Overeenkomst inzake handel, ontwikkeling en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Zuid-Afrika, anderzijds

Overeenkomst inzake handel, ontwikkeling en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Zuid-Afrika, anderzijds

Het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

hierna „lidstaten” te noemen, en

de Europese Gemeenschap, hierna „Gemeenschap” te noemen, enerzijds, en

de Republiek Zuid-Afrika, hierna „Zuid-Afrika” te noemen, anderzijds,

hierna „partijen” te noemen,

Gelet op het belang van de bestaande vriendschaps- en samenwerkingsbanden tussen de Gemeenschap, de lidstaten en Zuid-Afrika en de gemeenschappelijke waarden van de partijen;

Overwegende dat de Gemeenschap, de lidstaten en Zuid-Afrika deze banden wensen te versterken en nauwe en duurzame betrekkingen tot stand wensen te brengen, gebaseerd op wederkerigheid, partnerschap en gezamenlijke ontwikkeling;

Gelet op de historische verrichtingen van het Zuid-Afrikaanse volk, met name de afschaffing van het apartheidsstelsel en de opbouw van een nieuwe politieke orde, gebaseerd op de rechtsstaat, de mensenrechten en de democratie;

Zich bewust van de politieke en financiële steun van de Gemeenschap en de lidstaten voor dit proces van politieke verandering en overgang in Zuid-Afrika;

Herinnerende aan de sterke gehechtheid van de partijen aan de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties en aan de democratische beginselen en fundamentele mensenrechten, als omschreven in de Universele Verklaring van de rechten van de mens;

Verwijzende naar de op 10 oktober 1994 ondertekende Samenwerkingsovereenkomst tussen de Gemeenschap en Zuid-Afrika;

Herinnerende aan de wens van de partijen zo nauw mogelijke betrekkingen tot stand te brengen tussen Zuid-Afrika en de landen die partij zijn bij de ACS-EG-Overeenkomst van Lomé, ten blijke waarvan op 24 april 1997 het Protocol betreffende de toetreding van Zuid-Afrika tot de Vierde ACS-EG-Overeenkomst van Lomé, zoals gewijzigd bij de op 4 november 1995 te Mauritius ondertekende Overeenkomst, werd ondertekend;

Rekening houdende met de rechten en verplichtingen van de partijen in het kader van hun lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie, de noodzaak bij te dragen tot de tenuitvoerlegging van de resultaten van de Uruguay-ronde, en de eerdere inspanningen van beide partijen in dit verband;

Herinnerende aan de gehechtheid van de partijen aan de beginselen en regels van het internationale handelsverkeer en aan hun streven deze op transparante en niet-discriminerende wijze toe te passen;

Bevestigende de steun en inspanningen van de Gemeenschap en de lidstaten ten gunste van het proces van handelsliberalisering en economische herstructurering in Zuid-Afrika;

Zich bewust van de inspanningen van de regering van Zuid-Afrika om zorg te dragen voor de economische en sociale ontwikkeling van de bevolking van Zuid-Afrika;

Met klem wijzende op het belang dat de Europese Unie en Zuid-Afrika hechten aan de succesvolle tenuitvoerlegging van het Zuid-Afrikaanse programma voor wederopbouw en ontwikkeling;

Bevestigende de verbintenis van beide partijen de regionale samenwerking en economische integratie tussen de landen in zuidelijk Afrika, alsmede de liberalisering van de handel tussen deze landen onderling te bevorderen;

Overwegende dat de partijen ervoor zorg dragen dat hun wederzijdse afspraken geen beletsel vormen voor het proces van herstructurering van de douane-unie van zuidelijk Afrika (SACU), in het kader waarvan Zuid-Afrika samenwerkt met vier ACS-landen;

Wijzende op het belang dat beide partijen hechten aan de waarden en beginselen die zijn opgenomen in de slotverklaringen van de Internationale Conferentie over bevolking en ontwikkeling in 1994 in Cairo, de Wereldtop voor sociale ontwikkeling in maart 1995 in Kopenhagen, en de Vierde Wereldvrouwenconferentie in 1995 in Peking;

Opnieuw bevestigende dat de partijen zich verbinden tot economische en sociale ontwikkeling en eerbiediging van de fundamentele rechten van werknemers, met name door toepassing van de IAO-verdragen over onderwerpen als de vrijheid van vakvereniging, het recht collectief te onderhandelen, non-discriminatie, afschaffing van dwangarbeid en kinderarbeid;

Herinnerende aan het belang van het tot stand brengen van een regelmatige politieke dialoog in bilateraal en multilateraal verband over zaken van wederzijds belang,

Zijn als volgt overeengekomen [Red: De oorspronkelijke Bijlagen bij de Overeenkomst en de Protocollen liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en zijn gepubliceerd in PbEG 1999, L 311, PbEU 2005, L 68 en PbEU 2008, L 22.]:

TITEL

I

ALGEMENE DOELSTELLINGEN EN BEGINSELEN

Artikel

1

Doelstellingen

De doelstellingen van deze Overeenkomst zijn:

  • a.

    het tot stand brengen van een passend kader voor de dialoog tussen de partijen, ter bevordering van de ontwikkeling van nauwe betrekkingen op alle onder deze Overeenkomst vallende terreinen;

  • b.

    het ondersteunen van de inspanningen van Zuid-Afrika ter consolidering van de economische en sociale fundamenten van het overgangsproces;

  • c.

    het bevorderen van de regionale samenwerking en economische integratie in zuidelijk Afrika, teneinde bij te dragen tot harmonieuze en duurzame economische en sociale ontwikkeling;

  • d.

    het bevorderen van de groei en wederzijdse liberalisering van de onderlinge handel in goederen, diensten en kapitaal;

  • e.

    het bevorderen van de soepele en geleidelijke integratie van Zuid-Afrika in de wereldeconomie;

  • f.

    het bevorderen van de samenwerking tussen de Gemeenschap en Zuid-Afrika, binnen de begrenzingen van de bevoegdheden van beide partijen en in wederzijds belang.

Artikel

2

Essentieel onderdeel

De eerbiediging van de democratische beginselen en fundamentele mensenrechten die zijn opgenomen in de Universele Verklaring van de rechten van de mens, en de eerbiediging van de rechtsstaat vormen de grondslag van het binnen- en buitenlands beleid van de Gemeenschap en Zuid-Afrika en zijn een essentieel onderdeel van deze Overeenkomst.

De partijen bevestigen tevens hun gehechtheid aan de beginselen van behoorlijk bestuur.

Artikel

3

Niet-uitvoering

Artikel

4

Politieke dialoog

TITEL

II

HANDEL

AFDELING

A

ALGEMEEN

Artikel

5

Vrijhandelszone

Artikel

6

Goederenindeling

De Gemeenschap past de gecombineerde nomenclatuur toe bij de invoer van goederen uit Zuid-Afrika. Zuid-Afrika past het geharmoniseerd systeem toe bij de invoer van goederen uit de Gemeenschap.

Artikel

7

Basisrecht

Artikel

8

Douanerechten van fiscale aard

De bepalingen inzake de afschaffing van douanerechten bij invoer zijn ook van toepassing op douanerechten van fiscale aard, met uitzondering van niet-discriminerende accijnzen die overeenkomstig artikel 21 van deze Overeenkomst zowel op ingevoerde als van plaatselijk geproduceerde goederen worden geheven.

Artikel

9

Heffingen van gelijke werking als invoerrechten

Bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst schaffen de Gemeenschap en Zuid-Afrika de heffingen van gelijke werking als douanerechten bij invoer af.

AFDELING

B

INDUSTRIEPRODUCTEN

Artikel

10

Definitie

De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap en Zuid-Afrika, met uitzondering van producten die volgens de in deze Overeenkomst opgenomen definitie landbouwproducten zijn.

Artikel

11

Afschaffing van de douanerechten door de Gemeenschap

Artikel

12

Afschaffing van de douanerechten door Zuid-Afrika

AFDELING

C

LANDBOUWPRODUCTEN

Artikel

13

Definitie

De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op producten van oorsprong uit de Europese Gemeenschap en Zuid-Afrika die onder de WTO-definitie van landbouwproducten vallen en op vis en visserijproducten (hoofdstuk 3, 1604, 1605 en producten 05119110, 05119190, 19022010 en 23012000).

Artikel

14

Afschaffing van de douanerechten door de Gemeenschap

Artikel

15

Afschaffing van de douanerechten door Zuid-Afrika

Artikel

16

Vrijwaringsclausule landbouwproducten

Onverminderd de andere bepalingen van deze Overeenkomst en met name artikel 24, pleegt de Samenwerkingsraad, gezien de bijzondere gevoeligheid van de landbouwmarkten, terstond overleg om een passende oplossing te vinden indien de invoer van producten van oorsprong uit een partij de markten van de andere partij ernstig verstoort of ernstig dreigt te verstoren. In afwachting van een besluit van de Samenwerkingsraad kan de getroffen partij, indien buitengewone omstandigheden een onmiddellijk handelen noodzakelijk maken, voorlopige maatregelen nemen om de verstoring te beperken of te herstellen. Bij het nemen van deze voorlopige maatregelen zal de getroffen partij de belangen van beide partijen in aanmerking nemen.

Artikel

17

Versnelde afschaffing van de douanerechten door Zuid-Afrika

Artikel

18

Herzieningsclausule

Uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst zullen de Gemeenschap en Zuid-Afrika zich beraden over verdere stappen om hun wederzijdse handel te liberaliseren. Te dien einde zullen met name, doch niet uitsluitend, de douanerechten worden onderzocht die van toepassing zijn op de producten die zijn vermeld in bijlage II, lijst 5, bijlage III, lijsten 5 en 6, bijlage IV, lijsten 5, 6 en 7, bijlage V, lijsten 1, 2, 3 en 4, bijlage VI, lijsten 4 en 5 en bijlage VII.

TITEL

III

MET DE HANDEL VERBAND HOUDENDE KWESTIES

AFDELING

A

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

19

Grensmaatregelen

Artikel

20

Landbouwbeleid

Artikel

21

Fiscale maatregelen

Artikel

22

Douane-unies en vrijhandelszones

Artikel

23

Antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen

Artikel

24

Vrijwaringsclausule

Artikel

25

Vrijwaringsmaatregelen voor de overgangsperiode

Artikel

26

Vrijwaringsprocedures

Artikel

27

Uitzonderingen

Deze Overeenkomst vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, uitvoer of doorvoer of de handel in gebruikte goederen uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten, het nationaal artistiek, historisch en archeologisch erfgoed, de intellectuele, industriële en commerciële eigendom of op grond van de voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie in gelijkaardige situatie zijn of een verkapte beperking van het handelsverkeer tussen partijen.

Artikel

28

Regels van oorsprong

De voor de toepassing van tariefpreferenties geldende regels van oorsprong waarin deze Overeenkomst voorziet zijn opgenomen in Protocol 1.

AFDELING

B

RECHT VAN VESTIGING EN VAN DIENSTVERLENING

Artikel

29

Herbevestiging van de verplichtingen uit hoofde van de GATS

Artikel

30

Verdere liberalisering van de dienstverlening

Artikel

31

Vervoer over zee

AFDELING

C

LOPENDE BETALINGEN EN KAPITAALVERKEER

Artikel

32

Lopende betalingen

Artikel

33

Kapitaalverkeer

Artikel

34

Betalingsbalansproblemen

Indien een of meer lidstaten van de Gemeenschap of Zuid-Afrika ernstige betalingsbalansproblemen ondervindt of dreigt te ondervinden, kan de Gemeenschap respectievelijk Zuid-Afrika, in overeenstemming met de voorwaarden van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en met de artikelen VIII en XIV van de statuten van het Internationaal Monetair Fonds de lopende transacties voor kortere duur beperken, welke beperkingen slechts zover mogen gaan als tot hetgeen noodzakelijk is om de betalingsbalans te herstellen. De Gemeenschap of Zuid-Afrika, al naar gelang van het geval, deelt dit terstond mede aan de andere partij en doet deze partij zo spoedig mogelijk een tijdschema toekomen voor de opheffing van deze maatregelen.

AFDELING

D

MEDEDINGINGSBELEID

Artikel

35

Definitie

Onverenigbaar met de goede werking van deze Overeenkomst, voorzover de handel tussen de Gemeenschap en Zuid-Afrika daardoor ongunstig kan worden beïnvloed, zijn:

  • a.

    alle overeenkomsten en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen die horizontale banden hebben, besluiten van associaties van ondernemingen, en overeenkomsten tussen ondernemingen die verticale banden hebben die ten gevolge hebben dat de mededinging op het grondgebied van de Gemeenschap of van Zuid-Afrika in aanzienlijke mate wordt verhinderd of beperkt, tenzij deze ondernemingen kunnen aantonen dat de gevolgen die de concurrentie beperken minder zwaar wegen dan de gevolgen die de concurrentie bevorderen;

  • b.

    misbruik van een machtspositie door een of meer ondernemingen op het gehele grondgebied van de Gemeenschap of van Zuid-Afrika, of op een wezenlijk deel daarvan.

Artikel

36

Tenuitvoerlegging

Indien een partij bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst nog niet de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen heeft vastgesteld om artikel 35 in haar rechtsgebied ten uitvoer te kunnen leggen, zal zij dit binnen drie jaar doen.

Artikel

37

Passende maatregelen

Indien de Gemeenschap of Zuid-Afrika van oordeel is dat een bepaalde praktijk op haar of zijn binnenlandse markt in strijd is met de artikel 35, en:

  • a.

    deze praktijk niet op afdoende wijze kan worden tegengegaan met de in artikel 35 bedoelde uitvoeringsbepalingen, of

  • b.

    wanneer dergelijke bepalingen ontbreken, deze praktijk de belangen van de andere partij of een binnenlandse bedrijfstak, met inbegrip van binnenlandse dienstverleners, ernstig schaadt of dreigt te schaden,

kan de betrokken partij overeenkomstig haar eigen wetgeving passende maatregelen nemen, na overleg in de Samenwerkingsraad, of na afloop van een termijn van 30 werkdagen nadat de kwestie voor overleg aan de Samenwerkingsraad is voorgelegd. Bij het nemen van passende maatregelen worden de bevoegdheden van de betrokken Mededingingsautoriteit in acht genomen.

Artikel

38

Wederzijds respect

Artikel

39

Technische bijstand

De Gemeenschap verschaft Zuid-Afrika technische bijstand bij de herstructurering van de mededingingswetgeving en het mededingingsbeleid, die onder meer het volgende kan inhouden:

  • a.

    uitwisseling van deskundigen;

  • b.

    organisatie van seminars;

  • c.

    opleidingsactivititeiten.

Artikel

40

Uitwisseling van gegevens

De partijen wisselen gegevens uit, rekening houdend met de beperkingen uit hoofde van het zaken- en beroepsgeheim.

AFDELING

E

OVERHEIDSSTEUN

Artikel

41

Overheidssteun

Artikel

42

Herstelmaatregelen

Artikel

43

Transparantie

Elke partij draagt zorg voor transparantie op het gebied van overheidssteun. Met name verstrekt een partij op verzoek van de andere partij gegevens over steunregelingen, over bepaalde afzonderlijke gevallen waarin overheidssteun is verleend of over het totale bedrag en de verdeling van de verleende steun. Bij de uitwisseling van gegevens tussen de partijen wordt rekening gehouden met de wettelijke vereisten van elke partij ter bescherming van het zaken- en beroepsgeheim.

