Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
apparaatskosten: salarissen en sociale lasten voor ambtelijk personeel (inclusief overhead), kosten voor ingeleend personeel en overige goederen en diensten;
-
basisfinanciering: uitkering ten behoeve van de vergroting van capaciteit (bemensing) bij decentrale overheden voor de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid;
-
capaciteit (bemensing): inzet van ambtelijke capaciteit of externe inhuur van capaciteit (bemensing) ten behoeve van de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid;
-
decentrale overheid: de provincie of gemeente gelegen in Nederland die een specifieke uitkering ontvangt;
-
G4-G40: stedennetwerk bestaande uit vier grote en respectievelijk 41 middelgrote steden in Nederland zijnde Den Haag, Utrecht, Rotterdam, Amsterdam, Alkmaar, Almelo, Almere, Alphen aan den Rijn, Amersfoort, Amstelveen, Apeldoorn, Arnhem, Assen, Breda, Delft, Deventer, Dordrecht, Ede, Eindhoven, Emmen, Enschede, Gouda, Groningen, Haarlem, Haarlemmermeer, Heerlen, Helmond, Hengelo, ’s-Hertogenbosch, Hilversum, Hoorn, Leeuwarden, Leiden, Lelystad, Maastricht, Nijmegen, Oss, Roosendaal, Sittard-Geleen, Schiedam, Tilburg, Venlo, Zaanstad, Zoetermeer en Zwolle;
-
klimaat- en energiebeleid: beleid gericht op het behalen van de doelstellingen genoemd in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Klimaatwet;
-
minister: Minister voor Klimaat en Energie;
-
planfinanciering: aanvullende uitkering ten behoeve van de vergroting van capaciteit (bemensing) bij gemeenten voor de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid voor het inrichten van een zero-emissiezone, het aanleggen van zonneweiden of windparken en het aardgasvrij maken van woningen en gebouwen;
-
specifieke uitkering: basis- en planfinanciering;
-
uitkeringsperiode: de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2025;
-
uitvoeringsperiode: de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2025.