Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de CARIFORUM-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds

Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de Cariforum-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds

Antigua en Barbuda,

het Gemenebest van de Bahama's,

Barbados,

Belize,

het Gemenebest Dominica,

de Dominicaanse Republiek,

Grenada,

de Republiek Guyana,

de Republiek Haïti,

Jamaica,

Saint Christopher en Nevis,

Saint Lucia,

Saint Vincent en de Grenadines,

de Republiek Suriname,

de Republiek Trinidad en Tobago,

hierna de „Cariforum-staten” genoemd,

enerzijds, en

het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

de Republiek Hongarije,

Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag betreffende de Europese Unie, hierna de „lidstaten van de Europese Unie” genoemd,

en

de Europese Gemeenschap,

anderzijds,

Gelet op het Herziene Verdrag van Chaguaramas tot oprichting van de Caribische Gemeenschap, met inbegrip van de gemeenschappelijke markt en economie van de Caricom, het Verdrag van Basseterre tot oprichting van de Organisatie van Oost-Caribische staten en de Overeenkomst tot oprichting van een vrijhandelsgebied tussen de Caribische Gemeenschap en de Dominicaanse Republiek, enerzijds, en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, anderzijds;

Gelet op de Partnerschapsovereenkomst tussen de groep van Staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 en herzien op 25 juni 2005, hierna de „Overeenkomst van Cotonou” genoemd;

Opnieuw uitdrukking gevende aan hun engagement voor eerbiediging van de rechten van de mens, de democratische beginselen en de rechtsstaat, die de essentiële elementen van de Overeenkomst van Cotonou vormen, en goed bestuur, dat het fundamentele element van de Overeenkomst van Cotonou is;

Rekening houdende met de noodzaak de economische, culturele en sociale ontwikkeling van de Cariforumstaten te bevorderen, teneinde een bijdrage te leveren tot vrede en veiligheid en een stabiel en democratisch politiek klimaat te stimuleren;

Gezien het belang dat zij hechten aan de op internationaal vlak overeengekomen ontwikkelingsdoelstellingen en aan de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling van de Verenigde Naties;

Zich bewust van de noodzaak de economische en sociale ontwikkeling van hun bevolking te bevorderen op een wijze die verenigbaar is met een duurzame ontwikkeling, door inachtneming van de fundamentele arbeidsrechten in overeenstemming met hun verbintenissen in het kader van de Internationale Arbeidsorganisatie en door bescherming van het milieu in overeenstemming met de Verklaring van Johannesburg van 2002;

Vastbesloten samen te werken om de doelstellingen van de Overeenkomst van Cotonou, waaronder de uitroeiing van armoede, duurzame ontwikkeling en de geleidelijke integratie van de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (ACS-staten) in de wereldeconomie, te verwezenlijken;

Wensende de tenuitvoerlegging van de Ontwikkelingsvisie van de Caricom te vergemakkelijken;

Gelet op hun engagement voor de beginselen en regels voor de internationale handel, en met name die welke zijn opgenomen in de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO);

Rekening houdende met het verschil in de mate van economische en sociale ontwikkeling tussen de Cariforum-staten en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten;

Zich bewust van het belang van de bestaande traditionele relaties, en met name de nauwe historische, politieke en economische banden met elkaar;

Overwegende dat zij deze banden willen versterken en duurzame relaties willen aangaan die zijn gebaseerd op partnerschap en wederzijdse rechten en plichten, ondersteund door een regelmatige dialoog die is gericht op verbetering van kennis van en begrip voor elkaar;

Wensende het kader voor de economische en handelsbetrekkingen met elkaar te versterken door de instelling van een economische partnerschapsovereenkomst die kan dienen als instrument voor de ontwikkeling van de Cariforum-staten;

Strevende naar verruiming van hun economische betrekkingen en, in het bijzonder, hun handels- en investeringsstromen, daarbij voortbouwend op de huidige mate van preferentiële markttoegang tot de Europese Gemeenschap voor de Cariforum-staten en deze verbeterend;

Vastbesloten het regionale integratieproces tussen de Cariforum-staten te steunen, en in het bijzonder de regionale economische integratie te stimuleren als een belangrijk instrument om hun integratie in de wereldeconomie te bevorderen en hen te helpen de uitdagingen van de mondialisering aan te gaan en de economische groei en sociale vooruitgang te bereiken die verenigbaar is met de duurzame ontwikkeling die zij nastreven;

Zich ervan bewust dat de opbouw van capaciteiten en de aanpak van leveringsmoeilijkheden in de Cariforum-staten noodzakelijk zijn om volledig profijt te hebben van de grotere handelsmogelijkheden en de voordelen van hervormingen van de handel te maximaliseren, en

Opnieuw uitdrukking gevend aan de essentiële rol die ontwikkelingshulp, waaronder hulp op handelsgebied, kan hebben voor de ondersteuning van de Cariforum-staten bij de uitvoering en benutting van deze overeenkomst;

Eraan herinnerend dat de Europese Unie (EU) zich ertoe heeft verbonden de ontwikkelingshulp, waaronder hulp voor handel, te vergroten en erop toe te zien dat een aanzienlijk deel van de verbintenissen van de Europese Gemeenschap en van de lidstaten van de EU voor de ACS-landen bestemd wordt;

Vastbesloten ervoor te zorgen dat de ontwikkelingssamenwerking van de Europese Gemeenschap voor regionale economische samenwerking en integratie, zoals voorzien in de Overeenkomst van Cotonou, op zodanige wijze ten uitvoer wordt gelegd dat de verwachte voordelen van deze overeenkomst zo groot mogelijk zijn;

Zich verbindend tot samenwerking, in overeenstemming met de Verklaring van Parijs over de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp, de EU-consensus over ontwikkeling en het EU-Caribisch partnerschap voor groei, stabiliteit en ontwikkeling, ter bevordering van de steun van de EU-lidstaten en van andere donoren voor de inspanningen van de Cariforum-staten om de doelstellingen van deze overeenkomst te verwezenlijken;

Ervan overtuigd dat de economische partnerschapsovereenkomst een nieuw, gunstiger klimaat voor hun relaties op het gebied van handel en investeringen tot stand zal brengen en nieuwe, dynamische mogelijkheden voor groei en ontwikkeling zal bieden,

Zijn als volgt overeengekomen1)[Red: De oorspronkelijke Bijlagen bij de Overeenkomst en de Protocollen liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, en zijn gepubliceerd in Pb. EU 2008 L 289.]:

DEEL

I

HANDELSPARTNERSCHAP VOOR DUURZAME ONTWIKKELING

Artikel

1

Doelstellingen

De doelstellingen van deze overeenkomst zijn:

  • a.

    bijdragen aan het terugdringen en uiteindelijk het uitroeien van armoede door de instelling van een handelspartnerschap dat in overeenstemming is met het doel van een duurzame ontwikkeling, de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling en de Overeenkomst van Cotonou;

  • b.

    bevordering van regionale integratie, economische samenwerking en een goed bestuur om op deze manier een doeltreffend, voorspelbaar en transparant regelgevend kader voor handel en investeringen tussen de partijen en binnen het Cariforum-gebied tot stand te brengen en ten uitvoer te leggen;

  • c.

    bevordering van de geleidelijke integratie van de Cariforumstaten in de wereldeconomie, in overeenstemming met hun politieke keuzes en ontwikkelingsprioriteiten;

  • d.

    verbetering van de capaciteit van de Cariforum-staten op het gebied van handelsbeleid en handelsvraagstukken;

  • e.

    hulp bij het creëren van de voorwaarden voor een toename van de investeringen en van initiatieven van de particuliere sector en verruiming van de leveringscapaciteit, het concurrentievermogen en de economische groei in het Cariforum-gebied;

  • f.

    versterking van de bestaande relaties tussen de partijen op basis van solidariteit en wederzijdse belangen. Om dit te bereiken, intensiveert de overeenkomst de economische en handelsbetrekkingen, geeft zij steun aan een nieuwe handelsdynamiek tussen de partijen door middel van de geleidelijke, asymmetrische liberalisering van de onderlinge handel en versterkt, verruimt en verdiept zij de samenwerking op alle gebieden die voor de handel en de investeringen van belang zijn, daarbij rekening houdend met het respectieve ontwikkelingspeil van de partijen en in overeenstemming met de WTO-verplichtingen.

Artikel

2

Beginselen

Artikel

3

Duurzame ontwikkeling

Artikel

4

Regionale integratie

Artikel

5

Monitoring

De partijen verbinden zich ertoe de functionering van deze overeenkomst voortdurend te volgen door middel van hun respectieve participatieve processen en participerende instellingen en die welke in het kader van deze overeenkomst zijn ingevoerd, teneinde erop toe te zien dat de doelstellingen van de overeenkomst worden verwezenlijkt, de overeenkomst correct wordt uitgevoerd en dit partnerschap mannen, vrouwen, jongeren en kinderen zoveel mogelijk voordelen biedt. De partijen verbinden zich er voorts toe elkaar onverwijld te raadplegen wanneer zich problemen mochten voordoen.

Artikel

6

Samenwerking in internationale fora

De partijen streven naar samenwerking in alle internationale fora waar aangelegenheden worden besproken die betrekking hebben op dit partnerschap.

Artikel

7

Ontwikkelingssamenwerking

Artikel

8

Samenwerkingsprioriteiten

DEEL

II

HANDEL EN HANDELSGERELATEERDE VRAAGSTUKKEN

TITEL

I

HANDEL IN GOEDEREN

HOOFDSTUK

1

DOUANERECHTEN

Artikel

9

Werkingssfeer

De bepalingen in dit hoofdstuk zijn van toepassing op alle goederen van oorsprong uit de EG of uit een van de Cariforumstaten.2)Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, hebben de termen „goederen” en „producten” dezelfde betekenis.

Artikel

10

Oorsprongsregels

Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden als „van oorsprong” beschouwd de goederen die aan de oorsprongsregels in protocol 1 voldoen. Binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst evalueren de partijen de bepalingen van dat protocol in het licht van de ontwikkelingsbehoeften van de Cariforum-staten met het oog op een verdere vereenvoudiging van de begrippen en de methoden die voor de vaststelling van de oorsprong worden gebruikt. Bij deze evaluatie houden de partijen rekening met de ontwikkeling van technologieën en productieprocessen en met alle andere factoren die een wijziging van de bepalingen van protocol I nodig kunnen maken. Dergelijke wijzigingen worden vastgesteld bij besluit van de Gezamenlijke Raad Cariforum-EG.

Artikel

11

Douanerechten

Onder douanerechten worden verstaan alle rechten en heffingen, met inbegrip van alle aanvullende heffingen of belastingen, die worden opgelegd in verband met de invoer of de uitvoer van goederen, met uitzondering van:

  • a.

    interne belastingen of andere interne heffingen die in overeenstemming met artikel 27 worden opgelegd;

  • b.

    antidumpingmaatregelen, compenserende maatregelen en vrijwaringsmaatregelen die in overeenstemming met hoofdstuk 2 van deze titel worden toegepast;

  • c.

    vergoedingen en andere heffingen die in overeenstemming met artikel 13 worden opgelegd.

Artikel

12

Indeling van goederen

Goederen die onder deze overeenkomst vallen, worden ingedeeld overeenkomstig het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen (GS), in overeenstemming met de indelingsregels die daarop van toepassing zijn. Alle vraagstukken betreffende de indeling van goederen die in het kader van de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst rijzen, worden behandeld door het in artikel 36 genoemde Speciaal Comité voor douanesamenwerking en handelsbevordering.

Artikel

13

Vergoedingen en andere heffingen

De in artikel 11 bedoelde vergoedingen en andere heffingen blijven beperkt tot, bij benadering, de kosten van de verleende diensten en beogen geen indirecte bescherming van binnenlandse producten of een belasting op de invoer of de uitvoer voor fiscale doeleinden. Zij gaan de werkelijke waarde van de verleende dienst niet te boven. Voor consulaire diensten worden geen vergoedingen en heffingen verlangd.

Artikel

14

Afschaffing van uitvoerrechten op producten van oorsprong

Artikel

15

Invoerrechten op producten van oorsprong uit de Cariforum-staten

Producten van oorsprong uit de Cariforum-staten worden vrij van rechten in de EG ingevoerd; dit geldt niet voor de in bijlage II opgenomen producten onder de daar genoemde voorwaarden.

Artikel

16

Invoerrechten op producten van oorsprong uit de EG

Artikel

17

Wijziging van tariefverbintenissen

In het licht van de speciale ontwikkelingsbehoeften van Antigua en Barbuda, Belize, het Gemenebest Dominica, Grenada, de Republiek Guyana, de Republiek Haïti, Saint Christopher en Nevis, Saint Lucia en Saint Vincent en de Grenadines kunnen de partijen in het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG besluiten tot wijziging van de hoogte van de in bijlage III neergelegde douanerechten, die bij invoer in de Cariforum-staten op een product van oorsprong uit de EG mogen worden toegepast. De partijen zien erop toe dat een dergelijke wijziging er niet toe leidt dat deze overeenkomst niet meer in overeenstemming is met de eisen van artikel XXIV van de GATT 1994. De partijen kunnen er in voorkomend geval tegelijkertijd ook toe besluiten om de in bijlage 3 neergelegde douanerechtverbintenissen met betrekking tot andere uit de EG ingevoerde goederen aan te passen.

Artikel

18

Goederenverkeer

De partijen erkennen dat het einddoel is dat op producten van oorsprong die in de EG of in de overeenkomstsluitende Cariforum-staten worden ingevoerd, slechts eenmaal douanerechten worden geheven. Zolang de noodzakelijke regelingen om dit doel te bereiken nog niet zijn vastgesteld, spannen de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zich in om dit te verwezenlijken. De EG verleent de technische bijstand die voor het bereiken van dit doel nodig is.

Artikel

19

Gunstiger behandeling als gevolg van vrijhandelsovereenkomsten

Artikel

20

Speciale bepalingen over administratieve samenwerking

Artikel

20 bis

Ter bevordering van de inspanningen van de partijen om een aanvaardbare oplossing te vinden voor de in artikel 20, lid 2, bedoelde aangelegenheden, kan de partij of de overeenkomstsluitende Cariforum-staat waartegen een conclusie ter kennis van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG is gebracht, ook, in overeenstemming met artikel 205, leden 2 tot en met 5, een beroep doen op een bemiddelaar. Het advies van de bemiddelaar wordt binnen de in artikel 20, lid 4, onder b), bedoelde periode van drie maanden gemeld.

Artikel

21

Behandeling van administratieve fouten

Indien de bevoegde autoriteiten bij het beheer van de preferentiële uitvoerregeling fouten hebben gemaakt, en met name indien zij protocol I onjuist hebben toegepast, en deze fouten gevolgen hebben voor de invoerrechten, kan de partij die met deze gevolgen wordt geconfronteerd, het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG verzoeken na te gaan of passende maatregelen te kunnen worden genomen om de situatie te herstellen.

Artikel

22

Samenwerking

HOOFDSTUK

2

HANDELSBESCHERMINGSINSTRUMENTEN

Artikel

23

Antidumpingrechten en compenserende rechten

Artikel

24

Multilaterale vrijwaringsmaatregelen

Artikel

25

Vrijwaringsclausule

HOOFDSTUK

3

NON-TARIFAIRE MAATREGELEN

Artikel

26

Verbod op kwantitatieve beperkingen

Vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden op producten van oorsprong geen invoer- of uitvoerverboden of invoer- of uitvoerbeperkingen, afgezien van douanerechten en belastingen en de in artikel 13 bedoelde vergoedingen en andere heffingen, gehandhaafd, ongeacht of deze de vorm hebben van contingenten, in- of uitvoervergunningen of andere maatregelen.

Er worden geen nieuwe maatregelen van die aard ingevoerd. Dit artikel doet geen afbreuk aan de artikelen 23 en 24.

