikel

4:24

Grondslag vergoedingsverzoek: einde van rechtswege van een leerarbeidsovereenkomst van een onderwijsassistent in opleiding

Als het tijdelijk dienstverband van een werknemer die als onderwijsassistent in opleiding als bedoeld in artikel 3.29 van de CAO PO is benoemd, na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:24:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:24:1

Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer

Artikel

4:25

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege ontbreken onderwijsbevoegdheid dan wel omdat enige wettelijke bepaling zich daartegen verzet

Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet, omdat de werknemer niet de bij wet voorgeschreven onderwijsbevoegdheid bezit of indien enige andere wettelijke bepaling zich tegen voortzetting van het dienstverband verzet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:25:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:25:1

Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer

Artikel

4:26

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege het niet meewerken aan re-integratie als bedoeld in artikel 21 ZAPO

Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werkgever van oordeel is dat sprake is van het niet meewerken aan re-integratie als bedoeld in artikel 21 ZAPO, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:26:1 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:26:1

Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer

Artikel

4:27

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege vervanging afwezige met ziekteverlof op grond van ZAPO

Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b van de CAO PO niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:27:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:27:1

Aantonen vervanging wegens ziekte

Artikel

4:28

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege vervanging afwezige wegens schorsing

Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b, van de CAO PO, in verband met vervanging wegens schorsing als bedoeld in artikel 3.15 tot en met 3.19 van de CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:28:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:28:1

Aantonen vervanging wegens schorsing

Artikel

4:29

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege vervanging afwezige wegens gecompenseerd vakantieverlof, vanwege eerder genoten zwangerschaps-bevallingsverlof op grond van de Wet arbeid en zorg en verleend en verlof indien werknemer door ziekte minder dan 20 dagen vakantieverlof heeft genoten

Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b van de CAO PO, in verband met vanwege vervanging afwezige wegens gecompenseerd vakantieverlof, vanwege eerder genoten zwangerschaps-bevallingsverlof op grond van de Wet arbeid en zorg en verleend en verlof indien werknemer door ziekte minder dan 20 dagen vakantieverlof heeft genoten als bedoeld in artikel 8.1, vierde lid, van de CAO PO niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:29:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:29:1

Aantonen vervanging wegens gecompenseerd vakantieverlof

Artikel

4:30

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege vervanging afwezige wegens opnieuw verleend verlof

Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b, van de CAO PO, in verband met vervanging wegens opnieuw verleend verlof als bedoeld in artikel 8.2 van de CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:30:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:30:1

Aantonen vervanging wegens opnieuw verleend verlof

Artikel

4:31

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege vervanging afwezig wegens buitengewoon verlof

Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b, van de CAO PO, in verband met vervanging wegens buitengewoon verlof als bedoeld in artikel 8.7 tot en met 8.9, artikel 8.11 tot en met 8.13, artikel 8.15 of artikel 8.18 van de CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:31:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:31:1

Aantonen vervanging wegens buitengewoon verlof

Artikel

4:32

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege vervanging afwezige wegens zwangerschaps- en bevallingsverlof op grond van de Wet Arbeid en Zorg (WAZO)

Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b, van de CAO PO, in verband met vervanging wegens zwangerschaps- en bevallingsverlof op grond van de Wet Arbeid en Zorg, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:32:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:32:1

Aantonen vervanging wegens zwangerschaps- en bevallingsverlof

Artikel

4:33

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege vervanging afwezige wegens ouderschapsverlof

Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b van de CAO PO, in verband met afwezigheid wegens ouderschapsverlof als bedoeld in artikel 8.19 van de CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:33:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:33:1

Aantonen vervanging wegens ouderschapsverlof

Artikel

4:34

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege vervanging afwezige wegens spaarverlof

Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b van de CAO PO, in verband met vervanging wegens spaarverlof als bedoeld in artikel 8.23 van de CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:34:1 en 4:34:2 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:34:1

Aantonen vervanging wegens spaarverlof

Artikel

4:34:2

Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie

Artikel

4:35

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege vervanging afwezige wegens levensloopverlof

Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b, van de CAO PO, in verband met vervanging wegens levensloopverlof als bedoeld in artikel 8.24 van de CAO PO, niet wordt voortgezet, komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:35:1 en 4:35:2 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:35:1

Aantonen vervanging wegens levensloopverlof

Artikel

4:35:2

Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie

Artikel

4:36

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege vervanging afwezige wegens studieverlof op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008

Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b, van de CAO PO, in verband met vervanging wegens studieverlof op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:36:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:36:1

Aantonen vervanging wegens studieverlof op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008

Paragraaf

4.3

Formatieve beëindigingsgronden bij een vast dienstverband

Artikel

4:37

Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden vanwege opheffing betrekking vanwege de daling of beëindiging van de gemeentelijke bijdrage voor in- en doorstroombanen (ID-banen) voor werkgevers met ontslagbeleid

Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a van de CAO PO voert het dienstverband beëindigt met wederzijds goedvinden op grond van artikel 3.10, vierde lid, van de CAO PO met als reden dat er sprake is van opheffing betrekking, zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO, vanwege daling of beëindiging van een gemeentelijke bijdrage voor in- en doorstroombanen, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:37:1 tot en met 4:37:3 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:37:1

Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer

Artikel

4:37:2

Daling of beëindiging van de gemeentelijke bijdrage voor ID-banen

Artikel

4:37:3

Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie

Artikel

4:38

Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden vanwege opheffing betrekking voor werkgevers met ontslagbeleid

Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a van de CAO PO voert het dienstverband eindigt met wederzijds goedvinden op grond van artikel 3.10, vierde lid van de CAO PO, met als reden dat er sprake is van opheffing betrekking, zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder a CAO PO wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:38:1 tot en met 4:38:9 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:38:1

Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer

Artikel

4:38:2

Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking

Artikel

4:38:3

Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis

Artikel

4:38:4

Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend

Artikel

4:38:5

Uitgestelde beëindiging van het dienstverband

Indien er sprake is van uitgestelde beëindiging van een dienstverband, dan wordt de vergelijking op bestuursniveau over drie schooljaren gemaakt. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals beschreven in artikel 4:38:2 in de schooljaren 2017-2018, 2018-2019 en 2019-2020 vergeleken. Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum waarop het dienstverband beëindigd is, ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband.

