Stabilisatie- en Associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kroatië, anderzijds

Stabilisatie- en Associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kroatië, anderzijds

Het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en het Verdrag betreffende de Europese Unie,

hierna „lidstaten" genoemd, en

de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor kolen en staal, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna „de Gemeenschap" genoemd,

enerzijds, en

de Republiek Kroatië, hierna „Kroatië" genoemd,

anderzijds,

Gelet op de sterke band tussen de partijen en de waarden die zij gemeen hebben, hun verlangen deze band nog te versterken en op wederkerigheid en wederzijds belang gebaseerde nauwe en langdurige betrekkingen tot stand te brengen die Kroatië in staat moeten stellen de betrekkingen met de Gemeenschap te versterken en uit te breiden;

Gelet op het belang van deze overeenkomst voor het stabilisatie- en associatieproces met de landen van Zuidoost-Europa voor de totstandbrenging en handhaving van een op samenwerking gebaseerde stabiele orde in Europa, waarvan de Europese Unie een steunpilaar is, en voor het stabiliteitspact;

Gelet op de toezegging van de partijen dat zij met alle mogelijke middelen zullen bijdragen tot de politieke, economische en institutionele stabilisatie, zowel in Kroatië als in de gehele regio, door de ontwikkeling van de civiele samenleving en door democratisering, institutionele versterking en hervorming van de overheidsadministratie, intensievere handel en economische samenwerking, brede samenwerking, ook op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, alsmede versterking van de nationale en regionale veiligheid;

Gelet op het belang dat de partijen hechten aan versterking van de politieke en economische vrijheden, die de grondslag van deze overeenkomst vormen, en op het belang dat zij hechten aan de eerbiediging van de rechtsstaat en de mensenrechten, met inbegrip van de rechten van personen die tot nationale minderheden behoren, en aan democratische beginselen in de vorm van een meerpartijenstelsel met vrije, eerlijke verkiezingen;

Gelet op het feit dat Kroatië opnieuw zijn gehechtheid bevestigt aan het recht op terugkeer voor alle vluchtelingen en ontheemden en de bescherming van hun rechten in dat verband;

Gelet op de verbintenis van de partijen om volledig uitvoering te geven aan alle beginselen en bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties, de OVSE, inzonderheid die van de Slotakte van Helsinki, de slotdocumenten van de conferenties van Madrid en Wenen, het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa en het Stabiliteitspact voor Zuidoost-Europa, en te voldoen aan hun verplichtingen in het kader van de overeenkomsten van Dayton/Parijs en Erdut, teneinde bij te dragen tot de regionale stabiliteit en de samenwerking tussen de landen in de regio;

Gelet op de gehechtheid van de partijen aan de beginselen van de vrijemarkteconomie en de bereidheid van de Gemeenschap om aan de economische hervormingen in Kroatië bij te dragen;

Gelet op het belang dat de partijen hechten aan vrijhandel, overeenkomstig de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de WTO;

Verlangende een regelmatige politieke dialoog in te stellen over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang, met inbegrip van regionale aspecten, met inachtneming van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie;

Overtuigd dat de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst een nieuw klimaat zal scheppen voor hun onderlinge economische betrekkingen, in het bijzonder voor de ontwikkeling van handel en investeringen, factoren van cruciaal belang voor de economische herstructurering en modernisering;

Gelet op de toezegging van Kroatië om zijn wetgeving aan te passen aan die van de Gemeenschap;

Gelet op de bereidheid van de Gemeenschap om doorslaggevende steun te verlenen voor hervorming en wederopbouw en daartoe alle beschikbare instrumenten voor samenwerking en technische, financiële en economische bijstand in te zetten op een brede indicatieve meerjaarlijkse basis;

Bevestigend dat de bepalingen van deze overeenkomst die binnen de toepassingssfeer van deel III, titel IV, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap vallen, het Verenigd Koninkrijk en Ierland binden als afzonderlijke verdragsluitende partijen, en niet als deel van de Europese Gemeenschap, totdat het Verenigd Koninkrijk of Ierland (al naargelang van het geval) Kroatië ervan in kennis stelt dat het Verenigd Koninkrijk of Ierland is gebonden als deel van de Europese Gemeenschap overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland dat aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht. Hetzelfde geldt voor Denemarken met betrekking tot het Protocol betreffende de positie van Denemarken dat aan die verdragen is gehecht;

Wijzend op de top van Zagreb, waarop werd opgeroepen tot verdere consolidatie van de betrekkingen tussen de landen die deel uitmaken van het stabilisatie- en associatieproces en de Europese Unie, alsmede tot intensievere samenwerking in de regio;

Wijzend op de bereidheid van de Europese Unie om Kroatië zo volledig mogelijk te integreren in de politieke en economische hoofdstroom van Europa, en op de status van het land als een potentiële kandidaat voor het EU-lidmaatschap op basis van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het voldoen aan de door de Europese Raad in juni 1993 gedefinieerde criteria, onder voorbehoud van de succesvolle tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, met name wat betreft regionale samenwerking,

Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen [Red: De oorspronkelijke Bijlagen bij de Overeenkomst en de Protocollen liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en zijn gepubliceerd in PbEU 2005, L 26.]:

Artikel

1

TITEL

I

ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel

2

Eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten, zoals deze zijn vastgesteld in de Universele Verklaring van de rechten van de mens en gedefinieerd in de slotakte van Helsinki en het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa, eerbiediging van de beginselen van het internationale recht en de rechtsstaat en de beginselen van de markteconomie zoals deze zijn neergelegd in het document van de CVSE-conferentie van Bonn over economische samenwerking, vormen de grondslag van het binnen- en buitenlandse beleid van de partijen en zijn essentiële elementen van deze overeenkomst.

Artikel

3

Internationale en regionale vrede en stabiliteit en de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap staan centraal in het stabilisatie- en associatieproces, als bedoeld in de conclusies van de Raad van de Europese Unie van 21 juni 1999. De sluiting en de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst geschieden in het kader van de conclusies van de Raad van de Europese Unie van 29 april 1997, en zijn gebaseerd op de afzonderlijke verdiensten van Kroatië.

Artikel

4

Kroatië verbindt zich ertoe de samenwerking en de betrekkingen van goed nabuurschap met de overige landen van de regio voort te zetten en te bevorderen, wat mede inhoudt dat een passend niveau van wederzijdse concessies op het gebied van het verkeer van personen, goederen, kapitaal en diensten wordt ingesteld en projecten van gemeenschappelijk belang worden ontwikkeld, met name inzake de terugkeer van vluchtelingen en de bestrijding van georganiseerde criminaliteit, corruptie, witwassen van geld, illegale migratie en smokkelarij. Deze verbintenis is van fundamenteel belang voor de ontwikkeling van de betrekkingen en de samenwerking tussen de partijen en draagt bij tot de regionale stabiliteit.

Artikel

5

Artikel

6

De overeenkomst moet volledig verenigbaar zijn met de relevante WTO-bepalingen, met name artikel XXIV van de GATT 1994 en artikel V van de GATS.

TITEL

II

POLITIEKE DIALOOG

Artikel

7

In het kader van deze overeenkomst wordt tussen de partijen een politieke dialoog ingesteld. Deze dialoog begeleidt en consolideert de toenadering tussen de Europese Unie en Kroatië en draagt bij tot de totstandbrenging van nauwe solidariteitsbanden en nieuwe vormen van samenwerking tussen de partijen.

De politieke dialoog moet met name bijdragen tot het bevorderen van:

  • de volledige integratie van Kroatië in de gemeenschap van democratische naties en de geleidelijke toenadering tot de Europese Unie;

  • verdere convergentie van de standpunten van de partijen over internationale vraagstukken, onder meer door passende uitwisseling van informatie, met name waar het aangelegenheden betreft die belangrijke gevolgen voor de partijen kunnen hebben;

  • -

    regionale samenwerking en de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap;

  • gemeenschappelijke opvattingen over veiligheid en stabiliteit in Europa, ook op de terreinen die worden bestreken door het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie.

Artikel

8

Artikel

9

Op parlementair niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van het bij artikel 116 ingestelde Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité.

Artikel

10

De politieke dialoog kan plaatsvinden in multilateraal verband en als regionale dialoog waarbij andere landen in de regio worden betrokken.

TITEL

III

REGIONALE SAMENWERKING

Artikel

11

In overeenstemming met zijn verbintenis ten aanzien van vrede en stabiliteit en de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap zal Kroatië de regionale samenwerking actief bevorderen. Ook zal de Gemeenschap, via haar programma's voor technische bijstand, projecten steunen met een regionale of grensoverschrijdende dimensie.

Telkens wanneer Kroatië voornemens is de samenwerking met een van de in onderstaande artikelen 12 tot en met 14 genoemde landen te intensiveren, deelt zij dit mede aan en voert zij overleg met de Gemeenschap en haar lidstaten overeenkomstig de bepalingen van titel X.

