Procedure en werkwijze van het Instituut Mijnbouwschade Groningen van 14 april 2022 tot de afhandeling van schade die is ontstaan door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg (Procedure en werkwijze van het Instituut Mijnbouwschade Groningen 2022)

Procedure en werkwijze van het Instituut Mijnbouwschade Groningen 2022

Het Instituut Mijnbouwschade Groningen (hierna: het Instituut),
overweegt het volgende:
  • Het Instituut heeft tot taak om schade af te handelen die is ontstaan door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg.

  • Het Instituut is bij de uitvoering van zijn taak onder meer gebonden aan de kaders van de Tijdelijke wet Groningen.

  • Hieruit volgt dat het Instituut zijn taak op onafhankelijke en rechtvaardige wijze dient uit te voeren. Hierbij dient het Instituut toepassing te geven aan het civiele aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht en het bestuurs(proces)recht.

  • Binnen deze kaders heeft het Instituut ruimte om invulling te geven aan zijn taak. Hiertoe dient het Instituut op grond van artikel 10 van de Tijdelijke wet Groningen zijn eigen procedure en werkwijze vast te stellen, waarbij het een ruimhartige schadeafhandeling als uitgangspunt neemt. Daarnaast streeft het Instituut ernaar om zijn werkwijze zo voortvarend mogelijk en met oog voor de menselijke maat vorm te geven.

en stelt, gelet op artikel 10 van de Tijdelijke wet Groningen, de volgende procedure en werkwijze vast:

Hoofdstuk

1

Algemeen

Artikel

1.1

Aanvraag tot schadevergoeding

Artikel

1.2

Ontvangst van de aanvraag

Artikel

1.3

Aanvulling van de aanvraag

Artikel

1.4

Zaakbegeleider

Artikel

1.5

Benoeming deskundigen

Artikel

1.6

Besluit zonder onderzoek door deskundige

Het Instituut beslist op de aanvraag, zonder dat onderzoek is verricht door een deskundige als bedoeld in artikel 1.5 indien:

  • a.

    naar zijn oordeel zodanig onderzoek niet nodig is om op de aanvraag te beslissen; of

  • b.

    het bestaan van schade als bedoeld in artikel 1 van de Tijdelijke wet Groningen niet aannemelijk is en de aanvrager desgevraagd ook onvoldoende heeft gesteld om dit bestaan alsnog aannemelijk te maken.

Artikel

1.7

Besluit tot schadevergoeding

Hoofdstuk

2

Fysieke schade aan een gebouw of werk

Artikel

2.1

Fysieke schade aan een gebouw of werk

Een aanvraag tot schadevergoeding in verband met fysieke schade wordt behandeld met toepassing van de individuele maatwerkbeoordeling, als bedoeld in hoofdstuk 2a, een vaste vergoeding als bedoeld in hoofdstuk 2b, of door toekenning van een recht op daadwerkelijk herstel als bedoeld in hoofdstuk 2c.

Hoofdstuk

2a

Individuele maatwerkbeoordeling

Artikel

2.2

Advisering deskundigen

Artikel

2.3

Aannemersvariant

Vervallen

Artikel

2.4

Zienswijze

Artikel

2.5

Nadere advisering

Artikel

2.5a

Beperking nadere advisering inzake weerlegging bewijsvermoeden

Als in de nadere advisering van de deskundigen ten aanzien van een bepaalde schade in de procedure van aanvraag tot en met hoger beroep meer dan één keer een andere uitsluitende oorzaak van die schade dan beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 6:177a BW wordt aangewezen die afwijkt van de andere uitsluitende oorzaak die eerder is aangewezen ten aanzien van die schade, dan is, behoudens in geval van nieuwe wetenschappelijke inzichten, het bewijsvermoeden als bedoeld in artikel 6:177a BW niet weerlegd en gaat het Instituut over tot vergoeding van die schade.

