Tijdelijke economische partnerschapsovereenkomst tussen Ivoorkust, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds

Tijdelijke economische partnerschapsovereenkomst tussen Ivoorkust, enerzijds, en de Europese Gemeenschappen en haar lidstaten, anderzijds

De Republiek Ivoorkust,
enerzijds,
en
Het Koninkrijk België,
De Republiek Bulgarije,
De Tsjechische Republiek,
Het Koninkrijk Denemarken,
De Bondsrepubliek Duitsland,
De Republiek Estland,
Ierland,
De Helleense Republiek,
Het Koninkrijk Spanje,
De Franse Republiek,
De Italiaanse Republiek,
De Republiek Cyprus,
De Republiek Letland,
De Republiek Litouwen,
Het Groothertogdom Luxemburg,
De Republiek Hongarije,
Malta,
Het Koninkrijk der Nederlanden,
De Republiek Oostenrijk,
De Republiek Polen,
De Portugese Republiek,
Roemenië,
De Republiek Slovenië,
De Slowaakse Republiek,
De Republiek Finland,
Het Koninkrijk Zweden,
Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
en
De Europese Gemeenschap,
anderzijds,

Preambule

Gelet op de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst, die op 23 juni 2000 te Cotonou werd ondertekend en op 25 juni 2005 te Luxemburg werd herzien, hierna de „Overeenkomst van Cotonou” genoemd,

In aanmerking nemende dat de overgangsregeling inzake handelspreferenties in het kader van de Overeenkomst van Cotonou op 31 december 2007 vervalt,

Gelet op de negatieve invloed die het vervallen van de overgangsregeling inzake handelspreferenties in het kader van de overeenkomst van Cotonou op de handel tussen de partijen kan hebben wanneer op 1 januari 2008 geen nieuwe met de WTO-voorschriften compatibele handelsregeling van kracht is,

Erkennende dat derhalve een tijdelijke economische partnerschapsovereenkomst moet worden gesloten om de economische en handelsbelangen van de partijen te beschermen,

Overwegende dat de partijen hun economische en handelsbanden verder willen aanhalen en duurzame betrekkingen op basis van partnerschap en samenwerking tot stand willen brengen,

Gelet op het belang dat de partijen hechten aan de beginselen en regels van het internationale handelssysteem, en met name aan de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de GATT 1994 en uit andere multilaterale overeenkomsten die gehecht zijn aan de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), en aan de noodzaak deze op transparante en niet-discriminerende wijze toe te passen,

Opnieuw uitdrukking gevende aan hun engagement voor eerbiediging van de rechten van de mens, de democratische beginselen en de rechtsstaat, die de essentiële elementen van de Overeenkomst van Cotonou vormen, en goed bestuur, dat het fundamentele element van de Overeenkomst van Cotonou is,

Rekening houdende met de noodzaak de economische, culturele en sociale ontwikkeling van de West-Afrikaanse staten te bevorderen en te bespoedigen, teneinde een bijdrage te leveren tot vrede en veiligheid en een stabiel en democratisch politiek klimaat,

Gezien het belang dat de partijen hechten aan de op internationaal vlak overeengekomen ontwikkelingsdoelstellingen en aan de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling van de Verenigde Naties,

Vastbesloten samen te werken om de doelstellingen van de Overeenkomst van Cotonou, waaronder de uitroeiing van armoede, duurzame ontwikkeling en de geleidelijke integratie van de staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS-staten) in de wereldeconomie, te verwezenlijken,

Met de wens nieuwe werkgelegenheidsmogelijkheden te scheppen, investeringen aan te trekken en de levensomstandigheden te verbeteren op het grondgebied van de partijen en daarbij een duurzame ontwikkeling te bevorderen,

Gelet op het belang van de traditionele banden tussen de Europese Gemeenschap, haar lidstaten en de West-Afrikaanse staten, met name die op historisch, politiek en economisch vlak,

Erkenning gevende aan het verschil in economische en sociale ontwikkeling tussen de West-Afrikaanse staten en de Europese Gemeenschap,

Ervan overtuigd dat deze overeenkomst een nieuw, gunstiger klimaat voor hun relaties op het gebied van economisch bestuur, handel en investeringen zal scheppen en nieuwe perspectieven voor groei en ontwikkeling zal openen,

Erkenning gevende aan het belang van ontwikkelingssamenwerking voor de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst,

In afwachting van de ondertekening van een algemene economische partnerschapsovereenkomst tussen West-Afrika en de Europese Unie, die de voortdurende, harmonieuze ontwikkeling en integratie van de West-Afrikaanse regio moet waarborgen,

Opnieuw uitdrukking gevende aan hun streven de regionale integratie in West-Afrika te steunen en met name de regionale economische integratie als essentieel instrument voor de integratie van de West-Afrikaanse staten in de wereldeconomie te bevorderen, door deze landen te helpen bij de uitdagingen waarvoor zij zich door de mondialisering gesteld zien en bij de verwezenlijking van de door hen beoogde economische en sociale ontwikkeling,

Zijn als volgt overeengekomen:

TITEL

I

DOELSTELLINGEN

Artikel

1

Tijdelijke overeenkomst

Bij deze overeenkomst wordt een initieel kader voor een economische partnerschapsovereenkomst, hierna „EPO” genoemd, vastgesteld.

Artikel

2

Doelstellingen

De doelstellingen van deze overeenkomst zijn:

  • a.

    Ivoorkust in staat stellen profijt te trekken van de betere markttoegang die de EG Ivoorkust in het kader van de EPO-onderhandelingen heeft geboden en daardoor vermijden dat de handel tussen Ivoorkust en de Europese Gemeenschap wordt verstoord wanneer de overgangsregeling van de overeenkomst van Cotonou op 31 december 2007 afloopt zonder dat er een volledige EPO is gesloten;

  • b.

    de grondslagen leggen voor onderhandelingen over een EPO die tot een vermindering van de armoede bijdraagt, die de regionale integratie, de economische samenwerking en een goed bestuur in West-Afrika bevordert en die de capaciteiten van West-Afrika inzake handelsbeleid en handelsgerelateerde vraagstukken verbetert;

  • c.

    de geleidelijke, harmonieuze integratie van West-Afrika in de wereldeconomie, in overeenstemming met zijn politieke keuzes en ontwikkelingsprioriteiten, bevorderen;

  • d.

    de bestaande relaties tussen de partijen op basis van solidariteit en wederzijds belang versterken;

  • e.

    een met artikel XXIV van de GATT 1994 compatibele overeenkomst tot stand brengen.

TITEL

II

PARTNERSCHAP VOOR ONTWIKKELING

Artikel

3

Ontwikkelingssamenwerking in het kader van deze overeenkomst

De partijen verbinden zich ertoe samen te werken om deze overeenkomst ten uitvoer te leggen en ertoe bij te dragen Ivoorkust bij de verwezenlijking van de doelstellingen van de EPO te begeleiden. Deze samenwerking neemt financiële en niet-financiële vormen aan.

Artikel

4

Samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering in het kader van deze overeenkomst

Artikel

5

Ondernemingsklimaat

De partijen zijn van oordeel dat het ondernemingsklimaat een essentieel instrument voor economische ontwikkeling is en dat deze overeenkomst derhalve tot dit gemeenschappelijke doel moet bijdragen. Ivoorkust, dat het verdrag tot oprichting van de Organisatie voor de harmonisatie van het bedrijfsrecht in Afrika (OHADA) heeft ondertekend, bevestigt opnieuw zijn verbintenis dit verdrag toe te passen.

In overeenstemming met artikel 4 verbinden de partijen zich ertoe voortdurend naar verbetering van het ondernemingsklimaat te streven.

Artikel

6

Steun bij de uitvoering van voorschriften

De partijen komen overeen dat de invoering van handelsgerelateerde voorschriften, waarvoor de samenwerkingsgebieden in de desbetreffende hoofdstukken van deze overeenkomst zijn gepreciseerd, van essentieel belang is voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst. De samenwerking op dit gebied geschiedt in overeenstemming met de uitvoeringsbepalingen van artikel 4.

Artikel

7

Versterking en modernisering van de productiesectoren

In het kader van de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst bevestigen de partijen hun voornemen de modernisering van de onder deze overeenkomst vallende productiesectoren in Ivoorkust te bevorderen.

De partijen komen overeen door middel van de daartoe bestemde instrumenten en in overeenstemming met artikel 4 samen te werken en steun te geven aan:

  • de herpositionering van de particuliere sector ten aanzien van nieuwe economische kansen die uit deze overeenkomst voortvloeien;

  • de vaststelling en uitvoering van moderniseringsstrategieën;

  • de verbetering van de randvoorwaarden voor de particuliere sector en van het ondernemingsklimaat als bedoeld in de artikelen 5 en 6;

  • de bevordering van het partnerschap tussen de particuliere sectoren van de partijen.

Artikel

8

Samenwerking bij fiscale aanpassingen

Artikel

9

Samenwerking in internationale fora

De partijen streven naar samenwerking in alle internationale fora waar voor dit partnerschap belangrijke aangelegenheden worden besproken.

TITEL

III

HANDELSREGELING VOOR GOEDEREN

HOOFDSTUK

1

DOUANERECHTEN EN NIET-TARIFAIRE MAATREGELEN

Artikel

10

Douanerechten

Artikel

11

Vergoedingen en andere heffingen

De partijen bevestigen hun verbintenis artikel VIII van de GATT 1994 na te leven.

Artikel

12

Douanerechten op producten van oorsprong uit Ivoorkust

Producten van oorsprong uit Ivoorkust worden vrij van rechten in de EG ingevoerd; dit geldt niet voor de in bijlage 1 opgenomen producten onder de daar genoemde voorwaarden.