Artikel

27

Nationale behandeling op het gebied van interne belastingen en regelgeving

Artikel

28

Uitvoersubsidies voor landbouwproducten

HOOFDSTUK

4

DOUANE EN HANDELSBEVORDERING

Artikel

29

Doelstellingen

Artikel

30

Samenwerking op administratief en douanegebied

Artikel

31

Douanewetgeving en -procedures

Artikel

32

Relaties met het bedrijfsleven

De EG en de ondertekenende Cariforum-staten zijn het erover eens:

  • a.

    erop toe te zien dat alle wetgeving, procedures, tarieven en vergoedingen, alsmede waar mogelijk de toelichtingen ter zake, algemeen bekend worden gemaakt, voor zover mogelijk langs elektronische weg;

  • b.

    dat tijdig en regelmatig overleg met de marktdeelnemers over wetgevingsvoorstellen met betrekking tot douane- en handelsprocedures noodzakelijk is;

  • c.

    dat wanneer nieuwe of gewijzigde wetgeving of procedures worden ingevoerd, de marktdeelnemers hierover waar mogelijk vooraf in kennis moeten worden gesteld. De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten geven algemene bekendheid aan administratieve berichten ter zake, met inbegrip van eisen in verband met douaneexpediteurs, procedures bij binnenkomst van de goederen, openingsuren en werkwijzen van douanekantoren in havens en bij grensposten, en adressen voor het inwinnen van informatie, teneinde het voor bedrijven gemakkelijker te maken de douaneverplichtingen na te leven en goederen tijdig te vervoeren;

  • d.

    samenwerking te stimuleren tussen de marktdeelnemers en de diensten die voor hen van belang zijn, en een eerlijke concurrentie tussen handelaren te bevorderen door niet-arbitraire en algemeen toegankelijke procedures, zoals intentieverklaringen, toe te passen, waarbij een passend gebruik wordt gemaakt van de door de WDO vastgestelde procedures;

  • e.

    dat deze samenwerking ook gericht moet zijn op bestrijding van illegale praktijken en op de bescherming van de staatsveiligheid en de veiligheid van de burgers, alsmede op de belastinginning;

  • f.

    erop toe te zien dat bij hun respectieve eisen en procedures op douanegebied en aanverwante gebieden goede praktijken worden gevolgd, waardoor de handel zo weinig mogelijk wordt beperkt.

Artikel

34

Regionale integratie

Artikel

35

Samenwerking

Artikel

36

Speciaal Comité voor douanesamenwerking en handelsbevordering

HOOFDSTUK

5

LANDBOUW EN VISSERIJ

Artikel

37

Doelstellingen

Artikel

38

Regionale integratie

De partijen erkennen dat de integratie van de sectoren landbouw, voeding en visserij van de Cariforum-staten door de geleidelijke verwijdering van de resterende belemmeringen en het creëren van een passend regelgevend kader zal bijdragen tot de verdieping van het proces van regionale integratie en de verwezenlijking van de doelstellingen van dit hoofdstuk.

Artikel

39

Flankerend beleid

De Cariforum-staten verbinden zich ertoe beleid en institutionele hervormingen vast te stellen en uit te voeren om de verwezenlijking van de doelstellingen van dit hoofdstuk mogelijk te maken en te vergemakkelijken.

Artikel

40

Voedselzekerheid

Artikel

41

Uitwisseling van informatie en overleg

Artikel

42

Traditionele landbouwproducten

Artikel

43

Samenwerking

HOOFDSTUK

6

TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN

Artikel

45

Doelstellingen

Dit hoofdstuk heeft ten doel:

  • a.

    het goederenverkeer tussen de partijen te vergemakkelijken en tegelijkertijd de capaciteit van de partijen tot bescherming van de gezondheid, de veiligheid, de consumenten en het milieu, te behouden en te versterken;

  • b.

    de capaciteit van de partijen te verbeteren om onnodige belemmeringen van de handel tussen de partijen als gevolg van door hen gehanteerde technische voorschriften, normen of conformiteitsbeoordelingsprocedures te signaleren, te voorkomen en uit de weg te ruimen;

  • c.

    de capaciteit van de partijen te versterken om de naleving van internationale normen en elkaars technische voorschriften en normen te waarborgen.

Artikel

46

Werkingssfeer en definities

Artikel

47

Regionale samenwerking en integratie

De partijen zijn het erover eens dat samenwerking tussen nationale en regionale autoriteiten die bevoegd zijn voor normalisatie, accreditatie en andere technische handelsbelemmeringen, belangrijk is voor de bevordering van de intraregionale handel en de handel tussen de partijen, alsmede voor het algehele proces van regionale integratie in het kader van Cariforum en zij verbinden zich ertoe om met het oog hierop samen te werken.

Artikel

48

Transparantie

De partijen bevestigen dat zij vastbesloten zijn de in de TBT-Overeenkomst van de WTO neergelegde bepalingen inzake transparantie uit te voeren. Voorts streven zij ernaar elkaar in een vroeg stadium in kennis te stellen van voorstellen tot wijziging of invoering van technische voorschriften en normen die in het bijzonder van belang zijn voor de handel tussen de partijen.

Artikel

49

Uitwisseling van informatie en overleg

Artikel

50

Samenwerking in internationale instellingen

De partijen komen overeen om samen te werken in internationale normalisatie-instellingen, onder meer door de deelname van vertegenwoordigers van de Cariforum-staten aan de vergaderingen en de werkzaamheden van deze instellingen te bevorderen.

Artikel

51

Samenwerking

HOOFDSTUK

7

SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN

Artikel

52

Multilaterale verplichtingen

De partijen bevestigen vastbesloten te zijn de rechten en plichten uit hoofde van de WTO-Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen, hierna „de SPS-Overeenkomst van de WTO” genoemd, in acht te nemen. De partijen bevestigen ook hun rechten en plichten uit hoofde van het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten (IPCC), de Codex Alimentarius en de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE).

Artikel

53

Doelstellingen

Dit hoofdstuk heeft ten doel:

  • a.

    de handel tussen de partijen te bevorderen en tegelijkertijd de capaciteit van de partijen tot bescherming van de gezondheid van planten en dieren en van de volksgezondheid, te handhaven en te versterken;

  • b.

    de capaciteit van de partijen te versterken om onbedoelde verstoringen of belemmeringen van de handel tussen de partijen als gevolg van maatregelen die voor de bescherming van de gezondheid van planten en dieren en van de volksgezondheid op het grondgebied van de partijen noodzakelijk zijn, vast te stellen, te voorkomen en tot een minimum te beperken;

  • c.

    de Cariforum-staten bij de vaststelling van geharmoniseerde intraregionale sanitaire en fytosanitaire, hierna „SPS” genoemd, maatregelen te ondersteunen, mede om de erkenning van de gelijkwaardigheid van deze maatregelen aan in de EG bestaande maatregelen te bevorderen;

  • d.

    de Cariforum-staten de helpende hand te bieden bij de naleving van SPS-maatregelen van de EG.

Artikel

54

Werkingssfeer en definities

Artikel

55

Bevoegde autoriteiten

Artikel

56

Regionale samenwerking en integratie

Artikel

57

Transparantie

De partijen bevestigen vastberaden te zijn om de in bijlage B bij de SPS-Overeenkomst van de WTO neergelegde bepalingen inzake transparantie uit te voeren. Voorts streven zij ernaar om elkaar vroegtijdig in kennis te stellen van voorstellen tot wijziging of invoering van voor de handel tussen de partijen bijzonder relevante SPS-regelingen of maatregelen.

Artikel

58

Uitwisseling van informatie en overleg

Artikel

59

Samenwerking

TITEL

II

INVESTERINGEN, HANDEL IN DIENSTEN EN E-HANDEL

HOOFDSTUK

1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

60

Doelstelling, werkingssfeer en dekking

Artikel

61

Definities

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

  • a.

    „maatregel”: elke maatregel van de partijen of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, in de vorm van een wet, verordening, voorschrift, procedure, besluit, administratieve handeling of in enige andere vorm;

  • b.

    „door de partijen of de overeenkomstsluitende Cariforumstaten vastgestelde of gehandhaafde maatregelen”: maatregelen die zijn genomen door:

    • i.

      centrale, regionale of lokale overheden en autoriteiten,

      en

    • ii.

      niet-gouvernementele organisaties bij de uitoefening van door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden;

  • c.

    „natuurlijke persoon uit de EG” of „natuurlijke persoon uit de overeenkomstsluitende Cariforum-staten”: een onderdaan van een van de lidstaten van de Europese Unie of van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten overeenkomstig hun respectieve wetgeving;

  • d.

    „rechtspersoon”: elke juridische eenheid, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, ongeacht of zij eigendom van particulieren of van de overheid is, met inbegrip van alle vennootschappen, trusts, maatschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;

  • e.

    „rechtspersoon van een partij”: een rechtspersoon uit de EG of uit een overeenkomstsluitende Cariforum-staat die is opgericht in overeenstemming met respectievelijk de wetgeving van een lidstaat van de Europese Unie of van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat en die zijn hoofdkantoor, centrale administratie of belangrijkste handelsactiviteit heeft op respectievelijk het grondgebied waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap betrekking heeft of het grondgebied van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat;

    Indien de rechtspersoon alleen zijn hoofdkantoor of centrale administratie heeft op het grondgebied waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap betrekking heeft of op het grondgebied van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat, wordt hij niet als rechtspersoon van respectievelijk de EG of van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat beschouwd, tenzij hij betrokken is bij omvangrijke zakelijke transacties6)Overeenkomstig haar aanmelding van het EG-Verdrag bij de WTO (doc. WT/REG39/1) is volgens de EG het begrip „daadwerkelijke en voortdurende band” met de economie van een lidstaat, dat is neergelegd in artikel 48 van het EG-Verdrag, gelijkwaardig aan het begrip „omvangrijke zakelijke transacties” in artikel V, lid 6, van de GATS en in deze overeenkomst. op respectievelijk het grondgebied waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap betrekking heeft of het grondgebied van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat;

    in afwijking van het voorgaande lid zijn de bepalingen van deze overeenkomst ook van toepassing op buiten de EG of de Cariforum-staten gevestigde scheepvaartmaatschappijen waarover onderdanen van respectievelijk een lidstaat van de Europese Unie of een overeenkomstsluitende Cariforumstaat zeggenschap hebben, indien de vaartuigen van deze maatschappijen overeenkomstig de respectieve wetgeving in die lidstaat van de Europese Unie of in een overeenkomstsluitende Cariforum-staat geregistreerd zijn en de vlag van een lidstaat van de Europese Unie of van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat voeren;

  • f.

    een „overeenkomst inzake economische integratie”: een overeenkomst waarbij investeringen en de handel in diensten conform de WTO-voorschriften aanzienlijk worden geliberaliseerd.

Artikel

62

Toekomstige liberalisering

Ter verwezenlijking van de doelstellingen van deze titel voeren de partijen uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst nadere onderhandelingen over investeringen en de handel in diensten met het oog op een versterking van de algemene verbintenissen uit hoofde van de titel.

Artikel

63

Toepassing op het Gemenebest van de Bahama's en de Republiek Haïti

Teneinde de verbintenissen van het Gemenebest van de Bahama's en de Republiek Haïti – die met de desbetreffende eisen uit hoofde van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten, hierna de „GATS” genoemd, in overeenstemming moeten zijn – in bijlage IV op te nemen, brengen de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten uiterlijk zes maanden na de ondertekening van deze overeenkomst bij besluit van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG wijzigingen in deze bijlage aan. In afwachting van dat besluit is de door de EG ingevolge deze titel toegekende preferentiële behandeling niet van toepassing op het Gemenebest van de Bahama's en de Republiek Haïti.

Artikel

64

Regionale integratie van de Cariforum-staten

HOOFDSTUK

2

COMMERCIËLE AANWEZIGHEID

Artikel

65

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a.

    „commerciële aanwezigheid”: elk type zakelijke of beroepsmatige vestiging door middel van:

    • i.

      de oprichting, overname of handhaving van een rechtspersoon7)Onder de termen „oprichting” of „overname” van een rechtspersoon wordt ook verstaan deelneming in het kapitaal van een rechtspersoon met het oogmerk duurzame economische banden te vestigen of te handhaven. Wanneer het bij de rechtspersoon om een naamloze vennootschap gaat, is er sprake van duurzame economische banden wanneer het aandelenbezit de aandeelhouder, krachtens de nationale vennootschapswetgeving of anderszins, in staat stelt daadwerkelijk deel te nemen in het bestuur van of het toezicht op de onderneming. Langlopende leningen, die het karakter van een deelneming hebben, zijn leningen met een looptijd van meer dan vijf jaar die gericht zijn op het vestigen of handhaven van duurzame economische betrekkingen; de voornaamste voorbeelden zijn leningen die door een vennootschap worden verstrekt aan haar dochterondernemingen of aan andere vennootschappen waarin zij deelneemt en leningen waaraan een aandeel in de winst verbonden is. , of

    • ii.

      de oprichting of handhaving van een filiaal of een vertegenwoordiging op het grondgebied van de EG of van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten met het oogmerk een economische activiteit uit te oefenen;

  • b.

    „investeerder”: iedere natuurlijke of rechtspersoon die een economische activiteit uitoefent door de vestiging van een commerciële aanwezigheid;

  • c.

    „investeerder van een partij”: een in de EG of in een overeenkomstsluitende Cariforum-staat gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die een economische activiteit uitoefent door de vestiging van een commerciële aanwezigheid;

  • d.

    „economische activiteit”: omvat geen activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van de uitoefening van overheidsgezag, d.w.z. activiteiten die noch op commerciële grondslag, noch in concurrentie met één of meer marktdeelnemers worden uitgeoefend;

  • e.

    „dochteronderneming” van een rechtspersoon: een rechtspersoon waarover een andere rechtspersoon daadwerkelijk zeggenschap heeft8)Over een rechtspersoon wordt door een andere rechtspersoon daadwerkelijk zeggenschap uitgeoefend wanneer laatstgenoemde rechtspersoon een meerderheid van zijn directieleden kan benoemen of anderszins wettelijk toezicht op zijn activiteiten kan uitoefenen. ;

  • f.

    „filiaal” van een rechtspersoon: een handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moedermaatschappij, een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, zodanig dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat er indien nodig een rechtsverhouding is met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact behoeven te hebben met deze moedermaatschappij, maar hun transacties kunnen afhandelen met de handelszaak die het agentschap vormt.

Artikel

66

Dekking

Dit hoofdstuk is van toepassing op maatregelen van de partijen of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, die van invloed zijn op de commerciële aanwezigheid9)Maatregelen in verband met onteigeningen en geschillenbeslechting tussen een investeerder en de staat, zoals die welke zijn geregeld in bilaterale investeringsverdragen, worden niet geacht van invloed te zijn op de commerciële aanwezigheid. op het gebied van alle economische activiteiten met uitzondering van:

  • a.

    winning, vervaardiging en verwerking van nucleair materiaal;

  • b.

    productie van of handel in wapens, munitie en oorlogsmaterieel;

  • c.

    audiovisuele diensten;

  • d.

    nationale cabotage in het zeevervoer10)Nationale cabotage in het zeevervoer heeft betrekking op vervoersdiensten binnen een overeenkomstsluitende Cariforum-staat of binnen een lidstaat van de Europese Unie voor het vervoer van personen of goederen met begin- en eindpunt in die overeenkomstsluitende Cariforum-staat of die lidstaat van de Europese Unie. , en

  • e.

    binnenlandse en internationale luchtvervoerdiensten, ongeacht of het gaat om lijndiensten of niet, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:

    • i.

      reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen waarbij het luchtvaartuig buiten dienst wordt gesteld;

    • ii.

      verkoop en marketing van luchtvervoersdiensten;

    • iii.

      geautomatiseerde boekingssystemen (CRS);

    • iv.

      andere aanverwante diensten die de exploitatie van luchtvaartuigen vergemakkelijken, zoals grondafhandelingsdiensten, verhuur van luchtvaartuigen met bemanning en luchthavenbeheer.

Artikel

67

Markttoegang

Artikel

68

Nationale behandeling

Artikel

69

Lijst van verbintenissen

De door de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten ingevolge dit hoofdstuk geliberaliseerde sectoren en de beperkingen, door middel van voorbehouden, van de markttoegang en de nationale behandeling voor commerciële aanwezigheden en investeerders van de andere partij in die sectoren zijn opgenomen in de lijsten van verbintenissen in bijlage IV.

Artikel

70

Meestbegunstigingsbehandeling

Artikel

71

Andere overeenkomsten

Geen enkele bepaling in deze titel wordt geacht het recht van investeerders van de partijen te beperken om een beroep te doen op een gunstiger behandeling uit hoofde van een bestaande of toekomstige internationale overeenkomst inzake investeringen waarbij een lidstaat van de Europese Unie en een overeenkomstsluitende Cariforum-staat partij zijn.

Artikel

72

Gedrag van investeerders

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten werken samen en nemen, voor hun eigen grondgebied, de nodige maatregelen, onder andere door middel van algemeen toepasselijke nationale wetgeving, om ervoor te zorgen dat:

  • a.

    het investeerders wordt verboden ongepaste geldelijke of andere voordelen aan te bieden, te beloven of te geven, rechtstreeks of via tussenpersonen, aan een ambtenaar of aan leden van zijn of haar familie of zakenpartners of een andere persoon die nauwe betrekkingen met de ambtenaar heeft, voor de betrokkenen zelf of voor een derde, opdat de ambtenaar of een derde handelt of niet handelt in verband met de uitoefening van ambtelijke plichten, dan wel om een gunst met betrekking tot een voorgestelde investering of vergunningen, contracten of andere rechten met betrekking tot een investering te verkrijgen, en zij hiervoor ter verantwoording worden geroepen;

  • b.

    investeerders handelen in overeenstemming met de fundamentele arbeidsnormen die zijn neergelegd in de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) van 1998 inzake de fundamentele principes en rechten met betrekking tot werk, waarbij de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten partij zijn15)Deze fundamentele arbeidsrechten zijn in overeenstemming met de verklaring nader uitgewerkt in de verdragen van de ILO betreffende de vrijheid van vakvereniging, de afschaffing van dwang- en kinderarbeid en de uitbanning van discriminatie op het werk. ;

  • c.

    investeerders hun investeringen niet zodanig beheren of exploiteren dat zij internationale arbeidsrechtelijke of milieuverplichtingen uit hoofde van overeenkomsten waarbij de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten partij zijn, ontwijken;

  • d.

    investeerders in voorkomend geval banden met de plaatselijke gemeenschap aangaan en handhaven, met name bij projecten die betrekking hebben op extensieve activiteiten ten aanzien van natuurlijke hulpbronnen, voor zover zij niet de voordelen voor de andere partij uit hoofde van een specifieke verplichting tenietdoen of daaraan afbreuk doen.

Artikel

73

Handhaving van normen

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat buitenlandse directe investeringen niet worden aangemoedigd door afzwakking van de binnenlandse wetgeving en normen inzake milieu, arbeid, veiligheid en gezondheid op het werk of versoepeling van de fundamentele arbeidsnormen of de wetgeving inzake bescherming en bevordering van culturele diversiteit.

Artikel

74

Evaluatie

Met het oog op de geleidelijke liberalisering van investeringen evalueren de partijen de wetgeving inzake investeringen, het investeringsklimaat en de onderlinge investeringsstromen uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst en vervolgens met regelmatige tussenpozen in overeenstemming met hun uit internationale investeringsovereenkomsten voortvloeiende verbintenissen.

HOOFDSTUK

3

GRENSOVERSCHRIJDENDE DIENSTVERLENING

Artikel

75

Werkingssfeer en definities

Artikel

76

Markttoegang

Artikel

77

Nationale behandeling

Artikel

78

Lijst van verbintenissen

De door de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten ingevolge dit hoofdstuk geliberaliseerde sectoren en de beperkingen, door middel van voorbehouden, van de markttoegang en de nationale behandeling voor diensten en dienstverleners van de andere partij in die sectoren zijn opgenomen in de lijsten van verbintenissen in bijlage IV.

Artikel

79

Meestbegunstigingsbehandeling

HOOFDSTUK

4

TIJDELIJKE AANWEZIGHEID VAN NATUURLIJKE PERSONEN VOOR ZAKEN

Artikel

80

Werkingssfeer en definities

Artikel

81

Stafpersoneel en afgestudeerde stagiairs

Artikel

82

Verkopers van zakelijke diensten

Voor elke overeenkomstig hoofdstuk 2 of 3 van deze titel geliberaliseerde sector staan de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, behoudens de in bijlage IV opgenomen voorbehouden, de toegang en het tijdelijke verblijf van verkopers van zakelijke diensten toe voor een periode van ten hoogste negentig dagen gedurende een periode van twaalf maanden.

Artikel

83

Dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep

Artikel

84

Tijdelijke bezoekers voor zaken

HOOFDSTUK

5

REGELGEVINGSKADER

AFDELING

1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

85

Wederzijdse erkenning

Artikel

86

Transparantie

Behoudens artikel 235, lid 3, reageren de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten onverwijld op alle verzoeken van de andere partij om specifieke informatie over hun algemene maatregelen of internationale overeenkomsten die betrekking hebben of van invloed zijn op deze overeenkomst. De partijen richten ook één of meer infomatiepunten in om op verzoek specifieke informatie aan investeerders en dienstverleners van de andere partij te verstrekken over alle aangelegenheden van dien aard. Deze informatiepunten worden vermeld in bijlage V. Wetten en regelingen behoeven niet bij de informatiepunten te worden neergelegd.

Artikel

87

Procedures

AFDELING

2

DIENSTEN IN VERBAND MET COMPUTERS

Artikel

88

Afspraak over diensten in verband met computers

AFDELING

3

KOERIERSDIENSTEN

Artikel

89

Werkingssfeer en definities

Artikel

90

Voorkoming van concurrentiebeperkende praktijken bij koeriersdiensten

In overeenstemming met de bepalingen van titel IV, hoofdstuk 1, worden door de EG of de overeenkomstsluitende Cariforumstaten passende maatregelen gehandhaafd of ingevoerd om te voorkomen dat dienstverleners die, alleen of samen met anderen, de voorwaarden voor deelneming (wat prijs en aanbod betreft) in de desbetreffende markt voor koeriersdiensten door het gebruik van hun eigen marktpositie in belangrijke mate kunnen beïnvloeden, overgaan tot concurrentieverstorende praktijken of deze voortzetten.

Artikel

91

Universele dienst

De EG en elke overeenkomstsluitende Cariforum-staat hebben elk het recht de aard van de universeledienstverplichtingen vast te stellen die zij in stand wensen te houden. Deze verplichtingen worden niet per se concurrentieverstorend geacht, mits zij op een transparante, niet-discriminerende en uit concurrentieoogpunt neutrale wijze worden uitgevoerd en geen grotere last vertegenwoordigen dan nodig is voor de soort door de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten vastgestelde universele dienst.

Artikel

92

Individuele vergunningen

Artikel

93

Onafhankelijkheid van de regelgevende instanties

Regelgevende instanties moeten wettelijk gescheiden zijn van en mogen geen verantwoording verschuldigd zijn aan een verlener van koeriersdiensten. De besluiten die de regelgevende instanties nemen en de procedures die zij toepassen, zijn voor alle marktdeelnemers gelijk.

AFDELING

4

TELECOMMUNICATIEDIENSTEN

Artikel

94

Definities en werkingssfeer

Artikel

95

Regelgevende instantie

Artikel

96

Vergunning voor telecommunicatiediensten

Artikel

97

Concurrentiewaarborgen ten aanzien van grote leveranciers

In overeenstemming met de bepalingen van titel IV, hoofdstuk 1, worden door de EG of de overeenkomstsluitende Cariforumstaten passende maatregelen gehandhaafd of ingevoerd om te voorkomen dat leveranciers, die, alleen of samen met anderen, een grote leverancier zijn, overgaan tot concurrentieverstorende praktijken of deze voortzetten. Deze concurrentiebeperkende praktijken zijn onder meer:

  • a.

    het toepassen van kruissubsidiëring op concurrentiebeperkende wijze;

  • b.

    het gebruiken van informatie van concurrenten op concurrentiebeperkende wijze;

  • c.

    het niet tijdig aan andere dienstverleners beschikbaar stellen van technische informatie over essentiële faciliteiten en van commercieel relevante informatie die deze dienstverleners voor het leveren van hun diensten nodig hebben.

Artikel

98

Interconnectie

Artikel

99

Schaarse middelen

Alle procedures voor de toewijzing en het gebruik van schaarse middelen, zoals frequenties, nummers en doorgangsrechten, worden tijdig toegepast op objectieve, transparante en niet-discriminerende wijze. De stand van zaken met betrekking tot de toegewezen frequentiebanden wordt algemeen bekendgemaakt, maar een gedetailleerde identificatie van de frequenties die voor specifiek gebruik door de overheid zijn toegewezen, is niet vereist.

Artikel

100

Universele dienst

Artikel

101

Vertrouwelijkheid van gegevens

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten waarborgen het vertrouwelijke karakter van het telecommunicatieverkeer dat via een openbaar telecommunicatienetwerk en via openbare telecommunicatiediensten plaatsvindt, alsmede van de gegevens over dat verkeer, zonder daardoor de handel in diensten te beperken.

Artikel

102

Geschillen tussen leveranciers

AFDELING

5

FINANCIËLE DIENSTEN

Artikel

103

Werkingssfeer en definities

Artikel

104

Prudentiële uitzonderingsbepaling

Artikel

105

Doeltreffende en transparante regelgeving

Artikel

106

Nieuwe financiële diensten25)Dit artikel is uitsluitend van toepassing op activiteiten in verband met financiële diensten waarop artikel 103 van toepassing is en die overeenkomstig deze titel zijn geliberaliseerd.

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten staan verleners van financiële diensten van de andere partij toe nieuwe financiële diensten te verlenen die overeenstemmen met de diensten waarvoor zij hun eigen verleners van financiële diensten krachtens hun interne wetgeving onder soortgelijke omstandigheden toestemming verlenen. De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten kunnen de rechtsvorm vaststellen waaronder de dienst kan worden verleend en zij kunnen de betrokken dienstverlening aan een vergunningsplicht onderwerpen. Wanneer een vergunning vereist is, wordt hieromtrent binnen een redelijke termijn een besluit genomen en kan de vergunning uitsluitend om prudentiële redenen worden geweigerd.

Artikel

107

Gegevensverwerking

Artikel

108

Specifieke uitzonderingen

AFDELING

6

INTERNATIONAAL ZEEVERVOER

Artikel

109

Werkingssfeer, definities en beginselen

AFDELING

7

TOERISME

Artikel

110

Werkingssfeer

Deze afdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor alle toeristische diensten die in overeenstemming met de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze titel zijn geliberaliseerd.

Artikel

111

Bestrijding van concurrentiebeperkende praktijken

In overeenstemming met de bepalingen van titel IV, hoofdstuk 1, worden door de EG of de overeenkomstsluitende Cariforumstaten passende maatregelen gehandhaafd of ingevoerd om te beletten dat dienstverleners, met name in de context van distributienetwerken van toeristische producten26)Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder distributienetwerken van toeristische producten verstaan reisorganisatoren en andere groothandelaars op toeristisch gebied (zowel uitgaand als inkomend), geautomatiseerde boekingssystemen en wereldwijde distributiesystemen (ook indien niet verbonden met luchtvaartmaatschappijen of via internet), reisbureaus en andere toeristische dienstverleners. , de voorwaarden voor deelneming in de desbetreffende markt voor toeristische diensten in belangrijke mate kunnen beïnvloeden door over te gaan tot concurrentieverstorende praktijken of deze voort te zetten, onder meer door misbruik te maken van hun dominante marktpositie, door de vaststelling van oneerlijke prijzen, exclusiviteitsclausules, weigering overeenkomsten te sluiten, gebonden verkoop, kwantitatieve beperkingen of verticale integratie.

Artikel

112

Toegang tot technologie

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten streven ernaar de overdracht van technologie op commerciële grondslag naar commerciële aanwezigheden in de overeenkomstsluitende Cariforum-staten te bevorderen.

Artikel

113

Midden- en kleinbedrijf

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten streven ernaar de deelname van kleine en middelgrote ondernemingen aan toeristische dienstverlening te bevorderen.

Artikel

114

Wederzijdse erkenning

In overeenstemming met artikel 85 werken de partijen samen op het gebied van de wederzijdse erkenning van eisen, kwalificaties, vergunningen en andere regelingen.

Artikel

115

Grotere impact van het toerisme op de duurzame ontwikkeling

De partijen stimuleren de deelname van dienstverleners uit de Cariforum-staten aan internationale, regionale, subregionale, bilaterale en particuliere financieringsprogramma's ter ondersteuning van een duurzame ontwikkeling van het toerisme.

Artikel

116

Milieu- en kwaliteitsnormen

De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten stimuleren de naleving, op redelijke en objectieve wijze en zonder dat dit onnodige handelsbelemmeringen opwerpt, van milieu- en kwaliteitsnormen op toeristisch gebied, en streven ernaar de participatie van de overeenkomstsluitende Cariforumstaten in internationale organisaties die milieu- en kwaliteitsnormen voor het toerisme vaststellen, te bevorderen.

Artikel

117

Ontwikkelingssamenwerking en technische bijstand

Artikel

118

Uitwisseling van informatie en overleg

HOOFDSTUK

6

ELEKTRONISCHE HANDEL

Artikel

119

Doelstellingen en beginselen

Artikel

120

Regelgevende aspecten van elektronische handel

HOOFDSTUK

7

SAMENWERKING

Artikel

121

Samenwerking

TITEL

III

LOPENDE BETALINGEN EN KAPITAALVERKEER

Artikel

122

Lopende betalingen

Onder voorbehoud van artikel 124 verbinden de overeenkomstsluitende Cariforum-staten en de EG zich ertoe alle betalingen in vrij converteerbare valuta voor lopende transacties tussen ingezetenen van de EG en van de Cariforum-staten toe te staan en geen beperkingen dienaangaande vast te stellen.

Artikel

123

Kapitaalverkeer

Artikel

124

Vrijwaringsmaatregelen

TITEL

IV

HANDELSGERELATEERDE VRAAGSTUKKEN

HOOFDSTUK

1

MEDEDINGING

Artikel

125

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • 1.

    „mededingingsautoriteit”: voor de EG de Europese Commissie, en voor de Cariforum-staten één of meer van de volgende mededingingsautoriteiten: de mededingingscommissie van de Caricom en de Comisión Nacional de Defensa de la Competencia van de Dominicaanse Republiek;

  • 2.

    „handhavingsprocedure”: een door de bevoegde mededingingsautoriteit van een partij ingestelde procedure tegen één of meer ondernemingen met het oog op de vaststelling en ondervanging van concurrentieverstorend gedrag;

  • 3.

    „mededingingsrecht”:

    • a.

      voor de EG de artikelen 81, 82 en 86 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en de uitvoeringsbepalingen of wijzigingen daarvan;

    • b.

      voor de Cariforum-staten hoofdstuk 8 van het Herziene Verdrag van Chaguaramas van 5 juli 2001, nationaal mededingingsrecht dat voldoet aan het Herziene Verdrag van Chaguaramas en het nationale mededingingsrecht van de Bahama's en de Dominicaanse Republiek. Vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst wordt de vaststelling van wetgeving op dit gebied via het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG onder de aandacht van de EG gebracht.

Artikel

126

Beginselen

De partijen erkennen het belang van een vrije en onvervalste mededinging voor hun handelsbetrekkingen. Zij erkennen dat concurrentiebeperkende praktijken de goede werking van de markten kunnen verstoren en in het algemeen de voordelen van de liberalisering van het handelsverkeer ondergraven. Zij komen derhalve overeen dat de volgende concurrentiebeperkende praktijken onverenigbaar zijn met de goede werking van deze overeenkomst, voor zover zij de handel tussen de partijen nadelig kunnen beïnvloeden:

  • a.

    overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen, die tot doel of tot gevolg hebben dat de concurrentie op het gehele grondgebied van de EG of van de Cariforum-staten of op een aanzienlijk deel ervan wordt verhinderd of aanzienlijk wordt beperkt;

  • b.

    misbruik door één of meer ondernemingen van marktmacht op het gehele grondgebied van de EG of van de Cariforum-staten of op een aanzienlijk deel ervan.