De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2018 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband.

Artikel

4:38:6

Afvloeiingsvolgorde

Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd.

Artikel

4:38:7

Vergelijking per onderwijssoort

Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die wordt geconfronteerd met een daling van de rijksbekostiging maakt de vergelijking, zoals genoemd in artikel 4:38:3 voor de onderwijssoort waar de daling zich heeft voorgedaan. Is er een daling bij beide schoolsoorten dan maakt de werkgever per schoolsoort een vergelijking.

Artikel

4:38:8

Toetsingsdatum

Artikel

4:38:9

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:39

Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden vanwege opheffing betrekking voor werkgevers met werkgelegenheidsbeleid

Als de werkgever, die de regeling werkgelegenheidsbeleid als bedoeld in artikel 10.2 van de CAO PO voert, het dienstverband eindigt met wederzijds goedvinden op grond van artikel 3.10, vierde lid van de CAO PO, met als reden dat er sprake is van opheffing betrekking, zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:39:1 tot en met 4:39:5 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:39:1

Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer

Artikel

4:39:2

Sociaal Plan in geval daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis

Artikel

4:39:3

Sociaal Plan in geval van werknemers van wie het vaste dienstverband wordt beëindigd

Artikel

4:39:4

Toetsingsdatum

Artikel

4:39:5

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:40

Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden vanwege opheffing betrekking vanwege reorganisatie

Als de werkgever met de centrales in het DGO overleg heeft gevoerd over de rechtspositionele gevolgen van een reorganisatie als bedoeld in artikel 13.2, vijfde lid, onder a van de CAO PO en in dat kader een met de bonden overeengekomen sociaal plan, zoals bedoeld in artikel 10.3 van de CAO PO uitvoert of heeft uitgevoerd, dan komt een vergoedingsverzoek, voor het dienstverband dat is beëindigd op grond van artikel 3.10, vierde lid van de CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden met als reden opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking, zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO, voor toewijzing in aanmerking als de werkgever heeft voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:40:1 tot en met 4:40:3 en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.

Artikel

4:40:1

Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer

Artikel

4:40:2

Sociaal Plan

Artikel

4:40:3

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:41

Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden vanwege opheffing betrekking van schoonmaakpersoneel wegens daling van de materiele bekostiging

Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a van de CAO PO voert en er is sprake van daling van de rijksbekostiging materieel, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband voor schoonmaakpersoneel is beëindigd op grond van artikel 3.10, vierde lid van de CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden met als reden opheffing van de betrekking zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO, vanwege daling van de materiele bekostiging en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:41:1 tot en met 4:41:5 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.

Artikel

4:41:1

Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer

Artikel

4:41:2

Daling materiele bekostiging per 1 januari 2020

Artikel

4:41:3

beëindiging dienstverband

Artikel

4:41:4

Afvloeiingsvolgorde

Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd.

Artikel

4:41:5

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:42

Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden vanwege opheffing betrekking Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband

Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a van de CAO PO voert en er is sprake van daling van de bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband is beëindigd op grond van artikel 3.10, vierde lid, van de CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden met als reden opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking, zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:42:1 tot en met 4:42:8 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.

Artikel

4:42:1

Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer

Artikel

4:42:2

Daling bekostiging volgens vergelijking

Artikel

4:42:3

Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis

Artikel

4:42:4

Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend

Wanneer van een werknemer het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd, dan geeft de werkgever aan of er op de datum van beëindiging van het dienstverband sprake is van:

  • i.

    personeel in tijdelijke dienst dat gehandhaafd blijft;

  • ii.

    personeel in tijdelijke dienst dat, in de periode tussen het sluiten van de beëindigingsovereenkomst en de datum van beëindiging van het dienstverband, in vaste dienst is benoemd;

  • iii.

    personeel in vaste of tijdelijke dienst dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de beëindigingsovereenkomst en de datum van beëindiging van het dienstverband, een uitbreiding van de betrekking heeft gehad;

  • iv.

    personeel dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de beëindigingsovereenkomst en de beëindiging van het dienstverband, in vaste dienst is getreden;

  • v.

    een vacature op de datum van de beëindiging van het dienstverband.

Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat het personeel betreft dat werkzaam is in dezelfde functie als die van werknemer/werknemers van wie het dienstverband beëindigd is, dan wordt het bedrag dat gemoeid is met de daling, genoemd in artikel 4:42:2 verminderd met het bedrag dat gemoeid is met het in dienst houden of nemen van personeel genoemd in i. tot en met iv. respectievelijk met het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer van wie het dienstverband beëindigd is en die niet in de vacature, genoemd onder v. is benoemd.

Artikel

4:42:5

Afvloeiingsvolgorde

Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd.