Artikel

44

Onderzoek

AFDELING

F

ANDERE MET DE HANDEL VERBAND HOUDENDE BEPALINGEN

Artikel

45

Overheidsopdrachten

Artikel

46

Intellectuele eigendom

Artikel

47

Normalisering en conformiteitsbeoordeling

De partijen werken samen op het gebied van normalisering, metrologie, certificatie en kwaliteitsborging teneinde de verschillen tussen hen op deze gebieden te verminderen, technische belemmeringen op te heffen en de bilaterale handel te vergemakkelijken. Deze samenwerking houdt onder meer het volgende in:

  • a.

    maatregelen, overeenkomstig de bepalingen van de WTO-Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, ter bevordering van het gebruik van internationale technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures, met inbegrip van maatregelen voor bijzondere sectoren;

  • b.

    de ontwikkeling van overeenkomsten over de wederzijdse erkenning van de conformiteitsbeoordeling in sectoren van wederzijds economisch belang;

  • c.

    samenwerking op het gebied van kwaliteitsbewaking en -borging in bepaalde sectoren die voor Zuid-Afrika van belang zijn;

  • d.

    vergemakkelijking van de technische bijstand voor Zuid-Afrikaanse capaciteitsopbouwinitiatieven op het gebied van erkenning, metrologie en normalisering;

  • e.

    de ontwikkeling van praktische banden tussen Zuid-Afrikaanse en Europese normaliserings-, erkennings- en certificatie-instellingen.

Artikel

48

Douane

Artikel

49

Statistieken

De partijen komen overeen op dit gebied samen te werken. De samenwerking is vooral gericht op harmonisering van de statistische methoden en praktijken zodat gegevens over de handel in goederen en diensten en, meer in het algemeen over alle gebieden waarop deze Overeenkomst betrekking heeft en die zich tot statistische verwerking lenen, op een in onderling overleg overeengekomen basis kunnen worden verwerkt.

TITEL

IV

ECONOMISCHE SAMENWERKING

Artikel

50

Inleiding

Binnen de begrenzingen van hun respectieve bevoegdheden komen de partijen overeen de samenwerking op economisch en industrieel gebied te ontwikkelen en bevorderen, tot wederzijds voordeel en in het belang van geheel zuidelijk Afrika, door hun economische banden te diversifiëren en versterken, duurzame ontwikkeling in hun economieën te stimuleren, structuren voor regionale samenwerking te ondersteunen, de samenwerking in het midden- en kleinbedrijf te bevorderen, het milieu te beschermen en verbeteren, de economische positie van voorheen achtergestelde bevolkingsgroepen, waaronder vrouwen, te verbeteren, en de rechten van werknemers, alsmede vakbondsrechten, te beschermen en te bevorderen.

Artikel

51

Industrie

De samenwerking op dit terrein beoogt de herstructurering en modernisering van de Zuid-Afrikaanse industrie te vergemakkelijken en tezelfdertijd haar concurrentievermogen en groei te stimuleren, alsmede de voorwaarden te scheppen voor wederzijds voordelige vormen van samenwerking tussen de industrie van Zuid-Afrika en die van de Europese Unie.

De samenwerking is onder meer gericht op:

  • a.

    het bevorderen van de samenwerking tussen de economische subjecten van de partijen (ondernemingen, zelfstandige beroepsbeoefenaren, sectorale en andere bedrijfsorganisaties, georganiseerde arbeid enzovoort);

  • b.

    het ondersteunen van de openbare en de particuliere sector van Zuid-Afrika bij het herstructureren en moderniseren van de industrie, daarbij zorg dragende voor bescherming van het milieu, duurzame ontwikkeling en verbetering van de economische positie van kansarme bevolkingsgroepen;

  • c.

    het bevorderen van de ontwikkeling van een gunstig klimaat voor particulier initiatief teneinde de voor lokale en exportmarkten bestemde productie te stimuleren en te diversifiëren;

  • d.

    het stimuleren van betere benutting van het menselijk en industrieel potentieel van Zuid-Afrika, onder meer door het vergemakkelijken van de toegang tot kredietfaciliteiten en investeringen en het ondersteunen van industriële innovatie, overdracht van technologie, opleiding, onderzoek en technologische ontwikkeling.

Artikel

52

Stimulering en bescherming van investeringen

Doel van de samenwerking tussen de partijen is, binnen de begrenzingen van hun respectieve bevoegdheden, het vestigen van een klimaat dat gunstig en bevorderlijk is voor binnenlandse en buitenlandse investeringen tot wederzijds voordeel, met name door verbetering van de voorwaarden voor de bescherming van investeringen, de stimulering van investeringen, de overdracht van kapitaal en de uitwisseling van informatie over investeringsmogelijkheden.

De samenwerking is onder meer gericht op het vergemakkelijken en aanmoedigen van:

  • a.

    de sluiting, waar nuttig, van overeenkomsten ter stimulering en bescherming van investeringen tussen de lidstaten en Zuid-Afrika;

  • b.

    de sluiting, waar nuttig, van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing tussen de lidstaten en Zuid-Afrika;

  • c.

    de uitwisseling van informatie over investeringsmogelijkheden;

  • d.

    de harmonisering en vereenvoudiging van procedures en administratieve praktijken op het gebied van investeringen;

  • e.

    ondersteuning voor investeringen in Zuid-Afrika en de regio zuidelijk Afrika.

Artikel

53

Ontwikkeling van het handelsverkeer

Artikel

54

Microbedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen

De partijen streven naar ontwikkeling en versterking van microbedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen in Zuid-Afrika en naar stimulering van de samenwerking tussen kleine en middelgrote ondernemingen in de Gemeenschap en in Zuid-Afrika en de regio, daarbij toeziend op de gelijkheid van vrouwen en mannen. De partijen komen overeen onder meer:

  • a.

    waar passend samen te werken bij het opzetten van een juridisch, administratief, institutioneel, technisch, fiscaal en financieel kader voor de oprichting en uitbreiding van microbedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen;

  • b.

    de bijstand te verlenen waaraan microbedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen behoefte hebben, ongeacht hun juridische status, op gebieden als financiering, opleiding, technologie en marketing;

  • c.

    bijstand te verlenen aan ondernemingen, organisaties, beleidsmakers en instanties die diensten verlenen als bedoeld onder punt b), door middel van passende technische ondersteuning, uitwisseling van informatie en capaciteitsopbouw;

  • d.

    passende banden tot stand te brengen en te stimuleren tussen marktdeelnemers in de particuliere sector van Zuid-Afrika, zuidelijk Afrika en de Gemeenschap, teneinde de doorstroom van informatie te verbeteren (met betrekking tot de formulering en implementatie van strategieën, zakelijke ontwikkelingen en mogelijkheden, netwerkvorming, gezamenlijke ondernemingen en de overdracht van vaardigheden).

Artikel

55

Informatiemaatschappij – telecommunicatie- en informatietechnologie

Artikel

56

Samenwerking op het gebied van de post

Binnen de begrenzingen van de respectieve bevoegdheden van de partijen omvat de samenwerking op dit gebied onder meer:

  • a.

    uitwisseling van informatie en dialoog over postale aangelegenheden betreffende onder meer regionale en internationale activiteiten, regelgevingsaspecten en beleid;

  • b.

    technische bijstand op het gebied van regelgeving, exploitatienormen en ontwikkeling van het menselijk potentieel;

  • c.

    stimulering en implementatie van gezamenlijke projecten, waaronder onderzoeksprojecten, met betrekking tot de technologische ontwikkeling in deze sector.

Artikel

57

Energie

Artikel

58

Mijnbouw en winning van delfstoffen

Artikel

59

Vervoer

Artikel

60

Toerisme

Artikel

61

Landbouw

Artikel

62

Visserij

Doel van de samenwerking op dit gebied is de bevordering van het duurzaam beheer en gebruik van de visbestanden, zulks in het belang van beide partijen op de lange termijn. Dit doel dient te worden bereikt door de uitwisseling van informatie en de totstandkoming en tenuitvoerlegging van overeenkomsten waarin aan de economische, wetenschappelijke, technische, handels- en ontwikkelingsdoelstellingen van beide partijen recht wordt gedaan. Deze overeenkomsten worden gesloten in het kader van een afzonderlijke, tot voordeel van beide partijen strekkende visserijovereenkomst, die de partijen zo spoedig mogelijk trachten te sluiten.

