Regeling van de Raad voor Rechtsbijstand over de voorwaarden tot inschrijving van advocaten 2026 (Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2026)

Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2026

Het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand,

BESLUIT

De volgende regeling vast te stellen:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel

1.2

Doel

Deze regeling heeft tot doel voorwaarden te stellen aan de inschrijving van advocaten door de Raad zoals bedoeld in artikel 14 en 15 van de Wet.

Hoofdstuk

2

Kantoororganisatie (artikel 15, eerste lid sub c van de wet)

Paragraaf

1

aanvragen en declareren van toevoegingen

Artikel

2.1

Wijze van aanvragen en declareren van toevoegingen

Artikel

2.2

Gebruik webportalen

Artikel

2.3

Op betalende basis bijstaan van Wrb-gerechtigde cliënten

De advocaat vraagt geen toevoeging aan indien de advocaat met een rechtzoekende, die voor een toevoeging in aanmerking komt, overeenkomt dat door de rechtzoekende geen gebruik wordt gemaakt van gesubsidieerde rechtsbijstand en dat in plaats daarvan de zaak op betalende basis zal worden behandeld.

Paragraaf

2

Behandeling en overdracht van zaken

Artikel

2.4

Persoonlijke behandeling van zaken

Artikel

2.5

Rechtsbijstand door advocaat-stagiaires in toevoegingen van patroon

Artikel

2.6

Rechtsbijstand door paralegals in toevoegingen van advocaten

Artikel

2.7

Overdracht toevoeging in geval van overname of schorsing/schrapping

Paragraaf

3

Overige organisatorische bepalingen

Artikel

2.8

Gegevensuitwisseling

Artikel

2.9

Onderlinge verhouding met de Raad

Artikel

2.10

Opgave nieuw kantoor

De advocaat die werkzaam is bij een kantoor waaraan de NOvA een nieuw kantoornummer heeft toegekend, voldoet tot genoegen van de deken in het betreffende arrondissement aan de Opgave nieuw Kantoor.

Artikel

2.11

Voorschotten

De advocaat ontvangt het op basis van artikel 35 Bvr verstrekte voorschot persoonlijk en is persoonlijk aansprakelijk voor de onverwijlde terugbetaling van respectievelijk verrekening met de vergoedingen in zaken op basis waarvan het voorschot is berekend, in geval de inschrijving wordt doorgehaald. De advocaat die in loondienst heeft gewerkt, kan zich er niet op beroepen dat voorschotten aan zijn patroon/kantoor zijn uitbetaald.

Artikel

2.12

Organisatorische eisen aan advocaten die deelnemen aan een piketregeling

Artikel

2.13

Organisatorische eisen aan advocaten die deelnemen aan het AC-rooster

Hoofdstuk

3

Eisen aan de verslaglegging (artikel 15, eerste lid sub d van de wet)

Artikel

3.1

Tijdregistratie

De advocaat voert in zaken waarin deze is toegevoegd een deugdelijke tijdregistratie die in ieder geval aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • a.

    de aan rechtsbijstand bestede tijd wordt op juiste en verantwoorde wijze bijgehouden op datum en naar verrichting;

  • b.

    indien gebruik wordt gemaakt van vaste tijdseenheden, mogen deze niet groter zijn dan zes minuten; en

  • c.

    er wordt minimaal onderscheid gemaakt tussen correspondentie, telefoon, conferentie, procedure, studie en er wordt een korte aanduiding gegeven met wie is gesproken of gecorrespondeerd.

Artikel

3.2

Informatieverstrekking en verantwoording over afhandeling van zaken op basis van een toevoeging

Hoofdstuk

4

Maximum aantal toevoegingen (artikel 15, eerste lid sub a van de wet)

Artikel

4.1

Maximum aantal toevoegingen; berekening van het maximum

Artikel

4.2

Maximum aantal toevoegingen; rechtsgevolgen bij het bereiken van het maximum

Artikel

4.3

Lager maximum aan toevoegingseenheden bij schorsing en gedurende algemene inschrijving in de loop van een kalenderjaar

Artikel

4.4

Lager maximum aan toevoegingseenheden (gedeclareerde punten)

Hoofdstuk

5

Deskundigheidseisen – algemene bepalingen (artikel 15 lid 1 sub b van de wet)

Paragraaf

1

Algemene eisen

Artikel

5.1

Deskundigheid

De advocaat beschikt over de kennis en vaardigheden die vereist zijn voor de behandeling van het betreffende rechtsprobleem. De advocaat die niet (langer) aan de door de Raad gestelde deskundigheidseisen voldoet of wil voldoen, verzoekt uit eigen beweging de Raad om zijn inschrijving voor de betreffende specialisatie of het arrangement door te halen.

