Artikel
1
Begripsbepalingen
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
-
a.
rijksdienst: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed,
-
b.
algemeen directeur: algemeen directeur van de rijksdienst,
-
c.
directeur: directeur die aan het hoofd staat van de afdelingen als bedoeld in bijlage 1 bij dit besluit,
-
d.
hoofd: degene die aan het hoofd staat van een afdeling als bedoeld in bijlage 1 bij dit besluit,
-
e.
programmamanager: degene die uit hoofde van zijn functie leiding geeft aan een programma en die in bijlage 2 bij dit besluit is vermeld,
-
f.
programmaleider: degene die leiding geeft aan een programma en die in bijlage 2 bij dit besluit is vermeld,
-
g.
projectleider: degene die leiding geeft aan een project en die in bijlage 2 bij dit besluit is vermeld,
-
h.
adviseur regio: medewerker die als adviseur werkzaam is bij een regio en belast is met taken op het specifieke gebied van respectievelijk archeologie, archeologie en cultuurlandschap, architectuur-historie, bouwkunde of erfgoed en ruimte en genoemd wordt in bijlage 2 bij dit besluit,
-
i.
jurist: medewerker die als jurist werkzaam is en genoemd wordt in bijlage 2 bij dit besluit,
-
j.
specialist archeologie: medewerker die als specialist werkzaam is op het terrein van de archeologie en genoemd wordt in bijlage 2 bij dit besluit,
-
k.
specialist conservering & restauratie: medewerker die als specialist werkzaam is op het terrein van conservering & restauratie en genoemd wordt in bijlage 2 bij dit besluit,
-
l.
specialist informatie- en bedrijfssystemen: medewerker die als specialist in de rol van contractmanager werkzaam is op het terrein van informatie- en bedrijfssystemen en genoemd wordt in bijlage 2 bij dit besluit,
-
m.
specialist maritiem: medewerker die als specialist werkzaam is op het terrein van maritiem erfgoed en genoemd wordt in bijlage 2 bij dit besluit.