Verdrag tussen het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, het Koninkrijk Spanje, de Republiek Frankrijk, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van het terrorisme, de grensoverschrijdende criminaliteit en de illegale migratie

Verdrag tussen het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, het Koninkrijk Spanje, de Republiek Frankrijk, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van het terrorisme, de grensoverschrijdende criminaliteit en de illegale migratie

Verdrag tussen het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, het Koninkrijk Spanje, de Republiek Frankrijk, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van het terrorisme, de grensoverschrijdende criminaliteit en de illegale migratie

De hoge Verdragsluitende Partijen bij dit Verdrag, zijnde lidstaten van de Europese Unie,

Overwegende dat het in een ruimte van vrij verkeer van personen van belang is dat de lidstaten van de Europese Unie hun samenwerking versterken teneinde terrorisme, grensoverschrijdende criminaliteit en illegale migratie effectiever te bestrijden,

In het streven – onverminderd de bepalingen van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap – ter verdere ontwikkeling van de Europese samenwerking een voortrekkersrol bij de totstandkoming van een zo hoog mogelijke standaard op het gebied van de samenwerking te vervullen, met name door verbeterde gegevensuitwisseling, in het bijzonder op het terrein van de bestrijding van terrorisme, de grensoverschrijdende criminaliteit alsmede de illegale migratie, en de deelname aan deze samenwerking voor alle andere lidstaten van de Europese Unie open te stellen,

In het streven de regelingen van dit Verdrag in het juridisch raamwerk van de Europese Unie op te nemen teneinde binnen de Europese Unie verbetering van de gegevensuitwisseling, in het bijzonder op het terrein van de bestrijding van terrorisme, de grensoverschrijdende criminaliteit alsmede de illegale migratie, te bereiken en hiervoor de noodzakelijke juridische en technische voorwaarden te creëren,

Met inachtneming van de grondrechten voortvloeiend uit het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden alsmede de gezamenlijke grondwettelijke tradities van de betrokken staten, in het bijzonder in het bewustzijn dat de verstrekking van persoonsgegevens aan een andere Verdragsluitende Partij vereist dat een redelijk niveau van gegevensbescherming door de ontvangende Verdragsluitende Partij gewaarborgd is,

Overwegend dat – onverminderd het thans geldende nationale recht – adequate gerechtelijke controle van de in dit Verdrag voorziene maatregelen, gehandhaafd en geregeld dient te worden,

In het streven dit Verdrag door nadere overeenkomsten aan te vullen teneinde de geautomatiseerde bevraging van gegevens uit andere geschikte registers mogelijk te maken, voor zover zulks ter intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking noodzakelijk en redelijk is,

Zijn als volgt overeengekomen:

HOOFDSTUK

1

ALGEMEEN DEEL

Artikel

1

Grondbeginselen van het Verdrag

HOOFDSTUK

2

DNA-PROFIELEN, DACTYLOSCOPISCHE EN OVERIGE GEGEVENS

Artikel

2

Aanleggen van nationale DNA-analysebestanden

Artikel

3

Geautomatiseerde bevraging van DNA-profielen

Artikel

4

Geautomatiseerde vergelijking van DNA-profielen

Artikel

5

Verstrekking van nadere persoonsgegevens en overige informatie

Indien in het kader van de procedure, bedoeld in de artikelen 3 en 4, wordt vastgesteld dat DNA-profielen overeenkomen, is het nationale recht, met inbegrip van de rechtshulpvoorschriften, van de aangezochte Verdragsluitende Partij bepalend voor de verstrekking van nadere, met betrekking tot de linkgegevens aanwezige persoonsgegevens en overige informatie.

Artikel

6

Nationaal contactpunt en uitvoeringsafspraak

Artikel

7

Afname van celmateriaal en verstrekking van DNA-profielen

Indien in het kader van een lopend opsporingsonderzoek of strafrechtelijke procedure geen DNA-profiel beschikbaar is van een bepaalde persoon die zich op het grondgebied van een aangezochte Verdragsluitende Partij bevindt, verleent de aangezochte Verdragsluitende Partij rechtshulp door het afnemen en onderzoeken van celmateriaal van deze persoon evenals door verstrekking van het verkregen DNA-profiel, indien:

  • 1.

    de verzoekende Verdragsluitende Partij meedeelt voor welk doel zulks vereist is;

  • 2.

    de verzoekende Verdragsluitende Partij een naar het recht van laatstgenoemde vereist onderzoeksbevel of verklaring van de bevoegde autoriteit overlegt, waaruit blijkt dat aan de voorwaarden voor het afnemen en onderzoeken van celmateriaal zou zijn voldaan indien de desbetreffende persoon zich op het grondgebied van de verzoekende Verdragsluitende Partij zou bevinden; en

  • 3.

    naar het recht van de aangezochte Verdragsluitende Partij aan de voorwaarden voor het afnemen en onderzoeken van celmateriaal alsmede aan de voorwaarden voor de verstrekking van het verkregen DNA-profiel, is voldaan.

Artikel

8

Dactyloscopische gegevens

Ter uitvoering van dit Verdrag waarborgen de Verdragsluitende Partijen dat linkgegevens voor het bestand van de ter voorkoming en opsporing van strafbare feiten opgezette nationale geautomatiseerde dactyloscopische identificatiesystemen voorhanden zijn. Linkgegevens omvatten uitsluitend dactyloscopische gegevens en een kenmerk. De linkgegevens mogen geen gegevens bevatten op basis waarvan de betrokkene rechtstreeks kan worden geïdentificeerd. Linkgegevens die niet aan een persoon kunnen worden gekoppeld – open sporen –, dienen als zodanig herkenbaar te zijn.

Artikel

9

Geautomatiseerde bevraging van dactyloscopische gegevens

Artikel

10

Verstrekking van nadere persoonsgegevens en overige informatie

Indien in het kader van de procedure, als bedoeld in artikel 9, wordt vastgesteld dat dactyloscopische gegevens overeenkomen, is het nationale recht, met inbegrip van de rechtshulpvoorschriften, van de aangezochte Verdragsluitende Partij bepalend voor de verstrekking van nadere, met betrekking tot de linkgegevens aanwezige persoonsgegevens en overige informatie.

Artikel

11

Nationaal contactpunt en uitvoeringsafspraak

Artikel

12

Geautomatiseerde bevraging van gegevens uit de kentekenregisters

Artikel

13

Verstrekking van niet persoonsgebonden gegevens

Ter voorkoming van strafbare feiten en ter handhaving van de openbare orde en veiligheid in samenhang met grootschalige evenementen met een grensoverschrijdende dimensie, in het bijzonder op het gebied van sport of bijeenkomsten van de Europese Raad, verstrekken de Verdragsluitende Partijen elkaar zowel op verzoek als op eigen initiatief, met inachtneming van het nationale recht van de verstrekkende Verdragsluitende Partij, nietpersoonsgebonden gegevens die hiertoe noodzakelijk kunnen zijn.

Artikel

14

Verstrekking van persoonsgegevens

Artikel

15

Nationaal contactpunt

Ter uitvoering van de gegevensverstrekking, bedoeld in de artikelen 13 en 14 , benoemt elke Verdragsluitende Partij een nationaal contactpunt. Bepalend voor de bevoegdheden van het nationale contactpunt is het van toepassing zijnde nationale recht.

HOOFDSTUK

3

MAATREGELEN TER VOORKOMING VAN TERRORISTISCHE STRAFBARE FEITEN

Artikel

16

Verstrekking van informatie ter voorkoming van terroristische strafbare feiten

Artikel

17

Vluchtbegeleiders

Artikel

18

Meevoeren van bewapening, munitie en uitrusting

Artikel

19

Nationale contact- en coördinatiepunten

Ter uitvoering van de taken uit hoofde van de artikelen 17 en 18 benoemt elke Verdragsluitende Partij een nationaal contact- en coördinatiepunt.

