Regeling van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 28 augustus 2024, nr. WJZ/ 26374198, tot vaststelling van een regeling voor de verstrekking van subsidie voor het verplaatsen van veehouderijen met piekbelasting op natuurgebieden (Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting)

Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemeen

Artikel

1.1

Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • AERIUS Check: rekeninstrument voor de vaststelling van de omvang van de stikstofvracht, beschikbaar op www.aerius.nl of www.aeriusproducten.nl;

  • bouwwerk: onroerende zaak van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren ten behoeve van het bedrijfsmatig houden van vee, niet zijnde het erf, de erfverharding, de cultuurgrond en de bedrijfswoning;

  • groepsvrijstellingsverordening landbouw: Verordening (EU) 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2022, L 327);

  • grootvee-eenheid: coëfficiënt voor het omrekenen van dieren zoals opgenomen in de bijlage, punt 12, onder b, van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2290 van de Commissie van 21 december 2021 tot vaststelling van regels voor de berekeningsmethoden voor de gemeenschappelijke output- en resultaatindicatoren die zijn opgenomen in bijlage I bij Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 (PbEU 2021, L 458);

  • hervestigingslocatie: locatie waar de veehouderijonderneming naar toe verplaatst;

  • kosten derden: kosten, waarvoor een onderneming een factuur van een derde ontvangt en in haar administratie bewaart;

  • landbouwhuisdier: zoogdier of vogel voor de productie van vlees, eieren, melk, wol of veren of een paard of pony voor het fokken;

  • landbouwsteunkader: Richtsnoeren voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden (PbEU 2022, C 485);

  • marktwaarde: het door een taxateur in een taxatierapport vastgestelde geschatte bedrag waartegen vastgoed zou worden overgedragen op de waardepeildatum tussen een bereidwillige koper en een bereidwillige verkoper in een zakelijke transactie na behoorlijke marketing zou worden overgedragen, en waarbij de partijen met kennis van zaken, prudent en niet onder dwang zouden hebben gehandeld;

  • minister: Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;

  • Natura 2000-gebied: Natura 2000-gebied als bedoeld in de Omgevingswet;

  • omgevingsrechtelijke melding: melding als bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;

  • omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit: omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in de Omgevingswet;

  • omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit: omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onderdeel e, van de Omgevingswet;

  • onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;

  • overbelast Natura 2000-gebied: Natura 2000-gebied dat is vermeld in bijlage 1;

  • productiecapaciteit: vermogen van een veehouderijonderneming om dieren te houden voor het produceren van landbouwproducten, bepaald op basis van het aantal dierplaatsen in bouwwerken bestemd voor het houden van landbouwhuisdieren, uitgedrukt in aantal grootvee-eenheden;

  • stikstofvracht: totaal van de stikstofdepositie, uitgedrukt in mol stikstof per jaar, die door een veehouderijlocatie wordt veroorzaakt op overbelaste Natura 2000-gebieden;

  • taxateur: natuurlijk persoon die is ingeschreven in de Kamer Landelijk en Agrarisch Vastgoed van het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs of die, in geval het de taxatie van agrarisch onroerende zaken in een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland betreft, ingeschreven is in een gelijkwaardig register in de lidstaat waar de betreffende agrarische onroerende zaak is gelegen, dat ten minste voorziet in:

    • a.

      doorlopend toezicht op de naleving van de gedragsregels;

    • b.

      een meldplicht indien geregistreerde taxateurs handelen in strijd met de gedragsregels, en

    • c.

      onafhankelijke tuchtrechtspraak.

  • te verlaten veehouderijlocatie: vestigingsplaats van een veehouderijonderneming, bestaande uit het erf, bedoeld in bijlage I, onder A, bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, van de vestiging;

  • uniek registratienummer: uniek registratienummer als bedoeld in artikel 93, slot, van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (‘diergezondheidswetgeving’) (PbEU 2016, L 84);

  • veehouder: natuurlijke persoon of rechtspersoon die, of samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen dat, een veehouderijonderneming drijft;

  • veehouderijonderneming: een landbouwonderneming waarin dieren worden gehouden voor de primaire productie van landbouwproducten of vermeerdering van de desbetreffende dieren;