Artikel

5.2

Naleven overeengekomen kwaliteitssystemen

Artikel

5.3

Introductiebijeenkomsten

De Raad organiseert regelmatig introductiebijeenkomsten voor nieuw bij de Raad ingeschreven advocaten. Bij de Raad nieuw ingeschreven advocaten volgen binnen een half jaar na inschrijvingsdatum een introductiebijeenkomst.

Artikel

5.4

Algemene inschrijving

Advocaten die rechtsbijstand in de zin van de Wet willen verlenen staan voor aanvang van de rechtsbijstand algemeen ingeschreven bij de Raad. De advocaat dient daartoe een verzoek tot algemene inschrijving in via het in artikel 2.2 genoemde webportaal van de Raad.

Paragraaf

2

Algemene eisen met betrekking tot de in- en uitschrijving voor een specialisatie

Artikel

5.5

Inschrijving voor een specialisatie

Artikel

5.6

Maximum aan inschrijving voor specialisatiegroepen en piketsoorten

Artikel

5.7

Uitschrijving voor een specialisatie

Paragraaf

3

Algemene eisen met betrekking tot de voortzetting van een specialisatie

Artikel

5.8

Minimum aantal zaken /betalende zaken

Artikel

5.9

Opgeven van opleidingspunten voor kwaliteitstoetsing in de vorm van peer review

De advocaat kan de uren die aantoonbaar op een specifiek rechtsgebied zijn besteed aan door de Algemene Raad van de NOvA voorgeschreven kwaliteitstoetsing in de vorm van peer review tot een maximum van vier opleidingspunten in mindering brengen op het aantal opleidingspunten dat de advocaat voor de met dat rechtsgebied corresponderende specialisatie voor de voortzetting van de inschrijving van die specialisatie moet behalen.

Artikel

5.10

Compenseren tekort aan opleidingspunten met overschot het vorige kalenderjaar

Een advocaat kan een tekort aan opleidingspunten die in een kalenderjaar voor de voortzetting van de inschrijving voor een specialisatie behaald dienen te worden, compenseren met een overschot aan opleidingspunten dat de advocaat voor diezelfde specialisatie in het voorafgaande kalenderjaar heeft behaald.

Artikel

5.11

Langdurige ziekte of zwangerschap

Artikel

5.12

Opleidingspunten advocaat-stagiaires

De in hoofdstuk 6 omschreven opleidingspunten die behaald moeten worden voor de voortzetting van een specialisatie zijn niet van toepassing op advocaat-stagiaires gedurende de looptijd van hun stage.

Artikel

5.13

Naar rato vermindering opleidingspunten en zaken

Paragraaf

4

Toetsing door de Raad of blijvend aan de voorwaarden wordt voldaan

Artikel

5.14

Toetsing voorwaarden voor voortzetting van een specialisatie door de Raad

Paragraaf

5

Overige algemene bepalingen

Artikel

5.15

Toevoegingen voor civiele cassatiezaken

De in hoofdstuk 6 omschreven deskundigheidseisen zijn niet van toepassing op het aanvragen van toevoegingen voor cassatiezaken die door cassatie advocaten aangebracht worden bij de civiele kamer van de Hoge Raad.

Artikel

5.16

Goedgekeurde cursussen

Door de Raad goedgekeurde cursussen (piketcursussen, basisopleidingen, specialisatieopleidingen) zoals omschreven in hoofdstuk 6 staan vermeld op www.rvr.org. Andere cursussen kunnen door opleidingsinstellingen ter goedkeuring aan de Raad worden voorgelegd. Bij het verzoek moet aannemelijk worden gemaakt dat die cursussen tenminste gelijkwaardig zijn.

Hoofdstuk

6

Deskundigheid op bepaalde rechtsgebieden (art. 15 lid 1 sub b van de wet)

Paragraaf

1

Deskundigheidseisen voor de specialisatie strafrecht en de strafpiketplanning

Artikel

6.1

Deskundigheidseisen voor inschrijving voor de specialisatie strafrecht

Artikel

6.2

Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie strafrecht

De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie strafrecht zijn:

  • a.

    het behandelen van tenminste vijftien zaken per jaar op het terrein van het strafrecht;

  • b.

    het behalen van tenminste tien opleidingspunten per jaar op het terrein van het strafrecht; en

  • c.

    het tenminste één maal per twee jaar volgen van een actualiteitencursus op het terrein van het strafrecht. Een gevolgde cursus kan desgewenst opgegeven worden voor de in sub b genoemde tien opleidingspunten per jaar.

Artikel

6.3

Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de strafpiketplanning

Artikel

6.4

Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de militair strafpiketplanning

Artikel

6.5

Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de WOTS-WETS-Uitlevering-en overleveringspiketplanning

Artikel

6.6

Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de inschrijving voor het WOTS-WETS-Uitlevering-en overleveringspiket

De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor het WOTS-WETS-Uitlevering- en overleveringspiket zijn:

  • a.

    het behandelen van tenminste drie WOTS-WETS uitlevering/overleveringszaken (toevoegingen en/of piketzaken) per jaar; en

  • b.

    het tweejaarlijks volgen van een door de Raad goedgekeurde cursus WOTS-WETS- Uitleverings-/Overleveringsrecht van minimaal vier opleidingspunten.

Paragraaf

2

Deskundigheidseisen voor de specialisatie jeugdstrafrecht

Artikel

6.7

Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de specialisatie jeugdstrafrecht

Artikel

6.8

Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie jeugdstrafrecht

Artikel

6.9

Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de jeugdstrafpiketplanning

Paragraaf

3

Deskundigheidseisen voor de specialisatie slachtofferzaken

Artikel

6.10

Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de specialisatie slachtofferzaken (zaakcodes Civiel O 013, gewelds- en zedenmisdrijven en Straf Z 110, voeging benadeelde partij in het strafproces):

Artikel

6.11

Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie slachtofferzaken

Paragraaf

4

Deskundigheidseisen voor de specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht en het psychiatrisch patiëntenpiket

Artikel

6.12

Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht en het psychiatrisch patiëntenpiket

Artikel

6.13

Wachtlijst voor inschrijving

Artikel

6.14

Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht en de psychiatrisch patiënten piketplanning

Artikel

6.15

Tijdelijk niet inplannen psychiatrisch patiëntenpiket bij bereiken zeventig toevoegingen

Artikel

6.16

Uitschrijving specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht en het psychiatrisch patiëntenpiket; Raad verdeelt nieuwe zaken van stamcliënten over andere advocaten

Bij uitschrijving voor de specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht en het psychiatrisch patiëntenpiket, verdeelt de Raad nieuwe zaken van stamcliënten van de advocaat over andere ingeschreven advocaten. De advocaat maakt geen afspraken op basis waarvan nieuwe zaken van deze stamcliënten toe zouden vallen aan specifieke advocaten.

Paragraaf

5

Deskundigheidseisen voor de specialisatie vreemdelingenrecht en de vreemdelingenpiketplanning

Artikel

6.17

Deskundigheidseisen voor de voorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie vreemdelingenrecht

Artikel

6.18

Omzetting voorwaardelijke inschrijving naar onvoorwaardelijke inschrijving

Artikel

6.19

Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de onvoorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie vreemdelingenrecht

Artikel

6.20

Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de specialisatie vreemdelingenbewaring

De vereisten voor de inschrijving voor de specialisatie vreemdelingenbewaring zijn:

  • a.

    het voorwaardelijk of onvoorwaardelijk zijn ingeschreven voor de specialisatie vreemdelingenrecht;

  • b.

    met succes het klein keuzevak Toezicht, bewaring en terugkeer van de beroepsopleiding van september 2013 tot maart 2021 voltooid te hebben ofwel een certificaat te overleggen van een door de Raad goedgekeurde cursus op het terrein van vreemdelingenbewaringszaken;

  • c.

    aantoonbare basiskennis te hebben van het bestuursrecht, het bestuursprocesrecht en het asielrecht en deze kennis met actualiteitencursussen te onderhouden;

  • d.

    onder begeleiding van een reeds op voor de specialisatie vreemdelingenbewaring ingeschreven advocaat tenminste twee vreemdelingenbewaringszaken op basis van een toevoeging te hebben behandeld;

  • e.

    het verklaren zich te houden aan het door de Raad vastgestelde Reglement piket;

  • f.

    te handelen naar de eisen van zorgvuldige en doelmatige rechtsbijstandverlening aan vreemdelingen in vreemdelingenbewaring. In dat kader volgt de advocaat in zijn praktijkvoering de eisen die voortvloeien uit de minimumnormen die zijn opgenomen in de Best Practice Guide Vreemdelingenbewaring;

  • g.

    desgevraagd aan de Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring geanonimiseerde dossiers ten behoeve van klachtbehandeling en ambtshalve onderzoek beschikbaar te stellen; en

Artikel

6.21

(nieuw) Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de vreemdelingenpiketplanning

De vereisten voor de inschrijving voor de vreemdelingenpiketplanning zijn:

  • a.

    het voldoen aan de eisen in artikel 6.17 en 6.20;

  • b.

    het onder begeleiding van een reeds voor de vreemdelingenpiketplanning ingeschreven advocaat behandeld hebben van tenminste twee vreemdelingenpiketzaken;

  • c.

    het verklaren zich te houden aan het door de Raad vastgestelde reglement piket; en

  • d.

    de vreemdeling tijdig vóór het ophoudingsverhoor/bewaringsgehoor te bezoeken wanneer de aanwezigheid van een piketadvocaat wordt verlangd. Wordt zijn aanwezigheid niet verlangd dan bezoekt de advocaat de vreemdeling binnen 24 uur na de piketmelding.

Artikel

6.21a

Wachtlijst voor inschrijving voor de vreemdelingenpiketplanning

Artikel

6.22

Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie vreemdelingenbewaring en de vreemdelingenpiketplanning

Paragraaf

6

Deskundigheidseisen voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht en het AC-rooster

Artikel

6.23

Deskundigheidseisen voor de voorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht

Artikel

6.24

Begeleidingstraject voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht

Artikel

6.25

Omzetting voorwaardelijke inschrijving naar onvoorwaardelijke inschrijving

Artikel

6.26

Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor het AC-rooster

De vereisten voor de inschrijving voor het AC-rooster zijn:

  • a.

    het (on)voorwaardelijk zijn ingeschreven voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht;

  • b.

    het voorafgaand aan de eerste inschrijving voor het AC-rooster volgen van de introductietraining AC-rooster die Legal Aid voorafgaand aan iedere roosterperiode organiseert; en

  • c.

    het voorafgaand aan de eerste inschrijving voor het AC-rooster voldoen aan de voorwaarde betreffende meelopen in een AA-procedure zoals genoemd in artikel 6.24 eerste lid.

Artikel

6.27

Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de onvoorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht

De vereisten voor de voortzetting van de onvoorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht zijn:

  • a.

    het behandelen van tenminste twintig toevoegingen per jaar op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht;

  • b.

    het behalen van tenminste zes opleidingspunten per jaar op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht; en

  • c.

    voldoen aan de vereisten als genoemd in artikel 6.23, vijfde lid onder b tot en met e.

Artikel

6.28

Deskundigheidseisen voor inschrijving voor het grensdetentierooster ex artikel 6 Vreemdelingenwet van Legal Aid in AC Schiphol

De vereisten voor de inschrijving voor het grensdetentierooster zijn:

  • a.

    de advocaat is ingeschreven voor het AC-rooster; en

  • b.

    de advocaat heeft in de drie jaar voorafgaand aan inschrijving een vanuit de Commissie Intercollegiale Toetsing in overleg met de Raad voor Rechtsbijstand AC Schiphol aangeboden cursus op het terrein van grensdetentie gevolgd van minimaal drie opleidingspunten.

Artikel

6.29

Deskundigheidseisen voor de voortzetting van inschrijving voor het grensdetentierooster (voor de behandeling van zaken ex artikel 6 Vreemdelingenwet) van Legal Aid in AC Schiphol

Artikel

6.30

Deskundigheidseisen voor de rechtsbijstandverlening in asielzaken van alleenstaande minderjarige vreemdelingen die in de beschermde opvang (BO) worden geplaatst omdat er een mogelijk risico bestaat slachtoffer te zijn dan wel te worden van mensenhandel

De vereisten voor het verlenen van rechtsbijstand in BO-zaken zijn:

  • a.

    de laatste vijf jaar ingeschreven zijn voor de specialisatie asiel bij de Raad;

  • b.

    het kunnen overleggen van een certificaat van een verdiepingscursus mensenhandel, behaald in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving, aangevuld met een tweejaarlijkse actualiteitencursus mensenhandel; en

  • c.

    bereid zijn om voor zowel de voorbereiding als het bijwonen van het nader gehoor naar de NIDOS locatie/locatie IND af te reizen.