Artikel

2.6

Bijkomende kosten

Artikel

2.7

Overlastvergoeding

Artikel

2.7a

Hoofdstuk

2b

Vaste vergoeding

Artikel

2.8

Vaste vergoeding

Artikel

2.8a

Vaste vergoeding voor kleine objecten of objecten met een WOZ-waarde van minder dan € 50.000

Artikel

2.8b

Aanvullende vaste vergoeding

Artikel

2.8c

Definitief aanbod aanvullende vaste vergoeding

Artikel

2.8d

Vaste herhaalvergoeding

Artikel

2.9

Omvang en opname van de schade

Artikel

2.10

Finaal karakter van de vaste vergoeding

Hoofdstuk

2c

Daadwerkelijk herstel

Paragraaf

2c.1

Algemeen

Artikel

2.11

Definities

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • adres: adres als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen;

  • daadwerkelijk herstel: het herstellen van schade aan:

    • (i)

      gebouwen;

    • (ii)

      gemetselde constructies;

    • (iii)

      constructies van brosse materialen; of

    • (iv)

      bestrating, indien sinds de aanleg van de bestrating een trilling van 25 mm/s of hoger heeft plaatsgevonden;

  • eerder beoordeelde schade: schade die eerder is beoordeeld door de Nederlandse Aardolie Maatschappij N.V., het Centrum Veilig Wonen, de burgerlijke rechter, de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen of het Instituut;

  • finaliteit: als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, of artikel 2.15, eerste lid;

  • gebouw: bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel met wanden omsloten ruimte vormt;

  • herstel aannemer Instituut: daadwerkelijk herstel dat geschiedt op basis van een overeenkomst die de aanvrager heeft gesloten met de Staat der Nederlanden;

  • herstel eigen aannemer: daadwerkelijk herstel dat plaatsvindt door een door de aanvrager gekozen aannemer waarmee het Instituut namens de Staat der Nederlanden een overeenkomst heeft gesloten;

  • kadastrale aanduiding: kadastrale aanduiding als bedoeld in artikel 2 van het Kadasterbesluit;

  • klein duurzaam herstel: maatregelen met beperkte kosten die constructieve verbeteringen aan een gebouw opleveren, zijn vermeld op de website van het Instituut en worden uitgevoerd overeenkomstig de richtlijnen van het Instituut;

  • mm/s: mm/s te berekenen via de methode van Bommer [2019], met een overschrijdingskans van 1%;

  • nieuwe schade: schade die:

    • (i)

      niet is opgenomen in het deskundigenrapport dat behoort bij het besluit tot daadwerkelijk herstel;

    • (ii)

      niet identiek is aan een schade die eerder is beoordeeld; en

    • (iii)

      geen schade is die is hersteld onder daadwerkelijk herstel en weer is teruggekomen, tenzij zich een situatie als bedoeld in artikel 2.10, derde lid, heeft voorgedaan of het terugkomen van de schade redelijkerwijs een gevolg kan zijn van een gebrek aan de constructie van het gebouw dat niet verholpen is onder daadwerkelijk herstel of duurzaam herstel en het gaat om een schade met een objectclassificatie DS1 of DS2;

  • onderneming: onderneming in de zin van de artikelen 101, eerste lid, en 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

  • schade: fysieke schade die naar haar aard redelijkerwijs zou kunnen zijn ontstaan door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg of de gasopslag bij Grijpskerk;

  • woonfunctie: wonen anders dan recreatief, logies of tijdelijk verblijf.

Artikel

2.12

Daadwerkelijk herstel

Artikel

2.13

Voorwaarden daadwerkelijk herstel

Artikel

2.14

Eerder beoordeelde schades

Artikel

2.15

Finaal karakter van het besluit tot daadwerkelijk herstel

Artikel

2.16

Keuze voor herstel aannemer Instituut of herstel eigen aannemer

Paragraaf

2c.2

Herstel aannemer Instituut

Artikel

2.17

Herstel aannemer Instituut

Paragraaf

2c.3

Herstel eigen aannemer

Artikel

2.18

Keuze van de eigen aannemer

Artikel

2.19

Toegelaten aannemers

Artikel

2.20

Aanvrager geeft opdracht tot herstel

Artikel

2.21

Melden nieuwe schades of meerwerk

Hoofdstuk

3

Schade bestaande uit waardedaling

Paragraaf

3.1

Waardedaling van woningen

Artikel

3.1

Waardedaling van woningen

Artikel

3.2

Methode tot begroting waardedaling

Artikel

3.3

Peildatum

Artikel

3.4

Omvang van de waardedaling

Artikel

3.5

Finaal karakter vergoeding

Artikel

3.5a

Overgangsbepaling besluiten van 6 april 2022 tot 1 januari 2023

Artikel

3.5b

Overgangsbepaling tegemoetkoming waardedaling

Paragraaf

3.2

Waardedaling niet-woningen

Artikel

3.6

Waardedaling van een ‘niet-woning’

