Wet van 3 juni 2023 tot wijziging van de Pensioenwet, de Wet inkomstenbelasting 2001 en enige andere wetten in verband met herziening van het pensioenstelsel, standaardisering van het nabestaandenpensioen, aanpassing van de fiscale behandeling van pensioen en enige andere wijzigingen ten aanzien van pensioen (Wet toekomst pensioenen)

Wet toekomst pensioenen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is om het pensioenstelsel te herzien, over te gaan tot standaardisering van het nabestaandenpensioen en de fiscale behandeling van pensioen te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Pensioenwet

Wijzigt de Pensioenwet.

Artikel

II

Wet inkomstenbelasting 2001

Onderdelen A t/m W:

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Onderdeel X:

Het in artikel II, onderdeel E, onderdeel 2, onder b, genoemde bedrag en het in onderdeel Ea, eerstgenoemde bedrag worden vóór toepassing van die onderdelen vervangen door andere bedragen. Deze bedragen worden berekend door de te vervangen bedragen te vermenigvuldigen met de ingevolge artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 aan het begin van het kalenderjaar 2023 toegepaste inflatiecorrectie op die bedragen, genoemd in artikel 3.127, tweede en derde lid, van die wet.

Onderdeel Y:

Het in artikel II, onderdeel Ea, als tweede genoemde bedrag wordt vóór toepassing van dat onderdeel vervangen door een ander bedrag. Dit bedrag wordt berekend door de aan het begin van het kalenderjaar 2023 geldende uitkeringen voor gehuwde personen zonder toeslag als omschreven in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag, te vermenigvuldigen met de factor 100/75.

Artikel

III

Wet op de loonbelasting 1964

Onderdelen A t/m V:

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Onderdeel W:

Het in artikel III, onderdeel B, in artikel 18a, derde lid, genoemde bedrag wordt vóór toepassing van dat onderdeel vervangen door een ander bedrag. Dit bedrag wordt berekend door de aan het begin van het kalenderjaar 2023 geldende uitkeringen voor gehuwde personen zonder toeslag als omschreven in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag, te vermenigvuldigen met de factor 100/75.

Onderdeel X:

Het in artikel III, onderdeel E, in artikel 18d, tweede lid, genoemde bedrag wordt vóór toepassing van dat onderdeel vervangen door een ander bedrag. Dit bedrag wordt gesteld op het aan het begin van het kalenderjaar 2023 geldende bedrag dat na aftrek van de in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, rekening houdend met de algemene heffingskorting voor een persoon die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt, gelijk is aan het netto-ouderdomspensioen per maand, bedoeld in artikel 9, vijfde lid, onderdeel a, van die wet, waarbij de nodig geachte afronding wordt aangebracht.

Artikel

IV

Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000

Wijzigt de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000

Artikel

V

Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid

Wijzigt de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid

Artikel

VI

Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen

Wijzigt de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel

VII

Wet verplichte beroepspensioenregeling

Wijzigt de Wet verplichte beroepspensioenregeling.

Artikel

VIII

Wet privatisering ABP

Wijzigt de Wet privatisering ABP.

Artikel

IX

Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd

Wijzigt de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd.

Artikel

X

Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd

Wijzigt de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd.

Artikel

XI

Wet op het notarisambt

Wijzigt de Wet op het notarisambt.

Artikel

XII

Algemene pensioen- en uitkeringswet 2021

Wijzigt de Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers.

Artikel

XIIa

Algemene wet bestuursrecht

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel

XIIb

Burgerlijk Wetboek

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 7.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel

XIII

Samenloop met Wet aanpassing appa en enkele andere wetten 2021

Wijzigt deze wet.

Artikel

XIIIa

Samenloop van wetten die wijzingen aanbrengen in een of meer belastingwetten

Ingeval de samenloop van wetten die in 2022 of 2023 in het Staatsblad zijn of worden gepubliceerd en wijzigingen aanbrengen in een of meer belastingwetten, niet of niet juist is geregeld, of indien als gevolg van die samenloop onjuistheden ontstaan in de aanduiding van artikelen, artikelonderdelen, verwijzingen en dergelijke in de desbetreffende wetten, kunnen die wetten op dit punt bij ministeriële regeling worden gewijzigd.

Artikel

XIV

Monitoring en evaluatie

Artikel

XV

Inwerkingtreding

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, waarbij artikel II, onderdelen E en I, kunnen terugwerken tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip en met dien verstande dat artikel I, onderdelen Ca, H, eerste en derde onderdeel en UUU, voor zover het betreft artikel 220ca en artikel VII, onderdeel Fa en onderdeel QQQ, voor zover het betreft artikel 214ca, in werking treden met ingang van 1 januari 2024.

Artikel

XVI

Citeertitel

Deze wet wordt aangehaald als: Wet toekomst pensioenen.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, C.J. Schouten
De Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst, M.L.A. van Rij
De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius