Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds en de Republiek Servië, anderzijds

Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds

Het Koninkrijk België,

De Republiek Bulgarije,

De Tsjechische Republiek,

Het Koninkrijk Denemarken,

De Bondsrepubliek Duitsland,

De Republiek Estland,

Ierland,

De Helleense Republiek,

Het Koninkrijk Spanje,

De Franse Republiek,

De Italiaanse Republiek,

De Republiek Cyprus,

De Republiek Letland,

De Republiek Litouwen,

Het Groothertogdom Luxemburg,

De Republiek Hongarije,

Malta,

Het Koninkrijk der Nederlanden,

De Republiek Oostenrijk,

De Republiek Polen,

De Portugese Republiek,

Roemenië,

De Republiek Slovenië,

De Slowaakse Republiek,

De Republiek Finland,

Het Koninkrijk Zweden,

Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en het Verdrag betreffende de Europese Unie, hierna „lidstaten” genoemd, en

De Europese Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna „de Gemeenschap” genoemd, enerzijds, en

De Republiek Servië,

hierna „Servië” genoemd, anderzijds,

tezamen „de partijen” genoemd,

Gelet op de sterke banden tussen de partijen en de waarden die zij gemeen hebben, hun verlangen deze banden nog te versterken en op wederkerigheid en wederzijds belang gebaseerde nauwe en langdurige betrekkingen tot stand te brengen die Servië in staat moeten stellen de betrekkingen met de Gemeenschap en haar lidstaten te versterken en uit te breiden;

Gelet op het belang van deze overeenkomst voor het stabilisatie- en associatieproces (SAP) met de landen van Zuidoost-Europa voor de totstandbrenging en handhaving van een op samenwerking gebaseerde stabiele orde in Europa, waarvan de Europese Unie een steunpilaar is, en voor het Stabiliteitspact;

Gezien de bereidheid van de Europese Unie om Servië zo volledig mogelijk te integreren in de politieke en economische hoofdstroom van Europa, en gezien de status van het land als een potentiële kandidaat voor het EU-lidmaatschap op basis van het Verdrag betreffende de Europese Unie (hierna „het EU-Verdrag” genoemd) en het voldoen aan de door de Europese Raad in juni 1993 gedefinieerde criteria en de voorwaarden in het kader van het SAP, onder voorbehoud van de succesvolle tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, met name wat betreft regionale samenwerking;

Gelet op het Europees Partnerschap, waarin de prioriteiten zijn vastgesteld voor acties ter ondersteuning van de inspanningen die het land doet voor een nauwere aansluiting bij de Europese Unie;

Gelet op de verbintenis van de partijen dat zij met alle mogelijke middelen zullen bijdragen tot politieke, economische en institutionele stabilisatie in Servië en in de gehele regio, door de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld en door democratisering, institutionele opbouw en hervorming van het openbaar bestuur, regionale handelsintegratie en meer economische samenwerking, alsmede door samenwerking op veel uiteenlopende gebieden, met name op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid, en versterking van de nationale en regionale veiligheid;

Gelet op de verbintenis van de partijen om de politieke en economische vrijheden te stimuleren als grondslag van deze overeenkomst, de mensenrechten te eerbiedigen en de rechtsstaat te handhaven, inclusief de rechten van leden van nationale minderheden, alsmede de democratische beginselen, op basis van een meerpartijenstelsel met vrije en eerlijke verkiezingen;

Gelet op de verbintenis van de partijen om volledig uitvoering te geven aan alle beginselen en bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties, de OVSE, met name die van de Slotakte van de Conferentie voor veiligheid en samenwerking in Europa (hierna „de Slotakte van Helsinki” genoemd), de slotdocumenten van de conferenties van Madrid en Wenen, het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa, en het Stabiliteitspact voor Zuidoost-Europa, teneinde bij te dragen tot regionale stabiliteit en samenwerking tussen de landen van de regio;

Opnieuw bevestigend dat alle vluchtelingen en binnenlandse ontheemden recht hebben op terugkeer en op de bescherming van hun eigendom en andere hiermee verband houdende mensenrechten;

Gelet op de gehechtheid van de partijen aan de beginselen van de vrijemarkteconomie duurzame ontwikkeling en de bereidheid van de Gemeenschap om aan de economische hervormingen in Servië bij te dragen;

Gelet op het belang dat de partijen hechten aan vrijhandel, overeenkomstig de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit het lidmaatschap van de WTO;

Gelet op de wens van de partijen om de regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang verder te ontwikkelen, met inbegrip van regionale aspecten, rekening houdend met het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) van de Europese Unie;

Gelet op de verbintenis van de partijen om de georganiseerde misdaad te bestrijden en beter samen te werken in de strijd tegen terrorisme, op basis van de verklaring van de Europese Conferentie van 20 oktober 2001;

Overtuigd dat de Stabilisatie- en associatieovereenkomst (hierna: „deze overeenkomst” genoemd) een nieuw klimaat zal scheppen voor hun onderlinge economische betrekkingen, in het bijzonder voor de ontwikkeling van handel en investeringen, factoren van cruciaal belang voor de economische herstructurering en modernisering;

Gelet op de toezegging van Servië om zijn wetgeving op de relevante terreinen aan te passen aan die van de Gemeenschap en om die daadwerkelijk ten uitvoer te leggen;

Rekening houdend met de bereidheid van de Gemeenschap om doorslaggevende steun te verlenen voor de tenuitvoerlegging van hervormingen en daartoe gebruik te maken van alle beschikbare instrumenten voor samenwerking en technische, financiële en economische bijstand, op een brede, indicatieve meerjarige basis;

Bevestigend dat de bepalingen van deze overeenkomst die binnen de toepassingssfeer van deel III, titel IV, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (hierna „het EG-Verdrag” genoemd) vallen, het Verenigd Koninkrijk en Ierland binden als afzonderlijke verdragsluitende partijen, en niet als lidstaten van de Europese Gemeenschap, totdat het Verenigd Koninkrijk of Ierland (al naargelang van het geval) Servië ervan in kennis stelt dat het Verenigd Koninkrijk of Ierland is gebonden als deel van de Europese Gemeenschap overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland dat aan het EU-Verdrag en het EG-Verdrag is gehecht. Hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van Denemarken dat aan die verdragen is gehecht;

Wijzend op de top van Zagreb, waarop werd opgeroepen tot verdere consolidatie van de betrekkingen tussen de landen die deel uitmaken van het stabilisatie- en associatieproces en de Europese Unie, alsmede tot intensievere samenwerking in de regio;

Eraan herinnerend dat de top van Thessaloniki het stabilisatie- en associatieproces heeft bevestigd als het beleidskader voor de betrekkingen van de Europese Unie met de landen op de westelijke Balkan en dat die landen naargelang van hun individuele voortgang en prestaties met betrekking tot de hervormingen uitzicht hebben op toetreding tot de Europese Unie, wat werd herhaald in de hiernavolgende conclusies van de Europese Raad van december 2005 en december 2006;

Wijzend op de Midden-Europese Vrijhandelsovereenkomst, die op 19 december 2006 in Boekarest werd ondertekend, als middel om de regio beter in staat te stellen investeringen aan te trekken en haar integratie in de wereldeconomie te bevorderen;

Wijzend op de inwerkingtreding op 1 januari 2008 van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Servië inzake de versoepeling van de afgifte van visa1)PB L 334 van 19.12.2007, blz. 137. en de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Servië betreffende de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven2)PB L 334 van 19.12.2007, blz. 46. (hierna de „overnameovereenkomst tussen de Gemeenschap en Servië” genoemd);

Gezien de wens om de culturele samenwerking te intensiveren en de uitwisseling van informatie te bevorderen,

Zijn het volgende overeengekomen1)[Red: De oorspronkelijke Bijlagen bij de Overeenkomst en de Protocollen liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, en zijn te vinden op http://eur-lex.europa.eu/nl/index/htm.]:

Artikel

1

TITEL

I

ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel

2

Eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten, zoals deze zijn vastgesteld in de Universele Verklaring van de rechten van de mens en gedefinieerd in het Europees Verdrag betreffende de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de slotakte van Helsinki en het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa, eerbiediging van de beginselen van het internationale recht (waaronder volledige medewerking aan het Internationaal Strafhof voor het voormalige Joegoslavië) en de rechtsstaat en de beginselen van de markteconomie zoals deze zijn neergelegd in het document van de CVSE-conferentie van Bonn over economische samenwerking, vormt de grondslag van het binnen- en buitenlandse beleid van de partijen en is een essentieel element van deze overeenkomst.

Artikel

3

De partijen zijn van mening dat de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel overheids- als niet-overheidsactoren, een van de ernstigste bedreigingen van de internationale stabiliteit en veiligheid vormt. De partijen komen derhalve overeen samen te werken en een bijdrage te leveren aan de bestrijding van de proliferatie van massavernietigingswapens en hun overbrengingsmiddelen, door de volledige naleving en de uitvoering op nationaal niveau van de verbintenissen die zij zijn aangegaan in het kader van de internationale verdragen en overeenkomsten op het gebied van ontwapening en non-proliferatie, alsmede van hun andere internationale verplichtingen op dat gebied. De partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel element is van deze overeenkomst en deel uitmaakt van de politieke dialoog die deze elementen begeleiden en consolideren.

De partijen komen bovendien overeen samen te werken en bij te dragen aan de strijd tegen massavernietigingswapens en hun overbrengingsmiddelen:

  • door maatregelen te nemen, gericht op de ondertekening of de ratificatie van alle andere internationale instrumenten ter zake, of, in voorkomend geval, op aansluiting daarbij, en op de volledige tenuitvoerlegging daarvan;

  • door de instelling van een effectief stelsel van nationale exportcontroles met het oog op de beheersing van uitvoer en doorvoer van goederen die betrekking hebben op massavernietigingswapens, met inbegrip van een controle op eindgebruik als massavernietigingswapen van technologieën voor tweeërlei gebruik, alsmede effectieve sancties op overtreding van de exportcontroles.

De politieke dialoog hierover kan op regionale basis plaatsvinden.

Artikel

4

De partijen bevestigen nogmaals het belang dat zij hechten aan het nakomen van internationale verplichtingen, met name volledige samenwerking met het Internationale Strafhof voor voormalig Joegoslavië.

Artikel

5

Internationale en regionale vrede en stabiliteit, de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap, mensenrechten en de bescherming van minderheden staan centraal in het stabilisatie- en associatieproces, als bedoeld in de conclusies van de Raad van de Europese Unie van 21 juni 1999. De sluiting en de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst geschieden in het kader van de conclusies van de Raad van de Europese Unie van 29 april 1997, en zijn gebaseerd op de afzonderlijke verdiensten van Servië.

Artikel

6

Servië verbindt zich ertoe de samenwerking en de betrekkingen van goed nabuurschap met de overige landen van de regio te blijven bevorderen, wat mede inhoudt dat een passend niveau van wederzijdse concessies op het gebied van het verkeer van personen, goederen, kapitaal en diensten wordt ingesteld en dat projecten van wederzijds belang worden ontwikkeld, met name inzake grensbeheer, de bestrijding van georganiseerde misdaad, corruptie, witwassen van geld, illegale migratie en smokkel, met name van mensen, lichte wapens en drugs. Deze verbintenis is van fundamenteel belang voor de ontwikkeling van de betrekkingen en de samenwerking tussen de partijen en draagt bij tot de regionale stabiliteit.

Artikel

7

De partijen bevestigen nogmaals het belang dat zij hechten aan de bestrijding van terrorisme en de nakoming van internationale verplichtingen op dit gebied.

Artikel

8

De associatie wordt geleidelijk volledig verwezenlijkt gedurende een overgangsperiode van maximaal zes jaar.

De overeenkomstig artikel 119 opgerichte Stabilisatie- en associatieraad onderzoekt op gezette tijden, normaal gezien jaarlijks, de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst en de goedkeuring en uitvoering door Servië van de juridische, bestuurlijke, institutionele en economische hervormingen, in het licht van de preambule en in overeenstemming met de algemene principes van deze overeenkomst. Daarbij zal rekening worden gehouden met de voor deze overeenkomst relevante prioriteiten die in het kader van het Europees Partnerschap zijn vastgesteld en zal worden toegezien op de samenhang met de mechanismen die in het kader van het stabilisatie- en associatieproces zijn ingesteld, met name het voortgangsverslag dat in dat verband wordt opgesteld.

Op basis van deze toetsing doet de Stabilisatie- en associatieraad aanbevelingen en neemt hij besluiten. Als de toetsing bijzondere problemen aan het licht brengt, kunnen deze worden onderworpen aan de mechanismen voor geschillenbeslechting die bij de overeenkomst zijn ingesteld.

De volledige associatie zal geleidelijk tot stand worden gebracht. Uiterlijk in het derde jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst verricht de Stabilisatie- en associatieraad een grondige toetsing van de toepassing van de overeenkomst. Op basis van deze toetsing evalueert de Stabilisatie- en associatieraad de vorderingen die Servië heeft gemaakt en kan hij besluiten nemen over de volgende fasen van het associatieproces.

