Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds

Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds

Het Koninkrijk België,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

de Republiek Hongarije,

de Republiek Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en het Verdrag betreffende de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd, en van

De Europese Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna „de Gemeenschap” genoemd,

enerzijds, en

De gevolmachtigden van de Republiek Albanië, hierna „Albanië” genoemd,

anderzijds,

Gelet op de sterke banden tussen de partijen en de waarden die zij gemeen hebben, hun verlangen deze banden nog te versterken en op wederkerigheid en wederzijds belang gebaseerde nauwe en langdurige betrekkingen tot stand te brengen die Albanië in staat moeten stellen de betrekkingen met de Gemeenschap en haar lidstaten te versterken en uit te breiden, welke voorheen via de Overeenkomst inzake handel en commerciële en economische samenwerking van 1992 met de Gemeenschap tot stand zijn gebracht;

Gelet op het belang van deze overeenkomst voor het stabilisatie- en associatieproces met de landen van Zuidoost-Europa voor de totstandbrenging en handhaving van een op samenwerking gebaseerde stabiele orde in Europa, waarvan de Europese Unie een steunpilaar is, en voor het stabiliteitspact;

Gelet op de verbintenis van de partijen dat zij met alle mogelijke middelen zullen bijdragen tot politieke, economische en institutionele stabilisatie, in Albanië en in de gehele regio, door de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld en door democratisering, institutionele opbouw en hervorming van het openbaar bestuur, regionale handelsintegratie en versterkte economische samenwerking, alsmede door samenwerking op veel uiteenlopende gebieden, met name op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, en versterking van de nationale en regionale veiligheid;

Gelet op de verbintenis van de partijen om de politieke en economische vrijheden te stimuleren als grondslag van deze overeenkomst, de mensenrechten te eerbiedigen en de rechtsstaat te handhaven, inclusief de rechten van leden van nationale minderheden, alsmede de democratische beginselen, op basis van een meerpartijenstelsel met vrije en eerlijke verkiezingen;

Gelet op de verbintenis van de partijen om volledig uitvoering te geven aan alle beginselen en bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties, de OVSE, met name die van de Slotakte van Helsinki, de slotdocumenten van de conferenties van Madrid en Wenen, het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa, en het Stabiliteitspact voor Zuidoost-Europa, teneinde bij te dragen tot regionale stabiliteit en samenwerking tussen de landen van de regio;

Gelet op de gehechtheid van de partijen aan de beginselen van de vrijemarkteconomie en de bereidheid van de Gemeenschap om aan de economische hervormingen in Albanië bij te dragen;

Gelet op het belang dat de partijen hechten aan vrijhandel, overeenkomstig de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de WTO;

Gelet op de wens van de partijen om de regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang verder te ontwikkelen, met inbegrip van regionale aspecten, rekening houdend met het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie;

Gelet op de verbintenis van de partijen om de georganiseerde misdaad te bestrijden en beter samen te werken in de strijd tegen terrorisme, op basis van de verklaring van de Europese Conferentie van 20 oktober 2001;

Overtuigd dat deze overeenkomst een nieuw klimaat zal scheppen voor hun onderlinge economische betrekkingen, in het bijzonder voor de ontwikkeling van handel en investeringen, factoren van cruciaal belang voor de economische herstructurering en modernisering;

Gelet op de verbintenis van Albanië om zijn wetgeving aan te passen aan die van de Gemeenschap en om die daadwerkelijk ten uitvoer te leggen;

Rekening houdend met de bereidheid van de Gemeenschap om doorslaggevende steun te verlenen voor de tenuitvoerlegging van hervormingen en daartoe gebruik te maken van alle beschikbare instrumenten voor samenwerking en technische, financiële en economische bijstand, op een brede, indicatieve meerjarige basis;

Bevestigend dat de bepalingen van deze overeenkomst die binnen de toepassingssfeer van deel III, titel IV, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap vallen, het Verenigd Koninkrijk en Ierland binden als afzonderlijke verdragsluitende partijen, en niet als deel van de Europese Gemeenschap, totdat het Verenigd Koninkrijk of Ierland (al naargelang van het geval) Albanië ervan in kennis stelt dat het Verenigd Koninkrijk of Ierland is gebonden als deel van de Europese Gemeenschap overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland dat aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht. Hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van Denemarken dat aan die verdragen is gehecht;

Wijzend op de top van Zagreb, waarop werd opgeroepen tot verdere consolidatie van de betrekkingen tussen de landen die deel uitmaken van het stabilisatie- en associatieproces en de Europese Unie, alsmede tot intensievere samenwerking in de regio;

Eraan herinnerend dat de top van Thessaloniki het stabilisatie- en associatieproces heeft bevestigd als het beleidskader voor de betrekkingen van de Europese Unie met de landen op de Westelijke Balkan en dat die landen naargelang van hun individuele voortgang en prestaties met betrekking tot de hervormingen uitzicht hebben op toetreding tot de Europese Unie;

Wijzend op het Memorandum van Overeenstemming inzake handelsbevordering en liberalisering, dat op 27 juni 2001 is ondertekend in Brussel en waarbij Albanië zich, samen met andere landen in de regio, ertoe heeft verbonden onderhandelingen te voeren over een netwerk van bilaterale vrijhandelsovereenkomsten, ter versterking van het vermogen van de regio om investeringen aan te trekken en om de vooruitzichten op integratie van de regio in de wereldeconomie te verbeteren;

Wijzend op de bereidheid van de Europese Unie om Albanië zo volledig mogelijk te integreren in de politieke en economische hoofdstroom van Europa, en op de status van het land als een potentiële kandidaat voor het lidmaatschap van de Europese Unie op basis van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het voldoen aan de door de Europese Raad in juni 1993 gedefinieerde criteria, onder voorbehoud van de succesvolle tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, met name wat betreft regionale samenwerking,

Zijn het volgende overeengekomen1) [Red: De oorspronkelijke Bijlagen bij de Overeenkomst en de Protocollen liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en zijn te vinden op http://eur-lex/europa.eu/nl/index.htm.]:

Artikel

1

TITEL

I

GRONDBEGINSELEN

Artikel

2

De eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten, zoals vervat in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en gedefinieerd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, de Slotakte van Helsinki en het Handvest van Parijs voor een nieuw Europa, de eerbiediging van de internationale rechtsbeginselen, de rechtsstaat alsook de beginselen van de markteconomie, zoals beschreven in het document van de CVSE-conferentie van Bonn inzake economische samenwerking, liggen ten grondslag aan het interne en externe beleid van de partijen en zijn essentiële elementen van deze overeenkomst.

Artikel

3

Internationale en regionale vrede en stabiliteit en de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap staan centraal in het stabilisatie- en associatieproces, als bedoeld in de conclusies van de Raad van de Europese Unie van 21 juni 1999. De sluiting en de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst geschieden in het kader van de conclusies van de Raad van de Europese Unie van 29 april 1997, en zijn gebaseerd op de afzonderlijke verdiensten van Albanië.

Artikel

4

Albanië verbindt zich ertoe voort te gaan op de weg naar samenwerking en bevordering van de betrekkingen van goed nabuurschap met de overige landen van de regio, wat mede inhoudt dat een passend niveau van wederzijdse concessies op het gebied van het verkeer van personen, goederen, kapitaal en diensten wordt ingesteld en dat projecten van wederzijds belang worden ontwikkeld, met name inzake de bestrijding van georganiseerde misdaad, corruptie, witwassen van geld, illegale migratie en smokkel, met name van mensen en drugs. Deze verbintenis is van fundamenteel belang voor de ontwikkeling van de betrekkingen en de samenwerking tussen de partijen en draagt bij tot de regionale stabiliteit.

Artikel

5

De partijen bevestigen nogmaals het belang dat zij hechten aan de bestrijding van terrorisme en de nakoming van internationale verplichtingen op dit gebied.

Artikel

6

De associatie wordt geleidelijk ingevoerd; zij wordt volledig tot stand gebracht in een overgangsperiode van maximaal 10 jaar, die in twee fasen uiteenvalt.

Die twee fasen zijn niet van toepassing op titel IV, waarvoor in die titel een specifiek tijdsschema is vastgesteld.

De opsplitsing in twee op elkaar volgende fasen is bedoeld om de toepassing van de overeenkomst tussentijds grondig te kunnen toetsen. Op het gebied van harmonisatie van de wetgeving en rechtshandhaving moet de aandacht van Albanië tijdens de eerste fase vooral uitgaan naar de fundamentele elementen van het acquis, waarvoor specifieke criteria worden geformuleerd, zoals beschreven in titel VI.

De bij artikel 116 opgerichte Stabilisatie- en associatieraad onderzoekt op gezette tijden de toepassing van deze overeenkomst en de verwezenlijking door Albanië van de juridische, bestuurlijke, institutionele en economische hervormingen, in het licht van de preambule en in overeenstemming met de algemene principes van deze overeenkomst.

De eerste fase begint wanneer de overeenkomst in werking treedt. In de loop van het vijfde jaar beoordeelt de Stabilisatie- en associatieraad de door Albanië geboekte vooruitgang en besluit of die vooruitgang voldoende is om over te gaan naar de tweede fase op weg naar volledige associatie. De Stabilisatie- en associatieraad beslist ook over eventuele specifieke bepalingen die noodzakelijk worden geacht voor de tweede fase.

Artikel

7

Deze overeenkomst moet volledig verenigbaar zijn met de relevante WTO-bepalingen, met name artikel XXIV van de GATT 1994 en artikel V van de GATS, en moet dienovereenkomstig worden uitgevoerd.

TITEL

II

POLITIEKE DIALOOG

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Op parlementair niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van het bij artikel 122 ingestelde Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité.

Artikel

11

De politieke dialoog kan plaatsvinden in multilateraal verband, of als regionale dialoog waarbij andere landen in de regio betrokken zijn.

TITEL

III

REGIONALE SAMENWERKING

Artikel

12

In overeenstemming met zijn verbintenis op het gebied van internationale en regionale vrede en stabiliteit en de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap, moet Albanië de regionale samenwerking actief steunen. Ook kan de Gemeenschap, via haar programma’s voor technische bijstand, projecten steunen met een regionale of grensoverschrijdende dimensie.

Telkens wanneer Albanië voornemens is de samenwerking met een van de in de artikelen 13, 14 en 15 genoemde landen te intensiveren, stelt het de Gemeenschap en haar lidstaten daarvan in kennis en voert het overleg met hen overeenkomstig de bepalingen van titel X.