Artikel

127

Tenuitvoerlegging

Artikel

128

Uitwisseling van informatie en samenwerking bij de rechtshandhaving

Artikel

129

Overheidsondernemingen en ondernemingen met speciale of exclusieve rechten, met inbegrip van monopolies

Artikel

130

Samenwerking

HOOFDSTUK

2

INNOVATIE EN INTELLECTUELE EIGENDOM

Artikel

131

Context

Artikel

132

Doelstellingen

Dit hoofdstuk heeft ten doel:

  • a.

    bevordering van innovatie, met inbegrip van milieu-innovatie, door ondernemingen op het grondgebied van de partijen;

  • b.

    stimulering van het concurrentievermogen van ondernemingen, en met name middelgrote, kleine en micro-ondernemingen, op het grondgebied van de partijen;

  • c.

    vereenvoudiging van de productie en commercialisering van innovatieve en creatieve producten tussen de partijen;

  • d.

    bereiken van een adequaat en doeltreffend beschermings- en handhavingsniveau voor intellectuele-eigendomsrechten;

  • e.

    bijdragen aan de bevordering van technologische innovatie en aan de overdracht en verspreiding van technologie en knowhow;

  • f.

    stimulering, ontwikkeling en bevordering van coöperatieve onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten op het gebied van wetenschap en technologie tussen de partijen, alsmede de ontwikkeling van duurzame banden tussen de wetenschappelijke gemeenschappen van de partijen;

  • g.

    stimulering, ontwikkeling en bevordering van coöperatieve productie- en ontwikkelingsactiviteiten op het gebied van de creatieve industrieën tussen de partijen, alsmede de ontwikkeling van duurzame banden tussen de creatieve gemeenschappen van de partijen;

  • h.

    bevordering en versterking van regionale coöperatieve activiteiten waarbij ook de ultraperifere gebieden van de Europese Gemeenschap betrokken zijn, teneinde deze gebieden en de Cariforum-staten de mogelijkheid te bieden van elkaars nabijheid te profiteren door de ontwikkeling van een innovatief en concurrerend regionaal gebied.

AFDELING

1

INNOVATIE

Artikel

133

Regionale integratie

De partijen erkennen dat regionale beleidsmaatregelen noodzakelijk zijn om de doelstellingen van deze afdeling volledig te bereiken. De Cariforum-staten stemmen ermee in meer actie op regionaal niveau te ondernemen teneinde ondernemingen een regelgevend en beleidskader te bieden dat bevorderlijk is voor de stimulering van het concurrentievermogen door innovatie en creativiteit.

Artikel

134

Deelname aan kaderprogramma's

Artikel

135

Samenwerking op het gebied van concurrentievermogen en innovatie

Artikel

136

Samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie

Artikel

137

Samenwerking op het gebied van de informatiemaatschappij en de informatie- en communicatietechnologie

Artikel

138

Samenwerking op het gebied van milieu-innovatie en hernieuwbare energie

AFDELING

2

INTELLECTUELE EIGENDOM

ONDERAFDELING

1

BEGINSELEN

Artikel

139

Aard en werkingssfeer van verplichtingen

Artikel

140

Minst ontwikkelde landen

In afwijking van artikel 139, leden 1 en 4, zijn de minst ontwikkelde landen die partij bij deze overeenkomst zijn, slechts verplicht de volgende bepalingen als volgt toe te passen:

  • a.

    de verplichtingen uit hoofde van de TRIPs-overeenkomst binnen dezelfde termijnen als krachtens de besluiten ter zake van de Raad voor TRIPs of van andere toepasselijke besluiten van de Algemene Raad van de WTO met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de TRIPs-overeenkomst van hen wordt verlangd;

  • b.

    de verplichtingen uit hoofde van de onderafdelingen 2 en 3 van deze afdeling uiterlijk op 1 januari 2021, tenzij het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG, rekening houdend met de onder a) bedoelde besluiten, een andersluidend besluit neemt.

Artikel

141

Regionale integratie

Artikel

142

Overdracht van technologie

ONDERAFDELING

2

NORMEN INZAKE INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

Artikel

143

Auteursrecht en naburige rechten

A. Internationale overeenkomsten

  • 1.

    De EG en de ondertekenende Cariforum-staten nemen de volgende verdragen in acht:

    • a.

      Verdrag van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom (WIPO) inzake auteursrecht (Genève 1996);

    • b.

      WIPO-Verdrag inzake uitvoerende kunstenaars en fonogrammen (Genève 1996).

  • 2.

    De overeenkomstsluitende Cariforum-staten streven naar toetreding tot het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties (Rome 1961).

B. Samenwerking bij het collectieve rechtenbeheer

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten bevorderen het sluiten van regelingen tussen hun auteursrechtorganisaties teneinde er wederzijds voor te zorgen dat de toegang tot en de afgifte van vergunningen voor het regionale gebruik van inhoud op het gehele grondgebied van de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten wordt vergemakkelijkt, zodat de rechthebbenden passend worden beloond voor het gebruik van die inhoud.

Artikel

144

Handelsmerken

A. Registratieprocedure

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zorgen voor een systeem voor de registratie van handelsmerken waarbij elk definitief besluit van de desbetreffende handelsmerkinstantie schriftelijk wordt gegeven en met redenen is omkleed. De indiener van de aanvraag wordt in de gelegenheid gesteld een weigering een handelsmerk te registreren aan te vechten en tegen een definitieve afwijzing in beroep te gaan bij de rechter. De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten voeren ook de mogelijkheid in om na de publicatie van de aanvragen bezwaar aan te tekenen tegen de registratie van handelsmerken. De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten openen openbare elektronische databanken voor aanvragen en voor de registratie van handelsmerken.

B. Algemeen bekende handelsmerken

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten herinneren aan de verplichting in het kader van de TRIPs-overeenkomst om het begrip algemeen bekende merken op dienstenmerken toe te passen. Voor de vaststelling of een handelsmerk algemeen bekend is, streven de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten naar toepassing van de gezamenlijke aanbeveling van de vergadering van de Unie van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom en de algemene vergadering van de WIPO tijdens de 34e reeks bijeenkomsten van de vergaderingen van de WIPO-lidstaten van 20-29 september 1999.

C. Internetgebruik

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zijn het erover eens dat voor houders van een handelsmerk die hun handelsmerk op internet willen gebruiken en deel willen nemen aan de ontwikkeling van de elektronische handel, een duidelijk rechtskader nodig is, dat onder meer bepalingen bevat over de kwestie of het gebruik van een teken op internet heeft bijgedragen tot de verwerving van of de inbreuk op een merk of over de kwestie of er bij een dergelijk gebruik sprake is van oneerlijke mededinging, en waarin rechtsmiddelen zijn vastgelegd. In dit verband streven de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten naar toepassing van de gezamenlijke aanbeveling betreffende de bescherming van merken en andere industriële eigendomsrechten in tekens op internet, die door de WIPO werd vastgesteld tijdens de 36e reeks bijeenkomsten van de vergaderingen van de WIPO-lidstaten van 24 september tot en met 3 oktober 2001.

D. Merklicenties

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten streven naar toepassing van de gezamenlijke aanbeveling over merklicenties van de vergadering van de Unie van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom en de algemene vergadering van de WIPO tijdens de 35e reeks bijeenkomsten van de vergaderingen van de WIPO-lidstaten van 25 september tot en met 3 oktober 2000.

E. Internationale overeenkomsten

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten streven naar toetreding tot het Protocol bij de Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken (1989) en het herziene Verdrag inzake het merkenrecht (2006).

F. Uitzonderingen op de rechten verbonden aan een handelsmerk

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zorgen voor een eerlijk gebruik van beschrijvende termen, waaronder geografische aanduidingen, als beperkte uitzondering op de rechten verbonden aan een handelsmerk. Bij die beperkte uitzondering wordt rekening gehouden met de legitieme belangen van de houder van het handelsmerk en van derden.

Artikel

145

Geografische aanduidingen

A. Bescherming in het land van oorsprong

  • 1.

    Geen enkele bepaling in deze overeenkomst verplicht de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten op hun grondgebied geografische aanduidingen te beschermen die in hun land van oorsprong niet worden beschermd.

  • 2.

    De overeenkomstsluitende Cariforum-staten stellen uiterlijk op 1 januari 2014 een systeem voor de bescherming van geografische aanduidingen op hun respectieve grondgebied vast.

    De partijen werken in het kader van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG en in overeenstemming met de bepalingen van artikel 164, lid 2, onder c), samen bij de ontwikkeling van geografische aanduidingen op het grondgebied van de Cariforum-staten. Hiertoe leggen de Cariforum-staten uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van de overeenkomst een lijst van potentiële geografische aanduidingen van oorsprong uit de Cariforum-staten ter overweging en bespreking aan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG voor.

  • 3.

    De partijen bespreken in het kader van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG de tenuitvoerlegging van dit artikel in de praktijk, en zij wisselen informatie uit over de ontwikkelingen op wetgevings- en beleidsgebied met betrekking tot geografische aanduidingen.

B. Duur van de bescherming

  • 1.

    De bescherming van geografische aanduidingen wordt in de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten in overeenstemming met het rechtssysteem van respectievelijk de EG of de betrokken overeenkomstsluitende Cariforum-staat verleend en geldt voor onbepaalde tijd27)Voor de toepassing van dit artikel wordt het gebruik van een onbeperkt aantal vernieuwbare perioden van niet minder dan tien jaar geacht voor onbepaalde termijn te zijn. .

  • 2.

    Deze bescherming waarborgt dat het gebruik van geografische aanduidingen voor overeenkomstig lid 1 beschermde goederen, in de EG en de overeenkomstsluitende Cariforumstaten uitsluitend voorbehouden is aan goederen van oorsprong uit het betrokken geografische gebied, die in overeenstemming met de desbetreffende productspecificaties zijn vervaardigd.

  • 3.

    Wat de bescherming van geografische aanduidingen betreft, verbieden en beletten de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten ambtshalve of op verzoek van de belanghebbende:

    • a.

      ongeacht de productklasse waarvoor de geografische aanduiding wordt gebruikt, het gebruik op hun grondgebied van middelen in de benaming of voorstelling van goederen waarmee wordt aangeduid of gesuggereerd dat de goederen in kwestie hun oorsprong hebben in een ander geografisch gebied dan de werkelijke plaats van oorsprong op een wijze die het publiek misleidt ten aanzien van de geografische oorsprong van de goederen, of elk ander gebruik dat een daad van oneerlijke mededinging vormt in de zin van artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs;

    • b.

      elk gebruik van de beschermde namen voor goederen in dezelfde productklasse als die met de geografische aanduiding, die niet van oorsprong zijn uit het aangegeven geografische gebied, zelfs indien:

      • i.

        de werkelijke oorsprong van de goederen is aangegeven,

      • ii.

        de betrokken geografische aanduiding in een andere taal is vertaald,

      • iii.

        de benaming vergezeld gaat van uitdrukkingen als „soort”, „type”, „stijl”, „imitatie”, „methode” of soortgelijke uitdrukkingen.

  • 4.

    Het is mogelijk de registratie van een geografische aanduiding te schrappen. De desbetreffende procedure biedt elke natuurlijke of rechtspersoon met een legitiem belang de mogelijkheid hieraan deel te nemen.

C. Algemene bewoordingen, planten- en dierenrassen

  • 1.

    De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten behoeven de in sectie B bedoelde bescherming van geografische aanduidingen niet toe te passen op goederen waarvoor de desbetreffende aanduiding identiek is aan de term die in het normale taalgebruik op hun respectieve grondgebied de gangbare naam voor dergelijke goederen is.

  • 2.

    Geen enkele bepaling in deze afdeling verplicht de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten ertoe de in sectie B bedoelde bescherming van geografische aanduidingen toe te passen voor voortbrengselen van de wijnstok, planten of dieren waarvan de desbetreffende aanduiding identiek is met de gangbare naam van een druivensoort of een planten- of dierenras die/dat op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst op het grondgebied van de EG of de betrokken overeenkomstsluitende partij voorkomt.

  • 3.

    Geografische aanduidingen die homoniem zijn, worden door de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten beschermd mits er in de praktijk voldoende onderscheid is tussen de geografische aanduiding die het eerst werd beschermd en het homoniem dat vervolgens bescherming kreeg; het is immers noodzakelijk de betrokken producenten op een onpartijdige manier te behandelen en de consumenten niet te misleiden. Een homoniem dat ertoe leidt dat de consument ten onrechte gelooft dat producten van een ander grondgebied komen, wordt niet door de EG of de betrokken overeenkomstsluitende Cariforumstaat beschermd.

  • 4.

    Als een geografische aanduiding van de EG of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat homoniem is aan een geografische aanduiding voor een derde land, is artikel 23, lid 3, van de TRIPs-overeenkomst van overeenkomstige toepassing.

D. Verband tussen geografische aanduidingen en handelsmerken

  • 1.

    Een geografische aanduiding wordt niet in de EG of in de overeenkomstsluitende Cariforum-staten geregistreerd wanneer de registratie, gezien de faam en bekendheid van een merk en de tijd die het al in gebruik is, de consument kan misleiden ten aanzien van de werkelijke identiteit van het product.

  • 2.

    Vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst wordt de registratie van een handelsmerk dat identiek is aan, lijkt op of een geografische aanduiding bevat die respectievelijk in de EG of in de overeenkomstsluitende Cariforum-staten ingevolge sectie B is beschermd en dat betrekking heeft op dezelfde productklasse, in respectievelijk de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten geweigerd.

    Bovendien wordt de registratie van een handelsmerk onder dergelijke omstandigheden in respectievelijk de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten geweigerd indien de aanvraag tot registratie van het handelsmerk was ingediend na de datum waarop de aanvraag tot bescherming van de geografische aanduiding op het betrokken grondgebied werd ingediend, en de geografische aanduiding vervolgens werd beschermd.

  • 3.

    In strijd met het voorgaande lid geregistreerde handelsmerken worden ongeldig verklaard.

  • 4.

    De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat, behoudens de leden 1 tot en met 3, een handelsmerk waarvan het gebruik overeenkomt met een van de in sectie B, lid 3, bedoelde situaties en dat, vóór de datum van toepassing van de WTO-verplichtingen in de EG of in een overeenkomstsluitende Cariforum-staat, dan wel vóór de datum vanaf welke de geografische aanduiding op de respectieve grondgebieden werd beschermd, te goeder trouw op het grondgebied van de EG of van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat werd aangevraagd, werd geregistreerd of, indien de toepasselijke wetgeving in die mogelijkheid voorziet, door gebruik werd verworven, ondanks de registratie van de geografische aanduiding verder kan worden gebruikt, mits er geen redenen voor de ongeldigheid of de herroeping van het handelsmerk als gespecificeerd in de wetgeving van de EG of de betrokken overeenkomstsluitende Cariforum-staat bestaat. In dat geval wordt de geografische aanduiding toegelaten naast het desbetreffende handelsmerk.

E. Toekomstige beschermingsovereenkomst

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten openen uiterlijk op 1 januari 2014 onderhandelingen over een overeenkomst ter bescherming van geografische aanduidingen op hun respectieve grondgebied, onverminderd eventuele individuele verzoeken om bescherming die direct zijn ingediend.

F. Internetgebruik

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zijn het erover eens dat houders van een geografische aanduiding die deze op internet willen gebruiken om deel te nemen aan de ontwikkeling van de elektronische handel, behoefte hebben aan een duidelijk rechtskader dat niet alleen bepalingen bevat over de vraag of het gebruik van een teken op internet heeft bijgedragen aan de wederrechtelijke inbezitneming van, zinspeling op, verwerving te kwader trouw van of inbreuk op een geografische aanduiding of over de vraag of er bij een dergelijk gebruik sprake is van oneerlijke mededinging, maar waarin ook rechtsmiddelen worden vastgesteld, met inbegrip van de eventuele overdracht of intrekking van een domeinnaam. In dit verband streven de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten naar toepassing van de gezamenlijke aanbeveling betreffende de bescherming van merken, en andere industriële eigendomsrechten in tekens, op internet, die door de WIPO werd vastgesteld tijdens de 36e reeks bijeenkomsten van de vergaderingen van de WIPO-lidstaten van 24 september tot en met 3 oktober 2001.

Artikel

146

Tekeningen en modellen van nijverheid

A. Internationale overeenkomsten

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten streven naar toetreding tot de Overeenkomst van ’s-Gravenhage betreffende het internationaal depot van tekeningen of modellen van nijverheid (1999).