  • vervangingswaarde: het door een taxateur in een taxatierapport vastgestelde herleidbare bedrag, dat vervanging van een bouwwerk door een soortgelijk of modern equivalent met gelijke functie, maatvoering en nut, en met een actueel ontwerp en vervaardigd met actuele kosteneffectieve materialen en technieken, zou kosten op het moment van taxatie, waarbij het uitgangspunt is dat de vervaardiging plaatsvindt met materialen en technieken die zo veel mogelijk gelijk of gelijkwaardig zijn aan de materialen en technieken die gebruikt zijn in het bestaande bouwwerk;

  • voorziening: roerende zaak die volgens de normale agrarische praktijk noodzakelijk is voor de voortzetting van de agrarische bedrijfsvoering van een veehouderijonderneming, waarop fiscaal afgeschreven kan worden, met uitzondering van een landbouwwerktuig en een tractor.

Artikel

1.2

Doelstelling

Deze regeling heeft als doel om in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen voor overbelaste Natura 2000-gebieden de door veehouderijlocaties veroorzaakte stikstofdepositie op die gebieden te verlagen.

Artikel

1.3

Bepaling stikstofvracht

Artikel

1.5

Grondslag

Artikel

1.6

Informatieverplichtingen

Artikel

1.7

Verdeling subsidieplafond

Artikel

1.8

Beslissing op de aanvraag

Artikel

1.9

Afwijzingsgronden

De minister beslist afwijzend op een aanvraag van een veehouderijonderneming indien:

  • a.

    de aanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde regels;

  • b.

    op de te verlaten veehouderijlocatie niet daadwerkelijk een veehouderijonderneming wordt gedreven door de veehouder ten tijde van het indienen van de aanvraag;

  • c.

    de aanvrager:

    • 1°.

      zich reeds heeft verplicht om de te verlaten veehouderijlocatie te sluiten of reeds een aanvang heeft gemaakt met de sluiting van de locatie; of

    • 2°.

      ruimte voor stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied die voor de te verlaten veehouderijlocatie bestaat of bestond ingevolge de bestaande vergunningen, in het kader van extern salderen geheel of gedeeltelijk ter beschikking stelt of heeft gesteld voor andere activiteiten met het oog op een daarvoor aangevraagde of aan te vragen omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit.

Artikel

1.10

Algemene verplichtingen subsidieontvanger

Artikel

1.11

Gegevensverwerking

De minister kan voor een beoordeling van de juistheid van de informatie die is verstrekt bij de indiening van aanvragen op grond van deze regeling gebruikmaken van de daarvoor noodzakelijke gegevens die zijn opgenomen in registraties op grond van de Meststoffenwet, de Wet dieren, de Landbouwwet, de Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 (PB EU 2016, L 84) en de Gedelegeerde verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie (Pb EU 2019, L 314).

Artikel

1.12

Subsidievaststelling

Hoofdstuk

2

Haalbaarheidsonderzoek bedrijfsverplaatsing

Artikel

2.1

Begripsomschrijving

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • haalbaarheidsonderzoek bedrijfsverplaatsing: verrichting van een of meer van de in artikel 2.5, eerste lid, genoemde uit te voeren onderzoeken en analyses met als doel de haalbaarheid van de uitvoering van bedrijfsverplaatsing van een veehouderijonderneming naar een hervestigingslocatie als bedoeld in hoofdstuk 3 van de regeling te bepalen.

Artikel

2.2

Subsidiabele activiteiten

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een veehouderijonderneming voor het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek bedrijfsverplaatsing.

Artikel

2.3

Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor hoofdstuk 2 bedraagt € 15.000.000.

Artikel

2.4

Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt 95 procent van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 50.000 per subsidieaanvrager.

Artikel

2.5

Subsidiabele kosten

Artikel

2.6

Start- en realisatietermijn

Artikel

2.7

Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.9 beslist de minister afwijzend op een aanvraag, voor zover:

  • a.

    er ten aanzien van de aanvrager al eerder een subsidie als bedoeld in artikel 2.2 is verstrekt;

  • b.

    aan de veehouderijonderneming reeds een subsidie is toegekend op basis van hoofdstuk 3 van de regeling;

  • c.

    het onderzoek, of onderdelen daarvan, geen betrekking heeft op de haalbaarheid van de bedrijfsverplaatsing van de veehouderijonderneming.

Artikel

2.8

Openstellingsperiode

Artikel

2.9

Informatieverplichtingen

Onverminderd artikel 1.6 bevat een aanvraag om subsidie de volgende gegevens:

  • a.

    een overzicht van de uit te voeren onderzoeken en analyses met een motivatie waarin aannemelijk wordt gemaakt dat elk van de voorgestelde onderzoeken en analyses zal bijdragen aan het bepalen van de haalbaarheid van de bedrijfsverplaatsing;

  • b.

    een gespecificeerde begroting die betrekking heeft op de in onderdeel a genoemde uit te voeren onderzoeken en analyses.

Artikel

2.10

Algemene verplichtingen subsidieontvanger

Artikel

2.11

Bevoorschotting

Artikel

2.12

Aanvraag subsidievaststelling

Artikel

2.13

Staatssteun

Hoofdstuk

3

Bedrijfsverplaatsing

Artikel

3.1

Begripsomschrijvingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • modernisering: investering in een bouwwerk of voorziening, die voor de veehouderijonderneming nieuwe productietechnologie is of bestemd is ter vervanging van een aanwezige bouwwerk of voorziening, waarbij de betrokken productie of technologie fundamenteel gewijzigd wordt;

  • vervanging bestaand bouwwerk: vervanging van een bouwwerk of een deel daarvan door een ander bouwwerk of een deel daarvan waarbij het doel, de functie en de uitvoering van het betreffende bouwwerk gelijkwaardig blijft.

Artikel

3.2

Subsidiabele activiteiten

De minister kan een veehouderijonderneming op aanvraag subsidie verstrekken voor:

  • a.

    de verplaatsing van een veehouderijonderneming naar een hervestigingslocatie; en

  • b.

    investeringen op de hervestigingslocatie in verband met de in onderdeel a bedoelde verplaatsing van de veehouderijonderneming.

Artikel

3.3

Vereisten hervestigingslocatie

Artikel

3.4

Vereisten te verlaten veehouderijlocatie

Artikel

3.5

Subsidieplafond

Artikel

3.6

Subsidiecomponenten

Artikel

3.7

Bijdrage demonteer-, verhuis-, en opbouwkosten

Artikel

3.8

Bijdrage overnemen bestaande bouwwerken en vervangen bouwwerken op de hervestigingslocatie

Artikel

3.9

Bijdrage sloopkosten ten behoeve van het terugbrengen van de te verlaten veehouderijlocatie naar een uit milieuoogpunt bevredigende toestand

Artikel

3.10

Bijdrage investeringen die leiden tot modernisering van de bouwwerken of voorzieningen

Artikel

3.11

Bijdrage kosten inhuur deskundigen die direct verbonden zijn met de uitvoering van de bedrijfsverplaatsing

Artikel

3.12

Niet-subsidiabele kosten

Artikel

3.13

Realisatietermijn

Artikel

3.14

Openstellingsperiode

Artikel

3.15

Informatieverplichtingen

Artikel

3.16

Fasering sluiting van de te verlaten veehouderijlocatie

Artikel

3.17

Algemene verplichtingen subsidieontvanger

Artikel

3.18

Gegevensverwerking

Artikel

3.19

Bevoorschotting

Artikel

3.20

Aanvraag subsidievaststelling

Artikel

3.21

Staatssteun

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

4.1

Inwerkingtreding

Artikel

4.2

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, F.M. Wiersma

Bijlage

1

behorende bij artikel 1.1 van de Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting

1

Waddenzee

2

Duinen en Lage Land Texel

3

Duinen Vlieland

4

Duinen Terschelling

5

Duinen Ameland

6

Duinen Schiermonnikoog

7

Noordzeekustzone

13

Alde Feanen

15

Van Oordt’s Mersken

16

Wijnjeterper Schar

17

Bakkeveense Duinen

18

Rottige Meenthe & Brandemeer

21

Lieftinghsbroek

22

Norgerholt

23

Fochteloërveen

24

Witterveld

25

Drentsche Aa-gebied

26

Drouwenerzand

27

Drents-Friese Wold & Leggelderveld

28

Elperstroomgebied

29

Holtingerveld

30

Dwingelderveld

31

Mantingerbos

32

Mantingerzand

33

Bargerveen

34

Weerribben

35

De Wieden

36

Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht

37

Olde Maten & Veerslootslanden

38

Rijntakken

39

Vecht- en Beneden-Reggegebied

40

Engbertsdijksvenen

41

Boetelerveld

42

Sallandse Heuvelrug

43

Wierdense Veld

44

Borkeld

45

Springendal & Dal van de Mosbeek

46

Bergvennen & Brecklenkampse Veld

47

Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

48

Lemselermaten

49

Dinkelland

50

Landgoederen Oldenzaal

51

Lonnekermeer

53

Buurserzand & Haaksbergerveen

54

Witte Veen

55

Aamsveen

57

Veluwe

58

Landgoederen Brummen

60

Stelkampsveld

61

Korenburgerveen

62

Willinks Weust

63

Bekendelle

64

Wooldse Veen

65

Binnenveld

69

De Bruuk

70

Lingegebied & Diefdijk-Zuid

71

Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem

81

Kolland & Overlangbroek

82

Uiterwaarden Lek

83

Botshol

84

Duinen Den Helder-Callantsoog

85

Zwanenwater & Pettemerduinen

86

Schoorlse Duinen

87

Noordhollands Duinreservaat

88

Kennemerland-Zuid

89

Eilandspolder

90

Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder

91

Polder Westzaan

92

Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske

94

Naardermeer

95

Oostelijke Vechtplassen

96

Coepelduynen

97

Meijendel & Berkheide

98

Westduinpark & Wapendal

99

Solleveld & Kapittelduinen

100

Voornes Duin

101

Duinen Goeree & Kwade Hoek

103

Nieuwkoopse Plassen & De Haeck

105

Zouweboezem

112

Biesbosch

113

Voordelta

114

Krammer-Volkerak

115

Grevelingen

116

Kop van Schouwen

117

Manteling van Walcheren

118

Oosterschelde

121

Yerseke en Kapelse Moer

122

Westerschelde & Saeftinghe

123

Zwin & Kievittepolder

124

Groote Gat

125

Canisvliet

128

Brabantse Wal

129

Ulvenhoutse Bos

130

Langstraat

131

Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen

132

Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek

133

Kampina & Oisterwijkse Vennen

134

Regte Heide & Riels Laag

135

Kempenland-West

136

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux

137

Strabrechtse Heide & Beuven

138

Weerter- en Budelerbergen & Ringselven

139

Deurnsche Peel & Mariapeel

140

Groote Peel

141

Oeffelter Meent

142

Sint Jansberg

143

Zeldersche Driessen

144

Boschhuizerbergen

145

Maasduinen

146

Sarsven en De Banen

147

Leudal

148

Swalmdal

149

Meinweg

150

Roerdal

153

Bunder- en Elslooërbos

154

Geleenbeekdal

155

Brunssummerheide

156

Bemelerberg & Schiepersber

157

Geuldal

158

Kunderberg

159

Sint Pietersberg & Jekerdal

160

Savelsbos

161

Noorbeemden & Hoogbos

Bijlage

2

behorende bij de artikelen 2.5, eerste lid, onderdelen b en g, en 3.8 van de Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting

Eisen ten aanzien van taxatierapporten ingediend in het kader van subsidieverstrekking op grond van de Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting

In de Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting (hierna: de regeling) wordt gebruik gemaakt van taxatierapporten en de daarin gerapporteerde waarden voor het bepalen van de hoogte van de te verlenen subsidie (zie artikel 3.8 van de regeling). De kosten van het laten opstellen van taxatierapporten in het kader van deze regeling kunnen ook in aanmerking komen voor subsidie (zie de artikelen 2.5 en 3.11 van de regeling).

De relevante taxaties betreffen:

  • A.

    een taxatie van de vervangingswaarde (als gedefinieerd in artikel 1.1 van de regeling) van de bouwwerken ten behoeve van het drijven van de veehouderijonderneming op de te verlaten locatie en

  • B.

    een taxatie van de marktwaarde (als gedefinieerd in artikel 1.1 van de regeling) van de bouwwerken ten behoeve van het drijven van de veehouderijonderneming op de hervestigingslocatie.

Om gebruikt te kunnen worden in het kader van subsidieverstrekking op grond van de regeling dienen deze rapporten aan de in deze bijlage bij de regeling beschreven eisen te voldoen.

