Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
aandachtsgroepen:
-
a.
ouderen: personen van 65 jaar en ouder;
-
b.
urgent woningzoekenden:
-
–
woningzoekenden die mantelzorg als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verlenen of ontvangen;
-
–
woningzoekenden die op grond van ernstige en chronische medische redenen dringend woonruimte behoeven;
-
–
woningzoekenden aan wie in ieder geval wegens dakloosheid een voorziening voor opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wetmaatschappelijke ondersteuning 2015 is verleend;
-
–
woningzoekenden aan wie wegens huiselijk geweld of mensenhandel een voorziening voor opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is verleend en deze opvangverlaten;
-
–
woningzoekenden die een voorziening voor beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verlaten;
-
–
woningzoekenden die een verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg verlaten waar zij geneeskundige geestelijke zorg ontvingen of woningzoekenden die in verband met geneeskundige zorg als bedoeld in artikel 10, onderdeel g, van de Zorgverzekeringswet in een instelling verbleven in verband met zorg zoals psychiaters en klinisch-psychologen plegen te bieden en deze verlaten;
-
–
woningzoekenden die de leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaar hebben bereikt en die een accommodatie of gesloten accommodatie als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet verlaten;
-
–
woningzoekenden die een inrichting of voorziening als bedoeld in artikel 3a van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, een penitentiaire inrichting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet of een instelling voor forensische zorg als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet forensische zorg verlaten;
-
–
woningzoekenden die deelnemen aan een overheidsprogrammagericht op duurzaam uitstappen waarbinnen begeleiding van sekswerkers plaatsvindt bij het vinden van werk of dagbesteding buiten de seksbranche; en
-
–
woningzoekenden zonder vaste verblijfplaats die deel uitmaken vaneen gezin met een of meer minderjarige kinderen;
-
–
-
c.
medisch woningzoekenden: personen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid;
-
d.
dreigend dakloze mensen: personen die dreigen dakloos te worden, waaronder begrepen woningzoekenden die buitenslapen, woningzoekenden in niet-conventionele woonplekken en woningzoekenden die uit nood verblijven bij familie en vrienden;
-
e.
pleegzorgverlaters: personen die de leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaar hebben bereikt en die een voorziening voor pleegzorg als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet verlaten;
-
f.
arbeidsmigranten: onderdanen van een ander land dan Nederland die rechtmatig in Nederland verblijven en werken, die maximaal 5 jaar aaneensluitend in Nederland verblijft om rechtmatig werkzaamheden te verrichten, tegen een inkomen van maximaal 150% van het minimumloon bedoeld in artikel 8 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;
-
g.
studenten: personen die voltijds zijn ingeschreven bij een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wet educatie en beroepsonderwijs, of voltijds of duaal bij een instelling als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
-
h.
woonwagenbewoners: personen die willen wonen in een woonwagen en voor wie het wonen in een woonwagen onderdeel uitmaakt van diens culturele identiteit doordat deze personen zelf of diens ouders of grootouders in een woonwagen hebben gewoond;
-
i.
statushouders: houders van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8, onderdelen a, b, c of d van de Vreemdelingenwet 2000, op basis van de gemeentelijke taakstelling bedoeld in artikel 28 van de Huisvestingswet; en
-
j.
starters: woningzoekende personen tussen de 18 en 35 jaar:
-
a.
die voor het eerst een zelfstandige woning willen betrekken als (mede)hoofdbewoner;
-
b.
na het verlaten van een zelfstandige woning die zij huurden op basis van een huurovereenkomst als bedoeld in artikel 7.271, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek omdat zij behoorden tot de categorie van personen, bedoeld in artikel 1, onder a, van het Besluit specifieke groepen tijdelijke huurovereenkomst; of
-
c.
na het verlaten van een zelfstandige woning die zij huurden op basis van een huurovereenkomst als bedoeld in de artikelen 7.274c en 7.274d van het Burgerlijk Wetboek; en
-
a.
-
k.
ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG.
-
a.
-
bijlage: bijlage bij deze regeling;
-
college: college van burgemeester en wethouders;
-
minister: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
-
start van de bouwwerkzaamheden:
-
a.
bij nieuwbouw en flexwoningen: het begin van bouwactiviteiten van een toegestaan bouwwerk waarover het bevoegd gezag is geïnformeerd of waarvan de feitelijke bouw is aangevangen door minimaal de aanleg van de fundering, waartoe niet het bouwrijp maken van een terrein wordt gerekend; Als start van bouwwerkzaamheden geldt:
-
i.
het ontgraven van de grond ten behoeve van de funderingswerkzaamheden van het bouwwerk; of
-
ii.
indien de funderingswerkzaamheden (met name heiwerk) plaatsvinden vóór het ontgraven van de grond, de start van het heiwerk ten behoeve van het bouwwerk; of
-
iii.
het boren c.q. slaan van een zich onder het perceel van het onderhavige bouwwerk bevindende bron ten behoeve van (bijvoorbeeld) een warmte- en koudeopslaginstallatie; en
als start van bouwwerkzaamheden geldt niet:
-
i.
het plaatsen van een of meerdere bouwketen;
-
ii.
het plaatsen van containers ten behoeve van opslag van materialen;
-
iii.
het inrichten en/of omheinen en/of uitzetten van het bouwterrein;
-
iv.
het slaan van de ‘officiële’ eerste heipaal, tenzij deze paal echt als eerste wordt geslagen;
-
v.
het slaan van een eventueel noodzakelijke damwand;
-
vi.
het slopen van eventueel nog bestaande opstallen;
-
vii.
het ontgraven van de grond ten behoeve van bijvoorbeeld saneringswerkzaamheden of de grondwaterhuishouding;
-
viii.
het bouwrijp maken van het terrein.
-
i.
-
i.
-
b.
bij verbouw: toegestane verbouwactiviteiten van een ter plaatse toegestaan bestaand bouwwerk, waarbij sprake is van minimaal constructieve maatregelen aan het bestaande bouwwerk en/of de toevoeging van vierkante meters ruimten met woonfunctie, waaronder in ieder geval transformatie, splitsen en optoppen; Als ‘aanvang verbouw gebouw’ geldt:
-
i.
het toevoegen/aanpassen van een nieuwe draagstructuur;
-
ii.
het aanleggen/aanpassen van een additionele nutsvoorziening;
-
iii.
het toevoegen van ontsluitingsroutes in het gebouw;
-
iv.
bij optoppen betreft het startmoment het plaatsen van een woning op het dak of het aanbrengen van constructieve voorzieningen;
-
v.
bij transformatie betreft het startmoment de eerste bouwkundige verbouwhandeling die voortkomt uit de onderliggende omgevingsvergunning; of
-
vi.
bij splitsen betreft het startmoment het realiseren van gescheiden toegangen tot de woningen, het plaatsen van woning scheidende wanden of het realiseren van fysiek gescheiden nutsvoorzieningen;
-
i.
-
a.
-
woonruimte: ruimte die ter bewoning voor verhuur wordt aangeboden tegen een prijs:
-
–
die niet hoger ligt dan de bedragen, bedoeld in artikel 20, tweede lid, van de Wet op de huurtoeslag;
-
–
die niet hoger ligt dan de maximaal redelijke aanvangshuurprijs voor die woonruimte op basis van de bij of krachtens artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte bepaalde waardering; en
-
–
waarvan het maximale huurverhogingspercentage bedraagt het bij of krachtens artikel 10, derde lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte vastgestelde maximale huurverhogingspercentage.
-
–