Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds

Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds

Het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna „Lid-Staten” te noemen, en

de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna „de Gemeenschap” te noemen,

enerzijds,

en de Republiek Armenië,

anderzijds,

Gelet op de banden tussen de Gemeenschap, haar Lid-Staten en de Republiek Armenië, en hun gemeenschappelijke waarden,

Erkennende dat de Gemeenschap en de Republiek Armenië deze banden wensen te verstevigen en partnerschap en samenwerking tot stand willen brengen om te komen tot versterking en verbreding van de betrekkingen die in het verleden zijn aangeknoopt, inzonderheid bij de op 18 december 1989 ondertekende Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken inzake handel en commerciële en economische samenwerking,

Gelet op de verbintenis van de Gemeenschap en haar Lid-Staten en van de Republiek Armenië tot versterking van de politieke en economische vrijheden, die de grondslag van het partnerschap vormen,

Gelet op de verbintenis van de partijen tot bevordering van internationale vrede en veiligheid en de vreedzame oplossing van geschillen, alsmede tot samenwerking op dit gebied in het kader van de Verenigde Naties en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa,

Gelet op de vaste verbintenis van de Gemeenschap en haar Lid-Staten en van de Republiek Armenië tot volledige uitvoering van alle beginselen en bepalingen die zijn vervat in de Slotakte van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE), de Slotdocumenten van de vervolgvergaderingen van Madrid en Wenen, het Document van de CVSE-Conferentie van Bonn betreffende economische samenwerking, het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa en het CVSE-Document van Helsinki 1992, „Uitdagingen van het Veranderingsproces”, en andere fundamentele documenten van de OVSE,

Erkennende in die context dat de ondersteuning van de onafhankelijkheid, de soevereiniteit en de territoriale onschendbaarheid van de Republiek Armenië zal bijdragen aan het waarborgen van vrede en stabiliteit in Europa,

Overtuigd van het allesoverheersende belang van de beginselen van de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, inzonderheid de rechten van minderheden, de totstandbrenging van een meerpartijenstelsel met vrije en democratische verkiezingen, en economische liberalisering om een markteconomie tot stand te brengen,

Van oordeel zijnde dat de volledige uitvoering van deze Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst zowel zal afhangen van, als zal bijdragen tot de voortzetting en verwezenlijking van hervormingen in de Republiek Armenië op politiek, economisch en juridisch vlak, en de invoering van de factoren die vereist zijn voor samenwerking, met name op grond van de conclusies van de CVSE-Conferentie van Bonn,

Verlangende het proces van regionale samenwerking op de door deze Overeenkomst bestreken gebieden met de buurlanden te stimuleren om welvaart en stabiliteit in deze regio te bevorderen, en in het bijzonder initiatieven die gericht zijn op het bevorderen van samenwerking en wederzijds vertrouwen tussen de onafhankelijke staten van Transkaukasië en andere buurlanden,

Verlangende regelmatige politieke dialoog over bilaterale, regionale en internationale vraagstukken van wederzijds belang tot stand te brengen en te bevorderen,

Erkennende en ondersteunende de wens van de Republiek Armenië om nauwe samenwerking met de Europese instellingen tot stand te brengen,

Gelet op de noodzaak investeringen in de Republiek Armenië te bevorderen, onder andere in de energiesector, en in deze context op het belang dat de Gemeenschap en haar Lid-Staten hechten aan eerlijke voorwaarden voor doorvoer voor de export van energieprodukten; bevestigende de gehechtheid van de Gemeenschap en haar Lid-Staten en van de Republiek Armenië aan het Europees Energiehandvest, en aan de volledige tenuitvoerlegging van het Verdrag inzake het Energiehandvest en het Protocol bij het Energiehandvestverdrag betreffende energie-efficiëntie en daarmee samenhangende milieu-aspecten,

Rekening houdende met het feit dat de Gemeenschap bereid is zorg te dragen voor passende economische samenwerking en technische bijstand,

Rekening houdende met het nut van de Overeenkomst voor het bevorderen van geleidelijke toenadering tussen de Republiek Armenië en een uitgestrekter gebied van samenwerking in Europa en naburige regio's, en haar geleidelijke integratie in het open internationaal systeem,

Gelet op de verbintenis van de partijen tot liberalisering van de handel op grond van de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO),

Zich ervan bewust zijnde dat het noodzakelijk is om verbetering te brengen in de voorwaarden voor bedrijfsleven en investeringen, en de voorwaarden op terreinen als vestiging van vennootschappen, arbeid, dienstverlening en kapitaalverkeer,

Verheugd over en erkennende het belang van de inspanningen van de Republiek Armenië gericht op de overgang van haar centraal geleide economie met staatshandel naar een markteconomie,

Ervan overtuigd zijnde dat deze Overeenkomst een nieuw klimaat zal scheppen voor de economische betrekkingen tussen de partijen, en vooral voor de ontwikkeling van handel en investeringen, die onontbeerlijk zijn voor economische herstructurering en technologische modernisering,

Verlangende nauwe samenwerking op het gebied van milieubescherming tot stand te brengen, rekening houdend met de onderlinge afhankelijkheid van de partijen op dit terrein,

Erkennende dat samenwerking ten behoeve van de preventie van en de controle op illegale immigratie een van de hoofddoelstellingen van deze overeenkomst vormt,

Verlangende culturele samenwerking tot stand te brengen en de doorstroming van informatie te verbeteren,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel

1

Er wordt een partnerschap tot stand gebracht tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds. Dit partnerschap heeft ten doel:

  • een passend kader voor de politieke dialoog tussen de partijen tot stand te brengen met het oog op de ontwikkeling van politieke betrekkingen;

  • de inspanningen van de Republiek Armenië om haar democratie te consolideren, haar economie te ontwikkelen en de overgang naar een markteconomie te voltooien, te ondersteunen;

  • handel en investeringen en harmonische economische betrekkingen tussen de partijen te bevorderen en aldus hun duurzame economische ontwikkeling te stimuleren;

  • de grondslag te leggen voor samenwerking op het gebied van wetgeving en voor economische, sociale, financiële, civiele wetenschappelijke, technologische en culturele samenwerking.

TITEL

I

ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel

2

Eerbiediging van de democratische beginselen, de beginselen van het volkenrecht en de mensenrechten, inzonderheid als vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties, de Slotakte van Helsinki en het Handvest van Parijs voor een nieuw Europa, en de beginselen van de markteconomie, waaronder de beginselen die zijn opgenomen in de documenten van de CVSE-Conferentie van Bonn, vormen de grondslag van het interne en externe beleid van de partijen en zijn een essentieel onderdeel van het partnerschap en van deze Overeenkomst.

Artikel

3

De partijen zijn van oordeel dat het voor hun toekomstige welvaart en stabiliteit noodzakelijk is dat de nieuwe onafhankelijke staten die als gevolg van de ontbinding van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken zijn ontstaan, hierna „onafhankelijke staten" te noemen, de onderlinge samenwerking in stand houden en ontwikkelen overeenkomstig de beginselen van de Slotakte van Helsinki en het volkenrecht en in een geest van goede nabuurschap en alles in het werk stellen om dit proces te stimuleren.

Artikel

4

De partijen voeren in voorkomend geval overleg over veranderende omstandigheden in de Republiek Armenië, met name betreffende de economische omstandigheden aldaar en de tenuitvoerlegging van marktgerichte economische hervormingen. De Samenwerkingsraad kan de partijen aanbevelingen doen over uitbreiding van delen van deze overeenkomst in het licht van deze omstandigheden.

