Artikel
I
Wijziging van de Jeugdwet
Wijzigt de Jeugdwet.
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Jeugdwet.
Wijzigt de Wet marktordening gezondheidszorg.
Wijzigt de Gemeentewet.
Wijzigt de Verzamelwet VWS 2020.
Wijzigt de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Wijzigt de Wet op de economische delicten.
Onze Ministers zenden binnen vijf jaar een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van het bij of krachtens deze wet bepaalde en rapporteren hier vervolgens elke twee jaar over.
Het verslag, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgevoerd door een onafhankelijke commissie bestaande uit deskundigen op het gebied van jeugdzorg, bestuurskunde en jeugdrecht, alsmede vertegenwoordigers van cliëntenorganisaties en gemeenten.
In het verslag en de rapportages, bedoeld in het eerste lid, wordt beoordeeld of:
De mate waarin deze wet daadwerkelijk bijdraagt aan het bevorderen van een toereikend aanbod van de vormen van jeugdhulp als bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, en gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering;
De impact van deze wet op wachttijden, de toegankelijkheid en de kwaliteit van de vormen van jeugdhulp als bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en gecertificeerde instellingen;
De administratieve lasten voor gemeenten, jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen;
De financiële gevolgen van deze wet, en
De ervaringen van jeugdigen en gezinnen met de beschikbaarheid en kwaliteit van de vormen van jeugdhulp als bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en gecertificeerde instellingen.
Indien uit twee opeenvolgende rapportages blijkt dat de beoogde doelen van deze wet niet worden behaald en er geen significant positieve impact wordt vastgesteld, informeren Onze Ministers, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beide Kamers der Staten-Generaal zo spoedig mogelijk over de mogelijk benodigde maatregelen.
Artikel 2.19, eerste lid, onderdeel a, heeft geen gevolgen voor contracten, nog niet overeengekomen verlenging van die contracten daaronder niet begrepen, die zijn afgesloten of subsidies die zijn verleend voorafgaand aan de datum waarop het in artikel I, onderdeel G, voorziene artikel 2.19 van de Jeugdwet in werking treedt.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Deze wet wordt aangehaald als: Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.