Artikel

6.31

Verwijderen van het AC-rooster bij het bereiken van 200 eenheden

Zodra aan een advocaat tussen 1 januari en 1 november van een kalenderjaar 200 toevoegingseenheden zoals omschreven in artikel 4.1 zijn afgegeven wordt deze door de Raad gedurende het resterende kalenderjaar van het AC-rooster verwijderd.

Paragraaf

7

Deskundigheidseisen voor de specialisatie personen- en familierecht

Artikel

6.32

Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de specialisatie personen- en familierecht

Artikel

6.33

Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de onvoorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie personen- en familierecht

Paragraaf

8

Deskundigheidseisen voor de specialisatie internationale kinderontvoeringszaken

Artikel

6.34

Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de specialisatie internationale kinderontvoeringszaken

Artikel

6.35

Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie internationale kinderontvoeringszaken

De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie internationale kinderontvoeringszaken zijn het behalen van vier opleidingspunten op het terrein van internationale kinderontvoeringzaken, te behalen door het bijwonen van tenminste twee bijeenkomsten per jaar op het gebied van internationale kinderontvoering waarbij rechtsontwikkelingen en jurisprudentie op het gebied van internationale kinderontvoering worden besproken, georganiseerd door een door de Raad goedgekeurde instelling.

Paragraaf

9

Deskundigheidseisen voor bijzondere curatoren

Artikel

6.36

Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de specialisatie bijzondere curatoren in artikel 1:212 BW zaken (afstammingszaken)

Artikel

6.37

Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie bijzondere curatoren in artikel 1:212 BW zaken (afstammingszaken)

Artikel

6.38

Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de specialisatie bijzondere curatoren in artikel 1:250 BW zaken

Artikel

6.39

Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie bijzondere curatoren in artikel 1:250 BW zaken

Paragraaf

10

Deskundigheidseisen voor de specialisatie civiel jeugdrecht

Artikel

6.40

Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de specialisatie civiel jeugdrecht (behandelen van toevoegingen met zaakcode P042, P043 en P044)

Artikel

6.41

Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie civiel jeugdrecht

Paragraaf

11

Deskundigheidseisen voor de specialisatie arbeidsrecht

Artikel

6.42

Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de specialisatie arbeidsrecht

Artikel

6.43

Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie arbeidsrecht

De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie arbeidsrecht zijn:

  • a.

    het behandelen van tenminste tien zaken per jaar op het terrein van het arbeidsrecht; en

  • b.

    het behalen van tenminste tien opleidingspunten per jaar op het terrein van het arbeidsrecht.

Paragraaf

12

Deskundigheidseisen voor de specialisatie huurrecht

Artikel

6.44

Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de specialisatie huurrecht

Artikel

6.45

Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie huurrecht

De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving van de specialisatie huurrecht zijn:

  • a.

    het behandelen van tenminste tien zaken per jaar op het terrein van het huurrecht; en

  • b.

    het behalen van tenminste tien opleidingspunten per jaar op het terrein van het huurrecht.

Paragraaf

13

Deskundigheidseisen voor de specialisatie sociaal zekerheidsrecht

Artikel

6.46

Deskundigheidseisen voor inschrijving voor de specialisatie sociaal zekerheidsrecht

Artikel

6.47

Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie sociaal zekerheidsrecht

De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving van de specialisatie sociaal zekerheidsrecht zijn:

  • a.

    het behandelen van tenminste tien zaken per jaar op het terrein van het sociaal zekerheidsrecht; en

  • b.

    het behalen van tenminste tien opleidingspunten per jaar op het terrein van het sociaal zekerheidsrecht.

Hoofdstuk

7

Slotbepalingen

Artikel

7.1

Inwerkingtreding

Artikel

7.2

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2026.