TITEL

II

POLITIEKE DIALOOG

Artikel

5

Tussen de partijen wordt een regelmatige politieke dialoog tot stand gebracht, die zij voornemens zijn te ontwikkelen en te intensiveren. Deze dialoog begeleidt en consolideert het proces waarbij de Gemeenschap en de Republiek Armenië nader tot elkaar komen, ondersteunt de politieke en economische veranderingen die in dat land aan de gang zijn en draagt bij tot de totstandkoming van nieuwe vormen van samenwerking. De politieke dialoog strekt ertoe

  • de banden van de Republiek Armenië met de Gemeenschap en haar Lid-Staten, en aldus met de gemeenschap van democratische naties als geheel, te versterken ; de economische convergentie die door middel van deze Overeenkomst wordt bewerkstelligd, zal leiden tot hechtere politieke betrekkingen;

  • de standpunten over internationale vraagstukken van wederzijds belang nader tot elkaar te brengen en aldus meer veiligheid en stabiliteit in de regio te bewerkstelligen en de toekomstige ontwikkeling van de onafhankelijke staten van Transkaukasië te bevorderen;

  • ervoor te zorgen dat de partijen streven naar samenwerking voor aangelegenheden op het gebied van de versterking van stabiliteit en veiligheid in Europa, de naleving van de democratische beginselen, de eerbiediging en bevordering van de mensenrechten, vooral die van minderheden, waarbij zo nodig over relevante kwesties overleg wordt gepleegd.

Deze dialoog kan op regionaal vlak plaatsvinden met het oog op een bijdrage aan het oplossen van regionale conflicten en spanningen.

Artikel

6

Op ministerieel niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van de krachtens artikel 78 opgerichte Samenwerkingsraad en bij andere gelegenheden, in onderlinge overeenstemming.

Artikel

7

De partijen voorzien in andere procedures en regelingen voor politieke dialoog, met name in de volgende vormen:

  • regelmatige vergaderingen tussen vertegenwoordigers van de Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en vertegenwoordigers van de Republiek Armenië, anderzijds, op het niveau van hoge ambtenaren;

  • het optimaal gebruik maken van diplomatieke kanalen tussen de partijen, met inbegrip van passende contacten op bilateraal en multilateraal vlak, onder meer bij de Verenigde Naties, vergaderingen van de OVSE en elders;

  • alle andere middelen, waaronder vergaderingen van deskundigen, die bijdragen tot het consolideren en ontwikkelen van deze dialoog.

Artikel

8

Op parlementair niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van het krachtens artikel 83 opgerichte Parlementair Samenwerkingscomité.

TITEL

III

HANDEL IN GOEDEREN

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Onverminderd de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten betreffende de tijdelijke invoer van goederen die beide partijen binden, verleent elke partij de andere partij, in de gevallen en volgens de procedures die zijn vastgesteld in andere voor haar bindende internationale overeenkomsten op dit gebied en overeenkomstig haar eigen wettelijke bepalingen ter zake, vrijstelling van invoerrechten en -heffingen op goederen die tijdelijk worden ingevoerd. Hierbij wordt rekening gehouden met de voorwaarden waaronder de uit een dergelijke overeenkomst voortvloeiende verplichtingen door de betrokken partij zijn aanvaard.

Artikel

12

Artikel

13

Goederen worden tegen marktprijzen tussen de partijen verhandeld.

Artikel

14

Artikel

15

De partijen komen overeen, rekening houdend met de omstandigheden en de situatie die door toetreding van de Republiek Armenië tot de WTO ontstaat, de uitbreiding van de bepalingen betreffende de onderlinge handel in goederen in welwillende overweging te nemen. De Samenwerkingsraad kan de partijen omtrent deze uitbreiding aanbevelingen doen die, indien zij worden aanvaard, ten uitvoer kunnen worden gelegd door middel van een overeenkomst tussen de partijen, met inachtneming van hun respectieve procedures.

Artikel

16

De Overeenkomst vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, de uitvoer of de doorvoer van goederen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde en veiligheid, de gezondheid en het leven van personen en dieren of het behoud van planten, de bescherming van natuurlijke hulpbronnen, de bescherming van het nationaal artistiek, historisch of archeologisch erfgoed of uit hoofde van de bescherming van de intellectuele, industriële of commerciële eigendom, noch voor voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie, noch een verholen beperking van de handel tussen de partijen bij de Overeenkomst vormen.

Artikel

17

Deze titel is niet van toepassing op de handel in textielprodukten van de Hoofdstukken 50 tot en met 63 van de Gecombineerde Nomenclatuur. De handel in deze produkten is geregeld bij een afzonderlijke overeenkomst die op 18 januari 1996 werd geparafeerd en die voorlopig van toepassing is sedert 1 januari 1996.

Artikel

18

TITEL

IV

BEPALINGEN INZAKE HET HANDELSVERKEER EN DE INVESTERINGEN

HOOFDSTUK

I

ARBEIDSVOORWAARDEN

Artikel

20

Artikel

21

De Samenwerkingsraad gaat na welke verbeteringen kunnen worden aangebracht in de werkomstandigheden van zakenlieden, rekening houdend met de internationale verbintenissen van de partijen, met inbegrip van die welke in het document van de Conferentie van Bonn van de CVSE zijn opgenomen.

Artikel

22

De Samenwerkingsraad doet aanbevelingen voor de tenuitvoerlegging van de artikelen 20 en 21.

HOOFDSTUK

II

BEPALINGEN INZAKE DE VESTIGING EN DE EXPLOITATIE VAN ONDERNEMINGEN

Artikel

23

Artikel

24

Artikel

25

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:

  • a.

    „onderneming uit de Gemeenschap" of „Armeense onderneming": een overeenkomstig de wetgeving van respectievelijk een Lid-Staat of de Republiek Armenië opgerichte onderneming die haar statutaire zetel, centrale administratie of belangrijkste handelsactiviteit op het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of de Republiek Armenië heeft. Indien een overeenkomstig de wetgeving van respectievelijk de Gemeenschap of de Republiek Armenië opgerichte onderneming enkel haar statutaire zetel op het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of de Republiek Armenië heeft, wordt deze onderneming als een onderneming uit de Gemeenschap of als een Armeense onderneming beschouwd indien uit haar transacties een werkelijke en permanente band tussen de economieën van respectievelijk de Lid-Staten of de Republiek Armenië naar voren treedt;

  • b.

    „dochteronderneming": een vennootschap waarover een andere vennootschap daadwerkelijk zeggenschap heeft;

  • c.

    „filiaal" van een vennootschap: een handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een afdeling van een moedermaatschappij, een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, in dier voege dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat indien nodig er een rechtsverhouding zal bestaan met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact dienen te hebben met deze moedermaatschappij doch hun transacties kunnen afhandelen met de handelszaak die de afdeling vormt;

  • d.

    „vestiging": het recht van vennootschappen uit de Gemeenschap of Armeense vennootschappen als bedoeld onder punt a, economische activiteiten uit te oefenen door de oprichting van dochtermaatschappijen en filialen in respectievelijk de Republiek Armenië of de Gemeenschap;

  • e.

    „exploitatie": het verrichten van economische activiteiten;

  • f.

    „economische activiteiten": activiteiten met een industrieel of commercieel karakter of activiteiten van personen die een vrij beroep uitoefenen.

Wat het internationale vervoer over zee betreft, met inbegrip van het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk en van hoofdstuk III eveneens van toepassing op onderdanen van de Lid-Staten of van Armenië die buiten het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of Armenië gevestigd zijn en op buiten de Gemeenschap of Armenië gevestigde scheepvaartmaatschappijen waarin onderdanen van respectievelijk de Gemeenschap of Armenië een meerderheidsparticipatie hebben, indien de vaartuigen van deze scheepvaartmaatschappijen respectievelijk in die Lid-Staat of in Armenië geregistreerd zijn overeenkomstig de respectieve wettelijke voorschriften van de Gemeenschap en Armenië.