Artikel

13

Douanerechten op producten van oorsprong uit de EG

Douanerechten op producten van oorsprong uit de EG die in Ivoorkust worden ingevoerd, worden in overeenstemming met het in bijlage 2 opgenomen tijdschema voor de afschaffing van rechten verlaagd of afgeschaft.

Artikel

14

Oorsprongsregels

Artikel

15

Status-quo

Artikel

16

Rechten, belastingen en andere vergoedingen en heffingen op de uitvoer

Artikel

17

Gunstiger behandeling als gevolg van vrijhandelsovereenkomsten

Artikel

18

Verbod op kwantitatieve beperkingen

In afwijking van de artikelen 23 tot en met 25 worden vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst alle invoer- of uitvoerverboden of -beperkingen ten aanzien van de handel tussen beide partijen, met uitzondering van douanerechten, belastingen en de in artikel 11 bedoelde vergoedingen en andere heffingen, afgeschaft, ongeacht of zij de vorm hebben van contingenten, in- of uitvoervergunningen of andere maatregelen. Er worden geen nieuwe maatregelen van dien aard ingevoerd.

Artikel

19

Nationale behandeling op het gebied van interne belastingen en regelgeving

Artikel

20

Voedselzekerheid

Wanneer blijkt dat de uitvoering van deze overeenkomst aanleiding geeft tot problemen met de beschikbaarheid van of de toegang tot voedingsmiddelen die noodzakelijk zijn voor de voedselzekerheid en wanneer deze situatie voor Ivoorkust tot grote moeilijkheden leidt of dreigt te leiden, kan Ivoorkust in overeenstemming met artikel 25 passende maatregelen nemen.

Artikel

21

Speciale bepaling over administratieve samenwerking

Artikel

22

Handelwijze bij administratieve fouten

Indien de bevoegde autoriteiten bij het beheer van de preferentiële uitvoerregelingen een fout hebben gemaakt, met name bij de toepassing van de bepalingen betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en de methoden voor administratieve samenwerking, en deze fout gevolgen heeft voor de in- en uitvoer, kan de partij die met deze gevolgen wordt geconfronteerd het EPO-comité verzoeken na te gaan of passende maatregelen kunnen worden genomen om de situatie te herstellen.

HOOFDSTUK

2

HANDELSBESCHERMINGSINSTRUMENTEN

Artikel

23

Antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen

Artikel

24

Multilaterale vrijwaringsmaatregelen

Artikel

25

Bilaterale vrijwaringsmaatregelen

Artikel

26

Samenwerking

HOOFDSTUK

3

DOUANE EN HANDELSBEVORDERING

Artikel

27

Doelstellingen

Artikel

28

Samenwerking op administratief en douanegebied

Artikel

29

Douanewetgeving en -procedures

Artikel

30

Relaties met het bedrijfsleven

De partijen komen overeen:

  • a.

    erop toe te zien dat alle wetgeving, procedures, vergoedingen en heffingen, samen met de motivering ervan, algemeen bekend worden gemaakt, voor zover mogelijk langs elektronische weg;

  • b.

    dat tijdig en regelmatig met vertegenwoordigers van de handel wordt overlegd over wetsvoorstellen en procedures met betrekking tot douane- en handelsaangelegenheden. Hiertoe worden door elke partij passende mechanismen voor regelmatig overleg tussen de diensten en het bedrijfsleven opgericht;

  • c.

    dat er voldoende tijd moet liggen tussen de bekendmaking en de inwerkingtreding van nieuwe of gewijzigde wetgeving, procedures, rechten of heffingen.

    De partijen publiceren administratieve berichten, met name over de eisen van douane-expediteurs, procedures bij binnenkomst van de goederen, openingstijden en werkwijzen van douanekantoren in havens en bij grensposten en adressen voor het inwinnen van informatie;

  • d.

    de samenwerking tussen de marktdeelnemers en de bevoegde diensten te stimuleren door toepassing van niet-arbitraire, openbaar toegankelijke procedures, zoals intentieverklaringen op basis van die welke door de WDO zijn uitgevaardigd;

  • e.

    erop toe te zien dat hun respectieve eisen en procedures op douanegebied en aanverwante gebieden blijven aansluiten op de behoeften van het bedrijfsleven, dat hierbij goede praktijken worden gevolgd en dat de handel hierdoor zo min mogelijk wordt beperkt.

Artikel

31

Douanewaarde

Artikel

32

Regionale integratie

De partijen komen overeen voort te gaan met de douanehervormingen, teneinde de handel in de West-Afrikaanse regio te bevorderen.

Artikel

33

Voortzetting van de onderhandelingen op het gebied van douane en handelsbevordering

De partijen komen overeen bij de onderhandelingen over een volledige EPO verder te onderhandelen over dit hoofdstuk om het in een regionaal kader aan te vullen.

Artikel

34

Speciaal comité voor douane en handelsbevordering

De partijen richten binnen het EPO-comité een speciaal comité voor douane en handelsbevordering op, dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de partijen. Dit comité brengt verslag uit aan het EPO-comité. Het bespreekt alle douaneaangelegenheden die de handel tussen de partijen bevorderen en houdt toezicht op de tenuitvoerlegging en het beheer van de bepalingen van dit hoofdstuk en de toepassing van de oorsprongsregels.