HOOFDSTUK

4

MAATREGELEN TER BESTRIJDING VAN DE ILLEGALE MIGRATIE

Artikel

20

Documentadviseurs

Artikel

21

Taken van de documentadviseurs

De door de Verdragsluitende Partijen uitgezonden documentadviseurs oefenen met name de volgende taken uit:

  • 1.

    advisering en opleiding van de buitenlandse vertegenwoordigingen van de Verdragsluitende Partijen in paspoort- en visumaangelegenheden, in het bijzonder bij de herkenning van valse en vervalste documenten en het misbruik van documenten en de illegale migratie;

  • 2.

    advisering en opleiding van vervoersondernemingen ten aanzien van de verplichtingen die voor hen voortvloeien uit de Overeenkomst van 19 juni 1990 ter uitvoering van het op 14 juni 1985 te Schengen gesloten Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen en uit Bijlage 9 van het Verdrag van Chicago van 7 december 1944 betreffende de internationale burgerlijke luchtvaart betreffende de herkenning van valse en vervalste documenten alsmede ten aanzien van de dienaangaande geldende inreisbepalingen; en

  • 3.

    advisering en opleiding van de met de grenscontrole belaste autoriteiten en instellingen van het gastland.

De bevoegdheden van de buitenlandse vertegenwoordigingen en de met grenscontrole belaste autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen blijven onverlet.

Artikel

22

Nationale contact- en coördinatiepunten

De Verdragsluitende Partijen benoemen nationale contact- en coördinatiepunten die als aanspreekpunt dienen voor de coördinatie bij de uitzending van documentadviseurs alsmede voor de voorbereiding, uitvoering, begeleiding en evaluatie van advies- en opleidingsmaatregelen.

Artikel

23

Ondersteuning bij repatriëringsmaatregelen

HOOFDSTUK

5

OVERIGE VORMEN VAN SAMENWERKING

Artikel

24

Gezamenlijke vormen van optreden

Artikel

25

Maatregelen bij acuut gevaar

Artikel

26

Bijstandsverlening bij grootschalige evenementen, rampen en zware ongevallen

De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen verlenen elkaar met inachtneming van het nationale recht wederzijds bijstand bij massabijeenkomsten en soortgelijke grootschalige evenementen, rampen en zware ongevallen door:

  • 1.

    elkaar zo vroeg mogelijk over dergelijke situaties met grensoverschrijdende gevolgen te informeren en relevante informatie uit te wisselen;

  • 2.

    in situaties met grensoverschrijdende gevolgen de op hun grondgebied noodzakelijke politiemaatregelen te treffen en te coördineren;

  • 3.

    op verzoek van de Verdragsluitende Partij op wiens grondgebied de situatie zich voordoet, voor zover mogelijk, ambtenaren, specialisten en adviseurs uit te zenden en uitrusting ter beschikking te stellen.

Internationale verdragen van de Verdragsluitende Partijen inzake de wederzijdse bijstandsverlening bij rampen en zware ongevallen, blijven onverlet.

Artikel

27

Samenwerking op verzoek

HOOFDSTUK

6

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

28

Gebruik van bewapening, munitie en uitrusting

Artikel

29

Bescherming en hulpverlening

De Verdragsluitende Partijen zijn jegens de grensoverschrijdende ambtenaren van de andere Verdragsluitende Partijen tijdens de dienstuitoefening tot dezelfde bescherming en hulpverlening verplicht als jegens de eigen ambtenaren.

Artikel

30

Algemene aansprakelijkheidsregeling

Voor de aansprakelijkheid in het kader van dit Verdrag geldt artikel 43 van de Overeenkomst van 19 juni 1990 ter uitvoering van het op 14 juni 1985 te Schengen gesloten Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen. De eerste volzin is niet van toepassing op de artikelen 17 en 18.

Artikel

31

Strafrechtelijke aansprakelijkheid

De ambtenaren die uit hoofde van dit Verdrag op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij optreden, worden gelijkgesteld met de ambtenaren van de andere Verdragsluitende Partij wat betreft strafbare feiten die door of tegen hen mochten worden begaan, tenzij in een ander voor de Verdragsluitende Partijen geldend verdrag anders is overeengekomen.

Artikel

32

Dienstbetrekking

De ambtenaren die uit hoofde van dit Verdrag op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij optreden, blijven arbeidsrechtelijk, in het bijzonder tuchtrechtelijk onderworpen aan de in hun staat geldende voorschriften.

HOOFDSTUK

7

ALGEMENE BEPALINGEN BETREFFENDE GEGEVENSBESCHERMING

Artikel

33

Definities, werkingssfeer

Artikel

34

Niveau van gegevensbescherming

Artikel

35

Doelbinding

Artikel

36

Bevoegde autoriteiten

De verstrekte persoonsgegevens mogen uitsluitend door de autoriteiten, instanties en rechtbanken worden verwerkt die bevoegd zijn voor een taak in het kader van de doeleinden op grond van artikel 35. In het bijzonder vindt de doorzending van de verstrekte gegevens aan andere instanties niet plaats dan na voorafgaande toestemming van de verstrekkende Verdragsluitende Partij en met inachtneming van het recht van de ontvangende Verdragsluitende Partij.

Artikel

37

Juistheid, actualiteit en opslagduur van de gegevens

Artikel

38

Technische en organisatorische maatregelen ter gegevensbescherming en beveiliging van gegevens

Artikel

39

Vastleggen en protocolleren; bijzondere voorschriften met betrekking tot de geautomatiseerde en niet-geautomatiseerde verstrekking

Artikel

40

Rechten van de betrokkenen en schadevergoeding

Artikel

41

Informatie op verzoek van de Verdragsluitende Partijen

De ontvangende Verdragsluitende Partij informeert de verstrekkende Verdragsluitende Partij over de verwerking van de verstrekte gegevens en het daardoor behaalde resultaat.

HOOFDSTUK

8

UITVOERINGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

42

Verklaringen

Artikel

43

Comité van Ministers

Artikel

44

Uitvoeringsafspraken

De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen kunnen op basis van en in het kader van dit Verdrag afspraken maken die de administratieve uitvoering van dit Verdrag ten doel hebben.

Artikel

45

Territoriale werkingssfeer

De bepalingen van dit Verdrag gelden voor het grondgebied van de Verdragsluitende Partijen. Voor het Koninkrijk der Nederlanden geldt dit Verdrag uitsluitend voor het in Europa gelegen deel van het Koninkrijk. Voor de Franse Republiek geldt dit Verdrag uitsluitend voor het in Europa gelegen deel van de Republiek.

Artikel

46

Kosten

Elke Verdragsluitende Partij draagt de kosten die voor haar instanties uit de toepassing van dit Verdrag voortvloeien. In bijzondere gevallen kunnen de desbetreffende Verdragsluitende Partijen een afwijkende regeling overeenkomen.

Artikel

47

Verhouding tot andere bi- of multilaterale verdragen

Artikel

48

Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring

Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd, te worden aanvaard of te worden goedgekeurd. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden bij de depositaris neergelegd. Naar aanleiding van de neerlegging van de akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring kan een verklaring betreffende de territoriale werkingssfeer worden overhandigd.

Artikel

49

Depositaris

Artikel

50

Inwerkingtreding

Artikel

51

Toetreding

Artikel

52

Opzegging

GEDAAN te Prüm, de zevenentwintigste mei tweeduizendvijf, in één exemplaar in de Duitse, Spaanse, Franse, en Nederlandse taal, zijnde de vier teksten gelijkelijk authentiek. Het origineel wordt in het archief van de depositaris neergelegd, die aan elke ondertekenende en toetredende staat een gewaarmerkt afschrift van het origineel van het Verdrag doet toekomen.

