Regeling van 21 juni 2021, nr. 3366642 houdende voorschriften voor de uitvoering van de controle van personen, bagage en vracht op luchtvaartterreinen (Regeling uitvoering beveiliging burgerluchtvaart 2021)

Regeling uitvoering beveiliging burgerluchtvaart 2021

§

1

Algemeen

Artikel

1

Artikel

2

Op de luchtvaartterreinen Amsterdam Airport Schiphol, Rotterdam The Hague Airport, Groningen Airport Eelde en Maastricht Aachen Airport en op het militaire luchtvaartterrein Eindhoven Airport, voor zover het de burgerluchtvaart betreft, worden als beveiligingspersoneel als bedoeld in artikel 37a, tweede lid, onder h, sub 2, van de wet aangewezen de militairen van de Koninklijke marechaussee.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

§

2

Passagiers en bagage

Artikel

7

Verboden voorwerpen als bedoeld in artikel 37hb, onder b, van de wet kunnen slechts aan boord van een luchtvaartuig worden gebracht indien:

  • a.

    deze verboden voorwerpen zodanig zijn verpakt dat onmiddellijk gebruik onmogelijk is;

  • b.

    deze verboden voorwerpen buiten het bereik van passagiers worden opgeborgen; en

  • c.

    aan de overige voorwaarden van punt 4.4.2. van de bijlage bij EU-verordening 2015/1998 is voldaan.

§

3

Vracht en post

Artikel

8

Verboden voorwerpen als bedoeld in artikel 37j, derde lid, van de wet kunnen slechts aan boord van een luchtvaartuig worden gebracht indien deze goederen zodanig zijn verpakt dat onmiddellijk gebruik onmogelijk is.

§

4

Erkenningen

Artikel

9

De aanvraag voor een erkenning van een entiteit als bedoeld in artikel 37o, eerste lid, van de wet geschiedt langs elektronische weg door middel van een door de commandant van de Koninklijke marechaussee ter beschikking gesteld aanmeldformulier en een vastgesteld gestandaardiseerd model voor het beveiligingsprogramma.

Artikel

9a

Een erkenning als erkend agent wordt slechts verleend, indien de aanvrager:

  • a.

    een zending fysiek aanvaardt voor het uitvoeren van de verplichte beveiligingscontroles, waaronder het onderzoeken van de buitenzijde van de zending op tekenen van manipulatie door onbevoegden, sabotage of enige afwijkingen die aanleiding kunnen geven tot verdenking van manipulatie;

  • b.

    wanneer hij de beveiligingscontroles uitbesteedt aan een andere erkende agent of goedgekeurde entiteit, de beveiligingscontroles laat uitvoeren op de eigen goedgekeurde locatie, uitbestede beveiligingscontroles opneemt in het beveiligingsprogramma en volledige verantwoordelijkheid behoudt voor de uitvoering, vereisten en uitkomsten van de controles;

  • c.

    de operationele locatie die overeenkomstig de erkenning wordt goedgekeurd, overeenkomt met de locatie waar zendingen fysiek worden opgeslagen of aan beveiligingscontroles worden onderworpen;

  • d.

    het beveiligingsprogramma, bedoeld in artikel 37abc, eerste lid, van de wet opeen gestandaardiseerd modelformulier heeft beschreven en wat de Minister van Justitie en Veiligheid positief heeft beoordeeld.

Artikel

9b

De aanvraag voor een erkenning als erkend agent kan worden afgewezen, indien na onderzoek naar de betrouwbaarheid van personen werkzaam voor de aanvrager van een erkenning, als bedoeld in artikel 37q van de wet, uit omstandigheden of feiten redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de veiligheid en de betrouwbaarheid niet is geborgd.

§

5

Werving en opleiding van personeel

§

5.1

Eisen aan het opleidingsprogramma van een beveiligingsopleiding

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

§

5.2

Eisen aan de organisatie van de opleidingsinstelling

Artikel

13

De opleidingsinstelling verzorgt, al dan niet in samenwerking met een andere opleidingsinstelling die beschikt over een door de Minister van Justitie en Veiligheid overeenkomstig artikel 37rc van de wet goedgekeurd opleidingsprogramma, ten minste eens in het half jaar een herhalingsopleiding als bedoeld in artikel 37ra, derde lid, van de wet.

Artikel

14

Het programma ten aanzien van de interne kwaliteitscontrole, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van het besluit, omvat in ieder geval:

  • a.

    het organisatieonderdeel dat binnen de opleidingsinstelling het programma opstelt;

  • b.

    de tijdsbesteding in uren aan dit programma;

  • c.

    de wijze waarop wordt zorg gedragen aan het behoud van de vereiste competenties van de instructeurs op het gebied van didactische vaardigheden en van vaktechnische kennis;

  • d.

    de wijze waarop de opleidingsmodules en bijbehorende syllabi worden geactualiseerd;

  • e.

    een opleidingsdossier van de instructeurs die bij de opleidingsinstelling in dienst zijn en waarin in ieder geval de competentieontwikkeling wordt bijgehouden.

§

5.3

Gecertificeerde instructeurs en gecertificeerd personeel

Artikel

15

Bij de aanvraag tot erkenning als instructeur, bedoeld in artikel 37re van de wet en artikel 21 van het besluit, worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:

  • a.

    een document waaruit blijkt dat de instructeur met goed gevolg een instructiebekwaamheidstoetsing heeft afgelegd op het gebied waarop hij instructie wil geven;

  • b.

    een bewijs waaruit blijkt dat hij bekwaam is in de Nederlandse en Engels taal instructie te geven.

Artikel

16

Artikel

17

§

5.4

Explosievenspeurhonden

Artikel

18

Artikel

19

§

6

Mandaten

Artikel

20

Artikel

20a

De Minister van Justitie en Veiligheid verleent mandaat en machtiging voor het erkennen van personeel, bedoeld in artikel 37rd, van de wet en het verrichten van daarbij behorende overige handelingen aan de instelling die in het kader van de certificering een door de Minister van Justitie en Veiligheid goedgekeurde theorie-, praktijk- of beeldinterpretatie-examen uitvoert.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus