Bestuursreglement werkwijze College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden 2024

Bestuursreglement werkwijze Ctgb 2024

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden,

besluit de volgende regeling te treffen voor de werkwijze van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden:

Hoofdstuk

1

Definities

Artikel

1:1

In dit reglement wordt verstaan onder:

  • college: het in artikel 3 van de wet bedoelde College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden;

  • Onze Minister: de in artikel 1 van de wet bedoelde Minister;

  • risk envelope: de definitie van risk envelope conform het ‘Guidance document on the preparation and submission of dossiers for plant protection products according to the “risk envelope approach”, SANCO/11244/2011’ en diens opvolgers.

  • secretariaat: het in artikel 7 van de wet bedoelde secretariaat van het college;

  • secretaris: de in artikel 7 van de wet bedoelde secretaris van het college tevens directeur van het secretariaat;

  • voorzitter: voorzitter van het college

  • wet: Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Hoofdstuk

2

Werkwijze van het college

Paragraaf

2.1

Vergadering

Artikel

2:1

Het college vergadert ten kantore van het college, tenzij de voorzitter een andere plaats aanwijst. De plaats die door de voorzitter wordt aangewezen voor de vergadering kan wegens bijzondere omstandigheden tevens een digitale omgeving betreffen.

Artikel

2:2

Artikel

2:3

Artikel

2:4

Om aan de beraadslagingen en de besluitvorming te kunnen deelnemen dient ieder lid op de presentielijst zijn handtekening te hebben geplaatst, tenzij een lid digitaal deelneemt. In dat geval zal de secretaris de aanwezigheid registreren.

Artikel

2:5

De voorzitter kan één of meerdere personen niet-zijnde leden van het college uitnodigen om een vergadering geheel of gedeeltelijk bij te wonen en aan de beraadslagingen deel te nemen.

Artikel

2:6

Artikel

2:7

Artikel

2:8

De vergaderingen van het college zijn besloten.

Paragraaf

2.2

Taakverdeling binnen het college

Artikel

2:9

De plaatsvervangend voorzitter heeft bij verhindering van de voorzitter dezelfde taak als de voorzitter.

Artikel

2:10

Het college verdeelt, voor zover dat nodig wordt geoordeeld, taken onder de leden van het college of maakt anderszins afspraken over het uitvoeren van met de besluitvorming van het college samenhangende werkzaamheden.

Artikel

2:11

Paragraaf

2.3

Besluitvorming

Artikel

2:12

Onverminderd het bepaalde in artikel 2:33 dienen voor het nemen van besluiten naast de voorzitter of plaatsvervangend voorzitter ten minste drie leden aanwezig te zijn.

Artikel

2:13

Artikel

2:14

Over onderwerpen, die niet vooraf zijn geagendeerd, kunnen slechts besluiten worden genomen indien geen van de leden zich hiertegen verzet.

Artikel

2:15

Paragraaf

2.4

Taakverdeling college en secretaris

Artikel

2:16

  • 1.

    De secretaris draagt zorg voor de voorbereiding en afhandeling van de besluitvorming van het college.

  • 2.

    De secretaris draagt zorg voor de voorbereiding en de verslaglegging van de vergaderingen van het college. De secretaris kan zich laten bijstaan door medewerkers van het secretariaat.

  • 3.

    De secretaris draagt zorg voor het beheer van de personele en financiële middelen van het college en zijn secretariaat.

Artikel

2:17

De secretaris legt verantwoording af aan het college over de wijze waarop hij uitvoering heeft gegeven aan het bepaalde in artikel 2:16.

Paragraaf

2.5

Toezicht college

Artikel

2:18

Het college oefent met inachtneming van het bij of krachtens de wet bepaalde toezicht uit op de taakuitvoering van de secretaris/directeur.

Artikel

2:19

Paragraaf

2.6

Werkzaamheden secretaris

Artikel

2:20

  • 1.

    De secretaris draagt zorg voor zijn plaatsvervanging.

  • 2.

    De wijze waarop de secretaris voorziet in zijn plaatsvervanging behoeft de goedkeuring van het college.

Artikel

2:21

Artikel

2:22

De secretaris biedt jaarlijks aan het college een ontwerp van de begroting alsmede een ontwerp van het werkplan voor het volgende kalenderjaar aan op een zodanig tijdstip dat toezending aan Onze Minister daarvan, na vaststelling door het college, kan geschieden vóór 1 oktober. Na vaststelling door het college draagt de secretaris zorg voor de afhandeling van de verdere procedure ter zake.

Artikel

2:23

De secretaris biedt jaarlijks aan het college een ontwerp van het jaarverslag alsmede een ontwerp van de jaarrekening over het afgelopen kalenderjaar aan op een zodanig tijdstip dat aanbieding aan Onze Minister en beschikbaarstelling na vaststelling door het college kan geschieden vóór 15 maart. Na vaststelling door het college draagt de secretaris zorg voor de afhandeling van de verdere procedure ter zake.

Artikel

2:24

De secretaris draagt zorg voor het opstellen van voortgangrapportages conform het Protocol werkafspraken rijksoverheid – Ctgb.

Paragraaf

2.7

Mandatering, volmacht, machtiging en vertegenwoordiging

Artikel

2:25

  • 1.

    De voorzitter is bevoegd om namens het college besluiten te nemen omtrent het afwijzen van een aanvraag, het toelaten van een gewasbeschermingsmiddel of een biocide en het wijzigen, verlengen of intrekken van de toelating van een gewasbeschermingsmiddel of biocide voor zover deze besluiten naar hun inhoud en de te volgen procedure direct voortvloeien uit door het college reeds eerder genomen besluiten.

  • 2.

    De voorzitter is bevoegd om namens het college te beslissen op bezwaarschriften in de gevallen waarbij het primaire besluit niet door het college of de voorzitter genomen is en het bezwaar kennelijk niet ontvankelijk, niet ontvankelijk, kennelijk gegrond of ongegrond is.

  • 3.

    Onder de in het tweede lid bedoelde besluiten zijn niet begrepen beslissingen op bezwaarschriften, voor zover daarin afgeweken wordt van het advies van de Adviescommissie voor de bezwaarschriften van het Ctgb.

  • 4.

    De voorzitter is bevoegd om namens het college ambtshalve of op aanvraag de besluiten te nemen die noodzakelijk zijn in verband met een niet zonale uitbreiding van een bestaande toelating met een kleine toepassing(en) als bedoeld in artikel 51 van Verordening (EG) 1107/2009 voor zover de toepassing binnen de risk envelope van de bestaande toelating valt.

  • 5.

    De voorzitter is bevoegd te besluiten over openbaarmaking van de bij het college aanwezige gegevens als bedoeld in artikel 63 van Verordening (EG) nr. 1107/2009, artikel 66 van Verordening (EU) nr. 528/2012, de Wet open overheid en artikel 70 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden zoals deze luidde vóór de inwerkingtreding van de wet van 6 november 2013.

  • 6.

    De voorzitter is bevoegd om namens het college het dagelijks toezicht op de taakuitvoering van de secretaris uit te oefenen als bedoeld in artikel 2:18.

Artikel

2:26

Artikel

2:27

Artikel

2:28

Artikel

2:29

Paragraaf

2.8

Onafhankelijkheid collegeleden

Artikel

2:30

  • 1.

    De leden van het college zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het college en de ministeries waar het college verantwoording aan aflegt voor zover dit het werkterrein van het college betreft. Daarnaast maken de leden geen deel uit van dan wel zijn niet werkzaam voor belanghebbenden bij besluiten van het college.

  • 2.

    De leden van het college doen jaarlijks opgave aan het college van hun belangen, hoofd- en nevenfuncties. Deze opgave wordt door het college openbaar gemaakt.

  • 3.

    De leden accepteren geen geschenken, faciliteiten of diensten bij de uitvoering van hun functie.

  • 4.

    Een lid dat familie- of vriendschapsbetrekkingen onderhoudt met een bij een besluit betrokken belanghebbende, diens bestuurder of vertegenwoordiger, onthoudt zich van beraadslaging en besluitvorming. Hiervan wordt de voorzitter tijdig in kennis gesteld.

  • 5.

    Een lid dat zakelijke betrekkingen heeft met een bij een besluit betrokken belanghebbende, diens bestuurder of vertegenwoordiger, onthoudt zich van deelname beraadslaging en besluitvorming in de vergadering. Onder een zakelijke betrekking wordt mede verstaan betrokkenheid van een lid of de onderzoeksgroep waarvan hij/zij deel uit maakt bij (wetenschappelijk) onderzoek voor of ten behoeve van een belanghebbende. Hiervan wordt de voorzitter tijdig in kennis gesteld.

  • 6.

    Bij twijfel over de toepassing van dit artikel in een concreet geval, treedt een lid in overleg met de voorzitter. Het oordeel van de collegevoorzitter is na overleg met het college beslissend.

  • 7.

    Een lid verstrekt geen vertrouwelijke informatie aan derden.

  • 8.

    Een lid gaat zorgvuldig en correct om met de informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt. Het lid zorgt ervoor dat stukken, computerbestanden en gegevensdragers met vertrouwelijke gegevens veilig worden bewaard c.q. vernietigd.

  • 9.

    Een lid maakt niet ten eigen bate of ten bate van zijn persoonlijke of zakelijke betrekkingen gebruik van de in de uitoefening van het lidmaatschap van het college verkregen informatie.

  • 10.

    Met het oog op het voldoen aan de regelgeving inzake de behandeling van vertrouwelijke gegevens en met het oog op het waarborgen van de onafhankelijke positie van de leden van het college ondertekenen de leden een verklaring inzake geheimhouding en onafhankelijkheid.

  • 11.

    De leden zijn in geval van beëindiging van het lidmaatschap verplicht tot geheimhouding over wat hen in het kader van hun functie ter kennis is gekomen, voor zover die verplichting uit de aard der zaak volgt

Paragraaf

2.9

Overige bepalingen

Artikel

2:31

  • 1.

    Het college kan bepalen dat bij beleidsmatige besluiten een zienswijzeprocedure wordt gevolgd.

  • 2.

    Indien het college voornemens is een toelating te wijzigen of in te trekken, kan de zienswijzeprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht worden gevolgd.

Artikel

2:32

Artikel

2:33

In geschillen over de uitleg van dit bestuursreglement beslist de voorzitter.

Hoofdstuk

3

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

3:1

Inwerkingtreding

Artikel

3:3

Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Bestuursreglement werkwijze Ctgb 2024.

Bijlage

I

als bedoeld in artikel 2:26 van het bestuursreglement werkwijze college voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden 2024.

De secretaris is bevoegd om namens het college de volgende besluiten te nemen: