Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
AFIR-verordening: verordening (EU) 2023/1804 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2023 betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen en tot intrekking van Richtlijn 2014/94/EU (PbEU 2023, L 234);
-
containerzeeschip: zeeschip dat uitsluitend is ontworpen voor het vervoer van containers in het ruim en aan dek;
-
exploitatiewinst: winst als bedoeld in artikel 2, negenendertigste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
-
hogesnelheidspassagiersvaartuig: vaartuig als omschreven in hoofdstuk X, voorschrift 1, van het op 1 november 1974 te Londen tot stand gekomen Verdrag inzake de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1977, 77), dat bestemd is voor het vervoer van meer dan twaalf passagiers;
-
Kaderbesluit: Kaderbesluit subsidies I en M;
-
Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
-
passagiersschip: schip dat meer dan twaalf passagiers mag vervoeren;
-
ro-ro-passagiersschip: schip dat over de nodige voorzieningen beschikt om weg- of spoorvoertuigen het vaartuig op en af te laten rijden en dat bestemd is voor het vervoer van meer dan twaalf passagiers;
-
RVO: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
-
subsidiabele kosten: in aanmerking komende kosten als bedoeld in artikel 56 ter, tweede lid bis, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
-
walstroomvoorziening: vaste of mobiele haveninfrastructuur waarmee een haven vaartuigen die zijn aangemeerd aan de kade van elektrische stroom kan voorzien voor gebruik daarvan aan de kade;
-
zeehaven: haven als bedoeld in artikel 2 van verordening (EU) 2017/352 van het Europees Parlement en de Raad van 15 februari 2017 tot vaststelling van een kader voor het verrichten van havendiensten en gemeenschappelijke regels inzake de financiële transparantie van havens (PbEU 2017, L 57);
-
zeeschip: schip als bedoeld in artikel 1 van de Scheepvaartverkeerswet, met uitzondering van pleziervaartuigen.