Artikel
1
Begripsomschrijving
-
fosfaatrecht: hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, die in een kalenderjaar ten hoogste met melkvee mag worden geproduceerd;
-
graasdieren: runderen, uitgezonderd andere vleeskalveren dan rosékalveren, schapen, geiten, paardachtigen, hertachtigen en waterbuffels;
-
grasland: het voor het op of in de bodem brengen van dierlijke meststoffen beschikbare deel van de tot de melkveehouderij behorende oppervlakte landbouwgrond dat gedurende de periode van 15 mei tot en met 15 september van een kalenderjaar onafgebroken beteeld is met gras bestemd om te worden gebruikt als ruwvoer;
-
GVE: grootvee-eenheid, zoals opgenomen in de tabel in bijlage 1;
-
melk- en kalfkoeien: koeien (bos taurus) die ten minste éénmaal hebben gekalfd en die worden gehouden voor de productie van melk voor menselijke consumptie of verwerking of voor de fokkerij van runderen voor de melkveehouderij, ook als ze drooggezet zijn om een kalf te krijgen, of worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken;
-
melkveehouder: natuurlijke persoon of rechtspersoon die of samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen dat een melkveehouderij drijft;
-
melkveehouderij: onderneming voor het houden van melk- en kalfkoeien voor de productie van melk;
-
minister: Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;
-
verordening 2021/2115: Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 (PbEU 2021, L 435).