Ten algemene dienen taxatierapporten te zijn opgesteld in overeenstemming met de reglementen en praktijkhandleidingen ten aanzien van het taxeren van agrarisch vastgoed van het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs (NRVT, www.nrvt.nl) voor zover het rapporten betreft over vastgoed gelegen in Nederland, of in overeenstemming met de actuele taxatiestandaarden voor de taxatie van agrarisch vastgoed van de International Valuation Standards Council (IVSC, www.ivsc.org) of de European Valuation Standards zoals gepubliceerd door The European Group of Valuers’ Associations (TEGOVA, www.tegova.org) als het agrarisch vastgoed betreft gelegen in andere lidstaten van de Europese Unie dan Nederland.

Daarnaast gelden de hierna te noemen eisen voor taxatierapporten van de vervangingswaarde van bouwwerken op de te verlaten veehouderijlocatie (onderdeel A) en de marktwaarde van bouwwerken op de hervestigingslocatie (onderdeel B).

A

Eisen aan het taxatierapport ter bepaling van de vervangingswaarde van de bouwwerken op de te verlaten veehouderijlocatie

Het taxatierapport bevat ten minste de volgende informatie:

  • 1.

    De identiteit en status van de bij de opstelling van het taxatierapport betrokken taxateur(s):

    de taxateur dient te zijn ingeschreven in de Kamer Landelijk en Agrarisch Vastgoed van het NRVT (artikel 1.1).

  • 2.

    De opdrachtgever:

    (vertegenwoordiger of gemachtigde) van de veehouderijonderneming.

  • 3.

    Andere beoogde gebruikers:

    • In de opdrachtverlening en in het rapport dient de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) als belanghebbende(n) opgenomen te zijn.

    • Het rapport bevat de schriftelijke toestemming voor het delen en gebruiken van het taxatierapport of delen daarvan (inclusief alle bijlagen) met en door RVO, het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur voor gebruik in het kader van de subsidieverstrekking op grond van de regeling.

  • 4.

    Het doel van de taxatie:

    Doel van de taxatie is de bepaling van de vervangingswaarde van de bouwwerken ten behoeve van het bedrijfsmatig houden van vee op de te verlaten veehouderijlocatie conform de definitie als opgenomen in artikel 1.1 van de regeling.

  • 5.

    Het taxatietype (volledige taxatie, hertaxatie en update):

    Uitgegaan wordt van een volledige taxatie waarbij in elk geval de bouwwerken ten behoeve van het voeren van het veehouderijbedrijf gedetailleerd beschreven worden en afzonderlijk gewaardeerd worden, met een conclusie in de vorm van een onderbouwde vervangingswaarde per bouwwerk. De volledige taxatie mag maximaal 6 maanden oud zijn op het moment van subsidieaanvraag.

  • 6.

    Het onderwerp van de taxatie:

    Het vaststellen van de vervangingswaarde (voor te hanteren definitie zie punt 8.) van elk bouwwerk ten behoeve van het voeren van het veehouderijbedrijf (zoals dierenverblijven, maar ook werkruimten, schuren, bergingen en opslagen die ten dienste staan aan het bedrijfsmatig houden van vee) op de te verlaten veehouderijlocatie.

  • 7.

    Zakelijk recht:

    aangeduid wordt bij wie het eigendom ligt van de aanwezige bouwwerken ten behoeve van het voeren van het veehouderijbedrijf.

  • 8.

    De waardegrondslag:

    • Het rapport beschrijft de vervangingswaarde van elk bouwwerk voor het voeren van het veehouderijbedrijf (zoals dierenverblijven, maar ook werkruimten, schuren, bergingen en opslagen die ten dienste staan aan het bedrijfsmatig houden van vee) op de te verlaten veehouderijlocatie.

      De in het rapport gehanteerde definitie dient dus in overeenstemming te zijn met de definitie van vervangingswaarde in artikel 1.1 van de regeling. Onder vervangingswaarde wordt derhalve verstaan: het herleidbare bedrag dat vervanging van een bouwwerk door een modern equivalent met gelijke functie, maatvoering en nut, en met een actueel ontwerp en vervaardigd met actuele kosteneffectieve materialen en technieken zou kosten op het moment van taxatie door een taxateur, waarbij uitgangspunt is vervaardiging met materialen en technieken die zo veel mogelijk of gelijk of gelijkwaardig zijn aan de materialen en technieken gebruikt in het bestaande bouwwerk.

      Het betreft dus de vervangingswaarde zonder correcties, dus de vervangingswaarde gebaseerd op vervangingskosten zonder correctie voor leeftijd, staat van onderhoud, e.d.

    • In het rapport is voor elk afzonderlijk bouwwerk voor het voeren van het veehouderijbedrijf op de te verlaten veehouderijlocatie een gedetailleerde berekening opgenomen met de prijs die de vervanging van dat bouwwerk door een modern equivalent met gelijke functie, maatvoering en nut, en met een actueel ontwerp en vervaardigd met actuele kosteneffectieve materialen en technieken zou kosten, waarbij uitgangspunt is vervaardiging met materialen en technieken die zo veel mogelijk of gelijk of gelijkwaardig zijn aan de materialen en technieken gebruikt in het bestaande bouwwerk.

    • Daarvoor wordt per bouwwerk een nauwkeurige beschrijving gegeven van de functie; de precieze afmetingen (lengte*breedte*hoogte), oppervlak en inhoud; de capaciteit in termen van dierplaatsen, ook uitgedrukt in GVE in geval van dierenverblijven; aanduiding houderijsysteem/stalsysteem; nummer van het stalsysteem en emissiefactor conform bijlagen V en VI van de Omgevingsregeling; gebruikte bouwmaterialen; uitvoering van de bouw; en het bouwjaar (renovatiejaar) van het bouwwerk of onderdelen daarvan.

    • In het rapport wordt geëxpliciteerd welke uitgangspunten en aannames zijn gehanteerd voor het bepalen van wat als modern equivalent van het betreffende bouwwerk ten behoeve van het opstellen van het taxatierapport wordt beschouwd, als in de uitgevoerde berekening afgeweken zou worden van maatvoering en bouwmaterialen en technieken van het betreffende bouwwerk.

    • In het rapport wordt van alle bouwwerken vermeld of deze in overeenstemming zijn met de op de betreffende locatie geldende regelgeving inzake bouw, ruimtelijke ordening, diergezondheid/dierenwelzijn en milieu en natuur en welke regelgeving het betreft indien dit niet het geval is. Als er sprake is van gedeeltelijk niet voldoen aan geldende regelgeving, wordt weergegeven welk deel van het bouwwerk dit betreft.

    • De voor de vervangingswaardeberekening gehanteerde actuele bron(nen) voor (gestandaardiseerde) prijzen en kosten worden vermeld.

    • Naast de aldus bepaalde vervangingswaarde per bouwwerk is in het rapport ook de vervangingswaarde van alle bouwwerken voor het voeren van het veehouderijbedrijf op de te verlaten veehouderijlocatie gezamenlijk de vervangingswaarde weergegeven.

  • 9.

    De aard en bron(nen) van de informatie waarop de taxateur zich baseert:

    gebruik wordt gemaakt van actuele bronnen en actuele prijzen/kosten, met duidelijke bronverwijzingen naar vindbare en voor het bepalen van vervangingskosten geaccepteerde bronnen.

  • 10.

    De Waardepeildatum en andere relevante data:

    het taxatierapport is maximaal zes maanden oud op het moment van indienen van de aanvraag (artikel 3.16 van de regeling).

  • 11.

    Een verklaring inzake een eventuele eerdere betrokkenheid van de taxateur(s) bij het vastgoed of bij de betrokken partijen.

  • 12.

    Een bevestiging dat er geen sprake is van een potentiële belangenverstrengeling van de betrokken taxateur(s) inzake de getaxeerde bouwwerken.

B

Eisen aan het taxatierapport ter bepaling van de marktwaarde van de bouwwerken op de hervestigingslocatie

Het taxatierapport bevat ten minste de volgende informatie:

  • 1.

    De identiteit en status van de taxateur(s):

    • In geval de taxatie betrekking heeft op onroerende zaken gelegen in Nederland:

    • de taxateur dient te zijn ingeschreven in de Kamer Landelijk en Agrarisch Vastgoed van het NRVT (artikel 1.1).

    • In geval de taxatie betrekking heeft op onroerende zaken gelegen in een andere EU-lidstaat dan Nederland:

    • de betrokken taxateur is ingeschreven is in een register gelijkwaardig aan het NRVT in de lidstaat waar de betreffende agrarische onroerende zaak is gelegen, waarbij dit register ten minste voorziet in:

      • a.

        doorlopend toezicht op de naleving van de gedragsregels;

      • b.

        een meldplicht indien geregistreerde taxateurs handelen in strijd met de gedragsregels, en

      • c.

        onafhankelijke tuchtrechtspraak.

    • De taxateur dient bewezen deskundig te zijn, aantoonbare professionele ervaring met de taxatie van agrarische onroerende zaken te hebben en te werken conform de taxatiestandaard in overeenstemming met de European Valuation Standards (EVS) of de International Valuation Standards (IVS). Taxateurs die beschikken over een geldig certificaat van ‘Recognised European Valuer’ uitgegeven door de bij ‘The European Group of Valuer Assocations’ aangesloten organisaties, of een certificaat van ‘chartered member’ van het Royal Institution of Chartered Surveyors (MRICS; Member of the Royal Institution of Chartered Surveyors) voldoen aan deze eisen.

  • 2.

    De Opdrachtgever:

    (vertegenwoordiger of gemachtigde) van de veehouderijonderneming;

  • 3.

    Andere beoogde gebruikers:

    • In de opdrachtverlening en in het rapport dient de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) als belanghebbende(n) opgenomen te zijn.

    • Het rapport bevat de schriftelijke toestemming voor het delen en gebruiken van het taxatierapport of delen daarvan (inclusief alle bijlagen) met en door RVO, het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur voor gebruik in het kader van de subsidieverstrekking op grond van de regeling.

  • 4.

    Het doel van de taxatie:

    Het doel van de taxatie is de vaststelling van de marktwaarde van de bouwwerken ten behoeve van het bedrijfsmatig houden van vee op hervestigingslocatie, conform de definitie als opgenomen in artikel 1.1 van de regeling.

  • 5.

    Het taxatietype (volledige taxatie, hertaxatie en update):

    Een volledige taxatie waarbij de verschillende onderdelen van het bedrijf overzichtelijk gescheiden worden. De volledige taxatie mag maximaal 6 maanden oud zijn op het moment van subsidieaanvraag.

  • 6.

    Het onderwerp van de taxatie:

    Het vaststellen van de marktwaarde van de aanwezige bouwwerken ten behoeve van het bedrijfsmatig houden van vee (zoals dierenverblijven, maar ook werkruimten, schuren, bergingen en opslagen die ten dienste staan aan het bedrijfsmatig houden van vee) op hervestigingslocatie. In het kader van de subsidieverlening op basis van artikel 3.8 van de regeling is de marktwaarde van de bouwwerken ten behoeve van het bedrijfsmatig houden van vee op hervestigingslocatie van belang; de waarde van andere bouwwerken, bedrijfswoning, erfgrond en cultuurgrond is daarvoor niet van belang, maar kan wel deel uitmaken van het rapport.

  • 7.

    Zakelijk recht:

    Het belang en de aard van het gebruik van het bouwwerk (daaronder begrepen of bijvoorbeeld sprake is van vol eigendom, recht van erfpacht, recht van opstal, appartementsrecht).

  • 8.

    De waardegrondslag:

    • De waardegrondslag voor de taxatie van de bouwwerken ten behoeve van het bedrijfsmatig houden van vee op hervestigingslocatie is de marktwaarde conform de definitie van marktwaarde in artikel 1.1 van de regeling. Deze definitie komt overeen met de door de NRVT gehanteerde definitie.

    • De bepaling van de marktwaarde dient gebeurd te zijn conform de standaarden en richtlijnen van de NRVT, of in geval het vastgoed in andere EU-lidstaten dan Nederland betreft, conform de standaarden van de EVS of de IVS.

    • In het rapport dienen de te onderscheiden bouwwerken (zie de definitie in artikel 1.1 van de regeling) voor het voeren van het veehouderijbedrijf (inclusief de daarmee aard- of nagelvast verbonden zaken) afzonderlijk beschreven en getaxeerd te worden, los van erfgrond/ondergrond, de bij het bedrijf horende cultuurgrond, de bedrijfswoning en eventuele andere bouwwerken niet bestemd en/of gebruikt voor het voeren van het veehouderijbedrijf.

