Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 7 december 2020, MBO/26228811, houdende regels voor subsidieverstrekking voor de aanpak van laaggeletterdheid (Subsidieregeling Tel mee met Taal 2021-2024)

Subsidieregeling Tel mee met Taal 2021-2024

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel

3

Te subsidiëren activiteiten

Artikel

4

De subsidieaanvraag

§

2

Subsidie voor activiteiten voor laaggeletterde werknemers

Artikel

5

Subsidie voor activiteiten voor laaggeletterde werknemers

Artikel

6

Penvoerderschap

Artikel

7

Taaldocent opleidingstrajecten

Artikel

8

Te subsidiëren kosten

Alleen de directe kosten voor het uitvoeren van de activiteiten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, zijn subsidiabel. Voor deze directe kosten geldt dat zij:

  • a.

    per opleidingstraject niet meer dan € 150,– per contactuur mogen bedragen;

  • b.

    per opleidingstraject niet meer dan € 1.500,– per werknemer mogen bedragen;

  • c.

    voor de eventuele voorzorg niet meer dan 5% van de subsidiabele kosten voor het opleidingstraject of in het geval van meerdere opleidingstrajecten, niet meer dan 5% van de totale subsidiabele kosten van de opleidingstrajecten tezamen mogen bedragen; en

  • d.

    voor de eventuele nazorg niet meer dan 10% van de subsidiabele kosten voor het opleidingstraject, of in het geval van meerdere opleidingstrajecten, niet meer dan 10% van de totale subsidiabele kosten van de opleidingstrajecten tezamen mogen bedragen.

Artikel

9

Omvang subsidie en eigen bijdrage of bijdragen van derden

Artikel

10

Subsidieplafond en wijze van verdeling beschikbare middelen

Artikel

11

Eisen subsidieaanvraag

Artikel

12

Verplichtingen

§

3

Subsidie voor activiteiten voor laaggeletterde ouders

Artikel

13

Subsidie voor activiteiten voor laaggeletterde ouders

Artikel

14

Penvoerderschap

Artikel

15

Te subsidiëren kosten

Artikel

16

Omvang subsidie en eigen bijdrage of bijdrage van derden

Artikel

17

Subsidieplafonds en wijze van verdeling beschikbare middelen

Artikel

18

Eisen subsidieaanvraag

Artikel

19

Verplichtingen

§

4

Subsidie voor experimenten

Artikel

20

Subsidie voor experimenten

Artikel

21

Penvoerderschap

Artikel

22

Te subsidiëren kosten

Alleen de directe kosten voor het uitvoeren van een experiment zijn subsidiabel.

Artikel

23

Omvang subsidie en eigen bijdrage of bijdragen van derden

Artikel

24

Subsidieplafond en loting

Artikel

25

Eisen subsidieaanvraag

Artikel

26

Beoordelingswijze

Artikel

27

Advisering door Expertisepunt Basisvaardigheden

De minister vraagt voor de beoordeling, bedoeld in artikel 26, advies aan het Expertisepunt Basisvaardigheden. De minister toetst de aanvragen die op grond van artikel 26 worden aangevraagd eerst op volledigheid alvorens deze aan het Expertisepunt Basisvaardigheden voor te leggen.

Artikel

28

Wijze van verdeling beschikbare middelen

Artikel

29

Verplichtingen

§

5

Verlenging afrondingstermijn, vaststelling en verantwoording, publicatie geleerde lessen en succesvolle voorbeelden

Artikel

30

Verlenging afrondingstermijn

De minister kan op verzoek van de aanvrager in uitzonderlijke gevallen besluiten tot een eenmalige verlenging van de afrondingstermijn, bedoeld in artikel 12, eerste lid, 19, eerste lid, of 29, eerste lid. Deze verlenging bedraagt ten hoogste twaalf maanden.

Artikel

31

Vaststelling en verantwoording voor aanvragers anders dan bekostigde onderwijsinstellingen

Artikel

32

Vaststelling en verantwoording voor bekostigde onderwijsinstellingen

Artikel

33

Publicatie geleerde lessen en succesvolle voorbeelden

§

6

Toepasselijkheid in Caribisch Nederland

Artikel

34

Toepasselijkheid in Caribisch Nederland

Artikel

35

Afwijking van en aanvulling op begripsbepalingen

Artikel

36

Afwijkingen van en aanvullingen op de paragrafen 2 tot en met 5

§

7

Slotbepalingen

Artikel

37

Inwerkingtreding en vervaldatum

Artikel

38

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Tel mee met Taal 2021-2024.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

Bijlage

1

Beoordelingskader experimenten

Deze bijlage behoort bij artikel 26, tweede lid, van de Subsidieregeling Tel mee met Taal 2021–2024.