Deze toetsing geldt niet voor het vrije verkeer van goederen, waarvoor in titel IV een aparte regeling wordt vastgesteld.

TITEL

II

POLITIEKE DIALOOG

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Op parlementair niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van het bij artikel 125 ingestelde parlementair Stabilisatie- en associatiecomité.

Artikel

13

De politieke dialoog kan plaatsvinden in multilateraal verband en als regionale dialoog waarbij andere landen in de regio worden betrokken, onder meer in het kader van het forum tussen de EU en de westelijke Balkan.

TITEL

III

REGIONALE SAMENWERKING

Artikel

14

In overeenstemming met zijn verbintenis op het gebied van internationale en regionale vrede en stabiliteit en de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap, bevordert Servië actief de regionale samenwerking. Ook kan de Gemeenschap via haar programma’s voor technische bijstand projecten steunen met een regionale of grensoverschrijdende dimensie.

Telkens wanneer Servië voornemens is de samenwerking met een van de in de artikelen 15, 16 en 17 genoemde landen te intensiveren, stelt het de Gemeenschap en haar lidstaten daarvan in kennis en voert het overleg met hen overeenkomstig de bepalingen van titel X.

Servië zorgt voor de volledige tenuitvoerlegging van de Midden-Europese Vrijhandelsovereenkomst, die op 19 december 2006 in Boekarest werd ondertekend.

Artikel

15

Samenwerking met andere landen die een Stabilisatie- en associatieovereenkomst hebben gesloten

Na de ondertekening van deze overeenkomst opent Servië met de landen die reeds een Stabilisatie- en associatieovereenkomst hebben ondertekend, onderhandelingen over de sluiting van bilaterale overeenkomsten inzake regionale samenwerking, waarvan het doel is de samenwerking tussen de betrokken landen uit te breiden.

De hoofdelementen van dergelijke overeenkomsten zijn:

  • a.

    politieke dialoog;

  • b.

    de totstandbrenging van met de relevante WTO-bepalingen verenigbare vrijhandelszones;

  • c.

    wederzijdse concessies betreffende het verkeer van werknemers, vestiging, dienstverlening, lopende betalingen en kapitaalverkeer en andere beleidsterreinen die betrekking hebben op het verkeer van personen, op een niveau dat gelijkwaardig is met dat in deze overeenkomst;

  • d.

    bepalingen inzake samenwerking op andere al dan niet onder deze overeenkomst vallende terreinen, met name justitie, vrijheid en veiligheid.

Deze overeenkomsten zullen in voorkomend geval bepalingen omvatten met betrekking tot de oprichting van de nodige institutionele mechanismen.

Deze overeenkomsten worden gesloten binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst. De bereidheid van Servië om deze overeenkomsten te sluiten is een voorwaarde voor de verdere ontwikkeling van de betrekkingen tussen Servië en de Europese Unie.

Servië opent vergelijkbare onderhandelingen met de resterende landen van de regio, zodra deze landen een Stabilisatie- en associatieovereenkomst hebben ondertekend.

Artikel

16

Samenwerking met andere bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken landen

Servië streeft naar regionale samenwerking met de andere bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken staten op sommige of alle onder deze overeenkomst vallende samenwerkingsgebieden, met name die van wederzijds belang. Deze samenwerking moet te allen tijde verenigbaar zijn met de beginselen en doelstellingen van deze overeenkomst.

Artikel

17

Samenwerking met kandidaat-lidstaten van de EU die niet bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken zijn

TITEL

IV

VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN

Artikel

18

HOOFDSTUK

I

INDUSTRIEPRODUCTEN

Artikel

19

Definities

Artikel

20

Concessies van de Gemeenschap voor industrieproducten

Artikel

21

Concessies van Servië voor industrieproducten

Artikel

22

Rechten en beperkingen op uitvoer

Artikel

23

Versnelde verlaging van het douanerecht

Servië verklaart zich bereid zijn douanerechten in het handelsverkeer met de Gemeenschap sneller te verlagen dan in artikel 21 bepaald, als de algemene economische situatie in Servië en de situatie in de betrokken sector van de economie dat toelaten.

De Stabilisatie- en associatieraad analyseert de situatie dienaangaande en doet daarover aanbevelingen.

HOOFDSTUK

II

LANDBOUW EN VISSERIJ

Artikel

24

Definities

Artikel

25

Bewerkte landbouwproducten

Protocol 1 bevat de handelsregeling voor de daarin genoemde bewerkte landbouwproducten.

Artikel

26

Concessies van de Gemeenschap voor de invoer van landbouwproducten van oorsprong uit Servië

Artikel

27

Concessies van Servië voor landbouwproducten

Artikel

28

Het protocol inzake wijn en gedistilleerde dranken

In protocol 2 is de regeling neergelegd die van toepassing is op de daarin genoemde wijn en gedistilleerde dranken.

Artikel

29

Concessies van de Gemeenschap voor vis en visserijproducten

Artikel

30

Concessies van Servië voor vis en visserijproducten

Artikel

31

Herzieningsclausule

Rekening houdend met de omvang van het handelsverkeer in landbouw- en visserijproducten tussen de partijen, de bijzondere gevoeligheden van die producten, de regels van het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid van de Gemeenschap en het landbouw- en visserijbeleid van Servië, de rol van landbouw en visserij in de Servische economie en de gevolgen van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de WTO, alsmede de eventuele toetreding van Servië tot de WTO, onderzoeken de Gemeenschap en Servië binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst in de Stabilisatie- en associatieraad per product, systematisch en op basis van passende wederkerigheid, de mogelijkheden om elkaar verdere concessies te verlenen teneinde de handel in landbouw- en visserijproducten verder te liberaliseren.

Artikel

32

Vrijwaringsclausule betreffende landbouw en visserij

Artikel

33

Bescherming van geografische aanduidingen voor landbouw- en visserijproducten en voedingsmiddelen andere dan wijn en gedistilleerde dranken

HOOFDSTUK

III

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

34

Toepassingsgebied

Behoudens andersluidende bepalingen in dit hoofdstuk of in protocol 1 zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing op de handel tussen de partijen in alle producten.

Artikel

35

Gunstigere concessies

De bepalingen van deze titel vormen in geen geval een belemmering voor de eenzijdige toepassing van gunstiger maatregelen door een partij.

Artikel

36

Standstill

Artikel

37

Verbod op fiscale discriminatie

Artikel

38

Rechten van fiscale aard

De bepalingen betreffende de afschaffing van de douanerechten bij invoer zijn eveneens van toepassing op douanerechten van fiscale aard.

Artikel

39

Douane-unies, vrijhandelszones, regelingen voor grensverkeer

Artikel

40

Dumping en subsidiëring

Artikel

41

Vrijwaringsclausule

Artikel

42

Tekortclausule

Artikel

43

Staatsmonopolies

Met betrekking tot staatsmonopolies van commerciële aard zorgt Servië er geleidelijk voor dat er drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst geen sprake meer is van discriminatie tussen onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie en onderdanen van Servië ten aanzien van de omstandigheden waaronder goederen worden verworven en op de markt gebracht.

Artikel

44

Oorsprongsregels

Tenzij anders bepaald in deze overeenkomst, zijn de oorsprongsregels voor de toepassing van deze overeenkomst in protocol 3 vastgesteld.

Artikel

45

Toegestane beperkingen

Deze overeenkomst vormt geen beletsel voor verbodsbepalingen of beperkingen ten aanzien van invoer, uitvoer of doorvoer die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde en de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten, de bescherming van het nationale artistieke, historische en archeologische erfgoed, of de bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, of regels betreffende goud en zilver. Dergelijke verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie, noch een verkapte beperking van de handel tussen de partijen vormen.

Artikel

46

Niet-verlening van administratieve medewerking

Artikel

47

Indien de bevoegde autoriteiten de preferentiële uitvoerregeling niet op de juiste wijze hebben beheerd, en met name indien zij protocol 3 bij de overeenkomst niet juist hebben toegepast en dit gevolgen heeft voor de overeenkomstsluitende partij die te maken krijgt met die consequenties in de vorm van invoerrechten, mag de Stabilisatie- en associatieraad verzoeken de mogelijkheden van de goedkeuring van passende maatregelen te onderzoeken om de situatie op te lossen.

Artikel

48

De toepassing van deze overeenkomst laat de toepassing van de bepalingen van het Gemeenschapsrecht op de Canarische Eilanden onverlet.

TITEL

V

VERKEER VAN WERKNEMERS, VESTIGING, VERRICHTEN VAN DIENSTEN, KAPITAAL

HOOFDSTUK

I

VERKEER VAN WERKNEMERS

Artikel

49

Artikel

50

Artikel

51

HOOFDSTUK

II

VESTIGING

Artikel

52

Definities

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:

  • a.

    „communautaire vennootschap” respectievelijk „Servische vennootschap”: een volgens de wetgeving van een lidstaat respectievelijk Servië opgerichte vennootschap die haar statutaire zetel, centrale administratie of belangrijkste handelsactiviteit op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Servië heeft. Indien een volgens het recht van de Gemeenschap respectievelijk Servië opgerichte vennootschap uitsluitend haar statutaire zetel op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Servië heeft, wordt deze vennootschap als vennootschap uit de Gemeenschap respectievelijk Servische vennootschap beschouwd, indien uit haar transacties een werkelijke en permanente band met de economie van een van de lidstaten respectievelijk van Servië blijkt;

  • b.

    „dochteronderneming”: een vennootschap waarover een andere vennootschap daadwerkelijk zeggenschap heeft;

  • c.

    „filiaal”: een handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moedermaatschappij, een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, zodat die derden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat er zo nodig een rechtsverhouding is met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact behoeven te hebben met deze moedermaatschappij, maar hun transacties kunnen afhandelen met de handelszaak die het agentschap vormt;

  • d.

    „vestiging”:

    • i.

      voor onderdanen: het recht op toegang tot economische activiteiten anders dan in loondienst en de uitoefening daarvan, alsmede het recht ondernemingen, met name vennootschappen, op te richten en daadwerkelijk te besturen. De toegang tot werkzaamheden anders dan in loondienst en de oprichting en het beheer van ondernemingen door onderdanen strekt zich niet uit tot het zoeken naar of het aannemen van werk op de arbeidsmarkt van een andere partij en geeft geen recht op toegang tot de arbeidsmarkt van de andere partij. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op personen die ook in loondienst werkzaam zijn;

    • ii.

      voor communautaire respectievelijk Servische vennootschappen: het recht op toegang tot en uitoefening van economische activiteiten door middel van de oprichting van dochterondernemingen en filialen in Servië respectievelijk de Gemeenschap;

  • e.

    „werkzaamheden”: het verrichten van economische activiteiten;

  • f.

    „economische activiteiten”: in beginsel activiteiten met een industrieel of commercieel karakter of activiteiten van personen die een vrij beroep uitoefenen, alsmede activiteiten van ambachtslieden;

  • g.

    „onderdaan van de Gemeenschap” respectievelijk „onderdaan van Servië”: een natuurlijke persoon die onderdaan is van een lidstaat respectievelijk van Servië;

    Wat het internationale vervoer over zee betreft, met inbegrip van het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk en van hoofdstuk III van deze titel eveneens van toepassing op buiten de Gemeenschap of Servië gevestigde onderdanen van de Gemeenschap respectievelijk Servië, en op buiten de Gemeenschap of Servië gevestigde scheepvaartondernemingen die worden bestuurd door onderdanen van de Gemeenschap respectievelijk Servië, indien hun vaartuigen in die lidstaat respectievelijk in Servië in overeenstemming met de respectieve wetgevingen zijn ingeschreven;

  • h.

    „financiële diensten”: de in bijlage VI omschreven activiteiten. De Stabilisatie- en associatieraad kan de werkingssfeer van die bijlage uitbreiden of wijzigen.

Artikel

53

Artikel

54

Artikel

55

Artikel

56

Artikel

57

Teneinde de toegang tot en de uitoefening van gereglementeerde activiteiten in het kader van vrije beroepen in Servië respectievelijk de Gemeenschap voor onderdanen van de Gemeenschap respectievelijk Servië te vergemakkelijken, onderzoekt de Stabilisatie- en associatieraad welke maatregelen moeten worden getroffen met het oog op de onderlinge erkenning van diploma’s. De raad kan daartoe alle noodzakelijke maatregelen nemen.

Artikel

58

HOOFDSTUK

III

HET VERLENEN VAN DIENSTEN

Artikel

59

Artikel

60

Artikel

61

Ten aanzien van vervoersdiensten tussen de Gemeenschap en Servië zijn de volgende bepalingen van toepassing:

  • 1.

    Wat het vervoer over land betreft, stelt protocol 4 de regels vast die van toepassing zijn op de betrekkingen tussen de partijen teneinde te voorzien in onbeperkt transitoverkeer over de weg door Servië en de gehele Gemeenschap, de effectieve toepassing van het verbod op discriminatie en de geleidelijke aanpassing van de Servische vervoerswetgeving aan die van de Gemeenschap.