    • Van elk bouwwerk bevat het rapport een gedetailleerde, feitelijke beschrijving van de functie, capaciteit, grootte en hoogte (de exacte oppervlakte van de dierenverblijven in vierkante meters, het aantal beschikbare en bruikbare dierplaatsen, ook uitgedrukt in GVE’s, de inhoud van de bouwwerken); aanduiding houderijsysteem/stalsysteem; nummer van het stalsysteem en emissiefactor conform bijlagen V en VI van de Omgevingsregeling (alleen voor hervestigingslocaties in Nederland); uitvoering van het bouwwerk en gebruikte bouwmaterialen; bouwjaar/leeftijd en staat van onderhoud; en relevante specifieke kenmerken van de locatie.

    • Indien een bouwwerk bestaat uit onderdelen die een verschillende levensduur hebben en/of relevant verschillen in (technische) staat van onderhoud, dan wordt dit voor het betreffende bouwwerk per onderdeel beschreven.

    • Van alle bouwwerken wordt vermeld of deze in overeenstemming zijn met de op de betreffende locatie geldende regelgeving inzake bouw, ruimtelijke ordening, diergezondheid/dierenwelzijn, milieu en natuur (zie ook de artikelen 3.3, 3.5 en 3.17 van de regeling) en welke regelgeving het betreft, en voor welk bouwwerk, indien dit niet het geval is. Als er sprake is van gedeeltelijk niet voldoen aan geldende regelgeving, wordt weergegeven welk deel van het bouwwerk dit betreft.

  • 9.

    De waardepeildatum en andere relevante data;

    Het taxatierapport is maximaal zes maanden oud op het moment van indienen van de aanvraag (artikel 3.16 van de regeling).

  • 10.

    De aard en bron(nen) van de informatie waarop de taxateur zich baseert:

    gebruik wordt gemaakt van actuele bronnen en actuele prijzen/kosten.

  • 11.

    Een verklaring inzake een eventuele eerdere betrokkenheid van de taxateur bij het vastgoed of de betrokken partijen;

  • 12.

    Een bevestiging dat er geen sprake is van een potentiële belangenverstrengeling van de taxateur inzake het getaxeerde object;

  • 13.

    De verklaring dat de professionele taxatiedienst is uitgevoerd in overeenstemming met de standaarden EVS en/of IVS.

Bijlage

3

behorende bij artikel 3.4 van de Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting

Modelovereenkomst

... (naam), in zijn/haar hoedanigheid van privé persoon en als natuurlijke persoon of rechtspersoon die of samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen dat een veehouderij drijft, verder te noemen: de veehouder en

de Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, namens deze, ....... Directeur ......... van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

overwegende:

dat de Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting (verder: de regeling), artikel 3.4, tweede lid, onderdeel g, als voorwaarde bevat voor subsidieverstrekking dat de subsidie ontvangende veehouder zich bij overeenkomst moet hebben verbonden om:

  • 1°.

    niet langer op de locatie landbouwhuisdieren te houden, noch als persoon, noch tezamen met anderen in de vorm van een rechtspersoon of samenwerkingsverband;

  • 2°.

    zeker te stellen dat na al dan niet tijdelijke overdracht of ingebruikgeving van de locatie of een deel daarvan aan een verkrijger of gebruiker evenmin op die locatie landbouwhuisdieren worden gehouden;

dat de aanvraag van de veehouder om subsidie op grond van de regeling te ontvangen voor het beëindigen van de veehouderijlocatie met adres ... (verder te noemen: de locatie), is toegewezen;

komen het volgende overeen:

  • 1.

    De veehouder zal, na te hebben voldaan aan de vereisten, bedoeld in artikel 3.4 van de regeling, op de locatie niet opnieuw landbouwhuisdieren gaan houden.

  • 2.

    De veehouder zal bij overdracht van de locatie of een deel daarvan in de koopovereenkomst een zogenaamd kettingbeding opnemen luidende dat de locatie niet gebruikt zal worden voor het houden landbouwhuisdieren en dat elke volgende verkrijger aan dezelfde verplichting wordt verbonden.

Datum en plaats:

........., .........

....

....

(.... = naam vertegenwoordiger van de Staat)

(... = naam veehouder)

....

(... = naam echtgenote /

/echtgenoot van veehouder)