Euro-Mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Staat Israël, anderzijds

Euro-Mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Staat Israël, anderzijds

Het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,

hierna „Lid-Staten” te noemen, en

de Europese Gemeenschap,

de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,

hierna „de Gemeenschap” te noemen, enerzijds, en

de Staat Israël,

hierna „Israël” te noemen, anderzijds,

Gelet op het belang van de traditionele banden tussen de Gemeenschap, haar Lid-Staten en Israël en hun gemeenschappelijke waarden,

Overwegende dat de Gemeenschap, de Lid-Staten en Israël deze banden wensen te versterken en duurzame betrekkingen op basis van wederkerigheid en partnerschap en de verdere integratie van de Israëlische economie in de Europese economie tot stand wensen te brengen,

Gelet op het belang dat de Partijen hechten aan de eerbiediging van het beginsel van economische vrijheid en de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, en in het bijzonder aan de eerbiediging van de mensenrechten en de democratie waarop de Associatie is gegrondvest,

Zich bewust van de behoefte om gezamenlijk te streven naar de versterking van de politieke stabiliteit en de economische ontwikkeling door de bevordering van de regionale samenwerking,

Verlangende een regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale kwesties van wederzijds belang in te stellen en te ontwikkelen,

Verlangende de dialoog over economische, wetenschappelijke, technologische, culturele, audiovisuele en sociale vraagstukken in het belang van de Partijen voort te zetten en te verdiepen,

Gelet op de toezeggingen van zowel de Gemeenschap als Israël met betrekking tot vrijhandel, met name in overeenstemming met de rechten en verplichtingen op grond van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) die voortvloeit uit de onderhandelingen in het kader van de Uruguay-Ronde,

Overtuigd dat deze associatieovereenkomst een nieuw klimaat zal scheppen voor hun economische betrekkingen, met name voor de ontwikkeling van handel, investeringen en technologische samenwerking,

Zijn als volgt overeengekomen [Red: De oorspronkelijke Bijlagen bij de Overeenkomst en de Protocollen liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en bij de parlementaire documentatiedienst van de Tweede Kamer in Den Haag, en zijn gepubliceerd in PbEG 2000, L 147, PbEU 2003, L 346, PbEU 2006, L 20 en PbEU 2006, L 49.]:

Artikel

1

Artikel

2

De betrekkingen tussen de Partijen en alle bepalingen van deze Overeenkomst berusten op de eerbiediging van de mensenrechten en de democratische beginselen die ten grondslag ligt aan het interne en externe beleid van de Partijen en die een essentieel onderdeel van deze Overeenkomst vormt.

TITEL

I

POLITIEKE DIALOOG

Artikel

3

Artikel

4

De politieke dialoog heeft betrekking op alle onderwerpen van wederzijds belang en beoogt de weg te openen voor nieuwe samenwerkingsvormen, gericht op gemeenschappelijke doelstellingen, met name vrede, veiligheid en democratie.

Artikel

5

TITEL

II

VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN

HOOFDSTUK

I

BASISBEGINSELEN

Artikel

6

HOOFDSTUK

II

INDUSTRIEPRODUKTEN

Artikel

7

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap en Israël, met uitzondering van de in de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur (GN) en van het Israëlische douanetarief, en van de in bijlage 1, punt 1, ii), bij de Landbouwovereenkomst van de GATT bedoelde producten.

Artikel

8

In- of uitvoerrechten en heffingen van gelijke werking in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Israël zijn niet toegestaan. Dit is ook van toepassing op douanerechten van fiscale aard.

Artikel

9

Vervallen

HOOFDSTUK

III

LANDBOUWPRODUCTEN, VERWERKTE LANDBOUWPRODUCTEN, VIS EN VISSERIJPRODUCTEN

Artikel

10

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de in de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur (GN) en van het Israëlische douanetarief, en op de in bijlage 1, punt 1, ii), bij de Landbouwovereenkomst van de GATT bedoelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap en Israël.

Artikel

11

De Gemeenschap en Israël stellen geleidelijk een grotere liberalisering in van het onderlinge handelsverkeer in landbouwprodukten. Met ingang van 1 januari 2000 onderzoeken de Gemeenschap en Israël de situatie met het oog op de vaststelling van de door de Gemeenschap en Israël met ingang van 1 januari 2001 toe te passen maatregelen in overeenstemming met deze doelstelling.

Artikel

12

Bij invoer in de Gemeenschap van landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten van oorsprong uit Israël, gelden de regelingen van de Protocollen nrs. 1 en 3.

Artikel

13

Bij invoer in Israël van landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap, gelden de regelingen van de Protocollen nrs. 2 en 3.

Artikel

14

De Europese Gemeenschap en Israël komen drie jaar na de inwerkingtreding van de op 4 november 2009 te Brussel ondertekende overeenkomst in de vorm van een briefwisseling bijeen om na te gaan of het mogelijk is elkaar verdere concessies op het gebied van de handel in landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten te verlenen.

Artikel

15

Vervallen

HOOFDSTUK

IV

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

16

Kwantitatieve beperkingen op de invoer en alle maatregelen van gelijke werking tussen de Gemeenschap en Israël zijn verboden.

Artikel

17

Kwantitatieve beperkingen op de uitvoer en alle maatregelen van gelijke werking tussen de Gemeenschap en Israël zijn verboden.

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Artikel

22

Indien één der Partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere Partij dumping in de zin van artikel VI van de GATT plaatsvindt, kan zij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk overeenkomstig de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de GATT en haar nationale wettelijke regeling ter zake, en volgens de voorwaarden en procedures van artikel 25.

Artikel

23

Indien een produkt wordt ingevoerd in hoeveelheden en onder omstandigheden die:

  • ernstige schade veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor binnenlandse producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende produkten op het grondgebied van één der Partijen, of

  • ernstige verstoringen veroorzaken of dreigen te veroorzaken in enige sector van de economie, of

  • aanleiding geven of dreigen te geven tot moeilijkheden die ernstige gevolgen kunnen hebben voor de economische situatie in een bepaald gebied,

kan de Gemeenschap of Israël, naar gelang van het geval, passende maatregelen nemen volgens de voorwaarden en procedures van artikel 25.

Artikel

24

Wanneer de naleving van artikel 17:

  • i)

    ertoe leidt dat goederen wederuitgevoerd worden naar een derde land ten aanzien waarvan de exporterende Partij kwantitatieve uitvoerbeperkingen, uitvoerrechten of maatregelen van gelijke werking toepast, of

  • ii)

    een ernstig tekort veroorzaakt of dreigt te veroorzaken van een produkt dat van wezenlijk belang is voor de exporterende Partij,

en de bovenbedoelde situaties aanleiding geven of vermoedelijk zullen geven tot ernstige moeilijkheden voor de exporterende Partij, kan deze Partij passende maatregelen nemen volgens de voorwaarden en procedures van artikel 25. Deze maatregelen mogen geen discriminerend karakter hebben en dienen te worden ingetrokken zodra zij niet langer gerechtvaardigd zijn.

Artikel

25

Artikel

26

Indien zich met betrekking tot de betalingsbalans van één of meer Lid-Staten van de Gemeenschap of Israël ernstige moeilijkheden voordoen of hiervoor onmiddellijk gevaar bestaat, kan de Gemeenschap of Israël, al naar gelang van het geval, in overeenstemming met de in de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel bepaalde voorwaarden en overeenkomstig de artikelen VIII en XIV van de statuten van het Internationaal Monetair Fonds beperkende maatregelen treffen die van beperkte duur zijn en niet verder strekken dan hetgeen noodzakelijk is om een oplossing te vinden voor de moeilijkheden met betrekking tot de betalingsbalans. Zij worden door de Gemeenschap of Israël, al naar gelang van het geval, onverwijld ter kennis van de andere Partij gebracht. Voorts wordt de andere Partij zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld van een tijdschema voor de afschaffing van deze maatregelen.

Artikel

27

De bepalingen van deze Overeenkomst vormen geenszins een beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, uitvoer of doorvoer die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid; de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten; de bescherming van het nationaal artistiek, historisch en architectonisch erfgoed, of uit hoofde van de bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, noch voor voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de handel tussen de Partijen vormen.

Artikel

28

Het begrip „produkten van oorsprong" voor de toepassing van de bepalingen van deze titel en de desbetreffende methoden van administratieve samenwerking worden gedefinieerd in Protocol nr. 4.

TITEL

III

RECHT VAN VESTIGING EN DIENSTVERLENING

Artikel

29

Bij het opstellen van deze aanbevelingen houdt de Associatieraad rekening met de opgedane ervaring bij de wederzijdse toekenning van de meestbegunstigingsbehandeling en met de verplichtingen van elk der Partijen overeenkomstig de Algemene Overeenkomst inzake de Handel in Diensten, hierna „GATS” te noemen, met name artikel V daarvan.

Artikel

30

TITEL

IV

KAPITAALVERKEER, BETALINGSVERKEER, OVERHEIDSOPDRACHTEN, MEDEDINGING EN INTELLECTUELE EIGENDOM

HOOFDSTUK

I

KAPITAALVERKEER EN BETALINGSVERKEER

Artikel

31

Behoudens het bepaalde in de artikelen 33 en 34 legt deze Overeenkomst geen beperkingen op aan het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap, enerzijds, en Israël anderzijds, en vindt geen discriminatie plaats op grond van de nationaliteit of de woonplaats van de ingezetenen van de Gemeenschap en Israël, noch op grond van de plaats waar het kapitaal geïnvesteerd wordt.

Artikel

32

Lopende betalingen in verband met het verkeer van goederen, personen, diensten of kapitaal in het kader van deze overeenkomst zijn aan geen enkele beperking onderworpen.

Artikel

33

Onverminderd andere bepalingen van deze Overeenkomst en andere internationale verplichtingen van de Gemeenschap en Israël, vormen de artikelen 31 en 32 geen beletsel voor de toepassing van eventuele beperkingen die op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst tussen de Gemeenschap en Israël van kracht zijn ten aanzien van het kapitaalverkeer tussen deze partijen in verband met directe investeringen, met inbegrip van investeringen in onroerend goed, de vestiging van ondernemingen, de financiële dienstverlening of de toelating van effecten tot de kapitaalmarkten.

Er zijn evenwel geen beperkingen op de overdracht van kapitaal dat door ingezetenen van de Gemeenschap in Israël of door ingezetenen van Israël in de Gemeenschap werd geïnvesteerd, noch op de overdracht van alle daaruit voortvloeiende winsten.

Artikel

34

Wanneer, in uitzonderlijke omstandigheden, het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Israël ernstige moeilijkheden veroorzaakt of dreigt te veroorzaken voor het wisselkoersbeleid of het monetair beleid in de Gemeenschap of in Israël, dan kunnen de Gemeenschap of Israël, overeenkomstig het bepaalde in de GATS en in de artikelen VIII en XIV van de statuten van het Internationaal Monetair Fonds, het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Israël gedurende een periode van ten hoogste zes maanden aan vrijwaringsmaatregelen onderwerpen indien dergelijke maatregelen absoluut noodzakelijk zijn.

HOOFDSTUK

II

OVERHEIDSOPDRACHTEN

Artikel

35

De Partijen nemen de nodige maatregelen om hun respectieve markten voor overheidsopdrachten en voor opdrachten van nutsbedrijven voor de levering van goederen en diensten en het uitvoeren van werkzaamheden verder open te stellen dan zij uit hoofde van de in het kader van de WTO gesloten overeenkomst inzake overheidsopdrachten ten opzichte van elkaar op basis van wederkerigheid verplicht zijn.

HOOFDSTUK

III

MEDEDINGING

Artikel

36

Artikel

37

Artikel

38

Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, ziet de Associatieraad erop toe dat vanaf het vijfde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst geen maatregelen worden vastgesteld of gehandhaafd die het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Israël verstoren of strijdig zijn met de belangen van de Partijen. Deze bepaling vormt geen beletsel voor de uitvoering, de jure of de facto, van bijzondere taken die aan deze ondernemingen zijn opgedragen.

HOOFDSTUK

IV

INTELLECTUELE, INDUSTRIËLE EN COMMERCIËLE EIGENDOM

Artikel

39

TITEL

V

WETENSCHAPPELIJKE EN TECHNOLOGISCHE SAMENWERKING

Artikel

40

De Partijen wensen de wetenschappelijke en technologische samenwerking verder uit te breiden. Gedetailleerde regelingen om deze doelstelling te bereiken komen aan bod in afzonderlijke, speciaal daartoe gesloten overeenkomsten.

TITEL

VI

ECONOMISCHE SAMENWERKING

Artikel

41

Doelstellingen

De Gemeenschap en Israël wensen de economische samenwerking verder uit te breiden, zulks ten voordele van beide Partijen en op basis van wederkerigheid, overeenkomstig de algemene doelstellingen van de Overeenkomst.

Artikel

42

Toepassingsbereik

Artikel

43

Methoden en bepalingen

De economische samenwerking wordt met name ten uitvoer gelegd door:

  • a.

    een regelmatige, economische dialoog tussen de Partijen, waarbij alle sectoren van het economisch beleid worden bestreken, meer bepaald het fiscaal beleid, het beleid ten aanzien van de betalingsbalans en het monetair beleid en die de hechte samenwerking tussen de bij het economisch beleid betrokken overheden zal stimuleren, elk op de gebieden waarvoor zij bevoegd zijn, binnen de Associatieraad of enig ander forum dat is aangewezen door de Associatieraad;

  • b.

    de regelmatige uitwisseling van informatie en ideeën in elke sector waarin wordt samengewerkt, inclusief vergaderingen van ambtenaren en deskundigen;

  • c.

    de overdracht van advies, know-how en opleiding;

  • d.

    de tenuitvoerlegging van gezamenlijke acties, zoals seminars en workshops;

  • e.

    technische, administratieve en regelgevende bijstand;

  • f.

    de verspreiding van informatie over samenwerking.

Artikel

44

Regionale samenwerking

De Partijen stimuleren activiteiten die gericht zijn op de bevordering van regionale samenwerking.

Artikel

45

Industriële samenwerking

De Partijen stimuleren de samenwerking op de volgende gebieden:

  • industriële samenwerking tussen de economische operatoren in de Gemeenschap en Israël, met inbegrip van de toegang van Israël tot de communautaire netwerken voor samenwerking tussen bedrijven en tot gedecentraliseerde samenwerkingsnetwerken;

  • de diversifiëring van de industriële output in Israël;

  • de samenwerking tussen het midden- en kleinbedrijf in de Gemeenschap en Israël;

  • de bevordering van de toegang tot investeringskapitaal;

  • informatie- en ondersteunende diensten;

  • de stimulering van innovatie.

Artikel

46

Landbouw

De samenwerking van de Partijen concentreert zich voornamelijk op:

  • de ondersteuning van hun op diversifiëring van de produktie gerichte beleidslijnen;

  • de bevordering van milieuvriendelijke landbouwtechnieken;

  • nauwere banden tussen bedrijven, groepen en organisaties die op vrijwillige basis de belangen behartigen van bepaalde bedrijfstakken en beroepen in Israël en in de Gemeenschap;

  • technische bijstand en opleiding;

  • de harmonisatie van de fytosanitaire en veterinaire normen;

  • de geïntegreerde plattelandsontwikkeling, inclusief de verbetering van de basisdiensten en de ontwikkeling van geassocieerde economische activiteiten;

  • de samenwerking tussen plattelandsgebieden, de uitwisseling van ervaring en know-how inzake plattelandsontwikkeling.

Artikel

47

Normen

De Partijen streven ernaar de verschillen op het gebied van harmonisatie en conformiteitsbeoordeling verder te beperken. Daartoe sluiten zij specifieke overeenkomsten met betrekking tot de wederzijdse erkenning op het gebied van de conformiteitsbeoordeling.

Artikel

48

Financiële diensten

De Partijen werken samen, zo nodig door middel van de sluiting van overeenkomsten met betrekking tot de goedkeuring van gemeenschappelijke voorschriften en normen op boekhoudkundig gebied en met betrekking tot controle- en regelgevingsstelsels in de banksector, de verzekeringsbranche en andere financiële sectoren.

Artikel

49

Douane

Artikel

50

Milieu

Artikel

51

Energie

Artikel

52

Informatie-infrastructuur en telecommunicatie

De Partijen bevorderen in hun wederzijds voordeel de samenwerking op het gebied van de ontwikkeling van informatie-infrastructuur en telecommunicatie. De samenwerking wordt met name toegespitst op acties verband houdende met onderzoek en technologische ontwikkeling, de harmonisatie van normen en de modernisering van de technologie.

Artikel

53

Vervoer

Artikel

54

Toerisme

De Partijen wisselen informatie uit over een planmatige ontwikkeling van het toerisme en marketingprojecten, tentoonstellingen, conferenties en publikatie op toeristisch gebied.

Artikel

55

De onderlinge aanpassing van de wetgevingen

De Partijen doen het nodige met het oog op de onderlinge aanpassing van hun respectieve wetgevingen ten einde de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst te vergemakkelijken.

Artikel

56

Drugs en het witwassen van geld

Artikel

57

Migratie

De Partijen werken samen met het oog op met name:

  • de vaststelling van terreinen van wederzijds belang op het gebied van het immigratiebeleid;

  • verhoging van de doelmatigheid van maatregelen ter voorkoming of beperking van illegale migratiestromen.

TITEL

VII

SAMENWERKING OP AUDIOVISUEEL EN CULTUREEL GEBIED EN OP HET GEBIED VAN INFORMATIE EN COMMUNICATIE

Artikel

58

Artikel

59

De Partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van onderwijs, opleiding en de uitwisseling van jongeren. De samenwerkingsterreinen kunnen met name omvatten: de uitwisseling van jongeren, samenwerking tussen universiteiten en andere onderwijs-/ opleidingsinstellingen, taalonderwijs, vertalingen en andere wijzen van bevordering van een beter wederzijds begrip voor de respectieve culturen.

Artikel

60

De Partijen bevorderen culturele samenwerking. De samenwerkingsterreinen kunnen met name omvatten vertalingen, de uitwisseling van kunstwerken en kunstenaars, het conserveren en restaureren van historische en culturele monumenten en plaatsen, de opleiding van op cultureel gebied werkzame personen, de organisatie van culturele manifestaties met een Europees karakter, de verhoging van het wederzijds begrip en het leveren van een bijdrage aan de verspreiding van informatie over bijzondere culturele evenementen.

Artikel

61

De Partijen bevorderen activiteiten van wederzijds belang op het gebied van informatie en communicatie.

Artikel

62

De samenwerking wordt met name verwezenlijkt via:

  • a.

    een regelmatige dialoog tussen de partijen;

  • b.

    een regelmatige uitwisseling van informatie en ideeën in iedere sector van de samenwerking, bijvoorbeeld tijdens bijeenkomsten van ambtenaren en deskundigen;

  • c.

    adviesverlening, de overdracht van deskundigheid en het verstrekken van opleidingen;

  • d.

    de tenuitvoerlegging van gezamenlijke acties, zoals seminaria;

  • e.

    technische en administratieve bijstand en bijstand op regelgevend gebied;

  • f.

    de verspreiding van informatie over samenwerkingsinitiatieven.

TITEL

VIII

SOCIALE SAMENWERKING

Artikel

63

Artikel

64

Artikel

65

Artikel

66

De door de Associatieraad overeenkomstig artikel 65 vastgestelde regelingen doen geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit bilaterale overeenkomsten tussen Israël en de Lid-Staten, wanneer deze overeenkomsten in een gunstiger behandeling van Israëlische onderdanen of onderdanen van de Lid-Staten voorzien.

TITEL

IX

INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

67

Hierbij wordt een Associatieraad opgericht die eens per jaar en telkens wanneer de omstandigheden zulks vereisen op ministerniveau bijeenkomt, op initiatief van zijn voorzitter en overeenkomstig zijn reglement van orde. De Associatieraad behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van deze overeenkomst voordoen en alle andere bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

Artikel

68

Artikel

69

Deze besluiten zijn bindend voor de Partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Associatieraad kan desbetreffend ook de nodige aanbevelingen doen.

Artikel

70

Artikel

71

Artikel

72

Deze besluiten zijn bindend voor de Partijen die gehouden zijn de maatregelen te nemen die voor de uitvoering ervan nodig zijn.

Artikel

73

De Associatieraad kan besluiten werkgroepen of lichamen in te stellen die voor de uitvoering van de overeenkomst nodig zijn.

Artikel

74

De Associatieraad neemt de nodige maatregelen ter bevordering van de samenwerking en de contacten tussen het Europees Parlement en de Knesset van de Staat Israël en tussen het Economisch en Sociaal Comité van de Gemeenschap en de Economische en Sociale Raad van Israël.

Artikel

75

Artikel

76

Niets in de Overeenkomst belet een Partij maatregelen te nemen:

  • a.

    die zij nodig acht om de onthulling van informatie te voorkomen die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist;

  • b.

    die verband houden met de produktie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of produktie die absoluut vereist zijn voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor produkten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;

  • c.

    die zij van vitaal belang voor haar eigen veiligheid acht, in geval van ernstige binnenlandse problemen die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden of om verplichtingen na te komen die zij voor de handhaving van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan.

Artikel

77

Op de door deze Overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd daarin neergelegde bijzondere bepalingen, geldt het volgende:

  • de regelingen die de Staat Israël ten opzichte van de Gemeenschap toepast mogen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen de Lid-Staten, hun onderdanen dan wel hun vennootschappen;

  • de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van de Staat Israël toepast mogen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen Israëlische onderdanen of vennootschappen.

Artikel

78

Wat de directe belastingen betreft, mag geen enkele bepaling van de Overeenkomst leiden tot:

  • de uitbreiding van de door een Partij toegekende voordelen op fiscaal gebied in enige internationale overeenkomst of regeling waardoor deze Partij gebonden is;

  • het verhinderen van de vaststelling of toepassing door een Partij van enige maatregel die gericht is op het voorkomen van fraude of belastingontduiking;

  • dat er afbreuk wordt gedaan aan het recht van een Partij de ter zake doende bepalingen van haar fiscale wetgeving toe te passen op belastingplichtigen die zich niet in dezelfde situatie bevinden ten aanzien van hun woonplaats.

Artikel

79

Artikel

80

De Protocollen 1 tot en met 5 en de bijlagen I tot en met VII vormen een integrerend onderdeel van de Overeenkomst. De verklaringen en briefwisselingen worden opgenomen in de Slotakte, die een integrerend onderdeel van de Overeenkomst zal vormen.

Artikel

81

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt met de term „partijen" bedoeld, enerzijds de Gemeenschap, of de Lid-Staten, of de Gemeenschap en haar Lid-Staten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, en Israël anderzijds.

Artikel

82

Deze overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

Elk der Partijen kan deze Overeenkomst door kennisgeving aan de andere Partij opzeggen. De Overeenkomst verstrijkt zes maanden na de datum van genoemde kennisgeving.

Artikel

83

Deze Overeenkomst is van toepassing op het grondgebied waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing zijn, overeenkomstig de bepalingen van genoemde verdragen, enerzijds, en op het grondgebied van de Staat Israël, anderzijds.

Artikel

84

Deze Overeenkomst, die is opgesteld in tweevoud in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse, de Zweedse en de Hebreeuwse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, wordt neergelegd bij het Secretariaat-Generaal van de Raad van de Europese Unie.

Artikel

85

Deze Overeenkomst wordt door de Partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de Partijen elkaar kennisgeving doen van het feit dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.

Bij haar inwerkingtreding vervangt deze Overeenkomst de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Staat Israël, en de Overeenkomst tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, enerzijds, en de Staat Israël, anderzijds, die op 11 mei 1975 te Brussel werden ondertekend.

GEDAAN te Brussel, de twintigste november negentienhonderd vijfennegentig.

Protocol

1

Regeling van toepassing bij de invoer in de Europese Gemeenschap van landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten van oorsprong uit de Staat Israël

  • 1.

    De in de bijlage vermelde producten van oorsprong uit Israël zijn bij invoer in de Gemeenschap aan de bepalingen van dit artikel en aan de in de bijlage vastgestelde voorwaarden onderworpen.

  • 2.

    Vanaf de datum van inwerkingtreding van de op 4 november 2009 te Brussel ondertekende overeenkomst in de vorm van een briefwisseling (hierna „de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling” genoemd) worden de douanerechten en heffingen van gelijke werking (met inbegrip van het agrarisch element) die van toepassing zijn op de invoer in de Europese Gemeenschap van landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten van oorsprong uit Israël afgeschaft, behalve wanneer in tabel 1 van de bijlage anders is bepaald.

  • 3.

    De douanerechten die gelden voor de in tabel 2 van de bijlage bedoelde landbouwproducten van oorsprong uit Israël, worden afgeschaft of verlaagd binnen de grenzen van de tariefcontingenten die in kolom „b” worden vermeld.

    Voor hoeveelheden die de contingenten overschrijden, worden de douanerechten verlaagd met het percentage dat in kolom „c” wordt vermeld.

    Voor het eerste jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling wordt de omvang van de tariefcontingenten berekend in verhouding tot het basisvolume, rekening houdend met het gedeelte van de periode dat op de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst reeds is verstreken.

  • 4.

    Onverminderd de in punt 2 van dit protocol vastgestelde voorwaarden, geldt met betrekking tot de producten waarop, enerzijds, invoerprijzen overeenkomstig artikel 140 bis van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad1)De tekst van de Verordening is opgenomen in Pb. EU L 299 van 16 november 2007. en, anderzijds, ad-valoremdouanerechten en specifieke douanerechten overeenkomstig het gemeenschappelijk douanetarief van toepassing zijn, dat de afschaffing alleen van toepassing is op het ad-valoremgedeelte van het recht.

  • 5.

    Voor de producten van oorsprong uit Israël van tabel 3 zijn de douanerechten geconsolideerd op het niveau van de op dit moment toegepaste rechten van de kolommen „a” en „b”.

Protocol

2

Regeling van toepassing bij de invoer in de Staat Israël van landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten van oorsprong uit de Europese Gemeenschap

  • 1.

    De in de bijlage vermelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap zijn bij invoer in Israël aan de bepalingen van dit artikel en aan de in de bijlage vastgestelde voorwaarden onderworpen.

  • 2.

    Vanaf de datum van inwerkingtreding van de op 4 november 2009 te Brussel ondertekende overeenkomst in de vorm van een briefwisseling (hierna „de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling” genoemd) worden de douanerechten en heffingen van gelijke werking (met inbegrip van het agrarisch element) die van toepassing zijn op de invoer in de Staat Israël van landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten van oorsprong uit de Europese Gemeenschap afgeschaft, behalve voor de in tabel 1 van de bijlage opgenomen producten.

  • 3.

    De douanerechten die gelden voor de in tabel 2 van de bijlage bedoelde landbouwproducten van oorsprong uit de Europese Gemeenschap, worden afgeschaft of verlaagd binnen de grenzen van de tariefcontingenten die in kolom „b” worden vermeld.

    Voor hoeveelheden die de contingenten overschrijden, worden de douanerechten verlaagd met het percentage dat in kolom „c” wordt vermeld.

    Voor het eerste jaar na de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling wordt de omvang van de tariefcontingenten berekend in verhouding tot het basisvolume, rekening houdend met het gedeelte van de periode dat op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst reeds is verstreken.

  • 4.

    De douanerechten die gelden voor de in tabel 3 bij dit protocol bedoelde landbouwproducten van oorsprong uit de Europese Gemeenschap, zijn geconsolideerd tot het niveau van kolom „a”, en de toegepaste specifieke rechten zijn geconsolideerd tot het niveau van kolom „b”.

Protocol

3

betreffende gewasbescherming

Onverminderd de bepalingen van de Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen die als bijlage aan de Overeenkomst tot oprichting van de WTO is gehecht, inzonderheid de artikelen 2 en 6 daarvan, komen de Partijen overeen dat met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst:

  • a.

    in hun onderlinge handelsverkeer, het fytosanitaire certificaat vereist is voor:

    • wat de afgesneden bloemen betreft:

      • – –

        uitsluitend die van de geslachten Dendranthema, Dianthus en Pelargonium bij invoer in de Gemeenschap,

      • – –

        uitsluitend Rosa, Dendranthema, Dianthus, Pelargonium, Gypsophilia en Anemone bij invoer in Israël, en

    • wat fruit betreft:

      • – –

        uitsluitend citrusvruchten, Fortunella, Poncirus en de Hybrides Annona, Cydonia, Diospyros, Malus, Mangifera, Passiflora, Prunus, Psidium, Pyrus, Ribes, Syzygium en Vaccinum bij invoer in de Gemeenschap;

      • – –

        alle geslachten bij invoer in Israël;

  • b.

    in hun onderlinge handelsverkeer de fytosanitaire vergunning voor planten of plantaardige produkten uitsluitend vereist is voor het binnenbrengen, nadat een onderzoek is ingesteld naar het gevaar voor schadelijke organismen, van planten of plantaardige produkten die anders niet zouden worden toegelaten;

  • c.

    een Partij die voornemens is nieuwe fytosanitaire maatregelen in te voeren die het bestaande handelsverkeer tussen de Partijen nadelig zouden kunnen beïnvloeden, de voorgenomen maatregelen en de mogelijke gevolgen daarvan in overleg met de andere Partij aan een onderzoek onderwerpt.

Protocol

nr.4

betreffende de definitie van het begrip ,,producten van oorsprong’’ en methoden van administratieve samenwerking

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „vervaardiging”: elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;

  • b.

    „materiaal”: alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen, enz., die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;

  • c.

    „product”: het verkregen product, zelfs indien het bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;

  • d.

    „goederen”: zowel materialen als producten;

  • e.

    „douanewaarde”: de waarde zoals bepaald bij de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 (Overeenkomst inzake de douanewaarde van de WTO);

  • f.

    „prijs af fabriek”: de prijs die voor het product af fabriek is betaald aan de fabrikant in de Gemeenschap of in Israël, in wiens bedrijf de laatste be- of verwerking is verricht, voor zover in die prijs de waarde is begrepen van alle gebruikte materialen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;

  • g.

    „waarde van de materialen”: de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de Gemeenschap of Israël is betaald;

  • h.

    „waarde van de materialen van oorsprong”: de waarde van deze materialen zoals omschreven onder g, welke omschrijving van dienovereenkomstige toepassing is;

  • i.

    „toegevoegde waarde”: de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van alle gebruikte materialen die van oorsprong zijn uit de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen waar cumulatie van toepassing is, of, indien de douanewaarde niet bekend is of niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die in de Gemeenschap of in Israël voor deze materialen is betaald;

  • j.

    „hoofdstukken” en „posten”: de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit protocol „het geharmoniseerde systeem” of „GS” genoemd;

  • k.

    „ingedeeld”: de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;

  • l.

    „zending”: producten die gelijktijdig van een exporteur naar een geadresseerde worden verzonden of vergezeld gaan van een enkel vervoersdocument dat de verzending van de exporteur naar de geadresseerde dekt, of, bij gebreke daarvan, een enkele factuur.

  • m.

    „gebieden” omvatten ook de territoriale wateren.

TITEL

II

DEFINITIE VAN HET BEGRIP „PRODUCTEN VAN OORSPRONG’’

Artikel

2

Algemene voorwaarden

Artikel

3

Cumulatie in de Gemeenschap

Artikel

4

Cumulatie in Israël

Artikel

5

Geheel en al verkregen producten

Artikel

6

Toereikende bewerking of verwerking

Artikel

7

Ontoereikende bewerking of verwerking

Artikel

8

Determinerende eenheid

Artikel

9

Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen

Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden geleverd en deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs daarvan zijn begrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht één geheel te vormen met het materieel en de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.

Artikel

10

Stellen of assortimenten

Stellen of assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem worden als van oorsprong zijnde beschouwd indien alle samenstellende delen van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt evenwel als van oorsprong zijnde beschouwd indien de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15% van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt.

Artikel

11

Neutrale elementen

Om te bepalen of een product een product van oorsprong is, behoeft niet te worden nagegaan wat de oorsprong is van:

  • a.

    energie en brandstof;

  • b.

    fabrieksuitrusting;

  • c.

    machines en werktuigen;

  • d.

    goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren daarin voor te komen,

die bij de vervaardiging gebruikt kunnen zijn.

TITEL

III

TERRITORIALE VOORWAARDEN

Artikel

12

Territorialiteitsbeginsel

Artikel

13

Rechtstreeks vervoer

Artikel

14

Tentoonstellingen

TITEL

IV

TERUGGAVE EN VRIJSTELLING VAN RECHTEN

Artikel

15

Verbod op de teruggave of vrijstelling van douanerechten

TITEL

V

BEWIJS VAN OORSPRONG

Artikel

16

Algemene voorwaarden

Artikel

17

Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED

Artikel

18

Afgifte achteraf van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED

Artikel

19

Afgifte van een duplicaat van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED

Artikel

20

Afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong

Voor producten van oorsprong die in de Gemeenschap of in Israël onder toezicht van een douanekantoor zijn geplaatst, kan het oorspronkelijke bewijs van oorsprong door één of meer certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED worden vervangen bij verzending van deze producten of een gedeelte daarvan naar een andere plaats in de Gemeenschap of in Israël. Dit certificaat of deze certificaten EUR.1 of EUR-MED worden afgegeven door het douanekantoor dat op de producten toezicht houdt.

Artikel

21

Gescheiden boekhouding

Artikel

22

Voorwaarden voor het opstellen van een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED

Artikel

23

Toegelaten exporteurs

Artikel

24

Geldigheid van bewijzen van oorsprong

Artikel

25

Overlegging van bewijzen van oorsprong

Bewijzen van oorsprong worden bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend overeenkomstig de aldaar geldende procedures. Deze autoriteiten kunnen om een vertaling van dit bewijs vragen. Zij kunnen voorts eisen dat de aangifte ten invoer vergezeld gaat van een verklaring van de importeur dat de producten aan de voorwaarden voor de toepassing van de overeenkomst voldoen.

Artikel

26

Invoer in deelzendingen

Wanneer, op verzoek van de importeur en op de door de douaneautoriteiten van het land van invoer vastgestelde voorwaarden, gedemonteerde of niet-gemonteerde producten in de zin van algemene regel 2 a voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem, vallende onder de afdelingen XVI en XVII of de posten 7308 en 9406 van het geharmoniseerde systeem, in deelzendingen worden ingevoerd, wordt één enkel bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten ingediend bij de invoer van de eerste deelzending.

Artikel

27

Vrijstelling van bewijs van oorsprong

Artikel

28

Bewijsstukken

De in artikel 17, lid 3, en artikel 22, lid 5, bedoelde documenten aan de hand waarvan wordt aangetoond dat producten die door een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED of een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED worden gedekt, producten van oorsprong zijn uit de Gemeenschap, Israël of een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen en aan de andere voorwaarden van dit protocol voldoen, kunnen onder meer de volgende zijn:

  • a.

    een rechtstreeks bewijs, bijvoorbeeld aan de hand van de boekhouding of de interne administratie van de exporteur of leverancier, van de door deze uitgevoerde be- of verwerkingen om de producten te verkrijgen;

  • b.

    in de Gemeenschap of in Israël afgegeven of opgestelde en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt;

  • c.

    in de Gemeenschap of in Israël afgegeven of opgestelde en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de be- of verwerking in de Gemeenschap of in Israël blijkt;

  • d.

    certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED of factuurverklaringen of factuurverklaringen EUR-MED waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt, die overeenkomstig dit protocol in de Gemeenschap of in Israël zijn afgegeven of opgesteld, of die in een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen zijn opgesteld overeenkomstig oorsprongsregels die gelijk zijn aan de oorsprongsregels in dit protocol;

  • e.

    passende bewijsstukken betreffende be- of verwerking buiten de Gemeenschap of Israël in toepassing van artikel 12 waaruit blijkt dat aan de voorwaarden van dat artikel is voldaan.

