Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
aanvullende activiteiten: activiteiten als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a en b;
-
buitenland: landen die lid zijn van de Europese Economische Ruimte en Zwitserland, met uitzondering van Nederland en Caribisch Nederland; Caribisch Nederland: Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
-
contacturen:
-
a.
voor een subsidie als bedoeld in paragraaf 2: aantal uren feitelijk contact tussen een werknemer of een groep van werknemers en een of meer taaldocenten;
-
b.
voor een subsidie als bedoeld in paragraaf 3: aantal uren feitelijk contact tussen een ouder of een groep van ouders en een of meer personen die de cursus verzorgen;
-
a.
-
cursus:
-
a.
voor een subsidie als bedoeld in paragraaf 3: cursus als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, en tweede lid;
-
b.
voor een subsidie als bedoeld in paragraaf 4: cursus als bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder a en b;
-
a.
-
dienstbetrekking:
-
a.
dienstbetrekking gebaseerd op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in de artikelen 610 en 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
-
b.
arbeidsovereenkomst gebaseerd op artikel 1 van de Ambtenarenwet 2017 of artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening;
-
c.
overeenkomst van opdracht als bedoeld in artikel 400 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
-
d.
een dienstbetrekking in het buitenland, vergelijkbaar met een dienstbetrekking als bedoeld onder a, b of c;
-
a.
-
digitale vaardigheden: vaardigheden in het gebruik van herkenbare digitale toepassingen binnen de alledaagse leef-, werk- en leeromgeving en het verrichten van de meest voorkomende handelingen op de domeinen:
-
a.
het gebruik van ICT-systemen;
-
b.
beveiliging, privacy en ergonomie;
-
c.
het zoeken van informatie;
-
d.
het verwerken en presenteren van informatie; en
-
e.
communicatie;
-
a.
-
experiment: experiment als bedoeld in artikel 20, eerste lid;
-
experiment gericht op bereik: experiment als bedoeld in artikel 20, aanhef en eerste lid, onder a;
-
inburgeringscursus: geheel van activiteiten dat wordt uitgevoerd ter voorbereiding op het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inburgering, of ter voorbereiding op het staatsexamen Nederlands als tweede taal;
-
Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
-
minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
-
nazorg: nazorg als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b;
-
O&O-fonds: Opleidings- en Ontwikkelfonds, opgericht bij een bij de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangemelde collectieve arbeidsovereenkomst;
-
opleider: opleider als bedoeld in artikel 7 waarvoor de taaldocent werkzaam is;
-
opleidingstraject: opleidingstraject als bedoeld in artikel 5, eerste lid;
-
ouder:
-
a.
natuurlijke ouder of adoptiefouder in de zin van de artikelen 197 tot en met 232 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek van een minderjarige;
-
b.
voogd in de zin van de artikelen 280 tot en met 301 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek van een minderjarige;
-
c.
verzorger die een minderjarige verzorgt en opvoedt zonder dat hem het gezag over die minderjarige toekomt;
-
a.
-
overige activiteiten: activiteiten als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder b, en derde lid;
-
rekenvaardigheden: vaardigheden op het gebied van getallen, verhoudingen, meten en meetkunde, of verbanden;
-
taaldocent: docent als bedoeld in artikel 7;
-
taalvaardigheden: schrijfvaardigheid, leesvaardigheid, luistervaardigheid of spreekvaardigheid in de Nederlandse taal;
-
voorzorg: voorzorg als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a;
-
werkgever: natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde de Staat, een provincie, een waterschap, een gemeente of een buitenlands overheidsorgaan, waarbij werknemers in dienstbetrekking werkzaam zijn;
-
werknemer: natuurlijke persoon die een dienstbetrekking heeft bij een werkgever.