B. Vereisten voor bescherming

  • 1.

    De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten voorzien in de bescherming van onafhankelijk vervaardigde tekeningen en modellen van nijverheid die nieuw of oorspronkelijk zijn en een eigen karakter hebben.

  • 2.

    Een tekening of model wordt als nieuw beschouwd, indien geen identieke tekening of geen identiek model voor het publiek beschikbaar is gesteld.

  • 3.

    Een tekening of model wordt geacht een eigen karakter te hebben, indien de algemene indruk die het bij de geïnformeerde gebruiker wekt, verschilt van de algemene indruk die bij die gebruiker wordt gewekt door tekeningen of modellen die voor het publiek beschikbaar zijn gesteld.

  • 4.

    In deze bescherming wordt voorzien door registratie, waardoor rechthebbenden ervan exclusieve rechten overeenkomstig het bepaalde in dit artikel krijgen. Niet-geregistreerde tekeningen en modellen geven dezelfde exclusieve rechten, maar alleen indien het aangevochten gebruik voortvloeit uit het namaken van de beschermde tekening of het beschermde model.

    Niet-geregistreerde tekeningen en modellen en tekeningen en modellen op het gebied van textiel kunnen worden beschermd door een recht inzake tekeningen en modellen of door een auteursrecht.

C. Uitzonderingen

  • 1.

    De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten kunnen voorzien in beperkte uitzonderingen op de bescherming van tekeningen en modellen van nijverheid, mits deze uitzonderingen niet op onredelijke wijze strijdig zijn met de normale exploitatie van beschermde tekeningen en modellen van nijverheid en niet op onredelijke wijze de legitieme belangen van de eigenaar van de beschermde tekening of het beschermde model schaden, rekening houdend met de legitieme belangen van derden.

  • 2.

    De bescherming van tekeningen en modellen strekt zich niet uit tot tekeningen en modellen waarvoor hoofdzakelijk technische of functionele overwegingen bepalend zijn.

  • 3.

    Een tekening of model dat strijdig is met de openbare orde of de goede zeden, is niet vatbaar voor bescherming door een recht inzake tekeningen en modellen.

D. Verleende rechten

  • 1.

    De eigenaar van een beschermde tekening of een beschermd model van nijverheid heeft het recht derden die daartoe niet zijn toestemming hebben te beletten artikelen te vervaardigen, aan te bieden, te verkopen, in te voeren, op te slaan of te gebruiken, die de beschermde tekening of het beschermde model vertonen of incorporeren, wanneer dit om commerciële redenen gebeurt of wanneer zonder noodzaak afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van de tekening of het model, dan wel wanneer dit niet in overeenstemming is met eerlijke handelspraktijken.

  • 2.

    Wat niet-geregistreerde tekeningen en modellen betreft, wordt het aangevochten gebruik niet geacht voort te vloeien uit het namaken van de beschermde tekening of het beschermde model indien dit gebruik voortvloeit uit onafhankelijk scheppend werk van een ontwerper van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij de door de rechthebbende openbaar gemaakte tekening of het door hem openbaar gemaakte model niet kende.

E. Duur van de bescherming

  • 1.

    De aanvankelijke duur van de in de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten geboden bescherming na registratie bedraagt ten minste vijf jaar. Op verzoek van de rechthebbende wordt de registratie voor één of meer perioden van telkens vijf jaar verlengd, doch niet tot langer dan 25 jaar vanaf de depotdatum, mits het vernieuwingsrecht betaald is.

  • 2.

    De duur van de in de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten geboden bescherming voor niet-geregistreerde tekeningen en modellen bedraagt ten minste drie jaar vanaf de datum waarop de tekening of het model op het desbetreffende grondgebied voor het publiek beschikbaar werd gesteld.

F. Verband met het auteursrecht

Een tekening of model dat overeenkomstig dit artikel op het grondgebied van een van de partijen of van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat is ingeschreven, kan vanaf de datum waarop de tekening of het model is gecreëerd of in vorm is vastgelegd tevens beschermd worden krachtens het auteursrecht van die partij of die overeenkomstsluitende Cariforum-staat.

Artikel

147

Octrooien

A. Internationale overeenkomsten

  • 1.

    De EG neemt de volgende verdragen in acht:

    • a.

      het Verdrag inzake samenwerking bij octrooien (Washington 1970, laatstelijk gewijzigd in 1984);

    • b.

      het Verdrag inzake octrooirecht (Genève 2000);

    • c.

      het Verdrag van Boedapest inzake de internationale erkenning van het depot van micro-organismen ten dienste van de octrooiverlening (1977, gewijzigd in 1980).

  • 2.

    De overeenkomstsluitende Cariforum-staten treden toe tot:

    • a.

      het Verdrag inzake samenwerking bij octrooien (Washington 1970, laatstelijk gewijzigd in 1984);

    • b.

      het Verdrag van Boedapest inzake de internationale erkenning van het depot van micro-organismen ten dienste van de octrooiverlening (1977, gewijzigd in 1980).

  • 3.

    De overeenkomstsluitende Cariforum-staten streven naar toetreding tot het Verdrag inzake octrooirecht (Genève 2000).

B. Octrooien en volksgezondheid

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten erkennen het belang van de Verklaring van de Doha over de TRIPs-overeenkomst en volksgezondheid, die op 14 november 2001 door de ministersconferentie van de WTO werd aangenomen, en van het besluit van de Algemene Raad van de WTO van 30 augustus 2003 over punt 6 van de Verklaring van de Doha over de TRIPs-overeenkomst en volksgezondheid, en komen overeen de nodige stappen te ondernemen om het protocol tot wijziging van de TRIPs-overeenkomst, dat op 6 december 2005 in Genève werd vastgesteld, te aanvaarden.

Artikel

148

Gebruiksmodellen

A. Vereisten voor bescherming

  • 1.

    De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten kunnen bescherming verlenen voor producten of werkwijzen op alle gebieden van de technologie, mits zij nieuw zijn, niet onmiddellijk voor de hand liggen en industrieel kunnen worden toegepast.

  • 2.

    De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten kunnen van bescherming uitsluiten alle producten en werkwijzen waarvan het beletten van de commerciële toepassing op hun grondgebied noodzakelijk is ter bescherming van de openbare orde of de goede zeden of van het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten, dan wel ter vermijding van ernstige schade voor het milieu, mits deze uitsluiting niet slechts plaatsvindt omdat de exploitatie door hun wetgeving is verboden.

  • 3.

    De EG en de ondertekenende Cariforum-staten sluiten voorts uit van bescherming:

    • a.

      diagnostische, therapeutische en chirurgische methoden voor de behandeling van mensen of dieren;

    • b.

      behoudens artikel 150, andere planten en dieren dan micro-organismen en andere werkwijzen van wezenlijk biologische aard voor de voortbrenging van planten of dieren dan niet-biologische en microbiologische werkwijzen.

  • 4.

    Dit artikel laat bestaande wetgeving van de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten onverlet.

B. Duur van de bescherming

De duur van de geboden bescherming bedraagt ten minste vijf jaar, maar niet meer dan tien jaar, te rekenen vanaf de depotdatum, of, wanneer een beroep op voorrang wordt gedaan, vanaf de voorrangsdatum.

C. Verband met octrooien

  • 1.

    Alle andere voorwaarden en flexibele regelingen die in afdeling 5 van de TRIPs-overeenkomst voor octrooien zijn voorzien, zijn van overeenkomstige toepassing voor gebruiksmodellen, in het bijzonder die welke vereist kunnen zijn in verband met de volksgezondheid.

  • 2.

    Een octrooiaanvraag kan in een aanvraag voor bescherming van een gebruiksmodel worden omgezet, mits het verzoek daartoe gedaan is voor het octrooi is verleend.

Artikel

149

Plantenrassen

Artikel

150

Genetische hulpbronnen, traditionele kennis en folklore

ONDERAFDELING

3

HANDHAVING VAN INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

Artikel

151

Algemene verplichtingen

Artikel

152

Rechthebbenden

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten erkennen dat de volgende personen en instanties gerechtigd zijn om toepassing van de in deze afdeling en in deel III van de TRIPs-overeenkomst bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen te verzoeken:

  • a.

    houders van intellectuele-eigendomsrechten, in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke recht;

  • b.

    alle andere personen die gemachtigd zijn deze rechten te gebruiken, in het bijzonder licentiehouders, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke recht;

  • c.

    instanties voor het collectieve beheer van intellectuele-eigendomsrechten die officieel erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke recht;

  • d.

    organisaties voor de verdediging van beroepsbelangen, die officieel erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke recht.

Artikel

153

Bewijsmateriaal

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten treffen de nodige maatregelen teneinde de bevoegde rechterlijke instanties in staat te stellen om, in geval van inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht op commerciële schaal, op verzoek in voorkomend geval overlegging te kunnen gelasten van bancaire, financiële of handelsdocumenten die zich in de macht van de tegenpartij bevinden, mits de bescherming van vertrouwelijke informatie wordt gewaarborgd.

Artikel

154

Maatregelen ter bescherming van bewijsmateriaal

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat de bevoegde rechterlijke instanties al vóór de inleiding van de bodemprocedure op verzoek van een entiteit die redelijkerwijs beschikbaar bewijsmateriaal heeft overgelegd ter onderbouwing van haar argumenten dat er inbreuk op haar intellectuele-eigendomsrecht is gemaakt of zal worden gemaakt, onmiddellijk afdoende voorlopige maatregelen kunnen gelasten om het relevante bewijsmateriaal in verband met de vermeende inbreuk te beschermen, mits de bescherming van vertrouwelijke informatie wordt gewaarborgd. Tot deze maatregelen kunnen behoren de gedetailleerde beschrijving, met of zonder monsterneming, dan wel de fysieke inbeslagneming van de litigieuze goederen en, in voorkomend geval, de bij de productie en/of distributie daarvan gebruikte materialen en werktuigen en de desbetreffende documenten.

Artikel

155

Recht op informatie

Artikel

156

Voorlopige en conservatoire maatregelen

Artikel

157

Corrigerende maatregelen

Artikel

158

Rechterlijke bevelen

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat, wanneer bij rechterlijke uitspraak een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht is vastgesteld, de bevoegde rechterlijke instanties een bevel tot staking van de inbreuk tegen de inbreukmaker kunnen uitvaardigen. Wanneer het nationale recht erin voorziet, wordt bij niet-naleving van een bevel, indien passend, een dwangsom tot naleving van het verbod opgelegd.

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien er tevens op toe dat de rechthebbenden om een rechterlijk bevel kunnen verzoeken tegen tussenpersonen wier diensten door derden worden gebruikt om inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht te maken.

Artikel

159

Alternatieve maatregelen

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten kunnen bepalen dat de bevoegde rechterlijke instanties, in passende gevallen en op verzoek van degene aan wie de in deel III van de TRIPs-overeenkomst en in dit hoofdstuk vastgelegde maatregelen kunnen worden opgelegd, kunnen gelasten dat aan de benadeelde partij een geldelijke schadeloosstelling wordt betaald in plaats van toepassing van de maatregelen uit deel III van de TRIPs-overeenkomst en dit hoofdstuk, indien de betrokkene zonder opzet en zonder nalatigheid heeft gehandeld, indien uitvoering van de maatregelen hem onevenredige schade zou berokkenen en indien geldelijke schadeloosstelling van de benadeelde partij redelijkerwijs bevredigend lijkt.

Artikel

160

Schadevergoeding

Artikel

161

Gerechtskosten

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat hun interne recht regels voor het verhaal van de kosten bevat die in het algemeen voorschrijven dat de verliezende partij de kosten draagt tenzij de billijkheid vereist dat de kosten op een andere manier worden verhaald.

Artikel

162

Openbaarmaking van rechterlijke uitspraken

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat de rechterlijke instanties in het kader van gerechtelijke procedures wegens inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht op verzoek van de eiser kunnen gelasten dat op kosten van de inbreukmaker passende maatregelen tot verspreiding van informatie over de uitspraak worden getroffen, met inbegrip van volledige of gedeeltelijke bekendmaking en publicatie van de uitspraak. De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten kunnen voorzien in andere bijkomende vormen van bekendmaking die passend zijn in de omstandigheden van het geval, zoals opvallende publiciteit.

Artikel

163

Grensmaatregelen

ONDERAFDELING

4

SAMENWERKING

Artikel

164

Samenwerking

HOOFDSTUK

3

OVERHEIDSOPDRACHTEN

Artikel

165

Algemene doelstelling

De partijen erkennen het belang van transparante, concurrentiegerichte aanbestedingen voor de economische ontwikkeling, met inachtneming van de speciale situatie van de economieën van de Cariforum-staten.

Artikel

166

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk:

  • 1.

    wordt onder „overheidsopdrachten” verstaan: verwerving op enigerlei wijze van goederen, diensten of een combinatie daarvan, met inbegrip van werken, door de in bijlage VI genoemde aanbestedende instanties, voor overheidsdoeleinden en niet voor commerciële wederverkoop of voor gebruik bij de vervaardiging van goederen of de verlening van diensten die bestemd zijn voor commerciële verkoop, tenzij anders bepaald. Het begrip omvat verwerving door middel van aankoop, lease, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie;

  • 2.

    wordt onder „aanbestedende diensten” verstaan: de in bijlage VI genoemde diensten van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten en de EG, die in overeenstemming met de bepalingen van dit hoofdstuk een aanbesteding uitschrijven;

  • 3.

    wordt onder „leveranciers” verstaan: iedere natuurlijke persoon, rechtspersoon, overheidsinstantie of groep van deze personen of instanties uit een overeenkomstsluitende Cariforum-staat of de EG die goederen of diensten kan verstrekken of werken kan uitvoeren. Onder dit begrip vallen zowel leveranciers van goederen als dienstverleners en aannemers;

  • 4.

    wordt onder „erkende leverancier” verstaan: een leverancier die door een aanbestedende dienst is erkend als leverancier die aan de voorwaarden voor deelneming voldoet;

  • 5.

    wordt onder „in aanmerking komende leverancier” verstaan: een leverancier die aan overheidsopdrachten van een partij of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat mag deelnemen, in overeenstemming met het nationale recht en onverminderd de bepalingen in dit hoofdstuk;

  • 6.

    wordt onder „lijst voor veelvuldig gebruik” verstaan: een lijst van leveranciers die volgens een aanbestedende dienst voldoen aan de voorwaarden om op die lijst te worden opgenomen en van wie de aanbestedende dienst meer dan eens gebruik denkt te maken;

  • 7.

    wordt onder „rechtspersoon” verstaan: elke juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, al dan niet met winstoogmerk en in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van vennootschappen, trusts, maatschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;

  • 8.

    wordt onder „rechtspersoon van een partij” verstaan: een rechtspersoon die naar het recht van de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten opgericht of anderszins georganiseerd is. Wanneer die rechtspersoon alleen zijn hoofdkantoor of centrale administratie op het grondgebied van een van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten of van de EG heeft, hoeft hij niet te worden beschouwd als rechtspersoon van een partij, tenzij hij omvangrijke zakelijke transacties op een van deze grondgebieden verricht;

  • 9.

    wordt onder „natuurlijke persoon” verstaan: een onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie of van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat, volgens hun respectieve wetgeving;

  • 10.

    omvatten diensten ook bouwwerkzaamheden, tenzij anderszins gespecificeerd;

  • 11.

    wordt onder „schriftelijk” verstaan: elk vorm van informatie bestaande uit woorden, cijfers of andere symbolen, met inbegrip van elektronische middelen, die kan worden gelezen, gereproduceerd en opgeslagen;

  • 12.

    wordt onder „bericht van aanbesteding” verstaan: een bekendmaking van een aanbestedende dienst waarbij belangstellende leveranciers worden uitgenodigd een verzoek om deelname in te dienen, in te schrijven of beide;

  • 13.

    wordt onder „openbare” aanbestedingsprocedures verstaan: procedures waarbij alle belangstellende leveranciers kunnen inschrijven;

  • 14.

    wordt onder aanbestedingsprocedures „met voorafgaande selectie” verstaan: procedures waarbij, in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen in dit hoofdstuk, alleen door de aanbestedende dienst uitgenodigde gekwalificeerde leveranciers mogen inschrijven;

  • 15.

    wordt onder „onderhandse” aanbestedingsprocedures verstaan: procedures waarbij de aanbestedende diensten de leveranciers van hun keuze mogen raadplegen en met één of meer van hen mogen onderhandelen over de aanbestedingsvoorwaarden;

  • 16.

    wordt onder „technische specificaties” verstaan: een specificatie waarin de kenmerken van de aan te schaffen producten of diensten worden omschreven, zoals kwaliteit, prestaties, veiligheid en afmetingen, symbolen, terminologie, verpakking, merktekens en etikettering, dan wel de procedés of methoden voor de productie ervan en de door de in dit hoofdstuk bedoelde aanbestedende diensten voorgeschreven vereisten inzake de procedures voor conformiteitsbeoordeling;

  • 17.

    wordt onder „bijzondere voorwaarden” in overheidsopdrachten verstaan: alle voorwaarden of verbintenissen die plaatselijke ontwikkelingen aanmoedigen of de betalingsbalans verbeteren, zoals het gebruik van binnenlandse producten, het in licentie geven van technologie, investeringen, compenserende handel en dergelijke.