Artikel

29

Bewaring van de bewijzen van oorsprong en de andere bewijsstukken

Artikel

30

Verschillen en vormfouten

Artikel

31

In euro uitgedrukte bedragen

TITEL

VI

REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING

Artikel

32

Wederzijdse bijstand

Artikel

33

Controle van de bewijzen van oorsprong

Artikel

34

Regeling van geschillen

Geschillen ten aanzien van de in artikel 33 bedoelde controles die niet onderling geregeld kunnen worden door de douaneautoriteiten die de controle hebben aangevraagd, en de douaneautoriteiten die deze hebben moeten uitvoeren, en problemen in verband met de interpretatie van dit protocol worden aan het Associatiecomité voorgelegd.

In alle gevallen is de wetgeving van het land van invoer van toepassing op de regeling van geschillen tussen een importeur en de douaneautoriteiten van het land van invoer.

Artikel

35

Sancties

Sancties worden getroffen tegen eenieder die een document met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen met het doel om goederen onder de preferentiële regeling te doen vallen.

Artikel

36

Vrije zones

TITEL

VII

CEUTA EN MELILLA

Artikel

37

Toepassing van het protocol

Artikel

38

Bijzondere voorwaarden

TITEL

VIII

SLOTBEPALINGEN

Artikel

39

Wijzigingen op het protocol

De Associatieraad kan besluiten bepalingen van dit protocol te wijzigen.

Artikel

40

Overgangsbepaling voor goederen in doorvoer of in opslag

De overeenkomst kan worden toegepast op goederen die aan de bepalingen van dit protocol voldoen en die op de datum van inwerkingtreding van dit protocol onderweg zijn of die in de Gemeenschap of in Israël tijdelijk zijn opgeslagen of zich daar in een douane-entrepot of vrije zone bevinden, mits binnen vier maanden na genoemde datum een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED bij de douaneautoriteiten van het land van invoer wordt ingediend dat achteraf door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer is opgesteld, tezamen met de documenten waaruit blijkt dat de goederen rechtstreeks zijn vervoerd overeenkomstig artikel 13.

Protocol

5

betreffende wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten in douanezaken

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „douanewetgeving": alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die op het grondgebied van de Partijen van toepassing zijn betreffende de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing van goederen onder een douaneregeling, met inbegrip van de verbods-, beperkings- en controlemaatregelen die deze partijen hebben vastgesteld;

  • b.

    „douanerechten": alle rechten, belastingen, vergoedingen en andere heffingen die ter uitvoering van de douanewetgeving op het grondgebied van de Partijen worden toegepast en ingevorderd, met uitzondering van de vergoedingen en heffingen waarvan het bedrag ongeveer gelijk is aan de kosten van de verleende diensten;

  • c.

    „verzoekende autoriteit": een bevoegde administratieve autoriteit die door een Partij is aangewezen om verzoeken om administratieve bijstand in douanezaken in te dienen;

  • d.

    „aangezochte autoriteit": een bevoegde administratieve autoriteit die door een Partij is aangewezen om verzoeken om administratieve bijstand in douanezaken te ontvangen;

  • e.

    „persoonsgegevens": alle inlichtingen over een bepaalde of te bepalen natuurlijke persoon.

Artikel

2

Werkingssfeer

Artikel

3

Bijstand op verzoek

Artikel

4

Bijstand op eigen initiatief

Partijen verlenen elkaar bijstand, in overeenstemming met hun wetten, voorschriften en andere rechtsinstrumenten, indien zij zulks noodzakelijk achten voor de juiste toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder indien zij informatie verkrijgen over:

  • transacties die met deze wetgeving in strijd zijn of lijken te zijn en die van belang kunnen zijn voor andere Partijen;

  • nieuwe middelen of methoden die bij dergelijke transacties worden gebruikt;

  • goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van overtredingen van de douanewetgeving.

Artikel

5

Toezending van documenten/Kennisgeving van besluiten

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, overeenkomstig haar wetgeving, de nodige maatregelen voor:

  • de toezending van documenten,

  • de kennisgeving van besluiten,

waarop het bepaalde in dit Protocol van toepassing is, aan een geadresseerde die op haar grondgebied verblijft of gevestigd is. In dergelijk geval is artikel 6, lid 3, van toepassing.

Artikel

6

Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand

Artikel

7

Behandeling van verzoeken

Artikel

8

Vorm waarin de informatie dient te worden verstrekt

Artikel

9

Gevallen waarin geen bijstand behoeft te worden verleend

Artikel

10

Geheimhoudingsplicht

Artikel

11

Gebruik van informatie

Artikel

12

Deskundigen en getuigen

Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd, binnen de perken van de hem verleende machtiging, in het rechtsgebied van een andere Partij als getuige of deskundige op te treden in gerechtelijke of administratieve procedures die betrekking hebben op onderwerpen waarop dit Protocol van toepassing is en daarbij de voor het gerechtelijk onderzoek noodzakelijke voorwerpen, bescheiden of voor echt gewaarmerkte afschriften van bescheiden voor te leggen. In de convocatie dient uitdrukkelijk te worden vermeld over welk onderwerp, op welke grond en in welke hoedanigheid de ambtenaar zal worden ondervraagd.

Artikel

13

Kosten van de bijstand

Partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die ter uitvoering van het bepaalde in dit Protocol zijn gemaakt, met uitzondering, in voorkomend geval, van de uitgaven voor deskundigen, getuigen, tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel

14

Tenuitvoerlegging

Artikel

15

Complementariteit

Gemeenschappelijke verklaring (betreffende het Prinsdom Andorra)

  • 1.

    Producten van de hoofdstukken 25 tot en met 97 van het geharmoniseerde systeem van oorsprong uit het Prinsdom Andorra worden door Israël behandeld als producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van de overeenkomst.

  • 2.

    Protocol nr. 4 is van overeenkomstige toepassing voor het bepalen van de oorsprong van de bovenvermelde producten.

Gemeenschappelijke verklaring (betreffende de Republiek San Marino)

  • 1.

    Producten van oorsprong uit de Republiek San Marino worden door Israël behandeld als producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van de overeenkomst.

  • 2.

    Protocol nr. 4 is van overeenkomstige toepassing voor het bepalen van de oorsprong van de vorengenoemde producten

Slotakte

De gevolmachtigden van:

het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, hierna „de Lid-Staten” te noemen, en van

de Europese Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,

hierna „de Gemeenschap” te noemen,

enerzijds, en

de gevolmachtigden van de Staat Israël,

hierna „Israël” te noemen,

anderzijds,

bijeengekomen te Brussel op de twintigste november negentienhonderd vijfennegentig, voor de ondertekening van de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Staat Israël, anderzijds, hierna de „Euro-mediterrane overeenkomst” te noemen, hebben de volgende teksten aangenomen:

de Euro-mediterrane overeenkomst, de bijlagen hierbij en de volgende protocollen:

Protocol nr. 1 betreffende de regeling die bij de invoer in de Gemeenschap van landbouwprodukten uit Israël van toepassing is,

Protocol nr. 2 betreffende de regelingen die van toepassing zijn bij de invoer in Israël van landbouwprodukten van oorsprong uit de Gemeenschap,

Protocol nr. 3 betreffende de gewasbescherming,

Protocol nr. 4 betreffende de definitie van het begrip „produkten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking,

Protocol nr. 5 betreffende wederzijdse bijstand tussen administratieve autoriteiten in douanezaken.

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigde van Israël hebben de volgende gemeenschappelijke verklaringen aangenomen, die aan deze Slotakte zijn gehecht:

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 2 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 5 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 6, lid 2, van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 9, lid 2, van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 39 van en bijlage VII bij de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende Titel VI van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 44 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende gedecentraliseerde samenwerking

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 68 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 74 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 75 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende overheidsopdrachten

Gemeenschappelijke verklaring betreffende diergeneeskundige aangelegenheden

Gemeenschappelijke verklaring betreffende Protocol nr. 4 bij de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring inzake vervroegde tenuitvoerlegging.

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigde van Israël hebben kennis genomen van de volgende briefwisselingen, die aan deze Slotakte zijn gehecht:

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling betreffende hangende bilaterale kwesties

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling in verband met Protocol nr. 1 betreffende de invoer in de Gemeenschap van afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen van onderverdeling 0603 10 van het gemeenschappelijk douanetarief

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling betreffende de tenuitvoerlegging van de in het kader van de Uruguay-Ronde gesloten overeenkomsten

De gevolmachtigde van Israël heeft kennis genomen van de volgende verklaringen van de Europese Gemeenschap, die aan deze Slotakte zijn gehecht:

Verklaring in verband met artikel 28 van de Overeenkomst betreffende de cumulatie van oorsprong

Verklaring in verband met artikel 28 van de Overeenkomst betreffende de aanpassing van de oorsprongsregels

Verklaring in verband met artikel 36 van de Overeenkomst

Verklaring betreffende Titel VI van de Overeenkomst inzake economische samenwerking

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap hebben kennis genomen van de volgende verklaring van Israël, die aan deze Slotakte is gehecht:

Verklaring betreffende artikel 65 van de Overeenkomst.

GEDAAN te Brussel de twintigste november negentienhonderd vijfennegentig.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 2

De Partijen bevestigen het belang dat zij hechten aan de eerbiediging van de mensenrechten als omschreven in het Handvest van de Verenigde Naties, met name in verband met vreemdelingenhaat, anti-semitisme en racisme.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 5

De Partijen kunnen overeenkomen dat bepaalde onderwerpen door deskundigen worden behandeld.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 6, lid 2

De Partijen komen overeen, indien de nomenclatuur voor de indeling van landbouwprodukten of niet onder bijlage II vallende verwerkte landbouwprodukten wordt gewijzigd, met elkaar in overleg te treden ten einde de aanpassingen vast te stellen die noodzakelijk zijn om de bestaande concessies te handhaven.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 9, lid 2

Met het oog op de goede werking van het systeem van voorafgaande kennisgeving bedoeld in artikel 9, lid 2, van de Overeenkomst stelt Israël de Commissie tijdig en op informele en vertrouwelijke wijze in kennis van de gegevens die aan de berekening van het toe te passen landbouwelement ten grondslag liggen. De Commissie deelt Israël binnen tien werkdagen mede of zij deze berekening aanvaardt.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 39 en bijlage VII

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden onder intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten in het bijzonder verstaan auteursrechten, met inbegrip van het auteursrecht van computerprogramma's en naburige rechten, octrooien, industriële ontwerpen, geografische aanduidingen, met inbegrip van benamingen van oorsprong, handels- en dienstenmerken, topografieën van geïntegreerde schakelingen, alsmede de bescherming tegen oneerlijke mededinging als bedoeld in artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom (Stockholm, 1967) en de bescherming van niet-bekendgemaakte informatie betreffende technische kennis.

In de Hebreeuwse tekst van de Overeenkomst zal de uitdrukking „intellectuele, industriële en commerciële eigendom" worden vertaald door de Hebreeuwse term die met het begrip „intellectuele eigendom" overeenstemt.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende titel VI

Elke Partij draagt de financiële kosten van haar deelname aan de activiteiten die in het kader van de economische samenwerking worden ondernomen en die per geval worden vastgesteld.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 44

De Partijen bevestigen hun steun aan het vredesproces in het Midden-Oosten en hun overtuiging dat de vrede door regionale samenwerking in stand dient te worden gehouden. De Commissie is bereid steun te verlenen aan gezamenlijke ontwikkelingsprojecten die door Israël en zijn buurlanden worden voorgesteld, met inachtneming van de desbetreffende technische voorschriften en begrotingsprocedures van de Gemeenschap.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende gedecentraliseerde samenwerking

De Partijen bevestigen het belang dat zij hechten aan gedecentraliseerde samenwerkingsprogramma's om de uitwisseling van ervaring en de overdracht van kennis in het Middellandse-Zeegebied en tussen de Europese Gemeenschap en haar partners in het Middellandse-Zeegebied te stimuleren.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 68

Het Reglement van Orde van de Associatieraad voorziet in de mogelijkheid tot het nemen van besluiten door middel van de schriftelijke procedure.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 74

De Partijen nemen er nota van dat het Economisch en Sociaal Comité van de Gemeenschap en de Economische en Sociale Raad van Israël hun onderlinge betrekkingen door een jaarlijkse dialoog en samenwerking kunnen verbeteren.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 75

Wanneer de arbitrageprocedure toepassing vindt, trachten de Partijen te bewerkstelligen dat de Associatieraad de derde scheidsrechter binnen twee maanden na de benoeming van de tweede scheidsrechter benoemt.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende overheidsopdrachten

De Partijen openen op een aantal gebieden formele onderhandelingen met het doel hun respectieve markten voor overheidsopdrachten verder open te stellen dan zij in het kader van de onder auspiciën van de WTO gesloten Overeenkomst inzake overheidsopdrachten, hierna OIO genoemd, waren overeengekomen. Deze onderhandelingen zullen op zodanige wijze worden gevoerd dat voor einde 1995 een overeenkomst kan worden gesloten.

De Partijen komen overeen dat deze onderhandelingen onder meer betrekking zullen hebben op overheidsopdrachten voor:

  • goederen, werkzaamheden en diensten die worden geleverd of uitgevoerd door instanties in de sectoren telecommunicatie en stedelijk openbaar vervoer (met uitzondering van autobussen);

  • diensten die door onder de OIO vallende instanties worden aangekocht met het oog op de uitbreiding van wederzijdse verplichtingen in het kader van bijlage 4 bij aanhangsel I van de OIO.

De Partijen verbinden zich ertoe geen aanvullende discriminatoire maatregelen te nemen ten aanzien van leveranciers van de andere Partij in de sectoren zware elektrische uitrusting en medische uitrusting die verder reiken dan de bepalingen die reeds in de OIO zijn neergelegd, en zij streven ernaar de invoering te vermijden van discriminatoire maatregelen die de markt voor overheidsopdrachten verstoren.

De Partijen komen overeen de tenuitvoerlegging van hun overeenkomst inzake overheidsopdrachten op gezette tijden aan een onderzoek te onderwerpen met het oog op verdere onderhandelingen over de uitbreiding van de wederzijdse concessies.

De Partijen zeggen bovendien hun actieve steun toe aan de liberalisering van de markt voor diensten op het gebied van telecommunicatie en zullen deelnemen aan de multilaterale onderhandelingsgroep van de GATS op het gebied van de basistelecommunicatie.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende diergeneeskundige aangelegenheden</

Het streven van de Partijen zal erop gericht zijn hun voorschriften betreffende diergeneeskundige aangelegenheden op niet-discriminatoire wijze toe te passen en geen nieuwe maatregelen in te voeren die het handelsverkeer onnodig verstoren.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende protocol 4

De Gemeenschap en Israël komen overeen dat bij be- of verwerking buiten de Partijen van een regeling passieve veredeling of een soortgelijke regeling gebruik zal worden gemaakt.