Albanië moet bestaande bilaterale overeenkomsten met partners in de regio herzien, dan wel nieuwe overeenkomsten sluiten, om ervoor te zorgen dat deze verenigbaar zijn met de beginselen die worden genoemd in het Memorandum van Overeenstemming inzake handelsbevordering en liberalisering, dat op 27 juni 2001 in Brussel is ondertekend.

Artikel

13

Samenwerking met andere landen die een Stabilisatie- en associatieovereenkomst hebben gesloten

Na de ondertekening van deze overeenkomst opent Albanië met de landen die reeds een Stabilisatie- en associatieovereenkomst hebben ondertekend, onderhandelingen over de sluiting van bilaterale overeenkomsten inzake regionale samenwerking, waarvan het doel is de samenwerking tussen de betrokken landen uit te breiden.

De hoofdelementen van dergelijke overeenkomsten zijn:

  • politieke dialoog;

  • de totstandbrenging van een vrijhandelszone tussen de partijen die verenigbaar is met de relevante WTO-bepalingen;

  • wederzijdse concessies betreffende het verkeer van werknemers, vestiging, dienstverlening, lopende betalingen en kapitaalverkeer en andere beleidsterreinen die betrekking hebben op het verkeer van personen, op een niveau dat gelijkwaardig is met dat in deze overeenkomst;

  • bepalingen inzake samenwerking op andere, al dan niet onder deze overeenkomst vallende terreinen, met name justitie en binnenlandse zaken.

Deze overeenkomsten zullen in voorkomend geval bepalingen omvatten met betrekking tot de oprichting van de nodige institutionele mechanismen.

Deze overeenkomsten worden gesloten binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst. De bereidheid van Albanië om deze overeenkomsten te sluiten is een voorwaarde voor de verdere ontwikkeling van de betrekkingen tussen Albanië en de Europese Unie.

Albanië opent vergelijkbare onderhandelingen met de resterende landen van de regio, zodra deze landen een Stabilisatie- en associatieovereenkomst hebben gesloten.

Artikel

14

Samenwerking met andere bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken landen

Albanië streeft naar regionale samenwerking met de andere bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken landen op sommige of alle onder deze overeenkomst vallende samenwerkingsgebieden, met name die van wederzijds belang. Deze samenwerking moet verenigbaar zijn met de beginselen en doelstellingen van deze overeenkomst.

Artikel

15

Samenwerking met landen die kandidaat zijn voor toetreding tot de Europese Unie

TITEL

IV

VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN

Artikel

16

HOOFDSTUK

I

INDUSTRIEPRODUCTEN

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

De Gemeenschap en Albanië schaffen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst in hun onderlinge handelsverkeer alle heffingen van gelijke werking als douanerechten bij invoer af.

Artikel

21

Artikel

22

Albanië verklaart zich bereid zijn douanerechten in het handelsverkeer met de Gemeenschap sneller te verlagen dan in artikel 19 bepaald, indien de algemene economische situatie in dat land en de situatie in de betrokken sector van de economie zulks mogelijk maken.

De Stabilisatie- en associatieraad analyseert de situatie dienaangaande en doet daarover aanbevelingen.

Artikel

23

Protocol 1 bevat de regeling voor ijzer- en staalproducten die onder hoofdstuk 72 en 73 van de gecombineerde nomenclatuur vallen.

HOOFDSTUK

II

LANDBOUW EN VISSERIJ

Artikel

24

Definities

Artikel

25

Protocol 2 bevat de handelsregeling voor de daarin genoemde verwerkte landbouwproducten.

Artikel

26

Artikel

27

Landbouwproducten

Artikel

28

Visserijproducten

Artikel

29

Rekening houdend met de omvang van het handelsverkeer in landbouw- en visserijproducten tussen de partijen, de bijzondere gevoeligheden van die producten, de regels van het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid van de Gemeenschap en het landbouw- en visserijbeleid van Albanië, de rol van landbouw en visserij in de Albanese economie en de gevolgen van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de WTO, onderzoeken de Gemeenschap en Albanië binnen zes jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst in de Stabilisatie- en associatieraad per product, systematisch en op basis van passende wederkerigheid, de mogelijkheden om elkaar verdere concessies te verlenen teneinde de handel in landbouw- en visserijproducten verder te liberaliseren.

Artikel

30

De bepalingen van dit hoofdstuk vormen in geen geval een belemmering voor de eenzijdige toepassing van gunstiger maatregelen door een van de partijen.

Artikel

31

Onverminderd de andere bepalingen van deze overeenkomst, en met name die van de artikelen 38 en 43, plegen beide partijen, indien, wegens de bijzondere gevoeligheid van de markten voor landbouw- en visserijproducten, de invoer van producten van oorsprong uit een partij waarvoor de concessies uit hoofde van de artikelen 25, 27 en 28 zijn verleend, ernstige problemen veroorzaakt op de markt of voor de binnenlandse regulerende mechanismen van de andere partij, zo spoedig mogelijk overleg om een passende oplossing te vinden voor het probleem. In afwachting van deze oplossing kan de betrokken partij de passende maatregelen nemen die zij noodzakelijk acht.

HOOFDSTUK

III

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

32

Behoudens andersluidende bepalingen in dit hoofdstuk of in de protocollen 1, 2 of 3 zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing op de handel tussen de partijen in alle producten.

Artikel

33

Standstill

Artikel

34

Verbod op fiscale discriminatie

Artikel

35

De bepalingen betreffende de afschaffing van de douanerechten bij invoer zijn eveneens van toepassing op douanerechten van fiscale aard.

Artikel

36

Douane-unies, vrijhandelszones, regelingen voor grensverkeer

Artikel

37

Dumping en subsidiëring

Artikel

38

Algemene vrijwaringsclausule

Artikel

39

Tekortclausule

Artikel

40

Staatsmonopolies

Albanië past alle staatsmonopolies van commerciële aard geleidelijk aan, zodat er uiterlijk aan het einde van het vierde jaar na inwerkingtreding van deze overeenkomst geen sprake meer is van discriminatie tussen onderdanen van de lidstaten en van Albanië ten aanzien van de omstandigheden waaronder goederen worden verworven en op de markt gebracht. De Stabilisatie- en associatieraad wordt in kennis gesteld van de maatregelen die daartoe worden genomen.

Artikel

41

Behalve indien anders bepaald in deze overeenkomst, zijn de oorsprongsregels voor de toepassing van deze overeenkomst in protocol 4 vastgesteld.

Artikel

42

Toegestane beperkingen

Deze overeenkomst vormt geen beletsel voor verbodsbepalingen of beperkingen ten aanzien van invoer, uitvoer of doorvoer die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde en de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten, de bescherming van het nationale artistieke, historische en archeologische erfgoed, of de bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, of regels betreffende goud en zilver. Dergelijke verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie, noch een verkapte beperking van de handel tussen de partijen vormen.

Artikel

43

Artikel

44

Indien de bevoegde autoriteiten zich hebben vergist in het juiste beheer van de preferentiële uitvoerregeling, en met name in de toepassing van de bepalingen van protocol 4 betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en administratieve samenwerking, mag de partij die te maken krijgt met eventuele consequenties in de vorm van invoerrechten, de Stabilisatie- en associatieraad verzoeken de mogelijkheden van de goedkeuring van passende maatregelen te onderzoeken om de situatie op te lossen.

Artikel

45

De toepassing van deze overeenkomst laat de toepassing van de bepalingen van het Gemeenschapsrecht op de Canarische Eilanden onverlet.

TITEL

V

VERKEER VAN WERKNEMERS, VESTIGING, VERLENEN VAN DIENSTEN EN BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER

HOOFDSTUK

I

VERKEER VAN WERKNEMERS

Artikel

46

Artikel

47

Artikel

48

HOOFDSTUK

II

VESTIGING

Artikel

49

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

  • a.

    „communautaire vennootschap” respectievelijk „Albanese vennootschap”: een volgens de wetgeving van een lidstaat respectievelijk Albanië opgerichte vennootschap die haar statutaire zetel, centrale administratie of belangrijkste handelsactiviteit op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Albanië heeft. Indien echter een volgens de wetgeving van een lidstaat respectievelijk Albanië opgerichte vennootschap uitsluitend haar statutaire zetel op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Albanië heeft, wordt deze vennootschap als communautaire respectievelijk Albanese vennootschap beschouwd, indien uit haar transacties een werkelijke en permanente band met de economie van een van de lidstaten respectievelijk van Albanië blijkt;

  • b.

    „dochteronderneming”: een vennootschap waarover een andere vennootschap daadwerkelijk zeggenschap heeft;

  • c.

    „filiaal”: een handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moedermaatschappij, een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, zodat die derden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat er zo nodig een rechtsverhouding is met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact behoeven te hebben met deze moedermaatschappij, maar hun transacties kunnen afhandelen met de handelszaak die het agentschap vormt;

  • d.

    „vestiging”:

    • i.

      voor onderdanen: het recht op toegang tot economische activiteiten anders dan in loondienst en de uitoefening daarvan, alsmede het recht ondernemingen, met name vennootschappen, op te richten en daadwerkelijk te besturen. De toegang tot werkzaamheden anders dan in loondienst en de oprichting en het beheer van ondernemingen door onderdanen strekt zich niet uit tot het zoeken naar of het aannemen van werk op de arbeidsmarkt van een andere partij en geeft geen recht op toegang tot de arbeidsmarkt van de andere partij. Het bepaalde in dit hoofdstuk is niet van toepassing op personen die ook in loondienst werkzaam zijn;

    • ii.

      voor communautaire respectievelijk Albanese vennootschappen: het recht op toegang tot en uitoefening van economische activiteiten door middel van de oprichting van dochterondernemingen en filialen in Albanië respectievelijk de Gemeenschap;

  • e.

    „werkzaamheden”: het verrichten van economische activiteiten;

  • f.

    „economische activiteiten”: in beginsel activiteiten met een industrieel of commercieel karakter of activiteiten van personen die een vrij beroep uitoefenen, alsmede activiteiten van ambachtslieden;

  • g.

    „onderdaan van de Gemeenschap” respectievelijk „Albanees onderdaan”: een natuurlijke persoon die onderdaan is van een lidstaat respectievelijk van Albanië;

  • h.

    wat het internationale vervoer over zee betreft, met inbegrip van het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk en van hoofdstuk III van deze titel eveneens van toepassing op buiten de Gemeenschap of Albanië gevestigde onderdanen van de lidstaten respectievelijk Albanië, en op buiten de Gemeenschap of Albanië gevestigde scheepvaartondernemingen die worden bestuurd door onderdanen van een lidstaat respectievelijk Albanië, indien hun vaartuigen in die lidstaat respectievelijk in Albanië in overeenstemming met de respectieve wetgevingen zijn ingeschreven;

  • i.