Artikel

63

Diensten

De partijen komen overeen de samenwerking in de dienstensector in het algemeen en in de banksector, het verzekeringswezen en bepaalde andere sectoren van de financiële dienstverlening in het bijzonder te stimuleren, onder meer door:

  • a.

    het bevorderen van de handel in diensten;

  • b.

    het uitwisselen, waar nuttig, van gegevens over de wet- en regelgeving van de partijen op het gebied van de dienstensector;

  • c.

    het verbeteren van de boekhouding, de financiële controle, het toezicht en de regulering van de financiële dienstverlening en het financieel toezicht, bijvoorbeeld door het ondersteunen van opleidingsprogramma's.

Artikel

64

Consumentenbeleid en bescherming van de gezondheid van de consument

De partijen komen overeen samen te werken op het gebied van het consumentenbeleid en de bescherming van de gezondheid van de consument, onder meer met het oog op:

  • a.

    het tot stand komen van systemen om elkaar in te lichten over verboden en gevaarlijke producten;

  • b.

    het uitwisselen van informatie en ervaringen over de totstandkoming en het functioneren van het toezicht na de verkoop op producten en productveiligheid;

  • c.

    het verbeteren van de voorlichting aan de consument, met name over prijzen en kenmerken van producten en diensten;

  • d.

    het bevorderen van contacten tussen vertegenwoordigers van consumentenbelangen;

  • e.

    het verbeteren van de compatibiliteit van consumentenbeleid en -systemen;

  • f.

    het uitwisselen van informatie over consumentenvoorlichting en -educatie;

  • g.

    het aanmelden van rechtshandhaving en het samenwerken bij onderzoek naar schadelijke of oneerlijke bedrijfspraktijken;

  • h.

    het uitwisselen van informatie over doeltreffende methoden voor de schadeloosstelling van consumenten die slachtoffer zijn geworden van illegale activiteiten.

TITEL

V

ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

AFDELING

A

ALGEMEEN

Artikel

65

Doelstellingen

Artikel

66

Prioriteiten

Artikel

67

Begunstigden

De voor financiële en technische bijstand in aanmerking komende samenwerkingspartners zijn nationale, provinciale en lokale overheden en overheidsinstanties, niet-gouvernementele organisaties en organisaties van de lokale gemeenschappen, regionale en internationale organisaties, instellingen en publieke of particuliere bedrijven. Andere instanties kunnen in aanmerking komen, indien zij door beide partijen als geschikt worden aangewezen.

Artikel

68

Middelen en methodiek

Artikel

69

Programmering

Artikel

70

Selectie, voorbereiding en beoordeling van projecten

Artikel

71

Financieringsvoorstel en besluit

Artikel

72

Financieringsovereenkomsten

AFDELING

B

TENUITVOERLEGGING

Artikel

73

Ontvankelijkheid van inschrijvingen en leveringen

Artikel

74

Aanbestedende instantie

Artikel

75

Procedures voor aankopen

De procedures voor door de Gemeenschap gefinancierde aankopen of contracten worden in de aan de financieringsovereenkomsten gehechte algemene bepalingen vastgelegd.

Artikel

76

Algemene bepalingen en voorwaarden

Met betrekking tot de gunning en uitvoering van de door de Gemeenschap gefinancierde contracten inzake werken, leveranties en diensten zijn de bepalingen van deze Overeenkomst evenals de respectieve bij besluit van de samenwerkingsraad vastgestelde algemene voorschriften voor contracten inzake werken, leveranties en diensten, en algemene voorwaarden van toepassing.

Artikel

77

Beslechting van geschillen

Geschillen die bij de uitvoering van een door de Gemeenschap gefinancierd contract rijzen tussen Zuid-Afrika en een aannemer, leverancier of dienstverstrekker, worden beslecht via arbitrage overeenkomstig de door de samenwerkingsraad bij besluit vastgestelde procedurele voorschriften inzake bemiddeling en arbitrage met betrekking tot contracten.

Artikel

78

Fiscale aangelegenheden en douaneregelingen

Artikel

79

Hoofdordonnateur

De Commissie wijst een hoofdordonnateur aan, die belast wordt met het beheer van de door de Gemeenschap voor ontwikkelingssamenwerking met Zuid-Afrika ter beschikking gestelde middelen.

Artikel

80

Nationale ordonnateur en betalingsgemachtigde

Artikel

81

Hoofd van de delegatie

Artikel

82

Controle en evaluatie

TITEL

VI

SAMENWERKING OP ANDERE GEBIEDEN

Artikel

83

Wetenschap en Technologie

De partijen verbinden zich ertoe de wetenschappelijke en technologische samenwerking te versterken. Gedetailleerde regelingen voor de tenuitvoerlegging van deze doelstelling zijn uiteengezet in een afzonderlijke overeenkomst die in november 1997 in werking is getreden.

Artikel

84

Milieu

Artikel

85

Cultuur

Artikel

86

Sociale vraagstukken

Artikel

87

Voorlichting

De partijen nemen passende maatregelen om een doelmatige wederzijdse uitwisseling van informatie te bevorderen en aan te moedigen. Prioriteit zal onder meer worden verleend aan de verspreiding van informatie over samenwerking tussen Zuid-Afrika en de Gemeenschap. Voorts streven de partijen ernaar het grote publiek basisinformatie te verstrekken over Zuid-Afrika en de EU, en specifieke doelgroepen in Zuid-Afrika en de Europese Unie op hen toegespitste informatie te verschaffen over respectievelijk het EU-beleid en het beleid van Zuid-Afrika.

Artikel

88

Pers en audiovisuele media

De partijen bevorderen samenwerking op het gebied van pers en audiovisuele media om de verdere ontwikkeling van de media te steunen en een onafhankelijke opstelling van en pluralisme in de media aan te moedigen. Gestreefd wordt naar totstandbrenging van samenwerking door onder meer:

  • a.

    de ontwikkeling van menselijke hulpbronnen te bevorderen, met name door middel van opleidings- en uitwisselingsprogramma's voor journalisten en mediadeskundigen;

  • b.

    de toegang tot informatiebronnen voor de media te verbreden;

  • c.

    de uitwisseling van technische knowhow en informatie;

  • d.

    de productie van audiovisuele programma's.

Artikel

89

Menselijke hulpbronnen

Artikel

90

Bestrijding van drugs en het witwassen van geld

Binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden verbinden de partijen zich ertoe samen te werken bij het bestrijden van drugs en het witwassen van geld door:

  • a.

    het Zuid-Afrikaanse beleidsplan voor de drugsbestrijding te steunen en de effectiviteit te versterken van Zuid-Afrikaanse en Zuidelijk-Afrikaanse regionale programma's voor de bestrijding van het illegaal gebruik van drugs en psychotrope stoffen en van de productie, levering en illegale handel in deze stoffen, uitgaande van de relevante internationale VN-verdragen inzake verdovende middelen;

  • b.

    te voorkomen dat de financiële systemen van de twee partijen worden gebruikt voor het witwassen van kapitaal dat is verkregen door criminele activiteiten in het algemeen en door drugshandel in het bijzonder op grond van de normen die door internationale instanties zijn vastgesteld, met name door de Financial Action Task Force (FATF), en door

  • c.

    de preventie van de verspreiding van precursoren en andere stoffen die worden gebruikt voor de illegale productie van drugs en psychotrope stoffen op grond van de normen die door de desbetreffende internationale autoriteiten zijn vastgesteld, met name door de Chemical Action Task Force (CATF).

Artikel

91

Gegevensbescherming

Artikel

92

Gezondheidszorg

TITEL

VII

FINANCIËLE ASPECTEN VAN DE SAMENWERKING

Artikel

93

Doel

Om de doelstellingen van deze Overeenkomst te bereiken, ontvangt Zuid-Afrika financiële en technische bijstand van de Gemeenschap in de vorm van schenkingen en leningen ter ondersteuning van zijn sociaal-economische ontwikkelingsbehoeften.

Artikel

94

Schenkingen

De financiële bijstand in de vorm van schenkingen wordt gedekt door:

  • a.

    een in het kader van de Gemeenschapsbegroting in het leven geroepen speciale financiële faciliteit ter ondersteuning van de ontwikkelingssamenwerkingsactiviteiten genoemd in de artikelen 65 en 66;

  • b.

    financiële middelen uit andere posten van de begroting van de Gemeenschap voor onder het toepassingsgebied van deze begrotingslijnen vallende ontwikkelings- en internationale samenwerkingsactiviteiten. Voor de indiening en goedkeuring van aanvragen, de uitvoering en de controle en evaluatie geldt de procedure overeenkomstig de algemene voorwaarden voor de desbetreffende begrotingslijn.

Artikel

95

Leningen

Wat de financiële bijstand in de vorm van leningen betreft kan de Europese Investeringsbank, op verzoek van de Raad van de Europese Unie, uitbreiding overwegen van haar financiering van investeringsprojecten in Zuid-Afrika door middel van langlopende leningen, met inachtneming van de ter uitvoering van de desbetreffende bepalingen van het EG-Verdrag vast te stellen maximale bedragen en geldigheidsperioden.

Artikel

96

Regionale samenwerking

De in de voorgaande artikelen bedoelde financiële bijstand van de Gemeenschap kan worden benut voor de financiering van projecten of programma's van nationaal of lokaal belang in Zuid-Afrika en deelneming van Zuid-Afrika aan regionale samenwerkingsactiviteiten die het land tezamen met andere ontwikkelingslanden onderneemt.

TITEL

VIII

SLOTBEPALINGEN

Artikel

97

Institutionele structuur

Artikel

98

Clausule inzake belastingen

Artikel

99

Looptijd

Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten. Elk van beide partijen kan deze Overeenkomst opzeggen door de andere partij hiervan schriftelijk kennis te geven. De Overeenkomst houdt op van toepassing te zijn zes maanden na de datum van die kennisgeving.

Artikel

100

Non-discriminatie

Op de onder deze Overeenkomst vallende terreinen en onverminderd daarin vervatte bijzondere bepalingen:

  • a.

    mogen de door Zuid-Afrika jegens de Gemeenschap toegepaste regelingen niet leiden tot discriminatie tussen de lidstaten, hun onderdanen of hun bedrijven,

  • b.

    mogen de door de Gemeenschap jegens Zuid-Afrika toegepaste regelingen niet leiden tot discriminatie tussen Zuid-Afrikaanse onderdanen of Zuid-Afrikaanse bedrijven.

Artikel

101

Territoriale toepassing

Deze Overeenkomst is van toepassing op het grondgebied waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is, onder de in die verdragen neergelegde voorwaarden, enerzijds, en, wat Zuid-Afrika betreft, op de grondgebieden zoals deze in de Zuid-Afrikaanse grondwet worden omschreven, anderzijds.

Artikel

102

Toekomstige ontwikkelingen

De partijen kunnen de Overeenkomst met wederzijdse instemming en binnen hun respectieve bevoegdheidsterreinen uitbreiden om het niveau van samenwerking te verhogen en hieraan elementen toevoegen door middel van overeenkomsten inzake specifieke sectoren of activiteiten.

Elk van beide partijen mag binnen het kader van deze Overeenkomst voorstellen doen voor uitbreiding van het toepassingsgebied van de samenwerking met inachtneming van de bij de toepassing van de Overeenkomst opgedane ervaring.

Artikel

103

Herziening

De partijen zullen deze Overeenkomst binnen vijf jaar na haar vankrachtwording opnieuw bezien in verband met de mogelijke implicaties van andere regelingen die op deze Overeenkomst van invloed kunnen zijn. Met wederzijdse instemming kan worden besloten tot verdere herzieningen.

Artikel

104

Beslechting van geschillen

Artikel

105

Clausule betreffende bilaterale overeenkomsten

Behalve wanneer zij soortgelijke of grotere rechten voor de betrokken partijen in het leven roept, doet deze Overeenkomst geen afbreuk aan de rechten vervat in bestaande overeenkomsten die een of meerdere lidstaten enerzijds en Zuid-Afrika anderzijds binden.

Artikel

106

Amenderingsclausule

Artikel

107

Bijlagen

De protocollen en bijlagen vormen een integrerend deel van de Overeenkomst.

Artikel

108

Deze overeenkomst is opgesteld in twee exemplaren in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal en in de officiële talen van Zuid-Afrika andere dan het Engels, namelijk het Sepedi, het Sesotho, het Setswana, het siSwati, het Tshivenda, het Xitsonga, het Afrikaans, het isiNdebele, het isiXhosa en het isiZulu, waarbij alle teksten gelijkelijk authentiek zijn.

Artikel

109

Inwerkingtreding

Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de overeenkomstsluitende partijen elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van de noodzakelijke procedures.

GEDAAN te Pretoria de elfde oktober negentienhonderd negenennegentig.

Protocol

1

betreffende de definitie van het begrip „product van oorsprong” en administratieve samenwerking

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „vervaardiging”: elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;

  • b.

    „materiaal”: alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen enz., die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;

  • c.

    „product”: het vervaardigde product, ook indien dit bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;

  • d.

    „goederen”: zowel materialen als producten;

  • e.

    „douanewaarde”: de waarde zoals bepaald bij de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel van 1994 (Overeenkomst inzake de douanewaarde van de WTO);

  • f.

    „prijs af fabriek”: de prijs die voor het product af fabriek is betaald aan de fabrikant in de Gemeenschap of in Zuid-Afrika in wiens bedrijf de laatste be- of verwerking is verricht, voorzover in die prijs de waarde is begrepen van alle gebruikte materialen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het vervaardigde product wordt uitgevoerd;

  • g.

    „waarde van de materialen”: de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de Gemeenschap of Zuid-Afrika is betaald;

  • h.

    „waarde van de materialen van oorsprong”: de waarde van deze materialen als omschreven onder g), welke omschrijving van dienovereenkomstige toepassing is;

  • i.

    „toegevoegde waarde”: de prijs af fabriek min de douanewaarde van de in het product opgenomen materialen die van oorsprong zijn uit de andere in artikel 3 bedoelde landen of, indien de douanewaarde niet bekend is of niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor het product in de Gemeenschap of Zuid-Afrika is betaald;

  • j.

    „hoofdstukken” en „posten”: de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit Protocol „het geharmoniseerd systeem” of „GS” genoemd;

  • k.

    „ingedeeld”: de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;

  • l

    „zending”: producten die gelijktijdig van een exporteur naar een geadresseerde worden verzonden of vergezeld gaan van een enkel vervoersdocument dat de verzending van de exporteur naar de geadresseerde dekt, of bij gebreke daarvan, een enkele factuur;

  • m

    „gebieden”: omvat ook de territoriale wateren;

  • n

    „ACS-staten”: de Afrikaanse en Caraïbische landen en de landen in de Stille Zuidzee die partij zijn bij de Overeenkomst van Lomé;

  • o

    „SACU”: de douane-unie van Zuidelijk Afrika.

TITEL

II

DEFINITIE VAN HET BEGRIP „PRODUCT VAN OORSPRONG"

Artikel

2

Algemene voorwaarden

Artikel

3

Cumulatie van de oorsprong

Bilaterale cumulatie

Cumulatie met ACS-landen

Artikel

4

Geheel en al verkregen producten

Artikel

5

Toereikende bewerking of verwerking

Artikel

6

Ontoereikende bewerking of verwerking

Artikel

7

Determinerende eenheid

Artikel

8

Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen

Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden geleverd en deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs daarvan zijn begrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht één geheel te vormen met het materieel en de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.