Bijlage

1

Verdrag inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van het terrorisme, de grensoverschrijdende criminaliteit en de illegale migratie

Inhoudelijke gegevens die overeenkomstig artikel 17, vijfde lid, noodzakelijk zijn voor de schriftelijke aanmelding:

  • 1.

    de duur van het optreden waaruit de geplande verblijfsduur blijkt;

  • 2.

    de vluchtgegevens (met inbegrip van vluchtnummers en -tijden);

  • 3.

    het aantal leden van het team van vluchtbegeleiders;

  • 4.

    de volledige naam en voornamen van alle personen met vermelding van de naam en voornaam van de leider van het team;

  • 5.

    de paspoortnummers;

  • 6.

    het merk, type en serienummer van de wapens;

  • 7.

    de hoeveelheid en soort munitie;

  • 8.

    uitrusting die door het team ter uitoefening van zijn taken wordt meegevoerd.

Bijlage

2

Verdrag inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van het terrorisme, de grensoverschrijdende criminaliteit en de illegale migratie

Bewapening, munitie en de toegestane middelen tot inzet als bedoeld in artikel 28, tweede lid, zinnen 1 en 2:

  • 1.

    voor het Koninkrijk België:

    • toegestane vuurwapens en de toegestane munitie

    • toegestane peppersprays en de toegestane middelen tot inzet

    • toegestaan traangas en de toegestane middelen tot inzet

  • 2.

    voor de Bondsrepubliek Duitsland:

    • toegestane vuurwapens en de toegestane munitie

  • 3.

    voor het Koninkrijk Spanje:

    • toegestane vuurwapens.

    • toegestane wapens die tot de bescherming van de drager dienen overeenkomstig de dienstvoorschriften van de aan het gemeenschappelijke optreden deelnemende politie-eenheid, zoals slagstok (of gummiknuppel), sprays, traangas en andere toegestane middelen van inzet.

  • 4.

    voor de Republiek Frankrijk:

    • de volgens het nationale recht toegestane dienstwapens en individuele dwangmiddelen

  • 5.

    voor het Groothertogdom Luxemburg:

    • toegestane vuurwapens en de toegestane munitie

    • toegestane peppersprays en de toegestane middelen tot inzet

    • toegestaan traangas en de toegestane middelen tot inzet

  • 6.

    voor het Koninkrijk der Nederlanden:

    • toegestane vuurwapens en de toegestane munitie

    • toegestane peppersprays en de toegestane middelen tot inzet

    • toegestaan traangas en de toegestane middelen tot inzet

  • 7.

    voor de Republiek Oostenrijk:

    • toegestane vuurwapens en de toegestane munitie

    • toegestane peppersprays en de toegestane middelen tot inzet

Gemeenschappelijke verklaring

over de samenwerking tussen het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, het Koninkrijk Spanje, de Republiek Frankrijk, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk, in het kader van het Verdrag van 27 mei 2005 inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van het terrorisme, de grensoverschrijdende criminaliteit en de illegale migratie.

I

Alle Verdragsluitende Partijen verklaren gemeenschappelijk

  • 1.

    onder verwijzing naar artikel 17, eerste lid, van het Verdrag dat de formulering van deze bepaling onverlet laat de positie ten aanzien van de bevoegdheden van de gebruikende staat of van de registrerende staat in het kader van de inzet van vluchtbegeleiders;

  • 2.

    onder verwijzing naar artikel 34, tweede lid, tweede zin,

    • a.

      dat de voorwaarden voor de verstrekking van persoonsgegevens op grond van hoofdstuk 7 van het Verdrag, in zoverre deze niet betrekking hebben op de geautomatiseerde bevraging of vergelijking van gegevens, in principe al op het ogenblik van ondertekening bestaan,

    • b.

      dat ten aanzien van de nog ontbrekende voorwaarden, van hoofdstuk 7, in het bijzonder op het gebied van de geautomatiseerde bevraging of vergelijking de Verdragsluitende Partijen deze zo snel mogelijk zullen realiseren.

