Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Hoofdstuk

1

Begripsbepalingen

Artikel

1.1

Begripsbepalingen

In dit Reglement en de daarop berustende regelingen wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder:

  • bijzondere gedelegeerde: een door de Staten van Aruba, Curaçao of Sint Maarten afgevaardigde bijzondere gedelegeerde;

  • commissiegriffier: de door de Griffier aangewezen plaatsvervangende griffier die een commissie bijstaat;

  • commissie(onder)voorzitter: de (onder)voorzitter van een commissie;

  • gevolmachtigde minister: de Gevolmachtigde Minister van Aruba, Curaçao of Sint Maarten;

  • Griffier: de Griffier van de Kamer;

  • minister: een bij koninklijk besluit benoemde minister of staatssecretaris;

  • Ondervoorzitter: een Ondervoorzitter van de Kamer;

  • openbaar maken: het voor een ieder beschikbaar stellen op een openbare website;

  • oude samenstelling: de samenstelling van de Kamer, onmiddellijk voorafgaand aan de eerste vergadering van een nieuw gekozen Kamer;

  • stukken: archiefbescheiden als bedoeld in de Archiefwet 1995;

  • Voorzitter: de Voorzitter van de Kamer;

  • zitting: de periode waarin een gekozen Kamer werkzaam is, welke duurt vanaf de eerste vergadering van een nieuw gekozen Kamer tot aan de eerste vergadering van de daaropvolgende nieuw gekozen Kamer.

Hoofdstuk

2

Begin en einde van het lidmaatschap

Artikel

2.1

Toelating leden

Artikel

2.2

Verlies lidmaatschap

Hoofdstuk

3

De Voorzitter, de Ondervoorzitters en het Presidium

§

3.1

De Voorzitter

Artikel

3.1

Benoeming Voorzitter

Artikel

3.2

Taak Voorzitter

De Voorzitter is belast met:

  • a.

    het leiden van de werkzaamheden van de Kamer en het Presidium;

  • b.

    het doen naleven van dit Reglement;

  • c.

    het uitvoeren van door de Kamer genomen besluiten;

  • d.

    het vertegenwoordigen van de Kamer, met uitzondering van de vertegenwoordiging in rechte, bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, onder e;

  • e.

    het namens de Kamer beslissen op een bezwaar tegen een besluit als bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, onder c, dat is genomen zonder toepassing van ondermandaat;

  • f.

    de overige taken die op grond van dit Reglement of de wet aan hem zijn toegedeeld.

Artikel

3.3

Tijdelijk Voorzitter

Artikel

3.4

Waarnemend Voorzitter

§

3.2

De Ondervoorzitters

Artikel

3.5

Ondervoorzitters

§

3.3

Het Presidium

Artikel

3.6

Presidium

Hoofdstuk

4

De raming

Artikel

4.1

Raming

Hoofdstuk

5

De fracties en groepen

Artikel

5.1

Fracties

Artikel

5.2

Groepen

Indien leden anders dan als gevolg van een splitsing als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onder b, afgescheiden zijn van een fractie, worden zij ieder afzonderlijk, of twee of meer leden gezamenlijk als zij dit meedelen aan de Voorzitter, beschouwd als een groep.

Artikel

5.3

Financiële bijdrage

Artikel

5.4

Openbaarmaking arbeidsomstandighedenbeleid

Elke fractie of groep maakt het bij haar gevoerde beleid, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, steeds openbaar op een openbare website, en deelt de vindplaats daarvan mee aan de Griffier.

Hoofdstuk

6

Het personeel

§

6.1

De Griffier

Artikel

6.1

Rechtspositie Griffier

Artikel

6.2

Taken Griffier

§

6.2

De overige ambtenaren

Artikel

6.3

Directeuren

Artikel

6.4

Overige ambtenaren

De Griffier is belast met het aangaan en beëindigen van het dienstverband van de overige ambtenaren, en met het uitoefenen van de overige rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien van hen.