Artikel

4:42:6

Toetsingsdatum

Artikel

4:42:7

Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie

Artikel

4:42:8

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:43

Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden vanwege opheffing betrekking vanwege de daling of beëindiging van een landelijke door de overheid beschikbaar gestelde subsidie voor werkgever met ontslagbeleid

Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a van de CAO PO voert en er is sprake van een daling of beëindiging van een landelijke door de overheid beschikbaar gestelde subsidie, waaronder ook begrepen subsidie voor een combinatiefunctie als bedoeld in het document ‘bestuurlijke afspraken Impuls brede scholen’, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband is beëindigd op grond van artikel 3.10, vierde lid van de CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden met als reden opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking, zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO, en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:43:1 tot en met 4:43:3 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.

Artikel

4:43:1

Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer

Artikel

4:43:2

Daling of beëindiging van een landelijk door de overheid beschikbare gestelde subsidie

Artikel

4:43:3

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:44

Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking vanwege de daling of beëindiging van de gemeentelijke bijdrage voor in- en doorstroombanen (ID-banen) voor werkgevers met ontslagbeleid

Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a van de CAO PO voert en er is sprake van een daling of beëindiging van een gemeentelijke bijdrage voor in- en doorstroombanen, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:44:1 tot en met 4:44:3 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:44:1

Meedelen reden ontslag aan werknemer

Artikel

4:44:2

Daling of beëindiging van de gemeentelijke bijdrage voor ID-banen

Artikel

4:44:3

Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie

Artikel

4:45

Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking voor werkgevers met ontslagbeleid

Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a van de CAO PO en er is ontslag verleend op grond van artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:45:1 tot en met 4:45:9 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:45:1

Meedelen reden ontslag aan werknemer

Artikel

4:45:2

Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking

Artikel

4:45:3

Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis

Artikel

4:45:4

Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend

Artikel

4:45:5

Uitgestelde beëindiging van het dienstverband

Artikel

4:45:6

Afvloeiingsvolgorde

Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd.

Artikel

4:45:7

Vergelijking per onderwijssoort

Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die wordt geconfronteerd met een daling van de rijksbekostiging maakt de vergelijking, zoals genoemd in artikel 4:39:3 voor de onderwijssoort waar de daling zich heeft voorgedaan. Is er een daling bij beide schoolsoorten dan maakt de werkgever per schoolsoort een vergelijking.

Artikel

4:45:8

Toetsingsdatum

Artikel

4:45:9

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:46

Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking voor werkgevers met werkgelegenheidsbeleid

Als de werkgever, die de regeling werkgelegenheidsbeleid als bedoeld in artikel 10.2 van de CAO PO en er is ontslag verleend op grond van artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking, wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:46:1 tot en met 4:46:5 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:46:1

Meedelen reden ontslag aan werknemer

Artikel

4:46:2

Sociaal Plan in geval daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis

Artikel

4:46:3

Sociaal Plan in geval van werknemers van wie het vaste dienstverband wordt beëindigd

Artikel

4:46:4

Toetsingsdatum

Artikel

4:46:5

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:47

Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking vanwege reorganisatie

Als de werkgever met de centrales in het DGO overleg heeft gevoerd over de rechtspositionele gevolgen van een reorganisatie als bedoeld in artikel 13.2, vijfde lid, onder a van de CAO PO en in dat kader een met de bonden overeengekomen sociaal plan, zoals bedoeld in artikel 10.3 van de CAO PO uitvoert of heeft uitgevoerd, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als ontslag is verleend op grond van artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:47:1 tot en met 4:47:3 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.

Artikel

4:47:1

Meedelen reden ontslag aan werknemer

Artikel

4:47:2

Sociaal Plan

Artikel

4:47:3

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:48

Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking van schoonmaakpersoneel wegens daling van de materiele bekostiging

Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a van de CAO PO voert en er is sprake van daling van de rijksbekostiging materieel, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband voor schoonmaakpersoneel is beëindigd op grond van artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO, te weten ontslag vanwege opheffing van de betrekking vanwege daling van de materiele bekostiging en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:48:1 tot en met 4:48:5 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.

Artikel

4:48:1

Meedelen reden ontslag aan werknemer

Artikel

4:48:2

Daling materiele bekostiging per 1 januari 2020

Artikel

4:48:3

beëindiging dienstverband

Artikel

4:48:4

Afvloeiingsvolgorde

Als er meerdere ontslagen gemeld worden, overlegt de werkgever de onderlinge volgorde van ontslag. Hierbij zijn voor personeel in vaste dienst de geldende regels t.a.v. de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. Een vergoedingsverzoek in geval van ontslag van personeel in vaste dienst, terwijl personeel in tijdelijke dienst gehandhaafd blijft, is niet mogelijk op grond van dit artikel.

Artikel

4:48:5

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:49

Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband

Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a van de CAO PO voert en er is sprake van daling van de bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als ontslag is verleend op grond van artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:49:1 tot en met 4:49:8 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.

Artikel

4:49:1

Meedelen reden ontslag aan werknemer

Artikel

4:49:2

Daling bekostiging volgens vergelijking

Artikel

4:49:3

Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis

Artikel

4:49:4

Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend

In geval van ontslag geeft de werkgever aan of er op de datum van beëindiging van het dienstverband sprake is van:

  • i.

    personeel in tijdelijke dienst dat gehandhaafd blijft;

  • ii.

    personeel in tijdelijke dienst dat, in de periode tussen de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is benoemd;

  • iii.

    personeel in vaste of tijdelijke dienst dat, in de periode tussen de datum van ontslagaanzegging en de ontslagdatum een uitbreiding van de betrekking heeft gehad;

  • iv.

    personeel dat, in de periode tussen de datum van ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is getreden;

  • v.

    een vacature op de datum van ontslag;

Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat het personeel betreft dat werkzaam is in dezelfde functie als die van de ontslagen werknemer/werknemers, dan wordt het bedrag dat gemoeid is met de daling, genoemd in artikel 4:49:2 verminderd met het bedrag dat gemoeid is met het in dienst houden of nemen van personeel genoemd in i. tot en met iv. respectievelijk met het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de ontslagen werknemer die niet in de vacature, genoemd onder v. is benoemd.