    „financiële diensten”: de in bijlage IV omschreven activiteiten. De Stabilisatie- en associatieraad kan de werkingssfeer van die bijlage uitbreiden of wijzigen.

Artikel

50

Artikel

51

Artikel

53

Artikel

54

Teneinde de toegang tot en de uitoefening van gereglementeerde activiteiten in het kader van vrije beroepen in Albanië respectievelijk de Gemeenschap voor onderdanen van de Gemeenschap respectievelijk Albanese onderdanen te vergemakkelijken, onderzoekt de Stabilisatie- en associatieraad welke maatregelen moeten worden getroffen met het oog op de onderlinge erkenning van diploma’s. De raad kan daartoe alle noodzakelijke maatregelen nemen.

Artikel

55

Artikel

56

Albanië kan in de eerste vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst ten aanzien van de vestiging van vennootschappen en onderdanen van de Gemeenschap maatregelen invoeren die van de bepalingen van dit hoofdstuk afwijken, indien bepaalde industrieën:

  • herstructureringen ondergaan of met grote moeilijkheden te kampen hebben, vooral wanneer deze ernstige sociale gevolgen in Albanië hebben, of

  • geconfronteerd worden met verdwijning of drastische vermindering van het totale marktaandeel dat Albanese vennootschappen of onderdanen in een gegeven sector of bedrijfstak in Albanië hebben, of

  • voor Albanië nieuwe industrieën zijn.

Dergelijke maatregelen:

  • i.

    zijn van toepassing tot uiterlijk zeven jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst;

  • ii.

    zijn redelijk en noodzakelijk voor het oplossen van de situatie, en

  • iii.

    mogen niet leiden tot discriminatie van de activiteiten van vennootschappen of onderdanen van de Gemeenschap die bij de invoering van een gegeven maatregel reeds in Albanië zijn gevestigd in vergelijking met Albanese vennootschappen of onderdanen.

    Bij het ontwerpen en uitvoeren van dergelijke maatregelen verleent Albanië, wanneer zulks mogelijk is, een voorkeursbehandeling aan vennootschappen en onderdanen van de Gemeenschap en in geen geval een behandeling die minder gunstig is dan die welke aan vennootschappen of onderdanen uit een derde land wordt verleend. Albanië raadpleegt de Stabilisatie- en associatieraad vóór de invoering van deze maatregelen en legt deze niet eerder ten uitvoer dan één maand na de kennisgeving aan deze raad van de concrete door Albanië in te voeren maatregelen, behalve wanneer de dreiging van onherstelbare schade spoedeisende maatregelen vereist, in welk geval Albanië de Stabilisatie- en associatieraad onmiddellijk na de invoering hiervan raadpleegt.

Na het verstrijken van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst mogen dergelijke maatregelen door Albanië uitsluitend met toestemming van de Stabilisatie- en associatieraad en onder door deze raad vastgestelde voorwaarden worden ingevoerd of gehandhaafd.

HOOFDSTUK

III

HET VERLENEN VAN DIENSTEN

Artikel

57

Artikel

58

Artikel

59

Ten aanzien van vervoersdiensten tussen de Gemeenschap en Albanië zijn de volgende bepalingen van toepassing:

HOOFDSTUK

IV

BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER

Artikel

61

Artikel

62

HOOFDSTUK

V

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

63

Artikel

64

Voor de toepassing van deze titel belet geen enkele bepaling van deze overeenkomst de partijen hun wetten en voorschriften betreffende toelating en verblijf, werkgelegenheid, arbeidsvoorwaarden, vestiging van natuurlijke personen en het verrichten van diensten toe te passen, mits zij ze niet toepassen op een manier die de voor een partij uit een specifieke bepaling van de overeenkomst voortvloeiende voordelen tenietdoet of beperkt. Deze bepaling laat de toepassing van artikel 63 onverlet.

Artikel

65

Vennootschappen die gezamenlijk door Albanese en communautaire vennootschappen of onderdanen worden bestuurd en hun exclusieve eigendom zijn, komen eveneens in aanmerking voor de bepalingen van deze titel.

Artikel

66

Artikel

67

Artikel

69

De bepalingen van deze overeenkomst doen geen afbreuk aan de toepassing door elke partij van alle maatregelen die nodig zijn om te voorkomen dat door haar getroffen maatregelen ten aanzien van de toegang van derde landen tot haar markt worden ontdoken via de bepalingen van deze overeenkomst.

TITEL

VI

HARMONISATIE VAN WETGEVING, RECHTSHANDHAVING EN MEDEDINGINGSREGELS

Artikel

70

Artikel

71

Bepalingen betreffende de concurrentie en andere economische aspecten

Artikel

72

Overheidsondernemingen

Uiterlijk aan het einde van het derde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst past Albanië op overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, de beginselen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap toe, en dan met name artikel 86.

De speciale rechten van overheidsondernemingen tijdens de in artikel 6 omschreven overgangsperiode omvatten niet de mogelijkheid tot instelling van kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking op de invoer in Albanië van goederen van oorsprong uit de Gemeenschap.

Artikel

73

Intellectuele, industriële en commerciële eigendom

Artikel

74

Overheidsopdrachten

Artikel

75

Normalisatie, metrologie, accreditering en conformiteitsbeoordeling

Artikel

76

Consumentenbescherming

De partijen werken samen om de normen voor de bescherming van de consument in Albanië aan te passen aan die in de Gemeenschap. Een effectieve consumentenbescherming is noodzakelijk voor een goed functionerende markteconomie, en deze bescherming is afhankelijk van de ontwikkeling van administratieve infrastructuren voor markttoezicht en wetshandhaving.

Daartoe en ter behartiging van hun gemeenschappelijke belangen stimuleren de partijen:

  • een beleid van actieve bescherming van de consument, in overeenstemming met het Gemeenschapsrecht;

  • aanpassing van de wetgeving inzake de bescherming van de consument in Albanië aan die in de Gemeenschap;

  • efficiënte wettelijke bescherming van de consument teneinde de kwaliteit van verbruiksgoederen te verbeteren en passende veiligheidsnormen in stand te houden;

  • toezicht op de naleving van de regels door bevoegde autoriteiten en toegang tot juridische procedures in geval van geschillen.

Artikel

77

Arbeidsomstandigheden en gelijke kansen

Albanië moet zijn wetgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden geleidelijk aanpassen aan die van de Gemeenschap, met name op de gebieden gezondheid en veiligheid op het werk en gelijke kansen.

TITEL

VII

JUSTITIE, VRIJHEID EN VEILIGHEID

HOOFDSTUK

I

Inleiding

Artikel

78

Institutionele versterking en de rechtsstaat

Bij de samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken schenken de partijen bijzondere aandacht aan de consolidering van de rechtsstaat en institutionele versterking op alle niveaus, bij de overheid in het algemeen en bij de rechtshandhaving en het justitiële apparaat in het bijzonder. De samenwerking is met name gericht op de versterking van de onafhankelijkheid van het justitiële apparaat en de verbetering van de doeltreffendheid daarvan, de verbetering van het functioneren van de politie en andere rechtshandhavingsinstanties, het voorzien in adequate opleiding en bestrijding van corruptie en de georganiseerde misdaad.

Artikel

79

Bescherming van persoonsgegevens

Zodra deze overeenkomst in werking is getreden, past Albanië zijn wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens aan de Gemeenschapswetgeving en internationale wetgeving op het gebied van privacy aan. Albanië richt onafhankelijke toezichthoudende organen op die over voldoende financiële en personele middelen beschikken om efficiënt te kunnen toezien op de naleving van de wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens. De partijen zullen samenwerken om dit doel te bereiken.

HOOFDSTUK

II

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET VERKEER VAN PERSONEN

Artikel

80

Visa, grensbeheer, asiel en migratie

De partijen werken samen op het gebied van visa, grenscontrole, asiel en migratie en zetten een kader op voor deze samenwerking, ook op regionaal niveau, waarbij in voorkomend geval rekening wordt gehouden met en optimaal geprofiteerd wordt van bestaande initiatieven op dit vlak.

De samenwerking op de in de eerste alinea genoemde gebieden is gebaseerd op wederzijds overleg en nauwe coördinatie van de activiteiten van de partijen en omvat tevens technische en administratieve bijstand bij:

  • de uitwisseling van informatie over wetgeving en praktijken;

  • het opstellen van wetgeving;

  • de verbetering van de efficiëntie van de instellingen;

  • de opleiding van personeel;

  • de beveiliging van reisdocumenten en de herkenning van valse documenten;

  • grensbeheer.

De samenwerking is vooral gericht op:

  • op het gebied van asiel: de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van nationale wetgeving die voldoet aan de normen van het Verdrag van Genève van 1951 en het Protocol van New York van 1967, zodat het beginsel van non-refoulement alsmede andere rechten van asielzoekers en vluchtelingen gerespecteerd worden;

  • op het gebied van legale migratie: toelatingsregels en de rechten en de status van de toegelaten personen. Ten aanzien van migratie komen de partijen overeen onderdanen van derde landen die legaal op hun grondgebied verblijven een billijke behandeling te geven, en een integratiebeleid te bevorderen dat deze onderdanen rechten en plichten geeft die vergelijkbaar zijn met die van hun staatsburgers.

Artikel

81

Preventie van en controle op illegale immigratie en overname

HOOFDSTUK

III

SAMENWERKING INZAKE DE BESTRIJDING VAN HET WITWASSEN VAN GELD, DE FINANCIERING VAN TERRORISME EN DRUGS EN TERRORISME

Artikel

82

Witwassen van geld en financiering van terrorisme

Artikel

83

Samenwerking op het gebied van drugs

Artikel

84

Bestrijding van terrorisme

Overeenkomstig de internationale verdragen waarbij zij partij zijn en hun eigen wet- en regelgeving, komen de partijen overeen samen te werken aan de voorkoming en bestrijding van terroristische daden en de financiering daarvan, met name wat betreft grensoverschrijdende activiteiten:

  • in het kader van de volledige tenuitvoerlegging van Resolutie 1373 (2001) van de VN-Veiligheidsraad inzake bedreigingen van de internationale vrede en veiligheid door terroristische daden, en andere relevante VN-resoluties, internationale verdragen en instrumenten;

  • door informatie uit te wisselen over terroristische groeperingen en ondersteunende netwerken, overeenkomstig het nationale en internationale recht;

  • door ervaringen uit te wisselen over manieren om terrorisme te bestrijden, op technisch gebied en op het gebied van opleiding, en door ervaringen uit te wisselen over het voorkomen van terrorisme.

HOOFDSTUK

IV

SAMENWERKING OP STRAFRECHTELIJK GEBIED

Artikel

85

Voorkoming en bestrijding van georganiseerde misdaad en andere illegale activiteiten

De partijen werken samen aan de voorkoming en bestrijding van al dan niet georganiseerde criminele en illegale activiteiten, zoals:

  • mensensmokkel en mensenhandel;

  • illegale economische activiteiten, met name valsemunterij, illegale transacties met producten als industrieel afval en radioactief materiaal, en transacties met illegale of namaakproducten;

  • corruptie, zowel in de publieke als in de particuliere sector, met name in verband met niet-transparante administratieve praktijken;

  • belastingfraude;

  • illegale handel in drugs en psychotrope stoffen;

  • smokkelarij;

  • illegale wapenhandel;

  • het vervalsen van documenten;

  • illegale autohandel;

  • computercriminaliteit.

Regionale samenwerking en de naleving van internationaal erkende normen op het gebied van de bestrijding van georganiseerde misdaad worden bevorderd.

TITEL

VIII

SAMENWERKINGSBELEID

Artikel

86

Algemene bepalingen inzake samenwerkingsbeleid

Artikel

87

Economisch beleid en handelspolitiek

Artikel

88

Statistische samenwerking

De samenwerking tussen de partijen is in eerste instantie gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het acquis van de Gemeenschap op het gebied van de statistiek. De statistische samenwerking is met name gericht op de ontwikkeling van een efficiënt en duurzaam statistisch stelsel dat in staat is de vergelijkbare, betrouwbare, objectieve en nauwkeurige gegevens te leveren die nodig zijn om het overgangs- en hervormingsproces in Albanië te plannen en te controleren. Ook moet de statistische samenwerking het bureau voor de statistiek van Albanië in staat stellen beter te voldoen aan de behoeften van nationale en internationale afnemers (overheid en particuliere sector). Het statistisch stelsel moet de fundamentele beginselen van de statistiek die door de Verenigde Naties zijn uitgevaardigd, de Europese praktijkcode voor statistieken en de bepalingen van de Europese statistiekwetgeving eerbiedigen en zich ontwikkelen in de richting van het acquis.

Artikel

89

Bank- en verzekeringswezen en andere financiële diensten

De samenwerking tussen de partijen is gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis voor bank- en verzekeringswezen en financiële diensten. De partijen werken samen om een passend kader tot stand te brengen en verder te ontwikkelen voor het stimuleren van het bank- en verzekeringswezen en de sector financiële diensten in Albanië.

Artikel

90

Samenwerking op het gebied van audit en financiële controle

De samenwerking tussen de partijen is gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op het gebied van interne controle van de overheidsfinanciën (PIFC) en externe boekhoudkundige controle. De partijen werken met name samen aan de ontwikkeling van efficiënte systemen voor PIFC en externe boekhoudkundige controle in Albanië overeenkomstig internationaal erkende normen en methoden en de op Europees niveau overeengekomen beste praktijken.

Artikel

91

Stimulering en bescherming van investeringen

De samenwerking tussen de partijen, binnen de reikwijdte van hun respectieve bevoegdheden, op het gebied van de bevordering en bescherming van investeringen is erop gericht een gunstig klimaat te creëren voor binnenlandse en buitenlandse particuliere investeringen, die van essentieel belang zijn voor de economische en industriële revitalisering van Albanië.

Artikel

92

Industriële samenwerking

Artikel

93

Midden- en kleinbedrijf

De samenwerking tussen de partijen is gericht op de ontwikkeling en versterking van het particuliere midden- en kleinbedrijf (MKB), waarbij rekening wordt gehouden met de prioritaire gebieden in verband met het communautair acquis op het gebied van het MKB en met de beginselen die zijn vastgelegd in het Europees Handvest voor kleine ondernemingen.

Artikel

94

Toerisme

Artikel

95

De landbouw en de agro-industriële sector

De samenwerking tussen de partijen is primair gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op landbouwgebied. De samenwerking is gericht op de modernisering en herstructurering van de Albanese landbouw en levensmiddelensector en op de ondersteuning van de geleidelijke aanpassing van de Albanese wetgeving en praktijk aan de communautaire regels en normen.

Artikel

96

Visserij

De partijen onderzoeken de mogelijkheid om in de visserijsector gebieden van wederzijds belang aan te wijzen waarop samenwerking voor elk van hen voordeel zou opleveren. In het kader van de samenwerking wordt op passende wijze rekening gehouden met het communautair acquis op visserijgebied, waaronder de naleving van internationale verplichtingen betreffende regels van de internationale en de regionale visserijorganisaties inzake het beheer en de instandhouding van visbestanden.

Artikel

97

Douane

Artikel

98

Fiscale bepalingen

Artikel

99

Samenwerking op sociaal gebied

Artikel

100

Onderwijs en opleiding

Artikel

101

Samenwerking op cultureel gebied

De partijen verbinden zich ertoe de samenwerking op cultureel gebied te bevorderen. Deze samenwerking beoogt onder meer het wederzijds begrip en het wederzijds respect voor personen, gemeenschappen en volkeren te doen toenemen. De partijen verbinden zich er eveneens toe om samen te werken om de culturele diversiteit te bevorderen, met name in het kader van het UNESCO-verdrag inzake de bescherming en bevordering van de diversiteit van culturele uitingen.

Artikel

102

Samenwerking op audiovisueel gebied

Artikel

103

Informatiemaatschappij

Artikel

104

Netwerken en diensten voor elektronische communicatie

Artikel

105

Informatie en communicatie

De Gemeenschap en Albanië nemen de nodige maatregelen om de onderlinge uitwisseling van informatie te stimuleren. Prioriteit krijgen programma’s die het bredere publiek basisinformatie over de Gemeenschap verstrekken en de professionele kringen in Albanië voorzien van meer gespecialiseerde informatie.

Artikel

106

Vervoer

Artikel

107

Energie

De samenwerking is gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op het gebied van energie, eventueel met inbegrip van aspecten van nucleaire veiligheid. De samenwerking is gebaseerd op de beginselen van de markteconomie en het ondertekende regionale Verdrag tot oprichting van de energiegemeenschap en gericht op de geleidelijke integratie van Albanië in de Europese energiemarkten.

Artikel

108

Milieu

Artikel

109

Samenwerking op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling

Artikel

110

Regionale en plaatselijke ontwikkeling

Artikel

111

Openbaar bestuur

TITEL

IX

FINANCIËLE SAMENWERKING

Artikel

112

Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst en in overeenstemming met de artikelen 3, 113 en 115 komt Albanië in aanmerking voor financiële steun van de Gemeenschap in de vorm van subsidies en leningen, waaronder leningen van de Europese Investeringsbank. De steun van de Gemeenschap blijft gebonden aan de naleving van de beginselen en de voorwaarden die zijn vastgesteld in de conclusies van de Raad Algemene Zaken van 29 april 1997, waarbij rekening wordt gehouden met de resultaten van het jaarlijks onderzoek van de landen van het stabilisatie- en associatieproces, en van andere conclusies van de Raad, met name ten aanzien van de naleving van het aanpassingsprogramma. De steun aan Albanië wordt afgestemd op de geconstateerde behoeften, de geselecteerde prioriteiten, het vermogen tot opneming en terugbetaling en de maatregelen die worden getroffen om de economie te hervormen en te herstructureren.

Artikel

113

De financiële bijstand in de vorm van subsidies wordt gedekt door operationele maatregelen die bij een verordening van de Raad worden ingesteld, binnen een indicatief meerjarenkader dat door de Gemeenschap na overleg met Albanië wordt opgesteld. De financiële bijstand kan betrekking hebben op alle samenwerkingsterreinen, waarbij met name aandacht wordt besteed aan justitie, vrijheid en veiligheid, aan harmonisatie van wetgeving en aan economische ontwikkeling.

Artikel

114

In het geval van bijzondere noodzaak kan de Gemeenschap op verzoek van Albanië, in overleg met de internationale financiële instellingen, onderzoeken of bij wijze van uitzondering macrofinanciële bijstand kan worden verleend, op bepaalde voorwaarden en met inachtneming van de beschikbaarheid van alle financiële middelen. Deze bijstand wordt dan vrijgegeven op bepaalde voorwaarden, die in het kader van een door Albanië en het IMF overeen te komen programma worden vastgesteld.

Artikel

115

Met het oog op optimale benutting van de beschikbare middelen zien de partijen erop toe dat de bijdragen van de Gemeenschap worden verstrekt in nauwe coördinatie met andere financieringsbronnen, zoals lidstaten, andere landen en internationale financiële instellingen.

Daartoe wisselen de partijen regelmatig informatie uit over alle bronnen van bijstand.

TITEL

X

INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

116

Er wordt een Stabilisatie- en associatieraad opgericht, die toezicht houdt op de toepassing en de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst. De Stabilisatie- en associatieraad komt op passend niveau bijeen met regelmatige tussenpozen en wanneer de omstandigheden dat vereisen, en behandelt dan alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de overeenkomst voordoen, en alle andere, bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

Artikel

117

Artikel

118

Om de doelstellingen van de overeenkomst te bereiken, krijgt de Stabilisatie- en associatieraad de bevoegdheid besluiten te nemen binnen de toepassingssfeer van deze overeenkomst voor de in de overeenkomst vermelde gevallen. De besluiten van de Stabilisatie- en associatieraad zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Stabilisatie- en associatieraad mag ook passende aanbevelingen doen. De besluiten en aanbevelingen van de raad worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de partijen.

Artikel

119

De partijen leggen geschillen die verband houden met de toepassing of de interpretatie van deze overeenkomst voor aan de Stabilisatie- en associatieraad. De Stabilisatie- en associatieraad kan een dergelijk geschil door middel van een bindend besluit beslechten.

Artikel

120

Artikel

121

Het Stabilisatie- en associatiecomité kan subcomités oprichten.

Voor het einde van het eerste jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst zet het Stabilisatie- en associatiecomité de nodige subcomités op voor de adequate uitvoering van de overeenkomst. Wanneer het Stabilisatie- en associatiecomité besluit subcomités op te zetten en hun taakomschrijving vast te stellen, houdt het terdege rekening met het belang van de juiste afhandeling van met migratie samenhangende problemen, met name ten aanzien van de uitvoering van de artikelen 80 en 81 van deze overeenkomst en het toezicht op het EU-actieplan voor Albanië en de omliggende regio.

Artikel

122

Er wordt een Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité opgericht. Dit dient als forum waar leden van het Albanese parlement en het Europees Parlement elkaar kunnen ontmoeten en van gedachten kunnen wisselen. Dat comité komt met door hemzelf te bepalen tussenpozen bijeen.

Het Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité bestaat uit enerzijds leden van het Europees Parlement en anderzijds leden van het Albanese parlement.

Het Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.

Het Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité wordt beurtelings voorgezeten door het Europees Parlement en het Albanese parlement, overeenkomstig de in het reglement van orde neer te leggen bepalingen.

Artikel

123

Binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst beijvert elk van beide partijen zich om ervoor te zorgen dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere partij, zonder discriminatie ten opzichte van haar eigen onderdanen, toegang krijgen tot de ter zake bevoegde gerechtelijke instanties en administratieve lichamen van de partijen, ter verdediging van hun individuele rechten en hun eigendomsrechten.

Artikel

124

Niets in deze overeenkomst belet een partij maatregelen te nemen:

  • a.

    die zij nodig acht om onthulling te beletten van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist;

  • b.

    die verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of productie die absoluut vereist is voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor producten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;

  • c.

    die zij van vitaal belang acht voor haar eigen veiligheid, in geval van ernstige binnenlandse onlusten die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan.

Artikel

125

Artikel

126

Artikel

127

De partijen komen overeen op verzoek van elk van de partijen onmiddellijk overleg te plegen via passende kanalen om kwesties met betrekking tot de interpretatie of tenuitvoerlegging van deze overeenkomst en andere relevante aspecten van de betrekkingen tussen de partijen te bespreken.

De bepalingen van dit artikel hebben geen invloed op en gelden onverminderd de artikelen 31, 37, 38, 39 en 43.

Artikel

128

Zolang onder deze overeenkomst geen gelijkwaardige rechten zijn verworven voor personen en ondernemers, doet de overeenkomst geen afbreuk aan de rechten die hun worden verleend bij bestaande overeenkomsten tussen een of meer lidstaten, enerzijds, en Albanië, anderzijds.

Artikel

129

De bijlagen I tot en met V en de protocollen 1, 2, 3, 4, 5 en 6 vormen een integrerend onderdeel van de overeenkomst.

De op 22 november 2004 ondertekende Kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië inzake de algemene beginselen voor de deelname van de Republiek Albanië aan communautaire programma’s, en de bijlage daarbij vormen een integrerend onderdeel van deze overeenkomst. De in artikel 8 van die kaderovereenkomst bedoelde evaluatie wordt door de Stabilisatie- en associatieraad uitgevoerd; de raad heeft de bevoegdheid de kaderovereenkomst zo nodig te wijzigen.

Artikel

130

Deze overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

Elk van beide partijen kan deze overeenkomst opzeggen door de andere partij van deze opzegging in kennis te stellen. De overeenkomst verstrijkt zes maanden na de datum van die kennisgeving.

Artikel

131

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder „partijen” verstaan de Gemeenschap, of haar lidstaten, of de Gemeenschap en haar lidstaten, in overeenstemming met hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en Albanië, anderzijds.

Artikel

133

De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie is de depositaris van deze overeenkomst.

Artikel

134

Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud in alle officiële talen van de partijen, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel

135

Deze overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures geratificeerd of goedgekeurd. De akten van ratificatie of goedkeuring worden neergelegd bij het Secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie. Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de laatste akte van ratificatie of van goedkeuring is neergelegd.

Artikel

136

Interimovereenkomst

De partijen komen overeen dat, indien in afwachting van de voltooiing van de procedures die nodig zijn voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst, de bepalingen van sommige gedeelten van deze overeenkomst, met name die inzake het vrije verkeer van goederen, alsmede de relevante bepalingen inzake vervoer, door middel van een interimovereenkomst tussen de Gemeenschap en Albanië ten uitvoer worden gelegd, voor de toepassing van titel IV, van de artikelen 40, 71, 72, 73 en 74 van deze overeenkomst en van de protocollen 1, 2, 3, 4 en 6 alsmede de relevante bepalingen van protocol 5, onder de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst wordt verstaan de datum van inwerkingtreding van de interimovereenkomst, voor wat betreft de verplichtingen die in deze artikelen en protocollen zijn opgenomen.

Artikel

137

Bij inwerkingtreding vervangt deze overeenkomst de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Albanië inzake handel en commerciële en economische samenwerking, die op 11 mei 1992 te Brussel werd ondertekend. Door de uitvoering van die overeenkomst tot stand gekomen rechten, verplichtingen of rechtsposities van de partijen worden hierdoor niet aangetast.

GEDAAN te Luxemburg, de twaalfde juni tweeduizend zes.

Protocol

1

betreffende ijzer- en staalproducten

Artikel

1

Dit protocol is van toepassing op de producten die zijn vermeld in de hoofdstukken 72 en 73 van de gecombineerde nomenclatuur. Het is eveneens van toepassing op andere onder deze hoofdstukken vallende eindproducten van ijzer en staal die in de toekomst uit Albanië van oorsprong kunnen zijn.

Artikel

2

Douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op ijzer- en staalproducten van oorsprong uit Albanië worden bij de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

De artikelen 20, 21 en 22 van de overeenkomst zijn van toepassing op de handel in ijzer- en staalproducten tussen de partijen.

Artikel

7

De partijen komen overeen dat overeenkomstig artikel 120, lid 4, van de overeenkomst een contactgroep zal worden opgericht, die als taak heeft de tenuitvoerlegging van dit protocol te volgen en te evalueren.

Protocol

2

Inzake de handel tussen de Gemeenschap en Albanië in bewerkte landbouwproducten (Sao protocol 2)

Artikel

1

Artikel

2

De overeenkomstig artikel 1 toegepaste rechten kunnen bij besluit van de Stabilisatie- en associatieraad worden verlaagd:

  • wanneer in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Albanië de op de basisproducten toegepaste rechten worden verlaagd, of

  • naar aanleiding van verlagingen die het gevolg zijn van wederzijdse concessies voor verwerkte landbouwproducten.

De onder het eerste streepje bedoelde verlagingen worden berekend op het deel van het recht, aangemerkt als landbouwelement, dat overeenstemt met de landbouwproducten die daadwerkelijk bij de vervaardiging van de bedoelde verwerkte landbouwproducten zijn gebruikt en in mindering zijn gebracht op de voor die basislandbouwproducten geldende rechten.

Artikel

3

De Gemeenschap en Albanië stellen elkaar in kennis van de administratieve regelingen die zijn vastgesteld voor de onder dit protocol vallende producten. Deze regelingen dienen een gelijke behandeling van alle betrokken partijen te waarborgen en dienen zo eenvoudig en soepel mogelijk te zijn.

Protocol

3

betreffende wederzijdse preferentiële handelsconcessies voor bepaalde wijnen, de wederzijdse erkenning, bescherming en controle van benamingen van wijnen, gedistilleerde dranken en gearomatiseerde wijnen* De Bijlagen met Aanhangsels, bij dit Protocol liggen ter inzage bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Directie Juridische Zaken, Afdeling Verdragen.

Artikel

1

Het Protocol omvat de volgende onderdelen:

  • 1.

    een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië betreffende wederzijdse preferentiële handelsconcessies voor bepaalde wijnen (bijlage I bij dit protocol);

  • 2.

    een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië betreffende de wederzijdse erkenning, bescherming en controle van benamingen van wijnen, gedistilleerde dranken en gearomatiseerde wijnen (bijlage II bij dit protocol).

Artikel

2

Deze overeenkomsten zijn van toepassing voor wijnen die vallen onder code 22.04, gedistilleerde dranken die vallen onder code 22.08 en gearomatiseerde wijnen die vallen onder code 22.05 van het op 14 juni1983 in Brussel ondertekende Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codificering van goederen.

Deze overeenkomsten hebben betrekking op de volgende producten:

  • 1.

    wijnen van verse druiven

    • a.

      van oorsprong uit de Gemeenschap, die zijn geproduceerd overeenkomstig de regels inzake oenologische procédés en behandelingen, zoals bedoeld in Titel V van Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, zoals gewijzigd, en Verordening (EG) nr. 1622/2000 van de Commissie van 24 juli 2000 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, en tot instelling van een communautaire regeling inzake oenologische procédés en behandelingen, zoals gewijzigd;

    • b.

      van oorsprong uit Albanië, die zijn geproduceerd overeenkomstig de regels inzake oenologische procédés en behandelingen, zoals geformuleerd in de Albanese wetgeving. Deze oenologische regels moeten in overeenstemming zijn met de communautaire wetgeving;

  • 2.

    gedistilleerde dranken zoals gedefinieerd:

    • a.

      voor de Gemeenschap in Verordening (EEG) nr. 1576/89 van de Raad van 29 mei 1989 tot vaststelling van de algemene voorschriften betreffende de definitie, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van gedistilleerde dranken, zoals gewijzigd, en Verordening (EEG) nr. 1014/90 van de Commissie van 24 april 1990 houdende uitvoeringsbepalingen voor de definitie, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van gedistilleerde dranken, zoals gewijzigd;

    • b.

      voor Albanië in het tweede ministerieel decreet van 6 januari 2003 ter goedkeuring van de verordening inzake de definitie, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van gedistilleerde dranken, op basis van wet nr. 8443 van 21 januari 1999 inzake de wijnbouw, wijn en nevenproducten op basis van druiven;

  • 3.

    gearomatiseerde wijnen, gearomatiseerde dranken op basis van wijn en gearomatiseerde cocktails van wijnbouwproducten, hierna „gearomatiseerde wijnen” genoemd, zoals gedefinieerd:

    • a.

      voor de Gemeenschap in Verordening (EEG) nr. 1601/91 van de Raad van 10 juni 1991 tot vaststelling van de algemene voorschriften betreffende de definitie, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van gearomatiseerde wijnen, gearomatiseerde dranken op basis van wijn en gearomatiseerde cocktails van wijnbouwproducten, zoals gewijzigd;

    • b.

      voor Albanië in wet nr. 8443 van 21 januari 1999 inzake de wijnbouw, wijn en nevenproducten op basis van druiven.

Protocol

4

Inzake de definitie van het begrip „Producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking voor de toepassing van deze Overeenkomst tussen de Gemeenschap en de Republiek Albanië

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „vervaardiging”: elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage en speciale behandelingen;

  • b.

    „materiaal”: alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen en dergelijke die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;

  • c.

    „product”: het verkregen product, ook indien dit bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;

  • d.

    „goederen”: zowel materialen als producten;

  • e.

    „douanewaarde”: de waarde zoals bepaald volgens de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 (Overeenkomst inzake de douanewaarde van de WTO);

  • f.

    „prijs af fabriek”: de prijs die voor het product af fabriek is betaald aan de fabrikant in de Gemeenschap of in Albanië in wiens bedrijf de laatste be- of verwerking is verricht, mits in die prijs de waarde van alle gebruikte materialen is inbegrepen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;

  • g.

    „waarde van de materialen”: de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de Gemeenschap of in Albanië is betaald;

  • h.

    „waarde van de materialen van oorsprong”: de waarde van deze materialen als omschreven onder g), welke omschrijving van dienovereenkomstige toepassing is;

  • i.

    „toegevoegde waarde”: de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van alle gebruikte materialen van oorsprong uit de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen of, indien de douanewaarde niet bekend is of niet kan worden vastgesteld, de eerste verifieerbare prijs die in de Gemeenschap of in Albanië voor deze materialen werd betaald;

  • j.

    „hoofdstukken” en „posten”: de hoofdstukken en posten (viercijfer-codes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit protocol „geharmoniseerd systeem” of „GS” genoemd;

  • k.

    „ingedeeld”: de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;

  • l.

    „zending”: producten die gelijktijdig door een exporteur naar dezelfde geadresseerde worden verzonden of die vergezeld gaan van één vervoersdocument dat de verzending van de exporteur naar de geadresseerde dekt, of bij gebreke daarvan, één factuur;

  • m)

    „gebieden”: ook de territoriale wateren.

TITEL

II

DEFINITIE VAN HET BEGRIP „PRODUCTEN VAN OORSPRONG”

Artikel

2

Algemene voorwaarden

Artikel

3

Cumulatie in de Gemeenschap

Artikel

4

Cumulatie in Albanië

Artikel

5

Geheel en al verkregen producten

Artikel

6

Toereikende be- of verwerking

Artikel

7

Ontoereikende be- of verwerking

Artikel

8

Determinerende eenheid

Artikel

9

Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen

Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden geleverd en deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs daarvan zijn inbegrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht één geheel te vormen met het materieel en de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.

Artikel

10

Stellen en assortimenten

Stellen of assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem, worden als van oorsprong beschouwd indien alle samenstellende delen van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt als van oorsprong beschouwd indien de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15 procent van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt.

Artikel

11

Neutrale elementen

Om te bepalen of een product van oorsprong is, is het niet noodzakelijk de oorsprong na te gaan van bij de vervaardiging gebruikte:

  • a)

    energie en brandstof;

  • b)

    fabrieksuitrusting;

  • c)

    machines en werktuigen;

  • d)

    goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren daarin voor te komen.

TITEL

III

TERRITORIALE VOORWAARDEN

Artikel

12

Territorialiteitsbeginsel

Artikel

13

Rechtstreeks vervoer

Artikel

14

Tentoonstellingen

TITEL

IV

TERUGGAVE EN VRIJSTELLING VAN RECHTEN

Artikel

15

Verbod op de teruggave of vrijstelling van douanerechten

TITEL

V

BEWIJS VAN OORSPRONG

Artikel

16

Algemene voorwaarden

Artikel

17

Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Artikel

18

Afgifte achteraf van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Artikel

19

Afgifte van een duplicaat van een EUR.1-certificaat

Artikel

20

Afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong

Voor producten van oorsprong die in de Gemeenschap of in Albanië onder toezicht van een douanekantoor zijn geplaatst, kan het oorspronkelijke bewijs van oorsprong door een of meer EUR.1-certificaten worden vervangen bij verzending van deze producten of een gedeelte daarvan naar een andere plaats in de Gemeenschap of in Albanië. Dit certificaat wordt of deze certificaten worden afgegeven door het douanekantoor dat op de producten toezicht houdt.

Artikel

21

Gescheiden boekhouding

Artikel

22

Het opstellen van een factuurverklaring

Artikel

23

Toegelaten exporteurs

Artikel

24

Geldigheid van bewijzen van oorsprong

Artikel

25

Overlegging van bewijzen van oorsprong

Bewijzen van oorsprong worden bij de douane van het land van invoer ingediend overeenkomstig de aldaar geldende procedures. Deze autoriteiten kunnen om een vertaling van dit bewijs vragen. Zij kunnen voorts eisen dat de aangifte ten invoer vergezeld gaat van een verklaring van de importeur dat de producten aan de voorwaarden voor de toepassing van de overeenkomst voldoen.

Artikel

26

Invoer in deelzendingen

Wanneer, op verzoek van de importeur en op de door de douaneautoriteiten van het land van invoer vastgestelde voorwaarden, gedemonteerde of niet-gemonteerde producten in de zin van algemene regel 2 a) voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem, vallende onder de afdelingen XVI en XVII of de posten 7308 en 9406 van het geharmoniseerd systeem, in deelzendingen worden ingevoerd, wordt één enkel bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten ingediend bij de invoer van de eerste deelzending.

Artikel

27

Vrijstelling van bewijs van oorsprong

Artikel

28

Bewijsstukken

De in artikel 17, lid 3, en artikel 22, lid 3, bedoelde documenten aan de hand waarvan wordt aangetoond dat producten die door een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of een factuurverklaring worden gedekt, producten van oorsprong zijn uit de Gemeenschap, Albanië of een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen of gebieden en aan de andere voorwaarden van dit protocol voldoen, kunnen onder meer de volgende zijn:

  • a)

    een rechtstreeks bewijs, bijvoorbeeld aan de hand van de boekhouding of de interne administratie van de exporteur of leverancier, van de door deze uitgevoerde be- of verwerkingen om de producten te verkrijgen;

  • b)

    in de Gemeenschap of in Albanië afgegeven of opgestelde en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt;

  • c)

    in de Gemeenschap of in Albanië afgegeven of opgestelde, en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de be- of verwerking in de Gemeenschap of in Albanië blijkt;

  • d)

    certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of factuurverklaringen waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt, die overeenkomstig dit protocol in de Gemeenschap of in Albanië zijn afgegeven of opgesteld, of die in een van de in de artikelen 3 en 4 genoemde landen of gebieden zijn opgesteld overeenkomstig oorsprongsregels die gelijk zijn aan de oorsprongsregels van dit protocol;

  • e)

    passende bewijsstukken inzake be- of verwerking buiten de Gemeenschap of Albanië overeenkomstig artikel 12, waaruit blijkt dat aan de eisen van dat artikel is voldaan.

Artikel

29

Bewaring van de bewijzen van oorsprong en de andere bewijsstukken

Artikel

30

Verschillen en vormfouten

Artikel

31

Bedragen in euro

TITEL

VI

ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING

Artikel

32

Wederzijdse bijstand

Artikel

33

Controle van de bewijzen van oorsprong

Artikel

34

Geschillenregeling

Geschillen ten aanzien van de in artikel 33 bedoelde controles die niet onderling geregeld kunnen worden tussen de douaneautoriteiten die de controle hebben aangevraagd en de douaneautoriteiten die deze hebben moeten uitvoeren, en problemen in verband met de interpretatie van dit protocol worden aan het Stabilisatie- en associatiecomité voorgelegd.

In alle gevallen is de wetgeving van het land van invoer van toepassing op de beslechting van geschillen tussen een importeur en de douane van het land van invoer.

Artikel

35

Sancties

Sancties worden getroffen tegen ieder die een document met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen met het doel goederen onder de preferentiële regeling te doen vallen.

Artikel

36

Vrije zones

TITEL

VII

CEUTA EN MELILLA

Artikel

37

Toepassing van het protocol

Artikel

38

Bijzondere voorwaarden

TITEL

VIII

SLOTBEPALINGEN

Artikel

39

Wijzigingen van het protocol

De Stabilisatie- en associatieraad kan besluiten bepalingen van dit protocol te wijzigen.

Protocol

5

inzake vervoer over land

Artikel

1

Doel

Het doel van dit protocol is de samenwerking tussen de partijen inzake het vervoer over land, in het bijzonder het transitoverkeer, te bevorderen en in dat verband toe te zien op gecoördineerde ontwikkeling van het vervoer door en via de grondgebieden van de partijen, door middel van de volledige en coherente toepassing van alle bepalingen van dit protocol.

Artikel

2

Toepassingsgebied

Artikel

3

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „communautair transitoverkeer”: de doorvoer van goederen over het grondgebied van Albanië door een in de Gemeenschap gevestigde transporteur vanuit of naar een lidstaat van de Gemeenschap;

  • b.

    „Albanees transitoverkeer”: de doorvoer van goederen over het grondgebied van de Gemeenschap, door een in Albanië gevestigde transporteur, van Albanië naar een derde land of van een derde land naar Albanië;

  • c.

    „gecombineerd vervoer”: goederenvervoer waarbij de vrachtwagen, de aanhangwagen, de oplegger met of zonder trekker, de wissellaadbak of de container van 20 voet of meer gebruik maakt van de weg voor het eerste of het laatste gedeelte van het traject, en voor het andere gedeelte van het spoor of de binnenwateren, of van een zeetraject wanneer dat traject meer bedraagt dan 100 km hemelsbreed gemeten, en het begin- of het eindvervoer over de weg verricht:

    • hetzij tussen de laadplaats van de goederen en het dichtstbij gelegen geschikte spoorwegstation van inlading, voor wat het beginvervoer betreft, en tussen het dichtstbij gelegen geschikte spoorwegstation van uitlading en de losplaats van de goederen, voor wat het eindvervoer betreft;

    • hetzij binnen een afstand van ten hoogste 150 km hemelsbreed gemeten, vanaf de rivier- of zeehaven van in- of van uitlading.

TITEL

I

INFRASTRUCTUUR

Artikel

4

Algemene bepaling

De partijen komen overeen maatregelen voor de ontwikkeling van een multimodale vervoersinfrastructuur te nemen en die op elkaar af te stemmen, als een wezenlijk middel om de problemen op te lossen die zich voordoen in het goederenvervoer door Albanië, met name op de pan-Europese corridor VIII, de noord-zuidas en de verbindingen met het Adriatisch/Ionisch pan-Europees vervoersgebied.

Artikel

5

Planning

De ontwikkeling van een multimodaal regionaal vervoersnetwerk op het grondgebied van Albanië dat aan de behoeften van Albanië en van Zuidoost-Europa voldoet en de belangrijkste weg- en spoorwegverbindingen, binnenwateren, binnenhavens, havens, luchthavens en andere relevante knooppunten van het netwerk omvat, is voor de Gemeenschap en voor Albanië van bijzonder belang. Dit netwerk is gedefinieerd in een memorandum van overeenstemming inzake de ontwikkeling van een vervoerskerninfrastructuurnetwerk voor Zuidoost-Europa, dat in juni 2004 door de ministers van de regio en de Europese Commissie is ondertekend. Verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het netwerk en de keuze van prioriteiten is een stuurcomité dat uit vertegenwoordigers van elk van de ondertekenaars bestaat.

Artikel

6

Financiële aspecten

TITEL

II

VERVOER PER SPOOR EN GECOMBINEERD VERVOER

Artikel

7

Algemene bepaling

De partijen nemen de nodige maatregelen voor de ontwikkeling en de bevordering van het vervoer per spoor en het gecombineerde vervoer en stemmen deze op elkaar af, met als doel een groot deel van het vervoer van en naar en het transitoverkeer door Albanië in de toekomst op milieuvriendelijker wijze te doen plaatsvinden.

Artikel

8

Bijzondere aspecten met betrekking tot de infrastructuur

In het kader van de modernisering van de Albanese spoorwegen dient het nodige te worden gedaan om het systeem aan het gecombineerde vervoer aan te passen, met bijzondere aandacht voor de ontwikkeling of aanleg van terminals, de afmetingen van de tunnels en de capaciteit, waarvoor aanzienlijke investeringen vereist zijn.

Artikel

9

Ondersteunende maatregelen

De partijen nemen alle nodige maatregelen ter bevordering van de ontwikkeling van gecombineerd vervoer. Deze maatregelen hebben ten doel:

  • gebruikers en expediteurs aan te moedigen van gecombineerd vervoer gebruik te maken;

  • gecombineerd vervoer concurrerend te maken ten opzichte van het wegvervoer, met name door middel van financiële steun van de Gemeenschap of Albanië in het kader van hun respectieve wetgeving;

  • het gebruik van gecombineerd vervoer over lange afstanden te bevorderen en met name het gebruik van wissellaadbakken, containers en vervoer zonder begeleiding in het algemeen te bevorderen;

  • de snelheid en betrouwbaarheid van gecombineerd vervoer te verbeteren, in het bijzonder door:

    • de frequentie van konvooien te verhogen en aan de behoeften van de expediteurs en gebruikers aan te passen;

    • de wachttijden bij terminals te bekorten en de productiviteit ervan op te voeren; het gecombineerde vervoer toegankelijker te maken door belemmeringen op toegangswegen op gepaste wijze weg te nemen;

    • het gewicht, de afmetingen en de technische kenmerken van het gespecialiseerde materiaal indien nodig te harmoniseren, en met name te zorgen voor de nodige compatibiliteit van de afmetingen, en overleg te plegen bij de bestelling en het in bedrijf nemen van het als gevolg van de ontwikkeling van het verkeer vereiste materieel;

    • en in het algemeen alle andere passende maatregelen te nemen.

Artikel

10

Rol van de spoorwegen

In het licht van de verdeling van de bevoegdheden tussen de staat en de spoorwegen doen de partijen hun spoorwegmaatschappijen de aanbeveling om voor zowel het personen- als het goederenvervoer:

  • de bilaterale en multilaterale samenwerking en de samenwerking in het kader van internationale spoorwegorganisaties op alle gebieden te versterken, in het bijzonder ten aanzien van de verbetering van de kwaliteit en de veiligheid van de vervoersdiensten;

  • gezamenlijk te streven naar een organisatie van de spoorwegen die expediteurs ertoe aanmoedigt hun goederen per spoor in plaats van over de weg te vervoeren, met name voor transitodoeleinden, op basis van eerlijke concurrentie en met behoud van de vrije keuze van de gebruiker;

  • de deelname van Albanië aan de tenuitvoerlegging en toekomstige ontwikkeling van het acquis van de Gemeenschap op het gebied van de ontwikkeling van de spoorwegen voor te bereiden.

TITEL

III

VERVOER OVER DE WEG

Artikel

11

Algemene bepalingen

Artikel

12

Markttoegang

De partijen verbinden zich bij voorrang ertoe samen te werken om, behoudens hun interne voorschriften, te streven naar:

  • regelingen ter bevordering van de ontwikkeling van een vervoersstelsel dat beantwoordt aan de behoeften van beide partijen en dat enerzijds verenigbaar is met de voltooiing van de interne markt van de Gemeenschap en het gemeenschappelijke vervoersbeleid, en anderzijds met de economische politiek en het vervoersbeleid van Albanië;

  • een definitieve regeling voor de toekomstige toegang tot elkaars wegvervoersmarkt op basis van wederkerigheid.

Artikel

13

Belastingen, tol en andere heffingen

Artikel

14

Afmetingen en gewichten

Artikel

15

Milieu

Artikel

16

Sociale aspecten

Artikel

17

Bepalingen betreffende het verkeer

Artikel

18

Verkeersveiligheid

TITEL

IV

VEREENVOUDIGING VAN FORMALITEITEN

Artikel

19

Vereenvoudiging van formaliteiten

TITEL

V

SLOTBEPALINGEN

Artikel

20

Verruiming van het toepassingsgebied

Indien één van de partijen bij de toepassing van dit protocol tot de conclusie komt dat andere maatregelen, die niet onder het toepassingsgebied van dit protocol vallen, in het belang van een gecoördineerd Europees vervoersbeleid zijn en met name het probleem van het transitoverkeer kunnen helpen oplossen, dan legt zij de andere partij voorstellen voor zulke maatregelen voor.

Artikel

21

Uitvoering

Protocol

6

inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „douanewetgeving”: de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die in de partijen van toepassing zijn betreffende de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing van goederen onder een andere douaneregeling, met inbegrip van verboden, beperkingen en controlemaatregelen;

  • b.

    „verzoekende autoriteit”: een door een partij aangewezen instantie die op grond van dit protocol verzoeken om bijstand indient;

  • c.

    „aangezochte autoriteit”: een door een partij aangewezen instantie die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand ontvangt;

  • d.

    „persoonsgegevens”: alle gegevens betreffende een natuurlijke persoon wiens identiteit bekend is of kan worden vastgesteld;

  • e.

    „handeling in strijd met de douanewetgeving”: elke overtreding of poging tot overtreding van de douanewetgeving;

Artikel

2

Toepassingsgebied

Artikel

3

Bijstand op verzoek

Artikel

4

Ongevraagde bijstand

De partijen verlenen elkaar, in overeenstemming met hun wet- en regelgeving, ongevraagd bijstand indien zij dit noodzakelijk achten voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder indien zij informatie hebben verkregen over:

  • handelingen die met de douanewetgeving in strijd zijn of lijken te zijn en die van belang kunnen zijn voor een andere partij;

  • nieuwe middelen of methoden die worden gebruikt bij handelingen in strijd met de douanewetgeving;

  • goederen die het voorwerp vormen van handelingen in strijd met de douanewetgeving.

  • natuurlijke personen of rechtspersonen van wie redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij handelingen in strijd met de douanewetgeving verrichten of hebben verricht;

  • vervoermiddelen waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij gebruikt zijn of kunnen worden om handelingen in strijd met de douanewetgeving te verrichten.

Artikel

5

Toezending van documenten/Kennisgeving van besluiten

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, overeenkomstig haar wet- en regelgeving, alle maatregelen die nodig zijn voor:

  • de toezending van documenten

  • de kennisgeving van besluiten

die van de verzoekende autoriteit uitgaan en onder het toepassingsgebied van dit protocol vallen, aan een geadresseerde die op het grondgebied van de aangezochte autoriteit verblijft of gevestigd is.

Verzoeken om de toezending van documenten of de kennisgeving van besluiten worden schriftelijk aan de aangezochte autoriteit gericht in een officiële taal van die autoriteit of in voor die autoriteit aanvaardbare taal.

Artikel

6

Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand

Artikel

7

Behandeling van verzoeken

Artikel

8

Vorm waarin de informatie dient te worden verstrekt

Artikel

9

Gevallen waarin geen bijstand behoeft te worden verleend

Artikel

10

Uitwisseling van informatie en geheimhouding

Artikel

11

Deskundigen en getuigen

Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd, om binnen de grenzen van de hem verleende machtiging, als getuige of deskundige op te treden in gerechtelijke of administratieve procedures die betrekking hebben op aangelegenheden waarop dit protocol van toepassing is en daarbij de voor deze procedures noodzakelijke voorwerpen, bescheiden of gewaarmerkte kopieën over te leggen. In de convocatie dient uitdrukkelijk te worden vermeld over welke aangelegenheid en in welke functie of hoedanigheid de betrokken ambtenaar zal worden ondervraagd.

Artikel

12

Kosten van de bijstand

De partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die ter uitvoering van dit protocol zijn gemaakt, met uitzondering, in voorkomend geval, van de uitgaven voor deskundigen, getuigen, tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel

13

Tenuitvoerlegging

Artikel

14

Andere overeenkomsten

Slotakte

De gevolmachtigden van:

het Koninkrijk België,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

de Republiek Hongarije,

de Republiek Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en het Verdrag betreffende de Europese Unie,

hierna „de lidstaten” genoemd, en van

de Europese Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna „de Gemeenschap” genoemd,

enerzijds, en

de gevolmachtigden van de Republiek Albanië,

anderzijds,

bijeengekomen te Luxemburg, de twaalfde juni tweeduizend zes voor de ondertekening van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds, hierna „de overeenkomst” genoemd, hebben de volgende teksten goedgekeurd:

de Overeenkomst en

de Bijlagen I t/m V daarbij, te weten:

  • Bijlage I – Tariefconcessies van Albanië voor industrieproducten van de Gemeenschap

  • Bijlage IIa – Tariefconcessies van Albanië voor primaire landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap (bedoeld in artikel 27, lid 3, onder a)

  • Bijlage IIb – Tariefconcessies van Albanië voor primaire landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap (bedoeld in artikel 27, lid 3, onder b)

  • Bijlage IIc – Tariefconcessies van Albanië voor primaire landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap (bedoeld in artikel 27, lid 3, onder c)

  • Bijlage III – Concessies van de Gemeenschap voor vis en visserijproducten uit Albanië

  • Bijlage IV – Vestiging: Financiële diensten

  • Bijlage V – Intellectuele-, industriële- en commerciële- eigendomsrechten

en de volgende protocollen:

  • Protocol 1 – IJzer- en staalproducten

  • Protocol 2 – Handel in verwerkte landbouwproducten tussen Albanië en de Gemeenschap

  • Protocol 3 – Wederzijdse preferentiële handelsconcessies voor bepaalde wijnen, de wederzijdse erkening, bescherming en controle van benamingen van wijnen, gedistilleerde dranken en gearomatiseerde wijnen

  • Protocol 4 – De definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking

  • Protocol 5 – Vervoer over land

  • Protocol 6 – Wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken.

De gevolmachtigden van de lidstaten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de Republiek Albanië hebben de volgende gemeenschappelijke verklaringen aangenomen, die aan deze slotakte zijn gehecht:

  • Gemeenschappelijke verklaring betreffende de artikelen 22 en 29 van de Overeenkomst

  • Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 41 van de Overeenkomst

  • Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 46 van de Overeenkomst

  • Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 48 van de Overeenkomst

  • Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 61 van de Overeenkomst

  • Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 73 van de Overeenkomst

  • Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 80 van de Overeenkomst

  • Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 126 van de Overeenkomst

  • Gemeenschappelijke verklaring betreffende legale migratie, vrij verkeer en rechten van werknemers

  • Gemeenschappelijke verklaring betreffende het Vorstendom Andorra inzake protocol 4 van de Overeenkomst

  • Gemeenschappelijke verklaring betreffende de Republiek San Marino inzake protocol 4 van de Overeenkomst

  • Gemeenschappelijke verklaring betreffende protocol 5 van de Overeenkomst

De gevolmachtigden van de Republiek Albanië hebben nota genomen van onderstaande verklaring van de Gemeenschap die aan deze slotakte is gehecht:

  • Verklaring van de Gemeenschap betreffende de uitzonderlijke handelsmaatregelen die de Gemeenschap toekent op grond van Verordening (EG) nr. 2007/2000.

GEDAAN te Luxemburg, de twaalfde juni tweeduizend zes.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de artikelen 22 en 29 van de Overeenkomst

De partijen verklaren dat zij bij de tenuitvoerlegging van de artikelen 22 en 29 in de Stabilisatie- en associatieraad de effecten van eventuele door Albanië met derde landen gesloten preferentiële overeenkomsten zullen onderzoeken (dit is niet van toepassing op de landen waarvoor het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie is ingesteld of op andere buurlanden die geen lidstaat van de Europese Unie zijn). Dit onderzoek kan leiden tot aanpassing van de concessies die Albanië aan de Gemeenschap verleent, indien Albanië deze landen aanmerkelijk gunstiger concessies aanbiedt.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 41 van de Overeenkomst

De Gemeenschap verklaart zich bereid tot onderzoek in de Stabilisatie- en associatieraad naar de deelname van Albanië aan de diagonale cumulatie van de oorsprongsregels zodra aan de economische en commerciële en andere relevante voorwaarden voor diagonale cumulatie is voldaan.

In dit verband verklaart Albanië zich bereid vrijhandelszones tot stand te brengen met, in het bijzonder, de andere landen waarop het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie van toepassing is.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 46 van de Overeenkomst

Er is overeengekomen dat het begrip „kinderen” is gedefinieerd in overeenstemming met de nationale wetgeving van het betrokken gastland.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 48 van de Overeenkomst

Er is overeengekomen dat het begrip „gezinsleden” is gedefinieerd in overeenstemming met de nationale wetgeving van het betrokken gastland.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 61 van de Overeenkomst

De partijen komen overeen dat de bepalingen van artikel 61 niet mogen worden geïnterpreteerd als een beletsel voor de vaststelling van evenredige, niet discriminerende beperkingen op de verwerving van onroerend goed op basis van het algemeen belang, en niet anderszins van invloed zijn op de voorschriften van de partijen inzake de eigendom van onroerend goed, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.

Overeengekomen wordt dat de verwerving van onroerend goed door Albanese onderdanen in de lidstaten van de Europese Unie is toegestaan overeenkomstig de toepasselijke communautaire wetgeving, met inachtneming van de specifieke uitzonderingsbepalingen waarin deze voorziet, en toegepast in overeenstemming met de toepasselijke nationale wetgeving van de lidstaten van de Europese Unie.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 73 van de Overeenkomst

De partijen komen overeen dat voor de toepassing van de overeenkomst intellectuele, industriële en commerciële eigendom met name het volgende omvat: auteursrechten, met inbegrip van de auteursrechten op computerprogramma’s, en naburige rechten, de rechten voor databanken, octrooien, industriële ontwerpen, handelsmerken en dienstmerken, topografieën van geïntegreerde schakelingen, geografische aanduidingen, met inbegrip van benamingen van oorsprong, alsmede bescherming tegen oneerlijke mededinging als bedoeld in artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom en van niet-openbaargemaakte informatie over knowhow.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 80 van de Overeenkomst

De partijen zijn zich bewust van het belang dat het volk en de regering van Albanië hechten aan het vooruitzicht van liberalisering van de visumregeling. Vorderingen op dit gebied zijn afhankelijk van de tenuitvoerlegging door Albanië van aanzienlijke hervormingen op gebieden als de versterking van de rechtsstaat, de bestrijding van georganiseerde criminaliteit, corruptie en illegale migratie, en versterking van zijn bestuurlijke capaciteit op het gebied van grenscontrole en veiligheid van documenten.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 126 van de Overeenkomst

  • a.

    De partijen komen overeen dat, met het oog op de interpretatie en de praktische toepassing van de overeenkomst, onder de in artikel 126 daarvan bedoelde bijzonder dringende gevallen wordt verstaan: gevallen van wezenlijke inbreuk op de overeenkomst door een van de partijen. Wezenlijke inbreuk op de overeenkomst houdt in:

    • afwijzing van de overeenkomst die niet in overeenstemming is met de algemene regels van het internationaal recht;

    • schending van de in artikel 2 genoemde essentiële elementen van de overeenkomst.

  • b.

    De partijen komen overeen dat de in artikel 126 genoemde „passende maatregelen” bestaan uit maatregelen die zijn genomen overeenkomstig het internationale recht. Indien een partij in een bijzonder dringend geval op grond van artikel 126 een maatregel neemt, kan de andere partij een beroep doen op de regeling inzake geschillenbeslechting.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende legale migratie, vrij verkeer en rechten van werknemers

Verlenging of weigering van een verblijfsvergunning geschiedt overeenkomstig de wetgeving van de afzonderlijke lidstaten en de bilaterale overeenkomsten en verdragen tussen Albanië en de betrokken lidstaat.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende het Vorstendom Andorra inzake protocol 4 van de Overeenkomst

Producten van de hoofdstukken 25 tot en met 97 van het Geharmoniseerd Systeem van oorsprong uit het Vorstendom Andorra worden door Albanië behandeld als producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze overeenkomst.

Protocol nr. 4 is van overeenkomstige toepassing voor het bepalen van de oorsprong van de bovenvermelde producten.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de Republiek San Marino inzake protocol 4 van de Overeenkomst

Producten van oorsprong uit de Republiek San Marino worden door Albanië behandeld als producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze overeenkomst.

Protocol nr. 4 is van overeenkomstige toepassing voor het bepalen van de oorsprong van de vorengenoemde producten.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende Protocol 5 van de Overeenkomst

  • 1.

    De Gemeenschap en Albanië nemen er nota van dat met ingang van 1 januari 2001 in de Gemeenschap voor de type goedkeuring van vrachtwagens de volgende normen voor uitlaatgassen en geluid worden aangehouden: Richtlijn 1999/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 1999 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten met betrekking tot maatregelen tegen de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes door voertuigmotoren met compressieontsteking en de emissie van verontreinigende gassen door op aardgas of vloeibaar petroleumgas lopende voertuigmotoren met elektrische ontsteking.

Grenswaarden gemeten met de ESC-test (Europese statischetoestandcyclus) en de ELR-test (Europese belastingresponsiecyclus)

(CO) g/kWh

(HC) g/kWh

(NOx) g/kWh

(PT) g/kWh

m-1

Rij A

Euro III

2,1

0,66

5,0

0,10 0,13(a)

0,8

a) Voor motoren met een slagvolume van minder dan 0,75 dm3 per cilinder en een nominaal toerental van meer dan 3 000 min-1.

Grenswaarden gemeten met de ETC-test (Europese transiënte cyclus)

(CO) g/kWh

(NMHC) g/kWh

(CH4)(b) g/kWh

(NOx) g/kWh

(PT)(c) g/kWh

Rij A

Euro III

5,45

0,78

1,6

5,0

0,16 0,21(a)

a) Voor motoren met een slagvolume van minder dan 0,75 dm3 per cilinder en een nominaal toerental van meer dan 3 000 min-1.

b) Alleen voor aardgasmotoren.

c) Niet van toepassing op gasmotoren.

  • 2.

    De Gemeenschap en Albanië zullen in de toekomst streven naar terugdringing van de uitstoot van motorvoertuigen door gebruikmaking van geavanceerde emissiebeperkingstechnologie, in combinatie met verbetering van de kwaliteit van de motorbrandstof.

Verklaring van de Gemeenschap betreffende de uitzonderlijke handelsmaatregelen die de Gemeenschap toekent op grond van Verordening (EG) nr. 2007/2000

Overwegende dat de Gemeenschap uitzonderlijke handelsmaatregelen toekent ten behoeve van de landen die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie, met inbegrip van Albanië, op basis van Verordening (EG) nr. 2007/2000 van de Raad van 18 september 2000 tot vaststelling van uitzonderlijke handelsmaatregelen ten behoeve van de landen en gebieden die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie verklaart de Europese Gemeenschap:

  • dat bij de toepassing van artikel 30 van de overeenkomst, de meest gunstige van de eenzijdige autonome handelsmaatregelen van toepassing zijn, in aanvulling op de contractuele handelsconcessies die de Gemeenschap bij de overeenkomst aanbiedt, zolang Verordening (EG) nr. 2007/2000 van de Raad, zoals gewijzigd, van toepassing is;

  • dat in het bijzonder voor de producten die vallen onder hoofdstukken 7 en 8 van de gecombineerde nomenclatuur, waarvoor het gemeenschappelijk douanetarief voorziet in een douanerecht ad valorem en in een specifiek douanerecht, de verlaging ook van toepassing is op het specifieke douanerecht, in afwijking van de desbetreffende bepaling van artikel 27, lid 1, van de overeenkomst.