Hoofdstuk

7

De commissies

§

7.1

Soorten commissies

Artikel

7.1

Vaste commissies

Artikel

7.2

Tijdelijke commissies

Artikel

7.3

Enquêtecommissies

De Kamer kan een enquêtecommissie instellen voor het uitvoeren van een parlementaire enquête.

Artikel

7.4

Commissie voor de Rijksuitgaven

Artikel

7.5

Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten

Artikel

7.6

Commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven

Artikel

7.7

Commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven

Artikel

7.8

Commissie voor de Werkwijze

Artikel

7.9

Commissies van advies

Het Presidium kan ten behoeve van zijn werkzaamheden commissies van advies instellen.

Artikel

7.10

Gemengde commissie van beroep voor de Dienst Verslag en Redactie

Artikel

7.10a

Bezwaaradviescommissie

Bij afzonderlijke regeling, vast te stellen door de Kamer, wordt een adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht ingesteld ten behoeve van de beslissingen op bezwaar, bedoeld in de artikelen 3.2, onder e, en 6.2, tweede lid, onder d. In de regeling worden nadere regels gegeven over de adviescommissie, waaronder over de organisatie, werkwijze en het lidmaatschap van de adviescommissie.

§

7.2

De samenstelling

§

7.2.1

De commissieleden

Artikel

7.11

Commissieleden

§

7.2.2

De commissievoorzitter

Artikel

7.12

Benoeming commissievoorzitter en -ondervoorzitter

Artikel

7.13

Taken en bevoegdheden commissievoorzitter

Artikel

7.14

Waarneming commissievoorzitterschap

§

7.2.3

De ondersteuning

Artikel

7.15

Ondersteuning commissie

§

7.3

De vergaderingen

Artikel

7.16

Tijdstippen vergaderingen

Artikel

7.17

Procedurevergadering

Artikel

7.18

Bijwonen vergaderingen

Artikel

7.19

Openbaarheid vergaderingen

§

7.4

De besluitvorming

Artikel

7.20

Besluitvorming

§

7.5

De behandeling van stukken

Artikel

7.21

Behandeling stukken

§

7.6

De verslagen

Artikel

7.22

Verslag over een ontvangen stuk

Artikel

7.23

Overige verslagen

Artikel

7.24

Vaststelling verslag

§

7.7

De bevoegdheden

§

7.7.1

Algemeen

Artikel

7.25

Bevoegdheden commissies

Voor een goede vervulling van haar taken is een commissie in ieder geval bevoegd:

  • a.

    zich tot een minister te wenden om de stukken te verkrijgen waarvan zij de kennisneming nodig acht;

  • b.

    mondeling in overleg te treden met een minister;

  • c.

    schriftelijk in overleg te treden met een minister;

  • d.

    rondetafelgesprekken te houden;

  • e.

    hoorzittingen te houden;

  • f.

    technische briefings te houden;

  • g.

    werkbezoeken af te leggen;

  • h.

    zich te laten voorlichten door colleges van advies;

  • i.

    externe deskundigen in te schakelen;

  • j.

    rapporteurs te benoemen;

  • k.

    de Kamer voor te stellen een groot project aan te wijzen.

§

7.7.2

Het mondeling en schriftelijk overleg

Artikel

7.26

Vormen van mondeling overleg

Het mondeling overleg van een commissie met een minister kan plaatshebben in de vorm van:

  • a.

    een commissiedebat, indien het overleg betrekking heeft op een onderwerp in het beleidsterrein van de commissie;

  • b.

    een wetgevingsoverleg, indien het overleg betrekking heeft op een in handen van de commissie gesteld wetsvoorstel;

  • c.

    een notaoverleg, indien het overleg betrekking heeft op een in handen van de commissie gestelde initiatiefnota of een ander stuk waarover de commissie dit overleg wenst te houden.

Artikel

7.27

Datum en tijdstip

Artikel

7.28

Maximumspreektijden

Artikel

7.29

Inlichtingen door rijksambtenaren

In een commissiedebat, wetgevingsoverleg en notaoverleg kunnen met instemming van de verantwoordelijke minister inlichtingen worden verschaft door daartoe door de minister aangewezen rijksambtenaren.