Artikel

9

Stellen of assortimenten

Stellen of assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem, worden als van oorsprong beschouwd indien alle samenstellende delen van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt evenwel als van oorsprong beschouwd indien de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15 procent van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt.

Artikel

10

Neutrale elementen

Om te bepalen of een product van oorsprong is, is het niet noodzakelijk de oorsprong na te gaan van de volgende zaken die bij de vervaardiging gebruikt kunnen zijn:

  • a.

    energie en brandstof;

  • b.

    fabrieksuitrusting;

  • c.

    machines en werktuigen;

  • d.

    goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren daarin voor te komen.

TITEL

III

TERRITORIALE VOORWAARDEN

Artikel

11

Territorialiteitsbeginsel

Artikel

12

Rechtstreeks vervoer

Artikel

13

Tentoonstellingen

TITEL

IV

BEWIJS VAN DE OORSPRONG

Artikel

14

Algemene voorwaarden

Artikel

15

Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Artikel

16

Afgifte achteraf van een EUR.1-certificaat

Artikel

17

Afgifte van een duplicaat van een EUR.1-certificaat

Artikel

18

Afgifte van een EUR.1-certificaat aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong

Voor producten van oorsprong die in de Gemeenschap of Zuid-Afrika onder toezicht van een douanekantoor zijn geplaatst, kan het oorspronkelijke bewijs van oorsprong door een of meer EUR.1-certificaten worden vervangen bij verzending van deze producten of een gedeelte daarvan naar een andere plaats in de Gemeenschap of in Zuid-Afrika. Dit certificaat of deze certificaten worden afgegeven door het douanekantoor dat op de producten toezicht houdt.

Artikel

19

Voorwaarden voor het opstellen van een factuurverklaring

Artikel

20

Toegelaten exporteur

Artikel

21

Geldigheid van het bewijs van de oorsprong

Artikel

22

Overlegging van het bewijs van de oorsprong

Bewijzen van oorsprong worden bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend overeenkomstig de aldaar geldende procedures. Deze autoriteiten kunnen een vertaling van dit certificaat verlangen. Zij kunnen voorts eisen dat de aangifte ten invoer vergezeld gaat van een verklaring van de importeur dat de producten aan de voorwaarden voor de toepassing van deze Overeenkomst voldoen.

Artikel

23

Invoer in deelzendingen

Wanneer, op verzoek van de importeur en op de door de douaneautoriteiten van het land van invoer vastgestelde voorwaarden, gedemonteerde of niet-gemonteerde producten in de zin van algemene regel 2 a voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem, vallende onder de afdelingen XVI en XVII of de posten 7308 en 9406 van het geharmoniseerd systeem, in deelzendingen worden ingevoerd, wordt één enkel bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten ingediend bij de invoer van de eerste deelzending.

Artikel

24

Vrijstelling van bewijs van de oorsprong

Artikel

25

Leveranciersverklaring

Artikel

26

Bewijsstukken

De in artikel 15, lid 3, en artikel 19, lid 3, bedoelde documenten aan de hand waarvan wordt aangetoond dat producten die door een EUR.1-certificaat of een factuurverklaring worden gedekt producten van oorsprong zijn uit de Gemeenschap, uit Zuid-Afrika of uit een van de andere in lid 3 bedoelde landen en aan de andere voorwaarden van dit Protocol voldoen, kunnen onder meer de volgende zijn:

  • a.

    een rechtstreeks bewijs van de be- of verwerkingen die de exporteur of leverancier heeft verricht om de betrokken producten te verkrijgen, bij voorbeeld aan de hand van diens boekhouding of interne administratie;

  • b.

    documenten waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt en die in de Gemeenschap, in Zuid-Afrika of in een van de andere in artikel 3 bedoelde landen zijn afgegeven of opgesteld en daar volgens het nationale recht worden gebruikt;

  • c.

    documenten waaruit de be- of verwerking van materialen in de Gemeenschap of in Zuid-Afrika blijkt en die in de Gemeenschap of in Zuid-Afrika zijn afgegeven of opgesteld en daar volgens het nationale recht worden gebruikt;

  • d.

    EUR.1-certificaten of factuurverklaringen waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt en die overeenkomstig dit Protocol in de Gemeenschap of in Zuid-Afrika zijn afgegeven of opgesteld, of die overeenkomstig artikel 3 in een van de andere in dat artikel bedoelde landen zijn afgegeven of opgesteld;

  • e.

    leveranciersverklaringen waaruit de be- of verwerkingen blijken die de gebruikte materialen in de SACU hebben ondergaan overeenkomstig artikel 3.

Artikel

27

Bewaring van oorsprongsbewijzen, leveranciersverklaringen en andere bewijsstukken

Artikel

28

Verschillen en vormfouten

Artikel

29

In euro uitgedrukte bedragen

TITEL

V

ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING

Artikel

30

Wederzijdse bijstand

Artikel

31

Controle van oorsprongsbewijzen

Artikel

32

Regeling van geschillen

Artikel

33

Sancties

Tegen eenieder die een document met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen met het doel producten onder de preferentiële regeling te doen vallen, worden sancties getroffen.

Artikel

34

Vrije zones

TITEL

VI

CEUTA EN MELILLA

Artikel

35

Toepassing van het Protocol

Artikel

36

Bijzondere voorwaarden

TITEL

VII

SLOTBEPALINGEN

Artikel

37

Wijziging van het Protocol

Het Gemengd Comité kan besluiten de bepalingen van dit Protocol te wijzigen.

Artikel

38

Tenuitvoerlegging van het Protocol

De Gemeenschap en Zuid-Afrika nemen, ieder voor zich, de maatregelen die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van dit Protocol.

Artikel

39

Goederen in doorvoer of in opslag

De Overeenkomst kan worden toegepast op goederen die aan de bepalingen van dit Protocol voldoen en die op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst onderweg zijn of die in de Gemeenschap of in Zuid-Afrika tijdelijk zijn opgeslagen of zich daar in een douane-entrepot of vrije zone bevinden, mits binnen vier maanden na die datum een EUR.1-certificaat bij de douaneautoriteiten van de Staat van invoer wordt ingediend dat achteraf door de bevoegde instanties van de Staat van uitvoer is opgesteld, tezamen met de documenten waaruit blijkt dat de goederen rechtstreeks zijn vervoerd.

Gemeenschappelijke Verklaring over bijlage II bij het Protocol inzake de oorsprongsregels

Beide partijen stemmen in met de in bijlage II vervatte eisen inzake de be- of verwerkingen van goederen, onder voorbehoud van een beperkt aantal, door Zuid-Afrika aangevraagde wijzigingen die door partijen behandeld zullen worden voordat de Overeenkomst in werking treedt.

Gemeenschappelijke Verklaring over het Protocol inzake de oorsprongsregels

Voor de toepassing van artikel 37 van dit Protocol is de Commissie bereid na de ondertekening van de Overeenkomst alle verzoeken van Zuid-Afrika om van de oorsprongsregels te mogen afwijken, te onderzoeken.

Gemeenschappelijke Verklaring over de Republiek San Marino

  • 1

    Producten van oorsprong uit de Republiek San Marino worden door Zuid-Afrika aanvaard als producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze Overeenkomst.

  • 2

    Protocol 4 is van overeenkomstige toepassing voor het bepalen van de oorsprong van bovengenoemde producten.

Gemeenschappelijke Verklaring over het Prinsdom Andorra

  • 1

    Producten van oorsprong uit het Prinsdom Andorra die onder de hoofdstukken 25 tot en met 97 van het geharmoniseerd systeem zijn ingedeeld, worden door Zuid-Afrika aanvaard als producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze Overeenkomst.

  • 2

    Protocol 4 is van overeenkomstige toepassing voor de bepaling van de oorsprong van bovengenoemde producten.

Verklaring van de Commissie over cumulatie met Zuid-Afrika op grond van de Overeenkomst van Lomé

Op grond van de cumulatiebepalingen in het Protocol betreffende de omschrijving van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking van de Handels-, Ontwikkelings- en Samenwerkingovereenkomst tussen Zuid-Afrika en de Europese Unie, zal de Europese Commissie passende bepalingen aan de lidstaten van de Europese Unie en de ACS-Staten voorstellen op grond van artikel 34 van Protocol nr. 1 bij de Overeenkomst van Lomé betreffende de cumulatie met Zuid-Afrikaanse materialen en goederen.

Protocol

2

betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „douanewetgeving”: de door de Gemeenschap of Zuid-Afrika aangenomen wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing daarvan onder een andere douaneregeling of -procedure, met inbegrip van verbodsmaatregelen, beperkende maatregelen en controlemaatregelen;

  • b.

    „verzoekende autoriteit”: een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een Overeenkomstsluitende Partij aangewezen is en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand indient;

  • c.

    „aangezochte autoriteit”: een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een Overeenkomstsluitende Partij aangewezen is en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand ontvangt;

  • d.

    „persoonsgegevens”: alle informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;

  • e.

    „met de douanewetgeving strijdige handeling”: elke overtreding of poging tot overtreding van de douanewetgeving.

Artikel

2

Draagwijdte

Artikel

3

Bijstand op verzoek

Artikel

4

Bijstand op eigen initiatief

De Overeenkomstsluitende Partijen staan elkaar op eigen initiatief, overeenkomstig hun wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, bij indien zij zulks noodzakelijk achten voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder door het verschaffen van informatie die zij verkrijgen omtrent:

  • daden die met de douanewetgeving strijdige handelingen zijn of hen hiermee strijdig lijken, en die van belang kunnen zijn voor de andere Overeenkomstsluitende Partij;

  • nieuwe middelen of methoden die worden gebruikt bij met de douanewetgeving strijdige handelingen;

  • goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van met de douanewetgeving strijdige handelingen;

  • natuurlijke personen of rechtspersonen van wie redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij betrokken zijn of zijn geweest bij met de douanewetgeving strijdige handelingen;

  • vervoermiddelen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij voor het verrichten van met de douanewetgeving strijdige handelingen zijn gebruikt, worden gebruikt of kunnen worden gebruikt.

Artikel

5

Afgifte van documenten/Kennisgeving van besluiten

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, overeenkomstig de voor haar geldende wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, alle nodige maatregelen voor:

  • de afgifte van alle documenten of

  • de kennisgeving van alle besluiten

die van de verzoekende autoriteit uitgaan en waarop het bepaalde in dit protocol van toepassing is, aan een geadresseerde die op het grondgebied van de aangezochte autoriteit verblijft of gevestigd is.

De verzoeken om afgifte van documenten en om kennisgeving van besluiten moeten schriftelijk worden ingediend in een officiële taal van de aangezochte autoriteit of in een voor deze autoriteit aanvaardbare taal.

Artikel

6

Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand

Artikel

7

Behandeling van verzoeken

Artikel

8

Vorm waarin de informatie dient te worden verstrekt

Artikel

9

Gevallen waarin geen bijstand behoeft te worden verleend

Artikel

10

Uitwisseling van informatie en vertrouwelijkheid

Artikel

11

Deskundigen en getuigen

Een ambtenaar van een aangezochte autoriteit kan worden gemachtigd, binnen de grenzen van de hem verleende machtiging, als getuige of deskundige op te treden in gerechtelijke of administratieve procedures die betrekking hebben op aangelegenheden waarop dit protocol van toepassing is, en daarbij de voor deze procedures noodzakelijke voorwerpen, bescheiden of gewaarmerkte afschriften van bescheiden voor te leggen. In de convocatie dient uitdrukkelijk te worden vermeld voor welke gerechtelijke of administratieve instantie de betrokken ambtenaar moet verschijnen en over welk onderwerp en in welke functie of hoedanigheid de ambtenaar zal worden gehoord.

Artikel

12

Kosten van de bijstand

De Overeenkomstsluitende Partijen eisen van elkaar geen terugbetaling voor uitgaven die bij de toepassing van het bepaalde in dit protocol zijn gemaakt, met uitzondering, in voorkomend geval, van uitgaven voor deskundigen en getuigen, en uitgaven voor tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel

13

Uitvoering

Artikel

14

Andere overeenkomsten

Slotakte

Slotakte

De gevolmachtigden van

het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

hierna „lidstaten” te noemen, en

de Europese Gemeenschap, hierna „Gemeenschap” te noemen, enerzijds,

en de gevolmachtigde van

de Republiek Zuid-Afrika, hierna „Zuid-Afrika” te noemen, anderzijds,

bijeengekomen te Pretoria op de elfde oktober negentienhonderdnegenennegentig voor de ondertekening van de Overeenkomst inzake handel, ontwikkeling en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Zuid-Afrika, anderzijds, hebben de volgende teksten aangenomen:

de Overeenkomst, alsmede de daarbij behorende bijlagen en de volgende protocollen:

Protocol 1 betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking,

Protocol 2 betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken.

De gevolmachtigden van de Gemeenschap en haar lidstaten en de gevolmachtigde van Zuid-Afrika hebben de teksten van de volgende gemeenschappelijke verklaringen aangenomen die aan deze slotakte zijn gehecht:

Gemeenschappelijke verklaring betreffende niet-uitvoering

Gemeenschappelijke verklaring betreffende uitvoerrestituties

Gemeenschappelijke verklaring betreffende versnelde afschaffing van de douanerechten door Zuid-Afrika

Gemeenschappelijke verklaring betreffende landbouwquota

Gemeenschappelijke verklaring betreffende overheidssteun

Gemeenschappelijke verklaring betreffende visserij

Gemeenschappelijke verklaring betreffende bilaterale overeenkomsten

Gemeenschappelijke verklaring betreffende illegale immigratie

De gevolmachtigde van Zuid-Afrika heeft kennis genomen van de volgende verklaringen die aan deze slotakte zijn gehecht:

Verklaring van de Gemeenschap betreffende het essentiële onderdeel

Verklaring van de Gemeenschap betreffende de financiële aspecten van de samenwerking

Verklaring van de Europese Investeringsbank betreffende de financiële aspecten van de samenwerking

De gevolmachtigden van de Gemeenschap en haar lidstaten hebben kennis genomen van de volgende verklaringen die aan deze slotakte zijn gehecht:

Verklaring van Zuid-Afrika betreffende het essentiële onderdeel

Verklaring van Zuid-Afrika betreffende sanitaire en fytosanitaire maatregelen

Verklaring van Zuid-Afrika betreffende de financiële aspecten van de samenwerking.

Voorts hebben de gevolmachtigden van de lidstaten en de gevolmachtigde van Zuid-Afrika hun instemming betuigd met het aan deze Slotakte gehecht Proces-Verbaal van Overeenkomst van de onderhandelingen.

GEDAAN te Pretoria de elfde oktober negentienhonderd negenennegentig.

Gemeenschappelijke Verklaring betreffende niet-uitvoering

De partijen komen overeen dat van schending van de essentiële onderdelen van de overeenkomst, als bedoeld in artikel 3, lid 3, van deze overeenkomst, uitsluitend sprake is ingeval van een ernstige schending van de democratische beginselen of fundamentele mensenrechten, of een ernstige opschorting van de rechtsstaat, waardoor een klimaat ontstaat dat niet bevorderlijk is voor overleg of waarin uitstel schadelijk is voor de doelstellingen of belangen van de partijen bij deze overeenkomst.

De partijen komen tevens overeen dat de passende maatregelen, als bedoeld in artikel 3, leden 1, 3 en 5, in verhouding dienen te staan tot de schending. Bij het nemen en ten uitvoer leggen van deze maatregelen dienen de partijen bijzondere aandacht te besteden aan de levensomstandigheden van de meest kwetsbare bevolkingsgroepen en dienen zij erop toe te zien dat deze niet onbedoeld het slachtoffer worden van de maatregelen.

Gemeenschappelijke Verklaring inzake uitvoerrestituties

  • 1

    Bij het opstellen van de bepalingen van de overeenkomst die betrekking hebben op de handel hebben de partijen per geval de mogelijke gevolgen van uitvoerrestituties voor de liberalisering van de handel onderzocht.

  • 2

    De Gemeenschap verklaart van haar kant dat verdere bestudering van de toekomstige uitvoerrestituties in verband met de handel met Zuid-Afrika zal plaatsvinden wanneer de huidige besprekingen over landbouwhervorming zijn voltooid.

Gemeenschappelijke Verklaring over een versnelde afschaffing van de douanerechten door Zuid-Afrika

De partijen komen overeen vooruit te lopen op de toepassing van de in artikel 17 omschreven procedures in de overgangsperiode voor de inwerkingtreding van de overeenkomst zodat bij inwerkingtreding van de overeenkomst eventueel een versneld tijdschema voor de afschaffing van douanerechten en uitvoerrestituties kan worden toegepast

Gemeenschappelijke Verklaring over landbouwquota

  • 1

    De jaarlijkse groeifactoren die zijn opgenomen in bijlage IV, lijst 6, en bijlage VI, lijsten 3 en 4, bij de huidige overeenkomst worden periodiek herzien bestudeerd en opnieuw bevestigd; de eerste herziening vindt uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst plaats.

  • 2

    Met betrekking tot met name bereide vruchten (perziken, peren en abrikozen) zal Zuid-Afrika zijn uitvoer naar de Europese Unie op evenwichtige wijze beheren.

Gemeenschappelijke Verklaring over overheidssteun

De partijen komen overeen dat de Zuid-Afrikaanse economie en haar interactie met de economieën in de Zuidelijk-Afrikaanse Ontwikkelingsgemeenschap een aanzienlijke herstructurering ondergaan die door de staat zal worden gesteund.

Gemeenschappelijke Verklaring over de visserij

De partijen stellen alles in het werk de in artikel 62 van deze overeenkomst bedoelde visserijovereenkomst uiterlijk eind 2000 via onderhandelingen tot stand te brengen en te sluiten.

Gemeenschappelijke Verklaring met betrekking tot bilaterale overeenkomsten

Tenzij in deze overeenkomst anders wordt vermeld, worden dergelijke rechten van een of meerdere lidstaten van de Europese Unie vervat in zulke bestaande overeenkomsten niet uitgelegd als zich ook uitstrekkend tot de overige lidstaten.

Gemeenschappelijke Verklaring over illegale immigratie

De partijen, die zich bewust zijn van het belang van samenwerking ter voorkoming en beperking van illegale immigratie, verklaren bereid te zijn deze zaken bij hun werkzaamheden in de Samenwerkingsraad na te streven met het oog op het zoeken naar oplossingen voor problemen die in deze sector kunnen rijzen.

Verklaring van de Gemeenschap betreffende het essentiële onderdeel

In de context van een politiek en institutioneel klimaat waarin de mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat gerespecteerd worden, verstaat de Gemeenschap onder behoorlijk bestuur het transparant en verantwoordelijk beheer van alle menselijke, natuurlijke, interne en externe, economische en financiële hulpbronnen van een land met het oog op eerlijke en duurzame ontwikkeling.

Verklaring van de Gemeenschap betreffende de financiële aspecten van de samenwerking

In het verleden werd een speciale financiële faciliteit in het leven geroepen krachtens Verordening (EG) nr. 2259/96 van de Raad, het Europees programma voor de wederopbouw en ontwikkeling (EPWO). De Gemeenschap bestemde in de periode 1996–1999 ongeveer 500 miljoen ecu voor deze faciliteit ter ondersteuning van het beleid van de regering van Zuid-Afrika en op deze basis werden er overeenkomsten ondertekend. Dit bedrag omvat vier jaarlijkse kredieten die door de begrotingsautoriteit van de Gemeenschap moeten worden goedgekeurd. De Gemeenschap verklaart zich bereid haar financiële samenwerking met Zuid-Afrika op een substantieel niveau te continueren en zal op basis van een voorstel van de Commissie de nodige daartoe strekkende besluiten nemen.

Nadat deze overeenkomst in werking is getreden, kunnen andere passende financiële instrumenten (bijvoorbeeld in het kader van de Samenwerkingsovereenkomst EG/ACS) ter beschikking worden gesteld. In deze context zou de Gemeenschap bereid zijn de mogelijkheid te bezien van de terbeschikkingstelling van een deel van haar toekomstige bijstand voor bepaalde doelgroepen (bijvoorbeeld voor beginnende ondernemers) in de vorm van risicodragend kapitaal of rentesubsidies op leningen uit de eigen middelen van de EIB.

Verklaring van de Europese Investeringsbank

Zoals in de tussen Zuid-Afrika en de EIB op 12 september 1995 gesloten Kaderovereenkomst uiteengezet, werd de EIB op 19 juni 1995 door haar Raad van Gouverneurs gemachtigd tot het in de periode van twee jaar lopende van 19 juni 1995 tot 19 juni 1997 verstrekken van leningen in Zuid-Afrika tot een totaalbedrag van 300 miljoen ecu uit haar eigen middelen. In het kader van een tweede machtiging van de Raad van Gouverneurs van de bank van 12 juni 1997 en een op 6 maart 1998 tussen Zuid-Afrika en de EIB gesloten aanvullende Kaderovereenkomst werd voor de periode juni 1997 tot december 1999 machtiging verleend voor een verder bedrag van 375 miljoen ecu.

In het artikel is sprake van de eventuele verlenging van deze activiteiten van de bank aan het einde van deze periode.

De EIB zou binnen haar mandaat bereid zijn om leningen te overwegen aan Zuid-Afrikaanse leningnemers voor projecten in Zuid-Afrika en, op basis van beoordeling per geval, voor projecten in de SADC-regio.

Verklaring van Zuid-Afrika betreffende het essentiële onderdeel

Zuid-Afrika verstaat onder behoorlijk bestuur de eerbiediging van de Zuid-Afrikaanse grondwet (wet nr. 108 van 1996), met name de bepalingen inzake een transparant, eerlijk en verantwoordelijk beheer van de menselijke , natuurlijke, economische en financiële hulpbronnen met het oog op economische groei en duurzame ontwikkeling.

Verklaring van Zuid-Afrika over sanitaire en fytosanitaire maatregelen

De Zuid-Afrikaanse regering wenst er met klem op te wijzen dat het soepel en efficiënt functioneren van het mechanisme voor de tenuitvoerlegging van sanitaire en fytosanitaire maatregelen van wezenlijk belang is voor de succesvolle en efficiënte tenuitvoerlegging van deze overeenkomst. Derhalve verzoekt Zuid-Afrika de Gemeenschap dringend Zuid-Afrika, als preferentiële handelspartner, op sanitair en fytosanitair gebied prioritair te behandelen.

Verklaring van Zuid-Afrika betreffende de financiële aspecten van de samenwerking

De regering van Zuid-Afrika verwacht dat het huidige niveau van niet-terugvorderbare financiële samenwerking wat de financiering na 1999 betreft op zijn minst op dezelfde niveaus wordt gecontinueerd.

Proces-verbaal van Overeenkomst

De partijen zijn overeengekomen dat:

Ad artikel 4

een regelmatige politieke dialoog tussen de partijen zal beginnen zodra de voorlopige toepassing van die overeenkomst van kracht wordt.