Artikel

4:49:5

Afvloeiingsvolgorde

Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd.

Artikel

4:49:6

Toetsingsdatum

Artikel

4:49:7

Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie

Artikel

4:49:8

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:50

Grondslag vergoedingsverzoek: Ontslag vanwege opheffing betrekking vanwege de daling of beëindiging van een landelijke door de overheid beschikbaar gestelde subsidie voor werkgever met ontslagbeleid

Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a van de CAO PO voert en er is sprake van een daling of beëindiging van een landelijke door de overheid beschikbaar gestelde subsidie, waaronder ook begrepen subsidie voor een combinatiefunctie als bedoeld in het document ‘bestuurlijke afspraken Impuls brede scholen’, dan komen vergoedingsverzoeken voor toewijzing in aanmerking als ontslag is verleend op grond van artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:50:1 tot en met 4:50:3 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.

Artikel

4:50:1

Meedelen reden ontslag aan werknemer

Artikel

4:50:2

Daling of beëindiging van een landelijk door de overheid beschikbare gestelde subsidie

Artikel

4:50:3

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Paragraaf

4.4

Formatieve beëindigingsgronden bij een tijdelijk dienstverband

Artikel

4:51

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege opheffing van de betrekking vanwege daling of beëindiging van een landelijke subsidie

Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet vanwege de opheffing van de betrekking zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO, vanwege daling of beëindiging van een landelijke subsidie, waaronder ook begrepen subsidie voor een combinatiefunctie als bedoeld in het document ‘bestuurlijke afspraken Impuls brede scholen’, dan komt de werkgever die de regeling werkgelegenheidsbeleid of ontslagbeleid, artikel 10.2 en 10.4a van de CAO PO, hanteert voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden van artikel 4:51:1 tot en met 4:51:2 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:51:1

Daling of beëindiging van een landelijk door de overheid beschikbare gestelde subsidie

Artikel

4:51:2

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:52

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege opheffing van de betrekking voor werkgever met ontslagbeleid

Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a van de CAO PO hanteert, en er is sprake van daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband dat voor bepaalde tijd is aangegaan na het verstrijken van de tijd waarvoor deze is aangegaan niet is voortgezet met als reden, opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking als bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:52:1 tot en met 4:52:7 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.

Artikel

4:52:1

Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking

Artikel

4:52:2

Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis

Artikel

4:52:3

Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend

Indien de werkgever van een werknemer het tijdelijk dienstverband niet heeft voortgezet, dan geeft hij aan dat er op de datum waarop het dienstverband van rechtswege eindigde, geen vacature voor de functie van werknemer was waarin de werknemer benoemd had kunnen worden.

Artikel

4:52:4

Uitgestelde beëindiging van het dienstverband

Indien er sprake is van uitgestelde beëindiging van een dienstverband, dan wordt de vergelijking op bestuursniveau over drie schooljaren gemaakt. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals beschreven in artikel 4:52:1 in de schooljaren 2017 – 2018, 2018 – 2019 en 2019 – 2020 vergeleken. Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum waarop het dienstverband beëindigd is, ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband.

De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2018 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband.

Artikel

4:52:5

Vergelijking per onderwijssoort

Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die wordt geconfronteerd met een daling van de rijksbekostiging maakt de vergelijking, zoals genoemd in artikel 4:52:1 voor de onderwijssoort waar de daling zich heeft voorgedaan. Is er een daling bij beide schoolsoorten dan maakt de werkgever per schoolsoort een vergelijking.

Artikel

4:52:6

Toetsingsdatum

Artikel

4:52:7

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:53

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege opheffing van de betrekking voor werkgever met werkgelegenheidsbeleid

Als de werkgever, die werkgelegenheidsbeleid als bedoeld in artikel 10.2 van de CAO PO voert en er is sprake van daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband dat voor bepaalde tijd is aangegaan op grond van artikel 3.8, eerste en tweede lid van de CAO PO na het verstrijken van de tijd waarvoor deze is aangegaan, niet is voortgezet met als reden, opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:53:1 tot en met 4:53:5 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.

Artikel

4:53:1

Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking in geval van werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet wordt voortgezet

Artikel

4:53:2

Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis in geval van werknemers van wie het tijdelijke dienstverband niet wordt voortgezet

Artikel

4:53:3

Uitgestelde beëindiging van het dienstverband

Indien er sprake is van uitgestelde beëindiging van een dienstverband, dan wordt de vergelijking op bestuursniveau over drie schooljaren gemaakt. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals beschreven in artikel 4:53:1 in de schooljaren 2017 – 2018, 2018 – 2019 en 2019 – 2020 vergeleken. Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum waarop het dienstverband beëindigd is, ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband.

De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2018 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband.