Artikel

7.30

Moties

Artikel

7.31

Beraadslaging Kamer na commissiedebat of schriftelijk overleg (tweeminutendebat)

§

7.7.3

Bijzonderheden overige bevoegdheden

Artikel

7.32

Rondetafelgesprek

Indien een commissie besluit een rondetafelgesprek te houden, wisselt zij daarin met genodigden van gedachten over een vooraf door haar vast te stellen onderwerp.

Artikel

7.33

Hoorzitting

Artikel

7.34

Uitnodiging rijksambtenaren

Artikel

7.35

Verzoek om voorlichting of advies

Artikel

7.36

Benoeming rapporteur

Artikel

7.37

Aanwijzing groot project

Hoofdstuk

8

De plenaire vergadering

§

8.1

Algemene bepalingen

§

8.1.1

Het begin en einde van de vergadering

Artikel

8.1

Bijeenroeping

Artikel

8.2

Presentielijst

Voor het tijdstip van bijeenroeping meldt ieder aanwezig lid zijn aanwezigheid, zodat een presentielijst kan worden opgesteld. Leden die later aankomen melden hun aanwezigheid bij aankomst.

Artikel

8.3

Opening vergadering bij quorum

Artikel

8.4

Schorsing of sluiting van de vergadering

De Voorzitter schorst of sluit de vergadering, indien hij dit met het oog op het verloop van de werkzaamheden of voor het handhaven van de orde wenselijk acht.

§

8.1.2

De vergaderzaal

Artikel

8.5

Zitplaatsen

Artikel

8.6

Spreekplaats

Ieder lid spreekt staande van de spreekplaats in de vergaderzaal, tenzij de Voorzitter anders toestaat.

§

8.1.3

De organisatie van de werkzaamheden

Artikel

8.7

Ingekomen stukken

Artikel

8.8

Regeling van werkzaamheden

§

8.2

De beraadslaging

§

8.2.1

Spreken in de vergadering

Artikel

8.9

Spreken in de vergadering

Artikel

8.10

Persoonlijk feit of voorstel van orde

Artikel

8.11

Interrupties

De Voorzitter kan interrupties toelaten. Deze moeten bestaan uit korte opmerkingen of vragen, zonder inleiding.

Artikel

8.12

Spreektermijnen

Artikel

8.13

Maximumspreektijden

§

8.2.2

Gedrag in de vergadering

Artikel

8.14

Gedrag in de vergadering

Ieder lid gedraagt zich in de vergadering op een wijze die getuigt van onderling respect, en die geen afbreuk doet aan de waardigheid van de Kamer.

Artikel

8.15

Bij onderwerp blijven

Artikel

8.16

(Waarschuwing voor) ongeoorloofd gedrag

Artikel

8.17

Ontneming van het woord

Artikel

8.18

Uitsluiting van de vergadering

De Voorzitter kan een spreker op wie artikel 8.17 is toegepast en ieder ander lid dat zich gedraagt als bedoeld in dat artikel, uitsluiten van het verdere bijwonen van de vergadering op de dag waarop de uitsluiting plaats heeft.

Artikel

8.19

Geen beroep op de Kamer

Er kan geen beroep op de Kamer worden gedaan ten aanzien van de beslissingen van de Voorzitter op grond van de artikelen 8.15 tot en met 8.18.

§

8.2.3

Moties

Artikel

8.20

Moties

Artikel

8.21

Overnemen van moties

§

8.2.4

Het sluiten van de beraadslaging

Artikel

8.22

Sluiting van de beraadslaging

§

8.3

De besluitvorming

§

8.3.1

Algemene bepalingen

Artikel

8.23

Nemen van een besluit

Artikel

8.24

Tijdstippen stemmingen

Stemmingen vinden in het algemeen plaats op vaste tijdstippen.

§

8.3.2

Besluitvorming over zaken

Artikel

8.25

Stemming bij handopsteken

De stemming over een zaak vindt plaats door handopsteken, tenzij op grond van artikel 8.26, eerste lid, een hoofdelijke stemming is vereist.