Artikel

35

Samenwerking

HOOFDSTUK

4

TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN EN SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN

Artikel

36

Multilaterale verplichtingen

De partijen bevestigen hun rechten en verplichtingen uit hoofde van de WTO-Overeenkomst, en met name de WTO-Overeenkomst inzake de toepassing van sanitaire en fytosanitaire maatregelen, hierna „de SPS-overeenkomst” genoemd, en de WTO-Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, hierna de „TBT-overeenkomst” genoemd. De partijen bevestigen ook hun rechten en verplichtingen uit hoofde van het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten (IPCC), de Codex Alimentarius en hun lidmaatschap van de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE).

De partijen bevestigen opnieuw hun verbintenis om de volksgezondheid in Ivoorkust te verbeteren, met name door opbouw van de capaciteit van Ivoorkust voor het opsporen van niet-conforme producten.

Deze verbintenissen, rechten en verplichtingen vormen het kader voor de activiteiten van de partijen uit hoofde van dit hoofdstuk.

Artikel

37

Doelstellingen

Dit hoofdstuk heeft tot doel het verkeer van goederen tussen de partijen te vergemakkelijken door verbetering van hun capaciteit onnodige handelsbelemmeringen als gevolg van door hen gehanteerde technische voorschriften, normen of conformiteitsbeoordelingsprocedures te signaleren, te voorkomen en uit de weg te ruimen, zonder afbreuk te doen aan hun capaciteit de volksgezondheid, dieren en planten te beschermen.

Artikel

38

Werkingssfeer en definities

Artikel

39

Bevoegde instanties

De instanties die voor de partijen bevoegd zijn de bij dit hoofdstuk bedoelde maatregelen uit te voeren, zijn vermeld in aanhangsel II.

In overeenstemming met artikel 41 stellen de partijen elkaar tijdig in kennis van alle belangrijke wijzigingen ten aanzien van de in aanhangsel II vermelde bevoegde instanties. Wijzigingen van aanhangsel II worden door het EPO-comité goedgekeurd.

Artikel

40

Sanitaire en fytosanitaire gebiedsindeling

Bij de vaststelling van de voorwaarden voor invoer kunnen de partijen per geval en onder verwijzing naar artikel 6 van de SPS-overeenkomst gebieden met een specifieke sanitaire of fytosanitaire status voorstellen en aanwijzen.

Artikel

41

Transparantie van de handelsvoorwaarden en gegevensuitwisseling

Artikel

42

Samenwerking in internationale instellingen

De partijen komen overeen met de internationale normalisatieinstellingen samen te werken en onder meer de deelname van vertegenwoordigers van Ivoorkust aan de vergaderingen van deze instellingen te bevorderen.

Artikel

43

Samenwerking

TITEL

IV

DIENSTEN, INVESTERINGEN EN HANDELSGERELATEERDE VOORSCHRIFTEN

Artikel

44

Op basis van de Overeenkomst van Cotonou verbinden de partijen zich ertoe alle nodige maatregelen te nemen of samen te werken om de onderhandelingen over en de spoedige sluiting van een EPO, in overeenstemming met de desbetreffende WTO-bepalingen, tussen de EG en de gehele West-Afrikaanse regio op de volgende gebieden te bevorderen:

  • a.

    handel in diensten en elektronische handel;

  • b.

    investeringen;

  • c.

    lopende betalingen en kapitaalbewegingen;

  • d.

    mededinging;

  • e.

    intellectuele eigendom;

  • f.

    overheidsopdrachten;

  • g.

    duurzame ontwikkeling;

  • h.

    bescherming van persoonsgegevens.

De partijen treffen alle nodige maatregelen om te trachten vóór eind 2008 een EPO tussen de EG en de West-Afrikaanse regio te sluiten.

TITEL

V

VERMIJDEN EN BESLECHTEN VAN GESCHILLEN

HOOFDSTUK

1

DOEL EN WERKINGSSFEER

Artikel

45

Doel

Het doel van deze titel is geschillen tussen de partijen te vermijden en te beslechten en zoveel mogelijk tot een onderling overeengekomen oplossing te komen.

Artikel

46

Werkingssfeer

HOOFDSTUK

2

OVERLEG EN BEMIDDELING

Artikel

47

Overleg

Artikel

48

Bemiddeling

HOOFDSTUK

3

PROCEDURES VOOR DE BESLECHTING VAN GESCHILLEN

AFDELING

I

ARBITRAGEPROCEDURE

Artikel

49

Inleiding van de arbitrageprocedure

Artikel

50

Instelling van het arbitragepanel

Artikel

51

Tussentijds verslag van het arbitragepanel

Het arbitragepanel legt in de regel uiterlijk 120 dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel een tussentijds verslag met een beschrijving van het geschil en met zijn bevindingen en conclusies aan de partijen voor. Een partij kan het arbitragepanel binnen 15 dagen na de indiening van het tussentijdse verslag schriftelijk commentaar over specifieke aspecten van dat verslag doen toekomen.

Artikel

52

Uitspraken van het arbitragepanel

AFDELING

II

NALEVING

Artikel

53

Naleving van de uitspraak van het arbitragepanel

Elke partij neemt alle noodzakelijke maatregelen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven; de partijen streven ernaar overeenstemming te bereiken over de termijn waarbinnen zij de uitspraak zullen naleven.

Artikel

54

Redelijke termijn voor naleving

Artikel

55

Onderzoek van maatregelen getroffen tot naleving van de uitspraak van het arbitragepanel

Artikel

56

Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving

Artikel

57

Onderzoek van nalevingsmaatregelen getroffen na de vaststelling van passende maatregelen

AFDELING

III

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

58

Onderling overeengekomen oplossing

In het kader van deze titel kunnen de partijen te allen tijde onderling een oplossing voor een geschil overeenkomen. Zij stellen het EPO-comité van die oplossing in kennis. Na goedkeuring van de onderling overeengekomen oplossing wordt de procedure beëindigd.

Artikel

59

Reglement van orde

Artikel

60

Inlichtingen en technisch advies

Het arbitragepanel kan op verzoek van een partij of op eigen initiatief bij alle bronnen, met inbegrip van de bij het geschil betrokken partijen, de inlichtingen inwinnen die het nuttig acht voor de arbritageprocedure. Het arbitragepanel heeft tevens het recht deskundigen om advies te vragen wanneer het dat nuttig acht. Belanghebbenden kunnen als amicus curiae overeenkomstig het reglement van orde bij het arbitragepanel opmerkingen indienen. Alle op deze manier verkregen informatie moet aan beide partijen worden medegedeeld en voor commentaar aan hen worden voorgelegd.

Artikel

61

Taal van de stukken en opmerkingen

Voor de mondelinge opmerkingen en schriftelijke stukken wordt een officiële taal van de partijen gebruikt. De partijen streven er echter zoveel mogelijk naar om als gemeenschappelijke werktaal een officiële taal te kiezen die beide partijen met elkaar gemeen hebben, en houden er, in het bijzonder met betrekking tot vertaalproblemen, met name rekening mee dat Ivoorkust een ontwikkelingsland is.

Artikel

62

Interpretatieregels

Arbitragepanels verbinden zich ertoe de bepalingen van deze overeenkomst uit te leggen volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van internationaal publiekrecht, met inbegrip van die in het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht. Uitspraken van een arbitragepanel kunnen de rechten en verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst niet verruimen of beperken.

Artikel

63

Uitspraken van het arbitragepanel

HOOFDSTUK

4

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

64

Lijst van scheidsrechters

Artikel

65

Relatie tot WTO-verplichtingen

Artikel

66

Termijnen

Artikel

67

Wijziging van titel V

Zowel het EPO-comité als elk van de partijen kan het initiatief nemen om wijziging van titel V te verzoeken. De verzoeken om wijziging worden door het EPO-comité onderzocht. De wijziging gaat pas in nadat beide partijen deze hebben goedgekeurd.

TITEL

VI

ALGEMENE UITZONDERINGEN

Artikel

68

Algemene uitzonderingsclausule

Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen de partijen vormen wanneer gelijke voorwaarden moeten gelden, of een verkapte beperking van de handel in producten of diensten of van het recht van vestiging, wordt geen bepaling in deze overeenkomst uitgelegd als beletsel voor het vaststellen of toepassen door de partijen van maatregelen:

  • a.

    die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de openbare veiligheid en de openbare zeden of voor de handhaving van de openbare orde;

  • b.

    die noodzakelijk zijn voor de bescherming van het leven of de gezondheid van mens, dier of plant;

  • c.

    die noodzakelijk zijn voor de handhaving van wetten of voorschriften en die niet strijdig zijn met de bepalingen van deze overeenkomst, met inbegrip van maatregelen die betrekking hebben op:

    • i.

      het voorkómen van misleidende of frauduleuze praktijken of op middelen om de gevolgen van de niet-nakoming van betalingsverplichtingen in verband met contracten te compenseren;

    • ii.

      de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met de verwerking en verspreiding van persoonsgegevens en op de bescherming van de vertrouwelijke aard van persoonlijke dossiers en rekeningen;

    • iii.

      de veiligheid;

    • iv.

      de toepassing van douanevoorschriften en -procedures; of

    • v.

      de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten;

  • d.

    die verband houden met de invoer of de uitvoer van goud of zilver;

  • e.

    die noodzakelijk zijn voor de bescherming van nationaal artistiek, historisch of archeologisch erfgoed;

  • f.

    die betrekking hebben op de instandhouding van niet-duurzame natuurlijke hulpbronnen, indien die maatregelen gepaard gaan met beperkingen van de nationale productie of het binnenlandse verbruik van goederen, het binnenlandse aanbod of verbruik van diensten of met beperkingen voor binnenlandse investeerders;

  • g.

    die betrekking hebben op voortbrengselen van gevangenisarbeid;

    of

  • h.

    die strijdig zijn met artikel 19 inzake nationale behandeling, mits het verschil in behandeling bedoeld is om directe belastingen op doeltreffende of billijke wijze te kunnen opleggen of te kunnen innen ten aanzien van economische activiteiten van investeerders of dienstverleners van de andere partij.

Artikel

69

Uitzonderingen met betrekking tot de nationale veiligheid

Artikel

70

Belastingen

TITEL

VII

INSTITUTIONELE BEPALINGEN, ALGEMENE BEPALINGEN EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

71

Voortzetting van de onderhandelingen en tenuitvoerlegging van deze overeenkomst

Artikel

72

Definitie van de partijen en naleving van verplichtingen

Artikel

73

EPO-comité

Artikel

74

Ultraperifere gebieden van de Europese Gemeenschap

Artikel

75

Inwerkingtreding en opzegging

Artikel

77

Toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie

Artikel

78

Dialoog over financiële aangelegenheden

De partijen komen overeen om op het gebied van fiscaal beleid en beheer de dialoog en transparantie te stimuleren en goede praktijken uit te wisselen.

Artikel

79

Samenwerking bij de bestrijding van illegale financiële activiteiten

De EG en Ivoorkust zijn vastbesloten illegale activiteiten, fraude, corruptie, het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te voorkomen en te bestrijden. Hiertoe treffen zij de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen om te voldoen aan de internationale normen, met inbegrip van die in het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie, het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van de grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit en de protocollen daarbij, het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van de financiering van terrorisme, en de aanbevelingen van de Financial Action Task Force. De EG en Ivoorkust komen overeen op deze gebieden informatie uit te wisselen en samen te werken.

Artikel

80

Relatie tot andere overeenkomsten

Artikel

81

Authentieke teksten

Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud, in de volgende talen: Bulgaars, Tsjechisch, Deens, Nederlands, Engels, Ests, Fins, Frans, Duits, Grieks, Hongaars, Italiaans, Lets, Litouws, Maltees, Pools, Portugees, Roemeens, Slowaaks, Sloveens, Spaans en Zweeds, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Wanneer de teksten elkaar tegenspreken, geldt de taal waarin de onderhandelingen over de overeenkomst plaatsvonden, in dit geval het Frans.

Artikel

82

Bijlagen

De bijlagen, aanhangsels en protocollen vormen een integrerend deel van deze overeenkomst.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder deze overeenkomst hebben geplaatst.

GEDAAN te Abidjan op zesentwintig november tweeduizend acht, respectievelijk Brussel op tweeëntwintig januari tweeduizend negen.

Aanhangsel

I

Prioritaire producten voor uitvoer uit Ivoorkust naar de EG

Deze producten worden door Ivoorkust bepaald en uiterlijk drie maanden na de datum van ondertekening van deze overeenkomst aan het EPO-comité meegedeeld.

Aanhangsel

II

Bevoegde instanties

A

Bevoegde instanties van de EG

De controle wordt gezamenlijk uitgevoerd door de nationale diensten van de lidstaten en de Europese Commissie. Hiervoor gelden de volgende bepalingen:

  • met betrekking tot de uitvoer naar Ivoorkust zijn de lidstaten verantwoordelijk voor de controle op de productieomstandigheden en -voorschriften, en met name voor de voorgeschreven inspecties en de afgifte van (dier)gezondheidscertificaten betreffende de inachtneming van de overeengekomen normen en eisen;

  • met betrekking tot de invoer uit Ivoorkust zijn de lidstaten ervoor verantwoordelijk te controleren of de ingevoerde producten aan de desbetreffende voorwaarden van de EG voldoen;

  • de Europese Commissie is verantwoordelijk voor de algemene coördinatie, de inspectie en de audits van de controleregelingen en de wetgevingsinitiatieven die nodig zijn om een uniforme toepassing van de normen en voorschriften in de Europese interne markt te garanderen.

B

Bevoegde instanties van Ivoorkust

Deze instanties worden door Ivoorkust aangewezen en de desbetreffende lijst wordt uiterlijk drie maanden na de ondertekening van deze overeenkomst aan het EPO-comité meegedeeld.

Bijlage

1

Douanerechten op producten van oorsprong uit Ivoorkust

  • 1.

    Onverminderd de punten 2, 4, 5, 6 en 7 worden de douanerechten van de EG, hierna de „EG-douanerechten” genoemd, op alle producten van de hoofdstukken 1 tot en met 97 van het geharmoniseerd systeem, behalve op die van hoofdstuk 93 daarvan, van oorsprong uit Ivoorkust, bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst volledig afgeschaft. Op producten van hoofdstuk 93 blijft de EG meestbegunstigingsrechten heffen.

  • 2.