Artikel

4:53:4

Toetsingsdatum

Artikel

4:53:5

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:54

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege reorganisatie

Als de werkgever met de centrales in het DGO overleg heeft gevoerd over de rechtspositionele gevolgen van een reorganisatie als bedoeld in artikel 13.2, vijfde lid, onder a van de CAO PO en in dat kader een met de bonden overeengekomen sociaal plan, zoals bedoeld in artikel 10.3 van de CAO PO uitvoert of heeft uitgevoerd, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband dat voor bepaalde tijd is aangegaan na het verstrijken van de tijd waarvoor deze is aangegaan, niet is voortgezet met als reden, opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO wegens reorganisatie en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:54:1 tot en met 4:54:3 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.

Artikel

4:54:1

Reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer meedelen

Artikel

4:54:2

Sociaal Plan

Artikel

4:54:3

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:55

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband van schoonmaakpersoneel wegens daling van de materiele bekostiging

Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a van de CAO PO voert en er is sprake van daling van de materiele bekostiging dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband voor schoonmaakpersoneel dat voor bepaalde tijd is aangegaan na het verstrijken van de tijd waarvoor deze is aangegaan, niet is voortgezet met als reden, opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO vanwege daling van de materiele bekostiging en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:55:1 tot en met 4:55:3 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.

Artikel

4:55:1

Daling materiele bekostiging per 1 januari 2020

Artikel

4:55:2

Beëindiging dienstverband

Artikel

4:55:3

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:56

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege opheffing betrekking Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband

Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a van de CAO PO voert en er is sprake van daling van de bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband, dan komen vergoedingsverzoeken voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband dat voor bepaalde tijd is aangegaan na het verstrijken van de tijd waarvoor deze is aangegaan, niet is voortgezet met als reden, opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:56:1 tot en met 4:56:6 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.

Artikel

4:56:1

Daling bekostiging volgens vergelijking

Artikel

4:56:2

Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis

Artikel

4:56:3

Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend

Indien de werkgever van een werknemer het tijdelijk dienstverband niet heeft voortgezet, dan geeft hij aan dat er op de datum waarop het dienstverband van rechtswege eindigde, geen vacature voor de functie van werknemer was waarin de werknemer benoemd had kunnen worden.

Artikel

4:56:4

Toetsingsdatum

Artikel

4:56:5

Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie

Artikel

4:56:6

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Paragraaf

4.5

Beëindigingsgronden passend onderwijs bij een vast dienstverband

Artikel

4:57

Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking voor werkgevers met ontslagbeleid wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, als gevolg van de invoering van passend onderwijs

Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a van de CAO PO en er is ontslag verleend op grond van artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden als gevolg van de invoering van passend onderwijs, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:57:1 tot en met 4:57:9 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:57:1

Meedelen reden ontslag aan werknemer

Artikel

4:57:2

Overleg, gericht op overeenstemming conform vigerende regel overlegprotocol

Artikel

4:57:3

Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking

Artikel

4:57:4

Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis

Artikel

4:57:5

Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend

Artikel

4:57:6

Afvloeiingsvolgorde

Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd.

Artikel

4:57:7

Vergelijking per onderwijssoort

Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die wordt geconfronteerd met een daling van de rijksbekostiging maakt de vergelijking, zoals genoemd in artikel 4:57:3 voor de onderwijssoort waar de daling zich heeft voorgedaan. Is er een daling bij beide schoolsoorten dan maakt de werkgever per schoolsoort een vergelijking.

Artikel

4:57:8

Toetsingsdatum

Artikel

4:57:9

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:58

Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking voor werkgevers die ten behoeve van de personele gevolgen passend onderwijs een sociaal plan met de vakbonden overeengekomen zijn

Als de werkgever ontslag verleend op grond van artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking, wegens daling van de financiële bijdragen van derden als gevolg van de invoering passend onderwijs, een sociaal plan is overeengekomen met de vakcentrales, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:58:1 tot en met 4:58:5 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:58:1

Meedelen reden ontslag aan werknemer

Artikel

4:58:2

Sociaal Plan in geval daling bekostiging als gevolg van de invoering passend onderwijs

Artikel

4:58:3

Sociaal Plan in geval van werknemers van wie het vaste dienstverband wordt beëindigd

Artikel

4:58:4

Toetsingsdatum

Artikel

4:58:5

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:59

Grondslag vergoedingsverzoek: gewichtige omstandigheden, te weten kwalitatieve fricties als gevolg van de invoering van passend onderwijs

Als ontslag is verleend op grond van artikel 3.11, eerste lid, onder h van de CAO PO, met als reden dat er naar het oordeel van de werkgever sprake is gewichtige omstandigheden, te weten kwalitatieve fricties als gevolg van de invoering van passend onderwijs, omdat het naar het oordeel van de werkgever anders onmogelijk wordt het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:59:1 tot en met 4:59:9 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:59:1

Meedelen reden ontslag aan werknemer

Artikel

4:59:2

Overleg, gericht op overeenstemming conform vigerende regel overlegprotocol

De werkgever toont aan met ter zake overtuigende documenten dat hij volgens de strekking van het tripartiet convenant over de personele gevolgen overleg heeft gevoerd met het samenwerkingsverband, de betrokken besturen en de vakorganisaties, gericht op overeenstemming conform de vigerende regels van het overlegprotocol.

Artikel

4:59:3

Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking

Artikel

4:59:4

Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis

Artikel

4:59:5

Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend

Artikel

4:59:6

Afvloeiingsvolgorde

Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd.

Artikel

4:59:7

Vergelijking per onderwijssoort

Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die wordt geconfronteerd met een daling van de rijksbekostiging maakt de vergelijking, zoals genoemd in artikel 4:59:3 voor de onderwijssoort waar de daling zich heeft voorgedaan. Is er een daling bij beide schoolsoorten dan maakt de werkgever per schoolsoort een vergelijking.