Artikel

8.26

Hoofdelijke stemming

Artikel

8.27

Vergissingen bij stemmingen

Artikel

8.28

Staken van stemmen

Artikel

8.29

Stemverklaring

Artikel

8.30

Besluit zonder stemming

§

8.3.3

Besluitvorming over personen

Artikel

8.31

Stemming met stembriefjes

Artikel

8.32

Stemrondes

Artikel

8.33

Staken van stemmen

Artikel

8.34

Ongeldige stemmen

Artikel

8.35

Uitslag stemming

Artikel

8.36

Nietige stemming

Artikel

8.37

Besluit zonder stemming

Een stemming over een persoon kan achterwege blijven, indien geen van de leden daarom vraagt en het gaat over:

  • a.

    de benoeming van de Griffier; of

  • b.

    de benoeming of voordracht van een of meer personen voor een positie in een ander overheidsorgaan, een aanbeveling is gedaan voor de benoeming of voordracht, en de betrokken commissie aan de Voorzitter heeft meegedeeld dat zij geen reden ziet om van die aanbeveling af te wijken.

De Voorzitter stelt voor het besluit zonder stemming te nemen.

Artikel

8.38

Niet in de Grondwet vermelde keuzen

Bij benoemingen, voordrachten of keuzen, die niet in de Grondwet zijn vermeld, kan de Kamer in een bijzonder geval andere regels doen gelden.

Artikel

8.39

Aanbieding aan de Koning

De Voorzitter draagt zorg dat de voordrachten van personen van wie de benoeming geschiedt bij koninklijk besluit aan de Koning worden aangeboden.

Hoofdstuk

9

Wetsvoorstellen

§

9.1

Wetsvoorstellen

§

9.1.1

Voorbereiding door de commissie

Artikel

9.1

Inhandenstelling

Artikel

9.2

Verslag

Artikel

9.3

Stellen van een termijn

Artikel

9.4

Vervolgstukken

§

9.1.2

Amendementen

Artikel

9.5

Indienen van amendementen

Artikel

9.6

Toelaatbaarheid van amendementen

Artikel

9.7

Wijzigen en intrekken van amendementen

Artikel

9.8

Overnemen van amendementen

Artikel

9.9

Subamendementen

§

9.1.3

De beraadslaging

Artikel

9.10

Algemene beraadslaging en artikelsgewijze behandeling

§

9.1.4

De stemmingen

Artikel

9.11

Stemmingen over wetsvoorstel en amendementen

Artikel

9.12

Tweede lezing

§

9.1.5

Afronding behandeling

Artikel

9.13

Vernummering wetsvoorstel

Artikel

9.14

Verzending aangenomen wetsvoorstel

De Voorzitter zendt een door de Kamer aangenomen wetsvoorstel aan de Voorzitter van de Eerste Kamer met het volgende formulier: «De Tweede Kamer der Staten-Generaal zendt bijgaand door haar aangenomen wetsvoorstel aan de Eerste Kamer».

Artikel

9.15

Terugzending verworpen wetsvoorstel

De Voorzitter zendt een door de Kamer verworpen wetsvoorstel, door of vanwege de Koning ingediend, terug naar de Koning met het volgende formulier: «De Tweede Kamer der Staten-Generaal heeft het hierbij wederom gaande wetsvoorstel verworpen».

§

9.2

Bijzonderheden rijkswetsvoorstellen

Artikel

9.16

Bijzondere regels

Bij de behandeling van rijkswetsvoorstellen gelden de volgende bijzondere regels.

Artikel

9.17

Schriftelijke voorbereiding

Het voorbereidend onderzoek van een rijkswetsvoorstel geschiedt langs schriftelijke weg.

Artikel

9.18

Stellen van een termijn

De Voorzitter of een lid kan de Kamer voorstellen een termijn vast te stellen waarbinnen de Staten van Aruba, Curaçao of Sint Maarten bevoegd zijn schriftelijk verslag uit te brengen over een rijkswetsvoorstel.