    De EG-douanerechten op de producten van post 1006 worden met ingang van 1 januari 2010 afgeschaft, met uitzondering van die op de producten van subpost 1006 10 10, die al met ingang van 1 januari 2008 worden afgeschaft.

  • 3.

    De partijen komen overeen dat protocol 3 van de Overeenkomst van Cotonou, hierna het „suikerprotocol” genoemd, tot en met 30 september 2009 van toepassing blijft. De EG en Ivoorkust komen overeen dat het suikerprotocol na die datum tussen hen niet meer van kracht zal zijn. Voor de toepassing van artikel 4, lid 1, van het suikerprotocol loopt de leveringsperiode 2008/2009 van 1 juli 2008 tot en met 30 september 2009. De gegarandeerde prijs voor de periode van 1 juli 2008 tot en met 30 september 2009 wordt vastgesteld na de in artikel 5, lid 4, bedoelde onderhandelingen.

  • 4.

    De EG-douanerechten op producten van post 1701 van oorsprong uit Ivoorkust worden per 1 oktober 2009 afgeschaft. Er worden geen invoervergunningen verleend voor de in te voeren producten, tenzij de importeur zich ertoe verplicht die producten te kopen tegen een prijs die minstens gelijk is aan de gegarandeerde prijzen die in het kader van het suikerprotocol zijn vastgesteld voor in de EG ingevoerde suiker.

  • 5.
    • a.

      De EG kan tijdens de periode van 1 oktober 2009 tot en met 30 september 2015 het toegepaste meestbegunstigingsrecht instellen op producten van post 1701 van oorsprong uit Ivoorkust waarvan de invoer onderstaande drempels, uitgedrukt in wittesuikerequivalent, overstijgt en wordt geacht de EG-suikermarkt te verstoren:

      • i.

        3,5 miljoen ton per verkoopseizoen van deze producten van oorsprong uit staten die lid zijn van de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (de ACS-staten) en die de Overeenkomst van Cotonou hebben ondertekend, en

      • ii.

        voor het verkoopseizoen 2009/2010 1,38 miljoen ton van deze producten van oorsprong uit ACS-staten die door de Verenigde Naties niet als minst ontwikkeld land worden erkend. Deze drempel van 1,38 miljoen ton stijgt tot 1,45 miljoen ton voor het verkoopseizoen 2010/2011 en tot 1,6 miljoen ton voor de vier daaropvolgende verkoopseizoenen.

    • b.

      Punt a) geldt niet voor de invoer van producten van post 1701 van oorsprong uit een overeenkomstsluitende West-Afrikaanse staat die door de Verenigde Naties als minst ontwikkeld land wordt erkend. Op deze invoer blijven evenwel de bepalingen van artikel 25 van toepassing1)Hiertoe kunnen in afwijking van artikel 25 op een individuele West-Afrikaanse staat die door de Verenigde Naties als minst ontwikkeld land is erkend, vrijwaringsmaatregelen van toepassing zijn. .

    • c.

      Het toegepaste meestbegunstigingsrecht vervalt aan het eind van het verkoopseizoen waarvoor het werd ingesteld.

    • d.

      Maatregelen die krachtens dit punt worden ingesteld, worden onverwijld gemeld aan het EPO-comité; met dat orgaan wordt over deze maatregelen geregeld overleg gepleegd.

  • 6.

    Voor de toepassing van artikel 25 kunnen, vanaf 1 oktober 2015, verstoringen van de markt voor producten van post 1701 worden geacht te ontstaan wanneer de gemiddelde marktprijs van witte suiker in de Europese Gemeenschap gedurende twee opeenvolgende maanden lager is dan 80 procent van de gemiddelde marktprijs van witte suiker in de Europese Gemeenschap tijdens het voorgaande verkoopseizoen.

  • 7.

    Van 1 januari 2008 tot en met 30 september 2015 worden producten van de posten 1704 90 99, 1806 10 30, 1806 10 90, 2106 90 59 en 2106 90 98 aan een speciaal toezichtmechanisme onderworpen om te waarborgen dat de regelingen in de punten 4 en 5 niet worden ontweken. In het geval van een cumulatieve stijging van de omvang van de invoer van een of meer van deze producten van oorsprong uit Ivoorkust met meer dan 20 procent tijdens een periode van 12 opeenvolgende maanden ten opzichte van het gemiddelde van de jaarlijkse invoer tijdens de voorgaande drie perioden van 12 maanden, analyseert de EG het handelspatroon en de economische rechtvaardiging en het suikergehalte van deze invoer; indien zij oordeelt dat deze invoer wordt gebruikt om de regelingen in de punten 4 en 5 te ontwijken, kan zij de preferentiële regeling opschorten en het specifieke meestbegunstigingsrecht instellen dat overeenkomstig het gemeenschappelijk douanetarief van de Europese Gemeenschap geldt voor producten van de posten 1704 90 99, 1806 10 30, 1806 10 90, 2106 90 59 en 2106 90 98 van oorsprong uit Ivoorkust. De punten 5 b), c) en d) zijn van overeenkomstige toepassing op maatregelen krachtens dit punt.

