Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 8 januari 2025, nr. IENW/BSK-246458, houdende tijdelijke regels voor toekenning van rijksbijdragen voor verkeersveiligheidsmaatregelen voor de periode van 1 januari 2025 tot 1 januari 2030 (Regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2025–2030)
aanvrager: een gemeente, niet behorend tot de Vervoerregio Amsterdam of de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, een provincie, de Vervoerregio Amsterdam, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag namens een tot die regio’s behorende gemeente of een waterschap;
aanvraagtijdvak: termijn waarbinnen een aanvraag voor een rijksbijdrage kan worden ingediend;
minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
Het doel van deze regeling is het stimuleren van het nemen of versnellen van kosteneffectieve en risicogestuurde verkeersveiligheidsmaatregelen op het onderliggend wegennet.
Artikel
4
Kosten die in aanmerking komen voor rijksbijdrage
1
De minister kan op aanvraag een rijksbijdrage verstrekken voor de kosten van het uitvoeren van maatregelen die zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.
2
De volgende kosten komen voor de verstrekking van een rijksbijdrage in aanmerking:
a.
uitvoeringskosten; en
b.
infrastructurele kosten.
3
Op grond van deze regeling wordt geen rijksbijdrage verstrekt voor:
a.
maatregelen waarvoor reeds een specifieke uitkering of een subsidie door het Rijk is verstrekt;
b.
maatregelen waarvoor in de begroting van de aanvrager al volledige dekking is;
c.
maatregelen waarvan de uitvoering al begonnen is vóór de inwerkingtreding van deze regeling;
d.
reguliere onderhoudswerkzaamheden;
e.
personele kosten of kosten voor inhuur van personeel ten behoeve van de voorbereiding van werkzaamheden;
f.
grondaankopen; en
g.
omzetbelasting over de kosten van activiteiten en maatregelen voor zover deze omzetbelasting in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds of verrekend kan worden.
Artikel
5
Plafond, wijze van verdeling en bekendmaking aanvraagtijdvak
1
Het rijksbijdrageplafond voor de jaren 2025–2030 bedraagt in totaal € 236.000.000,–. In bijlage 2 bij deze regeling is voor elke aanvrager bepaald welk bedrag van de rijksbijdrage voor de aanvrager ten hoogste beschikbaar is.
2
De minister stelt per aanvraagtijdvak een plafond vast voor rijksbijdragen die op grond van deze regeling worden verstrekt. Een aanvraagtijdvak en het plafond worden uiterlijk zes weken voor aanvang ervan bekendgemaakt in de Staatscourant. Aanvraagtijdvakken vinden alleen plaats in het jaar 2025.
3
De minister verdeelt de bedragen, bedoeld in het tweede lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Artikel
6
Hoogte van de rijksbijdrage
De totale rijksbijdrage per subsidieverstrekking bedraagt ten hoogste 50% van de kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, met een maximum per ontvanger zoals vermeld in bijlage 2 bij deze regeling.
Artikel
7
Aanvraag tot verlening
1
Een rijksbijdrage wordt op aanvraag verstrekt.
2
Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld aanvraagformulier.
3
Rijksbijdragen kunnen worden aangevraagd gedurende door de minister vastgestelde aanvraagtijdvakken.
4
In een aanvraagtijdvak kan een aanvrager ten hoogste één aanvraag indienen waarin alle voorgenomen maatregelen worden genoemd.
een overzicht van de locaties waar elke maatregel wordt gerealiseerd;
b.
een beschrijving van de huidige verkeersveiligheidssituatie op elke locatie en een toelichting op de wijze waarop het nemen van de voorgestelde maatregel de verkeersveiligheid op de locatie verbetert en de kans op verkeersongevallen verkleint;
c.
een overzicht met de realisatiedatum van elke maatregel;
De aanvraag van de Vervoerregio Amsterdam en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag gaat tevens vergezeld van een maatregelenprogramma. De door de minister gehonoreerde aanvragen van Vervoerregio Amsterdam en Metropoolregio Rotterdam Den Haag worden uitgevoerd conform de subsidieverordening van de desbetreffende vervoerregio.
Artikel
8
Verlening en afwijzingsgronden
1
Een besluit tot verlening vermeldt in elk geval:
a.
de maatregelen waarvoor de rijksbijdrage wordt verleend;
b.
het bedrag van de rijksbijdrage;
c.
de wijze waarop het bedrag van de rijksbijdrage is bepaald;
d.
en de periode waarvoor de rijksbijdrage wordt verleend.
2
De minister wijst een aanvraag voor een rijksbijdrage af indien het plafond, bedoeld in artikel 5, tweede lid, in geval van honorering van de aanvraag zou worden overschreden.
3
De minister kan een aanvraag voor een rijksbijdrage tevens afwijzen, indien de aanvrager naar zijn oordeel in het verleden aanwijsbaar onvoldoende inspanning heeft gepleegd om eerder toegekende maatregelen te realiseren.
Artikel
9
Bevoorschotting en betaling
1
De minister keert bij het besluit tot verlening, bedoeld in artikel 8, een voorschot van 100% uit.
2
Het voorschot wordt uiterlijk zes weken na de dagtekening van het besluit tot verlening uitgekeerd.
De ontvanger besteedt de rijksbijdrage uitsluitend aan de maatregelen waarvoor de rijksbijdrage wordt verleend.
2
Alle maatregelen waarvoor een rijksbijdrage is verstrekt, zijn uiterlijk op 31 december 2028 gerealiseerd.