’s-Hertogenbosch
Bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand, I.D. Nijboer Algemeen directeur/Bestuurder

Bijlage

1

distributieregeling AC

1

Rechtsbijstand voorziening in het AC

  • a)

    De distributie van asielzaken in de aanmeldcentra is een voorliggende voorziening van de Raad om asielzoekers die niet bekend zijn met de werkwijze van de Nederlandse advocatuur en asielprocedure binnen de korte termijnen van de algemene asielprocedure zo snel mogelijk van adequate rechtsbijstand te voorzien. De afdeling Legal Aid van de Raad verzorgt de distributie van zaken aan deelnemende advocaten en faciliteert hen bij hun werkzaamheden, zodat zij binnen de gestelde termijnen hun werk adequaat kunnen uitvoeren.

  • b)

    Advocaten die buiten de distributieregeling om werken of uitdrukkelijk aangeven geen gebruik te willen maken van de distributieregeling worden door Legal Aid niet gefaciliteerd in de aanmeldcentra.

  • c)

    De Raad houdt rekening met het beginsel van vrije advocaatkeuze. De advocaat dient een melding van vrije advocaatkeuze (hierna: voorkeursmachtiging) in bij Legal Aid.

2

Opstellen AC-roosters

  • a)

    Legal Aid stelt per half jaar (januari t/m juni en juli t/m december) de AC-roosters op.

  • b)

    Advocaten die voor het eerst deelnemen aan het AC-rooster melden zich voor de 15e van de maanden maart of september aan bij de Raad voor deelname aan de daaropvolgende roosterperiode. Hierna sluit de termijn voor aanmelding.

  • c)

    Legal Aid inventariseert per roosterperiode de wensen van de deelnemende advocaten en houdt hier zoveel mogelijk rekening mee bij het opstellen van de roosters. Bij de inventarisatie geeft Legal Aid de productieprognose voor de betreffende roosterperiode.

  • d)

    Advocaten zijn zich ervan bewust dat het aantal advocaten per rooster van invloed is op het aantal aan hen te distribueren zaken.

  • e)

    Advocaten kunnen aangeven aan welk AC-rooster zij willen deelnemen (hierbij geldt maximaal één land-AC).

  • f)

    Advocaten kunnen aangeven hoeveel zaken zij per inroostering willen ontvangen. Hierbij geldt een maximum van 2 zaken per inroostering.

  • g)

    Legal Aid deelt de roosters uiterlijk 10 weken voorafgaand aan de ingangsdatum met de deelnemende advocaten.

  • h)

    Als de situatie daarom vraagt kan Legal Aid naast de AC-roosters een apart spreekuurrooster opstellen.

3

Distributie asielzaken door Legal Aid

  • a)

    Legal Aid verdeelt de beschikbare asielzaken zoveel mogelijk evenredig onder de deelnemende advocaten. Legal Aid kan niet garanderen dat advocaten evenveel zaken krijgen. Het aantal zaken per advocaat is mede afhankelijk van eigen keuzes van de advocaat (zoals het afzeggen van diensten en het indienen van voorkeursmachtigingen).

  • b)

    Advocaten dienen elke soort zaak te accepteren (o.a. nationaliteit, gezinssamenstelling ed.).

  • c)

    Alleenstaande vrouwelijke asielzoekers worden voor zover mogelijk aan een vrouwelijke advocaat gekoppeld.

  • d)

    Legal Aid kan niet garanderen dat een advocaat daadwerkelijk zaken ontvangt op de dagen dat de advocaat ingeroosterd is.

  • e)

    Als er geen te behandelen zaken zijn op de ingeroosterde dagen belt Legal Aid de advocaat af. Dit kan op elk moment, maar bij voorkeur zo ruim mogelijk vóór de eerste roosterdag.

  • f)

    Het daadwerkelijk aantal gedistribueerde zaken per advocaat van hetzelfde AC-rooster is openbaar. Advocaten kunnen een overzicht opvragen bij Legal Aid. Legal Aid houdt ook bij hoe vaak een advocaat is afgebeld en hoe vaak een advocaat zelf een inroostering afbelt.

  • g)

    Legal Aid plant asielzaken zo efficiënt mogelijk, zodat een advocaat op één dag bij voorkeur voor meerdere zaken naar het AC komt.

  • h)

    Legal Aid kan een in het AC aanwezige advocaat vragen om, los van de al aan de advocaat gedistribueerde zaken, rechtsbijstand te verlenen in een andere zaak. De vergoeding hiervan gebeurt als volgt:

    • i.

      Als de behandeld advocaat de zaak inneemt verstrekt Legal Aid een toevoeging, of:

    • ii.

