Artikel
1
Begripsbepaling
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
aangiftetijdvak: het tijdvak van een kalendermaand of vier aaneengesloten weken als bedoeld in artikel 28 van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994;
-
loon: het loon, bedoeld in artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen, voor zover het betreft loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en met uitzondering van loondervingsuitkeringen;
-
loondervingsuitkering: een uitkering of inkomensvoorziening op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Algemene nabestaandenwet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemer en de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen;
-
de Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
-
pensioengerechtigde leeftijd: de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet;
-
UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisaties werk en inkomen;
-
werkgever: een werkgever als bedoeld in artikel 1, onderdeel q, van de Wet financiering sociale verzekeringen;
-
werknemer: een werknemer als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Wet financiering sociale verzekeringen.