Artikel

26

Artikel

27

De bepalingen van deze overeenkomst vormen voor een partij geen beletsel de maatregelen te nemen die zij noodzakelijk acht om te voorkomen dat de door haar genomen maatregelen in verband met de toegang van derde landen tot haar markten door middel van deze overeenkomst worden ontdoken.

Artikel

28

Artikel

29

HOOFDSTUK

III

GRENSOVERSCHRIJDEND DIENSTENVERKEER TUSSEN DE GEMEENSCHAP EN DE REPUBLIEK ARMENIË

Artikel

30

Artikel

31

De partijen werken samen met het oog op de ontwikkeling van een marktgerichte dienstensector in de Republiek Armenië.

Artikel

32

Artikel

33

Met het oog op een gecoördineerde ontwikkeling van het vervoer tussen de partijen in overeenstemming met hun commerciële behoeften, kunnen de voorwaarden voor de wederzijdse toegang tot elkaars markten en het verlenen van diensten met betrekking tot het vervoer over de weg, per spoor en over de binnenwateren, en eventueel het luchtvervoer, worden vastgelegd in bijzondere overeenkomsten, waarover in voorkomend geval tussen de partijen na het in werking treden van deze Overeenkomst wordt onderhandeld.

HOOFDSTUK

IV

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

34

Artikel

35

Voor de toepassing van deze Titel zal geen enkele bepaling van de Overeenkomst de partijen ervan weerhouden hun wetten en voorschriften betreffende toelating en verblijf, het verrichten van werk, arbeidsvoorwaarden, de vestiging van natuurlijke personen en het verrichten van diensten toe te passen, op voorwaarde dat zulks niet op zodanige wijze geschiedt dat de toepassing de voor een partij uit een specifieke bepaling van de Overeenkomst voortvloeiende voordelen tenietdoet of beperkt. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 34.

Artikel

36

Vennootschappen welke worden bestuurd door en de exclusieve eigendom zijn van Armeense vennootschappen en communautaire vennootschappen gezamenlijk, komen eveneens in aanmerking voor de bepalingen van hoofdstukken II, III en IV.

Artikel

37

De in het kader van deze Overeenkomst door een partij aan de andere toegekende behandeling is met ingang van de termijn van een maand vóór het in werking treden van de daarop betrekking hebbende voorschriften van de Algemene Overeenkomst inzake de Handel in Diensten (GATS), met betrekking tot de sectoren of maatregelen waarop de GATS betrekking heeft, in geen enkel geval gunstiger dan die welke door bedoelde eerstgenoemde partij in het kader van de GATS en met betrekking tot om het even welke dienstensector, dienstensubsector en wijze van dienstverlening wordt toegekend.

Artikel

38

Voor de toepassing van de hoofdstukken II, III en IV van deze titel wordt geen rekening gehouden met de behandeling welke door de Gemeenschap, haar Lid-Staten of de Republiek Armenië wordt toegekend op grond van de verbintenissen welke in het kader van overeenkomsten inzake economische integratie overeenkomstig de beginselen van artikel V van de GATS zijn aangegaan.

Artikel

39

Artikel

40

Onverminderd de voorwaarden van artikel 28 kan geen enkele bepaling van hoofdstukken II, III en IV worden geïnterpreteerd als zou zij het recht verschaffen:

  • aan onderdanen van de Lid-Staten, respectievelijk de Republiek Armenië, zich op het grondgebied van de Republiek Armenië, respectievelijk de Gemeenschap, te begeven of daar te verblijven in ongeacht welke hoedanigheid en met name als aandeelhouder of partner, beheerder of werknemer van een vennootschap dan wel als verstrekker of ontvanger van diensten;

  • aan dochterondernemingen of filialen van Armeense vennootschappen in de Gemeenschap tot het op het grondgebied van de Gemeenschap in dienst nemen of hebben van onderdanen van de Republiek Armenië;

  • aan dochterondernemingen of filialen van communautaire vennootschappen in de Republiek Armenië tot het op het grondgebied van de Republiek Armenië in dienst nemen of hebben van onderdanen van de Lid-Staten;

  • aan Armeense vennootschappen dan wel dochterondernemingen of filialen van Armeense vennootschappen in de Gemeenschap tot het namens of onder het toezicht van andere personen laten optreden van Armeense onderdanen door middel van tijdelijke arbeidsovereenkomsten;

  • aan communautaire vennootschappen dan wel dochterondernemingen of filialen van communautaire vennootschappen in de Republiek Armenië tot het door middel van tijdelijke arbeidsovereenkomsten voorzien in arbeidskrachten welke onderdanen van Lid-Staten zijn.

HOOFDSTUK

V

BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER

Artikel

41

Hoofdstuk

VI

BESCHERMING VAN INTELLECTUELE, INDUSTRIËLE EN COMMERCIËLE EIGENDOM

Artikel

42

TITEL

V

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN DE WETGEVING

Artikel

43

TITEL

VI

ECONOMISCHE SAMENWERKING

Artikel

44

Artikel

45

Samenwerking op het gebied van de handel in goederen en diensten

De Partijen werken samen teneinde ervoor te zorgen dat de internationale handel van de Republiek Armenië plaatsvindt overeenkomstig de regels van de WTO.

Tot dergelijke samenwerking behoren specifieke kwesties die van direct belang zijn voor de bevordering van de handel, zoals:

  • het opstellen van beleid inzake de handel en aanverwante zaken, met inbegrip van betalingen,

  • het opstellen van relevante wetgeving,

  • voortdurende hulp bij de eventuele toetreding van Armenië tot de WTO.

Artikel

46

Industriële samenwerking

Artikel

47

Bevordering en bescherming van investeringen

Artikel

48

Overheidsopdrachten

De partijen werken samen met het oog op de vaststelling van voorwaarden voor de gunning via openbare en op concurrentie gebaseerde procedures van contracten voor het leveren van goederen en diensten, vooral door middel van aanbestedingen.

Artikel

49

Samenwerking op het gebied van de normen en conformiteitsbeoordeling

Artikel

50

Mijnbouw en grondstoffen

Artikel

51

Samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie

Artikel

52

Onderwijs en opleiding

Artikel

53

Landbouw en de agro-industriële sector

De samenwerking op dit terrein is gericht op de landbouwhervorming, de modernisering, privatisering en herstructurering van de landbouwsector, van de agro-industriële sector en van de dienstensector in de Republiek Armenië, en het vergroten van de binnenlandse en buitenlandse afzet voor Armeense produkten, onder voorwaarden welke de bescherming van het milieu waarborgen en met inachtneming van de noodzaak de continuïteit van de voedselvoorziening evenals de ontwikkeling van de landbouwindustrie en de verwerking en distributie van landbouwprodukten te verbeteren. De partijen streven eveneens naar een geleidelijke aanpassing van de Armeense normen aan de communautaire technische voorschriften betreffende al dan niet industrieel verwerkte voedingsprodukten uit de landbouw met inbegrip van de sanitaire en fytosanitaire normen.

Artikel

54

Energie

Artikel

55

Milieu

Artikel

56

Vervoer

Partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking op vervoergebied.

De samenwerking beoogt onder meer de herstructurering en modernisering van de vervoersystemen en -netwerken in de Republiek Armenië en de ontwikkeling en verzekering, in voorkomend geval, van de compatibiliteit van de vervoersystemen in het kader van de verwezenlijking van een meer geïntegreerd vervoerstelsel. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan het functioneren van de traditionele communicatieverbindingen tussen de onafhankelijke staten van Transkaukasië en met andere buurlanden.

De samenwerking omvat onder meer:

  • de modernisering van het beheer en de exploitatie van het wegvervoer, de spoorwegen, havens en luchthavens;

  • de modernisering en ontwikkeling van de spoorweg-, waterweg-, weg-, haven-, luchthaven-, en luchtvaartinfrastructuur, inclusief de modernisering van de belangrijkste verbindingen van gemeenschappelijk belang en de transeuropese verbindingen voor voornoemde vervoertakken, met name die welke verband houden met het TRACECA-project;

  • de bevordering en ontwikkeling van het multimodale vervoer;

  • de bevordering van gezamenlijke onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's;

  • de totstandbrenging van het wettelijk en institutioneel kader voor beleidsontwikkeling en -uitvoering, inclusief privatisering van de vervoersector;

Artikel

57

Post en telecommunicatie

Binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden verruimen en versterken partijen hun samenwerking op de volgende terreinen:

  • de uitstippeling van strategieën en richtsnoeren voor de ontwikkeling van de sector telecommunicatie en de post;

  • de ontwikkeling van de beginselen van een tariefbeleid en marketing op het gebied van telecommunicatie en post;

  • de overdracht van technologie en know-how, ook op het terrein van Europese technische normen en certificatiesystemen;

  • de bevordering van de ontwikkeling van projecten voor telecommunicatie en post en het aantrekken van investeringen;

  • verhoging van de efficiëntie en kwaliteit van telecommunicatie en post, onder meer via de liberalisatie van de activiteiten in subsectoren;

  • de geavanceerde toepassing van telecommunicatie, met name op het gebied van de elektronische overdracht van kapitaal;

  • beheer van telecommunicatienetwerken en hun „optimalisering";

  • een passende regelgevingsbasis voor de verstrekking van telecommunicatie- en postdiensten en voor het gebruik van een radiofrequentiespectrum;

  • opleiding op het gebied van telecommunicatie en post met het oog op exploitatie onder marktvoorwaarden.

Artikel

58

Financiële dienstverlening

De samenwerking beoogt met name vergemakkelijking van het betrekken van de Republiek Armenië bij algemeen erkende onderlinge verrekeningssystemen. De technische bijstand is toegespitst op:

  • de ontwikkeling van moderne bancaire en financiële diensten, de ontwikkeling van een gemeenschappelijke markt van kredietmiddelen, het betrekken van de Republiek Armenië bij een algemeen erkend onderling verrekeningssysteem;

  • de ontwikkeling van een belastingstelsel en de bijbehorende instellingen in de Republiek Armenië, de uitwisseling van ervaringen, en personeelsopleiding;

  • de ontwikkeling van het verzekeringswezen, hetgeen onder meer een gunstig kader zal vormen voor de deelneming van communautaire maatschappijen aan de totstandbrenging van joint ventures in de verzekeringssector in de Republiek Armenië alsmede de ontwikkeling van de exportkredietverzekering.

Deze samenwerking draagt met name bij tot de bevordering van het aanknopen van betrekkingen tussen de Republiek Armenië en de Lid-Staten in de sector financiële dienstverlening.

Artikel

59

Regionale ontwikkeling

Artikel

60

Sociale samenwerking

Deze hervormingen beogen de ontwikkeling in de Republiek Armenië van aan markteconomieën inherente beschermingsmethoden en omvatten alle terreinen van de sociale bescherming.

Artikel

61

Toerisme

Partijen verhogen en ontwikkelen hun samenwerking die omvat:

  • bevordering van het toerisme;

  • bevordering van de informatiestroom;

  • overdracht van know-how;

  • bestudering van de mogelijkheden voor gezamenlijke acties;

  • samenwerking tussen officiële vreemdelingenverkeersorganen;

  • opleiding voor de ontwikkeling van het toerisme.

Artikel

62

Midden- en kleinbedrijf

Artikel

63

Informatie en communicatie

Partijen steunen de ontwikkeling van moderne methoden van informatiebeheersing, zich mede over de media uitstrekkend, en stimuleren een doeltreffende onderlinge uitwisseling van informatie. Er wordt prioriteit verleend aan programma's die het grote publiek basisinformatie over de Gemeenschap en de Republiek Armenië verstrekken, waarbij, waar mogelijk, toegang wordt verleend tot databanken met volledige eerbiediging van de intellectuele eigendomsrechten.

Artikel

64

Consumentenbescherming

Partijen werken nauw samen met het oog op de verwezenlijking van verenigbaarheid tussen hun consumentenbeschermingssystemen. Deze samenwerking kan bestaan in uitwisseling van informatie op wetgevend gebied en institutionele hervormingen, de totstandbrenging van permanente systemen van wederzijdse informatie over gevaarlijke produkten, verbetering van de aan de consument verstrekte informatie, met name over prijzen, kenmerken van produkten en geboden diensten, de organisatie van uitwisselingen tussen de vertegenwoordigers van de belangen van consumenten en verhoging van de verenigbaarheid van de verschillende vormen van consumentenbeschermingsbeleid en de organisatie van studiebijeenkomsten en opleidingsperioden.

Artikel

65

Douane

Artikel

66

Statistische samenwerking

De samenwerking op dit gebied beoogt de ontwikkeling van een efficiënt statistisch systeem dat snel de betrouwbare statistieken kan leveren die nodig zijn bij de ondersteuning van en het toezicht op het proces van economische hervormingen en dat een bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van het particulier ondernemerschap in de Republiek Armenië.

Partijen werken met name op de volgende terreinen samen:

  • aanpassing van het statistisch systeem van Armenië aan internationale methoden, normen en classificaties;

  • uitwisseling van statistische gegevens;

  • het leveren van de nodige statistische macro- en micro-economische gegevens om economische hervormingen uit te voeren en te beheren.

De bijdrage van de Gemeenschap om dit doel te verwezenlijken, bestaat in het leveren van technische bijstand aan de Republiek Armenië.

Artikel

67

Economie

Partijen vergemakkelijken het proces van economische hervorming en de coördinatie van hun economisch beleid door hun samenwerking die gericht is op het verkrijgen van een beter inzicht in de grondslagen van hun respectieve economieën en de uitstippeling en tenuitvoerlegging van economisch beleid in markteconomieën. Daartoe wisselen partijen informatie uit over macro-economische resultaten en vooruitzichten.

De Gemeenschap verstrekt technische bijstand om:

  • de Republiek Armenië bij te staan in haar economisch hervormingsproces door het verstrekken van deskundige en technische adviezen;

  • samenwerking tussen economen aan te moedigen ten einde de overdracht van know-how voor de uitstippeling van economisch beleid te bespoedigen en te zorgen voor ruime verspreiding van onderzoek dat voor het beleid van belang kan zijn.

TITEL

VII

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN DEMOCRATIE EN MENSENRECHTEN

Artikel

68

De Partijen werken samen in alle kwesties betreffende de instelling of versterking van democratische instellingen, inclusief die welke vereist zijn voor de versterking van de rechtsstaat, de bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden overeenkomstig internationaal recht en OVSE-principes.

Deze samenwerking krijgt gestalte in programma's voor technische bijstand onder meer op het gebied van het opstellen van relevante wet- en regelgeving ; de uitvoering van deze wetgeving; het functioneren van het gerecht; de rol van de staat op juridisch gebied; de werking van het kiesstelsel. Zo nodig valt ook opleiding hieronder. De partijen bevorderen contacten en uitwisselingen tussen hun nationale, regionale en gerechtelijke autoriteiten, parlementsleden, en non-gouvernementele organisaties.

TITEL

VIII

SAMENWERKING BIJ DE PREVENTIE VAN ILLEGALE ACTIVITEITEN EN DE PREVENTIE VAN EN CONTROLE OP ILLEGALE IMMIGRATIE

Artikel

69

De Partijen werken samen bij het voorkomen van illegale activiteiten zoals:

  • illegale activiteiten in de economische sfeer, inclusief corruptie;

  • illegale transacties betreffende diverse goederen, inclusief industrie-afval;

  • namaak;

Samenwerking op bovengenoemde terreinen is gebaseerd op wederzijds overleg en nauwe interactie. Technische en administratieve bijstand kan worden verstrekt, onder meer op de volgende terreinen:

  • het opstellen van nationale wetgeving in de sfeer van preventie van illegale activiteiten;

  • het opzetten van informatiecentra;

  • het vergroten van de efficiëntie van instellingen die werkzaam zijn op het gebied van de preventie van illegale activiteiten;

  • het opleiden van personeel en het ontwikkeling Lees: ontwikkelenvan onderzoeksinfrastructuur;

  • het uitwerken van wederzijds aanvaardbare maatregelen om illegale activiteiten te verhinderen.

Artikel

70

Het witwassen van geld

Artikel

71

Verdovende middelen

Partijen werken in het kader van hun respectieve bevoegdheden samen aan verhoging van de doelmatigheid en efficiëntie van het beleid en de maatregelen om de illegale produktie en levering van en de handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, inclusief voorkoming van het oneigenlijk gebruik van precursoren, tegen te gaan, alsmede aan bevordering van de preventie en terugdringing van de vraag naar verdovende middelen. De samenwerking op dit gebied is gebaseerd op onderling overleg en nauwe coördinatie tussen partijen over de doelstellingen en maatregelen op de verschillende met verdovende middelen verband houdende terreinen.

Artikel

72

Illegale immigratie

TITEL

IX

CULTURELE SAMENWERKING

Artikel

73

Partijen verbinden zich ertoe culturele samenwerking te bevorderen en te vergemakkelijken. In voorkomend geval kunnen de culturele samenwerkingsprogramma's van de Gemeenschap of de programma's van een of meer Lid-Staten het voorwerp van samenwerking vormen en kunnen verdere activiteiten van wederzijds belang worden ontwikkeld.

TITEL

X

FINANCIËLE SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN TECHNISCHE BIJSTAND

Artikel

74

Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst en in overeenstemming met de artikelen 74, 75 en 76 komt de Republiek Armenië in aanmerking voor tijdelijke financiële steun van de Gemeenschap die de vorm aanneemt van technische bijstand in de vorm van subsidies. Doel van deze bijstand is de economische hervorming van de Republiek Armenië te bespoedigen.

Artikel

75

Deze financiële steun wordt geleverd in het kader van TACIS, zoals in de desbetreffende communautaire verordening van de Raad bepaald.

Artikel

76

De doelstellingen en terreinen van de financiële steun van de Gemeenschap worden vastgesteld in een indicatief programma dat een afspiegeling vormt van de door de twee partijen vast te stellen prioriteiten waarbij rekening wordt gehouden met de behoeften van de Republiek Armenië, haar sectoriële opnemingscapaciteiten en de met de hervorming geboekte voortgang. Partijen stellen de Samenwerkingsraad van een en ander in kennis.

Artikel

77

Om optimaal profijt te kunnen trekken uit de beschikbare middelen zorgen partijen ervoor dat de technische bijstandsbijdragen van de Gemeenschap worden toegekend in nauwe coördinatie met die uit andere financieringsbronnen, zoals de Lid-Staten, andere landen en internationale organisaties, zoals de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling.

TITEL

XI

INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

78

Hierbij wordt een Samenwerkingsraad opgericht, die toezicht houdt op de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst. Deze Samenwerkingsraad komt eens per jaar op ministersniveau bijeen. Hij behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de Overeenkomst voordoen, en alle andere, bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang om de doelstellingen van deze Overeenkomst te bereiken. De Samenwerkingsraad kan tevens doelgerichte aanbevelingen doen in onderlinge overeenstemming tussen beide partijen.

Artikel

79

Artikel

80

Artikel

81

De Samenwerkingsraad kan besluiten ieder ander speciaal comité of lichaam dat hem bij de uitvoering van zijn taken kan helpen, op te richten en bepaalt de samenstelling en taken van dergelijke comités of lichamen en hoe zij zullen functioneren.

Artikel

82

Bij het onderzoek van ongeacht welke kwestie die zich voordoet in het kader van de Overeenkomst met betrekking tot een bepaling betreffende een artikel van de GATT/WTO houdt de Samenwerkingsraad zoveel mogelijk rekening met de algemeen gebruikelijke interpretatie van het artikel van de GATT/WTO in kwestie door de leden van de WTO.

Artikel

83

Er wordt een Parlementair Samenwerkingscomité opgericht. Dit zal als forum dienen, waar leden van het Parlement van de Republiek Armenië en het Europees Parlement elkaar kunnen ontmoeten en met elkaar van gedachten kunnen wisselen. Het Comité komt met door hem zelf te bepalen tussenpozen bijeen.

Artikel

84

Artikel

85

Het Parlementaire Samenwerkingscomité mag bij de Samenwerkingsraad ter zake doende inlichtingen over de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst inwinnen. De Samenwerkingsraad verstrekt het Samenwerkingscomité de verlangde informatie.

Het Parlementaire Samenwerkingscomité wordt ingelicht over de aanbevelingen van de Samenwerkingsraad.

Het Parlementaire Samenwerkingscomité mag aanbevelingen doen aan de Samenwerkingsraad.

Artikel

86

Artikel

87

Niets in de Overeenkomst zal een Overeenkomstsluitende Partij beletten maatregelen te nemen:

  • a.

    die zij nodig acht om de onthulling van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist, te beletten;

  • b.

    die verband houden met de produktie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of produktie die absoluut vereist zijn voor verdedigingsdoeleinden, mits dergelijke maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor produkten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;

  • c.

    die zij van vitaal belang voor haar eigen veiligheid acht, in geval van ernstige binnenlandse beroeringen die de handhaving van recht en orde in gevaar brengen in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden of om verplichtingen na te komen, die zij voor de instandhouding van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan;

  • d.

    die zij nodig acht om haar internationale verplichtingen en verbintenissen na te komen met betrekking tot de controle op het tweeledig gebruik van industriële goederen en technologieën.

Artikel

88

Artikel

89

Artikel

90

De partijen komen overeen op verzoek van elk van de partijen onmiddellijk overleg te plegen via passende kanalen om kwesties met betrekking tot de interpretatie of tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst en andere relevante aspecten van de betrekkingen tussen de partijen te bespreken.

De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan en gelden onverminderd de artikelen 17, 89 en 95.

Artikel

91

De behandeling van de Republiek Armenië zal niet gunstiger zijn dan die welke de Lid-Staten onderling toepassen.

Artikel

92

In de Overeenkomst wordt onder de term „partijen" verstaan de Republiek Armenië enerzijds en de Gemeenschap, of de Lid-Staten, of de Gemeenschap en de Lid-Staten, in overeenstemming met hun respectievelijke bevoegdheden, anderzijds.

Artikel

93

Het Verdrag inzake het Europees Energiehandvest en de protocollen daarvan zijn bij de inwerkingtreding van toepassing op zaken die onder deze Overeenkomst ressorteren en onder dit Verdrag en de protocollen daarvan vallen maar alleen in de mate waarin een dergelijke toepassing hierin is voorzien.

Artikel

94

De Overeenkomst wordt gesloten voor een aanvankelijke periode van tien jaar waarna de Overeenkomst automatisch telkens met een jaar wordt verlengd tenzij een van beide partijen de andere partij zes maanden voor de Overeenkomst verstrijkt schriftelijk in kennis stelt van opzegging.

Artikel

95

Artikel

96

De bijlagen I, II, III, IV en V en het protocol maken integrerend onderdeel uit van de Overeenkomst.

Artikel

97

Totdat er onder de onderhavige Overeenkomst gelijkwaardige rechten zijn verworven voor zowel individuen als ondernemers, zal de Overeenkomst geen afbreuk doen aan rechten die hun worden verzekerd door bestaande overeenkomsten, welke bindend zijn voor één of meer Lid-Staten enerzijds, en voor de Republiek Armenië anderzijds met uitzondering van gebieden die tot de bevoegdheid van de Gemeenschap behoren en zonder afbreuk te doen aan de verplichtingen van de Lid-Staten die voortvloeien uit deze Overeenkomst op gebieden die tot hun bevoegdheid behoren.

Artikel

99

Deze Overeenkomst zal worden gedeponeerd bij de Secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie.

Artikel

100

De Overeenkomst is opgesteld in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse, de Zweedse en de Armeense taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, en zal worden gedeponeerd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Unie.

Artikel

101

De Overeenkomst wordt door de Overeenkomstsluitende Partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

De Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de dag waarop de partijen de Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Unie kennisgeving doen van het feit dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.

Bij haar inwerkingtreding vervangt deze Overeenkomst, wat de betrekkingen tussen de Republiek Armenië en de Gemeenschap betreft, de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken inzake handel en commerciële en economische samenwerking die op 18 december 1989 in Brussel werd ondertekend.

Artikel

102

Indien de bepalingen van bepaalde onderdelen van deze Overeenkomst in afwachting van de voltooiing van de procedures die noodzakelijk zijn voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst in werking treden door middel van een Interimovereenkomst tussen de Gemeenschap en de Republiek Armenië, komen de overeenkomstsluitende partijen overeen dat de term „datum van inwerkingtreding van de overeenkomst" in dat geval betekent de datum van inwerkingtreding van de Interimovereenkomst.

GEDAAN te Luxemburg, de tweeëntwintigste april negentienhonderd zesennegentig.

Bijlage

I

Voordelen die de Republiek Armenië overeenkomstig artikel 9, lid 3, aan de onafhankelijke staten toekent

Alle onafhankelijke staten:

Er worden geen invoerrechten toegepast.

Bijlage

II

Overeenkomsten inzake intellectuele, industriële en commerciële eigendom als bedoeld in artikel 42

1

Artikel 42, lid 2, heeft betrekking op de hierna volgende multilaterale overeenkomsten:

2

De Samenwerkingsraad kan aanbevelen dat artikel 42, lid 2, van toepassing is op andere multilaterale overeenkomsten. Indien zich problemen voordoen op het gebied van de intellectuele, de industriële en de commerciële eigendom die gevolgen hebben voor de omstandigheden waaronder het handelsverkeer plaats vindt, wordt op verzoek van een der Partijen ten spoedigste overleg gepleegd ten einde een voor beide Partijen bevredigende oplossing te vinden voor het probleem.

3

De partijen bevestigen het belang dat zij hechten aan de verplichtingen die voortvloeien uit de hiernavolgende multilaterale overeenkomsten:

4

Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst kent de Republiek Armenië aan vennootschappen en onderdanen van de Gemeenschap wat de erkenning en de bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom betreft, een behandeling toe die niet minder gunstig is dan die welke dit land uit hoofde van bilaterale overeenkomsten aan enig ander derde land toekent.

5

De bepalingen van lid 4 zijn niet van toepassing op de voordelen die de Republiek Armenië op een daadwerkelijke grondslag van reciprociteit aan enig derde land toekent of op de voordelen die de Republiek Armenië aan een ander land van de voormalige Sovjet-Unie toekent.

Bijlage III

Financiële diensten bedoeld in artikel 26, lid 3

Een financiële dienst is een dienst van financiële aard die door een financieel dienstverlener van een van de partijen wordt aangeboden. Financiële diensten omvatten de volgende activiteiten:

  • A.

    Alle verzekeringsdiensten en daarmee verband houdende diensten

    • 1.

      Directe verzekering (met inbegrip van medeverzekering)

      • i.

        levensverzekering

      • ii.

        niet-levensverzekering

    • 2.

      Wederverzekering en retrocessie

    • 3.

      Verzekeringsbemiddeling, zoals diensten van makelaars en agenten

    • 4.

      Ondersteunende diensten in de verzekeringssector, zoals adviesverstrekking, actuariaat, risicobeoordeling en regeling van schade-eisen

  • B

    Bankwezen en andere financiële diensten (verzekeringen niet inbegrepen)

    • 1.

      Acceptatie van deposito's en andere terugbetaalbare middelen van het publiek

    • 2.

      Alle soorten leningen, onder meer consumentenkrediet, hypotheekleningen, factorkrediet en financiering van commerciële transacties

    • 3.

      Financiële leasing

    • 4.

      Alle betalings- en geldovermakingsdiensten, met inbegrip van krediet- en betaalkaarten, reischeques en bankwissels

    • 5.

      Garanties en verplichtingen

    • 6.

      Verhandelen, voor eigen rekening of voor rekening van derden, hetzij in de beurs, hetzij op de parallelmarkt, hetzij anderszins, van de volgende produkten:

      • a.

        geldmarktinstrumenten (cheques, wissels, depositobewijzen, enz.)

      • b.

        deviezen

      • c.

        afgeleide produkten, zoals bij voorbeeld termijnen en opties

      • d.

        wisselkoers- en rentevoetinstrumenten, met inbegrip van produkten zoals ruiltransacties, termijnkoerstransacties, enz.

      • e.

        verhandelbare effecten

      • f.

        andere verhandelbare stukken en financiële activa, met inbegrip van ongemunt goud en zilver

    • 7.

      Deelneming in de uitgifte van diverse soorten effecten, met inbegrip van het garanderen en plaatsen van effecten als agent (openbaar of particulier) en het verlenen van daarmee verband houdende diensten

    • 8.

      Geldmakelaarsdiensten

    • 9.

      Beheer van activa, bij voorbeeld van kasmiddelen of beleggingsportefeuilles, alle vormen van gezamenlijk investeringsbeheer, beheer van pensioenfondsen alsmede bewaargevings-, deposito- en trustdiensten

    • 10.

      Vereffenings- en verrekeningsdiensten voor financiële activa met inbegrip van effecten, afgeleide produkten en andere verhandelbare stukken

    • 11.

      Advies en bemiddeling en andere ondersteunende financiële diensten in verband met de in de punten 1 tot en met 10 genoemde activiteiten, met inbegrip van krediet-referenties en -analyse, onderzoek en advies in verband met investeringen en beleggingsportefeuilles, alsmede advies over aankopen en over bedrijfsreorganisatie en -strategie

    • 12.

      Verstrekken en overdragen van financiële informatie, financiële gegevensverwerking en bijbehorende software door andere financiële dienstverleners

De volgende activiteiten zijn van de definitie van financiële diensten uitgesloten:

  • a.

    activiteiten van centrale banken of andere overheidsinstellingen voor de tenuitvoerlegging van het monetair beleid of het wisselkoersbeleid

  • b.

    activiteiten die voor rekening of met de garantie van de regering worden uitgevoerd door centrale banken, overheidsinstanties, ministeries of openbare instellingen, behalve wanneer de activiteiten door financiële dienstverleners in concurrentie met die overheidslichamen mogen worden uitgevoerd

  • c.

    activiteiten die deel uitmaken van een wettelijk stelsel van sociale zekerheid of van wettelijke pensioenregelingen, behalve wanneer die activiteiten door financiële dienstverleners in concurrentie met overheidslichamen of particuliere instellingen mogen worden uitgevoerd.

Bijlage IV

Voorbehouden van de Gemeenschap overeenkomstig artikel 23, lid 2

Mijnbouw

In sommige Lid-Staten kan voor de ontginning van ertsen door ondernemingen waarin onderdanen van de EG geen meerderheidsparticipatie hebben een vergunning vereist zijn.

Visserij

Tenzij anders bepaald is de toegang tot en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en visserijgronden die zich bevinden in maritieme wateren die onder de soevereiniteit of de jurisdictie van Lid-Staten van de Gemeenschap vallen, beperkt tot vissersvaartuigen die de vlag van een Lid-Staat van de Gemeenschap voeren en die op het grondgebied van de Gemeenschap geregistreerd zijn.

Aankoop van onroerend goed

In sommige Lid-Staten is de aankoop van onroerend goed door niet-EG-ondernemingen aan beperkingen onderhevig.

Audiovisuele diensten met inbegrip van de radio-omroep

Wat produktie en distributie betreft, met inbegrip van het uitzenden en andere vormen van transmissie aan het publiek, kan de nationale behandeling beperkt zijn tot audiovisuele werken die aan bepaalde criteria ten aanzien van de oorsprong voldoen.

Telecommunicatiediensten, met inbegrip van mobiele diensten en satellietverbindingen

Gereserveerde diensten

In sommige Lid-Staten is de markttoegang voor complementaire diensten en infrastructuur beperkt.

Vrije beroepen

Beperkt tot natuurlijke personen die onderdanen zijn van de Lid-Staten. Onder bepaalde voorwaarden kan aan deze personen toestemming tot het oprichten van ondernemingen worden verleend.

Landbouw

In sommige Lid-Staten wordt de nationale behandeling niet toegekend aan ondernemingen waarin onderdanen van de EG geen meerderheidsparticipatie hebben en die een landbouwbedrijf wensen op te richten. De aankoop van wijngaarden door ondernemingen waarin onderdanen van de EG geen meerderheidsparticipatie hebben is afhankelijk gesteld van een kennisgeving of, indien nodig, een vergunning.

Persagentschappen

In sommige Lid-Staten is de buitenlandse deelneming in uitgeverijen en omroeporganisaties aan beperkingen onderhevig.

Protocol betreffende wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten in douanezaken

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    douanewetgeving: de op het grondgebied van overeenkomstsluitende partijen geldende voorschriften betreffende de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing van goederen onder een douaneregeling, met inbegrip van verboden, beperkingen en controlemaatregelen;

  • b.

    verzoekende autoriteit: een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een overeenkomstsluitende partij is aangewezen en die een verzoek om administratieve bijstand in douanezaken indient;

  • c.

    aangezochte autoriteit: een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een overeenkomstsluitende partij is aangewezen en die een verzoek om administratieve bijstand in douanezaken ontvangt;

  • d.

    persoonlijke gegevens: informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare persoon.

Artikel

2

Werkingssfeer

Artikel

3

Bijstand op verzoek

Artikel

4

Bijstand op eigen initiatief

De overeenkomstsluitende partijen verlenen elkaar, overeenkomstig hun wetten, voorschriften en andere rechtsinstrumenten, zonder voorafgaand verzoek bijstand indien zij zulks noodzakelijk achten voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder bij het verkrijgen van informatie omtrent:

  • transacties die een inbreuk vormen of lijken te vormen op deze wetgeving en die van belang kunnen zijn voor een andere overeenkomstsluitende partij;

  • nieuwe middelen of methoden die bij dergelijke transacties worden gebruikt;

  • goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van een overtreding van de douanewetgeving;

  • natuurlijke personen of rechtspersonen ten aanzien waarvan er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat zij de douanewetgeving overtreden of hebben overtreden;

  • vervoermiddelen ten aanzien waarvan een gegrond vermoeden bestaat dat zij voor het plegen van inbreuken op de douanewetgeving werden gebruikt, worden gebruikt of zouden kunnen worden gebruikt.

Artikel

5

Afgifte van documenten/Kennisgeving van besluiten

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, overeenkomstig haar eigen wetgeving, de nodige maatregelen voor:

  • de afgifte van alle documenten,

  • de kennisgeving van alle besluiten,

waarop het bepaalde in dit protocol van toepassing is, aan een geadresseerde die op haar grondgebied verblijft of gevestigd is. In dergelijk geval is artikel 6, lid 3, van toepassing wat het verzoek zelf betreft.

Artikel

6

Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand

Artikel

7

Behandeling van verzoeken

Artikel

8

Vorm waarin de informatie dient te worden verstrekt

Artikel

9

Uitzonderingen op de verplichting tot het verlenen van bijstand

Artikel

10

Het uitwisselen van gegevens en geheimhouding

Artikel

11

Deskundigen en getuigen

Artikel

12

Kosten van de bijstand

De partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die ter uitvoering van dit protocol zijn gemaakt, met uitzondering, in voorkomend geval, van de uitgaven voor deskundigen, getuigen, tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel

13

Tenuitvoerlegging

Artikel

14

Complementariteit

Onverminderd artikel 10 doet geen overeenkomst inzake wederzijdse bijstand die tussen een of meer Lid-Staten en de Republiek Armenië gesloten is afbreuk aan de communautaire voorschriften betreffende de uitwisseling tussen de bevoegde diensten van de Commissie van de Europese Gemeenschap en de douaneautoriteiten van de Lid-Staten van informatie over douanezaken die voor de Gemeenschap van belang kan zijn.

Slotakte

De gevolgmachtigden van:

Het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna „de Lid-Staten” te noemen, en van

de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, hierna „de Gemeenschap” te noemen, enerzijds, en

de gevolmachtigden van de Republiek Armenië anderzijds,

bijeengekomen te Luxemburg, de tweeëntwintigste april negentienhonderd zesennegentig, voor de ondertekening van de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds, hierna „de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst” te noemen, hebben de volgende teksten aangenomen:

De Overeenkomst, waaronder de bijlagen en het volgende protocol:

Het Protocol betreffende wederzijdse bijstand in douanezaken.

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de Republiek Armenië hebben de volgende gemeenschappelijke verklaringen aangenomen, die aan deze Slotakte zijn gehecht:

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 4

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 6

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 15

Gemeenschappelijke verklaring betreffende het begrip „zeggenschap" in artikel 25, onder b), en artikel 36

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 35

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 42

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 95

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de Republiek Armenië hebben ook nota genomen van de volgende briefwisseling, die aan deze Slotakte is gehecht.

Briefwisseling tussen de Gemeenschap en de Republiek Armenië met betrekking tot de vestiging van vennootschappen.

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de Republiek Armenië hebben voorts kennis genomen van de volgende aan deze Slotakte gehechte verklaring:

Verklaring van de Franse Regering.

GEDAAN te Luxemburg, de tweeëntwintigste april negentienhonderd zesennegentig.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 4

Bij gelegenheid van de ondertekening van de onderhavige Overeenkomst werd op 22 april 1996 te Luxemburg een Slotakte ondertekend, waarvan de Nederlandse tekstDe Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Portugese, de Spaanse, de Zweedse en de Armeense tekst zijn niet afgedrukt. als volgt luidt:

Bij het in artikel 3 bis genoemde overleg over veranderende omstandigheden in de Republiek Armenië bespreken de Partijen belangrijke veranderingen die een aanzienlijk effect kunnen hebben op de toekomstige ontwikkeling van Armenië. Hiertoe zouden kunnen behoren de toetreding van Armenië tot de WTO, de Raad van Europa of andere internationale lichamen, de toetreding tot een regionale douane-unie of een regionale integratie-overeenkomst in welke vorm dan ook.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 6

Indien de partijen menen dat de omstandigheden ontmoetingen op het hoogste niveau nodig maken, dan kunnen deze op ad hoc basis worden georganiseerd.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 15

Tot de Republiek Armenië toetreedt tot de WTO overleggen de Partijen binnen het Samenwerkingscomité over hun beleid inzake invoertarieven, met inbegrip van veranderingen in de tariefbescherming. In het bijzonder voorafgaand aan een verhoging van de tariefbescherming wordt dergelijk overleg aangeboden.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende het begrip „zeggenschap" in artikel 25, onder b), en artikel 36

  • 1.

    De partijen bevestigen dat zij onderling zijn overeengekomen dat „zeggenschap"afhangt van de feitelijke omstandigheden van elk geval.

  • 2.

    Een onderneming wordt bijvoorbeeld geacht onder „zeggenschap" van een andere onderneming te staan, en dus een dochteronderneming van de betrokken onderneming te zijn, indien:

    • -

      de andere onderneming rechtstreeks of middellijk beschikt over een meerderheid van de stemrechten, of

    • -

      de andere partij het recht heeft een meerderheid van het bestuursleidinggevend of toezichthoudend orgaan aan te stellen of af te zetten, en tezelfdertijd aandeelhouder of lid van de dochteronderneming is.

  • 3.

    Beide partijen beschouwen de in punt 2 vermelde criteria niet als een limitatieve opsomming.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 35

Het feit dat een visum wordt vereist voor natuurlijke personen van bepaalde partijen en niet voor die van andere, wordt niet op zichzelf beschouwd als iets dat uit een specifieke verbintenis voortvloeiende voordelen teniet doet of daaraan afbreuk kan doen.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 42

De partijen komen overeen dat intellectuele, industriële en commerciële eigendom voor de toepassing van de Overeenkomst inzonderheid het volgende omvat: auteursrechten, met inbegrip van de auteursrechten op computerprogramma's, en naburige rechten, de rechten voor octrooien, industriële ontwerpen, geografische aanduidingen, met inbegrip van benamingen van oorsprong, warenmerken en dienstmerken, topografieën van geïntegreerde schakelingen, alsmede bescherming tegen oneerlijke mededinging als bedoeld in artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs voor de bescherming van industriële eigendom en bescherming van niet-openbaargemaakte informatie over know-how.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 95

  • 1.

    De partijen komen met het oog op de juiste interpretatie en toepassing overeen dat onder de in artikel 95 van de Overeenkomst bedoelde „bijzonder dringende gevallen" wordt verstaan: gevallen van wezenlijke inbreuk op de Overeenkomst door één van de partijen. Wezenlijke inbreuk op de Overeenkomst houdt in:

    • a.

      afwijzing van de Overeenkomst die niet in overeenstemming is met de algemene regels van het volkenrecht,

    • of

    • b.

      schending van de essentiële onderdelen van de Overeenkomst als vermeld in artikel 2.

  • 2.

    De partijen komen overeen dat onder de in artikel 95 genoemde „passende maatregelen" wordt verstaan maatregelen die in overeenstemming zijn met het internationaal recht. Indien een partij een maatregel in een bijzonder dringend geval zoals bedoeld in artikel 95 neemt, kan de andere partij een beroep doen op de procedure voor geschillenbeslechting.

Briefwisseling tussen de Gemeenschap en de Republiek Armenië met betrekking tot de vestiging van vennootschappen

A. Brief van de regering van de Republiek Armenië

Mijnheer,

Hierbij verwijs ik naar de op 15.XII.1995 geparafeerde Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst.

Tijdens de onderhandelingen heb ik erop gewezen dat de Republiek Armenië communautaire vennootschappen die zich in de Republiek Armenië vestigen en er activiteiten uitoefenen, in bepaalde opzichten een voorkeursbehandeling verleent. Ik heb daarbij opgemerkt dat hiermee uitvoering wordt gegeven aan het Armeense beleid om met alle middelen de vestiging van communautaire vennootschappen in de Republiek Armenië te bevorderen.

Dit betekent naar mijn oordeel dat de Republiek Armenië in de periode tussen de datum van parafering van deze Overeenkomst en de inwerkingtreding van de desbetreffende artikelen inzake de vestiging van vennootschappen, geen maatregelen of voorschriften zal vaststellen tot invoering of verzwaring van discriminatie van communautaire vennootschappen ten opzichte van Armeense vennootschappen of vennootschappen van een derde land in vergelijking met de situatie op de datum van parafering van deze Overeenkomst.

Ik moge U verzoeken mij de ontvangst van deze brief te willen bevestigen.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Voor de regering van de Republiek Armenië

B. Brief van de Europese Gemeenschap

Mijnheer,

Ik dank U voor Uw brief van heden welke als volgt luidt:

(Zoals in A)

Ik bevestig U de ontvangst van deze brief.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Namens de Europese Gemeenschappen

Verklaring van de Franse Regering

De Franse Republiek neemt er nota van dat de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst met de Republiek Armenië niet van toepassing is op de landen en gebieden overzee die krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap met de Europese Gemeenschap zijn geassocieerd.

Brief van de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten aan de Regering van de Republiek Armenië

Naar aanleiding van het verzoek van de Armeense autoriteiten betreffende het opnemen van bepalingen voor bijstand op het gebied van nucleaire veiligheid in de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst leggen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten de volgende verklaring af:

  • De Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten betreuren het besluit van de Armeense autoriteiten om Eenheid 2 van de kerncentrale Medzamor te heropenen in november 1995, hetgeen zij beschouwen als afwijkend van de algemene doelstelling van de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten om de nucleaire veiligheid wereldwijd te vergroten, en met name in de landen van Midden- en Oost-Europa en van de voormalige Sovjet-Unie, waar zich kerncentrales bevinden waarbij aanzienlijke tekortkomingen van het ontwerp zijn vastgesteld,

  • Op grond van het feit dat de kerncentrale Medzamor niet op een niveau kan worden gebracht dat overeenkomt met internationaal erkende veiligheidsnormen, menen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten dat de centrale niet geschikt is om op lange termijn in bedrijf te blijven en dat gestreefd moet worden naar een sluiting op een zo kort mogelijke, praktisch haalbare termijn. Daarom is het van het grootste belang dat alternatieve energiebronnen worden gevonden en gebruikt. De EG is bereid Armenië te helpen bij het opstellen en uitvoeren van een allesomvattende energiestrategie op lange termijn, overeenkomstig artikel 54 van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst, via het Tacis-programma (in samenwerking met de internationale financiële instellingen),

  • Onverminderd bovengenoemde doelstelling van de sluiting van de kerncentrale en rekening houdend met de huidige situatie, kan de EG op verzoek van Armenië overwegen beperkte steun te verlenen, in overeenstemming met het huidige kader van Tacis-middelen en -prioriteiten, voor veiligheidsmaatregelen op de korte termijn in het kader van het Tacis-programma voor technische bijstand.

Tot deze maatregelen kunnen behoren:

  • steun voor de veiligheidsautoriteiten

  • operationele veiligheidsbijstand voor de exploitant

  • waar dit nodig is voor de uitvoering van deze taken, beperkte levering van dringend noodzakelijke uitrusting.

GEDAAN te Luxemburg, de tweeëntwintigste april negentienhonderd zesennegentig.