Artikel

4:59:8

Toetsingsdatum

Artikel

4:59:9

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Paragraaf

4.6

beëindigingsgronden passend onderwijs bij tijdelijk dienstverband

Artikel

4:60

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege opheffing betrekking wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, als gevolg van de invoering van passend onderwijs

Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a van de CAO PO hanteert, en er is sprake van daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden als gevolg van de invoering van passend onderwijs, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband dat voor bepaalde tijd is aangegaan na het verstrijken van de tijd waarvoor deze is aangegaan niet is voortgezet met als reden, opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:60:1 tot en met 4:60:8 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.

Artikel

4:60:1

Overleg, gericht op overeenstemming conform vigerende regel overlegprotocol

Artikel

4:60:2

Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking

Artikel

4:60:3

Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis

Artikel

4:60:4

Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend

Indien de werkgever van een werknemer het tijdelijk dienstverband niet heeft voortgezet, dan geeft hij aan dat er op de datum waarop het dienstverband van rechtswege eindigde, geen vacature voor de functie van werknemer was waarin de werknemer benoemd had kunnen worden.

Artikel

4:60:5

Afvloeiingsvolgorde

Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd.

Artikel

4:60:6

Vergelijking per onderwijssoort

Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die wordt geconfronteerd met een daling van de rijksbekostiging maakt de vergelijking, zoals genoemd in artikel 4:60:2 voor de onderwijssoort waar de daling zich heeft voorgedaan. Is er een daling bij beide schoolsoorten dan maakt de werkgever per schoolsoort een vergelijking.

Artikel

4:60:7

Toetsingsdatum

Artikel

4:60:8

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:61

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege opheffing betrekking wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, voor werkgevers die ten behoeve van de personele gevolgen passend onderwijs een sociaal plan met de vakbonden overeengekomen zijn

Als de werkgever met de centrales in het DGO overleg heeft gevoerd over de rechtspositionele gevolgen van de invoering van passend onderwijs, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband dat voor bepaalde tijd is aangegaan na het verstrijken van de tijd waarvoor deze is aangegaan, niet is voortgezet met als reden, opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO wegens de invoering van passend onderwijs en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:61:1 tot en met 4:61:3 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.

Artikel

4:61:1

Sociaal Plan in geval daling bekostiging als gevolg van de invoering passend onderwijs

Artikel

4:61:2

Sociaal Plan

Artikel

4:61:3

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Artikel

4:62

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege gewichtige omstandigheden, te weten kwalitatieve fricties als gevolg van de invoering van passend onderwijs

Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werkgever van oordeel is dat er sprake is gewichtige omstandigheden zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder h van de CAO PO, vanwege kwalitatieve fricties, als gevolg van de invoering van passend onderwijs, omdat naar het oordeel van de werkgever het anders onmogelijk wordt het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:62:1 tot en met 4:62:9 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:62:1

Meedelen reden niet voortzetten aan werknemer

Artikel

4:62:2

Overleg, gericht op overeenstemming conform vigerende regel overlegprotocol

De werkgever toont aan met ter zake overtuigende documenten dat hij volgens de strekking van het tripartiet convenant over de personele gevolgen overleg heeft gevoerd met het samenwerkingsverband, de betrokken besturen en de vakorganisaties, gericht op overeenstemming conform de vigerende regels van het overlegprotocol.

Artikel

4:62:3

Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking

Artikel

4:62:4

Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis

Artikel

4:62:5

Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend

Artikel

4:62:6

Afvloeiingsvolgorde

Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd.

Artikel

4:62:7

Vergelijking per onderwijssoort

Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die wordt geconfronteerd met een daling van de rijksbekostiging maakt de vergelijking, zoals genoemd in artikel 4:62:3 voor de onderwijssoort waar de daling zich heeft voorgedaan. Is er een daling bij beide schoolsoorten dan maakt de werkgever per schoolsoort een vergelijking.

Artikel

4:62:8

Toetsingsdatum

Artikel

4:62:9

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Paragraaf

4.7

Beëindigingsgrond: beëindiging participatiebaan

Artikel

4:63

Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging participatiebaan

Indien er sprake is van de beëindiging van een dienstverband van een personeelslid, dat werkzaam is op basis van een participatiebaan als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder d van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:63:1 en 4:63:2 heeft voldaan en de in dit artikel genoemde document heeft overgelegd.

Artikel

4:63:1

Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer

Artikel

4:63:2

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

Paragraaf

4.8

Beëindigingsgrond dienstverbanden ten behoeve van vervanging

Artikel

4:64

Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband ten behoeve van vervanging als bedoeld in Bijlage IA.1, onder b, Bijlage IA.2 en Bijlage IA.3 van de CAO PO 2016-2017

Indien er sprake is van het niet voortzetten van een dienstverband van een personeelslid, dat werkzaam is op basis van een tijdelijk dienstverband als bedoeld in Bijlage IA.1, onder b, Bijlage IA.2 en Bijlage IA.3 van de CAO PO 2016-2017, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:64:1 tot en met 4:64:3 heeft voldaan en de in dit artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel

4:64:1

Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer

Artikel

4:64:2

Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie

Artikel

4:64:3

Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten de eigen organisatie

Hoofdstuk

5

Beëndigingsgronden openbaar onderwijs

(Vervallen)

Hoofdstuk

6

Slotbepalingen

Artikel

6:1

Citeerregel

Dit reglement kan worden aangehaald als het ‘Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra 2020’.