Artikel

12

Samenwerking met andere landen die een stabilisatie- en associatieovereenkomst hebben ondertekend

Na de ondertekening van deze overeenkomst opent Kroatië met het land dat of de landen die reeds een stabilisatie- en associatieovereenkomst hebben ondertekend onderhandelingen over de sluiting van een bilaterale overeenkomst inzake regionale samenwerking, waarvan het doel is de samenwerking tussen de betrokken landen uit te breiden.

De hoofdelementen van dergelijke overeenkomsten zijn:

  • -

    een politieke dialoog;

  • de totstandbrenging van een vrijhandelszone tussen de partijen die verenigbaar is met de relevante WTO-bepalingen;

  • wederzijdse concessies betreffende het verkeer van werknemers, vestiging, dienstverlening, lopende betalingen en kapitaalverkeer en andere beleidsterreinen die met het verkeer van personen verband houden, op een niveau dat gelijkwaardig is met dat van deze overeenkomst;

  • bepalingen inzake samenwerking op andere, al dan niet onder deze overeenkomst vallende terreinen, met name justitie en binnenlandse zaken.

Deze overeenkomsten omvatten indien nodig bepalingen tot instelling van de nodige institutionele mechanismen.

Deze overeenkomsten worden gesloten binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst. De bereidheid van Kroatië tot het sluiten van deze overeenkomsten is een voorwaarde voor de verdere ontwikkeling van de betrekkingen tussen Kroatië en de EU.

Artikel

13

Samenwerking met andere bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken landen

Kroatië gaat regionale samenwerking aan met de andere bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken landen op sommige of alle onder deze overeenkomst vallende samenwerkingsterreinen, met name terreinen van gemeenschappelijk belang. Deze samenwerking moet verenigbaar zijn met de beginselen en doelstellingen van deze overeenkomst.

Artikel

14

Samenwerking met kandidaat-lidstaten van de EU

Kroatië kan met elke kandidaat-lidstaat van de EU de samenwerking versterken en een overeenkomst sluiten voor regionale samenwerking op elk van de onder deze overeenkomst vallende samenwerkingsterreinen. Een dergelijke overeenkomst moet de bilaterale betrekkingen tussen Kroatië en dat land geleidelijk afstemmen op het relevante onderdeel van de betrekkingen tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten en dat land.

TITEL

IV

VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN

Artikel

15

Hoofdstuk

I

INDUSTRIEPRODUCTEN

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaffen de Gemeenschap en Kroatië in hun onderlinge handelsverkeer alle heffingen van gelijke werking als douanerechten bij invoer af.

Artikel

20

Artikel

21

Kroatië verklaart zich bereid zijn douanerechten in het handelsverkeer met de Gemeenschap sneller te verlagen dan in artikel 18 bepaald, indien de algemene economische situatie in Kroatië en de situatie in de betrokken sector van de economie zulks mogelijk maken.

De Stabilisatie- en Associatieraad doet daartoe strekkende aanbevelingen.

Artikel

22

Protocol nr. 1 bevat de regeling voor de daarin genoemde textielproducten.

Artikel

23

Protocol nr. 2 bevat de regeling voor de daarin genoemde staalproducten vallende onder hoofdstuk 72 van de gecombineerde nomenclatuur.

Hoofdstuk

II

Artikel

24

Definitie

Artikel

25

Protocol nr. 3 bevat de handelsregeling voor de daarin genoemde verwerkte landbouwproducten.

Artikel

26

Artikel

27

Landbouwproducten

Artikel

28

Visserijproducten

Artikel

29

Rekening houdend met de omvang van het handelsverkeer in landbouw- en visserijproducten tussen de partijen, de bijzondere gevoeligheden van die producten, de regels van het gemeenschappelijk landbouw en visserijbeleid van de Gemeenschap en het landbouw- en visserijbeleid van Kroatië, de rol van landbouw en visserij in de Kroatische economie en de gevolgen van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de WTO, onderzoeken de Gemeenschap en Kroatië vóór 1 juli 2006 in de Stabilisatie- en Associatieraad per product, systematisch en op basis van passende wederkerigheid, de mogelijkheden om elkaar verdere concessies te verlenen teneinde de handel in landbouw- en visserijproducten verder te liberaliseren.

Artikel

30

De bepalingen van dit hoofdstuk vormen in geen geval een belemmering voor de eenzijdige toepassing van gunstiger maatregelen door een partij.

Artikel

31

Onverminderd de andere bepalingen van deze overeenkomst, met name die van artikel 38, plegen beide partijen, indien, wegens de bijzondere gevoeligheid van de markten voor landbouw- en visserijproducten, de invoer van producten van oorsprong uit een partij waarvoor de concessies uit hoofde van de artikelen 25, 27 en 28 zijn verleend, ernstige problemen veroorzaakt op de markt of voor de binnenlandse regelingen van de andere partij, zo spoedig mogelijk overleg om een passende oplossing te vinden voor het probleem. In afwachting van deze oplossing kan de betrokken partij de passende maatregelen nemen die zij noodzakelijk acht.

Hoofdstuk

III

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

32

Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op de handel tussen de partijen in alle producten, tenzij in dit hoofdstuk of in de Protocollen 1, 2 of 3 anders is bepaald.

Artikel

33

Standstill

Artikel

34

Verbod op fiscale discriminatie

Artikel

35

De bepalingen betreffende de afschaffing van de douanerechten bij invoer zijn tevens van toepassing op douanerechten van fiscale aard.

Artikel

36

Douane-unies, vrijhandelszones, regelingen voor grensverkeer

Artikel

37

Dumping

Artikel

38

Algemene vrijwaringsclausule

Artikel

39

Tekortclausule

Artikel

40

Staatsmonopolies

Kroatië past alle staatsmonopolies van commerciële aard geleidelijk aan, zodanig dat uiterlijk aan het einde van het vierde jaar volgende op de inwerkingtreding van deze overeenkomst geen discriminatie tussen onderdanen van de lidstaten en van Kroatië bestaat ten aanzien van de omstandigheden waaronder goederen worden verworven en op de markt gebracht. De Stabilisatie- en Associatieraad wordt in kennis gesteld van de maatregelen die daartoe worden genomen.

Artikel

41

In Protocol nr. 4 zijn de oorsprongsregels voor de toepassing van de in deze overeenkomst vastgestelde tariefpreferenties neergelegd.

Artikel

42

Toegestane beperkingen

Deze overeenkomst vormt geen beletsel voor verbodsbepalingen of beperkingen ten aanzien van invoer, uitvoer of doorvoer die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde of de openbare veiligheid; de bescherming van de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten; de bescherming van het nationale artistieke, historische en archeologische erfgoed, of de bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, of regels betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de handel tussen de partijen vormen.

Artikel

43

De partijen werken samen om het risico van fraude bij de toepassing van de handelsbepalingen van deze overeenkomst te verkleinen.

Onverminderd andere bepalingen van deze overeenkomst, met name de artikelen 31, 38 en 89 en Protocol nr. 4, geldt dat, indien een van de partijen oordeelt dat er voldoende bewijs is van fraude, zoals een significante toename van de handel in producten van de ene naar de andere partij boven het niveau dat in overeenstemming is met de economische omstandigheden, zoals de normale productie en exportcapaciteit, of het niet verlenen door de andere partij van de administratieve medewerking die vereist is voor de verificatie van het bewijs van oorsprong, de partijen onverwijld overleg voeren om een passende oplossing te vinden. In afwachting van deze oplossing kan de betrokken partij de passende maatregelen nemen die zij noodzakelijk acht. Bij de keuze van deze maatregelen wordt voorrang gegeven aan maatregelen die de werking van de bij deze overeenkomst vastgestelde regelingen het minst verstoren.

Artikel

44

De toepassing van deze overeenkomst laat de toepassing van de bepalingen van het Gemeenschapsrecht op de Canarische Eilanden onverlet.

TITEL

V

VERKEER VAN WERKNEMERS, VESTIGING, VERRICHTEN VAN DIENSTEN, KAPITAAL

Hoofdstuk

I

VERKEER VAN WERKNEMERS

Artikel

45

Artikel

46

Artikel

47

Hoofdstuk

II

VESTIGING

Artikel

48

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

  • a.

    „vennootschap uit de Gemeenschap" respectievelijk „Kroatische vennootschap": een volgens het recht van een lidstaat respectievelijk Kroatië opgerichte vennootschap die haar statutaire zetel, centrale administratie of belangrijkste handelsactiviteit op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Kroatië heeft.

    Indien een volgens het recht van de Gemeenschap respectievelijk Kroatië opgerichte vennootschap uitsluitend haar statutaire zetel op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Kroatië heeft, wordt deze vennootschap als vennootschap uit de Gemeenschap respectievelijk Kroatische vennootschap beschouwd, indien uit haar transacties een werkelijke en permanente band met de economie van een van de lidstaten respectievelijk van Kroatië blijkt;

  • b.

