Besluit van 18 februari 2022, houdende onder meer nadere regels over de inrichting van het onderwijs aan scholen in het primair onderwijs (Inrichtingsbesluit WPO)

Inrichtingsbesluit WPO

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, van 2 december 2021, nr. WJZ/30567133 (12549) directie Wetgeving en Juridische Zaken;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 12 januari 2022, nr. W05.21.0361/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 15 februari 2022, nr. WJZ/31276810 (12549), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Algemeen

Artikel

1.1

Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • basisschool: school als bedoeld in artikel 1 van de wet;

  • bevoegd gezag van volgens de wet bekostigde scholen: voor wat betreft:

    • a.

      een openbare school:

      • college van burgemeester en wethouders, voor zover de raad niet anders bepaalt, en, indien de raad dit besluit, met inachtneming van door hem te stellen regels;

      • krachtens de desbetreffende gemeenschappelijke regeling bevoegde orgaan;

      • openbare rechtspersoon, bedoeld in artikel 47 van de wet; dan wel

      • stichting, bedoeld in artikel 17 of 48 van de wet;

    • b.

      een bijzondere school: rechtspersoon, bedoeld in artikel 55 van de wet;

    • c.

      een samenwerkingsschool: stichting, bedoeld in artikel 17d van de wet;

  • bijzondere school: bijzondere school als bedoeld in de wet;

  • inspectie: inspectie als bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht;

  • leerling: leerling die op grond van het artikel 39 van de wet tot een school is toegelaten;

  • Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • openbare school: openbare school als bedoeld in de wet;

  • ouders: ouders, voogden en verzorgers;

  • samenwerkingsverband: samenwerkingsverband als bedoeld in de wet;

  • school: basisschool of een speciale school voor basisonderwijs, tenzij anders bepaald; schooljaar: tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaraanvolgend;

  • speciale school voor basisonderwijs: speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de wet;

  • wet: Wet op het primair onderwijs.

Hoofdstuk

2

Leerresultaten en monitor veiligheid

Artikel

2.1

Uitgangspunten bij meting leerresultaten

Bij de beoordeling van de leerresultaten, bedoeld in artikel 10a, derde lid, van de wet, hanteert de inspectie objectieve, relatieve normen. De grenzen die de inspectie als norm voor het oordeel voldoende dan wel onvoldoende resultaat hanteert, zijn gecorrigeerd voor schoolkenmerken en individuele kenmerken van leerlingen.

Artikel

2.2

Ministeriële regeling leerresultaten

Bij ministeriële regeling worden geregeld:

  • a.

    de uitwerking van de wijze waarop de beoordeling van de leerresultaten, bedoeld in artikel 10a, derde lid, van de wet, tot stand komt;

  • b.

    voor zover van toepassing, de wijze waarop en omstandigheden waarin bij kleine scholen de leerresultaten worden gewogen;

  • c.

    de wijze van correctie van de meting voor schoolkenmerken en individuele kenmerken van leerlingen;

  • d.

    de normering waarop de inspectie het oordeel voldoende dan wel onvoldoende leerresultaat baseert.

Artikel

2.3

Procedure wijziging systematiek beoordeling leerresultaten

Artikel

2.4

Aanvullend onderzoek inspectie

Indien er geen of onvoldoende gegevens zijn voor een betrouwbaar oordeel over de meting van de leerresultaten, verricht de inspectie een aanvullend onderzoek, volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften. Het aanvullend onderzoek kan onder meer omvatten:

  • a.

    het verkrijgen van nadere gegevens van de school over de resultaten en de doorstroom van leerlingen; en

  • b.

    onderzoek en verificatie ter plekke.

Artikel

2.5

Monitor veiligheid op school

Het instrument ter monitoring van de veiligheid van leerlingen, bedoeld in artikel 4c, eerste lid, onderdeel b, van de wet:

  • a.

    geeft inzicht in de ervaren en feitelijke veiligheid en het welbevinden van de leerlingen, voor zover dat verband houdt met de veiligheid, op school;

  • b.

    wordt ten minste eens per schooljaar afgenomen onder een representatief deel van de leerlingen; en

  • c.

    is gestandaardiseerd, valide en betrouwbaar.