Artikel

9.19

Verslag van de Staten

Een schriftelijk verslag van de Staten van Aruba, Curaçao of Sint Maarten over een rijkswetsvoorstel wordt na ontvangst zo spoedig mogelijk openbaar gemaakt, en toegezonden aan de leden en de regering.

Artikel

9.20

Aanneming met minder dan drie vijfden van de stemmen

§

9.3

Bijzonderheden initiatiefwetsvoorstellen

Artikel

9.21

Aanhangig maken initiatiefwetsvoorstel

Artikel

9.22

Horen Afdeling advisering van de Raad van State

Artikel

9.23

Behandeling initiatiefwetsvoorstellen

Artikel

9.24

Wijziging samenstelling initiatiefnemers

Artikel

9.25

Initiatiefwetsvoorstellen zonder initiatiefnemers

Artikel

9.26

Verdediging in de Eerste Kamer

Artikel

9.27

Verzending aangenomen initiatiefwetsvoorstel

De Voorzitter zendt een door de Kamer aangenomen initiatiefwetsvoorstel aan de Voorzitter van de Eerste Kamer met het volgende formulier: «De Tweede Kamer der Staten-Generaal zendt bijgaand door haar aangenomen wetsvoorstel aan de Eerste Kamer. Zij heeft ..... opgedragen het voorstel in die Kamer te verdedigen».

§

9.4

Bijzonderheden begrotingswetsvoorstellen

Artikel

9.28

Stemmingen begrotingswetsvoorstel

De stemmingen over begrotingswetsvoorstellen en bij die wetsvoorstellen ingediende amendementen vinden steeds in samenhang plaats, bij voorkeur in één week.

§

9.5

Bijzonderheden herziening Grondwet of Statuut voor het Koninkrijk

Artikel

9.29

Spoedige overweging in tweede lezing

Artikel

9.30

Bijzonderheden initiatiefwetsvoorstel tweede lezing

Hoofdstuk

10

Verdragen, (ontwerp)besluiten en (initiatief)nota’s

§

10.1

Verdragen

Artikel

10.1

Brief stilzwijgende goedkeuring Verdrag

Artikel

10.2

Uitspreken wens door de Kamer

Artikel

10.3

Uitspreken wens namens de Kamer

Artikel

10.4

Uitspreken wens door dertig leden

Artikel

10.5

(Uitspreken wens door) gevolmachtigde ministers

Artikel

10.6

Sluiting uitvoeringsverdrag, verlenging of opzegging verdrag

De artikelen 10.1 tot en met 10.5 zijn van overeenkomstige toepassing, indien de regering aan de Kamer mededeling doet van het voornemen tot:

  • a.

    sluiting van een verdrag uitsluitend betreffende de uitvoering van een goedgekeurd verdrag;

  • b.

    verlenging van een aflopend verdrag; of

  • c.

    opzegging van een verdrag.

§

10.2

(Ontwerp)besluiten

Artikel

10.7

Brief over (ontwerp)besluit

Artikel

10.8

Uitspreken wens

Voor zover de wet hierin voorziet, kan de wens aan de betrokken minister te kennen worden gegeven:

  • a.

    door de Kamer, onder overeenkomstige toepassing van artikel 10.2;

  • b.

    namens de Kamer, onder overeenkomstige toepassing van artikel 10.3;

  • c.

    door een in de wet genoemd aantal leden, onder overeenkomstige toepassing van artikel 10.4.

§

10.3

(Initiatief)nota’s

Artikel

10.9

Indiening en inhandenstelling initiatiefnota

Artikel

10.10

Behandeling (initiatief)nota’s

Hoofdstuk

11

De kabinetsformatie

Artikel

11.1

Aanwijzing van kabinets(in)formateurs

Artikel

11.2

Inlichtingen over kabinetsformatie

De Kamer kan de informateurs en formateurs tijdens de uitvoering van en na afronding van hun opdracht uitnodigen om inlichtingen te verschaffen over het verloop van de kabinetsformatie.

