Protocol vastgesteld door de Raad overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie

Protocol vastgesteld door de Raad overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie

Protocol vastgesteld door de Raad overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie

De Hoge Verdragsluitende Partijen bij dit protocol, lidstaten van de Europese Unie,

Onder verwijzing naar de akte van de Raad van 16 oktober 2001 tot vaststelling van het protocol bij de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie,

Gelet op de conclusies die tijdens de Europese Raad van Tampere van 15 en 16 oktober 1999 zijn aangenomen en de noodzaak deze onverwijld ten uitvoer te brengen met het oog op de totstandbrenging van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid,

Rekening houdend met de aanbevelingen die door de deskundigen zijn geformuleerd in de wederzijdse evaluatieverslagen die zijn opgesteld op basis van Gemeenschappelijk Optreden 97/827/JBZ van 5 december 1997, tot instelling van een mechanisme voor evaluatie van de uitvoering en toepassing op nationaal niveau van de internationale verbintenissen inzake de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit1)PB L344 van 15.12.1997, blz. 7.,

Overtuigd van de behoefte aan aanvullende maatregelen op het gebied van de wederzijdse rechtshulp in strafzaken ter bestrijding van de criminaliteit, waaronder in het bijzonder de georganiseerde criminaliteit, het witwassen van geld en de financiële criminaliteit,

Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen, die als integraal onderdeel gehecht zullen worden aan de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie van 29 mei 2000, hierna „overeenkomst tot wederzijdse bijstand van 2000" te noemen:

Artikel

1

Verzoek om gegevens over bankrekeningen

Artikel

2

Verzoeken om gegevens over banktransacties

Artikel

3

Verzoeken om toezicht op bankverrichtingen

Artikel

4

Vertrouwelijkheid

Iedere lidstaat doet het nodige om te waarborgen dat de banken de betrokken cliënt of andere derden niet meedelen dat er aan de verzoekende staat gegevens zijn doorgegeven overeenkomstig de artikelen 1, 2 of 3, dan wel dat er een onderzoek loopt.

Artikel

5

Informatieplicht

Indien de bevoegde autoriteit van de aangezochte lidstaat het tijdens de uitvoering van een rechtshulpverzoek passend acht onderzoek te verrichten waarin oorspronkelijk niet was voorzien of dat bij de indiening van het verzoek niet kon worden gespecificeerd, stelt zij de verzoekende autoriteit daarvan onverwijld in kennis, opdat deze verdere maatregelen kan nemen.

Artikel

6

Aanvullende rechtshulpverzoeken

Artikel

7

Bankgeheim

De lidstaten beroepen zich niet op het bankgeheim als reden om iedere medewerking bij een rechtshulpverzoek van een andere lidstaat te weigeren.

Artikel

8

Fiscale delicten

Artikel

9

Politieke delicten

Artikel

10

Kennisgeving van afwijzing aan de Raad en betrokkenheid van Eurojust

Artikel

11

Voorbehouden

Andere dan de in artikel 9, lid 2, bedoelde voorbehouden zijn niet toegestaan.

Artikel

12

Toepassing

Deze overeenkomst wordt van toepassing op Gibraltar wanneer de overeenkomst tot wederzijdse bijstand van toepassing wordt op Gibraltar, overeenkomstig artikel 26 van genoemde overeenkomst.

Artikel

13

Inwerkingtreding

Artikel

14

Toetreding van nieuwe lidstaten

Artikel

15

Positie van IJsland en Noorwegen

Artikel 8 is een maatregel tot wijziging of uitbreiding van de bepalingen genoemd in bijlage 1 van de tussen de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten Overeenkomst inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het SchengenacquisZie noot op blz. 8., (hierna te noemen „de associatieovereenkomst").

Artikel

16

Inwerkingtreding voor IJsland en Noorwegen

Artikel

17

Depositaris

De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie is depositaris van dit protocol.

De depositaris maakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekend welke de stand is van de aannemingen en toetredingen, alsmede de verklaringen en andere kennisgevingen met betrekking tot dit protocol.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder dit protocol hebben gesteld.

GEDAAN te Luxemburg, de zestiende oktober tweeduizendeneen, in één exemplaar, in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Ierse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, welk exemplaar wordt neergelegd in het archief van het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie. De secretaris-generaal zendt een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan aan elke lidstaat.