Artikel

3.7

Peildatum

Artikel

3.8

Omvang van de waardedaling

Artikel

3.9

Dubbelfuncties

Artikel

3.10

Finale kwijting

Paragraaf

3.3

Waardedaling agrarische cultuurgronden

Artikel

3.11

Waardedaling agrarische cultuurgronden

Het Instituut wijst aanvragen voor vergoeding van waardedaling van agrarische cultuurgronden af en verwijst daarbij op de voet van artikel 3:49 Algemene wet bestuursrecht naar het advies Waardevermindering agrarische gronden in Groningen als gevolg van gaswinning van 22 november 2023 van de Adviescommissie waardedaling niet-woningen aardbevingsgebied Groningen.

Hoofdstuk

4

Immateriële schade

Paragraaf

4.1

Algemene bepalingen

Artikel

4.1

Immateriële schade

Paragraaf

4.2

Immateriële schade van meerderjarige natuurlijke personen

Artikel

4.1a

Methode tot begroting immateriële schade

Artikel

4.2

Gestandaardiseerde methode

Artikel

4.3

De locatie van de woning(en)

Artikel

4.4

De veiligheidssituatie van de woning(en)

Artikel

4.5

De omvang van de fysieke schade aan de woning(en)

Voor wat betreft de omvang van de fysieke schade aan de woning(en) betrekt het Instituut de som van alle uitgekeerde vergoedingen voor fysieke schade op de adressen waarop de aanvrager op enig moment gedurende de procedure tot afhandeling van die fysieke schade woonachtig was. Daarbij onderscheidt het Instituut de volgende vijf situaties en de daarbij behorende aanwijzing voor een persoonsaantasting:

€ 0 tot € 1.000

0

Geen aanwijzing

€ 1.000 tot € 10.001

1

Lichte aanwijzing

€ 10.001 tot € 25.000

2

Aanwijzing

€ 25.000 tot € 45.000

3

Sterke aanwijzing

€ 45.000 of meer

4

Zeer sterke aanwijzing

Artikel

4.6

De duur van de procedure(s) tot afhandeling van de fysieke schade aan de woning(en)

Artikel

4.7

Weging en vaste bedragen

Artikel

4.8

Persoonlijke impact analyse

Paragraaf

4.3

Immateriële schade van minderjarige natuurlijke personen

Artikel

4.9

Aanvraag voor minderjarige

Een aanvraag tot vergoeding van immateriële schade ten behoeve van een natuurlijk persoon die op de dag van ontvangst van de aanvraag minderjarig is, als bedoeld in artikel 1:233 Burgerlijk Wetboek, wordt gedaan door een wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige.

Artikel

4.10

Methode tot begroting immateriële schade

Artikel

4.11

Gestandaardiseerde methode en vaste bedragen

Hoofdstuk

5

Acuut onveilige situatie

Artikel

5.1

Acuut onveilige situatie

Artikel

5.2

Inspectie en beoordeling

Artikel

5.3

Veiligheidsmaatregelen

Artikel

5.4

Afhandeling melding

Artikel

5.5

Informatie-uitwisseling

Hoofdstuk

6

Bezwaar

Artikel

6.1

Ontvangst

Artikel

6.2

Bezwaaradviescommissie

Artikel

6.3

Behandeling bezwaar

Artikel

6.4

Inschakeling deskundige in bezwaar

Hoofdstuk

7

Slot

Artikel

7.1

Intrekking

De procedure en werkwijze van het Instituut Mijnbouwschade Groningen van 1 november 2021 wordt ingetrokken.

Artikel

7.2

Inwerkingtreding

Artikel

7.3

Citeertitel

Deze werkwijze wordt aangehaald als: Procedure en werkwijze van het Instituut Mijnbouwschade Groningen 2022.

Deze werkwijze wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

Groningen
S.C.J.J. Kortmann Voorzitter, tevens bestuurslid Instituut Mijnbouwschade Groningen
J.C. de Pagter Plaatsvervangend voorzitter, tevens bestuurslid Instituut Mijnbouwschade Groningen
P.B.M.J. van der Beek - Gillessen Bestuurslid Instituut Mijnbouwschade Groningen
M.Tj. Bouwes Bestuurslid Instituut Mijnbouwschade Groningen
C.M. van Schie Bestuurslid Instituut Mijnbouwschade Groningen