Regeling van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 4 november 2025 nr. 2025-0000035295, houdende regels met betrekking tot het verstrekken van een specifieke uitkering ten behoeve van de stimulering van de bouw van betaalbare woningen (Tijdelijke regeling realisatiestimulans)

Tijdelijke regeling realisatiestimulans

Hoofdstuk

1

Begripsbepalingen

Artikel

1.1

Begripsbepalingen

  • betaalbare woning:

  • college: college van burgemeester en wethouders.

  • NPLV-gebied: elk van de gebieden opgesomd in bijlage 1 en 2 bij deze regeling.

  • Minister: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.

    start van de bouwwerkzaamheden:

    • a.

      bij nieuwbouw en flexwoningen: Het begin van bouwactiviteiten van een toegestaan bouwwerk waarover het bevoegd gezag is geïnformeerd of waarvan de feitelijke bouw is aangevangen door minimaal de aanleg van de fundering (waartoe niet het bouwrijp maken van een terrein wordt gerekend). Als start van bouwwerkzaamheden geldt:

      • I.

        het ontgraven van de grond ten behoeve van de funderingswerkzaamheden van het bouwwerk; óf

      • II.

        indien de funderingswerkzaamheden (met name heiwerk) plaatsvinden vóór het ontgraven van de grond, dan de start van het heiwerk ten behoeve van het bouwwerk; of

      • III.

        het boren c.q. slaan van een zich onder het perceel van het onderhavige bouwwerk bevindende bron ten behoeve van (bijvoorbeeld) een Warmte- en Koudeopslaginstallatie; en

      als start van bouwwerkzaamheden geldt niet:

      • i.

        het plaatsen van één of meerdere bouwketen;

      • ii.

        het plaatsen van containers ten behoeve van opslag van materialen;

      • iii.

        het inrichten en/of omheinen en/of uitzetten van het bouwterrein;

      • iv.

        het slaan van de ‘officiële’ eerste heipaal, tenzij deze paal echt als eerste wordt geslagen;

      • v.

        het slaan van een eventueel noodzakelijke damwand;

      • vi.

        het slopen van eventueel nog bestaande opstallen;

      • vii.

        het ontgraven van de grond ten behoeve van bijvoorbeeld saneringswerkzaamheden of de grondwaterhuishouding;

      • viii.

        het bouwrijp maken van het terrein.

    • b.

      bij verbouw: toegestane verbouwactiviteiten van een ter plaatse toegestaan bestaand bouwwerk, waarbij sprake is van minimaal constructieve maatregelen aan het bestaande bouwwerk en/of de toevoeging van vierkante meters ruimten met woonfunctie, waaronder in ieder geval transformatie, splitsen en optoppen. Als ‘aanvang verbouw gebouw’ geldt:

      • i.

        het toevoegen/aanpassen van een nieuwe draagstructuur;

      • ii.

        het aanleggen/aanpassen van een additionele nutsvoorziening;

      • iii.

        het toevoegen van ontsluitingsroutes in het gebouw;

      • iv.

        bij optoppen betreft het startmoment het plaatsen van een woning op het dak of het aanbrengen van constructieve voorzieningen;

      • v.

        bij transformatie betreft het startmoment de eerste bouwkundige verbouwhandeling die voortkomt uit de onderliggende omgevingsvergunning; of

      • vi.

        bij splitsen betreft het startmoment het realiseren van gescheiden toegangen tot de woningen, het plaatsen van woningscheidende wanden of het realiseren van fysiek gescheiden nutsvoorzieningen.

  • woning: een zelfstandige woonruimte, een gebouw bestaande uit onzelfstandige woonruimten, of een woonwagen.

Hoofdstuk

2

Realisatiestimulans per betaalbare woning

Artikel

2.1

Specifieke uitkering per betaalbare woning

Artikel

2.2

Hoogte van de uitkering per betaalbare woning

Artikel

2.3

Uitkeringsplafond

In totaal is ten hoogste € 1.486.000.000 beschikbaar voor specifieke uitkeringen op basis van artikel 2.1.

Artikel

2.4

Wijze van betaling en het besluit tot verstrekking

Hoofdstuk

3

Opslagen

§

3.1

Openbare ruimte en collectieve maatschappelijke voorzieningen NPLV-gebieden

Artikel

3.1

Specifieke uitkering voor maatregelen openbare ruimte en collectieve maatschappelijke voorzieningen NPLV

Artikel

3.2

Hoogte van de specifieke uitkering

Artikel

3.3

Uitkeringsplafond

In totaal is ten hoogste € 180.000.000 beschikbaar voor specifieke uitkeringen op basis van artikel 3.1.

Artikel

3.4

Wijze van betaling en besluit tot uitkering

§

3.2

Ambtelijke capaciteit voor woningbouw in NPLV-gebieden

Artikel

3.5

Specifieke uitkering capaciteitsondersteuning woningbouw in NPLV-gebieden

Artikel

3.6

Hoogte van de specifieke uitkering

Artikel

3.7

Uitkeringsplafond

In totaal is ten hoogste € 50.000.000 beschikbaar voor specifieke uitkeringen op basis van artikel 3.5.

Artikel

3.8

Wijze van betaling en besluit tot uitkering

Hoofdstuk

4

Overige en slotbepalingen

Artikel

4.1

Informatievoorziening na toekenning

Artikel

4.2

Verantwoording en terugvordering

Artikel

4.3

Evaluatiebepaling

De minister zendt binnen vijf jaar na inwerkingtreding van deze regeling aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk.

Artikel

4.4

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026 en vervalt met ingang van vijf jaar na het tijdstip van inwerkingtreding.

Artikel

4.5

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling realisatiestimulans

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening M.C.G. Keijzer

Bijlage

1

bij artikel 3.1., eerste lid, van de Tijdelijke regeling realisatiestimulans

Amsterdam Nieuw-West

€ 19.035.000

Amsterdam Zuidoost

€ 19.735.000

Arnhem Oost

€ 14.223.908

Breda Noord

€ 12.095.234

Delft West

€ 11.311.000

Den Haag Zuidwest

€ 23.739.086

Dordrecht West

€ 5.491.586

Groningen Noord

€ 12.071.044

Heerlen Noord

€ 10.000.000

Leeuwarden Oost

€ 7.200.000

Nieuwegein Centrale As

€ 3.034.000

Roosendaal Ring

€ 6.045.000

Rotterdam Zuid

€ 13.300.000

Schiedam Nieuwland-Oost

€ 9.239.000

Tilburg Noordwest

€ 13.179.200

Utrecht Overvecht

€ 7.403.000

Vlaardingen Westwijk

€ 7.323.111

Zaandam Oost

€ 10.000.000

Bijlage

2

bij artikel 3.5., eerste lid, van de Tijdelijke regeling realisatiestimulans

Amsterdam Nieuw-West

€ 3.750.000

Amsterdam Zuidoost

€ 4.500.000

Arnhem Oost

€ 250.000

Breda Noord

€ 5.000.000

Delft West

€ 1.500.000

Den Haag Zuidwest

€ 4.500.000

Dordrecht West

€ 3.800.000

Groningen Noord

€ 1.500.000

Heerlen Noord

€ 4.300.000

Leeuwarden Oost

€ 0

Nieuwegein Centrale As

€ 1.935.000

Roosendaal Ring

€ 2.500.000

Rotterdam Zuid

€ 8.000.000

Schiedam Nieuwland-Oost

€ 2.605.000

Tilburg Noordwest

€ 4.743.000

Utrecht Overvecht

€ 1.350.000

Vlaardingen Westwijk

€ 2.400.000

Zaandam Oost

€ 7.050.000