  • 2.

    Op het gebied van internationaal zeevervoer verbinden de partijen zich ertoe het beginsel van onbeperkte toegang tot de markt en het verkeer op commerciële basis toe te passen en de internationale en Europese verplichtingen op het gebied van veiligheid, beveiliging en milieunormen na te komen.

    De partijen bevestigen een omgeving van vrije concurrentie na te streven als een essentieel aspect van internationaal zeevervoer.

  • 3.

    De partijen verbinden zich ertoe bij de toepassing van de beginselen van lid 2:

    • a.

      in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen geen bepalingen inzake vrachtverdeling op te nemen;

    • b.

      bij de inwerkingtreding van de overeenkomst alle unilaterale maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op te heffen die een beperkende of discriminerende invloed kunnen hebben op het vrij verrichten van diensten in het internationaal maritiem vervoer;

    • c.

      door onderdanen en vennootschappen van de andere partij geëxploiteerde schepen onder meer geen minder gunstige behandeling te verlenen dan die welke zij aan haar eigen schepen verleent, ten aanzien van de toegang tot havens die opengesteld zijn voor de internationale handel, het gebruik van de infrastructuur en van de maritieme hulpdiensten van deze havens, alsmede de daarmee verband houdende vergoedingen en kosten, de douanefaciliteiten en de toewijzing van aanlegplaatsen en installaties voor het laden en lossen.

  • 4.

    Met het oog op een gecoördineerde ontwikkeling en geleidelijke liberalisering van het vervoer tussen de partijen in overeenstemming met hun respectieve handelsbehoeften moeten de voorwaarden betreffende de wederzijdse toegang tot elkaars markten voor het luchtvervoer worden vastgelegd in de ECAA.

  • 5.

    Alvorens de ECAA te sluiten nemen de partijen geen maatregelen die meer beperkingen of discriminatie tot gevolg hebben dan de situatie op de dag die voorafgaat aan de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst.

  • 6.

    Servië zal zijn wetgeving, met inbegrip van zijn administratieve, technische en andere voorschriften, geleidelijk aanpassen aan de communautaire wetgeving op het gebied van het vervoer door de lucht, over zee, via binnenwateren en over land, zoals die op enig ogenblik van kracht is, voor zover dit dienstig is voor de liberalisering en wederzijdse toegang tot de markten van de partijen, en het verkeer van reizigers en goederen vergemakkelijkt.

  • 7.

    De Stabilisatie- en associatieraad onderzoekt, met inachtneming van de stand van zaken betreffende de gezamenlijke verwezenlijking van de doelstellingen van dit hoofdstuk, hoe de noodzakelijke voorwaarden voor het vergroten van de vrijheid van dienstlening in het vervoer door de lucht, over land en via de binnenwateren tot stand kunnen worden gebracht.

HOOFDSTUK

IV

BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER

Artikel

62

De partijen verbinden zich ertoe, overeenkomstig artikel VIII van de statuten van het Internationaal Monetair Fonds, machtiging te verlenen tot alle betalingen en overboekingen in vrij convertibele valuta op de lopende rekening van de betalingsbalans tussen de Gemeenschap en Servië.

Artikel

63

Artikel

64

HOOFDSTUK

V

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

65

Artikel

66

Voor de toepassing van deze titel belet geen enkele bepaling van deze overeenkomst de partijen hun wetten en voorschriften betreffende toelating en verblijf, werkgelegenheid, arbeidsvoorwaarden, vestiging van natuurlijke personen en het verrichten van diensten toe te passen, met name wat betreft het toekennen, verlengen of weigeren van een verblijfsvergunning, mits zij ze niet toepassen op een manier die de voor een partij uit een specifieke bepaling van de overeenkomst voortvloeiende voordelen tenietdoet of beperkt. Deze bepaling laat de toepassing van artikel 65 onverlet.

Artikel

67

Deze titel is eveneens van toepassing op vennootschappen die gezamenlijk door Servische en communautaire vennootschappen of onderdanen worden bestuurd en hun exclusieve eigendom zijn.

Artikel

68

Artikel

69

Artikel

70

De bepalingen van deze titel worden geleidelijk aangepast, met name in het licht van de eisen die in artikel V van de GATS worden gesteld.

Artikel

71

De bepalingen van deze overeenkomst doen geen afbreuk aan toepassing door elke partij van alle maatregelen die nodig zijn om te voorkomen dat de door haar getroffen maatregelen ten aanzien van toegang van derde landen tot haar markt worden ontdoken via de bepalingen van deze overeenkomst.

TITEL

VI

HARMONISATIE VAN WETGEVING, RECHTSHANDHAVING EN MEDEDINGINGSREGELS

Artikel

72

Artikel

73

Bepalingen betreffende de concurrentie en andere economische aspecten

Artikel

74

Overheidsondernemingen

Uiterlijk aan het einde van het derde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst past Servië op overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan bijzondere of uitsluitende rechten zijn toegekend, de beginselen van het EG-Verdrag toe, en met name artikel 86.

De bijzondere rechten van overheidsondernemingen tijdens de overgangsperiode omvatten niet de mogelijkheid tot instelling van kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking op de invoer in Servië van goederen van oorsprong uit de Gemeenschap.

Artikel

75

Intellectuele, industriële en commerciële eigendom

Artikel

76

Overheidsopdrachten

Artikel

77

Normalisatie, metrologie, accreditering en conformiteitsbeoordeling

Artikel

78

Consumentenbescherming

De partijen werken samen om de normen voor de bescherming van de consument in Servië aan te passen aan die in de Gemeenschap. Een effectieve consumentenbescherming is noodzakelijk voor een goed functionerende markteconomie, en deze bescherming is afhankelijk van de ontwikkeling van administratieve infrastructuren voor markttoezicht en wetshandhaving.

Daartoe en ter behartiging van hun gemeenschappelijke belangen stimuleren de partijen:

  • a.

    een beleid gericht op actieve bescherming van de consument overeenkomstig de wetgeving van de Gemeenschap, waaronder betere voorlichting en het opzetten van onafhankelijke organisaties;

  • b.

    harmonisatie van de wetgeving inzake de bescherming van de consument in Servië met die in de Gemeenschap;

  • c.

    efficiënte wettelijke bescherming van de consument teneinde de kwaliteit van verbruiksgoederen te verbeteren en passende veiligheidsnormen in stand te houden;

  • d.

    toezicht op de naleving van de regels door bevoegde autoriteiten en toegang tot juridische procedures in geval van geschillen;

  • e.

    uitwisseling van informatie over gevaarlijke producten.

Artikel

79

Arbeidsomstandigheden en gelijke kansen

Servië moet zijn wetgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden geleidelijk aanpassen aan die van de Gemeenschap, met name op de gebieden gezondheid en veiligheid op het werk en gelijke kansen.

TITEL

VII

JUSTITIE, VRIJHEID EN VEILIGHEID

Artikel

80

Institutionele versterking en de rechtsstaat

Bij de samenwerking op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid schenken de partijen bijzondere aandacht aan de consolidering van de rechtsstaat en institutionele versterking op alle niveaus, bij de overheid in het algemeen en bij de rechtshandhaving en het justitiële apparaat in het bijzonder. De samenwerking is met name gericht op de versterking van de onafhankelijkheid van het justitiële apparaat en de verbetering van de doeltreffendheid daarvan, de verbetering van het functioneren van de politie en andere rechtshandhavingsinstanties, het voorzien in adequate opleiding en bestrijding van corruptie en de georganiseerde misdaad.

Artikel

81

Bescherming van persoonsgegevens

Zodra deze overeenkomst in werking is getreden, past Servië zijn wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens aan de Gemeenschapswetgeving en internationale wetgeving op het gebied van privacy aan. Servië richt een of meer onafhankelijke toezichthoudende organen op die over voldoende financiële en personele middelen beschikken om efficiënt te kunnen toezien op de naleving van de wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens. De partijen zullen samenwerken om dit doel te bereiken.

Artikel

82

Visa, grensbeheer, asiel en migratie

De partijen werken samen op het gebied van visa, grenstoezicht, asiel en migratie en zetten een kader op voor deze samenwerking, ook op regionaal niveau, waarbij in voorkomend geval rekening wordt gehouden met en optimaal geprofiteerd wordt van bestaande initiatieven op dit vlak.

De samenwerking op bovengenoemde gebieden is gebaseerd op wederzijds overleg en nauwe coördinatie van de activiteiten van de partijen en omvat tevens technische en administratieve bijstand bij:

  • a.

    de uitwisseling van statistieken en informatie over wetgeving en praktijken;

  • b.

    het opstellen van wetgeving;

  • c.

    de vergroting van de capaciteit en de verbetering van de efficiëntie van de instellingen;

  • d.

    de opleiding van personeel;

  • e.

    beveiliging van reisdocumenten en de herkenning van valse documenten;

  • f.

    grensbeheer.

De samenwerking is vooral gericht op:

  • a.

    op het gebied van asiel: de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van nationale wetgeving die voldoet aan de normen van het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen en het Protocol van New York van 31 januari 1967 betreffende de status van vluchtelingen, zodat het beginsel van non-refoulement alsmede andere rechten van asielzoekers en vluchtelingen gerespecteerd worden;

  • b.

    op het gebied van legale migratie: toelatingsregels en de rechten en de status van de toegelaten personen. Ten aanzien van migratie komen de partijen overeen onderdanen van derde landen die legaal op hun grondgebied verblijven een billijke behandeling te geven, en een integratiebeleid te bevorderen dat deze onderdanen rechten en plichten geeft die vergelijkbaar zijn met die van hun staatsburgers.

Artikel

83

Preventie en controle van illegale immigratie; overname

Artikel

84

Witwassen van geld en financiering van terrorisme

Artikel

85

Samenwerking op het gebied van drugs

Artikel

86

Voorkoming en bestrijding van georganiseerde misdaad en andere illegale activiteiten

De partijen werken samen aan de voorkoming en bestrijding van al dan niet georganiseerde criminele en illegale activiteiten, zoals:

  • a.

    mensensmokkel en mensenhandel;

  • b.

    illegale economische activiteiten, met name valsemunterij en namaak van niet-contante betaalmiddelen, illegale transacties met producten als industrieel afval en radioactief materiaal, en transacties met illegale of namaakproducten;

  • c.

    corruptie, zowel in de publieke als in de particuliere sector, met name in verband met niet-transparante administratieve praktijken;

  • d.

    belastingfraude;

  • e.

    identiteitsdiefstal;

  • f.

    illegale handel in drugs en psychotrope stoffen;

  • g.

    illegale wapenhandel;

  • h.

    het vervalsen van documenten;

  • i.

    smokkel van en illegale handel in goederen, waaronder auto’s;

  • j.

    computercriminaliteit.

Regionale samenwerking en de naleving van internationaal erkende normen op het gebied van de bestrijding van georganiseerde misdaad worden bevorderd.

Artikel

87

Bestrijding van terrorisme

Overeenkomstig de internationale verdragen waarbij zij partij zijn en hun eigen wet- en regelgeving komen de partijen overeen samen te werken aan de voorkoming en bestrijding van terroristische daden en de financiering daarvan:

  • a.

    in het kader van de volledige tenuitvoerlegging van Resolutie 1373 van de VN-Veiligheidsraad (2001) en andere relevante VN-resoluties, internationale verdragen en instrumenten;

  • b.

    door informatie uit te wisselen over terroristische groeperingen en ondersteunende netwerken, overeenkomstig het nationale en internationale recht;

  • c.

    door ervaringen uit te wisselen over manieren om terrorisme te bestrijden, op technisch gebied en op het gebied van opleiding, en door ervaringen uit te wisselen over het voorkomen van terrorisme.

TITEL

VIII

SAMENWERKINGSBELEID

Artikel

88

Artikel

89

Economisch beleid en handelspolitiek

De Gemeenschap en Servië vergemakkelijken het proces van economische hervormingen door middel van samenwerking die beoogt het inzicht in de basiselementen van hun respectieve economieën en het formuleren en uitvoeren van economisch beleid in een markteconomie te verbeteren.

De Gemeenschap en Servië werken daarom samen op de volgende terreinen:

  • a.

    uitwisseling van informatie over macro-economische prestaties en vooruitzichten en over ontwikkelingsstrategieën;

  • b.

    gezamenlijke analyse van economische kwesties van wederzijds belang, met inbegrip van het uitstippelen van een economisch beleid en de instrumenten voor de tenuitvoerlegging daarvan; en

  • c.

    bevordering van bredere samenwerking om de instroom van kennis en de toegang tot nieuwe technologieën te versnellen.

Servië streeft ernaar een goed functionerende markteconomie tot stand te brengen en zijn beleid geleidelijk aan te passen aan het op stabiliteit gerichte beleid in het kader van de Europese Economische en Monetaire Unie. Op verzoek van de autoriteiten van Servië kan de Gemeenschap bijstand verlenen ter ondersteuning van de inspanningen van Servië in dit verband.

