Artikel
1.1
Begripsbepalingen
-
betaalbare woning:
-
a.
sociale huurwoning: huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag;
-
b.
huurwoningen voor middenhuur: huurwoning met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en ten hoogste:
-
1°.
het bedrag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte;
-
2°.
het onder i bedoelde bedrag met inbegrip van een vermeerdering als bedoeld in artikel 8a, eerste, derde, vierde of vijfde lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte, indien het gaat om een huurwoning als bedoeld in die leden;
-
1°.
-
c.
betaalbare koopwoning: koopwoning met een koopprijs vrij op naam bij eerste verkoop van ten hoogste de bovengrens, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014; of
-
d.
een gebouw bestaande uit onzelfstandige woonruimten.
-
a.
-
college: college van burgemeester en wethouders.
-
NPLV-gebied: elk van de gebieden opgesomd in bijlage 1 en 2 bij deze regeling.
-
Minister: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
start van de bouwwerkzaamheden:
-
a.
bij nieuwbouw en flexwoningen: Het begin van bouwactiviteiten van een toegestaan bouwwerk waarover het bevoegd gezag is geïnformeerd of waarvan de feitelijke bouw is aangevangen door minimaal de aanleg van de fundering (waartoe niet het bouwrijp maken van een terrein wordt gerekend). Als start van bouwwerkzaamheden geldt:
-
I.
het ontgraven van de grond ten behoeve van de funderingswerkzaamheden van het bouwwerk; óf
-
II.
indien de funderingswerkzaamheden (met name heiwerk) plaatsvinden vóór het ontgraven van de grond, dan de start van het heiwerk ten behoeve van het bouwwerk; of
-
III.
het boren c.q. slaan van een zich onder het perceel van het onderhavige bouwwerk bevindende bron ten behoeve van (bijvoorbeeld) een Warmte- en Koudeopslaginstallatie; en
als start van bouwwerkzaamheden geldt niet:
-
i.
het plaatsen van één of meerdere bouwketen;
-
ii.
het plaatsen van containers ten behoeve van opslag van materialen;
-
iii.
het inrichten en/of omheinen en/of uitzetten van het bouwterrein;
-
iv.
het slaan van de ‘officiële’ eerste heipaal, tenzij deze paal echt als eerste wordt geslagen;
-
v.
het slaan van een eventueel noodzakelijke damwand;
-
vi.
het slopen van eventueel nog bestaande opstallen;
-
vii.
het ontgraven van de grond ten behoeve van bijvoorbeeld saneringswerkzaamheden of de grondwaterhuishouding;
-
viii.
het bouwrijp maken van het terrein.
-
I.
-
b.
bij verbouw: toegestane verbouwactiviteiten van een ter plaatse toegestaan bestaand bouwwerk, waarbij sprake is van minimaal constructieve maatregelen aan het bestaande bouwwerk en/of de toevoeging van vierkante meters ruimten met woonfunctie, waaronder in ieder geval transformatie, splitsen en optoppen. Als ‘aanvang verbouw gebouw’ geldt:
-
i.
het toevoegen/aanpassen van een nieuwe draagstructuur;
-
ii.
het aanleggen/aanpassen van een additionele nutsvoorziening;
-
iii.
het toevoegen van ontsluitingsroutes in het gebouw;
-
iv.
bij optoppen betreft het startmoment het plaatsen van een woning op het dak of het aanbrengen van constructieve voorzieningen;
-
v.
bij transformatie betreft het startmoment de eerste bouwkundige verbouwhandeling die voortkomt uit de onderliggende omgevingsvergunning; of
-
vi.
bij splitsen betreft het startmoment het realiseren van gescheiden toegangen tot de woningen, het plaatsen van woningscheidende wanden of het realiseren van fysiek gescheiden nutsvoorzieningen.
-
i.
-
a.
-
woning: een zelfstandige woonruimte, een gebouw bestaande uit onzelfstandige woonruimten, of een woonwagen.