Artikel

167

Werkingssfeer

Artikel

168

Transparantie op het gebied van overheidsopdrachten

Artikel

169

Methoden voor de gunning van overheidsopdrachten

Artikel

170

Aanbestedingsprocedures met voorafgaande selectie

Artikel

171

Onderhandse aanbesteding

Artikel

172

Oorsprongsregels

Voor de toepassing van dit hoofdstuk passen de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten op goederen of diensten die, naar gelang van het geval, door de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten worden ingevoerd of geleverd, geen andere oorsprongsregels toe dan die welke terzelfder tijd in het normale handelsverkeer van toepassing zijn op de invoer of op leveringen van dezelfde goederen of diensten uit dezelfde overeenkomstsluitende Cariforum-staat of uit de EG.

Artikel

173

Technische specificaties

Artikel

174

Kwalificatie van leveranciers

Artikel

175

Onderhandelingen

Artikel

176

Opening van de inschrijvingen en plaatsing van opdrachten

Artikel

177

Informatie over plaatsing van een opdracht

Artikel

178

Termijnen

Artikel

179

Betwisting van inschrijvingen

Artikel

180

Uitvoeringsperiode

Artikel

181

Herzieningsclausule

Het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG beoordeelt de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk, inclusief eventuele wijzigingen in de werkingssfeer, om de drie jaar, en het doet daartoe zo nodig passende aanbevelingen aan de Gezamenlijke Raad Cariforum-EG. Bij de uitvoering van deze taak kan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG, zonder dat dit afbreuk doet aan artikel 182, passende aanbevelingen met betrekking tot de verdere samenwerking van de partijen op het gebied van aanbestedingen en de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk doen.

Artikel

182

Samenwerking

HOOFDSTUK

4

MILIEU

Artikel

183

Doelstellingen en duurzame ontwikkeling

Artikel

184

Beschermingsniveaus en regelgevingsrecht

Artikel

185

Regionale integratie en gebruik van internationalemilieunormen

In het licht van de milieu-uitdagingen waarvoor zij zich in hun respectieve regio geplaatst zien en ter bevordering van de ontwikkeling van de internationale handel op een wijze waarbij het duurzame en deugdelijke beheer van het milieu gewaarborgd is, erkennen de partijen het belang van de vaststelling van doeltreffende strategieën en maatregelen op regionaal niveau. De partijen zijn het erover eens dat wanneer de nationale of regionale wetgeving geen relevante milieunormen bevat, zij ernaar streven de desbetreffende internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen goed te keuren en ten uitvoer te leggen wanneer dat praktisch en passend is.

Artikel

186

Wetenschappelijke informatie

De partijen erkennen dat het belangrijk is om bij de opstelling en tenuitvoerlegging van maatregelen ter bescherming van het milieu en de volksgezondheid die van invloed zijn op de handel tussen de partijen, rekening te houden met wetenschappelijke en technische informatie, het voorzorgbeginsel en internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen ter zake.

Artikel

187

Transparantie

De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten verbinden zich ertoe alle maatregelen ter bescherming van het milieu en de volksgezondheid die van invloed zijn op de handel tussen de partijen op transparante wijze op te stellen, in te voeren en ten uitvoer te leggen, deze maatregelen tijdig aan te kondigen, met het publiek en met elkaar te overleggen en niet-overheidsactoren, waaronder de particuliere sector, op passende wijze tijdig te informeren en te consulteren. De partijen zijn het erover eens dat wanneer aan de bepalingen over transparantie van titel I, hoofdstukken 6 en 7, is voldaan, ook is voldaan aan het bepaalde in dit artikel.

Artikel

188

Handhaving van beschermingsniveaus

Artikel

189

Raadpleging en controle

Artikel

190

Samenwerking

HOOFDSTUK

5

SOCIALE ASPECTEN

Artikel

191

Doelstellingen en multilaterale verbintenissen

Artikel

192

Beschermingsniveaus en regelgevingsrecht

In het bewustzijn dat de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten het recht hebben regels te bepalen om hun eigen sociale regelgeving en arbeidsnormen vast te stellen in overeenstemming met hun eigen sociale-ontwikkelingsprioriteiten, en hun wetgeving en beleid ter zake dienovereenkomstig goed te keuren en te wijzigen, zien de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten er elk voor zich op toe dat haar/zijn wetgeving en beleid op sociaal en arbeidsgebied voorzien in sociale en arbeidsnormen van een hoog niveau in overeenstemming met de in artikel 191 beschreven internationaal erkende rechten en deze stimuleren, en streven zij ook naar een voortdurende verbetering van die wetgeving en dat beleid.

Artikel

193

Handhaving van beschermingsniveaus

Behoudens artikel 192 komen de partijen overeen de handel of de buitenlandse directe investeringen niet ter vergroting of handhaving van een concurrentievoordeel te stimuleren door:

  • a.

    het door de binnenlandse sociale en arbeidswetgeving geboden beschermingsniveau te verlagen;

  • b.

    afwijkingen van die wetgeving en normen toe te staan of die wetgeving en normen niet toe te passen.

Artikel

194

Regionale integratie

In het licht van de sociale uitdagingen waarmee hun respectieve regio te maken heeft en ter bevordering van de duurzame ontwikkeling van de internationale handel, erkennen de partijen het belang van de vaststelling van beleid en maatregelen op het gebied van de sociale cohesie teneinde op regionaal niveau fatsoenlijk werk te bevorderen.

Artikel

195

Raadpleging en controle

Artikel

196

Samenwerking

HOOFDSTUK

6

BESCHERMING VAN PERSOONSGEGEVENS

Artikel

197

Algemene doelstelling

Artikel

198

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a.

    „persoonsgegevens”: iedere informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon (de betrokkene);

  • b.

    „verwerking van persoonsgegevens”: elke bewerking of elk geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, vrijgeven, combineren, afschermen, wissen of vernietigen van gegevens, alsmede de doorgifte van persoonsgegevens naar andere landen;

  • c.

    „voor de verwerking verantwoordelijke”: de natuurlijke of rechtspersoon, autoriteit of andere instantie die het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt.

Artikel

199

Beginselen en algemene regels

De partijen zijn het erover eens dat de vast te stellen wet- en regelgeving en de ter beschikking te stellen bestuurlijke capaciteit ten minste op de volgende inhoudelijke beginselen en handhavingsmechanismen moeten berusten:

  • a.

    Inhoudelijke beginselen

    • i.

      het beginsel van beperking van het doel – gegevens mogen slechts voor een specifiek doel worden verwerkt en vervolgens worden gebruikt of verder worden doorgegeven voor zover dit niet onverenigbaar is met het doel van de oorspronkelijke doorgifte.

      De enige uitzonderingen op deze regel zijn die waarin de wetgeving voorziet en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn voor zwaarwegende openbare belangen;

    • ii.

      het beginsel inzake gegevenskwaliteit en evenredigheid – gegevens moeten nauwkeurig zijn en zo nodig worden bijgewerkt. De gegevens moeten geschikt en relevant zijn en mogen niet buitensporig zijn in verhouding tot de doelen waarvoor zij worden doorgegeven of verder worden verwerkt;

    • iii.

      het transparantiebeginsel – personen moeten informatie krijgen over het doel van de verwerking en over de identiteit van de voor de verwerking verantwoordelijke in het derde land, alsmede alle andere informatie die nodig is om eerlijkheid te garanderen. De enige uitzonderingen op deze regel zijn die waarin de wetgeving voorziet en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn voor zwaarwegende openbare belangen;

    • iv.

      het beveiligingsbeginsel – de voor de verwerking verantwoordelijke moet technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen treffen die in overeenstemming zijn met de risico's van de verwerking.

      Iedereen die onder het gezag van de voor de verwerking verantwoordelijke staat, met inbegrip van een verwerker, mag de gegevens alleen volgens de instructies van de voor de verwerking verantwoordelijke verwerken;

    • v.

      het recht van toegang, rectificatie en verzet – de betrokkenen moeten recht hebben op een kopie van alle op hen betrekking hebbende gegevens die worden verwerkt, alsook recht op rectificatie wanneer deze gegevens onjuist blijken. In bepaalde omstandigheden kunnen zij zich ook tegen verwerking van hun gegevens verzetten. De enige uitzonderingen op deze regel zijn die waarin de wetgeving voorziet en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn voor zwaarwegende openbare belangen;

    • vi.

      beperking van verdere doorgifte – in beginsel mag verdere doorgifte van persoonsgegevens door de ontvanger van de oorspronkelijke doorgifte slechts worden toegestaan wanneer voor de tweede ontvanger (d.w.z. de ontvanger van de verdere doorgifte) ook regels gelden die een passend beschermingsniveau garanderen;

    • vii.

      gevoelige gegevens – speciale categorieën gegevens, zoals die met informatie over ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging, lidmaatschap van een vakvereniging, of die betreffende de gezondheid of het seksuele leven, en gegevens inzake overtredingen, strafrechtelijke veroordelingen of beveiligingsmaatregelen, mogen uitsluitend worden verwerkt wanneer het nationale recht in extra beschermingsmaatregelen voorziet.

  • b.

    Handhavingsmechanismen

    Er moet worden voorzien in passende mechanismen, waardoor kan worden gewaarborgd dat de volgende doelstellingen worden verwezenlijkt:

    • i.

      een goede naleving van de voorschriften: zo moeten de voor de verwerking verantwoordelijken zich zeer goed bewust zijn van hun plichten en moeten de betrokkenen op de hoogte zijn van hun rechten en de middelen die hun ter beschikking staan om deze te doen gelden; er moeten doeltreffende, afschrikkende sancties bestaan, en systemen voor rechtstreekse controle door de autoriteiten, auditors of onafhankelijke functionarissen voor de gegevensbescherming;

    • ii.

      bijstand aan de betrokkenen bij de uitoefening van hun rechten – ieder moet zijn rechten snel, doeltreffend en zonder prohibitieve kosten kunnen afdwingen, onder meer door middel van passende institutionele mechanismen die een onafhankelijk onderzoek van klachten mogelijk maken;

    • iii.

      een passende schadeloosstelling voor de benadeelde partij bij niet-naleving van voorschriften; hiertoe behoort de mogelijkheid tot betaling van schadevergoedingen en het opleggen van sancties overeenkomstig het geldende nationale recht.

Artikel

200

Inachtneming van internationale verbintenissen

Artikel

201

Samenwerking

DEEL

III

VERMIJDEN EN BESLECHTEN VAN GESCHILLEN

Artikel

202

Doel

Het doel van dit deel is geschillen tussen de partijen te vermijden en te beslechten teneinde tot een onderling overeengekomen oplossing te komen.

Artikel

203

Werkingssfeer

HOOFDSTUK

1

OVERLEG EN BEMIDDELING

Artikel

204

Overleg

Artikel

205

Bemiddeling

HOOFDSTUK

2

PROCEDURES VOOR DE BESLECHTING VAN GESCHILLEN

AFDELING

1

ARBITRAGEPROCEDURE

Artikel

206

Inleiding van de arbitrageprocedure

Artikel

207

Instelling van het arbitragepanel

Artikel

208

Tussentijds panelverslag

Het arbitragepanel legt in het algemeen uiterlijk honderdtwintig (120) dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel een tussentijds verslag met een beschrijving van het geschil en zijn bevindingen en conclusies aan de partijen voor. Een partij kan het arbitragepanel binnen vijftien (15) dagen na de indiening van het tussentijdse verslag schriftelijk commentaar over precieze aspecten van het tussentijdse verslag doen toekomen.

Artikel

209

Uitspraken van het arbitragepanel

AFDELING

2

NALEVING

Artikel

210

Naleving van de uitspraak van het arbitragepanel

Elk van de partijen neemt alle noodzakelijke maatregelen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven en beide partijen streven ernaar overeenstemming te bereiken over de termijn waarbinnen zij de uitspraak zullen naleven.

Artikel

211

Redelijke termijn voor naleving

Artikel

212

Onderzoek van maatregelen getroffen tot naleving van de uitspraak van het arbitragepanel

Artikel

213

Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving

Artikel

214

Onderzoek van nalevingsmaatregelen getroffen na de vaststelling van passende maatregelen

AFDELING

3

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

215

Onderling overeengekomen oplossing

De partijen kunnen te allen tijde samen een oplossing voor een onder dit deel vallend geschil overeenkomen. Zij stellen het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG van die oplossing in kennis. Na goedkeuring van de onderling overeengekomen oplossing, is de procedure beëindigd.

Artikel

216

Reglement van orde

Artikel

217

Inlichtingen en technisch advies

Het arbitragepanel kan op verzoek van een partij of op eigen initiatief bij alle bronnen, met inbegrip van de bij het geschil betrokken partijen, de inlichtingen inwinnen die het voor zijn werkzaamheden nuttig acht. Het arbitragepanel heeft tevens het recht deskundigen om advies ter zake te vragen indien het dit nuttig acht. Belanghebbenden hebben het recht als amicus curiae overeenkomstig het reglement van orde bij het arbitragepanel opmerkingen in te dienen. Alle op deze manier verkregen informatie moet aan beide partijen worden medegedeeld en voor commentaar aan hen worden voorgelegd.

Artikel

218

Talen van stukken en pleidooien

Artikel

219

Interpretatieregels

Arbitragepanels leggen de bepalingen van deze overeenkomst uit volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van internationaal publiekrecht, met inbegrip van die in het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht. Uitspraken van een arbitragepanel kunnen de rechten en verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst niet verruimen of beperken.

Artikel

220

Uitspraken van het arbitragepanel

Artikel

221

Lijst van scheidsrechters

Artikel

222

Relatie tot WTO-verplichtingen

Artikel

223

Termijnen

DEEL

IV

ALGEMENE UITZONDERINGEN

Artikel

224

Algemene uitzonderingsclausule

Artikel

225

Uitzonderingen met betrekking tot de nationale veiligheid

Artikel

226

Belastingen

DEEL

V

INSTITUTIONELE BEPALINGEN

Artikel

227

Gezamenlijke Raad Cariforum-EG

Artikel

228

Samenstelling en reglement van orde

Artikel

229

Beslissingsbevoegdheden en procedures

Artikel

230

Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG

Artikel

231

Parlementair Comité Cariforum-EG

Artikel

232

Raadgevend Comité Cariforum-EG

DEEL

VI

ALGEMENE BEPALINGEN EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

233

Definitie van de partijen en naleving van verplichtingen

Artikel

234

Coördinatoren en uitwisseling van informatie

Artikel

235

Transparantie

Artikel

236

Dialoog over financiële kwesties

De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten komen overeen de dialoog en de transparantie te stimuleren en goede praktijken op het gebied van fiscaal beleid en de belastingdiensten uit te wisselen.

Artikel

237

Samenwerking bij de bestrijding van illegale financiële activiteiten

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zijn vastbesloten illegale activiteiten, fraude, corruptie, het witwassen van geld en financiering van terrorisme te voorkomen en te bestrijden, en treffen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen om te voldoen aan de internationale normen, met inbegrip van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie, het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van de grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit en de protocollen daarbij en het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van de financiering van terrorisme. De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten komen overeen op deze gebieden informatie uit te wisselen en samen te werken.

