Besluit van 3 oktober 2022, houdende regels over het screenen van personen die ambtenaar van politie willen worden of zijn en personen die krachtens overeenkomst werkzaamheden voor de politie, de rijksrecherche of de Politieacademie gaan verrichten of verrichten (Besluit screening ambtenaren van politie en politie-externen)
Besluit screening ambtenaren van politie en politie-externen
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en Veiligheid van 30 juni 2022, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 4064197;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 31 augustus 2022, nr. W16.22.00080/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie en Veiligheid van 27 september 2022, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr 4190592;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel
1
Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
Algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119);
de korpschef, voor zover het betreft de kandidaat-ambtenaar, de kandidaat-externe, de ambtenaar en de externe bij het landelijke politiekorps, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de wet;
b.
het College van procureurs-generaal, voor zover het betreft de kandidaat-ambtenaar, de kandidaat-externe, de ambtenaar en de externe bij de rijksrecherche;
c.
de directeur van de Politieacademie, voor zover het betreft de kandidaat-externe en de externe bij de Politieacademie;
externe: degene die krachtens overeenkomst werkzaamheden verricht voor de politie, de rijksrecherche of de Politieacademie;
Het bevoegd gezag kan bepalen dat een verklaring omtrent het gedrag volstaat als bedoeld in artikel 48q, tweede lid, van de wet, voor zover technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie worden uitgevoerd en het werkzaamheden betreft waarbij betrokkene:
a.
geen kennis neemt van politiegegevens;
b.
geen toegang heeft en ook niet in staat is zichzelf of anderen toegang te verschaffen tot de informatiesystemen waarin de gegevens, bedoeld onder a, worden verwerkt of deze informatiesystemen beheert;
c.
geen bewakings- of beveiligingswerkzaamheden verricht;
d.
geen toegang heeft tot uitrusting, bewapening of inbeslaggenomen goederen;
e.
geen beschikking heeft over respectievelijk geen toegang heeft tot door het bevoegd gezag aan te wijzen goederen of locaties die een risico vormen voor de integriteit van de politie; en
f.
geen overige werkzaamheden verricht of kennis neemt van andere gegevens dan politiegegevens waarvan het bevoegd gezag in redelijkheid kan oordelen dat deze een vergelijkbaar risico kunnen vormen voor de integriteit van de politie als de in de vorige onderdelen aangewezen werkzaamheden.
Artikel
3
Betrouwbaarheidsonderzoek externe
Het onderzoek naar de betrouwbaarheid van de externe geschiedt middels een betrouwbaarheidsonderzoek als bedoeld in artikel 48q, vierde lid, van de wet indien het werkzaamheden betreft waarbij betrokkene:
a.
kennis neemt van politiegegevens;
b.
toegang heeft of in staat is zichzelf of anderen toegang te verschaffen tot de informatiesystemen waarin de gegevens, bedoeld onder a, worden verwerkt of deze informatiesystemen beheert;
c.
bewakings- of beveiligingswerkzaamheden verricht;
d.
toegang heeft tot uitrusting, bewapening of inbeslaggenomen goederen;
e.
beschikking heeft over respectievelijk toegang heeft tot door het bevoegd gezag aan te wijzen goederen of locaties die een risico vormen voor de integriteit van de politie; of
f.
overige werkzaamheden verricht of kennis neemt van andere gegevens dan politiegegevens waarvan het bevoegd gezag in redelijkheid kan oordelen dat deze een vergelijkbaar risico kunnen vormen voor de integriteit van de politie als de in de vorige onderdelen aangewezen werkzaamheden.
Artikel
4
Werkzaamheden met verhoogd risico
De werkzaamheden die een verhoogd risico kunnen vormen voor de integriteit van de politie, bedoeld in artikel 48s, eerste lid, van de wet, betreffen werkzaamheden waarbij betrokkene:
toegang heeft of in staat is zichzelf of anderen toegang te verschaffen tot de informatiesystemen waarin de gegevens, bedoeld onder a en onder b, worden verwerkt of deze informatiesystemen beheert;
overige werkzaamheden verricht of kennis neemt van andere gegevens dan politiegegevens waarvan het bevoegd gezag in redelijkheid kan oordelen dat deze een vergelijkbaar verhoogd risico kunnen vormen voor de integriteit van de politie als de in de vorige onderdelen aangewezen werkzaamheden.
Artikel
5
Zwaarwegende beletselen
1
Als misdrijf als bedoeld in artikel 48q, zesde lid, van de wet wordt aangewezen het binnen acht jaar voorafgaande aan het onderzoek onherroepelijk zijn veroordeeld voor het plegen van een misdrijf waarbij een voorwaardelijke of onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of taakstraf is opgelegd.
2
Indien gedurende de terugkijktermijn sprake is van een periode van vrijheidsbeneming, wordt de terugkijktermijn verlengd met de gehele feitelijke duur van die vrijheidsbeneming.
de gegevens omtrent de relatie tussen de betrokkene en diens partner;
c.
de geboortedatum, de geboorteplaats en het geboorteland van de betrokkene;
d.
het telefoonnummer van de betrokkene;
e.
het e-mailadres van de betrokkene;
f.
de gegevens over genoten opleidingen van de betrokkene;
g.
de gegevens over het arbeidsverleden van de betrokkene;
h.
de personeelsgegevens van de betrokkene;
i.
de gegevens uit open bronnen over de betrokkene;
j.
de gegevens die betrekking hebben op de periode van acht jaar voorafgaand aan het onderzoek tot aan het onderzoek:
1°.
over de financiële omstandigheden van de betrokkene;
2°.
over vrijetijdsbesteding, nevenactiviteiten en lidmaatschappen van de betrokkene; en
3°.
over aaneengesloten verblijf in het buitenland van betrokkene van langer dan zes maanden, alsmede meerdere verblijfsperiodes in het buitenland van tenminste twee aaneengesloten maanden per jaar, die in totaliteit zes maanden overschrijden.
Artikel
7
Goede en professionele uitvoering
1
Het bevoegd gezag draagt zorg voor een goede en professionele uitvoering van het betrouwbaarheidsonderzoek.
2
De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval in dat het bevoegd gezag beheersmaatregelen treft om de onafhankelijkheid, objectiviteit en kwaliteit van de uitvoering van het betrouwbaarheidsonderzoek te waarborgen.
Artikel
8
De onderzoekers
1
Het betrouwbaarheidsonderzoek wordt uitgevoerd door ambtenaren van politie die niet betrokken zijn bij de selectieprocedure.
2
De personen, bedoeld in het eerste lid, stellen het bevoegd gezag in kennis van hun bevindingen naar aanleiding van het onderzoek.
Artikel
9
Huisbezoek
1
Betrokkene kan het bevoegd gezag verzoeken in te stemmen met een huisbezoek.
2
Het bevoegd gezag stemt met het verzoek in, indien dit in het belang is van het onderzoek.
Artikel
10
Gegevensbescherming
De gegevens van het onderzoek worden opgeslagen in een apart register waarvoor een reglement overeenkomstig de eisen van de Algemene verordening gegevensbescherming en de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming wordt opgesteld.
Hernieuwd incidenteel en periodiek betrouwbaarheidsonderzoek
1
Als feiten of omstandigheden die een hernieuwd incidenteel betrouwbaarheidsonderzoek rechtvaardigen, bedoeld in artikel 48x, vierde lid, van de wet, worden aangemerkt:
a.
een wijziging van werkzaamheden;
b.
een plaatsing in een andere functie;
c.
een redelijk vermoeden van plichtsverzuim dat de integriteit of de verantwoordelijkheid van de betrokkene raakt;
d.
een nieuw justitieel gegeven over de betrokkene;
e.
overige relevante wijzigingen in de persoonlijke omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de betrouwbaarheid van de betrokkene;
2
Een hernieuwd periodiek betrouwbaarheidsonderzoek vindt plaats na:
a.
een periode van vijf jaar voor medewerkers die werkzaamheden verrichten waarvoor een betrouwbaarheidsonderzoek als bedoeld in artikel 48s van de wet is aangewezen;
b.
een door het bevoegd gezag te bepalen periode van tenminste vijf tot ten hoogste acht jaar, naar gelang het risico van de werkzaamheden, voor medewerkers die werkzaamheden verrichten waarvoor een betrouwbaarheidsonderzoek als bedoeld inartikel 48q, eerste of vierde lid, is aangewezen.
Artikel
13
Hernieuwde VOG
1
De termijn waarna de korpschef betrokkene opnieuw vraagt een verklaring omtrent het gedrag over te leggen, bedoeld in artikel 48q, derde lid, van de wet, is twee jaar.
2
De nieuwe verklaring omtrent het gedrag is niet ouder dan drie maanden.
Artikel
14
Wijziging Besluit politiegegevens
Wijzigd het Besluit politiegegevens.
Artikel
15
Wijziging Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens
Wijzigt het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens.
Artikel
16
Wijziging Besluit algemene rechtspositie politie
Wijzigt het Besluit algemene rechtspositie politie.