  • 8.

    Van 1 oktober 2009 tot en met 30 september 2012 wordt voor producten van post 1701 geen invoervergunning afgegeven tenzij de importeur zich ertoe verplicht die producten te kopen tegen een prijs die niet lager is dan 90 procent van de door de EG voor het desbetreffende verkoopseizoen vastgestelde referentieprijs.

  • 9.

    Punt 1 is niet van toepassing op producten van post 0803 00 19, van oorsprong uit Ivoorkust, die in de ultraperifere gebieden van de EG in het vrije verkeer worden gebracht. De punten 1, 3 en 4 zijn niet van toepassing op producten van post 1701, van oorsprong uit Ivoorkust, die in de Franse overzeese departementen in het vrije verkeer worden gebracht. Deze bepaling geldt voor een periode van tien jaar. Tenzij de partijen anders beslissen, wordt die periode met nog eens tien jaar verlengd.

Bijlage

2

1) De bij deze Bijlage behorende tabellen zijn niet opgenomen in dit Tractatenblad. Zij liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De tekst van de tabellen is eveneens afgedrukt in Pb. EU L 59 van 3 maart 2009, blz. 34 t/m 269. Douanerechten op producten van oorsprong uit de EG

Ivoorkust liberaliseert producten van oorsprong uit de EG die op zijn gebied worden ingevoerd.

Daartoe stelt het vier groepen producten op: A, B, C en D.

De liberalisatie vindt plaats volgens het onderstaande tijdschema:

De producten van groep A worden tussen 1 januari 2008 en 31 december 2012, dus in de loop van een periode van vijf jaar, geliberaliseerd.

De producten van groep B worden tussen 1 januari 2013 en 31 december 2017, dus in de loop van een periode van vijf jaar, geliberaliseerd.

De producten van groep C worden tussen 1 januari 2018 en 31 december 2022, dus in de loop van een periode van vijf jaar, geliberaliseerd.

De producten van groep D worden niet geliberaliseerd.

Protocol

betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „douanewetgeving”: de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die van toepassing zijn op de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing daarvan onder andere douaneregelingen of -procedures, met inbegrip van verbods-, beperkings- en controlemaatregelen;

  • b.

    „verzoekende autoriteit”: een bevoegde overheidsinstantie die hiertoe door een partij is aangewezen en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand indient;

  • c.

    „aangezochte autoriteit”: een bevoegde overheidsinstantie die hiertoe door een partij is aangewezen en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand ontvangt;

  • d.

    „persoonsgegevens”: alle informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;

  • e.

    „met de douanewetgeving strijdige handeling”: elke overtreding of poging tot overtreding van de douanewetgeving.

Artikel

2

Werkingssfeer

Artikel

3

Bijstand op verzoek

Artikel

4

Ongevraagde bijstand

De partijen verlenen elkaar, in overeenstemming met hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, op eigen initiatief bijstand indien zij dit noodzakelijk achten voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder door de doorgifte van informatie die zij hebben verkregen over:

  • a.

    activiteiten die met de douanewetgeving strijdige handelingen zijn of lijken te zijn en die van belang kunnen zijn voor een andere partij;

  • b.

    nieuwe middelen of methoden die worden gebruikt om met de douanewetgeving strijdige handelingen te verrichten;

  • c.

    goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van met de douanewetgeving strijdige handelingen;

  • d.

    natuurlijke personen of rechtspersonen van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij betrokken zijn of waren bij met de douanewetgeving strijdige handelingen;

  • e.

    vervoermiddelen waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij zijn, worden of kunnen worden gebruikt bij met de douanewetgeving strijdige handelingen.

Artikel

5

Verstrekking van documenten en kennisgeving van besluiten

Artikel

6

Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand

Artikel

7

Uitvoering van verzoeken

Artikel

8

Vorm waarin de informatie moet worden verstrekt

Artikel

9

Gevallen waarin geen bijstand behoeft te worden verleend

Artikel

10

Doorgifte van informatie en geheimhoudingsplicht

Artikel

11

Deskundigen en getuigen

Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd om, binnen de grenzen van de hem verleende machtiging, als deskundige of getuige te verschijnen in gerechtelijke of administratieve procedures betreffende onder dit protocol vallende aangelegenheden en daarbij de voor de procedure noodzakelijke voorwerpen, documenten of gewaarmerkte afschriften voor te leggen. In de dagvaarding dient uitdrukkelijk te worden vermeld voor welke rechterlijke of administratieve instantie de ambtenaar moet verschijnen en over welke aangelegenheid en in welke functie of hoedanigheid hij zal worden ondervraagd.

Artikel

12

Kosten van de bijstand

De partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die op grond van dit protocol worden gedaan, met uitzondering van eventuele uitgaven voor deskundigen en getuigen en voor tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel

13

Tenuitvoerlegging

Artikel

14

Andere overeenkomsten