Artikel

238

Regionale preferentie

Artikel

239

Ultraperifere gebieden van de Europese Gemeenschap

Artikel

240

Betalingsbalansproblemen

Artikel

241

Verband met de Overeenkomst van Cotonou

Artikel

242

Verband met de WTO-Overeenkomst

De partijen komen overeen dat geen enkele bepaling in deze overeenkomst hen of de overeenkomstsluitende Cariforumstaten verplicht te handelen op een wijze die in strijd is met hun WTO-verplichtingen.

Artikel

243

Inwerkingtreding

Artikel

244

Duur

Artikel

245

Territoriaal toepassingsgebied

Deze overeenkomst is van toepassing op, enerzijds, elk grondgebied waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is, onder de in dat verdrag neergelegde voorwaarden, en, anderzijds, het grondgebied van elk van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten. Verwijzingen naar „grondgebied” in deze overeenkomst wordt in deze zin begrepen.

Artikel

246

Herzieningsclausule

Artikel

247

Toetreding van nieuwe lidstaten tot de EU

Artikel

248

Toetreding

Artikel

249

Authentieke teksten

Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud, in de volgende talen: Bulgaars, Tsjechisch, Deens, Nederlands, Engels, Ests, Fins, Frans, Duits, Grieks, Hongaars, Italiaans, Lets, Litouws, Maltees, Pools, Portugees, Roemeens, Slowaaks, Sloveens, Spaans en Zweeds, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel

250

Bijlagen

De bijlagen, protocollen en voetnoten vormen een integrerend deel van deze overeenkomst. Bijlage III, aanhangsel 1, is uitsluitend in het Engels opgesteld.

GEDAAN te Bridgetown, Barbados, de vijftiende oktober tweeduizend acht.

Protocol

I

Betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „vervaardiging”: elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;

  • b.

    „materiaal”: alle ingrediënten, grondstoffen, componenten of delen die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;

  • c.

    „product”: het product dat wordt vervaardigd, ook indien dit bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;

  • d.

    „goederen”: zowel materialen als producten;

  • e.

    „douanewaarde”: de waarde zoals bepaald overeenkomstig de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 (Overeenkomst inzake de douanewaarde van de WTO);

  • f.

    „prijs af fabriek”: de prijs van het product af fabriek, betaald aan de fabrikant in wiens onderneming de laatste be- of verwerking is verricht, voor zover in die prijs de waarde is begrepen van alle gebruikte materialen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;

  • g.

    „waarde van de materialen”: de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in het betrokken gebied is betaald;

  • h.

    „waarde van de materialen van oorsprong”: de waarde van deze materialen volgens de definitie in punt g), die van dienovereenkomstige toepassing is;

  • i.

    „toegevoegde waarde”: de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van de in de EG, de Cariforum-staten of de landen en gebieden overzee (LGO's) ingevoerde materialen uit derde landen;

  • j.

    „hoofdstukken” en „posten”: de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit protocol „het geharmoniseerde systeem” of „GS” genoemd;

  • k.

    „ingedeeld”: de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;

  • l.

    „zending”: producten die gelijktijdig van één exporteur naar één geadresseerde worden verzonden of die vergezeld gaan van een enkel vervoersdocument voor de verzending van de exporteur naar de geadresseerde, of bij gebreke daarvan, een enkele factuur;

  • m.

    „gebieden”: met inbegrip van de territoriale wateren;

  • n.

    „LGO's”: de landen en gebieden overzee zoals gedefinieerd in bijlage IX;

  • o.

    „andere ACS-staten”: de landen in bijlage XI.

TITEL

II

DEFINITIE VAN HET BEGRIP „PRODUCTEN VAN OORSPRONG”

Artikel

2

Algemene voorwaarden

Artikel

3

Cumulatie in de EG

Artikel

4

Cumulatie in de Cariforum-staten

Artikel

5

Cumulatie met naburige ontwikkelingslanden

Artikel

6

Volledig verkregen producten

Artikel

7

Toereikende bewerking of verwerking

Artikel

8

Ontoereikende bewerking of verwerking

Artikel

9

In aanmerking te nemen eenheid

Artikel

10

Toebehoren, vervangingsonderdelen en gereedschappen

Toebehoren, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden geleverd en die deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs ervan zijn begrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht één geheel te vormen met het materieel of de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.

Artikel

11

Stellen en assortimenten

Stellen en assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem, worden als van oorsprong beschouwd indien alle samenstellende delen van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt als van oorsprong beschouwd indien de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15% van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt.

Artikel

12

Neutrale elementen

Om de oorsprong van een product te bepalen, behoeft niet te worden nagegaan wat de oorsprong is van de bij de vervaardiging van dat product gebruikte

  • a.

    energie en brandstof,

  • b.

    fabrieksuitrusting,

  • c.

    machines en werktuigen,

  • d.

    goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren om daarin voor te komen.

TITEL

III

TERRITORIALE VOORWAARDEN

Artikel

13

Territorialiteitsbeginsel

Artikel

14

Rechtstreeks vervoer

Artikel

15

Tentoonstellingen

TITEL

IV

BEWIJS VAN OORSPRONG

Artikel

16

Algemene voorwaarden

Artikel

17

Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Artikel

18

Afgifte achteraf van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Artikel

19

Afgifte van een duplicaat van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Artikel

20

Afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong

Voor producten van oorsprong die in een Cariforum-staat of in de EG onder toezicht van een douanekantoor zijn geplaatst, kan het oorspronkelijke bewijs van oorsprong door één of meer certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 worden vervangen bij verzending van deze producten of een gedeelte daarvan naar een andere plaats binnen de Cariforum-staten of de EG. Dergelijke certificaten worden afgegeven door het douanekantoor dat toezicht houdt op de producten.

Artikel

21

Voorwaarden voor het opstellen van een factuurverklaring

Artikel

22

Toegelaten exporteur

Artikel

23

Geldigheid van het bewijs van oorsprong

Artikel

24

Overlegging van het bewijs van oorsprong

Bewijzen van oorsprong worden bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend overeenkomstig de aldaar geldende procedures. Deze douaneautoriteiten kunnen eisen dat het bewijs van oorsprong wordt vertaald en dat de aangifte ten invoer vergezeld gaat van een verklaring van de importeur dat de producten aan de voorwaarden voor de toepassing van de overeenkomst voldoen.

Artikel

25

Invoer in deelzendingen

Wanneer, op verzoek van de importeur en op de door de douaneautoriteiten van het land van invoer vastgestelde voorwaarden, gedemonteerde of niet-gemonteerde producten in de zin van algemene regel 2 a) voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem, vallende onder de afdelingen XVI of XVII of de posten 7308 of 9406 van het geharmoniseerde systeem, in deelzendingen worden ingevoerd, wordt een enkel bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten ingediend bij de invoer van de eerste deelzending.

Artikel

26

Vrijstelling van het bewijs van oorsprong

Artikel

27

Informatieprocedure in verband met cumulatie

Artikel

28

Bewijsstukken

De in artikel 17, lid 3, en artikel 21, lid 3, bedoelde documenten aan de hand waarvan wordt aangetoond dat producten waarvoor een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of een factuurverklaring is opgesteld, als producten van oorsprong uit een Cariforum-staat, uit de EG of uit een van de andere in de artikelen 3, 4 en 5 bedoelde landen en gebieden kunnen worden aangemerkt en aan de andere voorwaarden van dit protocol voldoen, kunnen onder meer de volgende zijn:

  • a.

    een rechtstreeks bewijs, bijvoorbeeld aan de hand van de boekhouding of de interne administratie van de exporteur of leverancier, van de door deze uitgevoerde be- of verwerkingen om de betrokken goederen te verkrijgen;

  • b.

    in een Cariforum-staat, in de EG of in een van de andere in de artikelen 3, 4 en 5 bedoelde landen en gebieden afgegeven of opgestelde en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt;

  • c.

    in een Cariforum-staat, in de EG of in een van de andere in de artikelen 3 en 4 bedoelde landen en gebieden afgegeven of opgestelde en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de be- of verwerking van de materialen in de Cariforum-staten, in de EG of in een of een van de andere in de artikelen 3 en 4 bedoelde landen en gebieden blijkt;

  • d.

    certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of factuurverklaringen waaruit de oorsprongsstatus van de gebruikte materialen blijkt, die overeenkomstig dit protocol in de Cariforum-staten, in de EG of in een van de andere in de artikelen 3, 4 en 5 bedoelde landen en gebieden zijn afgegeven of opgesteld.

Artikel

29

Bewaring van het bewijs van oorsprong en de bewijsstukken

Artikel

30

Verschillen en vormfouten

TITEL

V

REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING

Artikel

31

Administratieve voorwaarden waaronder producten in aanmerking komen

Producten die in de zin van dit protocol van oorsprong zijn uit de Cariforum-staten of uit de EG, komen alleen voor de uit de overeenkomst voortvloeiende preferenties in aanmerking mits voor de tenuitvoerlegging en handhaving van de in dit protocol neergelegde voorschriften en procedures de nodige regelingen, structuren en systemen bestaan.

Artikel

32

Kennisgeving van informatie betreffende douaneautoriteiten

Artikel

33

Wederzijdse bijstand

Ten behoeve van de correcte toepassing van dit protocol verlenen de EG, de Cariforum-staten en de andere in de artikelen 3, 4 en 5 bedoelde landen elkaar, via de bevoegde douaneautoriteiten, bijstand bij de controle van de echtheid van de certificaten inzake goederenverkeer EUR.1, de factuurverklaringen of de leveranciersverklaringen en van de juistheid van de daarin vermelde gegevens.

De geraadpleegde autoriteiten verstrekken de relevante gegevens over de omstandigheden waaronder het product is vervaardigd, met name over de omstandigheden waaronder de regels van oorsprong in de verschillende betrokken Cariforum-staten, lidstaten van de Europese Unie en andere in de artikelen 3, 4, en 5 bedoelde landen in acht zijn genomen.

Artikel

34

Controle van het bewijs van oorsprong

Artikel

35

Controle van leveranciersverklaringen

Artikel

36

Geschillenbeslechting

Geschillen ten aanzien van de in de artikelen 34 en 35 bedoelde controles tussen de douaneautoriteiten die de controle aanvragen en de douaneautoriteiten die de controle moeten uitvoeren die niet onderling kunnen worden geregeld, alsmede problemen in verband met de interpretatie van dit protocol worden voorgelegd aan het speciaal comité voor douanesamenwerking en handelsbevordering.

Op de regeling van geschillen tussen de importeur en de douaneautoriteiten van het land van invoer is in alle gevallen de wetgeving van het land van invoer van toepassing.

Artikel

37

Sancties

Er worden sancties getroffen tegen eenieder die een document met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen met het doel een preferentiële behandeling voor producten te verkrijgen.

Artikel

38

Vrije zones

Artikel

39

Afwijkingen

TITEL

VI

CEUTA EN MELILLA

Artikel

40

Bijzondere voorwaarden

TITEL

VII

SLOTBEPALINGEN

Artikel

41

Wijziging van het protocol

De Gezamenlijke Raad Cariforum-EG kan besluiten dit protocol te wijzigen.

Artikel

42

Taken van het speciaal comité voor douanesamenwerking en handelsbevordering

Overeenkomstig artikel 36 van de overeenkomst heeft het speciaal comité voor douanesamenwerking en handelsbevordering tot taak:

  • a.

    overeenkomstig artikel 5 besluiten te nemen over cumulatie;

  • b.

    overeenkomstig artikel 39 besluiten te nemen over afwijkingen van dit protocol;

  • c.

    toezicht te houden op de uitvoering en het beheer van dit protocol.

Artikel

43

Nieuw onderzoek

Drie jaar na de ondertekening van de overeenkomst onderzoeken de partijen opnieuw de bepalingen van artikel 2, lid 4, en artikel 4, lid 4, teneinde na te gaan of de lijst van producten in bijlage X bij dit protocol moet worden ingekort.

Artikel

44

Bijlagen

De bijlagen bij dit protocol vormen een integrerend deel ervan.

Protocol

II

Inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „douanewetgeving”: de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die op het gebied van de partijen van toepassing zijn op de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing daarvan onder andere douaneregelingen, met inbegrip van verbods-, beperkings- en controlemaatregelen;

  • b.

    „douaneautoriteiten”: de douane-instanties van de EG en de Cariforum-staten die voor de toepassing van de douanewetgeving verantwoordelijk zijn alsmede andere instanties die volgens het nationaal recht bevoegd zijn bepaalde douanewetten toe te passen;

  • c.

    „verzoekende autoriteit”: een douaneautoriteit die hiertoe door een overeenkomstsluitende Cariforum-staat of de EG is aangewezen en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand indient;

  • d.

    „aangezochte autoriteit”: een douaneautoriteit die hiertoe door een partij of overeenkomstsluitende Cariforum-staat of de EG is aangewezen en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand ontvangt;

  • e.

    „persoonsgegevens”: alle informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;

  • f.

    „met de douanewetgeving strijdige handeling”: elke overtreding of poging tot overtreding van de douanewetgeving.

Artikel

2

Werkingssfeer

Artikel

3

Bijstand op verzoek

Artikel

4

Ongevraagde bijstand

De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten verlenen elkaar, in overeenstemming met hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, op eigen initiatief bijstand indien zij dit noodzakelijk achten voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder indien zij informatie hebben verkregen over:

  • a.

    activiteiten die met de douanewetgeving strijdige handelingen zijn of lijken te zijn en die van belang kunnen zijn voor de andere partij of voor een overeenkomstsluitende Cariforum-staat;

  • b.

    nieuwe middelen of methoden die worden gebruikt om met de douanewetgeving strijdige handelingen te verrichten;

  • c.

    goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van met de douanewetgeving strijdige handelingen;

  • d.

    natuurlijke personen of rechtspersonen van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij betrokken zijn of waren bij met de douanewetgeving strijdige handelingen;

  • e.

    vervoermiddelen waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij zijn, worden of kunnen worden gebruikt om met de douanewetgeving strijdige handelingen te verrichten.

Artikel

5

Verstrekking van documenten en kennisgeving van besluiten

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, in overeenstemming met haar wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, alle maatregelen die nodig zijn voor

  • a.

    de verstrekking van documenten, of

  • b.

    de kennisgeving van besluiten,

    van de verzoekende autoriteit in verband met de toepassing van dit protocol aan adressaten die op het gebied van de aangezochte autoriteit verblijven of gevestigd zijn.

Verzoeken om de verstrekking van documenten of de kennisgeving van besluiten worden schriftelijk aan de aangezochte autoriteit gericht in een officiële taal van die autoriteit of in een voor die autoriteit aanvaardbare taal.

Artikel

6

Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand

Artikel

7

Uitvoering van verzoeken om bijstand

Artikel

8

Vorm waarin de informatie moet worden verstrekt

Artikel

9

Gevallen waarin geen bijstand behoeft te worden verleend

Artikel

10

Doorgifte van informatie en geheimhoudingsplicht

Artikel

11

Deskundigen en getuigen

Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd om, binnen de grenzen van de hem verleende machtiging, als getuige of deskundige op te treden in gerechtelijke of administratieve procedures betreffende onder dit protocol vallende aangelegenheden en daarbij de voor de procedure noodzakelijke voorwerpen, documenten of gewaarmerkte afschriften voor te leggen. In de dagvaarding dient uitdrukkelijk te worden vermeld voor welke gerechtelijke of administratieve instantie de ambtenaar moet verschijnen en over welke aangelegenheid en in welke functie of hoedanigheid hij zal worden ondervraagd.