Artikel

11.3

Controversiële onderwerpen

Hoofdstuk

12

Inlichtingen en onderzoek

§

12.1

De schriftelijke vragen

Artikel

12.1

Indienen schriftelijke vragen

Artikel

12.2

Beantwoording schriftelijke vragen

§

12.2

Het mondelinge vragenuur

Artikel

12.3

Tijdstip en voorbereiding mondelinge vragenuur

Artikel

12.4

Verloop mondelinge vragenuur

Artikel

12.5

Beperkingen tijdens mondelinge vragenuur

Tijdens het mondelinge vragenuur:

  • a.

    zijn interrupties niet toegestaan;

  • b.

    is het indienen van moties niet toegestaan; en

  • c.

    zijn de artikelen 8.10, derde lid, en 8.12 niet van toepassing.

§

12.3

De interpellatie

Artikel

12.6

Interpellatie

§

12.4

Het dertigledendebat

Artikel

12.7

Dertigledendebat

§

12.5

Vervallen toekenning debat

Artikel

12.8

Vervallen toekenning debat

§

12.6

Parlementair en extern onderzoek

Artikel

12.9

Parlementaire enquête

Een parlementaire enquête wordt uitgevoerd door een daarvoor in te stellen enquêtecommissie.

Artikel

12.10

Ander parlementair onderzoek

Ander parlementair onderzoek wordt uitgevoerd door een daarvoor in te stellen tijdelijke commissie.

Artikel

12.11

Regeling parlementair en extern onderzoek

Bij afzonderlijke regeling, vast te stellen door de Kamer, worden nadere regels gesteld voor:

  • a.

    parlementair onderzoek door een enquêtecommissie;

  • b.

    parlementair onderzoek door een tijdelijke commissie; en

  • c.

    extern onderzoek door derden.

Hoofdstuk

13

Europese, internationale en interparlementaire aangelegenheden

§

13.1

Europese aangelegenheden

Artikel

13.1

Lidmaatschap Europees Parlement

De artikelen 2.1, eerste tot en met derde lid, en 2.2 zijn van overeenkomstige toepassing op de op grond van de wet door de Kamer te nemen beslissingen over de toelating tot het lidmaatschap van in Nederland gekozen leden van het Europees Parlement, en het verlies van dat lidmaatschap.

Artikel

13.2

Deelname aan beraadslaging door leden Europees Parlement

De Kamer kan besluiten dat in Nederland gekozen leden van het Europees Parlement worden uitgenodigd om inlichtingen te verstrekken en daartoe deel te nemen aan de beraadslaging van de Kamer over een aan de orde gesteld onderwerp.

Artikel

13.3

Betrokkenheid Kamer bij besluitvorming Europese Unie

Bij afzonderlijke regeling, vast te stellen door de Kamer, worden regels gesteld over de betrokkenheid van de Kamer bij de totstandkoming van besluitvorming van de Europese Unie.

§

13.2

Internationale aangelegenheden

Artikel

13.4

Toespreken vergadering door buitenlandse staatshoofden en regeringsleiders

De Kamer kan besluiten dat het staatshoofd of de regeringsleider van een ander land wordt uitgenodigd een vergadering bij te wonen om de Kamer toe te spreken.

Artikel

13.5

Inzet of ter beschikking stellen krijgsmacht

Bij afzonderlijke regeling, vast te stellen door de Kamer, worden regels gesteld over de procedure bij ontvangst van inlichtingen van de regering over de inzet of het ter beschikking stellen van de krijgsmacht ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde.

§

13.3

Interparlementaire aangelegenheden

Artikel

13.6

Griffie interparlementaire betrekkingen

Bij afzonderlijke regeling, vast te stellen door de beide Kamers der Staten-Generaal, wordt de instelling en aansturing van een griffie voor de interparlementaire betrekkingen geregeld.

Artikel

13.7

Rapportage interparlementaire vergaderingen

De voorzitters van delegaties die hebben deelgenomen aan internationale interparlementaire vergaderingen rapporteren schriftelijk aan de Kamer over hun bevindingen.