      Als de behandelend advocaat de zaak niet inneemt dan verstrekt de Raad een vergoeding voor de verrichte werkzaamheden op basis van het uurtarief. De betreffende zaak wordt vervolgens tot en met de bespreking van de beschikking vergoed volgens het uurtarief en er wordt geen toevoeging verstrekt. Dit om dubbele vergoedingen in een asielzaak te voorkomen.

4

Verwerking voorkeursmachtigingen

  • a)

    Een voorkeursmachtiging is een door de cliënt ondertekende en gedateerde schriftelijke machtiging aan één bepaalde advocaat om de cliënt bij te staan tijdens de asielprocedure.

  • b)

    De Raad verwacht dat de advocaat die het maximum aantal toevoegingseenheden zoals omschreven in artikel 4.1 heeft bereikt, gedurende het resterende kalenderjaar geen nieuwe voorkeursmachtigingen indient (zie ook artikel 4.2 tweede lid).

  • c)

    Een voorkeursmachtiging kan alleen door Legal Aid verwerkt worden als deze is ingediend voordat de asielzaak door Legal Aid is gekoppeld en er een toevoeging is afgegeven.

  • d)

    Een voorkeursmachtiging die is ingediend nadat voor diezelfde zaak een toevoeging is afgegeven, wordt door Legal Aid ter kennisgeving aangenomen. Legal Aid informeert de advocaat dat voor het overnemen van de toevoeging een mutatieverzoek tot overname ingediend moet worden en verwijst de advocaat naar de advocaat aan wie eerder de toevoeging is verstrekt.

  • e)

    Legal Aid plant voorkeurszaken zoveel mogelijk in het AC waar de advocaat doorgaans werkzaam is. Als dit niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat het COA de cliënt niet plaatst in de opvanglocatie bij dit AC, dan reist de advocaat naar het AC waar de IND de zaak behandelt.

  • f)

    Er geldt een maximum van 60 voorkeursmachtigingen per kalenderjaar. De Raad hanteert hierbij het uitgangspunt dat één voorkeursmachtiging leidt tot één zaak.

  • g)

    Een advocaat die meer dan het maximum aantal voorkeursmachtigingen indient werkt buiten de distributieregeling om en doorkruist de evenredige verdeling van asielzaken onder advocaten die deelnemen aan het AC-rooster.

  • h)

    De Raad bericht een advocaat wanneer deze het maximum van 60 voorkeursmachtigingen heeft bereikt.

  • i)

    Bij het bereiken van het maximum van 60 voorkeursmachtigingen faciliteert Legal Aid de advocaat gedurende het resterende kalenderjaar niet meer in het AC. Dit betekent dat de advocaat zelf de tolk regelt, voor een spreekruimte zorgt en de cliënt informeert over de tijd en plaats van de gesprekken. Ook wordt de advocaat van het AC-rooster gehaald en niet meer meegenomen in de evenredige verdeling van zaken.

  • j)

    Met ingang van het eerstvolgende kalenderjaar faciliteert Legal Aid de advocaat, zolang deze in dat jaar niet opnieuw het maximum aantal voorkeursmachtigingen heeft bereikt, weer in het AC.

5

Waarneming

  • a)

    Een advocaat die verhinderd is, is zelf verantwoordelijk voor het regelen van waarneming zoals omschreven in artikel 2.4 eerste lid. Desgevraagd kan Legal Aid aangeven welke andere advocaten op de betreffende dag werkzaam zijn in het AC. Legal Aid treedt in dit verband uitsluitend op als intermediair en is niet verantwoordelijk voor de wijze en kosten van waarneming.

  • b)

    De waarnemer is een bij de Raad voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht ingeschreven advocaat.

  • c)

    Beide advocaten bespreken de waarneming inhoudelijk en de wijze waarop de dienstverlening onderling wordt verrekend. De toegevoegd advocaat blijft aanspreekbaar op de kwaliteit van de verleende rechtsbijstand zoals omschreven in artikel 2.4 eerste lid.

6

Reiskosten

Reist de advocaat met toestemming van de Raad naar de cliënt, dan wordt een vergoeding verstrekt volgens artikel 24 Bvr. Reist de advocaat eenmaal voor meerdere zaken naar het aanmeldcentrum of met toestemming van de Raad naar een andere locatie waar de vreemdeling verblijft, dan wordt slechts eenmaal een vergoeding volgens genoemd artikel 24 verstrekt.