Deze bijlage bevat het beoordelingskader voor de experimenten, bedoeld in artikel 20, eerste lid. Op grond van deze subsidieregeling kan subsidie worden aangevraagd voor praktijkgerichte experimenten, gericht op het beter kunnen bereiken van in Nederland woonachtige laaggeletterde personen zodat zij kunnen worden toegeleid naar cursussen gericht op het vergroten van een of meer taalvaardigheden, rekenvaardigheden of digitale vaardigheden. Daarbij gaat het om het vinden, motiveren voor en toeleiden naar (cursus)aanbod.

Alle (niet-uitgelote) projecten worden beoordeeld op:

  • A

    Relevantie van de aanvraag

  • B

    Kwaliteit van het activiteitenplan

  • C

    Uitvoerbaarheid en haalbaarheid

  • D

    Draagvlak en samenwerking

  • E

    Begroting

De beoordelingscriteria A (Relevantie van de aanvraag) en beoordelingscriterium B (Kwaliteit activiteitenplan) wegen zwaarder, namelijk ieder voor 30%. Beoordelingscriterium C (Uitvoerbaarheid en haalbaarheid) en beoordelingscriterium D (Draagvlak en samenwerking) wegen beide voor 15% mee. Ten slotte weegt beoordelingscriterium E (Begroting) voor 10% mee.

Beoordelingscriterium

A

Relevantie van de aanvraag

Deelaspecten Minimale vereisten Scoring

Het project biedt iets nieuws

  • 1.

    De aanvrager beschrijft in welke inhoudelijke lacunes het project voorziet. Voor dit deelaspect wordt een hogere score toegekend naarmate er beter blijk wordt gegeven van kennis over reeds bestaande en gebruikte methoden om de doelgroep laaggeletterden te bereiken, of van een aanpak om deze kennis te verwerven en te benutten bij de uitvoering van het project. Dit kan onder andere blijken uit:

    • 1.

      Een (beknopte) verwijzing naar eerdere onderzoeken, literatuur, methodieken etc. en een appreciatie hiervan.

    • 2.

      Een onderbouwde beschrijving van een lacune op basis van eigen ervaringen van de betrokken doelgroep, waarbij de lacune vanuit meerdere invalshoeken wordt beschreven.

Het project is zowel innovatief als praktijkgericht

  • 1.

    De aanvrager beschrijft de elementen die het project innovatief maken en beargumenteert waarom deze elementen innovatief zijn.

  • 2.

    De aanvrager beschrijft de elementen die het experiment praktijkgericht maken. Voor dit deelaspect wordt een hogere score toegekend naarmate de aanvrager beter beschrijft dat het project innovatief en praktijkgericht is, blijkend uit onder andere:

    • 1.

      Een heldere beschrijving van de element(en) die het project innovatief maken met een argumentatie waarom dat zo is, bijvoorbeeld omdat het gaat om een nog niet bestaande methodiek, of omdat de wijze waarop het experiment is vormgegeven vernieuwend is.

    • 2.

      Een heldere beschrijving van de elementen die het project praktijkgericht maken met een argumentatie waarom dat zo is. De aanvrager beschrijft hoe de innovatieve elementen in de praktijk worden ontwikkeld, toegepast en getest.

Beoordelingscriterium

B

kwaliteit activiteitenplan

Deelaspecten Minimale vereisten Scoring

De doelstellingen van het project zijn gericht op het beter bereiken van laaggeletterde personen of gericht op het verbeteren van de kwaliteit van het cursusaanbod voor deze doelgroep

  • 1.

    De aanvrager beschrijft helder wat doelstelling(en) van het experiment zijn (SMART geformuleerd).

  • 2.

    De aanvrager beschrijft helder wat de doelgroep is waar het experiment zich op richt, en op welke wijze ze participeren in het experiment.

  • 3.

    De aanvrager beschrijft helder op welke wijze het experiment wordt vormgegeven om de doelstellingen te bereiken. Voor dit deelaspect wordt een hogere score toegekend naarmate de aanvrager beter onderbouwt en beargumenteert hoe de doelstellingen en activiteiten van het project bijdragen aan het vergroten van het bereik van laaggeletterde personen, blijkend uit onder andere:

    • 1.

      Een heldere beschrijving van de doelstellingen en bijbehorende effecten die het project beoogt. Deze doelen zijn Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden (SMART) geformuleerd.

    • 2.

      Een beschrijving van de (sub)doelgroep(en) waarop de activiteiten zich richten, en de wijze waarop deze doelgroep(en) bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van de activiteiten betrokken worden

    • 3.

      Een heldere beschrijving van de projectorganisatie, die de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden bevat.

    • 4.

      Een heldere beschrijving van het profiel van de trekker(s) of projectleider(s).

    • 5.

      In het activiteitenplan wordt inzichtelijk gemaakt welke aanpakken, producten en processen het project beoogt te realiseren.