De samenwerking is tevens gericht op de versterking van de rechtsstaat op zakelijk gebied door middel van een stabiel en niet-discriminerend wetgevingskader voor de handel.

Samenwerking op dit gebied omvat ook de uitwisseling van informatie over de beginselen en de werking van de Europese Economische en Monetaire Unie.

Artikel

90

Statistische samenwerking

De samenwerking tussen de partijen is in eerste instantie gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het acquis van de Gemeenschap op het gebied van de statistiek. De statistische samenwerking is met name gericht op de ontwikkeling van efficiënte en duurzame statistische stelsels die in staat zijn de betrouwbare, objectieve en nauwkeurige gegevens te leveren die nodig zijn om het overgangs- en hervormingsproces in Servië te plannen en te controleren. Ook moet de statistische samenwerking het bureau voor de statistiek van Servië in staat stellen beter te voldoen aan de behoeften van nationale en internationale afnemers (overheid en particuliere sector). Het statistisch stelsel moet de fundamentele beginselen van de statistiek die door de VN zijn uitgevaardigd, de Europese praktijkcode voor statistieken en de bepalingen van de Europese statistiekwetgeving eerbiedigen en zich ontwikkelen in de richting van het acquis. De partijen werken met name samen om de vertrouwelijkheid van persoonsgegevens te waarborgen, de verzameling van gegevens en doorgifte daarvan aan het Europees statistisch systeem geleidelijk te intensiveren en informatie uit te wisselen inzake methoden, kennisoverdracht en opleiding.

Artikel

91

Bank- en verzekeringswezen en andere financiële diensten

De samenwerking tussen Servië en de Gemeenschap is gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis voor het bank- en verzekeringswezen en financiële diensten. De partijen werken samen om een passend kader tot stand te brengen en verder te ontwikkelen voor het stimuleren van het bank- en verzekeringswezen en de sector financiële diensten in Servië, op basis van eerlijke concurrentie en de waarborging van gelijke marktvoorwaarden.

Artikel

92

Interne controle en externe boekhoudkundige controle

De samenwerking tussen de partijen is gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op het gebied van interne controle van de overheidsfinanciën (PIFC) en externe boekhoudkundige controle. De partijen werken door het uitwerken en goedkeuren van relevante regelgeving met name samen aan de ontwikkeling van efficiënte systemen voor PIFC (waaronder financieel beheer en financiële controle en operationeel onafhankelijke interne boekhoudkundige controle) en onafhankelijke externe boekhoudkundige controle in Servië overeenkomstig internationaal erkende normen en methoden en de op Europees niveau overeengekomen beste praktijken. De samenwerking zal zich ook richten op de opbouw van capaciteit voor de hoogste auditinstantie in Servië. Om de uit bovenstaande eisen voortvloeiende taken met betrekking tot coördinatie en harmonisatie te kunnen uitvoeren, moet de samenwerking zich ook richten op de oprichting en versterking van centrale harmonisatie-eenheden voor financieel beheer, financiële controle en interne boekhoudkundige controle.

Artikel

93

Stimulering en bescherming van investeringen

De samenwerking tussen de partijen, binnen de reikwijdte van hun respectieve bevoegdheden, op het gebied van de bevordering en bescherming van investeringen is erop gericht een gunstig klimaat te creëren voor binnenlandse en buitenlandse particuliere investeringen, die essentieel zijn voor de economische en industriële revitalisering van Servië. Servië zal zich met name toeleggen op de verbetering van het juridisch kader dat investeringen stimuleert en beschermt.

Artikel

94

Industriële samenwerking

De samenwerking richt zich op stimulering van de modernisering en herstructurering van de industrie van Servië en van individuele sectoren. Hieronder valt ook industriële samenwerking tussen het bedrijfsleven aan beide zijden om de particuliere sector te versterken, waarbij de bescherming van het milieu gewaarborgd moet zijn.

Samenwerkingsinitiatieven op het gebied van de industrie dienen een afspiegeling te zijn van prioriteiten die door de partijen zijn vastgesteld. Daarbij wordt rekening gehouden met de regionale aspecten van industriële ontwikkeling en worden, zo nodig, transnationale partnerschappen gestimuleerd. De initiatieven dienen in het bijzonder te zijn gericht op het creëren van een passend kader voor het bedrijfsleven, beter management, stimulering van markten, transparantie van de markt en het ondernemingsklimaat. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan het opzetten van efficiënte exportpromotieactiviteiten in Servië.

In het kader van de samenwerking wordt ook op passende wijze rekening gehouden met het communautair acquis op het gebied van industriebeleid.

Artikel

95

Midden- en kleinbedrijf

De partijen streven ernaar het midden- en kleinbedrijf in de particuliere sector te ontwikkelen en te versterken, nieuwe ondernemingen op te richten op terreinen met groeipotentieel en de samenwerking tussen het midden- en kleinbedrijf in de Gemeenschap en Servië te vergroten.

In het kader van de samenwerking wordt op passende wijze rekening gehouden met prioritaire gebieden met betrekking tot het communautair acquis op het gebied van het midden- en kleinbedrijf en met de tien beginselen die zijn vastgelegd in het Europees Handvest voor kleine ondernemingen.

Artikel

96

Toerisme

De samenwerking tussen de partijen op het gebied van toerisme is voornamelijk gericht op de intensivering van de informatiestroom over toerisme (via internationale netwerken, databanken, enz.), waarbij de totstandbrenging van infrastructuur wordt gestimuleerd die tot investeringen in de toeristische sector kan leiden, en op deelname van Servië aan belangrijke Europese organisaties voor toerisme. Ook zullen de mogelijkheden worden onderzocht voor gemeenschappelijke activiteiten, de versterking van de samenwerking tussen de toeristische sector, deskundigen, regeringen en overheidsinstanties op het gebied van toerisme en kennisoverdracht (door middel van opleiding, uitwisselingen, workshops). In het kader van de samenwerking wordt op passende wijze rekening gehouden met het communautair acquis in verband met deze sector.

De samenwerking kan in een regionaal samenwerkingskader worden geïntegreerd.

Artikel

97

De landbouw en de agro-industriële sector

Op alle prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op landbouwgebied zal samenwerking tussen de partijen worden ontwikkeld, alsmede op veterinair en fytosanitair gebied. De samenwerking is met name gericht op de modernisering en herstructurering van de landbouw en levensmiddelensector, zodat wordt voldaan aan de gezondheidsvoorschriften van de Gemeenschap, de verbetering van het waterbeheer en plattelandsontwikkeling, alsmede de ontwikkeling van de bosbouwsector in Servië en op de ondersteuning van de geleidelijke aanpassing van de Servische wetgeving en praktijk aan de communautaire regels en normen.

Artikel

98

Visserij

De partijen onderzoeken de mogelijkheid om in de visserijsector gebieden van wederzijds belang aan te wijzen waarop samenwerking voor elk van hen voordeel zou opleveren. In het kader van de samenwerking wordt op passende wijze rekening gehouden met het communautair acquis op visserijgebied, waaronder de naleving van internationale verplichtingen betreffende regels van de internationale en de regionale visserijorganisaties inzake het beheer en de instandhouding van de visbestanden.

Artikel

99

Douane

De samenwerking tussen de partijen op dit gebied is erop gericht de naleving te waarborgen van de op handelsgebied in te voeren bepalingen en het douanesysteem van Servië aan te passen aan dat van de Gemeenschap, teneinde zo de weg vrij te maken voor de in het kader van deze overeenkomst geplande liberaliseringsmaatregelen en de geleidelijke aanpassing van de Servische douanewetgeving aan het acquis.

In het kader van de samenwerking wordt op passende wijze rekening gehouden met het communautair acquis op douanegebied.

In protocol 6 worden de regels vastgesteld inzake wederzijdse administratieve bijstand tussen partijen op het gebied van douane.

Artikel

100

Belastingen

De door de partijen tot stand te brengen samenwerking op belastinggebied omvat maatregelen die gericht zijn op de verdere hervorming van het Servische belastingstelsel en de herstructurering van de belastingdienst, teneinde de efficiëntie van de belastinginning te verbeteren en belastingfraude te bestrijden.

In het kader van de samenwerking wordt op passende wijze rekening gehouden met de prioritaire gebieden met betrekking tot het communautair acquis op fiscaal gebied en de bestrijding van schadelijke belastingconcurrentie. Schadelijke belastingconcurrentie moet tegengegaan worden op basis van de beginselen van de gedragscode inzake de belastingregeling voor ondernemingen, die de Raad op 1 december 1997 heeft goedgekeurd.

De samenwerking richt zich ook op het vergroten van de transparantie en het bestrijden van corruptie, alsmede het uitwisselen van informatie met de lidstaten, teneinde de handhaving van maatregelen ter voorkoming van belastingfraude, -ontwijking of -ontduiking te vergemakkelijken. Servië zal ook het netwerk van bilaterale overeenkomsten met de lidstaten voltooien, overeenkomstig de laatste versie van het OESO-modelverdrag inzake belasting naar inkomen en vermogen en de OESO-modelovereenkomst betreffende de uitwisseling van belastinggegevens, voor zover de verzoekende lidstaat hierbij aangesloten is.

Artikel

101

Samenwerking op sociaal gebied

Op het gebied van de werkgelegenheid heeft de samenwerking tussen de partijen voornamelijk betrekking op het verbeteren van de diensten voor arbeidsbemiddeling en loopbaanadvies, ondersteuningsmaatregelen en het stimuleren van de plaatselijke ontwikkeling om de herstructurering van industrie en arbeidsmarkt te begeleiden. De samenwerking vindt tevens plaats in de vorm van studies, detachering van deskundigen, voorlichting en opleiding.

De samenwerking tussen de partijen is gericht op de vergemakkelijking van de hervorming van het Servische werkgelegenheidsbeleid in het kader van versterkte economische hervorming en integratie. De samenwerking is ook gericht op de ondersteuning van de aanpassing van het Servische stelsel van sociale zekerheid aan de nieuwe economische en sociale vereisten, en betreft eveneens de aanpassing van de Servische wetgeving inzake arbeidsvoorwaarden en gelijke kansen voor vrouwen en mannen, mensen met een handicap en mensen die behoren tot een minderheid of een andere kwetsbare groep, alsmede de verbetering van het beschermingsniveau voor de gezondheid en veiligheid van werknemers, waarbij het bestaande beschermingsniveau in de Gemeenschap maatstaf is.

In het kader van de samenwerking wordt rekening gehouden met de prioritaire terreinen in verband met het communautair acquis op dit gebied.

Artikel

102

Onderwijs en opleiding

De partijen werken samen om het peil van het algemene onderwijs en van beroepsonderwijs en -opleiding, alsmede van het jongerenbeleid en jongerenwerk, waaronder niet-formeel onderwijs, in Servië te verhogen. De verwezenlijking van de doelstellingen van de Verklaring van Bologna (die in het kader van het intergouvernementele proces van Bologna is aangenomen) is een prioriteit voor het hoger onderwijs.

De partijen streven er ook naar dat iedereen in Servië gelijke toegang heeft tot alle onderwijsniveaus, zonder onderscheid naar sekse, huidskleur, etnische afkomst of religie.

De relevante communautaire programma’s en instrumenten dragen bij tot de verbetering van de onderwijs- en opleidingsstructuren en -activiteiten in Servië.

In het kader van de samenwerking wordt rekening gehouden met de prioritaire terreinen in verband met het communautair acquis op dit gebied.

Artikel

103

Samenwerking op cultureel gebied

De partijen verbinden zich ertoe de samenwerking op cultureel gebied te bevorderen. Deze samenwerking beoogt onder meer het wederzijds begrip en het wederzijds respect voor personen, gemeenschappen en volkeren te doen toenemen. De partijen verbinden zich er eveneens toe om samen te werken om de culturele diversiteit te bevorderen, met name in het kader van het UNESCO-verdrag inzake de bescherming en bevordering van de diversiteit van culturele uitingen.

Artikel

104

Samenwerking op audiovisueel gebied

De partijen werken samen ter bevordering van de audiovisuele industrie in Europa en stimuleren coproducties voor film en televisie.

De samenwerking kan programma’s en faciliteiten omvatten voor de opleiding van journalisten en andere mensen die werkzaam zijn in de media, alsmede technische bijstand voor publieke en particuliere media, zodat hun onafhankelijkheid, hun professionele vaardigheden en hun contacten met Europese media worden versterkt.

Servië stemt zijn beleid inzake de regulering van de inhoudelijke aspecten van grensoverschrijdende televisie af op dat van de EG en past zijn wetgeving aan het EU-acquis aan. Servië besteedt daarbij bijzondere aandacht aan vraagstukken in verband met de verwerving van intellectuele-eigendomsrechten voor satelliet-, kabel- of etheruitzendingen.

Artikel

105

Informatiemaatschappij

Op alle gebieden die verband houden met het communautair acquis op het gebied van de informatiemaatschappij zal samenwerking worden ontwikkeld. Er wordt voornamelijk steun verleend voor de geleidelijke aanpassing van beleid en wetgeving van Servië in deze sector aan beleid en wetgeving van de Gemeenschap.