    „dochteronderneming" van een vennootschap: een vennootschap die daadwerkelijk door de eerste vennootschap wordt bestuurd;

  • c.

    „filiaal van een vennootschap": een handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moedermaatschappij, een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, zodanig dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat er indien nodig een rechtsverhouding is met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact behoeven te hebben met deze moedermaatschappij, maar hun transacties kunnen afhandelen met de handelszaak die het agentschap vormt;

  • d.

    „vestiging":

    • i.

      voor onderdanen: het recht op toegang tot economische activiteiten anders dan in loondienst en de uitoefening daarvan, alsmede het recht ondernemingen, met name vennootschappen, op te richten en daadwerkelijk te besturen. De toegang tot werkzaamheden anders dan in loondienst en de oprichting en het beheer van ondernemingen door onderdanen strekt zich niet uit tot het zoeken naar of het aannemen van werk op de arbeidsmarkt van een andere partij. Het bepaalde in dit hoofdstuk is niet van toepassing op degenen die niet uitsluitend zelfstandig zijn;

    • ii.

      voor vennootschappen uit de Gemeenschap respectievelijk Kroatische vennootschappen: het recht op toegang tot en uitoefening van economische activiteiten door middel van de oprichting van dochterondernemingen, filialen in Kroatië respectievelijk de Gemeenschap;

  • e.

    „werkzaamheden": het verrichten van economische activiteiten;

  • f.

    „economische activiteiten": in beginsel activiteiten met een industrieel of commercieel karakter of activiteiten van personen die een vrij beroep uitoefenen, alsmede activiteiten van ambachtslieden;

  • g.

    „onderdaan van de Gemeenschap" respectievelijk „Kroatische onderdaan": een natuurlijke persoon die een onderdaan is van een lidstaat respectievelijk van Kroatië;

  • h.

    wat het internationale vervoer over zee betreft, met inbegrip van het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk en van hoofdstuk III van deze titel eveneens van toepassing op buiten de Gemeenschap respectievelijk Kroatië gevestigde onderdanen van de Gemeenschap respectievelijk Kroatische onderdanen, en op buiten de Gemeenschap respectievelijk Kroatië gevestigde scheepvaartondernemingen die worden bestuurd door onderdanen van een lidstaat respectievelijk Kroatië, indien hun vaartuigen in die lidstaat respectievelijk in Kroatië in overeenstemming met de desbetreffende wetgeving zijn ingeschreven;

  • i.

    „financiële diensten": de in bijlage VI omschreven activiteiten. De Stabilisatie- en Associatieraad kan de werkingssfeer van die bijlage uitbreiden of wijzigen.

Artikel

49

Artikel

50

Artikel

51

Artikel

52

Artikel

53

Teneinde de toegang tot en de uitoefening van gereglementeerde activiteiten in het kader van vrije beroepen in Kroatië respectievelijk de Gemeenschap voor onderdanen van de Gemeenschap respectievelijk Kroatische onderdanen te vergemakkelijken, onderzoekt de Stabilisatie- en Associatieraad welke maatregelen moeten worden getroffen met het oog op de onderlinge erkenning van diploma's. De raad kan daartoe alle noodzakelijke maatregelen nemen.

Artikel

54

Artikel

55

Kroatië kan in de eerste vier jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst ten aanzien van de vestiging van vennootschappen en onderdanen van de Gemeenschap maatregelen invoeren die van de bepalingen van dit hoofdstuk afwijken, indien bepaalde industrieën:

  • herstructureringen ondergaan of met grote moeilijkheden te kampen hebben, vooral wanneer deze ernstige sociale gevolgen in Kroatië hebben, of

  • geconfronteerd worden met verdwijning of drastische vermindering van het totale marktaandeel dat Kroatische vennootschappen of onderdanen in een gegeven sector of bedrijfstak in Kroatië hebben, of

  • voor Kroatië nieuwe industrieën zijn.

Dergelijke maatregelen:

  • i.

    zijn van toepassing tot uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst;

  • ii.

    zijn redelijk en noodzakelijk voor het oplossen van de situatie, en

  • iii.

    mogen niet tot discriminatie leiden met betrekking tot de activiteiten van vennootschappen of onderdanen van de Gemeenschap die bij de invoering van een gegeven maatregel reeds in Kroatië zijn gevestigd ten opzichte van Kroatische vennootschappen of onderdanen.

Bij het ontwerpen en uitvoeren van dergelijke maatregelen verleent Kroatië, wanneer zulks mogelijk is, een voorkeursbehandeling aan vennootschappen en onderdanen van de Gemeenschap en in geen geval een behandeling die minder gunstig is dan de behandeling die aan vennootschappen of onderdanen uit een derde land wordt verleend. Kroatië raadpleegt de Associatieraad vóór de invoering van deze maatregelen en legt deze niet eerder ten uitvoer dan één maand na de kennisgeving aan de Associatieraad van de concrete door Kroatië in te voeren maatregelen, behalve wanneer de dreiging van onherstelbare schade spoedeisende maatregelen vereist, in welk geval Kroatië de Associatieraad onmiddellijk na de invoering hiervan raadpleegt.

Na het verstrijken van het derde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst mogen dergelijke maatregelen door Kroatië uitsluitend met toestemming van de Stabilisatie- en Associatieraad en onder door deze raad vastgestelde voorwaarden worden ingevoerd of gehandhaafd.

Hoofdstuk

III

VERLENEN VAN DIENSTEN

Artikel

56

Artikel

57

Artikel

58

Ten aanzien van vervoersdiensten tussen de Gemeenschap en Kroatië zijn de volgende bepalingen van toepassing:

Hoofdstuk

IV

BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER

Artikel

60

Artikel

61

Hoofdstuk

V

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

62

Artikel

63

Voor de toepassing van deze titel belet geen van de bepalingen van deze overeenkomst de partijen hun wetten en voorschriften betreffende toelating en verblijf, werkgelegenheid, arbeidsvoorwaarden, vestiging van natuurlijke personen en het verrichten van diensten toe te passen, mits zij dat niet op zodanige wijze doen dat de voor een partij uit een specifieke bepaling van de overeenkomst voortvloeiende voordelen teniet gedaan of beperkt worden. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 62.

Artikel

64

Vennootschappen die gezamenlijk door Kroatische vennootschappen of onderdanen en vennootschappen of onderdanen van de Gemeenschap worden bestuurd en hun exclusieve eigendom zijn, vallen eveneens onder de bepalingen van deze titel.

Artikel

65

Artikel

66

Artikel

68

De bepalingen van deze overeenkomst doen geen afbreuk aan toepassing door elke partij van alle maatregelen die nodig zijn om te voorkomen dat de door haar getroffen maatregelen ten aanzien van toegang van derde landen tot haar markt worden ontdoken via de bepalingen van deze overeenkomst.

TITEL

VI

HARMONISATIE VAN WETGEVING, RECHTSHANDHAVING EN MEDEDINGINGSREGELS

Artikel

69

Artikel

70

Bepalingen betreffende mededinging en andere economische bepalingen

Artikel

71

Intellectuele, industriële en commerciële eigendom

Artikel

72

Overheidsopdrachten

Artikel

73

Normalisatie, metrologie, accreditering en conformiteitsbeoordeling

Artikel

74

Bescherming van de consument

De partijen werken samen om de normen voor de bescherming van de consument in Kroatië aan te passen aan die in de Gemeenschap. Effectieve bescherming van de consument is noodzakelijk voor een goed functionerende markteconomie, en deze bescherming is afhankelijk van de ontwikkeling van een administratieve infrastructuur voor markttoezicht en rechtshandhaving op dit terrein.

Daartoe en ter behartiging van hun gemeenschappelijke belangen zorgen de partijen voor:

  • harmonisatie van de wetgeving en de aanpassing van de bescherming van de consument in Kroatië aan de bescherming die de consument in de Gemeenschap geniet;

  • een beleid gericht op actieve bescherming van de consument, betere voorlichting en de ontwikkeling van onafhankelijke organisaties;

  • effectieve juridische bescherming van de consument teneinde de kwaliteit van consumptiegoederen te verbeteren en passende veiligheidsnormen in stand te houden.

Titel

VII

JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

INLEIDING

Artikel

75

Institutionele versterking en de rechtsstaat

Bij de samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken schenken de partijen bijzondere aandacht aan consolidatie van de rechtsstaat en institutionele versterking op alle niveaus, bij de overheid in het algemeen en bij de rechtshandhaving en het justitiële apparaat in het bijzonder.

De samenwerking op justitieel gebied zal vooral gericht zijn op de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en een doeltreffender rechtspraak, en op opleiding van rechtsbeoefenaars.

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET VERKEER VAN PERSONEN

Artikel

76

Visa, grenscontrole, asiel en migratie

Artikel

77

Preventie van en controle op illegale immigratie; overname

De lidstaten van de Europese Unie en Kroatië verstrekken hun onderdanen passende identiteitsdocumenten en de administratieve faciliteiten die voor dit doel noodzakelijk zijn.

SAMENWERKING INZAKE DE BESTRIJDING VAN HET WITWASSEN VAN GELD EN DE BESTRIJDING VAN DRUGS

Artikel

78

Witwassen van geld

Artikel

79

Samenwerking op het gebied van drugs

SAMENWERKING OP STRAFRECHTELIJK GEBIED

Artikel

80

Voorkoming en bestrijding van misdrijven en andere illegale activiteiten

Over de samenwerking aangaande voornoemde zaken zullen overleg en nauwe coördinatie tussen de partijen plaatsvinden.

TITEL

VIII

SAMENWERKINGSBELEID

Artikel

81

Artikel

82

Economisch beleid

Artikel

83

Samenwerking op het gebied van statistiek

Artikel

84

Financiële diensten, banksector, verzekeringen

Artikel

85

Stimulering en bescherming van investeringen

Artikel

86

Samenwerking op het gebied van de industrie

Artikel

87

Midden- en kleinbedrijf

De partijen streven ernaar het midden- en kleinbedrijf in de particuliere sector te ontwikkelen en te versterken, nieuwe ondernemingen op te richten op terreinen met groeipotentieel en de samenwerking tussen het midden- en kleinbedrijf in de Gemeenschap en Kroatië te vergroten.

Artikel

88

Toerisme

Artikel

89

Douane

Artikel

90

Belastingen

De partijen stellen samenwerking in op belastinggebied waaronder maatregelen voor de hervorming van het belastingstelsel, en de herstructurering van de belastingdienst, om te zorgen voor efficiëntie bij het innen van belastingen en de bestrijding van belastingfraude.

Artikel

91

Samenwerking op sociaal gebied

Artikel

92

Landbouw en de agro-industriële sector

De samenwerking op dit terrein is gericht op modernisering en herstructurering van de landbouw en de agro-industriële sector volgens de voorschriften en normen van de Gemeenschap, waterbeheer, plattelandsontwikkeling, geleidelijke harmonisatie van de wetgeving op sanitair en fytosanitair gebied met de communautaire normen, en de ontwikkeling van de visserij en de bosbouw in Kroatië.

Artikel

93

Visserij

De Gemeenschap en Kroatië onderzoeken de mogelijkheid gebieden van wederzijds belang in de visserijsector vast te stellen. Deze dienen naar hun aard tot wederzijds voordeel te strekken.

Artikel

94

Onderwijs en opleiding

Artikel

95

Samenwerking op cultureel gebied

De partijen verbinden zich ertoe de samenwerking op cultureel gebied te bevorderen. Deze samenwerking beoogt ondermeer het wederzijds begrip en het wederzijds respect voor personen, gemeenschappen en volkeren te doen toenemen.

Artikel

96

Informatie en communicatie

De Gemeenschap en Kroatië nemen de maatregelen die nodig zijn om de onderlinge uitwisseling van informatie te stimuleren. Prioriteit wordt verleend aan programma's die basisinformatie over de Gemeenschap verstrekken aan het algemene publiek en meer gespecialiseerde informatie aan professionele doelgroepen in Kroatië.

Artikel

97

Samenwerking op audiovisueel gebied

Artikel

98

Elektronische communicatie-infrastructuur en aanverwante diensten

Artikel

99

Informatiemaatschappij

De partijen versterken de samenwerking om de informatiemaatschappij in Kroatië verder te ontwikkelen. Algemene doelstellingen zijn: voorbereiding van de samenleving als geheel op het digitale tijdperk, het aantrekken van investeringen en de interoperabiliteit van netwerken en diensten.

De Kroatische autoriteiten evalueren met hulp van de Gemeenschap zorgvuldig alle politieke verbintenissen die in de Europese Unie worden aangegaan, met het doel het Kroatische beleid aan dat van de Unie aan te passen.

De Kroatische autoriteiten stellen een plan op voor de overname van de communautaire wetgeving op het gebied van de informatiemaatschappij.

Artikel

100

Vervoer

Artikel

101

Energie

Artikel

102

Nucleaire veiligheid

Artikel

103

Milieu

Artikel

104

Samenwerking op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling

Artikel

105

Regionale en plaatselijke ontwikkeling

De partijen versterken hun samenwerking op het gebied van regionale ontwikkeling, om bij te dragen tot de economische ontwikkeling en de regionale verschillen te verkleinen.

Specifieke aandacht wordt geschonken aan grensoverschrijdende, transnationale en interregionale samenwerking. Daartoe kunnen deskundigen en informatie worden uitgewisseld.

TITEL

IX

FINANCIËLE SAMENWERKING

Artikel

106

Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst en in overeenstemming met de artikelen 3, 107 en 109 komt Kroatië in aanmerking voor financiële steun van de Gemeenschap in de vorm subsidies en leningen, waaronder leningen van de Europese Investeringsbank.

Artikel

107

De financiële bijstand in de vorm van subsidies wordt gedekt door operationele maatregelen die bij een verordening van de Raad worden ingesteld, binnen een indicatief meerjarenkader dat door de Gemeenschap na overleg met Kroatië wordt opgesteld.

In het algemeen dient de bijstand in de vorm van institutionele opbouw en investeringen bij te dragen tot de democratische, economische en institutionele hervormingen in Kroatië, in overeenstemming met het stabilisatie- en associatieproces. De financiële bijstand kan betrekking hebben op alle terreinen van de harmonisatie van wetgeving en het samenwerkingsbeleid waarin deze overeenkomst voorziet, met inbegrip van justitie en binnenlandse zaken. Aandacht dient te worden geschonken aan volledige uitvoering van de in Protocol nr. 6 vastgestelde infrastructuurprojecten van gemeenschappelijk belang.

Artikel

108

In het geval van bijzondere noodzaak kan de Gemeenschap op verzoek van Kroatië, in overleg met de internationale financiële instellingen, onderzoeken of bij wijze van uitzondering macrofinanciële bijstand kan worden verleend, op bepaalde voorwaarden en met inachtneming van de beschikbaarheid van alle financiële middelen.

Artikel

109

Met het oog op optimale benutting van de beschikbare middelen zien de partijen erop toe dat de bijdragen van de Gemeenschap worden verstrekt in nauwe coördinatie met andere financieringsbronnen, zoals lidstaten, andere landen en internationale financiële instellingen.

Hiertoe wisselen de partijen geregeld informatie uit over alle typen bijstand.

TITEL

X

INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

110

Een Stabilisatie- en Associatieraad wordt opgericht, die toezicht houdt op de toepassing en de tenuitvoerlegging van de overeenkomst. De raad komt op passend niveau bijeen, met regelmatige tussenpozen en telkens wanneer de omstandigheden dat vereisen. De Stabilisatie- en Associatieraad behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de overeenkomst voordoen en alle andere bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

Artikel

111

Artikel

112

Om de doelstellingen van de overeenkomst te bereiken, krijgt de Stabilisatie- en Associatieraad de bevoegdheid besluiten te nemen binnen de toepassingssfeer van deze overeenkomst voor de in de overeenkomst vermelde gevallen. De besluiten van de Stabilisatie- en Associatieraad zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Stabilisatie- en Associatieraad kan tevens passende aanbevelingen doen. De besluiten en aanbevelingen van de Stabilisatie- en Associatieraad worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de partijen.

Artikel

113

Elk van de partijen mag ieder geschil dat verband houdt met de toepassing of de interpretatie van deze overeenkomst aan de Stabilisatie- en Associatieraad voorleggen. De Stabilisatie- en Associatieraad kan het geschil door middel van een bindend besluit beslechten.

Artikel

114

Artikel

115

Het Stabilisatie- en Associatiecomité kan subcomités oprichten.

Artikel

116

Een Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité wordt opgericht. Dit dient als forum waar leden van het Kroatische parlement en het Europees Parlement elkaar kunnen ontmoeten en van gedachten kunnen wisselen. Het comité komt bijeen met door het comité zelf te bepalen tussenpozen.

Het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité bestaat uit enerzijds leden van het Europees Parlement en anderzijds leden van het Kroatische parlement.

Het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.

Het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité wordt beurtelings voorgezeten door het Europees Parlement en het Kroatische parlement, overeenkomstig de in het reglement van orde neer te leggen bepalingen.

Artikel

117

Binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst verbinden beide partijen zich ertoe te waarborgen dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere partij, zonder discriminatie ten opzichte van haar eigen onderdanen, toegang krijgen tot de ter zake bevoegde gerechtelijke instanties en administratieve lichamen van de partijen, ter verdediging van hun individuele rechten en hun eigendomsrechten.

Artikel

118

Niets in de overeenkomst belet een partij maatregelen te nemen:

  • a.

    die zij nodig acht om onthulling te beletten van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist;

  • b.

    die verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmaterieel of met onderzoek, ontwikkeling of productie die onmisbaar zijn voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor producten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;

  • c.

    die zij van vitaal belang acht voor haar eigen veiligheid in geval van ernstige binnenlandse problemen die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan.

Artikel

119

Artikel

120

Artikel

121

De partijen komen overeen op verzoek van elk van de partijen onmiddellijk overleg te plegen via passende kanalen, om kwesties met betrekking tot de interpretatie of tenuitvoerlegging van deze overeenkomst en andere relevante aspecten van de betrekkingen tussen de partijen te bespreken.

De bepalingen van dit artikel hebben geen invloed op en gelden onverminderd de artikelen 31, 38, 39 en 43.

Artikel

122

Totdat krachtens deze overeenkomst gelijkwaardige rechten voor personen en ondernemers zijn verworven, doet de overeenkomst geen afbreuk aan rechten die hun worden verleend bij bestaande overeenkomsten tussen een of meer lidstaten, enerzijds, en Kroatië, anderzijds.

Artikel

123

De Protocollen nrs. 1, 2, 3, 4, 5 en 6 en de bijlagen I tot en met VIII vormen een integrerend bestanddeel van de overeenkomst.

Artikel

124

De overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

Elk van beide partijen kan deze overeenkomst door kennisgeving aan de andere partij opzeggen. De overeenkomst verstrijkt zes maanden na de datum van genoemde kennisgeving.

Artikel

125

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder „partijen" verstaan de Gemeenschap, of haar lidstaten, of de Gemeenschap en haar lidstaten, in overeenstemming met hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en Kroatië, anderzijds.

Artikel

127

De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie is de depositaris van deze overeenkomst.

Artikel

128

Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud in elk van de officiële talen van de partijen, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel

129

De overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de partijen elkaar ervan in kennis stellen dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.

Artikel

130

Interimovereenkomst

De partijen komen overeen dat, indien in afwachting van de voltooiing van de procedures die nodig zijn voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst, de bepalingen van bepaalde gedeelten van deze overeenkomst, met name die met betrekking tot het vrije verkeer van goederen, door middel van een interimovereenkomst tussen de Gemeenschap en Kroatië tot uitvoering worden gebracht, voor de toepassing van titel IV, artikelen 70 en 71, van deze overeenkomst en van de Protocollen nrs. 1 tot en met 5 alsmede de relevante bepalingen van Protocol nr. 6, onder de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst wordt verstaan de datum van inwerkingtreding van de interimovereenkomst, voor wat betreft de verplichtingen die in deze artikelen en protocollen zijn opgenomen.

Protocol

nr. 1

Inzake textiel- en kledingproducten

Artikel

1

Dit protocol heeft betrekking op textiel en kledingproducten (hierna „textielproducten" genoemd) die zijn vermeld in afdeling XI (hoofdstuk 50 tot en met 63) van de gecombineerde nomenclatuur van de Gemeenschap.

Artikel

2

Artikel

3

De regeling voor dubbele controle en aanverwante kwesties in verband met de uitvoer van textielproducten van oorsprong uit Kroatië naar de Gemeenschap en van textielproducten van oorsprong uit de Gemeenschap naar Kroatië zijn onderworpen aan de bepalingen van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Kroatië inzake de handel in textielproducten, die op 8 november 2000 is geparafeerd en sinds 1 januari 2001 wordt toegepast.

Artikel

4

Vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden geen nieuwe kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking ingesteld, tenzij dit op grond van bovengenoemde overeenkomst en de daarbij behorende protocollen is toegestaan.

Protocol

nr 2

Inzake ijzer- en staalproducten

Artikel

1

Dit protocol is van toepassing op de producten die zijn vermeld in hoofdstuk 72 van het gemeenschappelijk douanetarief. Het is eveneens van toepassing op andere onder dit hoofdstuk vallende eindproducten van ijzer en staal die in de toekomst uit Kroatië van oorsprong kunnen zijn.

Artikel

2

Douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op ijzer- en staalproducten van oorsprong uit Kroatië worden bij de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

De artikelen 19, 20 en 21 van de overeenkomst zijn van toepassing op de handel in ijzer- en staalproducten tussen de partijen.

Artikel

7

De partijen komen overeen dat overeenkomstig het bepaalde in artikel 115 van de overeenkomst een contactgroep zal worden opgericht, die als taak heeft de tenuitvoerlegging van dit protocol te volgen en te evalueren.

Protocol

nr. 3

Inzake de handel tussen Kroatië en de gemeenschap in bewerkte landbouwproducten

Artikel

1

Artikel

2

De overeenkomstig artikel 1 toegepaste rechten kunnen bij besluit van de Stabilisatie- en Associatieraad worden verlaagd:

  • wanneer in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Kroatië de op basislandbouwproducten toegepaste rechten worden verlaagd, of

  • naar aanleiding van verlagingen die het gevolg zijn van wederzijdse concessies voor verwerkte landbouwproducten.

Artikel

3

De Gemeenschap en Kroatië stellen elkaar in kennis van de administratieve regelingen die zijn vastgesteld voor de onder dit protocol vallende producten. Deze regelingen dienen een gelijke behandeling van alle betrokken partijen te waarborgen en dienen zo eenvoudig en soepel mogelijk te zijn.

Protocol

4

Definitie van het begrip "producten van oorsprong" en regelingen voor administratieve samenwerking

Titel

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „vervaardiging": elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;

  • b.

    „materiaal": alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen en dergelijke die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;

  • c.

    „product": het verkregen product, ook indien dit bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;

  • d.

    „goederen": zowel materialen als producten;

  • e.

    „douanewaarde": de waarde zoals bepaald bij de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 (Overeenkomst inzake de douanewaarde van de WTO);

  • f.

    „prijs af fabriek": de prijs die voor het product af fabriek is betaald aan de fabrikant in de Gemeenschap of in Kroatië in wiens bedrijf de laatste be- of verwerking is verricht, mits in die prijs de waarde van alle gebruikte materialen is inbegrepen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;

  • g.

    „waarde van de materialen": de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de Gemeenschap of in Kroatië is betaald;

  • h.

    „waarde van de materialen van oorsprong": de waarde van deze materialen als omschreven onder g), welke omschrijving van dienovereenkomstige toepassing is;

  • i.

    „toegevoegde waarde": de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van alle gebruikte materialen van oorsprong uit de andere partij of, indien de douanewaarde niet bekend is of niet kan worden vastgesteld, de eerste verifieerbare prijs die in de Gemeenschap of in Kroatië voor deze materialen werd betaald;

  • j.

    „hoofdstukken" en „posten": de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit protocol „geharmoniseerd systeem" of „GS" genoemd;

  • k.

    „ingedeeld": de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;

  • l.

    „zending": producten die gelijktijdig van één exporteur naar één geadresseerde worden verzonden of vergezeld gaan van één vervoersdocument dat de verzending van de exporteur naar de geadresseerde dekt, of bij gebreke daarvan, één factuur;

  • m.

    „gebieden": ook de territoriale wateren.

Titel

II

DEFINITIE VAN HET BEGRIP „PRODUCTEN VAN OORSPRONG"

Artikel

2

Algemene voorwaarden

Artikel

3

Bilaterale cumulatie in de Gemeenschap

Materialen van oorsprong uit Kroatië worden beschouwd als materialen van oorsprong uit de Gemeenschap, indien ze in een aldaar verkregen product zijn opgenomen. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan, mits ze evenwel een be- of verwerking hebben ondergaan die meer omvat dan de in artikel 7, lid 1, genoemde be- of verwerkingen.

Artikel

4

Bilaterale cumulatie in Kroatië

Materialen van oorsprong uit de Gemeenschap worden beschouwd als materialen van oorsprong uit Kroatië, indien ze in een aldaar verkregen product zijn opgenomen. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan, mits ze evenwel een be- of verwerking hebben ondergaan die meer omvat dan de in artikel 7, lid 1, genoemde be- of verwerkingen.

Artikel

5

Geheel en al verkregen producten

Artikel

6

Toereikende bewerking of verwerking

Artikel

7

Ontoereikende bewerking of verwerking

Artikel

8

Determinerende eenheid

Artikel

9

Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen

Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden geleverd en deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs daarvan zijn inbegrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht één geheel te vormen met het materieel en de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.

Artikel

10

Stellen of assortimenten

Stellen of assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem, worden als van oorsprong beschouwd indien alle samenstellende delen van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt evenwel als van oorsprong beschouwd indien de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15 procent van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt.

Artikel

11

Neutrale elementen

Om te bepalen of een product van oorsprong is, is het niet noodzakelijk de oorsprong na te gaan van:

  • a.

    energie en brandstof;

  • b.

    fabrieksuitrusting;

  • c.

    machines en werktuigen;

  • d.

    goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren daarin voor te komen.

