Artikel
1
Voor de duur dat coördinatie van de programma’s rondom COVID-19 nodig wordt bevonden heeft een directeur de bevoegdheid om in naam van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport besluiten te nemen en privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten voor zover deze betrekking hebben op het werkterrein van deze COVID-19-programma’s. Voor specifiek deze werkzaamheden kan deze directeur tevens optreden als plaatsvervangend Directeur-Generaal, met inachtneming van de kaders zoals beschreven in de Mandaatregeling VWS, de Volmachtregeling VWS en de Volmachtregeling personele aangelegenheden VWS 2019.