-
1.
De leden van het college zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het college en de ministeries waar het college verantwoording aan aflegt voor zover dit het werkterrein van het college betreft. Daarnaast maken de leden geen deel uit van dan wel zijn niet werkzaam voor belanghebbenden bij besluiten van het college.
-
2.
De leden van het college doen jaarlijks opgave aan het college van hun belangen, hoofd- en nevenfuncties. Deze opgave wordt door het college openbaar gemaakt.
-
3.
De leden accepteren geen geschenken, faciliteiten of diensten bij de uitvoering van hun functie.
-
4.
Een lid dat familie- of vriendschapsbetrekkingen onderhoudt met een bij een besluit betrokken belanghebbende, diens bestuurder of vertegenwoordiger, onthoudt zich van beraadslaging en besluitvorming. Hiervan wordt de voorzitter tijdig in kennis gesteld.
-
5.
Een lid dat zakelijke betrekkingen heeft met een bij een besluit betrokken belanghebbende, diens bestuurder of vertegenwoordiger, onthoudt zich van deelname beraadslaging en besluitvorming in de vergadering. Onder een zakelijke betrekking wordt mede verstaan betrokkenheid van een lid of de onderzoeksgroep waarvan hij/zij deel uit maakt bij (wetenschappelijk) onderzoek voor of ten behoeve van een belanghebbende. Hiervan wordt de voorzitter tijdig in kennis gesteld.
-
6.
Bij twijfel over de toepassing van dit artikel in een concreet geval, treedt een lid in overleg met de voorzitter. Het oordeel van de collegevoorzitter is na overleg met het college beslissend.
-
7.
Een lid verstrekt geen vertrouwelijke informatie aan derden.
-
8.
Een lid gaat zorgvuldig en correct om met de informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt. Het lid zorgt ervoor dat stukken, computerbestanden en gegevensdragers met vertrouwelijke gegevens veilig worden bewaard c.q. vernietigd.
-
9.
Een lid maakt niet ten eigen bate of ten bate van zijn persoonlijke of zakelijke betrekkingen gebruik van de in de uitoefening van het lidmaatschap van het college verkregen informatie.
-
10.
Met het oog op het voldoen aan de regelgeving inzake de behandeling van vertrouwelijke gegevens en met het oog op het waarborgen van de onafhankelijke positie van de leden van het college ondertekenen de leden een verklaring inzake geheimhouding en onafhankelijkheid.
-
11.
De leden zijn in geval van beëindiging van het lidmaatschap verplicht tot geheimhouding over wat hen in het kader van hun functie ter kennis is gekomen, voor zover die verplichting uit de aard der zaak volgt