Regeling van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, van 29 november 2022, nr. 2022-0000630123, houdende vaststelling van regels voor het verstrekken van subsidie aan verenigingen van eigenaars, woonverenigingen en wooncoöperaties in verband met het stimuleren van verduurzamingsmaatregelen in bestaande woningen (Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars)

Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars

Hoofdstuk

I

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

Artikel

2

Doel van de regeling

Deze regeling heeft als doel verduurzaming te stimuleren in en bij gebouwen van verenigingen, door subsidie te verstrekken voor:

  • a.

    ondersteunend onderzoek en advies ten behoeve van verduurzaming;

  • b.

    investeringen in energiebesparende isolatiemaatregelen en aanvullende energiebesparende maatregelen;

  • c.

    investeringen in duurzame warmteopties;

  • d.

    investeringen in een centrale aansluiting op een warmtenet;

  • e.

    advisering over het plaatsen van oplaadpunten;

  • f.

    investeringen in de basislaadinfrastructuur voor oplaadpunten;

  • g.

    bouwbegeleiding.

Artikel

3

Staatssteun

Artikel

4

Subsidieplafond

Hoofdstuk

II

Ondersteunend onderzoek en advies ten behoeve van verduurzaming

Artikel

5

Activiteiten en voorwaarden: ondersteunend onderzoek en advies ten behoeve van verduurzaming

Artikel

6

Aanvraag subsidie voor ondersteunend onderzoek en advies ten behoeve van verduurzaming

Hoofdstuk

III

Verduurzamingsmaatregelen, aanvullende energiebesparende maatregelen en het zeer energiezuinig pakket

Artikel

7

Verduurzamingsmaatregelen

Artikel

8

Aanvullende energiebesparende maatregelen

Aanvullende energiebesparende maatregelen zijn:

  • a.

    het voor de eerste keer aanleggen van een compleet systeem voor CO2-gestuurde ventilatie of het voor de eerste keer aanleggen van een compleet systeem voor centrale balansventilatie met wtw met een rendement van ten minste 85%, waarvan de sturing per appartement afzonderlijk is te regelen. De CO2-sensoren zijn ten minste aanwezig in de woonkamer en hoofdslaapkamer. Ook decentrale balansventilatiesystemen met eventuele geïntegreerde CO2-sensoren met een rendement van ten minste 80% zijn acceptabel, mits die ten minste in de woonkamer en de hoofdslaapkamer van elk afzonderlijk appartement worden aangebracht;

  • b.

    het dynamisch waterzijdig inregelen van het verwarmingssysteem; en

  • c.

    het in de woning plaatsen van een energiedisplay dat verbonden is met een slimme meter en inzicht geeft in het gehele actuele energieverbruik in de woning of een thermostaat die het energieverbruik binnen de woning afstemt op het leefgedrag van de bewoners en verbonden is met een energiemanagementsysteem dat inzicht geeft in het gehele actuele energieverbruik in de woning, dan wel een thermostaat die voorzien is van een temperatuurregeling voor afzonderlijke ruimten in de woning.

Artikel

9

Zeer energiezuinig pakket

Artikel

10

Activiteiten en voorwaarden: verduurzamingsmaatregelen, aanvullende energiebesparende maatregelen en het zeer energiezuinig pakket

Artikel

11

Aanvraag subsidie voor verduurzamingsmaatregelen, aanvullende energiebesparende maatregelen en het zeer energiezuinig pakket

Hoofdstuk

IV

Oplaadpuntenadvies en basislaadinfrastructuur

Artikel

12

Activiteiten en voorwaarden: subsidiabele activiteit

Artikel

13

Activiteiten en voorwaarden: voorwaarden oplaadpuntenadvies en basislaadinfrastructuur

Artikel

14

Aanvraag: oplaadpuntenadvies en basislaadinfrastructuur

Hoofdstuk

V

Hoogte subsidie

Artikel

15

Hoogte subsidie voor ondersteunend onderzoek en advies ten behoeve van verduurzaming

Artikel

16

Hoogte subsidie voor investeringen voor duurzame warmteopties

Artikel

17

Hoogte subsidie energiebesparende isolatiemaatregelen en aanvullende energiebesparende maatregelen

Artikel

17a

Biobased milieuvriendelijk isolatiemateriaal

Artikel

18

Hoogte subsidie investeringen voor een centrale aansluiting op een warmtenet

De subsidie voor een investering voor een centrale aansluiting op een warmtenet als bedoeld in artikel 7, vierde lid, bedraagt bij een vermogen van:

  • 1°.

    ten hoogste 100 kW: € 3.375;

  • 2°.

    meer dan 100 kW tot en met 1.250 kW: € 30.208; of

  • 3°.

    meer dan 1250 kW: € 30.208.

Artikel

19

Hoogte subsidie zeer energiezuinig pakket

Artikel

19a

Hoogte subsidie bouwbegeleiding

De subsidie voor bouwbegeleiding, bedoeld in artikel 1, eerste lid, bedraagt 50% van de totale kosten van de activiteit met een maximum van € 20.000.

Artikel

20

Maximale totale subsidie per vereniging

Artikel

20a

Maximale subsidie oplaadpuntenadvies en basislaadinfrastructuur

Artikel

20b

Gegevensuitwisseling

Ter bepaling van de subsidiehoogte wisselen de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en het Samenwerkingsverband Noord-Nederland dat belast is met de uitvoering van Maatregel 29 onderling uitsluitend de volgende gegevens uit:

  • a.

    het adres van het gebouw of de groep van gebouwen waarvoor subsidie wordt aangevraagd of is verleend;

  • b.

    de gesubsidieerde activiteiten;

  • c.

    de naam van de regeling waarvoor eerder subsidie is verkregen, het subsidiebedrag en de datum van de beschikking tot subsidieverlening- en vaststelling; en

  • d.

    indien noodzakelijk, de facturen van de gesubsidieerde activiteiten.

Hoofdstuk

VI

Wijze van subsidieverstrekking

Artikel

22

Subsidieverstrekking onder opschortende voorwaarde

Voor een investering voor duurzame warmteopties of een centrale aansluiting op een warmtenet als bedoeld in artikel 7, derde lid, respectievelijk vierde lid, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat:

  • a.

    een overeenkomst wordt gesloten met een bouwinstallatiebedrijf of warmteleverancier in verband met de aanschaf van de installatie of installaties dan wel de centrale aansluiting op een warmtenet; en

  • b.

    de installatie of installaties dan wel de centrale aansluiting op een warmtenet waarop de overeenkomst, bedoeld in onderdeel a, betrekking heeft, worden geïnstalleerd respectievelijk aangesloten.

Hoofdstuk

VII

Subsidieverplichtingen

Artikel

23

Subsidieverplichtingen

Artikel

24

Verplichtingen van de subsidieontvanger ten aanzien van duurzame warmteopties

Hoofdstuk

VIII

Afwijzingsgronden

Artikel

25

Afwijzingsgronden

Hoofdstuk

IX

Bekendmaking gegevens en subsidievaststelling

Artikel

26

Bekendmaking van gegevens over steunverlening

Artikel

27

Aanvraag tot subsidievaststelling

Hoofdstuk

X

Slotbepalingen

Artikel

28

Overgangsregeling

Artikel

29

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2023 en vervalt op 1 januari 2031, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling vóór laatstgenoemde datum zijn verstrekt of aangevraagd.

Artikel

30

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, H.M. de Jonge