De partijen werken tevens samen met het oog op de verdere ontwikkeling van de informatiemaatschappij in Servië. Algemene doelstellingen zijn de voorbereiding van de maatschappij als geheel op het digitale tijdperk, het aantrekken van investeringen en het zorgen voor de interoperabiliteit van netwerken en diensten.

Artikel

106

Netwerken en diensten voor elektronische communicatie

De samenwerking is in eerste instantie gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op dit gebied.

De partijen moeten met name de samenwerking op het gebied van elektronische-communicatienetwerken en -diensten versterken, waarbij het uiteindelijke doel is dat Servië het communautaire acquis op deze gebieden drie jaar na inwerkingtreding van deze overeenkomst overneemt.

Artikel

107

Informatie en communicatie

De Gemeenschap en Servië nemen de nodige maatregelen om de onderlinge uitwisseling van informatie te stimuleren. Prioriteit wordt verleend aan programma’s die basisinformatie over de Gemeenschap verstrekken aan het algemene publiek en meer gespecialiseerde informatie aan professionele doelgroepen in Servië.

Artikel

108

Vervoer

De samenwerking tussen de partijen is gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op het gebied van vervoer.

De samenwerking kan met name worden gericht op de herstructurering en modernisering van de Servische vervoerssystemen, de verbetering van het vrij verkeer van reizigers en goederen, de verbetering van de toegang tot de vervoersmarkt en -voorzieningen, met inbegrip van havens en luchthavens. Daarnaast kan steun worden verleend voor de ontwikkeling van multimodale infrastructuurvoorzieningen in verband met de voornaamste trans-Europese netwerken, met name ter versterking van regionale verbindingen in Zuidoost-Europa, overeenkomstig het memorandum van overeenstemming inzake het kernnetwerk voor regionaal vervoer. Gestreefd wordt naar exploitatienormen die vergelijkbaar zijn met die in de Gemeenschap en naar de ontwikkeling in Servië van een vervoerssysteem dat compatibel is met dat in de Gemeenschap en daarop aansluit, alsmede een betere bescherming van het milieu in de context van het vervoer.

Artikel

109

Energie

De samenwerking is voornamelijk gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op milieugebied. De samenwerking wordt gebaseerd op het regionale Verdrag tot oprichting van de energiegemeenschap en zal gericht zijn op de geleidelijke integratie van Servië in de Europese energiemarkten. De samenwerking omvat met name:

  • a.

    formulering en planning van energiebeleid, modernisering van infrastructuur, verbetering en diversificatie van de voorziening, verbetering van de toegang tot de energiemarkt, alsmede vergemakkelijking van doorvoer, transmissie en distributie, en herstel van koppelingen van regionaal belang met de energienetten van de buurlanden;

  • b.

    de bevordering van energiebesparing en een efficiënt energiegebruik, duurzame energie en onderzoek naar de milieueffecten van energieproductie en -verbruik;

  • c.

    formulering van randvoorwaarden voor de herstructurering van energiebedrijven en samenwerking tussen bedrijven in die sector.

Artikel

110

Nucleaire veiligheid

De partijen werken samen op het gebied van nucleaire veiligheid en splijtstofbewaking. De samenwerking kan de volgende onderwerpen omvatten:

  • a.

    verbetering van de wet- en regelgeving van de partijen inzake stralingsbescherming, nucleaire veiligheid, kernmateriaalboekhouding en de controle daarop, alsmede versterking van de toezichthoudende instanties en hun middelen;

  • b.

    bevordering van het sluiten van overeenkomsten tussen de lidstaten of de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en Servië over vroegtijdige kennisgeving en uitwisseling van informatie bij nucleaire ongevallen en over paraatheid bij rampen, en waar nodig nucleaire veiligheidskwesties in het algemeen;

  • c.

    aansprakelijkheid van derden bij kernrampen.

Artikel

111

Milieu

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking op milieugebied, vooral om de achteruitgang van het milieu een halt toe te roepen en te beginnen met het milieu te verbeteren met het oog op duurzame ontwikkeling.

De partijen werken met name samen met het oog op de versterking van de bestuurlijke structuren en procedures om strategische planning van milieuvraagstukken en coördinatie tussen de relevante actoren te waarborgen; de nadruk zal liggen op de aanpassing van de wetgeving van Servië aan die van de Gemeenschap. De samenwerking kan ook worden toegespitst op de ontwikkeling van strategieën om plaatselijke, regionale en grensoverschrijdende lucht- en waterverontreiniging aanzienlijk te verminderen, de totstandbrenging van een kader voor efficiënte, duurzame en schone energieproductie en -gebruik en de uitvoering van milieu-effectrapportage en strategische milieu-effectbeoordelingen. Bijzondere aandacht zal worden geschonken aan ratificatie en tenuitvoerlegging van het Kyoto-protocol.

Artikel

112

Samenwerking op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling

De partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van civiel wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling (OTO), met wederzijds voordeel als uitgangspunt en rekening houdend met de beschikbaarheid van hulpmiddelen en adequate toegang tot elkaars programma’s, waarbij erop wordt toegezien dat intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten goed worden beschermd.

In het kader van de samenwerking wordt rekening gehouden met de prioritaire terreinen in verband met het communautair acquis op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling.

Artikel

113

Regionale en plaatselijke ontwikkeling

De partijen zetten zich in voor de versterking van de regionale en plaatselijke ontwikkelingssamenwerking, teneinde bij te dragen tot de economische ontwikkeling en de vermindering van regionale verschillen. Specifieke aandacht wordt geschonken aan grensoverschrijdende, internationale en interregionale samenwerking.

In het kader van de samenwerking wordt rekening gehouden met de prioritaire terreinen in verband met het communautair acquis op het gebied van regionale ontwikkeling.

Artikel

114

Openbaar bestuur

De samenwerking is erop gericht dat de ontwikkeling van efficiënt en verantwoordelijk openbaar bestuur in Servië wordt gegarandeerd, zodat met name ondersteuning wordt verleend aan de invoering van de rechtsstaat, het juist functioneren van de staatsinstellingen ten behoeve van de Servische bevolking in het algemeen en de vlotte ontwikkeling van de verhoudingen tussen de EU en Servië.

De samenwerking is voornamelijk gericht op institutionele opbouw, waaronder de ontwikkeling en uitvoering van transparante en eerlijke wervings- en selectieprocedures, personeelsbeheer en loopbaanontwikkeling voor ambtenaren, permanente educatie en de bevordering van ethisch openbaar bestuur. De samenwerking zal betrekking hebben op alle overheidsniveaus, met inbegrip van lokaal bestuur.

TITEL

IX

FINANCIËLE SAMENWERKING

Artikel

115

Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst en in overeenstemming met de artikelen 5, 116 en 118 komt Servië in aanmerking voor financiële steun van de Gemeenschap in de vorm van subsidies en leningen, waaronder leningen van de Europese Investeringsbank. De steun van de Gemeenschap is afhankelijk van de vorderingen met betrekking tot de politieke criteria van Kopenhagen, en met name de verwezenlijking van de specifieke prioriteiten van het Europees Partnerschap. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de resultaten van het jaarlijks onderzoek van de landen van het stabilisatie- en associatieproces, met name wat betreft de toezeggingen van de begunstigde landen om democratische, economische en institutionele hervormingen door te voeren, en met andere conclusies van de Raad, met name ten aanzien van de naleving van aanpassingsprogramma’s. De steun aan Servië wordt afgestemd op de geconstateerde behoeften, de overeengekomen prioriteiten, het vermogen tot opneming en terugbetaling en de maatregelen die worden getroffen om de economie te hervormen en te herstructureren.

Artikel

116

De financiële bijstand in de vorm van subsidies wordt verleend via operationele maatregelen die bij de relevante verordening van de Raad worden ingesteld, binnen een door de Gemeenschap na overleg met Servië vast te stellen meerjarig indicatief planningsdocument, met jaarlijkse evaluaties.

De financiële bijstand kan betrekking hebben op alle samenwerkingsterreinen, waarbij met name aandacht wordt besteed aan justitie, vrijheid en veiligheid, harmonisatie van wetgeving, duurzame ontwikkeling, armoedebestrijding en milieubescherming.

Artikel

117

In het geval van bijzondere noodzaak kan de Gemeenschap op verzoek van Servië, in overleg met de internationale financiële instellingen, onderzoeken of bij wijze van uitzondering macrofinanciële bijstand kan worden verleend, op bepaalde voorwaarden en met inachtneming van de beschikbaarheid van alle financiële middelen. Deze bijstand wordt dan vrijgegeven op bepaalde voorwaarden, die in het kader van een door Servië en het Internationaal Monetair Fonds overeen te komen programma worden vastgesteld.

Artikel

118

Met het oog op optimale benutting van de beschikbare middelen zien de partijen erop toe dat de bijdragen van de Gemeenschap worden verstrekt in nauwe coördinatie met andere financieringsbronnen, zoals lidstaten, andere landen en internationale financiële instellingen.

Daartoe wisselen de partijen regelmatig informatie uit over alle bronnen van bijstand.

TITEL

X

INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

119

Er wordt een Stabilisatie- en associatieraad opgericht, die toezicht houdt op de toepassing en de tenuitvoerlegging van de overeenkomst. De Stabilisatie- en associatieraad komt op passend niveau bijeen met regelmatige tussenpozen en wanneer de omstandigheden dat vereisen. Hij behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de overeenkomst voordoen, en alle andere, bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

Artikel

120

Artikel

121

Om de doelstellingen van de overeenkomst te bereiken, heeft de Stabilisatie- en associatieraad de bevoegdheid besluiten te nemen binnen de toepassingssfeer van deze overeenkomst voor de in de overeenkomst vermelde gevallen. Deze besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Stabilisatie- en associatieraad mag ook passende aanbevelingen doen. De besluiten en aanbevelingen van de raad worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de partijen.

Artikel

122

Artikel

123

Het Stabilisatie- en associatiecomité kan subcomités oprichten. Voor het einde van het eerste jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst zet het Stabilisatie- en associatiecomité de nodige subcomités op voor de adequate uitvoering van de overeenkomst.

Er wordt een subcomité ingesteld voor aangelegenheden met betrekking tot migratie.

Artikel

124

De Stabilisatie- en associatieraad kan tot de oprichting besluiten van andere speciale comités of lichamen die hem bij de uitvoering van zijn taken kunnen bijstaan. In zijn reglement van orde legt de Stabilisatie- en associatieraad de samenstelling van deze comités of lichamen vast en bepaalt hij hun taken en werkwijze.

Artikel

125

Er wordt een parlementair Stabilisatie- en associatiecomité opgericht. Dit zal als forum dienen waar leden van het Servische parlement en het Europese Parlement elkaar kunnen ontmoeten en van gedachten kunnen wisselen. Dit comité komt met door hemzelf te bepalen tussenpozen bijeen.

Het parlementair Stabilisatie- en associatiecomité bestaat uit leden van het Europees Parlement en leden van het Servische parlement.

Het parlementair Stabilisatie- en associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.

Het parlementair Stabilisatie- en associatiecomité wordt beurtelings voorgezeten door een lid van het Europees Parlement en een lid van het Servische parlement, overeenkomstig de in het reglement van orde neer te leggen bepalingen.

Artikel

126

Binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst beijvert elk van beide partijen zich om ervoor te zorgen dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere partij, zonder discriminatie ten opzichte van haar eigen onderdanen, toegang krijgen tot de ter zake bevoegde gerechtelijke instanties en administratieve lichamen van de partijen, ter verdediging van hun individuele rechten en hun eigendomsrechten.

Artikel

127

Niets in deze overeenkomst belet een partij maatregelen te nemen:

  • a.

    die zij nodig acht om onthulling te beletten van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist;

  • b.

    die verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of productie die absoluut vereist is voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor producten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;

  • c.

    die zij van vitaal belang acht voor haar eigen veiligheid, in geval van ernstige binnenlandse onlusten die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan.

Artikel

128

Artikel

129

Artikel

130

Artikel

131

Zolang onder deze overeenkomst geen gelijkwaardige rechten zijn verworven voor personen en ondernemers, doet de overeenkomst geen afbreuk aan de rechten die hun worden verleend bij bestaande overeenkomsten tussen een of meer lidstaten, enerzijds, en Servië, anderzijds.

Artikel

132

De bijlagen I tot en met VII en de protocollen 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 vormen een integrerend onderdeel van deze overeenkomst.

De op 21 november 2004 ondertekende kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Servië en Montenegro inzake de algemene beginselen voor de deelname van Servië en Montenegro aan communautaire programma’s en de bijlage daarbij vormen een integrerend onderdeel van deze overeenkomst. De in artikel 8 van deze kaderovereenkomst bedoelde evaluatie wordt uitgevoerd binnen de Stabilisatie- en associatieraad, die bevoegd is om de kaderovereenkomst eventueel te wijzigen.