Artikel

6:2

Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking met ingang van de dag volgend op die, waarop het in de Staatscourant is gepubliceerd en heeft betrekking op alle dienstverbanden die zijn of worden beëindigd dan wel niet worden voortgezet in de periode 1 januari 2020 tot en met 31 juli 2020.

Artikel

6:3

Bekendmaking

Artikel

6:4

Wijziging of afwijking van het reglement

Het bestuur van het Participatiefonds is gerechtigd dit reglement op ieder moment aan te passen indien daar aanleiding toe is. Om zwaarwegende redenen kan het bestuur van het Participatiefonds afwijken van hetgeen in het reglement gesteld is.

Artikel

6:5

Onvoorziene omstandigheden

In gevallen waarin het reglement niet voorziet, beslist het bestuur van het Participatiefonds.

Artikel

6:6

Toelichting en bestuursvoorschriften

Bijlage

1

Modelverklaring gesprekkencyclus

Naam werkgever:

Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:

Functie:

Werkgevernummer:

Naam werknemer:

BSN:

Werkgever en werknemer verklaren dat ze meerdere gesprekken met elkaar hebben gevoerd.

Tijdens de gesprekken zijn tenminste de volgende onderwerpen aan de orde geweest:

  • de door de werkgever geconstateerde knelpunten in het functioneren van de werknemer;

  • de door de werkgever noodzakelijke geachte verbetering in het functioneren van de werknemer;

  • de wijze waarop de werknemer met interne of externe ondersteuning de genoemde verbetering van zijn functioneren moest bereiken en de periode waarbinnen hij deze verbetering gerealiseerd moest hebben;

  • de mededeling van de werkgever aan de werknemer dat hij tot de conclusie is gekomen dat het verbetertraject niet of onvoldoende heeft geleid tot de noodzakelijke verbetering in het functioneren.

Datum:

Plaats:

Werkgever

werknemer

Naam:

Naam:

Handtekening:

Handtekening:

Bijlage

2

Modelverklaring gesprekkencyclus ziekte en arbeidsongeschiktheid

Naam werkgever:

Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:

Functie:

Werkgevernummer:

Naam werknemer:

BSN:

Werkgever en werknemer verklaren dat ze meerdere gesprekken met elkaar hebben gevoerd.

Tijdens de gesprekken zijn tenminste de volgende onderwerpen aan de orde geweest:

  • Welke beperkingen de werknemer heeft voor het uitoefenen van zijn eigen functie;

  • De mogelijkheden die zijn onderzocht om zijn functie aan diens beperkingen aan te passen;

  • De conclusie van de werkgever dat het niet mogelijk is de eigen functie van de werknemer aan te passen.

Datum:

Plaats:

Werkgever

werknemer

Naam:

Naam:

Handtekening:

Handtekening:

Bijlage

3

Modelverklaring herplaatsingsonderzoek

Naam werkgever:

Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:

Functie:

Werkgevernummer:

Naam werknemer:

BSN:

De werkgever en werknemer hebben met elkaar de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie besproken. De werkgever heeft de werknemer tenminste geïnformeerd over:

  • de wijze waarop de werkgever herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft onderzocht;

  • de conclusie van werkgever dat herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn.

Datum:

Plaats:

Werkgever

werknemer

Naam:

Naam:

Handtekening:

Handtekening:

Bijlage

4

Modelverklaring herplaatsingsonderzoek ziekte en arbeidsongeschiktheid

Naam werkgever:

Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:

Functie:

Werkgevernummer:

Naam werknemer:

BSN:

De werkgever en werknemer hebben met elkaar gesproken over herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie. De werkgever heeft de werknemer er tenminste over geïnformeerd dat:

  • uit zorgvuldig onderzoek is gebleken dat voor de werknemer geen reële herplaatsingsmogelijkheden zijn

  • de werkgever bij het onderzoek ook het resultaat van de WIA-claimbeoordeling heeft betrokken en indien er deskundigenoordeel van het UWV is aangevraagd, ook het deskundigenoordeel.

Datum:

Plaats:

Werkgever

werknemer

Naam:

Naam:

Handtekening:

Handtekening:

Bijlage

5

Modelverklaring aanbod ondersteuning extern

Naam werkgever:

Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:

Functie:

Werkgevernummer:

Naam werknemer:

BSN:

De werkgever verklaart de volgende activiteiten te hebben ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk:

Sollicitatietraining

Ja/nee

Netwerktraining

Ja/nee

Coaching

Ja/nee

Jobhunting

Ja/nee

Capaciteitenonderzoek zelfstandig ondernemerschap

Ja/nee

CV- en sollicitatiebriefcheck

Ja/nee

Begeleiding gericht op zelfstandig ondernemerschap

Ja/nee

Omscholing

Ja/nee

Outplacement

Ja/nee

Andere begeleiding gericht op het vinden van een baan elders

Ja/nee

Totaalbedrag

Datum:

Plaats:

Werkgever

Werknemer

Naam:

Naam:

Handtekening:

Handtekening:

De waarde is afhankelijk van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigen:

bij een vast dienstverband, een bedrag van:

  • a.

    ten minste € 3.000,– bij een dienstverband van minder dan 10 jaar;

  • b.

    ten minste € 4.000,– bij een dienstverband van ten minste 10 jaar maar minder dan 20 jaren;

  • c.

    ten minste € 5.000,– bij een dienstverband van ten minste 20 jaren.

bij een tijdelijke dienstverband:

  • a.

    ten minste € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden;

  • b.

    ten minste € 1.000,– bij een dienstverband van tenminste 6 maanden.

bij de beëindiging van een participatiebaan (artikel 4:63 en 5:66)

  • a.

    ten minste € 500,– bij een dienstverband van minder dan 12 maanden;

  • b.

    ten minste € 1.000,– bij een dienstverband van 12 maanden of langer.

bij een dienstverband in het kader van vervanging (artikel 4:64 en 5:67):

  • a.