Artikel

12

Kosten van de bijstand

De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die op grond van dit protocol worden gedaan, met uitzondering van eventuele uitgaven voor deskundigen, getuigen, tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel

13

Tenuitvoerlegging

Artikel

14

Andere overeenkomsten

Protocol

III

Inzake culturele samenwerking

De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten,

Geratificeerd hebbend het Unesco-Verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen, dat op 20 oktober 2005 in Parijs is aangenomen en op 18 maart 2007 in werking is getreden, of zijnde voornemens dat ten spoedigste te doen,

Zijnde voornemens het Unesco-Verdrag daadwerkelijk ten uitvoer te leggen en in het kader daarvan op basis van de beginselen van dat verdrag samen te werken door middel van acties in overeenstemming met dat verdrag, met name de artikelen 14, 15 en 16,

Erkennend dat de cultuurindustrie en de verscheidenheid van culturele goederen en diensten van belang zijn als activiteiten met een culturele, economische en sociale waarde,

Erkennend dat de regionale integratie, die door de overeenkomst wordt ondersteund, deel uitmaakt van een mondiale strategie ter bevordering van een rechtvaardige groei en een hechtere samenwerking tussen de partijen op economisch, cultureel en handelsgebied,

Eraan herinnerend dat de doelstellingen van dit protocol worden aangevuld en ondersteund door bestaande en toekomstige beleidsinstrumenten die in ander verband worden beheerd, zodat:

  • a.

    de culturele dimensie op alle niveaus van de ontwikkelingssamenwerking een plaats krijgt, met name op het gebied van het onderwijs;

  • b.

    de capaciteit en onafhankelijkheid van de cultuurindustrie van de partijen worden versterkt;

  • c.

    plaatselijke en regionale culturele inhoud wordt bevorderd,

In het besef dat bescherming en bevordering van de culturele diversiteit noodzakelijk zijn voor een geslaagde dialoog tussen culturen,

Erkenning en bescherming gevend aan het culturele erfgoed en dit en de erkenning ervan door de plaatselijke bevolking bevorderend, alsmede in het besef dat het culturele erfgoed een waardevol middel is om aan culturele identiteit uiting te geven,

Erop wijzend dat de culturele samenwerking tussen de partijen moet worden bevorderd en dat daartoe onder meer per geval rekening moet worden gehouden met de ontwikkelingsgraad van hun cultuurindustrie, met het niveau van de culturele uitwisseling en de structurele onevenwichtigheden daarbij en met het bestaan van preferentiële behandelingen voor de bevordering van plaatselijke en regionale culturele inhoud,

Komen het volgende overeen:

Artikel

1

Werkingssfeer, doelstellingen en definities

AFDELING

1

HORIZONTALE BEPALINGEN

Artikel

2

Culturele uitwisselingen en dialoog

Artikel

3

Kunstenaars en andere professionals uit de cultuursector en cultuurbeoefenaars

Artikel

4

Technische bijstand

AFDELING

2

SECTORSPECIFIEKE BEPALINGEN

Artikel

5

Samenwerking op audiovisueel gebied, met inbegrip van speelfilms

Artikel

6

Tijdelijke invoer van materiaal en uitrusting voor de opname van speelfilms en televisieprogramma's

Artikel

7

Uitvoerende kunsten

Artikel

8

Publicaties

Onverminderd artikel 7 van de overeenkomst stemmen de partijen ermee in om in overeenstemming met hun respectieve wetgeving samen te werken, onder meer door de bevordering van de uitwisseling van publicaties met de andere partij en de verspreiding van publicaties van de andere partij op gebieden als

  • a.

    de organisatie van beurzen, seminars en literaire en dergelijke evenementen in verband met publicaties, met inbegrip van mobiele faciliteiten voor openbare lezingen;

  • b.

    de bevordering van gezamenlijke uitgaven en vertalingen;

  • c.

    de bevordering van beroepsuitwisselingen en -opleiding voor bibliothecarissen, schrijvers, vertalers, boekhandelaren en uitgevers.

Artikel

9

Bescherming van bezienswaardigheden en historische monumenten

Onverminderd artikel 7 van de overeenkomst stemmen de partijen ermee in samen te werken, onder meer door de bevordering van ondersteuning om de uitwisseling van kennis en goede praktijken betreffende de bescherming van bezienswaardigheden en historische monumenten te stimuleren met het oog op de werelderfgoedlijst van Unesco; hiertoe bevorderen zij de uitwisseling van deskundigen, werken zij samen op het gebied van beroepsopleiding, organiseren zij bewustmakingscampagnes onder de plaatselijke bevolking en adviseren zij over de bescherming van historische monumenten en beschermde zones en over wetgeving en maatregelen ten behoeve van het culturele erfgoed, en met name de integratie van dat erfgoed in het lokale leven. Deze samenwerking geschiedt in overeenstemming met de respectieve wetgeving van de partijen en overeenkomstsluitende Cariforum-staten en laat de voorbehouden in de lijst van verbintenissen in bijlage IV bij de overeenkomst onverlet.

Slotakte

De vertegenwoordigers van

Antigua en Barbuda,

het Gemenebest van de Bahama’s,

Barbados,

Belize,

het Gemenebest Dominica,

de Dominicaanse Republiek,

Grenada,

de Republiek Guyana,

de Republiek Haïti,

Jamaica,

Saint Christopher en Nevis,

Saint Lucia,

Saint Vincent en de Grenadines,

de Republiek Suriname,

de Republiek Trinidad en Tobago,

hierna de „Cariforum-staten” genoemd,

enerzijds, en van

het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

de Republiek Hongarije,

Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag betreffende de Europese Unie, hierna de „lidstaten van de Europese Unie” genoemd,

en van

de Europese Gemeenschap,

anderzijds,

bijeengekomen in Bridgetown, Barbados, op de vijftiende oktober tweeduizend acht, voor de ondertekening van de economische partnerschapsovereenkomst tussen de Cariforum-staten enerzijds en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten anderzijds, hebben op het moment van de ondertekening van de overeenkomst

– de volgende bijlagen, protocollen en gemeenschappelijke verklaringen aangenomen:

Bijlage I: Uitvoerrechten

Bijlage II: Douanerechten op producten van oorsprong uit Cariforum-staten

Bijlage III: Douanerechten op producten van oorsprong uit de EG

Bijlage IV: Lijsten van verplichtingen inzake investeringen en de handel in diensten

Bijlage V: Informatiepunten (bedoeld in artikel 86)

Bijlage VI: Overheidsopdrachten die onder de overeenkomst vallen

Bijlage VII: Publicatiemiddelen

Protocol I: betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking

Protocol II: betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Protocol III: inzake culturele samenwerking

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder deze slotakte hebben gesteld.

GEDAAN te Bridgetown, Barbados, de vijftiende oktober tweeduizend acht.

Gemeenschappelijke verklaringen

Gemeenschappelijke verklaring betreffende ontwikkelingssamenwerking

De partijen erkennen dat de uitvoering van de overeenkomst vooral van de kleinere Cariforum-staten aanzienlijke aanpassingen zal vergen. Zij zijn het erover eens dat vele van de verbintenissen die in het kader van de overeenkomst worden aangegaan, vereisen dat snel een begin wordt gemaakt met hervormingen. Zij erkennen ook het belang van de regionale infrastructuur, die de Cariforum-staten in staat stelt de door de overeenkomst geboden kansen optimaal te gebruiken.

De partijen bevestigen opnieuw dat een zo efficiënt mogelijk gebruik moet worden gemaakt van ontwikkelingsfinanciering, teneinde aan de doelstellingen van de overeenkomst te voldoen, het potentieel ervan te maximaliseren, de goede tenuitvoerlegging ervan te ondersteunen en de Caricom-ontwikkelingsvisie te schragen. De partijen nemen nota van de beschikbaarheid van 165 miljoen EUR uit het tiende EOF voor de financiering van het Caribisch regionaal indicatief programma (CRIP) en herinneren eraan dat in het kader van de herziene Overeenkomst van Cotonou voor de periode 2014-2020 een vervolg van het huidige financiële protocol zal worden goedgekeurd. Zij erkennen voorts dat de middelen die in het tiende EOF aan het Caribisch regionaal indicatief programma (CRIP) zijn toegewezen, zullen worden aangevuld met „Hulp voor handel”-bijdragen van de lidstaten van de Europese Unie (EU).

Op grond van de „Hulp voor handel”-strategie van de EU, die in oktober 2007 werd aangenomen, en de in artikel 7 van de overeenkomst genoemde financieringsinstrumenten bevestigen de lidstaten van de Europese Unie hun voornemen erop toe te zien dat de verbintenissen van de lidstaten in het kader van de „Hulp voor handel”-strategie in billijke mate ten goede komen aan de Caribische ACS-staten, onder meer voor de financiering van programma's tot uitvoering van de overeenkomst.

De partijen zijn het eens over de voordelen van mechanismen voor regionale ontwikkeling, waaronder een voor alle Cariforum-staten toegankelijk regionaal ontwikkelingsfonds, voor het vrijmaken en sturen van voor ontwikkeling bestemde middelen van de Europese Unie en andere mogelijke donors in verband met de economische partnerschapsovereenkomst. De Commissie van de Europese Gemeenschappen en de lidstaten van de Europese Unie zullen in dit verband nagaan welke regelingen met het Caricom-ontwikkelingsfonds, nadat dit is opgericht, moeten worden getroffen om dit fonds te voorzien van middelen ter ondersteuning van programma's die in verband met de overeenkomst worden uitgevoerd en van daarmee verbonden aanpassingsmaatregelen en economische hervormingen. De bijdrage van de EU moet die van de Caribische staten en andere donors aanvullen.

De partijen komen overeen dat bij de programmering van middelen, met name die in het kader van het tiende EOF, voorrang moet worden verleend aan de meest dringende prioriteiten van Cariforum op het gebied van de ontwikkelingssamenwerking.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende bananen

De partijen erkennen het belang van bananen voor de economische ontwikkeling en de werkgelegenheid, de deviezen en de sociale en politieke stabiliteit van een aantal Cariforum-staten.

Zij erkennen eveneens dat de uitvoer van bananen door de Cariforum-staten naar de EU in het verleden is gesteund door een aanzienlijke tariefpreferentie en dat het behoud van die preferentie voor een zo lang mogelijke periode de voordelen van de overeenkomst zou vergroten.

De Cariforum-staten zijn eveneens van mening dat de mogelijke verlaging van het meestbegunstigingstarief en de tenuitvoerlegging van de vrijhandelsovereenkomsten tussen de EG en bepaalde derde landen de bananenindustrie in diverse Cariforum-staten onder aanzienlijke concurrentiedruk zouden plaatsen.

In het kader van de financieringsinstrumenten van de Europese Gemeenschap zullen beide partijen beslissen over de programmering van middelen, naast de acties waarvoor al middelen zijn uitgetrokken en met inachtneming van de nog beschikbare middelen van de bijzondere kaderregeling voor bijstand, teneinde de bananensector van de Cariforum-staten te helpen bij haar verdere aanpassing aan de nieuwe uitdagingen, onder meer door activiteiten om de productiviteit en het concurrentievermogen in gebieden met een levensvatbare productie te verbeteren, door de ontwikkeling van alternatieven binnen en buiten de bananensector, door het aanpakken van de sociale gevolgen van de veranderingen in de sector en door schadebeperkende maatregelen.

Gemeenschappelijke berklaring betreffende gebruikte goederen

Met betrekking tot de beperkingen die krachtens Wet nr. 147 van 27 december 2000 van de Dominicaanse Republiek zijn opgelegd aan de invoer van motorvoertuigen en motorfietsen die ouder dan vijf jaar zijn, en van voertuigen van 15 t of meer die ouder dan 15 jaar zijn, verbindt de EG zich ertoe deze wet niet aan te vechten, ongeacht de verenigbaarheid ervan met de overeenkomst.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende rijst

De partijen verbinden zich ertoe erop toe te zien dat de verlening van vergunningen en de andere regelingen in verband met het beheer van de tariefcontingenten voor rijst, als bedoeld in punt 2 van bijlage II, regelmatig aan een nauwgezet onderzoek worden onderworpen, teneinde te waarborgen dat de rijstexporterende Cariforumstaten optimaal baat hebben bij de overeenkomst.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de herverdeling van niet-geleverde hoeveelheden in het kader van het suikerprotocol

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten die partij zijn bij het suikerprotocol streven ernaar eventuele niet-geleverde hoeveelheden uit die staten uiterlijk op 30 september 2009 onder andere Cariforumstaten die partij zijn bij het suikerprotocol te verdelen, voor zover dat in overeenstemming is met artikel 7 van het protocol.

Gezamenlijke verklaring bij Protocol I, wat de oorsprong van visserijproducten betreft

De EG erkent het recht van de Cariforum-kuststaten om in alle wateren die onder hun jurisdictie vallen de visstand te ontwikkelen en rationeel te exploiteren.

De partijen komen overeen de huidige oorsprongsregels te onderzoeken om vast te stellen welke wijzigingen eventueel in het licht van de eerste alinea noodzakelijk zijn.

Zich van elkaars zorgen en belangen bewust, komen de Cariforum-staten en de EG overeen zich te blijven buigen over het probleem van de toegang tot de markt van de EG voor visserijproducten uit vangsten in onder de nationale jurisdictie van de Cariforum-staten vallende gebieden, teneinde een voor beide partijen bevredigende oplossing te vinden. Het onderzoek vindt plaats in het speciaal comité voor douanesamenwerking en handelsbevordering.

Gezamenlijke verklaring bij Protocol I, wat het Vorstendom Andorra en de Republiek San Marino betreft

  • 1.

    Producten van oorsprong uit het Vorstendom Andorra en vallende onder de hoofdstukken 25 tot en met 97 van het geharmoniseerde systeem en producten van oorsprong uit de Republiek San Marino worden door de Cariforum-staten behandeld als producten van oorsprong uit de Europese Gemeenschap in de zin van de overeenkomst.

  • 2.

    Protocol I is van overeenkomstige toepassing bij het vaststellen van de oorsprong van deze producten.

Joint declaration on the signing of the Economic Partnership Agreement

The Parties acknowledge that the signature of the Economic Partnership Agreement (the “Agreement”) signals the changing dynamics of the global economy as well as the continuing importance of our cooperation to the realisation of the development objectives of the CARIFORUM States.

As we affix our signature to the Agreement, we emphasise that it must be supportive of the development objectives, policies and priorities of the CARIFORUM States, not only in its structure and content, but also in the manner and spirit of its implementation.

To that end and as indicated in article 4 of the Agreement, its implementation will pay due regard to the integration processes in CARIFORUM, including the aims and objectives of the CARICOM Single Market and Economy as outlined in the Revised Treaty of Chaguaramas. In such implementation, special consideration will be given to reinforcing the regional integration schemes of the CARIFORUM States and ensuring their further sustainable advancement.

We declare our commitment to work closely, within the institutions of the Agreement, to achieve its aims and objectives taking special account of the different levels of development among our countries, notably the needs of the small vulnerable economies, including, in particular, Haiti as a Least Developed Country, as well as those designated as less developed under The Revised Treaty of Chaguaramas.

We understand that, in the context of our continued monitoring of the Agreement within its institutions, as provided for under article 5 of the Agreement, a comprehensive review of the Agreement shall be undertaken not later than five (5) years after the date of signature and at subsequent five-yearly intervals, in order to determine the impact of the Agreement, including the costs and consequences of implementation and we undertake to amend its provisions and adjust their application as necessary.

– hebben nota genomen van de volgende verklaringen:

Verklaring van de Cariforum-staten bij Protocol I, wat de oorsprong van visserijproducten uit de exclusieve economische zone betreft

De Cariforum-staten bevestigen het standpunt dat zij tijdens de onderhandelingen over de oorsprongsregels voor visserijproducten steeds hebben ingenomen, namelijk dat op grond van de uitoefening van hun soevereine rechten op de visbestanden in de wateren die onder hun nationale jurisdictie vallen, met inbegrip van de exclusieve economische zone zoals gedefinieerd in het Zeerechtverdrag van de Verenigde Naties, alle vangsten in die wateren, die ter verwerking in de havens van de Cariforum-staten moeten worden aangevoerd, als product van oorsprong dienen te worden beschouwd.

Joint statement by the signatory Cariforum states and the European Community and its Member States, upon signature of the Cariforum-EC EPA

The States and the European Community, signatories of the “Economic Partnership Agreement between the CARIFORUM States, of the one part, and the European Community and its Member States, of the other part” (the “Agreement”), take note that the Republic of Haiti and the Republic of Guyana have not signed the Agreement at this stage. Consequently, as a matter of international law, the Republic of Haiti and the Republic of Guyana shall neither be subject to the obligations, nor enjoy the rights, provided for by the Agreement. The signatories look forward to the early signature and provisional application of the Agreement by the Republic of Guyana and the Republic of Haiti.