Er is aandacht voor borging en duurzaamheid De aanvrager beschrijft in het plan van aanpak op welke wijze de activiteiten en resultaten zich kunnen lenen voor voortzetting en opschaling na afloop van de subsidieperiode. Voor dit deelaspect wordt een hogere score toegekend naarmate de inzet en bereidheid om de samenwerking duurzaam neer te zetten groter is, blijkend uit onder andere:

  • 1.

    Een beschrijving van mogelijke partners die betrokken kunnen worden bij de opschaling van de activiteiten, met een argumentatie waarom dat zo is.

Beoordelingscriterium

C

Uitvoerbaarheid en haalbaarheid

Deelaspecten Minimale vereisten Scoring

De doelstellingen en activiteitenplanning zijn uitvoerbaar en haalbaar binnen de projectperiode. De aanvrager maakt de uitvoerbaarheid van het project inzichtelijk in een activiteitenplanning voor de projectperiode. Voor dit deelaspect wordt een hogere score toegekend naarmate de uitvoerbaarheid en haalbaarheid van de activiteitenplanning groter is, blijkend uit onder andere:

  • 1.

    Een uitgewerkt en realiseerbaar activiteitenplan voor de projectperiode, bestaande uit fasering, mijlpalen, beoogde (tussentijdse) resultaten, plus taakverdeling partners (wie doet wat wanneer?)

De project gerelateerde risico’s en de beheersmaatregelen zijn in kaart gebracht.

De aanvrager besteedt in het plan van aanpak voldoende aandacht aan de mogelijke risico’s en bijbehorende beheersmaatregelen. Voor dit deelaspect wordt een hogere score toegekend naarmate de risico’s beter worden beschreven en ondervangen in het plan van aanpak, blijkend uit:

  • 1.

    Een heldere beschrijving van de projectgebonden risico’s, waaruit blijkt dat er goed is nagedacht over mogelijke risicofactoren en knelpunten.

  • 2.

    Een beschrijving van mogelijke maatregelen als deze risico’s zich werkelijk voordoen.

Beoordelingscriterium

D

Draagvlak en samenwerking

Deelaspecten Draagvlak Minimale vereisten Scoring

Een gemeente ondersteunt de aanvraag De aanvrager maakt inzichtelijk op welke wijze de gemeente bijdraagt aan de gezamenlijke doelstellingen van het experiment. Voor dit deelaspect wordt een hogere score toegekend naarmate de betrokkenheid van de voorgestelde gemeente hoger is, blijkend uit onder andere:

  • 1.

    Een heldere beschrijving van de betrokkenheid van één of meerdere gemeenten tijdens de verschillende fases bij de uitvoering van de activiteiten.

Deelaspecten Samenwerking Minimale vereisten Scoring

De aanvrager werkt samen met andere partijen. De aanvrager maakt inzichtelijk op welke wijze de andere partijen bijdragen aan de gezamenlijke doelstellingen van het experiment.

Voor dit deelaspect wordt een hogere score toegekend naarmate de betrokkenheid van de voorgestelde partij of partijen hoger is, blijkend uit onder andere een heldere beschrijving van de betrokkenheid van één of meerdere partijen tijdens de verschillende fases bij de uitvoering van de activiteiten.

Beoordelingscriterium

E

Begroting

Deelaspecten Minimale vereisten Scoring

Er is een realistische begroting van de subsidiabele kosten. De aanvrager maakt een inzichtelijke en evenwichtige begroting, die voldoet aan de eisen van artikel 3.5 van de Kaderregeling. Voor dit deelaspect wordt een hogere score toegekend naarmate de doelstellingen zo efficiënt mogelijk worden bereikt, blijkend uit onder andere:

  • 1.

    De inzet van menskracht, geld en eventueel apparatuur staat in verhouding tot de beoogde resultaten.

  • 2.

    De kosten - waaronder de kosten van de projectorganisatie/projectmanagement - staan in verhouding tot de opbrengsten en resultaten die in het activiteitenplan zijn beschreven.

De vereiste eigen bijdrage of bijdragen van derden is aangetoond. De aanvrager maakt de eigen bijdrage of bijdragen van derden inzichtelijk en voldoet daarbij aan de kaders van de regeling. Voor dit deelaspect wordt een hogere score toegekend naarmate de eigen bijdrage of bijdragen van derden beter zijn geborgd voor de gehele subsidieperiode, blijkend uit onder andere:

  • 1.

    Er is duidelijk aangegeven hoe de eigen bijdrage of bijdragen van derden is opgebouwd en hoe deze verdeeld is over de partners.

  • 2.

    De eigen bijdrage of bijdragen van derden zijn voldoende om (tezamen met de rijkssubsidie) de kosten van het project te dekken.

  • 3.

    De eigen bijdrage of bijdragen van derden zijn voor de gehele subsidieperiode inzichtelijk.