    € 100,– per afgeronde maand dat de werknemer in dienst is geweest, tot een maximum van € 1.000,–.

Bijlage

6

Modelbrief verlengd aanbod ondersteuning extern

Geachte ......,

Op (Vul in: datum einde dienstverband) wordt uw dienstverband als (Vul in: functie) bij (Vul in: naam van de school), een van de scholen van (vul in: naam werkgever) beëindigd.

Op (Vul in: datum schriftelijk aanbod ondersteuning) hebben wij u schriftelijk ondersteuning aangeboden bij het verwerven van een werkkring buiten onze organisatie.

Tot op heden heeft u nog geen gebruik gemaakt van ons aanbod.

Hierbij bieden wij u wederom ondersteuning aan bij het verwerven van een werkkring buiten onze organisatie. Als u aanspraak maakt op een WW-uitkering dan blijft ons eerder aanbod voor de ondersteuning van kracht gedurende de eerste drie maanden na de eerste WW-dag. Voor informatie over ons aanbod verwijzen wij u naar de bijlage (Als bijlage toevoegen: schriftelijk aanbod externe ondersteuning).

Wij wijzen u er op dat, indien u een recht op een WW-uitkering wordt toegekend, u verplicht bent mee te werken aan uw re-integratie op de arbeidsmarkt. Indien u niet meewerkt aan uw re-integratie dan kan het UWV hier consequenties aan verbinden in de vorm van een financiële sanctie.

Hoogachtend,

...

Getekend d.d...............te...............................

Bijlage

7

Modelverklaring daling bekostiging bij werkgelegenheidsbeleid

Naam werkgever:

Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:

Functie:

Werkgevernummer:

De werkgever verklaart dat:

  • a.

    zich in één of meer achterliggende schooljaren, direct voorafgaand aan de beëindiging van het dienstverband, een daling in de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden heeft voorgedaan en

  • b.

    de werkgever uitsluitend als gevolg van deze daling in de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon handhaven en

  • c.

    er derhalve aan het beëindigen van het dienstverband niet (mede) andere redenen van financiële aard ten grondslag liggen dan genoemde daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden.

Datum:

Plaats:

Werkgever

Naam:

Handtekening:

Bijlage

8

Modelverklaring daling financiele bijdrage van derden als gevolg van de invoering passend onderwijs

Naam werkgever:

Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:

Functie:

Werkgevernummer:

De werkgever verklaart dat:

  • a.

    direct voorafgaand aan de beëindiging van het dienstverband, een daling van financiële bijdragen van derden als gevolg van de invoering passend onderwijs heeft voorgedaan en

  • b.

    de werkgever uitsluitend als gevolg van deze financiële bijdrage van derden werkgelegenheidsgarantie niet meer kon handhaven en

  • c.

    er derhalve aan het beëindigen van het dienstverband niet (mede) andere redenen van financiële aard ten grondslag liggen dan genoemde daling van financiële bijdragen van derden.

Datum:

Plaats:

Werkgever

Naam:

Handtekening:

Bijlage

9

Verzoek vrijstellingsregeling van toetsing aan de voorwaarden van het Reglement

Naam werkgever:

Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:

Functie:

Werkgevernummer:

De werkgever wenst, op grond van artikel 3:3, derde lid, in aanmerking te komen voor een vrijstelling van de toetsing van de volgende voorwaarden:

  • reden beëindiging dienstverband

  • vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden

  • behoud eigen organisatie

  • behoud eigen functie

De werkgever voegt bewijsstukken / ter zake overtuigende documenten toe waaruit blijkt dat UWV de ontslagvergunning heeft verleend voor het dienstverband waarop het vergoedingsverzoek betrekking heeft.

Datum:

Plaats:

Werkgever

Naam:

Handtekening:

Bijlage

10

Verklaring uitkeringsverleden

Hierbij verklaar ik (naam) ..........................................

met BSN................................................

dat ik direct voorafgaand het in dienst treden d.d. ...........................

bij schoolbestuur.....................................................................................

met BRINnummer.............................................. (in te vullen door schoolbestuur) meer dan 8 weken een uitkering heb ontvangen vanuit een dienstverband onder de cao PO of cao bestuurders.

Hierbij geef ik toestemming aan mijn werkgever, indien gewenst, om bovenstaande verklaring bij het Participatiefonds te verifiëren, zodat mijn werkgever weet dat ik onder de doelgroep van de vrijstellingsregeling voor de instroomtoets val.

Heeft u als werknemer/uitkeringsgerechtigde nog vragen, kunt u altijd contact opnemen met uw casemanager bij het Participatiefonds.

Datum ondertekening:........................

Naam werknemer/uitkeringsgerechtigde:

Handtekening werknemer/ uitkeringsgerechtigde:

Datum ondertekening:........................

Geverifieerd door (naam casemanager):

Handtekening casemanager:

Dit formulier kan ingevuld gemaild worden naar casemanagement@vfpf.org. Voor vragen kunt u altijd contact opnemen met de afdeling Casemanagement op 010-2177630. Voor vragen over privacy en het gebruik van uw persoonsgegevens door het Participatiefonds kunt u het privacystatement op onze website raadplegen.