Titel

III

TERRITORIALE VOORWAARDEN

Artikel

12

Territorialiteitsbeginsel

Artikel

13

Rechtstreeks vervoer

Artikel

14

Tentoonstellingen

Titel

IV

TERUGGAVE OF VRIJSTELLING

Artikel

15

Verbod op teruggave en vrijstelling van douanerechten

Titel

V

BEWIJS VAN DE OORSPRONG

Artikel

16

Algemene voorwaarden

Artikel

17

Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Artikel

18

Afgifte achteraf van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

„NACHTRÄGLICH AUSGESTELLT", „DÉLIVRÉ A POSTERIORI", „RILASCIATO A POSTERIORI", „AFGEGEVEN A POSTERIORI", „ISSUED RETROSPECTIVELY", „UDSTEDT EFTERFØLGENDE", „ΕΚΔΟΘΕΝ ΕΚ ΤΩΝ ϒΣΤΕΡΩΝ ", „EXPEDIDO A POSTERIORI", „EMITIDO A POSTERIORI", „ANNETTU JALKIKÄTEEN", „UTFÄRDAT I EFTERHAND", „NAKNADNO IZDANO".

Artikel

19

Afgifte van een duplicaat van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

„DUPLIKAT", „DUPLICATA", „DUPLICATO", „DUPLICAAT", „DUPLICATE", „ΑΝΤΙΓΡΑΦΩ", „DUPLICADO", „SEGUNDA VIA", „KAKSOISKAPPALE".

Artikel

20

Afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong

Voor producten van oorsprong die in de Gemeenschap of in Kroatië onder toezicht van een douanekantoor zijn geplaatst, kan het oorspronkelijke bewijs van oorsprong door een of meer certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 worden vervangen bij verzending van deze producten of een gedeelte daarvan naar een andere plaats in de Gemeenschap of in Kroatië. Dit certificaat of deze certificaten worden afgegeven door het douanekantoor dat op de producten toezicht houdt.

Artikel

21

Voorwaarden voor het opstellen van een factuurverklaring

Artikel

22

Toegelaten exporteurs

Artikel

23

Geldigheid van het bewijs van oorsprong

Artikel

24

Overlegging van het bewijs van oorsprong

Bewijzen van oorsprong worden bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend overeenkomstig de aldaar geldende procedures. Deze autoriteiten kunnen een vertaling van het bewijs van oorsprong verlangen. Zij kunnen voorts eisen dat de aangifte ten invoer vergezeld gaat van een verklaring van de importeur dat de producten aan de voorwaarden voor de toepassing van de overeenkomst voldoen.

Artikel

25

Invoer in deelzendingen

Wanneer, op verzoek van de importeur en op de door de douaneautoriteiten van het land van invoer vastgestelde voorwaarden, gedemonteerde of niet-gemonteerde producten in de zin van algemene regel 2 a) voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem, vallende onder de afdelingen XVI en XVII of de posten 7308 en 9406 van het geharmoniseerd systeem, in deelzendingen worden ingevoerd, wordt één enkel bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten ingediend bij de invoer van de eerste deelzending.

Artikel

26

Vrijstelling van bewijs van oorsprong

Artikel

27

Ondersteunende documenten

De in artikel 17, lid 3, en artikel 21, lid 3, bedoelde documenten aan de hand waarvan wordt aangetoond dat producten die worden gedekt door een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of een factuurverklaring, producten van oorsprong uit de Gemeenschap of Kroatië zijn en aan de andere voorwaarden van dit protocol voldoen, kunnen onder meer de volgende zijn:

  • a.

    een rechtstreeks bewijs, bijvoorbeeld aan de hand van de boekhouding of de interne administratie van de exporteur of leverancier, van de door deze uitgevoerde be- of verwerkingen om de producten te verkrijgen;

  • b.

    in de Gemeenschap of in Kroatië afgegeven of opgestelde en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt;

  • c.

    in de Gemeenschap of in Kroatië afgegeven of opgestelde en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit be- of verwerking in de Gemeenschap of in Kroatië blijkt;

  • d.

    certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of factuurverklaringen waaruit blijkt dat de gebruikte materialen van oorsprong zijn, die overeenkomstig dit protocol in de Gemeenschap of in Kroatië zijn afgegeven of opgesteld.

Artikel

28

Bewaring van het bewijs van oorsprong en de ondersteunende documenten

Artikel

29

Verschillen en vormfouten

Artikel

30

In euro uitgedrukte bedragen

Titel

VI

REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING

Artikel

31

Wederzijdse bijstand

Artikel

32

Controle van bewijzen van oorsprong

Artikel

33

Beslechting van geschillen

Geschillen ten aanzien van de in artikel 32 bedoelde controles die niet onderling geregeld kunnen worden tussen de douaneautoriteiten die de controle hebben aangevraagd en de douaneautoriteiten die deze hebben moeten uitvoeren, en problemen in verband met de interpretatie van dit Protocol worden aan de Stabilisatie- en Associatiecomité voorgelegd.

In alle gevallen is de wetgeving van het land van invoer van toepassing op de regeling van geschillen tussen een importeur en de douaneautoriteiten van het land van invoer.

Artikel

34

Sancties

Tegen eenieder die een document met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen met het doel producten onder de preferentiële regeling te doen vallen, worden sancties getroffen.

Artikel

35

Vrije zones

Titel

VII

CEUTA EN MELILLA

Artikel

36

Toepassing van het protocol

Artikel

37

Bijzondere voorwaarden

Titel

VIII

SLOTBEPALINGEN

Artikel

38

Wijziging van het protocol

De Stabilisatie- en Associatieraad kan besluiten bepalingen van dit protocol te wijzigen.

Protocol

nr. 5

inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „douanewetgeving": de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die op het grondgebied van de partijen van toepassing zijn op de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing daarvan onder andere douaneregelingen of -procedures, met inbegrip van verbods-, beperkings- en controlemaatregelen;

  • b.

    „verzoekende autoriteit": een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een overeenkomstsluitende partij is aangewezen en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand indient;

  • c.

    „aangezochte autoriteit": een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een overeenkomstsluitende partij is aangewezen en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand ontvangt;

  • d.

    „persoonsgegevens": alle informatie betreffende een natuurlijke persoon wiens identiteit bekend is of kan worden vastgesteld;

  • e.

    „met de douanewetgeving strijdige handeling": elke overtreding of poging tot overtreding van de douanewetgeving.

Artikel

2

Toepassingsgebied

Artikel

3

Bijstand op verzoek

Artikel

4

Ongevraagde bijstand

De overeenkomstsluitende partijen verlenen elkaar ongevraagd bijstand overeenkomstig hun wetten, voorschriften en andere rechtsinstrumenten indien zij dit noodzakelijk achten voor de juiste toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder indien zij informatie hebben verkregen over:

  • handelingen die met deze wetgeving in strijd zijn of lijken te zijn en die van belang kunnen zijn voor de andere overeenkomstsluitende partij;

  • nieuwe middelen of methoden die bij overtredingen van de douanewetgeving worden gebruikt;

  • goederen die het voorwerp vormen van handelingen in strijd met de douanewetgeving;

  • natuurlijke personen of rechtspersonen van wie redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij handelingen verrichten of hebben verricht die met de douanewetgeving in strijd zijn;

  • middelen van vervoer waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij gebruikt zijn of kunnen worden om handelingen te verrichten die met de douanewetgeving in strijd zijn.

Artikel

5

Afgifte van documenten en kennisgeving van besluiten

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit overeenkomstig haar wet- en regelgeving alle maatregelen die nodig zijn voor:

  • de afgifte van documenten

  • de kennisgeving van besluiten

die van de verzoekende autoriteit uitgaan en verband houden met de toepassing van dit protocol, aan een geadresseerde die op het grondgebied van de aangezochte autoriteit verblijft of gevestigd is.

Verzoeken om verstrekking van documenten of kennisgeving van besluiten worden schriftelijk aan de aangezochte autoriteit gericht in een officiële taal van die autoriteit of in een voor die autoriteit aanvaardbare taal.

Artikel

6

Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand

Artikel

7

Behandeling van verzoeken

Artikel

8

Vorm waarin de informatie dient te worden verstrekt

Artikel

9

Gevallen waarin geen bijstand behoeft te worden verleend

Artikel

10

Uitwisseling van informatie en geheimhouding

Artikel

11

Deskundigen en getuigen

Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd, binnen de perken van de hem verleende machtiging, als getuige of deskundige op te treden in gerechtelijke of administratieve procedures die betrekking hebben op aangelegenheden waarop dit protocol van toepassing is, en daarbij de voor deze procedures noodzakelijke voorwerpen, bescheiden of gewaarmerkte kopieën over te leggen. In de convocatie dient uitdrukkelijk te worden vermeld over welke aangelegenheid en in welke functie of hoedanigheid de betrokken ambtenaar zal worden ondervraagd.

Artikel

12

Kosten van de bijstand

De overeenkomstsluitende partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die ter uitvoering van dit protocol zijn gemaakt, met uitzondering, in voorkomend geval, van de uitgaven voor deskundigen, getuigen, tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel

13

Tenuitvoerlegging

Artikel

14

Andere overeenkomsten

Protocol

nr. 6

inzake het vervoer over land

Artikel

1

Doel

Het doel van dit protocol is de samenwerking tussen de partijen inzake het vervoer over land, in het bijzonder het transitoverkeer, te bevorderen en in dat verband toe te zien op gecoördineerde ontwikkeling van het vervoer door en via de grondgebieden van de partijen, door middel van de volledige en coherente toepassing van alle bepalingen van dit protocol.

Artikel

2

Toepassingsgebied

Artikel

3

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „communautair transitoverkeer": de doorvoer van goederen over het grondgebied van Kroatië door een in de Gemeenschap gevestigde transporteur vanuit of naar een lidstaat van de Gemeenschap;

  • b.

    „Kroatisch transitoverkeer": de doorvoer van goederen over het grondgebied van de Gemeenschap door een in Kroatië gevestigde transporteur, van Kroatië naar een derde land of van een derde land naar Kroatië;

  • c.

    „gecombineerd vervoer": het goederenvervoer waarbij de vrachtwagen, de aanhangwagen, de oplegger met of zonder trekker, de wissellaadbak of de container van 20 voet en meer gebruik maken van de weg voor het eerste of het laatste gedeelte in het traject, en voor het andere gedeelte van het spoor of de binnenwateren, of van een zeetraject wanneer dat traject meer bedraagt dan 100 km hemelsbreed gemeten, en het begin- of het eindvervoer over de weg verrichten:

    • hetzij tussen de laadplaats van de goederen en het dichtstbij gelegen geschikte station van inlading, voor wat het beginvervoer betreft, en tussen het dichtstbij gelegen geschikte station van uitlading en de losplaats van de goederen, voor wat het eindvervoer betreft;

    • hetzij binnen een afstand van ten hoogste 150 km hemelsbreed gemeten, vanaf de rivier- of zeehaven van in- of van uitlading.

Infrastructuur

Artikel

4

Algemeen

De partijen komen overeen maatregelen voor de ontwikkeling van de vervoersinfrastructuur te nemen en op elkaar af te stemmen, als een wezenlijk middel om de problemen op te lossen die zich voordoen in het goederenvervoer door Kroatië, met name op de pan-Europese corridors V, VII en X en het Adriatisch/Ionisch pan-Europees vervoersgebied met aansluiting op corridor VIII.

Artikel

5

Planning

De ontwikkeling van een multimodaal regionaal vervoersnetwerk op het grondgebied van Kroatië dat aan de behoeften van Kroatië en van Zuidoost-Europa voldoet en de belangrijkste weg- en spoorwegverbindingen, binnenwateren, binnenhavens, havens, luchthavens en andere relevante knooppunten van het netwerk omvat, is voor de Gemeenschap en voor Kroatië van bijzonder belang. Dit netwerk moet worden gekoppeld aan de regionale, trans-Europese of pan-Europese netwerken van de buurlanden, en verenigbaar zijn met het Trans-Europese vervoersnetwerk van de Gemeenschap. De projecten en prioriteiten in dit verband zullen worden beoordeeld aan de hand van de methoden van de beoordeling van de behoeften inzake de vervoersinfrastructuur (TINA), met inachtneming van de TINA-resultaten van de buurlanden. Deze beoordeling moet ertoe leiden dat de vervoersprioriteiten kunnen worden vastgesteld bij de toewijzing van de eigen middelen van Kroatië en eventuele financiering door de Gemeenschap van projecten in dit netwerk.

Artikel

6

Financiële aspecten

Vervoer per spoor en gecombineerd vervoer

Artikel

7

Algemeen

De partijen nemen de nodige maatregelen voor de ontwikkeling en de bevordering van het vervoer per spoor en van het gecombineerde vervoer en stemmen deze op elkaar af, met het doel een groot deel van het bilaterale verkeer met en het transitoverkeer door Kroatië in de toekomst op milieuvriendelijker wijze te doen plaatsvinden.

Artikel

8

Bijzondere aspecten met betrekking tot de infrastructuur

In het kader van de modernisering van de Kroatische spoorwegen zal het nodige worden gedaan om deze aan het gecombineerde vervoer aan te passen, met bijzondere aandacht voor de ontwikkeling of aanleg van terminals, de afmetingen van de tunnels en de capaciteit, waarvoor aanzienlijke investeringen vereist zijn.

Artikel

9

Begeleidende maatregelen

De partijen nemen alle nodige maatregelen ter bevordering van het gecombineerde vervoer.

Deze maatregelen hebben ten doel:

  • gebruikers en expediteurs aan te moedigen van het gecombineerde vervoer gebruik te maken;

  • het gecombineerde vervoer concurrerend te maken ten opzichte van het wegvervoer, met name door middel van financiële steun van de Gemeenschap of Kroatië in het kader van hun respectieve wetgevingen;

  • het gebruik van het gecombineerde vervoer over lange afstanden te bevorderen en met name het gebruik van wissellaadbakken, containers en vervoer zonder begeleiding in het algemeen te bevorderen;

  • de snelheid en betrouwbaarheid van het gecombineerde vervoer te verbeteren, in het bijzonder door:

  • de frequentie van konvooien te verhogen en aan de behoeften van de expediteurs en gebruikers aan te passen;

  • de wachttijden bij terminals te bekorten en de productiviteit ervan op te voeren;

  • het gecombineerde vervoer toegankelijker te maken door belemmeringen op toegangswegen op gepaste wijze weg te nemen;

  • de gewichten, maten en technische kenmerken van het gespecialiseerde materiaal indien nodig te harmoniseren, en met name te zorgen voor de nodige compatibiliteit van de afmetingen, en overleg te plegen bij de bestelling en het in bedrijf nemen van het als gevolg van de ontwikkeling van het verkeer vereiste materieel;

  • en in het algemeen alle andere passende maatregelen te nemen.

Artikel

10

Rol van de spoorwegen

In het licht van de verdeling van de bevoegdheden tussen de staat en de spoorwegen doen de partijen hun spoorwegmaatschappijen de aanbeveling om zowel voor het personen- als het goederenvervoer:

  • de bilaterale en multilaterale samenwerking en de samenwerking in het kader van internationale spoorwegorganisaties op alle gebieden te versterken, in het bijzonder ten aanzien van de verbetering van de kwaliteit en de veiligheid van de vervoersdiensten;

  • gezamenlijk te streven naar een organisatie van de spoorwegen die expediteurs ertoe aanmoedigt hun goederen per spoor in plaats van over de weg te vervoeren, met name voor transitodoeleinden, op basis van eerlijke concurrentie en met behoud van de vrije keuze van de gebruiker;

  • de deelname van Kroatië aan het Trans-Europese netwerk voor vrachtvervoer voor te bereiden, zoals dit is gedefinieerd in het acquis van de Gemeenschap inzake de ontwikkeling van de spoorwegen.

Vervoer over de weg

Artikel

11

Algemene bepalingen

Artikel

12

Toegang tot de markt

De partijen verbinden zich bij voorrang ertoe samen te werken om, afhankelijk van hun interne voorschriften, te zoeken naar:

  • regelingen ter bevordering van een vervoersstelsel dat beantwoordt aan de behoeften van beide partijen en dat enerzijds verenigbaar is met de voltooiing van de interne markt van de Gemeenschap en het gemeenschappelijke vervoersbeleid, en anderzijds met de economische politiek en het vervoersbeleid van Kroatië;

  • een definitieve regeling voor de toegang tot elkaars markt voor vervoer over de weg op basis van wederkerigheid.

Artikel

13

Belastingen, tol en andere heffingen

Artikel

14

Afmetingen en gewichten

Artikel

15

Milieu

Artikel

16

Sociale aspecten

Artikel

17

Bepalingen betreffende het verkeer

Vereenvoudiging van formaliteiten

Artikel

18

Vereenvoudiging van formaliteiten

Slotbepalingen

Artikel

19

Verruiming van het toepassingsgebied

Indien één van de partijen bij de toepassing van dit protocol tot de conclusie komt dat andere maatregelen, die niet onder het toepassingsgebied van dit protocol vallen, in het belang van een gecoördineerd Europees vervoersbeleid zijn en met name het probleem van het transitoverkeer kunnen helpen oplossen, dan legt zij de andere partij voorstellen voor zulke maatregelen voor.

Artikel

20

Tenuitvoerlegging

Artikel

21

Bijlagen

De bijlagen vormen een integrerend onderdeel van dit protocol.

Slotakte

De gevolmachtigden van:

het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en het Verdrag betreffende de Europese Unie,

hierna „de lidstaten" genoemd, en van

de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna „de Gemeenschap" genoemd,

enerzijds, en

de gevolmachtigde van de Republiek Kroatië,

anderzijds,

bijeengekomen te Luxemburg op 29/10/2001 voor de ondertekening van de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kroatië, anderzijds, hierna de „overeenkomst" genoemd,

hebben bij de ondertekening de volgende teksten goedgekeurd:

de overeenkomst, de bijlagen I tot en met VIII:

Bijlage I (artikel 18, lid 2):

Tariefconcessies van Kroatië voor industrieproducten van de Gemeenschap

Bijlage II (artikel 18, lid 3):

Tariefconcessies van Kroatië voor industrieproducten van de Gemeenschap

Bijlage III (artikel 27, lid 2):

EG-definitie van „baby beef"

Bijlage IV a) (artikel 27, lid 3, onder a), i):

Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (met nulrecht voor onbeperkte hoeveelheden vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst)

Bijlage IV b) (artikel 27, lid 3, onder b), ii):

Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (met nulrecht binnen een contingent vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst)

Bijlage IV c) (artikel 27, lid 3, onder b), i):

Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (met nulrecht voor onbeperkte hoeveelheden vanaf één jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst)

Bijlage IV d) (artikel 27, lid 3, onder c), i):

Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (geleidelijke afschaffing van meestbegunstigingsrechten binnen tariefcontingenten)

Bijlage IV e) (artikel 27, lid 3, onder e), ii):

Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (geleidelijke verlaging van meestbegunstigingsrechten voor onbeperkte hoeveelheden)

Bijlage IV f) (artikel 27, lid 3, onder c), ii):

Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (geleidelijke verlaging van meestbegunstigingsrechten binnen tariefcontingenten)

Bijlage V a):

Producten bedoeld in artikel 28, lid 1

Bijlage V b):

Producten bedoeld in artikel 28, lid 2

Bijlage VI (artikel 50):

Vestiging: Financiële diensten

Bijlage VII (artikel 60, lid 2):

Verwerving van onroerend goed door onderdanen van de EU

– Lijst van uitzonderingen

Bijlage VIII (artikel 71):

Intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten: Lijst van verdragen

en de volgende protocollen:

Protocol nr. 1

inzake textiel- en kledingproducten

Protocol nr. 2

inzake staalproducten

Protocol nr. 3

inzake de handel tussen Kroatië en de Gemeenschap in bewerkte landbouwproducten

Protocol nr. 4

inzake de definitie van het begrip „producten van oorsprong" en regelingen voor administratieve samenwerking

Protocol nr. 5

inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Protocol nr. 6

inzake het vervoer over land

De gevolmachtigden van de lidstaten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigde van de Republiek Kroatië hebben de volgende gemeenschappelijke verklaringen aangenomen, die aan deze slotakte zijn gehecht:

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de artikelen 21 en 29 van de overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 41 van de overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 45 van de overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 46 van de overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 58 van de overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 60 van de overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 71 van de overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 120 van de overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende het Vorstendom Andorra

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de Republiek San Marino

De gevolmachtigde van de lidstaten van de Gemeenschap heeft kennis genomen van de eenzijdige verklaring van de Gemeenschap en haar lidstaten, die aan deze slotakte is gehecht:

Gemeenschappelijke verklaringen

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de artikelen 21 en 29

De partijen verklaren dat zij bij de tenuitvoerlegging van de artikelen 21 en 29 in de Stabilisatie- en Associatieraad de effecten van eventuele door Kroatië met derde landen gesloten preferentiële overeenkomsten zullen onderzoeken (dit is niet van toepassing op de landen waarvoor het stabilisatie- en associatieproces van de EU is ingesteld of op andere aangrenzende landen die geen lidstaat van de EU zijn). Dit onderzoek kan leiden tot aanpassing van de concessies die Kroatië aan de Europese Gemeenschap verleent, indien Kroatië deze landen aanmerkelijk gunstiger concessies aanbiedt.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 41

  • 1.

    De Gemeenschap verklaart zich bereid tot onderzoek in de Stabilisatie- en Associatieraad naar de deelname van Kroatië aan de diagonale cumulatie van de oorsprongsregels zodra aan de economische en commerciële en andere relevante voorwaarden voor diagonale cumulatie is voldaan.

  • 2.

    Dit in aanmerking genomen, verklaart Kroatië zich bereid zo spoedig mogelijk onderhandelingen over economische en commerciële samenwerking te openen, teneinde vrijhandelsgebieden tot stand te brengen met in het bijzonder de andere landen waarop het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie van toepassing is.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 45

Er is overeengekomen dat het begrip „kinderen" wordt gedefinieerd in overeenstemming met de nationale wetgeving van het betrokken gastland.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 46

Er is overeengekomen dat het begrip „gezinsleden" wordt gedefinieerd in overeenstemming met de nationale wetgeving van het betrokken gastland.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 58

De partijen verklaren zo spoedig mogelijk besprekingen te willen aangaan over toekomstige samenwerking op het gebied van het luchtvervoer.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 60

De partijen komen overeen dat de bepalingen van artikel 60 niet mogen worden geïnterpreteerd als een beletsel voor de vaststelling van evenredige, niet discriminerende beperkingen op de verwerving van onroerend goed op basis van het algemeen belang, en niet anderszins van invloed zijn op de voorschriften van de partijen inzake de eigendom van onroerend goed, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.

Overeengekomen wordt dat de verwerving van onroerend goed door Kroatische onderdanen in de lidstaten van de Europese Unie is toegestaan overeenkomstig de toepasselijke communautaire wetgeving, met inachtneming van de specifieke uitzonderingsbepalingen waarin deze voorziet, en toegepast in overeenstemming met de toepasselijke nationale wetgeving van de lidstaten van de Europese Unie.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 71

De partijen komen overeen dat voor de toepassing van de overeenkomst intellectuele, industriële en commerciële eigendom inzonderheid het volgende omvat: auteursrechten, met inbegrip van de auteursrechten op computerprogramma's, en naburige rechten, de rechten voor databanken, octrooien, industriële ontwerpen, handelsmerken en dienstmerken, topografieën van geïntegreerde schakelingen, geografische aanduidingen, met inbegrip van benamingen van oorsprong, alsmede bescherming tegen oneerlijke mededinging als bedoeld in artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom en van niet-openbaargemaakte informatie over knowhow.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 120

  • a.

    De partijen komen met het oog op de uitlegging en de praktische toepassing van de overeenkomst overeen dat onder de in artikel 120 van de overeenkomst bedoelde bijzonder dringende gevallen wordt verstaan: gevallen van wezenlijke inbreuk op de overeenkomst door één van de partijen. Wezenlijke inbreuk op de overeenkomst houdt in:

    • -

      afwijzing van de overeenkomst die niet in overeenstemming is met de algemene regels van het internationaal recht;

    • -

      schending van de in artikel 2 genoemde essentiële elementen van de overeenkomst.

  • b.

    De partijen komen overeen dat onder de in artikel 120 genoemde „passende maatregelen" wordt verstaan: maatregelen die in overeenstemming zijn met het internationaal recht. Indien een partij in een bijzonder dringend geval op grond van artikel 120 een maatregel neemt, kan de andere partij een beroep doen op de regeling inzake geschillenbeslechting.

Verklaringen betreffende Protocol nr. 4

Gemeenschappelijke verklaring betreffende het Vorstendom Andorra

  • 1.

    Producten van oorsprong uit het Vorstendom Andorra die vallen onder de hoofdstukken 25 tot en met 97 van het geharmoniseerd systeem, worden door Kroatië aanvaard als producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze overeenkomst.

  • 2.

    Protocol nr. 4 is van overeenkomstige toepassing op de definitie van de oorsprong van deze producten.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de Republiek San Marino

  • 1.

    Producten van oorsprong uit de Republiek San Marino worden door Kroatië aanvaard als producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze overeenkomst.

  • 2.

    Protocol nr. 4 is van overeenkomstige toepassing op de definitie van de oorsprong van deze producten.

Eenzijdige verklaring

Verklaring van de Gemeenschap en haar lidstaten

Overwegende dat de Europese Gemeenschap uitzonderlijke handelsmaatregelen toekent ten behoeve van de landen die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie, met inbegrip van Kroatië, op basis van Verordening (EG) nr. 2007/2000, verklaren de Europese Gemeenschap en haar lidstaten:

  • -

    dat bij de toepassing van artikel 30 van deze overeenkomst, de meest gunstige van de eenzijdige autonome handelsmaatregelen van toepassing zijn, in aanvulling op de contractuele handelsconcessies die de Gemeenschap bij deze overeenkomst aanbiedt, zolang Verordening (EG) nr. 2007/2000 van toepassing is;

  • -

    dat in het bijzonder voor de producten die vallen onder hoofdstukken 7 en 8 van de gecombineerde nomenclatuur, voor welke het gemeenschappelijk douanetarief voorziet in een douanerecht ad valorem en in een specifiek douanerecht, de afschaffing ook van toepassing is op het specifieke douanerecht, in afwijking van de desbetreffende bepaling van artikel 27, lid 1.