II

Het Koninkrijk België verklaart

  • 1.

    onder verwijzing naar het Verdrag dat elke informatie die door België op grond van dit Verdrag wordt verstrekt, door de ontvangende Verdragsluitende Partij slechts na toestemming van de bevoegde Belgische gerechtelijke autoriteiten als bewijsmiddel kan worden gebruikt.

  • 2.

    onder verwijzing naar artikel 18,

    • a.

      dat altijd voor het verlaten van het luchtvaartuig met wapens en/of munitie van vluchtbegeleiders zoals bedoeld in artikel 18, tweede lid, nummer 1, er steeds een uitdrukkelijke toestemming van een vertegenwoordiger van de Belgische luchtvaartinspectie is vereist,

    • b.

      dat bij het verlaten van het luchtvaartuig deze wapens en/of munitie worden overhandigd aan een vertegenwoordiger van de Belgische luchtvaartinspectie, die deze in een gesloten kist naar de plaats van bewaring begeleidt,

    • c.

      dat buiten een luchtvaartuig het dragen van wapens en/of munitie door vluchtbegeleiders verboden is.

  • 3.

    onder verwijzing naar artikel 27, derde lid, dat de toepassing van deze bepaling geen afbreuk doet aan de bevoegdheden van de gerechtelijke autoriteiten.

III

Het Koninkrijk Spanje, verklaart onder verwijzing naar artikel 45, eerste zin, dat het van mening is dat op het Verdrag de „Regeling met betrekking tot de overheden van Gibraltar in het kader van de instrumenten van de EU en EG alsmede de samenhangende verdragen" van 19 april 2000 zoals bedoeld in de bepaling nummer 5, van toepassing is.

IV

De Republiek Frankrijk, verklaart onder verwijzing naar artikel 9 dat de toegang tot het Nationale Dactyloscopische Identificatiesysteem (FAED) zoals bedoeld in artikel 9, op de basis van het actuele nationale recht wordt verleend om de bevoegde instanties de opsporing en identificatie van daders met het oog op misdrijven en delicten en hun voorbereidingshandelingen daarvan te vergemakkelijken alsmede om de vervolging van strafbare feiten te vergemakkelijken.

V

Het Koninkrijk der Nederlanden, verklaart onder verwijzing naar de artikelen 3 en 4, dat Nederland als uitgangspunt hanteert dat de werkprocedure met betrekking tot de artikelen 3 en 4 op dezelfde wijze verloopt, in de zin dat de Verdragsluitende Partijen toegang krijgen tot de linkgegevens van de Nederlandse DNA-analysebestanden, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van dit Verdrag, met het recht deze geautomatiseerd te bevragen door middel van een vergelijking van hun DNA-profielen met de DNA-profielen van de Nederlandse DNA-analysebestanden, ongeacht of het een vergelijking in een individueel geval betreft of niet.

VI

De Republiek Oostenrijk, verklaart onder verwijzing naar artikel 40, eerste lid, dat de rechterlijke bescherming door de Oostenrijkse Registratiekamer, die zowel voldoet aan de in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens bepaalde voorwaarden evenals de voorwaarden van een onafhankelijke controle-instantie als bedoeld in artikel 28 van de Richtlijn 95/46/EG, aan de voorwaarden van dit artikel voldoet.

VII

De Bondsrepubliek Duitsland en de Republiek Oostenrijk, verklaren onder verwijzing naar artikel 46, tweede zin, dat in de betrekkingen tussen de Bondsrepubliek Duitsland en de Republiek Oostenrijk, dat de kosten gemaakt in het kader van de verlening van rechtshulp zoals bedoeld in artikel 7 worden vergoed door de verzochte Verdragsluitende Partij.

Prüm, de zevenentwintigste mei tweeduizendvijf

Deze gemeenschappelijke verklaring is in één exemplaar in de Duitse, Spaanse, Franse en Nederlandse taal, ondertekend en samen met het Verdrag in het archief van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Bondsrepubliek Duitsland bewaard, die aan elke ondertekenende en toetredende staat een gewaarmerkt afschrift van deze gemeenschappelijke verklaring doet toekomen.