Gemeenschappelijke verklaring inzake vervroegde tenuitvoerlegging

De Partijen zijn voornemens de bepalingen van de Overeenkomst inzake handel en douanesamenwerking vervroegd toe te passen door middel van een interimovereenkomst die indien mogelijk per 1 januari 1996 in werking treedt.

Gemeenschappelijke verklaring

Om de handel in levende planten en producten van de bloemen- en plantenteelt en de tuinbouw te bevorderen en te vergemakkelijken, komen de overeenkomstsluitende partijen overeen alle nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de controles van de documenten, de overeenstemmingscontroles en de fytosanitaire controles worden verricht binnen een tijdsbestek dat is aangepast aan de gevoelige aard van de betrokken producten. Wanneer zich problemen voordoen plegen de Commissie en de Israëlische autoriteiten onmiddellijk overleg om een passende oplossing te vinden.

Gezamenlijke verklaring inzake geografische aanduidingen

De partijen komen overeen te gelegener tijd besprekingen te gaan voeren over een mogelijke overeenkomst inzake de bescherming van geografische aanduidingen voor landbouwproducten en andere levensmiddelen.

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Gemeenschap en Israël betreffende hangende bilaterale kwesties

A. Brief van de Gemeenschap

Mijnheer,

De Gemeenschap en Israël nemen nota van de overeenkomst die is bereikt inzake de tenuitvoerlegging van een aanvaardbare oplossing voor alle hangende bilaterale kwesties in verband met de toepassing van de Samenwerkingsovereenkomst van 1975.

Ik moge U verzoeken mij te bevestigen dat Uw regering met de inhoud van deze brief instemt.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Namens de Raad van de Europese Unie

B. Brief van Israël

Mijnheer,

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw schrijven van vandaag dat als volgt luidt:

„De Gemeenschap en Israël nemen nota van de overeenkomst die is bereikt inzake de tenuitvoerlegging van een aanvaardbare oplossing voor alle hangende bilaterale kwesties in verband met de toepassing van de Samenwerkingsovereenkomst van 1975.

Ik moge U verzoeken mij te bevestigen dat Uw regering met de inhoud van deze brief instemt.".

Ik heb de eer te bevestigen dat mijn regering met de inhoud van Uw brief instemt.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Voor de Regering van Israël

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Gemeenschap en Israël in verband met Protocol nr. 1 betreffende de invoer in de Gemeenschap van afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen van onderverdeling 0603 10 van het gemeenschappelijk douanetarief

Vervallen

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Gemeenschap en Israël betreffende de tenuitvoerlegging van de in het kader van de Uruguay-ronde gesloten overeenkomsten

A. Brief van de Gemeenschap

Mijnheer,

De Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Israël bevat geen bepalingen over de nieuwe regeling bij de invoer van sinaasappelen in de Gemeenschap. De Partijen zullen de onderhandelingen over dit onderwerp voortzetten ten einde vóór het begin van het verkoopseizoen 1995/1996, dat wil zeggen 1 december, een oplossing te vinden. De Gemeenschap heeft er in dit verband in toegestemd dat Israël niet minder gunstig behandeld zal worden dan de andere Mediterrane partners.

Mocht op 1 december 1995 geen overeenkomst over de invoerprijs van sinaasappelen zijn bereikt, dan zal de Gemeenschap de nodige maatregelen nemen om Israël een voor beide Partijen passende en aanvaardbare prijs te garanderen waartegen 200.000 ton sinaasappelen uit Israël in de Gemeenschap kunnen worden ingevoerd. Genoemd cijfer houdt een vermindering in met 30% van het huidige tariefcontingent voor sinaasappelen uit Israël.

Voorts zal de Gemeenschap de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat niet in bijlage II opgenomen, traditionele verwerkte landbouwprodukten uit Israël die onder de concessies van de nieuwe overeenkomst vallen in de Gemeenschap kunnen worden ingevoerd.

Insgelijks zal Israël parallelle maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat traditionele landbouwexportprodukten van de Gemeenschap in het seizoen 1995/1996 in Israël kunnen worden ingevoerd.

Ik moge U verzoeken mij te bevestigen dat Uw regering met de inhoud van deze brief instemt.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden,

Namens de Raad van de Europese Unie

B. Brief van Israël

Mijnheer,

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw schrijven van vandaag dat als volgt luidt:

(zoals in A).

Ik heb de eer te bevestigen dat mijn regering met de inhoud van Uw brief instemt.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Voor de Regering van Israël

Verklaringen

VERKLARINGEN VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP

Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende de cumulatie van de oorsprong (artikel 28)

De Europese Gemeenschap is bereid, rekening houdende met de politieke ontwikkelingen, wanneer Israël en een of meer andere landen van het Middellandse-Zeegebied met elkaar vrijhandelsovereenkomsten sluiten, de bepalingen betreffende de cumulatie van de oorsprong in haar handelsbetrekkingen met deze landen toe te passen.

Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende de aanpassing van de oorsprongsregels (artikel 28)

In het kader van de harmonisatie van de tussen de Gemeenschap en andere derde landen geldende oorsprongsregels, die momenteel aan de gang is, kan de Gemeenschap op een later tijdstip besluiten de eventueel noodzakelijke wijzigingen van Protocol nr. 4 aan de Associatieraad voor te leggen.

Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende artikel 36

De Gemeenschap verklaart dat, in afwachting dat de Associatieraad zijn goedkeuring hecht aan de uitvoeringsbepalingen betreffende de eerlijke mededinging als bedoeld in artikel 36, lid 2, in het kader van de interpretatie van artikel 36, lid 1, zij elke met dat artikel strijdige handelwijze aan de uit de artikelen 85, 86 en 92 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voortvloeiende criteria zal toetsen alsmede, voor de produkten waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing is, aan de criteria die uit de artikelen 65 en 66 van dat Verdrag en uit de voorschriften van de Gemeenschap betreffende overheidssteun, met inbegrip van het afgeleide recht, voortvloeien.

Voor de in titel II van hoofdstuk 3 bedoelde landbouwprodukten zal de Gemeenschap alle praktijken die strijdig zijn met artikel 36, lid 1, i), toetsen aan de criteria die door de Gemeenschap op basis van de artikelen 42 en 43 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap zijn vastgesteld en, in het bijzonder, die welke in Verordening nr. 26 van 1962 zijn neergelegd.

Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende economische samenwerking (Titel VI)

Israël komt verder in aanmerking voor de financiering van projecten uit de communautaire begroting voor programma's op het gebied van de regionale samenwerking in het Middellandse-Zeegebied en uit andere relevante horizontale begrotingslijnen. Israël blijft eveneens in aanmerking komen voor leningen van de EIB die in het kader van het horizontale mediterrane instrument worden toegekend.

VERKLARING VAN ISRAËL

Verklaring van Israël betreffende artikel 65

Bij de beraadslagingen voorafgaand aan het in artikel 65, lid 1, bedoelde besluit van de Associatieraad zal Israël het vraagstuk aan de orde stellen van de bepalingen die noodzakelijk zijn om de dubbele contributie te vermijden voor werknemers van de ene Partij die hun woonplaats hebben op het grondgebied van de andere Partij.