Tijdelijke regeling van de Minister voor Klimaat en Energie van 22 februari 2023, nr. WJZ/ 26115629, houdende regels over verlening van meerjarige specifieke uitkeringen voor capaciteit (bemensing) van decentrale overheden voor de uitvoering van klimaat- en energiebeleid (Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid)

Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid

De Minister voor Klimaat en Energie,

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • apparaatskosten: salarissen en sociale lasten voor ambtelijk personeel (inclusief overhead), kosten voor ingeleend personeel en overige goederen en diensten;

  • basisfinanciering: uitkering ten behoeve van de vergroting van capaciteit (bemensing) bij decentrale overheden voor de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid;

  • capaciteit (bemensing): inzet van ambtelijke capaciteit of externe inhuur van capaciteit (bemensing) ten behoeve van de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid;

  • decentrale overheid: de provincie of gemeente gelegen in Nederland die een specifieke uitkering ontvangt;

  • G4-G40: stedennetwerk bestaande uit vier grote en respectievelijk 41 middelgrote steden in Nederland zijnde Den Haag, Utrecht, Rotterdam, Amsterdam, Alkmaar, Almelo, Almere, Alphen aan den Rijn, Amersfoort, Amstelveen, Apeldoorn, Arnhem, Assen, Breda, Delft, Deventer, Dordrecht, Ede, Eindhoven, Emmen, Enschede, Gouda, Groningen, Haarlem, Haarlemmermeer, Heerlen, Helmond, Hengelo, ’s-Hertogenbosch, Hilversum, Hoorn, Leeuwarden, Leiden, Lelystad, Maastricht, Nijmegen, Oss, Roosendaal, Sittard-Geleen, Schiedam, Tilburg, Venlo, Zaanstad, Zoetermeer en Zwolle;

  • klimaat- en energiebeleid: beleid gericht op het behalen van de doelstellingen genoemd in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Klimaatwet;

  • minister: Minister voor Klimaat en Energie;

  • planfinanciering: aanvullende uitkering ten behoeve van de vergroting van capaciteit (bemensing) bij gemeenten voor de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid voor het inrichten van een zero-emissiezone, het aanleggen van zonneweiden of windparken en het aardgasvrij maken van woningen en gebouwen;

  • specifieke uitkering: basis- en planfinanciering;

  • uitkeringsperiode: de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2025;

  • uitvoeringsperiode: de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2025.

Artikel

2

Doel van de regeling

Artikel

3

Hoogte, plafond en verdeling

Artikel

4

In aanmerking komende kosten

Artikel

5

Aanvraag

Artikel

6

Verplichtingen

De decentrale overheid draagt er zorg voor dat de specifieke uitkering uitsluitend wordt ingezet ten behoeve van het in artikel 2 genoemde doel.

Artikel

7

Afwijzingsgronden

De minister besluit afwijzend op een aanvraag indien er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de decentrale overheid niet zal voldoen aan de in deze regeling opgenomen verplichtingen.

Artikel

8

Informatieverplichtingen

Artikel

9

Verantwoording en terugvordering

Artikel

10

Vaststelling

Artikel

11

Vervaltermijn

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2026, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verleend.

Artikel

12

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

13

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister voor Klimaat en Energie, R.A.A. Jetten

ZE-zones

€ 411.278

Zonneweides

€ 28.908

Windparken

Windturbine 1

€ 21.976

Windturbine 2–6 (per turbine)

€ 10.988

Windturbine 7 en verder (per turbine)

€ 5.494

Aardgasvrij

Per gebouw

€ 226