Artikel

13.8

Interparlementair Koninkrijksoverleg

Indien het Interparlementair Koninkrijksoverleg van delegaties van de beide Kamers der Staten-Generaal en van de Staten van Aruba, Curaçao en Sint Maarten plaatsvindt in Den Haag onder het voorzitterschap van een lid van de Tweede Kamer of van diens plaatsvervanger, dan is dit Reglement op dat overleg van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk

14

Verzoekschriften en burgerinitiatieven

Artikel

14.1

Verzoekschriften

In de regeling, bedoeld in artikel 7.7, achtste lid, worden voorwaarden gesteld waaraan een verzoekschrift dient te voldoen om in behandeling te kunnen worden genomen.

Artikel

14.2

Burgerinitiatieven

Artikel

14.3

Behandeling conclusies verzoekschriften en burgerinitiatieven

Artikel

14.4

Brief minister geen gevolg geven aan conclusies

Hoofdstuk

15

Openbaarheid, vertrouwelijkheid en integriteit

§

15.1

Openbaarheid vergaderingen

Artikel

15.1

Openbaarheid vergaderingen

§

15.2

Toehoorders en overige aanwezigen

Artikel

15.2

Toehoorders en overige aanwezigen

Artikel

15.3

Algemene ontzegging of beperking toegang in verband met buitengewone omstandigheden

Artikel

15.4

Tijdelijke ontzegging toegang

Artikel

15.5

Nadere regels

Het Presidium kan bij afzonderlijke regeling nadere regels vaststellen over de toegang van de toehoorders van vergaderingen en van overige aanwezigen tot de gebouwen van de Kamer en tot de vergaderingen van de Kamer en de commissies.

§

15.3

Verslaglegging

Artikel

15.6

Woordelijk verslag

Artikel

15.7

Officieel verslag

Artikel

15.8

Verslaglegging vergadering met gesloten deuren van de Kamer

Artikel

15.9

Verslaglegging besloten commissievergadering

Artikel

15.10

Openbaarmaking verslagen en Handelingen

Artikel

15.11

Dienst Verslag en Redactie

§

15.4

Geheimhouding besloten vergaderingen

Artikel

15.12

Geheimhouding vergadering Kamer met gesloten deuren

Artikel

15.13

Geheimhouding besloten commissievergadering

Artikel

15.14

Schending geheimhouding

§

15.5

Openbaar maken van stukken

Artikel

15.15

Openbaar maken van stukken

§

15.6

Vertrouwelijkheid stukken

Artikel

15.16

Vertrouwelijkheid stukken

Artikel

15.17

Register vertrouwelijke stukken

De griffie houdt een register bij van de door de Kamer en de commissies ontvangen vertrouwelijke stukken.

Artikel

15.18

Regeling vertrouwelijke stukken

§

15.7

Openbare registers

Artikel

15.19

Register nevenactiviteiten en belangen

Artikel

15.20

Register buitenlandse reizen

Artikel

15.21

Register geschenken en voordelen

Artikel

15.22

Register toezeggingen

De griffie houdt een register bij van de door de ministers tijdens openbare vergaderingen van de Kamer en de commissies gedane mondelinge toezeggingen.

Artikel

15.23

Openbaarheid registers

§

15.8

Integriteit

Artikel

15.24

Gedragscode

De Kamer stelt een afzonderlijke gedragscode voor de leden vast, alsmede een afzonderlijke regeling voor het toezicht op, en de handhaving van, die gedragscode.

Hoofdstuk

16

Slotbepalingen

Artikel

16.1

Wijziging van het Reglement

Artikel

16.2

Overige regelingen

Artikel 16.1 is van overeenkomstige toepassing op voorstellen tot vaststelling of wijziging van de overige op grond van dit Reglement door de Kamer vast te stellen regelingen.

Artikel

16.3

Afwijking van het Reglement

De Kamer kan besluiten van dit Reglement af te wijken, tenzij:

  • a.

    een lid zich daartegen verzet; of

  • b.

    de afwijking in strijd is met de wet.

Artikel

16.4

Overgangsbepaling

Artikel

16.5

Inwerkingtreding

Dit Reglement treedt in werking met ingang van een door de Kamer te bepalen tijdstip.