Hoofdstuk

3

Ontwikkelingsperspectief, deskundigen, geschillencommissie en orthopedagogisch-didactische centra

Artikel

3.1

Ontwikkelingsperspectief

Artikel

3.2

Deskundigen samenwerkingsverband

De deskundigen, bedoeld in artikel 18a, elfde lid, van de wet, zijn:

  • a.

    een orthopedagoog of een psycholoog;

  • b.

    afhankelijk van de leerling over wiens toelaatbaarheid wordt geadviseerd, ten minste een tweede deskundige, te weten een kinder- of jeugdpsycholoog, een pedagoog, een kinderpsychiater, een maatschappelijk werker of een arts.

Artikel

3.3

Tijdelijke landelijke geschillencommissie toelating en verwijdering

Artikel

3.4

Voorwaarden inrichting orthopedagogisch-didactische centra

Hoofdstuk

4

Onderwijstijd op andere school en vaststelling percentage onderwijstijd in vreemde taal

Artikel

4.1

Meetellen onderwijstijd op andere school of instelling

Artikel

4.2

Percentage onderwijstijd in de Engelse, Duitse of Franse taal

Het percentage, bedoeld in artikel 9, lid 13a, van de wet, waarin een deel van het onderwijs kan worden gegeven in de Engelse, Duitse of Franse taal, is ten hoogste 15% per schooljaar.

Hoofdstuk

5

Tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen

Artikel

5.1

Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • inrichtingsplan: inrichtingsplan, bedoeld in artikel 193h, derde lid, van de wet;

  • instellingscode: code bestaande uit twee cijfers en twee hoofdletters waarmee de school uniek is te identificeren in de Registratie Instellingen en Opleidingen;

  • vestigingscode: nummer dat bestaat uit de instellingscode, aangevuld met de twee cijfers die de vestiging aanduiden.

Artikel

5.2

De melding en het inrichtingsplan van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening

Artikel

5.3

Doorstroomperspectief

Artikel

5.4

Onderwijsprogramma en de inrichting van onderwijstijd

Indien een vacature voor het geven van onderwijs in een tijdelijke nieuwkomersvoorziening niet kan worden vervuld door een bevoegde leraar of door onderwijspersoneel als bedoeld in artikel 193j van de wet, dan kan het bevoegd gezag in afwijking van de artikelen 8, zevende lid, en 9, eerste, tweede en vierde lid, van de wet het aantal uren onderwijs in de tijdelijke nieuwkomersvoorziening tijdelijk beperken, met dien verstande dat:

  • a.

    de onderwijstijd niet meer en langer dan strikt noodzakelijk wordt beperkt;

  • b.

    leerlingen ten minste 12,5 uren per week onderwijs ontvangen verspreid over ten minste 3 dagen per week; en

  • c.

    leerlingen ten minste 10 uren per week onderwijs ontvangen in de Nederlandse taal.

Artikel

5.5

Schoolplan en schoolgids

Bij vaststelling van het schoolplan en de schoolgids, bedoeld in de artikelen 12 tot en met 13a van de wet, wordt de tijdelijke nieuwkomersvoorziening niet betrokken.

Artikel

5.6

Opheffing tijdelijke nieuwkomersvoorziening door het bevoegd gezag

Artikel

5.7

Opheffing tijdelijke nieuwkomersvoorziening na verstrijken van de wettelijke termijn

Hoofdstuk

6

Slotbepalingen

Artikel

6.1

Dubbelwijziging artikel 2.4.

Wijzigt dit Besluit.

Artikel

6.2

Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Inrichtingsbesluit WPO.

Artikel

6.3

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 2022.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, A.D. Wiersma
De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius