Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg inzake grensoverschrijdend politieel optreden

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg inzake grensoverschrijdend politieel optreden

Het Koninkrijk der Nederlanden,

het Koninkrijk België,

en

het Groothertogdom Luxemburg

hierna genoemd de Verdragsluitende Partijen.

Geleid door de wens de samenwerking tussen de Verdragsluitende Partijen te bevorderen en vastbesloten de mogelijkheden tot grensoverschrijdend politieel optreden te verruimen ten einde de handhaving van de openbare orde en veiligheid en de voorkoming en opsporing van strafbare feiten te intensiveren;

Overwegende dat het gewenst is dat er tussen de Verdragsluitende Partijen een intensivering van de informatie-uitwisseling plaatsvindt, alsmede een intensivering van de samenwerking bij de inzet van de middelen en materieel bij het handhaven van de openbare orde en veiligheid en in het kader van de voorkoming en opsporing van strafbare feiten;

Gelet op:

Zijn als volgt overeengekomen:

TITEL

1

BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN EN DOEL EN KADER VAN DE SAMENWERKING

Artikel

1

In dit Verdrag wordt verstaan onder:

  • a

    ambtenaar: volgens Bijlage 1 bevoegde ambtenaar;

  • b

    grensoverschrijdend politieoptreden: optreden van ambtenaren van een Verdragsluitende Partij op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij, ter handhaving van de openbare orde en veiligheid, dan wel ter bescherming van personen en goederen, dan wel in het kader van de voorkoming en opsporing van strafbare feiten;

  • c

    grensoverschrijdende ambtenaar: ambtenaar die grensoverschrijdend optreedt;

  • d

    grensoverschrijdende politie-eenheid: eenheid bestaande uit ambtenaren die in organisatorische en logistieke zin als één geheel grensoverschrijdend optreedt;

  • e

    individuele materiële dwangmiddelen: uitrusting en bewapening van de ambtenaren waarmee dwang kan worden uitgeoefend;

  • f

    collectieve materiële dwangmiddelen: bewapening, middelen en materieel voor gezamenlijk gebruik waarmee dwang kan worden uitgeoefend;

  • g

    gaststaat: Verdragsluitende Partij op wiens grondgebied een grensoverschrijdend politieoptreden plaatsvindt;

  • h

    zendstaat: Verdragsluitende Partij waarvan grensoverschrijdende ambtenaren of de middelen en materieel voor een grensoverschrijdend optreden afkomstig zijn;

  • i

    verzoekende Verdragsluitende Partij: Verdragsluitende Partij die een verzoek om politiesamenwerking doet;

  • j

    aangezochte Verdragsluitende Partij: Verdragsluitende Partij waaraan een verzoek om politiesamenwerking is gericht;

  • k

    bevoegde autoriteit: volgens Bijlage 2 bevoegde autoriteit;

  • l

    grensstreek: gebieden als opgenomen in Bijlage 3 bij dit Verdrag.

Artikel

2

Doelstelling

Dit Verdrag heeft tot doel de mogelijkheden tot politiële samenwerking in het kader van de handhaving van de openbare orde en veiligheid, de bescherming van personen en goederen en in het kader van de voorkoming en opsporing van strafbare feiten, te verruimen.

Artikel

3

Verhouding tot andere verdragen en nationale regelingen

Voor zover in dit Verdrag niet uitdrukkelijk anders is bepaald, geschiedt de samenwerking in het kader van het respectievelijke nationale recht van de Verdragsluitende Partijen evenals de internationale verplichtingen van de Verdragsluitende Partijen.

TITEL

2

ALGEMENE ASPECTEN VAN DE SAMENWERKING

Artikel

4

Bijstand

Artikel

5

Bevoegdheden bij bijstand

Artikel

6

Informatieplicht

Artikel

7

Optreden op eigen initiatief

Artikel

8

Bevoegdheden bij optreden op eigen initiatief

Ter afwending van een acuut gevaar voor lijf, leden, goederen of gezondheid danwel ter voorkoming van een ernstige verstoring van de openbare orde en veiligheid kan de grensoverschrijdende ambtenaar, met inachtneming van het recht van de gaststaat, de nodige bevoegdheden uitoefenen die geen uitstel dulden, met dien verstande dat nooit verdergaande bevoegdheden mogen worden uitgeoefend dan toegestaan in de zendstaat.

Artikel

9

Op verzoek middelen en materieel leveren

Artikel

10

Doel uitwisseling persoonsgegevens

Artikel

11

Bewijskracht

Elke informatie die door een Verdragsluitende Partij op grond van dit Verdrag wordt verstrekt, kan door de ontvangende Verdragsluitende Partij slechts na toestemming van de Verdragsluitende Partij waarvan de informatie afkomstig is als bewijsmiddel worden gebruikt.

Artikel

12

Vertrouwelijkheid

De ontvangende bevoegde autoriteit en dienst moet de graad van vertrouwelijkheid waarborgen die de verstrekkende bevoegde autoriteit en dienst van de andere Verdragsluitende Partij aan de informatie heeft toegekend. De veiligheidsgraden zijn van hetzelfde niveau als die gebruikt door EUROPOL.

TITEL

3

BIJZONDERE VORMEN VAN SAMENWERKING

§ 3.1

UITWISSELING VAN PERSOONSGEGEVENS

Artikel

13

Rechtstreekse uitwisseling persoonsgegevens

Artikel

14

Informeren bevoegde autoriteit

Indien persoonsgegevens op grond van artikel 13 rechtstreeks zijn verstrekt aan een politiedienst van de ontvangende Verdragsluitende Partij, wordt de centrale autoriteit van de verstrekkende Verdragsluitende Partij hierover onmiddellijk geïnformeerd door de bevoegde autoriteit die de gegevens heeft verstrekt.

Artikel

15

Rechtstreekse raadpleging van kentekenregisters

§ 3.2

VERBINDINGSOFFICIEREN

Artikel

16

Uitwisseling via verbindingsofficieren

De samenwerking op het gebied van uitwisseling van informatie kan de vorm aannemen van een permanent contact via verbindingsofficieren.

Artikel

17

Verbindingsofficieren

§ 3.3

GRENSOVERSCHRIJDENDE ACHTERVOLGING EN OBSERVATIE

Artikel

18

Achtervolging

Artikel

19

Observatie

Voor de uitvoering van grensoverschrijdende observatie zijn de bepalingen van artikel 40 van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen van toepassing, met dien verstande dat:

  • a

    de observatie die wordt uitgevoerd overeenkomstig artikel 40, eerste lid, van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen, met inachtneming van nationaal recht, kan worden uitgebreid naar personen die zich hebben onttrokken aan een vrijheidsstraf opgelegd vanwege het plegen van een strafbaar feit dat tot uitlevering aanleiding kan geven, of naar personen die kunnen leiden naar de ontdekking van die personen;

  • b

    de observatie wordt uitgevoerd onder de algemene voorwaarden genoemd in artikel 40, derde lid, van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen, met dien verstande dat de ambtenaren tijdens de observatie technische hulpmiddelen kunnen gebruiken, voor zover zij daartoe van de gaststaat op grond van het verzoek bedoeld in artikel 40 van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen toestemming hebben gekregen. De Verdragsluitende Partijen informeren elkaar over de aard en het gebruik van technische hulpmiddelen ter observatie;

  • c

    de grensoverschrijdende observatie kan, met inachtneming van het nationale recht, eveneens plaatsvinden in het luchtruim en over de zee- en waterwegen.

§ 3.4

BESCHERMING VAN PERSONEN

Artikel

20

Bescherming van personen

De ambtenaren van een Verdragsluitende Partij kunnen hun opdracht van bescherming van personen voortzetten op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij, mits de verantwoordelijke ambtenaar, voordat de grens wordt overschreden, de bevoegde autoriteit van de gaststaat de grensoverschrijding heeft gemeld en de bevoegde autoriteit met voortzetting van de beschermingsopdracht heeft ingestemd. Indien de bevoegde autoriteit van de gaststaat niet met voortzetting van de beschermingsopdracht op haar grondgebied instemt, neemt zij de opdracht over, tenzij zij gegronde redenen heeft om anders te besluiten.

Artikel

21

Individuele materiële dwangmiddelen

De ambtenaren zijn bij grensoverschrijdende voortzetting van een beschermingsopdracht als bedoeld in artikel 20 gerechtigd hun individuele materiële dwangmiddelen te dragen voor zover deze zijn toegelaten overeenkomstig artikel 32, eerste en tweede lid.

Artikel

22

Uitoefenen van geweld

Het uitoefenen van geweld door de ambtenaren tijdens de grensoverschrijdende voortzetting van een beschermingsopdracht als bedoeld in artikel 20 in het algemeen, en het gebruik van de in artikel 21 bedoelde individuele materiële dwangmiddelen in het bijzonder, is, met inachtneming van het recht van de gaststaat, slechts geoorloofd wanneer sprake is van een ogenblikkelijke noodzaak van de wettige verdediging van zichzelf, van de te beschermen personen, of van een ander.

Artikel

23

Mechanisme

De Verdragsluitende Partijen ontwikkelen gezamenlijk een mechanisme voor de uitwisseling van informatie en evaluaties op het gebied van de bescherming van personen, evenals een gemeenschappelijke risico-analyse.

§ 3.5

OVERIGE VORMEN VAN SAMENWERKING

Artikel

24

Gemeenschappelijke politiecentra

Artikel

25

Gemengde patrouilles en controles

De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen kunnen, afhankelijk van hun operationele behoeften, gemengde patrouilles of controles organiseren in de grensstreek.

Artikel

26

Bevoegdheden bij gemengde patrouilles en controles

Artikel

27

Opleiding, middelen en materieel

TITEL

4

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

28

Toepasselijk recht en procedures

Artikel

29

Gezag

Artikel

30

Identificatie

De grensoverschrijdende ambtenaar is te allen tijde in staat zijn officiële functie, door middel van het politielegitimatiebewijs dat aan hem is verstrekt in de zendstaat, aan te tonen.

Artikel

31

Uiterlijke herkenbaarheid

Artikel

32

Materiële dwangmiddelen

Artikel

33

Uitoefenen van geweld

Artikel

34

Het gebruik van vervoermiddelen en overpad

Artikel

35

Overname en beëindiging

Artikel

36

Verslag

De grensoverschrijdende ambtenaar of de leidinggevende van een grensoverschrijdende politie-eenheid, doet na elk grensoverschrijdend politieoptreden verslag van dit optreden aan de bevoegde autoriteiten van de gaststaat. De persoonlijke verschijning van de grensoverschrijdende ambtenaar kan door de gaststaat worden verlangd.

Artikel

37

Hulpverleningsclausule

Een Verdragsluitende Partij is jegens de grensoverschrijdende ambtenaren van de andere Verdragsluitende Partij tijdens het grensoverschrijdend politieoptreden verplicht tot dezelfde bescherming en hulpverlening als jegens de eigen ambtenaren.

TITEL

5

BEPALINGEN BETREFFENDE DE BURGERRECHTELIJKE EN STRAFRECHTELIJKE AANSPRAKELIJKHEID EN BETREFFENDE DE KOSTEN

Artikel

38

Strafrechtelijke aansprakelijkheid

In het kader van de taken voorzien in dit Verdrag worden de ambtenaren van de zendstaat, met ambtenaren van de gaststaat gelijkgesteld, voor wat betreft de strafbare feiten die tegen of door hen mochten worden begaan, tenzij de Verdragsluitende Partijen anders overeenkomen.

Artikel

39

Burgerrechtelijke aansprakelijkheid

Artikel

40

Arbeidsrelatie

De rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de arbeidsrelatie van de grensoverschrijdende ambtenaar in de zendstaat, blijven tijdens het grensoverschrijdend politieoptreden onverkort van kracht. Hieronder worden mede verstaan de rechten en verplichtingen op het gebied van burgerrechtelijke aansprakelijkheid.

Artikel

41

Kosten

TITEL

6

WIJZE VAN TOEPASSING EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

42

Uitzonderingsclausule

Artikel

43

Uitvoeringsafspraken

De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen kunnen op basis van en in het kader van dit Verdrag afspraken maken met betrekking tot de uitvoering ervan.

Artikel

44

Geschillenbeslechting

Artikel

45

Maatregelen

De bevoegde ministers van het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg treffen de maatregelen welke nodig zijn voor de uitvoering van dit Verdrag.

Artikel

46

Evaluatie

Uiterlijk drie jaren na de inwerkingtreding van dit Verdrag brengen de in artikel 45 genoemde Ministers een verslag uit aan elkaar over de doeltreffendheid en de effecten van dit Verdrag in de praktijk.

Artikel

47

Inwerkingtreding, geldigheidsduur, toepassingsbereik, wijziging en opzegging

Gedaan te Luxemburg op 8 juni 2004, in drie originele exemplaren, in de Nederlandse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Bijlage

1

Bevoegde ambtenaren

Voor het Koninkrijk der Nederlanden:

Ambtenaren aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, bedoeld in artikel 3, van de Politiewet 1993, daaronder mede begrepen ambtenaren van de Koninklijke Marechaussee in zoverre deze zijn belast met de uitvoering van de bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 opgedragen taken.

Voor het Koninkrijk België:

Iedere naar behoren gemachtigde ambtenaar wanneer hij politieopdrachten uitoefent, met uitzondering van de hulpagenten van politie als bedoeld in artikel 117 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus.

Onder „ambtenaar", in de zin van titel 3, § 3.4 van dit Verdrag, wordt eveneens verstaan iedere beschermingsagent, zoals bedoeld in artikel 3, 3° van de organieke wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Voor het Groothertogdom Luxemburg:

De leden met een loopbaan in het hoger kader, met een loopbaan van inspecteur of brigadier van de groothertogelijke politie.

Bijlage

2

Bevoegde autoriteiten en diensten

Voor het Koninkrijk der Nederlanden:

  • Artikel 4, eerste en derde lid: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

  • Artikel 6, tweede lid: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (wat betreft vaststellen model) en de meldkamers in de grensstreek;

  • Artikel 7, tweede lid: de meldkamers in de grensstreek;

  • Artikel 9, eerste lid: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • Artikel 10, eerste lid: de ambtenaren aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, bedoeld in artikel 3 van de Politiewet 1993;

  • Artikel 12: de ambtenaren aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, bedoeld in artikel 3 van de Politiewet 1993;

  • Artikel 14: Korps Landelijke Politie Dienst (KLPD), Dienst Internationale Netwerken, te Zoetermeer;

  • Artikel 15, eerste en tweede lid: de Minister van Verkeer en Waterstaat en de Rijksdienst voor het Wegverkeer;

  • Artikel 15, derde lid: de Minister van Justitie en de Minister van Binnenlandze Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • Artikel 17, derde lid: de Minister van Justitie en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • Artikel 20: Korps Landelijke Politie Dienst (KLPD), Nationaal Coördinator Bewaken en Beveiligen;

  • Artikel 24, tweede lid: de Minister van Justitie en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • Artikel 25: de Minister van Justitie, de Minister voor Vreemdelingenbeleid en Integratie en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • Artikel 26, eerste en derde lid: de Minister van Justitie, de Minister voor Vreemdelingenbeleid en Integratie en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • Artikel 27, tweede lid: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie;

  • Artikel 29, eerste en derde lid: in het kader van de handhaving van de openbare orde en veiligheid en de algemene politietaak, de burgemeester van de gemeente waar wordt opgetreden. In het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde de bevoegde officier van justitie;

  • Artikel 32, eerste lid: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • Artikel 33, eerste lid, onderdeel b: in het kader van de handhaving van de openbare orde en veiligheid en de algemene politietaak, de burgemeester van de gemeente waar wordt opgetreden. In het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde de bevoegde officier van justitie;

  • Artikel 33, vierde en vijfde lid: in het kader van de handhaving van de openbare orde en veiligheid en de algemene politietaak, de burgemeester van de gemeente waar wordt opgetreden. In het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde de bevoegde officier van justitie;

  • Artikel 35, eerste en tweede lid: in het kader van de handhaving van de openbare orde en veiligheid en de algemene politietaak, de burgemeester van de gemeente waar wordt opgetreden. In het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde de bevoegde officier van justitie;

  • Artikel 36: in het kader van de handhaving van de openbare orde en veiligheid en de algemene politietaak, de burgemeester van de gemeente waar wordt opgetreden. In het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde de bevoegde officier van justitie;

  • Artikel 43: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie.

Voor het Koninkrijk België:

Bevoegde autoriteiten en diensten die politieopdrachten uitoefenen overeenkomstig het nationale recht.

Voor het Groothertogdom Luxemburg:

Bevoegde autoriteiten en diensten die politietaken uitvoeren overeenkomstig de wet van 31 mei 1999 tot oprichting van een groothertogelijk politiekorps en een algemene inspectie van de politie.

Bijlage

3

Grensstreek

Voor het Koninkrijk der Nederlanden:

Grensstreek in Nederland omvat het geografisch gebied waarin de onderstaande korpsen actief zijn:

  • Korps Zeeland

  • Korps Midden- en West-Brabant

  • Korps Brabant Zuid-Oost

  • Korps Limburg-Noord

  • Korps Limburg Zuid

  • Korps Brabant-Noord

  • Korps Zuid-Holland Zuid

  • Korps Rotterdam Rijnmond

Voor het Koninkrijk België:

Het gehele nationale grondgebied.

Voor het Groothertogdom Luxemburg:

Het gehele nationale grondgebied.

Bijlage

4

Registers

Voor het Koninkrijk der Nederlanden:

Een register als bedoeld in de Wet politieregisters

Voor het Koninkrijk België:

De algemene nationale gegevensbank behalve de gegevens die overeenkomstig de nationale wetgeving aan de toestemming van de rechtelijke overheden zijn onderworpen.

Voor het Groothertogdom Luxemburg:

De databanken toegankelijk voor de groothertogelijke politie behalve de gegevens die overeenkomstig de nationale wetgeving aan de toestemming van de rechterlijke overheden zijn onderworpen.