Artikel
12
Verantwoording
1
Provincies, gemeenten en de Vervoerregio Amsterdam en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, namens de daartoe behorende gemeenten, leggen verantwoording af over de besteding van de rijksbijdrage op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
De minister stelt de rijksbijdrage vast op 31 december van het jaar waarin de laatste verantwoording, bedoeld in artikel 12, heeft plaatsgevonden.
Artikel
14
Evaluatieverslag
De minister publiceert voor 1 januari 2029 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de rijksbijdrage in de praktijk.
Artikel
15
Inwerkingtreding en vervaldatum
Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 januari 2025 en werkt terug tot en met 1 januari 2025. De regeling vervalt met ingang van 1 januari 2030, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op een rijksbijdrage die voor die datum is verstrekt.
Artikel
16
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2025–2030.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,B.Madlener
De volgende maatregelen komen voor de verstrekking van een rijksbijdrage in aanmerking.
Algemeen
•
Aanleg van openbare verlichting.
•
Aanleg vrijliggend voetpad.
Fietsinfrastructuur
•
Aanbrengen van kant- en asmarkering op fietspaden.
•
Saneren van onnodig geplaatste paaltjes en verticale elementen op of vlak naast fietspaden, of wanneer dit niet mogelijk is het aanbrengen van attentieverhogende markeringen.
•
Saneren van verticale trottoirbanden en overbruggen hoogteverschillen tussen verharding en berm.
•
Uitvoering van gesloten verharding van fietsstroken- en paden.
•
Verbreden van fietspaden.
•
Aanleg plateau kruispunt op gebiedsontsluitingsweg/erftoegangsweg (GOW/ETW).
•
Fietsoversteek over zijweg door middel van een uitritconstructie.
•
Aanleg van een vrijliggend fietspad of vrijliggend fiets-/bromfietspad (op 50-, 60- en 80 km/uur wegen).
•
Aanleg ongelijkvloerse kruising (onderdoorgang of brug).
•
Verwijderen van wegversmallingen en chicanes voor fietsers.
•
Aanbrengen van bermverharding langs fietspaden.
30 km/uur wegen
•
Aanleg van een kruispuntplateau.
•
Aanleg van korte rechtstanden.
•
Aanleg van een uitritconstructie van zijstraten gebiedsontsluitingswegen naar 30 km/uur-zone.
•
Inrichten van schoolzone met snelheidsverlagende maatregelen.
•
Aanleg van een fietsstraat op een 30 km/uur weg.
50 km/uur wegen
•
Saneren van langsparkeren of parkeerstroken langs de rijbaan.
•
Links afslaan verbieden door aanleg van een doorgetrokken middengeleider.
•
Aanleg van een rotonde binnen de bebouwde kom.
•
Aanleg van rijrichtingscheiding door rammelstrook op asmarkering.
•
Het volwaardig afwaarderen van een gebiedsontsluitingsweg 50 km/uur naar een erftoegangsweg 30 km/uur.
•
Aanleg van een fietsoversteek, via een middeneiland, alleen bij een kruispunt.
•
Aanleg van een snelheidsremmend plateau voor een fietsoversteek, alleen bij een kruispunt.
•
Aanleg van een uitritconstructie van zijstraten gebiedsontsluitingswegen naar 30 km/uur-zone.
•
Aanleg van een middeneiland bij een komgrens van een 60 km/uur weg naar een gebiedsontsluitingsweg 50 km/uur of gebiedsontsluitingsweg 80 km/u naar een gebiedsontsluitingsweg 50 km/uur.
•
Het uitvoeren van LARGAS-maatregelen zoals de aanleg van een voorrangsplein op een kruising van een gebiedsontsluitingsweg en een erftoegangsweg en de aanleg van smalle rijstroken gescheiden door een middenberm.
•
Het volwaardig afwaarderen van een gebiedsontsluitingsweg 50 km/uur naar een gebiedsontsluitingsweg 30 km/uur.
60 km/uur wegen
•
Aanleg van een kruispuntplateau.
•
Aanleg van verticale elementen voor korte rechtstanden (rekening houdend met landbouwverkeer).
•
Aanleg van één rijloper met fiets(suggestie)stroken en bermen.
•
Aanbrengen bermverharding op een erftoegangsweg 60 km/u.
•
Aanleg van een fietsoversteek via een middeneiland.
•
Aanleg van een snelheidsremmend plateau voor een fietsoversteek, alleen bij een kruispunt op 60 km/uur-wegen.
80 km/uur wegen
•
Aanbrengen van een (fysieke) rijrichtingscheiding.
•
Aanleggen van veilige, obstakelvrije bermen.
•
Aanleg van een parallelweg voor het ontsluiten van percelen.
•
Aanleg van rijrichtingsscheiding door rammelstrook op as-markering.
•
Aanleg van een fietsoversteek, via een middeneiland, alleen bij een kruispunt.
•
Aanleg van een snelheidsremmend plateau voor een fietsoversteek, alleen bij een kruispunt.
•
Aanleg van een rotonde buiten de bebouwde kom.
•
Het volwaardig afwaarderen van een 80 km/uur weg naar een 60 km/uur weg.
•
Ombouw van een meerstrooksrotonde naar turborotonde.
100 km/uur wegen
•
Aanbrengen van een fysieke rijrichtingscheiding.
•
Aanleggen van veilige, obstakelvrije bermen.
•
Aanleg van een parallelweg voor het ontsluiten van percelen.
•
Aanleg van een ongelijkvloerse kruising.
•
Het volwaardig afwaarderen van een 100 km/uur weg naar een 80 km/uur weg.