Bijlage

2

gedragscode voor advocaten in het personen- en familierecht

Het bleek wenselijk om voor advocaten werkzaam in de personen- en familierechtspraktijk de al bestaande gedragsregels nader uit te werken, waarbij de effectuering hiervan gestimuleerd kan worden door de cliënt te melden dat deze regels gehanteerd worden door bij de opdrachtbevestiging hiervan een uitdraai te verstrekken. Dit laat overigens de gelding van de Gedragsregels en de Verordening op de Advocatuur onverlet. 1De vereniging van Familie- en erfrecht Advocaten en Scheidingsmediators (vFAS) heeft voor haar leden in aanvulling daarop een eigen gedragscode ontwikkeld (https://www.verenigingfas.nl/gedragscode-voor-de-vfas-advocaat). Deze gedragscode komt in grote lijnen overeen met de door de Raad vermelde gedragscode. In die gedragscode is per regel ook een nadere toelichting opgenomen. Het is voor de bij de Raad voor de specialisatie personen- en familierecht ingeschreven advocaten raadzaam om ook kennis te nemen van die gedragscode.

De NOvA heeft, op grond van de te beschermen onafhankelijke positie van de advocaat, aangegeven voor te staan dat deze gedragscode niet het karakter van een verplichting in de vorm van een inschrijvingsvoorwaarde heeft.

Gedragscode voor advocaten in het personen- en familierecht

  • 1.

    De advocaat overtuigt zijn cliënt van de noodzaak van een constructieve en oplossingsgerichte benadering – al dan niet door mediation – en legt in zijn opdrachtbevestiging vast dat hij steeds van die benadering uitgaat.

  • 2.

    Hij werkt toe naar een nieuw en voor alle betrokkenen houdbaar evenwicht. Hij ontmoedigt een opvatting waarbij een familiezaak wordt beschouwd als een zaak die gewonnen of verloren kan worden.

  • 3.

    De advocaat laat het doen van een scheidingsmededeling aan zijn cliënt over. Hij stimuleert de cliënt om op volwassen wijze te blijven communiceren en het conflict beheersbaar te houden. De advocaat stimuleert dat partijen zaken die aan henzelf over kunnen worden gelaten zelf behartigen en dat zij gebruik maken van daarvoor geëigende voorzieningen.

  • 4.

    De advocaat maakt duidelijk dat de belangen en rechten van kinderen in het licht van verantwoordelijk ouderschap – uitstijgend boven het conflict over beëindiging van de relatie – worden behandeld. Financiële belangen worden niet vermengd met andere belangen en rechten van kinderen, waaronder met name het recht op omgang.

  • 5.

    De advocaat hanteert een professionele distantie, maar de-escaleert waar dat nodig is. Hij onderkent de gebruikelijke emoties, maar wakkert ze niet aan. In correspondentie vermijdt hij taalgebruik dat de wederpartij of zijn advocaat diskwalificeert of als onnodig grievend ervaren kan worden.

  • 6.

    De advocaat gebruikt al zijn vaardigheden om conflicten terug te brengen tot hun (juridische) kern en werkt doelgericht naar praktische oplossingen. Hij spreekt andere betrokkenen in de procedure daar op aan.

  • 7.

    De advocaat zorgt dat financiële en emotionele kosten zoveel mogelijk beperkt blijven, aan beide zijden.

Bijlage

3

indeling van specialisaties in specialisatiegroepen ten behoeve van het maximum van vier specialisatiegroepen

Strafrecht

Strafrecht

Jeugdstrafrecht

Strafrecht

Slachtofferzaken

Strafrecht

Psychiatrisch patiëntenrecht

Psychiatrisch patiëntenrecht

Vreemdelingenrecht

Vreemdelingenrecht

Vreemdelingenbewaring

Vreemdelingenrecht

Asiel- en vluchtelingenrecht

Vluchtelingenrecht

Personen- en familierecht

Personen- en familierecht

Internationale Kinderontvoeringszaken

Personen- en familierecht

Bijzondere curator (1:212 BW en 1:250 BW)

Personen- en familierecht

Civiel jeugdrecht

Personen- en familierecht

Arbeidsrecht

Arbeidsrecht

Huurrecht

Huurrecht

Sociaal zekerheidsrecht

Sociaal zekerheidsrecht