Artikel

133

Deze overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

Elk van beide partijen kan deze overeenkomst opzeggen door de andere partij van deze opzegging in kennis te stellen. De overeenkomst verstrijkt zes maanden na de datum van die kennisgeving.

Elk van beide partijen kan de overeenkomst met onmiddellijke ingang schorsen wanneer de andere partij een essentieel element van deze overeenkomst schendt.

Artikel

134

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden onder „partijen” verstaan de Gemeenschap, of haar lidstaten, of de Gemeenschap en haar lidstaten, in overeenstemming met hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds.

Artikel

135

Deze overeenkomst is enerzijds van toepassing op het grondgebied waarop de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing zijn, onder de in die Verdragen neergelegde voorwaarden, en anderzijds op het grondgebied van Servië.

De overeenkomst is niet van toepassing op Kosovo, dat momenteel onder internationaal bestuur staat overeenkomstig Resolutie nr. 1244 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 10 juni 1999. Dit doet geen afbreuk aan de huidige status van Kosovo of de vaststelling van de definitieve status in het kader van de genoemde resolutie.

Artikel

136

De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie is de depositaris van deze overeenkomst.

Artikel

137

Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Bulgaarse, de Spaanse, de Tsjechische, de Deense, de Duitse, de Estse, de Griekse, de Engelse, de Franse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Hongaarse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Slowaakse, de Sloveense, de Finse, de Zweedse en de Servische taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel

138

De overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de partijen elkaar ervan in kennis stellen dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.

Artikel

139

Interimovereenkomst

De partijen komen overeen dat, indien in afwachting van de voltooiing van de procedures die nodig zijn voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst, de bepalingen van sommige gedeelten van deze overeenkomst, met name die inzake het vrije verkeer van goederen, alsmede de relevante bepalingen inzake vervoer, door middel van een interimovereenkomst tussen de Gemeenschap en Servië ten uitvoer worden gelegd, voor de toepassing van titel IV, van de artikelen 73, 74 en 75 van deze overeenkomst en van de protocollen 1, 2, 3, 5, 6 en 7 alsmede de relevante bepalingen van protocol 4, onder de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst wordt verstaan de datum van inwerkingtreding van de interimovereenkomst, voor wat betreft de verplichtingen die in deze artikelen en protocollen zijn opgenomen.

GEDAAN te Luxemburg, de negenentwintigste april tweeduizend acht.

Protocol

1

Inzake de handel tussen de Gemeenschap en Servië in bewerkte landbouwproducten

Artikel

1

Artikel

2

De overeenkomstig artikel 1 toegepaste rechten kunnen bij besluit van de Stabilisatie- en associatieraad worden verlaagd:

  • a.

    wanneer in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Servië de op de basisproducten toegepaste rechten worden verlaagd, of

  • b.

    naar aanleiding van verlagingen die het gevolg zijn van wederzijdse concessies voor bewerkte landbouwproducten.

De onder het eerste streepje bedoelde verlagingen worden berekend op het deel van het recht, aangemerkt als landbouwelement, dat overeenstemt met de landbouwproducten die daadwerkelijk bij de vervaardiging van de bedoelde bewerkte landbouwproducten zijn gebruikt en in mindering zijn gebracht op de voor die basislandbouwproducten geldende rechten.

Artikel

3

De Gemeenschap en Servië stellen elkaar in kennis van de administratieve regelingen die zijn vastgesteld voor de onder dit protocol vallende producten. Deze regelingen dienen een gelijke behandeling van alle betrokken partijen te waarborgen en dienen zo eenvoudig en soepel mogelijk te zijn.

Protocol

2

Betreffende wederzijdse preferentiële handelsconcessies voor bepaalde wijnen, de wederzijdse erkenning, bescherming en controle van benamingen van wijnen, gedistilleerde dranken en gearomatiseerde wijnen

Artikel

1

Dit protocol omvat:

  • 1.

    een overeenkomst betreffende wederzijdse preferentiële handelsconcessies voor bepaalde wijnen (bijlage I bij dit protocol);

  • 2.

    een overeenkomst betreffende de wederzijdse erkenning, bescherming en controle van benamingen van wijnen, gedistilleerde dranken en gearomatiseerde wijnen (bijlage II bij dit protocol).

Artikel

2

De in artikel 1 bedoelde overeenkomsten zijn van toepassing op:

  • 1.

    wijnen van verse druiven die vallen onder code 22.04 van het op 14 juni 1983 in Brussel ondertekende Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codificering van goederen;

    • a.

      van oorsprong uit de Gemeenschap en geproduceerd overeenkomstig de regels inzake oenologische procédés en behandelingen, zoals bedoeld in Titel V van Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt1)PB L 179 van 14.07.1999, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1234/2007 (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1). , en Verordening (EG) nr. 1622/2000 van de Europese Commissie van 24 juli 2000 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, en tot instelling van een communautaire regeling inzake oenologische procédés en behandelingen2)PB L 194 van 31.07.2000, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1300/2007 (PB L 289 van 7.11.2007, blz. 8). ;

      of

    • b.

      van oorsprong uit Servië en geproduceerd overeenkomstig de regels inzake oenologische procédés en behandelingen, zoals geformuleerd in de Servische wetgeving. Deze regels inzake oenologische procédés en behandelingen moeten in overeenstemming zijn met de communautaire wetgeving.

  • 2.

    gedistilleerde dranken die vallen onder code 22.08 van het in lid 1 bedoelde verdrag;

    • a.

      van oorsprong uit de Gemeenschap en in overeenstemming met Verordening (EEG) nr.1576/89 van de Raad van 29 mei 1989 tot vaststelling van de algemene voorschriften betreffende de definitie, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van gedistilleerde dranken3)PB L 149 van 14.6.1991, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2061/96 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 277 van 30.10.1996, blz. 1). , en Verordening (EEG) nr. 1014/90 van de Europese Commissie van 24 april 1990 houdende uitvoeringsbepalingen voor de definitie, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van gedistilleerde dranken4)PB L 105 van 25.4.1990, blz. 9. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2140/98 van de Commissie (PB L 270 van 7.10.1998, blz. 9). ;

      of

    • b.

      van oorsprong uit Servië en geproduceerd overeenkomstig de Servische wetgeving, die in overeenstemming moet zijn met de communautaire wetgeving;

  • 3.

    gearomatiseerde wijnen die vallen onder code 22.05 van het in lid 1 bedoelde verdrag;

    • a.

      van oorsprong uit de Gemeenschap en in overeenstemming met Verordening (EEG) nr. 1601/91 van de Raad van 10 juni 1991 tot vaststelling van de algemene voorschriften betreffende de definitie, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van gearomatiseerde wijnen, gearomatiseerde dranken op basis van wijn en gearomatiseerde cocktails van wijnbouwproducten5)PB L 160 van 12.6. 1989, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3378/94 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 366 van 31.12.1994, blz. 1).

      of

    • b.

      van oorsprong uit Servië en geproduceerd overeenkomstig de Servische wetgeving, die in overeenstemming moet zijn met de communautaire wetgeving.

Protocol

3

betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking

Artikel

1

Toepasselijke regels van oorsprong

Voor de toepassing van deze overeenkomst zijn aanhangsel I en de relevante bepalingen van aanhangsel II van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels1)PbEU L 54 van 26.2.2013, blz. 4. („de conventie”), van toepassing.

Alle verwijzingen naar de „desbetreffende overeenkomst” in aanhangsel I en in de relevante bepalingen van aanhangsel II van de Conventie gelden als verwijzingen naar deze overeenkomst.

Artikel

2

Geschillenregeling

Indien er een geschil ontstaat in verband met de controleprocedures in artikel 32 van aanhangsel I van de conventie dat niet kan worden opgelost door de douaneautoriteit die de controle heeft aangevraagd en de douaneautoriteit die de controle moet uitvoeren, wordt het aan de Stabilisatie- en associatieraad voorgelegd.

In alle gevallen is de wetgeving van het land van invoer van toepassing op de regeling van geschillen tussen een importeur en de douaneautoriteiten van het land van invoer.

Artikel

3

Wijzigingen van het protocol

De Stabilisatie- en associatieraad kan besluiten bepalingen van dit protocol te wijzigen.

Artikel

4

Opzegging van de conventie

Artikel

5

Overgangsbepalingen – cumulatie

Gemeenschappelijke verklaring betreffende het Vorstendom Andorra

  • 1.

    Producten van oorsprong uit het Vorstendom Andorra die vallen onder de hoofdstukken 25 tot en met 97 van het geharmoniseerd systeem, worden door Servië aanvaard als producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze overeenkomst.

  • 2.

    Protocol 3 is van overeenkomstige toepassing op de definitie van de oorsprong van deze producten.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de Republiek San Marino

  • 1.

    Producten van oorsprong uit de Republiek San Marino worden door Servië aanvaard als producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze overeenkomst.

  • 2.

    Protocol 3 is van overeenkomstige toepassing op de definitie van de oorsprong van deze producten.

Protocol

4

Vervoer over land

Artikel

1

Doel

Het doel van dit protocol is de samenwerking tussen de partijen inzake het vervoer over land, in het bijzonder het transitoverkeer, te bevorderen en in dat verband toe te zien op gecoördineerde ontwikkeling van het vervoer door en via de grondgebieden van de partijen, door middel van de volledige en coherente toepassing van alle bepalingen van dit protocol.

Artikel

2

Toepassingsgebied

Artikel

3

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „communautair transitoverkeer”: de doorvoer van goederen over het grondgebied van Servië door een in de Gemeenschap gevestigde transporteur vanuit of naar een lidstaat van de Gemeenschap;

  • b.

    „Servisch transitoverkeer”: de doorvoer van goederen over het grondgebied van de Gemeenschap, door een in Servië gevestigde transporteur, van Servië naar een derde land of van een derde land naar Servië;

  • c.

    „gecombineerd vervoer”: goederenvervoer waarbij de vrachtwagen, de aanhangwagen, de oplegger met of zonder trekker, de wissellaadbak of de container van 20 voet of meer gebruik maakt van de weg voor het eerste of het laatste gedeelte van het traject, en voor het andere gedeelte van het spoor of de binnenwateren, of van een zeetraject wanneer dat traject meer bedraagt dan 100 km hemelsbreed gemeten, en het begin- of het eindvervoer over de weg verricht;

    • hetzij tussen de laadplaats van de goederen en het dichtstbij gelegen geschikte spoorwegstation van inlading, voor wat het beginvervoer betreft, en tussen het dichtstbij gelegen geschikte spoorwegstation van uitlading en de losplaats van de goederen, voor wat het eindvervoer betreft;

    • hetzij binnen een afstand van ten hoogste 150 km hemelsbreed gemeten, vanaf de rivier- of zeehaven van in- of van uitlading.

INFRASTRUCTUUR

Artikel

4

Algemene bepaling

De partijen komen overeen maatregelen voor de ontwikkeling van de vervoersinfrastructuur te nemen en op elkaar af te stemmen, als een wezenlijk middel om de problemen op te lossen die zich voordoen in het goederenvervoer door Servië, met name op de pan-Europese corridors VII en X en de spoorwegverbinding tussen Belgrado en Vrbnica (aan de grens met Montenegro), die deel uitmaken van het kernnetwerk voor regionaal vervoer.

Artikel

5

Planning

De ontwikkeling van een multimodaal regionaal vervoersnetwerk op het grondgebied van Servië dat aan de behoeften van Servië en van Zuidoost-Europa voldoet en de belangrijkste weg- en spoorwegverbindingen, binnenwateren, binnenhavens, havens, luchthavens en andere relevante knooppunten van het netwerk omvat, is voor de Gemeenschap en voor Servië van bijzonder belang. Dit netwerk is gedefinieerd in het memorandum van overeenstemming voor de ontwikkeling van een fundamenteel netwerk voor transportinfrastructuur voor Zuidoost-Europa dat in juni 2004 door de ministers van de regio en de Europese Commissie werd ondertekend. De ontwikkeling van het netwerk en de selectie van de prioriteiten worden doorgevoerd door een stuurgroep met vertegenwoordigers van alle ondertekenende partijen.

Artikel

6

Financiële aspecten

VERVOER PER SPOOR EN GECOMBINEERD VERVOER

Artikel

7

Algemene bepaling

De partijen nemen de nodige maatregelen voor de ontwikkeling en de bevordering van het vervoer per spoor en van het gecombineerde vervoer en stemmen deze op elkaar af, met het doel een groot deel van het bilaterale verkeer met en het transitoverkeer door Servië in de toekomst op milieuvriendelijker wijze te doen plaatsvinden.

Artikel

8

Bijzondere aspecten met betrekking tot de infrastructuur

In het kader van de modernisering van de Servische spoorwegen moet het nodige worden gedaan om deze aan het gecombineerde vervoer aan te passen, met bijzondere aandacht voor de ontwikkeling of aanleg van terminals, de afmetingen van de tunnels en de capaciteit, waarvoor aanzienlijke investeringen vereist zijn.

Artikel

9

Ondersteunende maatregelen

De partijen nemen alle nodige maatregelen ter bevordering van de ontwikkeling van gecombineerd vervoer.

Deze maatregelen hebben ten doel:

  • gebruikers en expediteurs aan te moedigen van gecombineerd vervoer gebruik te maken;

  • het gecombineerde vervoer concurrerend te maken ten opzichte van het wegvervoer, met name door middel van financiële steun van de Gemeenschap of Servië in het kader van hun respectieve wetgevingen;

  • het gebruik van gecombineerd vervoer over lange afstanden te bevorderen en met name het gebruik van wissellaadbakken, containers en vervoer zonder begeleiding in het algemeen te bevorderen;

  • de snelheid en betrouwbaarheid van gecombineerd vervoer te verbeteren, in het bijzonder door:

    • de frequentie van konvooien te verhogen en aan de behoeften van de expediteurs en gebruikers aan te passen,

    • de wachttijden bij terminals te bekorten en de productiviteit ervan op te voeren, het gecombineerde vervoer toegankelijker te maken door belemmeringen op toegangswegen op gepaste wijze weg te nemen,

    • het gewicht, de afmetingen en de technische kenmerken van het gespecialiseerde materiaal indien nodig te harmoniseren, en met name te zorgen voor de nodige compatibiliteit van de afmetingen, en overleg te plegen bij de bestelling en het in bedrijf nemen van het als gevolg van de ontwikkeling van het verkeer vereiste materieel,

  • en in het algemeen alle andere passende maatregelen te nemen.

Artikel

10

Rol van de spoorwegen

In het licht van de verdeling van de bevoegdheden tussen de staat en de spoorwegen doen de partijen hun spoorwegmaatschappijen de aanbeveling om voor zowel het personen- als het goederenvervoer:

  • de bilaterale en multilaterale samenwerking en de samenwerking in het kader van internationale spoorwegorganisaties op alle gebieden te versterken, in het bijzonder ten aanzien van de verbetering van de kwaliteit en de veiligheid van de vervoersdiensten;

  • gezamenlijk te streven naar een organisatie van de spoorwegen die expediteurs ertoe aanmoedigt hun goederen per spoor in plaats van over de weg te vervoeren, met name voor transitodoeleinden, op basis van eerlijke concurrentie en met behoud van de vrije keuze van de gebruiker;

  • de deelname van Servië aan de tenuitvoerlegging en toekomstige ontwikkeling van het acquis van de Gemeenschap op het gebied van de ontwikkeling van de spoorwegen voor te bereiden.

VERVOER OVER DE WEG

Artikel

11

Algemene bepalingen

Artikel

12

Markttoegang

De partijen verbinden zich bij voorrang ertoe samen te werken om, behoudens hun interne voorschriften, te streven naar:

  • regelingen ter bevordering van een vervoersstelsel dat beantwoordt aan de behoeften van beide partijen en dat enerzijds verenigbaar is met de voltooiing van de interne markt van de Gemeenschap en het gemeenschappelijke vervoersbeleid, en anderzijds met de economische politiek en het vervoersbeleid van Servië;

  • een definitieve regeling voor de toekomstige toegang tot elkaars wegvervoersmarkt op basis van wederkerigheid.

Artikel

13

Belastingen, tol en andere heffingen

Artikel

14

Afmetingen en gewichten

Artikel

15

Milieu

Artikel

16

Sociale aspecten

Artikel

17

Bepalingen betreffende het verkeer

Artikel

18

Verkeersveiligheid

VEREENVOUDIGING VAN FORMALITEITEN

Artikel

19

Vereenvoudiging van formaliteiten

SLOTBEPALINGEN

Artikel

20

Verruiming van het toepassingsgebied

Indien één van de partijen bij de toepassing van dit protocol tot de conclusie komt dat andere maatregelen, die niet onder het toepassingsgebied van dit protocol vallen, in het belang van een gecoördineerd Europees vervoersbeleid zijn en met name het probleem van het transitoverkeer kunnen helpen oplossen, dan legt zij de andere partij voorstellen voor zulke maatregelen voor.

Artikel

21

Uitvoering

Gemeenschappelijke verklaring

  • 1.

    De Gemeenschap en Servië nemen er nota van dat met ingang van 9 november 20061)Richtlijn 2005/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 september 2005 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten met betrekking tot maatregelen tegen de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes door voertuigmotoren met compressieontsteking en de emissie van verontreinigende gassen door op aardgas of vloeibaar petroleumgas lopende voertuigmotoren met elektrische ontsteking (PB L 275 van 20.10.2005, blz. 1). in de Gemeenschap voor de typegoedkeuring van vrachtwagens de volgende normen voor uitlaatgassen en geluid worden aangehouden2)Deze limieten worden zoals voorzien bijgewerkt in de desbetreffende richtlijnen, overeenkomstig toekomstige herzieningen. :

    Grenswaarden gemeten met de ESC-test (Europese statischetoestandcyclus) en de ELR-test (Europese belastingresponsiecyclus)

    (CO)

    g/kWh

    (HC)

    g/kWh

    (NOx)

    g/kWh

    (PT)

    g/kWh

    m-1

    Rij B1

    Euro IV

    1,5

    0,46

    3,5

    0,02

    0,5

    Grenswaarden gemeten met de ETC-test (Europese transiënte cyclus)

    (CO)

    g/kWh

    (NMHC)

    g/kWh

    (CH4)1)

    g/kWh

    (NOx)

    g/kWh

    (PT)2)

    g/kWh

    Rij B1

    Euro IV

    4,0

    0,55

    1,1

    3,5

    0,03

    1) Alleen voor aardgasmotoren;

    2) Niet van toepassing op gasmotoren.

  • 2.

    De Gemeenschap en Servië moeten in de toekomst streven naar terugdringing van de uitstoot van motorvoertuigen door gebruikmaking van geavanceerde technologie voor emissiebeheersing, in combinatie met verbetering van de kwaliteit van de motorbrandstof.

Protocol

5

Staatssteun voor de ijzer- en staalindustrie

  • 1.

    De partijen erkennen dat het noodzakelijk en urgent is dat Servië terstond maatregelen neemt om eventuele structurele zwakheden van zijn staalsector te verhelpen ter waarborging van het algemene concurrentievermogen van zijn industrie.

  • 2.

    In verband met de bepalingen in artikel 73, lid 1, onder iii), van deze overeenkomst wordt de verenigbaarheid van staatssteun aan de ijzer- en staalindustrie als gedefinieerd in bijlage I van de Richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen 2007–2013 geëvalueerd op grond van de criteria die voortvloeien uit de toepassing van artikel 87 van het EG-Verdrag op de ijzer- en staalsector, met inbegrip van de afgeleide wetgeving.

  • 3.

    Voor de toepassing van artikel 73, lid 1, onder iii), van van deze overeenkomst op de ijzer- en staalindustrie, erkent de Gemeenschap dat Servië gedurende vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst bij wijze van uitzondering overheidssteun voor herstructureringsdoeleinden aan staalbedrijven in moeilijkheden kan verlenen, mits:

    • a.

      de steun ertoe leidt dat de begunstigde ondernemingen aan het einde van de herstructureringsperiode op normale marktvoorwaarden op lange termijn kunnen voortbestaan, en

    • b.

      het bedrag en de intensiteit van de steun strikt beperkt zijn tot hetgeen voor het herstel van een normaal voortbestaan absoluut noodzakelijk is, en dat deze waar mogelijk geleidelijk worden verminderd;

    • c.

      Servië herstructureringsprogramma’s presenteert die verband houden met een algemene rationalisering, inclusief de sluiting van ondoeltreffende capaciteit. Elk staalbedrijf dat herstructureringssteun ontvangt, moet zoveel mogelijk compenserende maatregelen nemen om de concurrentievervalsing ten gevolge van deze steun op te vangen.

  • 4.

    Servië dient een nationaal herstructureringsprogramma en individuele bedrijfsplannen voor elk van de bedrijven die herstructureringssteun krijgen, ter evaluatie bij de Europese Commissie in; daaruit moet blijken dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.

    De individuele bedrijfsplannen worden geëvalueerd en goedgekeurd door de autoriteit in Servië die toezicht uitoefent op de staatssteun in het licht van de vereisten van punt 3 van dit protocol.

    De Europese Commissie bevestigt dat het nationale herstructureringsprogramma conform de vereisten van punt 3 is.

  • 5.

    De Europese Commissie houdt toezicht op de uitvoering van de plannen in nauwe samenwerking met de bevoegde nationale autoriteiten, met name de autoriteit in Servië die toezicht uitoefent op de staatssteun.

    Indien uit het toezicht blijkt dat steun aan begunstigden die niet is goedgekeurd door het nationale herstructureringsprogramma, of enige andere herstructureringssteun aan staalbedrijven die niet in het nationale herstructureringsprogramma is geïdentificeerd, na de datum van de ondertekening van deze overeenkomst werd toegekend, zorgt de autoriteit in Servië die toezicht uitoefent op de staatssteun ervoor dat deze wordt teruggestort.

  • 6.

    Op verzoek voorziet de Gemeenschap Servië van technische bijstand voor de voorbereiding van het nationale herstructureringsprogramma en de individuele bedrijfsplannen.

  • 7.

    Elke partij zorgt voor transparantie inzake staatssteun. Meer bepaald wordt in verband met staatssteun voor de staalproductie in Servië en de tenuitvoerlegging van het herstructureringsprogramma en de bedrijfsplannen volledig en voortdurend informatie uitgewisseld.

  • 8.

    De Stabilisatie- en associatieraad houdt toezicht op de naleving van het bepaalde in de punten 1 tot en met 4. In dit verband kan de Stabilisatie- en associatieraad uitvoeringsbepalingen vaststellen.

  • 9.

    Indien een partij van oordeel is dat een praktijk van de andere partij met dit protocol in strijd is, en indien die praktijk nadelig is of dreigt te zijn voor de belangen van de eerste partij of indien de binnenlandse industrie van die partij aanmerkelijke schade ondervindt of dreigt te ondervinden, kan deze partij de nodige maatregelen nemen na raadpleging van het subcomité dat belast is met concurrentievragen of dertig werkdagen nadat om deze raadpleging is verzocht.

Protocol

6

Wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „douanewetgeving”: de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die op het grondgebied van de partijen van toepassing zijn op de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing daarvan onder andere douaneregelingen of -procedures, met inbegrip van verbods-, beperkings- en controlemaatregelen;

  • b.

    „verzoekende autoriteit”: een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een overeenkomstsluitende partij is aangewezen en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand indient;

  • c.

    „aangezochte autoriteit”: een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een overeenkomstsluitende partij is aangewezen en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand ontvangt;

  • d.

    „persoonsgegevens”: alle inlichtingen over een bepaalde of te bepalen natuurlijke persoon;

  • e.

    „met de douanewetgeving strijdige handeling”: elke overtreding of poging tot overtreding van de douanewetgeving.

Artikel

2

Toepassingsgebied

Artikel

3

Bijstand op verzoek

Artikel

4

Ongevraagde bijstand

De overeenkomstsluitende partijen verlenen elkaar ongevraagd bijstand overeenkomstig hun wetten, voorschriften en andere rechtsinstrumenten indien zij dit noodzakelijk achten voor de juiste toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder indien zij informatie hebben verkregen over:

  • a.

    handelingen die met deze wetgeving in strijd zijn of lijken te zijn en die van belang kunnen zijn voor de andere overeenkomstsluitende partij;

  • b.

    nieuwe middelen of methoden die bij handelingen in strijd met de douanewetgeving worden gebruikt;

  • c.

    goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van handelingen in strijd met de douanewetgeving;

  • d.

    natuurlijke personen of rechtspersonen van wie redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij handelingen verrichten of hebben verricht die met de douanewetgeving in strijd zijn;

  • e.

    middelen van vervoer waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij gebruikt zijn of kunnen worden om handelingen te verrichten die met de douanewetgeving in strijd zijn.

Artikel

5

Afgifte van documenten – Kennisgeving van besluiten

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, overeenkomstig haar wetgeving, alle maatregelen die nodig zijn voor:

  • a.

    de afgifte van documenten,

  • b.

    de kennisgeving van besluiten,

die van de verzoekende autoriteit uitgaan en verband houden met de toepassing van dit protocol aan een geadresseerde die op haar grondgebied verblijft of gevestigd is.

Verzoeken om de afgifte van documenten of om de kennisgeving van besluiten worden schriftelijk aan de aangezochte autoriteit gericht in een officiële taal van die autoriteit of in een voor die autoriteit aanvaardbaar taal.

Artikel

6

Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand

Artikel

7

Behandeling van verzoeken

Artikel

8

Vorm waarin de informatie dient te worden verstrekt

Artikel

9

Gevallen waarin geen bijstand behoeft te worden verleend

Artikel

10

Uitwisseling van gegevens en geheimhoudingsplicht

Artikel

11

Deskundigen en getuigen

Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd, binnen de perken van de hem verleende machtiging, als getuige of deskundige op te treden in gerechtelijke of administratieve procedures die betrekking hebben op aangelegenheden waarop dit protocol van toepassing is en daarbij de voor deze procedures noodzakelijke voorwerpen, bescheiden of voor echt gewaarmerkte afschriften voor te leggen. In de convocatie dient uitdrukkelijk te worden vermeld over welke aangelegenheid en in welke functie of hoedanigheid de betrokken ambtenaar zal worden ondervraagd.

Artikel

12

Kosten van de bijstand

De overeenkomstsluitende partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die ter uitvoering van dit protocol zijn gemaakt, met uitzondering, in voorkomend geval, van de uitgaven voor deskundigen, getuigen, tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel

13

Uitvoering

Artikel

14

Andere overeenkomsten

Protocol

7

Beslechting van geschillen

HOOFDSTUK

I

DOELSTELLINGEN EN TOEPASSINGSGEBIED

Artikel

1

Doelstellingen

Het doel van dit protocol is geschillen tussen de partijen te vermijden en te beslechten teneinde tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen.

Artikel

2

Toepassingsgebied

De bepalingen van dit protocol hebben alleen betrekking op mogelijke verschillen in de interpretatie en toepassing van de hierna volgende bepalingen, met inbegrip van die gevallen waar de ene partij van oordeel is dat een maatregel van de andere partij, of het niet-treffen van een maatregel door de andere partij, een inbreuk is op de verplichtingen die voor de andere partij uit deze bepalingen voortvloeien:

HOOFDSTUK

II

PROCEDURES VOOR GESCHILLENBESLECHTING

AFDELING

I

ARBITRAGEPROCEDURE

Artikel

3

Inleiding van de arbitrageprocedure

Artikel

4

Samenstelling van het arbitragepanel

Artikel

5

Uitspraken van het arbitragepanel

AFDELING

II

NALEVING

Artikel

6

Naleving van de uitspraak van het arbitragepanel

Elke partij neemt alle noodzakelijke maatregelen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven en beide partijen streven ernaar overeen te komen de uitspraak binnen een redelijke termijn na te leven.

Artikel

7

Redelijke termijn voor naleving

Artikel

8

Herziening van maatregelen getroffen tot naleving van de uitspraak van het arbitragepanel

Artikel

9

Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving

Artikel

10

Herziening van maatregelen tot naleving getroffen na de opschorting van voordelen

AFDELING

III

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

11

Openbare hoorzittingen

De vergaderingen van het arbitragepanel zijn openbaar onder de voorwaarden van het in artikel 18 vermelde reglement van orde, tenzij het arbitragepanel er uit eigen initiatief of op verzoek van de partijen anders over beschikt.

Artikel

12

Inlichtingen en technisch advies

Het panel kan op verzoek van een partij of op eigen initiatief inlichtingen inwinnen bij alle bronnen die het voor de werkzaamheden van het panel passend acht. Het panel heeft tevens het recht deskundigen om advies te vragen indien het dit nuttig acht. Alle op deze manier ingewonnen informatie moet aan beide partijen worden medegedeeld en erover kunnen opmerkingen worden geformuleerd. De belanghebbende partijen zijn gemachtigd bij het arbitragepanel stukken in te dienen als amicus curiae onder de voorwaarden die zijn neergelegd in het reglement van orde als bedoeld in artikel 18.

Artikel

13

Interpretatiebeginselen

De arbitragepanels passen toe en interpreteren de bepalingen van deze overeenkomst volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van internationaal publiekrecht, met inbegrip van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht. Zij geven geen interpretatie van het acquis communautaire. Het feit dat een bepaling inhoudelijk identiek is met een bepaling van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is niet bepalend voor de interpretatie van die bepaling.

Artikel

14

Besluiten en uitspraken van het arbitragepanel

HOOFDSTUK

III

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

15

Lijst van scheidsrechters

Artikel

16

Relatie tot WTO-verplichtingen

Na de eventuele toetreding van Servië tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) zijn de volgende bepalingen van toepassing:

  • a.

    Arbitragepanels die krachtens dit protocol zijn opgericht doen geen uitspraak in geschillen die verband houden met de rechten en verplichtingen van elke partij krachtens de overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO).

  • b.

    Het recht van elke partij om een beroep te doen op de regeling inzake geschillenbeslechting van dit protocol laat elke maatregel in WTO-verband, met inbegrip van een maatregel tot geschillenbeslechting, onverlet. Indien echter een partij in verband met een specifieke maatregel een procedure voor geschillenbeslechting heeft ingeleid, hetzij krachtens artikel 3, lid 1, van dit protocol, hetzij krachtens de WTO-overeenkomst, kan zij in verband met dezelfde maatregel niet nog een procedure voor geschillenbeslechting in het andere forum inleiden, tenzij de eerste procedure is afgesloten. Voor de toepassing van dit lid worden procedures voor geschillenbeslechting krachtens de WTO-overeenkomst geacht te zijn ingeleid door het verzoek van een partij tot vorming van een panel overeenkomstig artikel 6 van het WTO-memorandum van overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen.

  • c.

    Geen enkele bepaling van dit protocol verhindert een partij de opschorting van verplichtingen die is toegestaan door een orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO, ten uitvoer te leggen.

Artikel

17

Termijnen

Artikel

18

Reglement van orde, gedragscode en wijziging van dit protocol

Slotakte

De gevolmachtigden van:

Het Koninkrijk België,

De Republiek Bulgarije,

De Tsjechische Republiek,

Het Koninkrijk Denemarken,

De Bondsrepubliek Duitsland,

De Republiek Estland,

Ierland,

De Helleense Republiek,

Het Koninkrijk Spanje,

De Franse Republiek,

De Italiaanse Republiek,

De Republiek Cyprus,

De Republiek Letland,

De Republiek Litouwen,

Het Groothertogdom Luxemburg,

De Republiek Hongarije,

Malta,

Het Koninkrijk der Nederlanden,

De Republiek Oostenrijk,

De Republiek Polen,

De Portugese Republiek,

Roemenië,

De Republiek Slovenië,

De Slowaakse Republiek,

De Republiek Finland,

Het Koninkrijk Zweden,

Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en het Verdrag betreffende de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd, en

De Europese Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna „de Gemeenschap” genoemd, enerzijds, en

de gevolmachtigden van de Republiek Servië,

hierna „Servië” genoemd, anderzijds,

bijeengekomen te Luxemburg op negenentwintig april tweeduizend en acht voor de ondertekening van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Servië, anderzijds, hierna „deze overeenkomst” genoemd, hebben de volgende teksten aangenomen:

deze overeenkomst en de bijlagen I tot en met VII, namelijk:

Bijlage I (artikel 21) – Tariefconcessies van Servië voor industrieproducten uit de Gemeenschap

Bijlage II (artikel 26) – Omschrijving van producten van de categorie „baby beef”

Bijlage III (artikel 27) – Tariefconcessies van Servië voor landbouwproducten uit de Gemeenschap

Bijlage IV (artikel 29) – Tariefconcessies van de Gemeenschap voor visserijproducten uit Servië

Bijlage V (artikel 30) – Tariefconcessies van Servië voor visserijproducten uit de Gemeenschap

Bijlage VI (artikel 52) – Vestiging: „financiële diensten”

Bijlage VII (artikel 75) – Intellectuele-, industriële- en commerciële- eigendomsrechten

en de volgende protocollen:

Protocol 1 (artikel 25) – Handel in bewerkte landbouwproducten

Protocol 2 (artikel 28) – Wijn en gedistilleerde dranken

Protocol 3 (artikel 44) – Definitie van het begrip „producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking

Protocol 4 (artikel 61) – Vervoer over land

Protocol 5 (artikel 73) – Staatssteun voor de ijzer- en staalindustrie

Protocol 6 (artikel 99) – Wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Protocol 7 (artikel 129) – Beslechting van geschillen

De gevolmachtigden van de lidstaten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van Servië hebben de volgende gemeenschappelijke verklaringen aangenomen, die aan deze slotakte zijn gehecht:

Gemeenschappelijke verklaring inzake artikel 3

Gemeenschappelijke verklaring inzake artikel 32

Gemeenschappelijke verklaring inzake artikel 75

De gevolmachtigden van Servië hebben kennis genomen van de volgende verklaring die aan deze slotakte is gehecht:

Verklaring van de Gemeenschap en haar lidstaten.

GEDAAN te Luxemburg, de negenentwintigste april tweeduizend acht.

Gemeenschappelijke verklaringen

Gemeenschappelijke verklaring inzake artikel 3

De partijen bij de Stabilisatie- en associatieovereenkomst, de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds, zijn van mening dat de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel overheids- als niet-overheidsactoren, een van de ernstigste bedreigingen van de internationale vrede, stabiliteit en veiligheid vormt, zoals werd bevestigd in resolutie 1540 van de VN-Veiligheidsraad. De non-proliferatie van massavernietigingswapens is daarom van gezamenlijk belang voor de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten en Servië.

De bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor is voor de Europese Unie een essentieel element wanneer zij overweegt een overeenkomst met een derde land te sluiten. Daarom heeft de Raad in november 2003 besloten dat in de nieuwe overeenkomsten met derde landen een non-proliferatieclausule moet worden opgenomen en daarvoor een standaardtekst vastgesteld (zie document 14997/03). Een dergelijke clausule is sindsdien opgenomen in de overeenkomsten van de Europese Unie met bijna honderd landen.

De Europese Unie en de Republiek Servië bekrachtigen als respectabele leden van de internationale gemeenschap hun gehechtheid aan het beginsel van non-proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor en verbinden zich ertoe volledige uitvoering te geven aan hun internationale verplichtingen uit hoofde van internationale instrumenten waarbij zij partij zijn.

In deze geest en overeenkomstig het hierboven beschreven algemene EU-beleid en de verbintenis van Servië met betrekking tot het beginsel van non-proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor zijn de partijen overeengekomen de door de Europese Raad vastgestelde standaardclausule inzake massavernietigingswapens in artikel 3 van deze overeenkomst op te nemen.

Gemeenschappelijke verklaring inzake artikel 32

Met artikel 32 wordt beoogd toezicht te houden op de handel in producten met een hoog suikergehalte die verder zouden kunnen worden bewerkt, en te voorkomen dat de handel in suiker en producten waarvan de kenmerken niet wezenlijk daarvan verschillen, wordt verstoord.

Bij de toepassing van dit artikel mag de handel in producten bedoeld voor eindconsumptie niet of zo min mogelijk worden verstoord.

Gemeenschappelijke verklaring inzake artikel 75

De partijen komen overeen dat voor de toepassing van de overeenkomst intellectuele en industriële eigendom met name het volgende omvat: auteursrechten, met inbegrip van de auteursrechten op computerprogramma’s, en naburige rechten, de rechten voor databanken, octrooien en aanvullende beschermingscertificaten, industriële ontwerpen, handelsmerken en dienstmerken, topografieën van geïntegreerde schakelingen, geografische aanduidingen, met inbegrip van oorsprongsbenamingen, en bescherming voor kweekproducten.

De bescherming van commerciële-eigendomsrechten omvat met name bescherming tegen oneerlijke mededinging, zoals bedoeld in artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom, en bescherming van niet openbaar gemaakte informatie, zoals bedoeld in artikel 39 van de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (TRIPs-overeenkomst).

De partijen komen daarnaast overeen dat de mate van bescherming als bedoeld in artikel 75, lid 3, de beschikbaarheid van maatregelen, procedures en rechtsmiddelen omvat als bedoeld in Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten1)PB L 157 van 30.4.2004, blz. 45. Rectificatie in PB L 195 van 2.6.2004, blz. 16. .

Verklaring van de Gemeenschap en haar lidstaten

Overwegende dat de Europese Gemeenschap uitzonderlijke handelsmaatregelen toekent ten behoeve van de landen die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie, met inbegrip van Servië op basis van Verordening (EG) nr. 2007/2000, verklaren de Europese Gemeenschap en haar lidstaten:

  • dat bij de toepassing van artikel 35 van deze overeenkomst, de meest gunstige van de eenzijdige autonome handelsmaatregelen van toepassing zijn, in aanvulling op de contractuele handelsconcessies die de Gemeenschap bij deze overeenkomst aanbiedt, zolang Verordening (EG) nr. 2007/2000 van de Raad van 18 september 2000 tot vaststelling van uitzonderlijke handelsmaatregelen ten behoeve van de landen en gebieden die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie2)PB L 240 van 23.9.2000, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 530/2007 van de Raad (PB L 125 van 15.5.2007, blz. 1). van toepassing is;

  • dat, in het bijzonder, voor de producten die vallen onder de hoofdstukken 7 en 8 van de gecombineerde nomenclatuur, waarvoor het gemeenschappelijk douanetarief voorziet in een ad-valoremdouanerecht en in een specifiek douanerecht, de verlaging ook van toepassing is op het specifieke douanerecht, in afwijking van de desbetreffende bepaling van artikel 26, lid 2.