Tijdelijke economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en Centraal-Afrika, anderzijds

Tijdelijke economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en Centraal-Afrika, anderzijds

„Centraal-Afrika”, voor de toepassing van deze overeenkomst bestaand uit:
De Republiek Kameroen,
enerzijds,
en
Het Koninkrijk België,
De Republiek Bulgarije,
De Tsjechische Republiek,
Het Koninkrijk Denemarken,
De Bondsrepubliek Duitsland,
De Republiek Estland,
Ierland,
De Helleense Republiek,
Het Koninkrijk Spanje,
De Franse Republiek,
De Italiaanse Republiek,
De Republiek Cyprus,
De Republiek Letland,
De Republiek Litouwen,
Het Groothertogdom Luxemburg,
De Republiek Hongarije,
Malta,
Het Koninkrijk der Nederlanden,
De Republiek Oostenrijk,
De Republiek Polen,
De Portugese Republiek,
Roemenië,
De Republiek Slovenië,
De Slowaakse Republiek,
De Republiek Finland,
Het Koninkrijk Zweden,
Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
en
De Europese Gemeenschap,
anderzijds,

Preambule

Gelet op de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst, die op 23 juni 2000 te Cotonou werd ondertekend en op 25 juni 2005 te Luxemburg werd herzien, hierna de „Overeenkomst van Cotonou” genoemd,

Ervan overtuigd dat de economische partnerschapsovereenkomst (EPO) een nieuw, gunstiger klimaat voor hun relaties op het gebied van economisch bestuur, handel en investeringen tot stand zal brengen en nieuwe mogelijkheden voor groei en ontwikkeling zal bieden,

Overwegende dat de liberalisering van de handel in goederen en diensten en van het vestigingsrecht tussen de partijen gebaseerd moet zijn op de regionale integratie van de Centraal-Afrikaanse staten, dat deze tot doel moet hebben hun geleidelijke, harmonieuze integratie in de wereldeconomie te bevorderen, daarbij lettend op hun politieke keuzes en ontwikkelingsprioriteiten, en dat daarbij moet worden voldaan aan de voorwaarden van de overeenkomsten van de Wereldhandelsorganisatie,

Overwegende dat de partijen buitenlandse directe investeringen niet zullen aanmoedigen door afzwakking van hun binnenlandse wet- en regelgeving inzake milieu, arbeid, gezondheid op het werk of veiligheid of door versoepeling van hun binnenlandse arbeidswet- en regelgeving of van voorschriften om culturele diversiteit te beschermen en te bevorderen. De partijen bevestigen daarom opnieuw dat zij zich ertoe verbinden deze binnenlandse wet- en regelgeving na te leven of de naleving ervan aan te bieden, teneinde de vestiging, verwerving, uitbreiding of handhaving van een investering of investeerder op hun gebied aan te moedigen,

Zijn als volgt overeengekomen1)[Red: Bijlage III bij de Overeenkomst ligt ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en is te vinden op http://eur-lex.europa.eu/nl/index.htm.]:

TITEL

I

DOELSTELLINGEN

Artikel

1

Tijdelijke overeenkomst

Bij deze overeenkomst wordt een initieel kader voor een economische partnerschapsovereenkomst, hierna „EPO” genoemd, vastgesteld.

Onder „initieel kader” wordt door de partijen verstaan een tijdelijke overeenkomst over, enerzijds, daadwerkelijke verbintenissen die in overeenstemming met de bepalingen van deze overeenkomst kunnen worden uitgevoerd, en, anderzijds, onderhandelingen over aanvullende elementen, teneinde een volledige EPO in overeenstemming met de Overeenkomst van Cotonou te sluiten.

Artikel

2

Algemene doelstellingen en werkingssfeer

De doelstellingen van deze overeenkomst zijn:

  • a.

    bijdragen aan het terugdringen en uiteindelijk het uitroeien van armoede door de instelling van een handelspartnerschap dat in overeenstemming is met het doel van een duurzame ontwikkeling, de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling en de Overeenkomst van Cotonou;

  • b.

    bevordering van een beter concurrerende en meer gediversifieerde regionale economie in Centraal-Afrika en van constantere groei;

  • c.

    bevordering van regionale integratie, economische samenwerking en goed bestuur in de Centraal-Afrikaanse regio;

  • d.

    bevordering van de geleidelijke integratie van Centraal-Afrika in de wereldeconomie, in overeenstemming met zijn politieke keuzes en ontwikkelingsprioriteiten;

  • e.

    verbetering van de capaciteit van Centraal-Afrika op het gebied van handelsbeleid en handelsgerelateerde vraagstukken;

  • f.

    totstandbrenging en tenuitvoerlegging van een doeltreffend, voorspelbaar en transparant regionaal regelgevend kader voor handel en investeringen in de Centraal-Afrikaanse regio, ter ondersteuning van de voorwaarden voor een toename van de investeringen en van initiatieven van de particuliere sector en verruiming van de leveringscapaciteit voor producten en diensten, het concurrentievermogen en de economische groei in de regio;

  • g.

    versterking van de bestaande relaties tussen de partijen op basis van solidariteit en wederzijds belang. Om dit te bereiken, verbetert de overeenkomst de economische en handelsbetrekkingen, geeft zij steun aan een nieuwe handelsdynamiek tussen de partijen door middel van de geleidelijke, asymmetrische liberalisering van de onderlinge handel en versterkt, verruimt en verdiept zij de samenwerking op alle gebieden die voor de handel van belang zijn, met inachtneming van de WTO-verplichtingen;

  • h.

    bevordering van de ontwikkeling van de particuliere sector en van werkgelegenheidsgroei.

Artikel

3

Specifieke doelstellingen

Overeenkomstig de artikelen 34 en 35 van de Overeenkomst van Cotonou heeft deze overeenkomst de volgende doelstellingen:

  • a.

    leggen van de grondslagen voor onderhandelingen over een EPO die bijdraagt tot terugdringing van de armoede, die de regionale integratie, economische samenwerking en een goed bestuur in Centraal-Afrika bevordert en die de productie-, uitvoer- en leveringscapaciteit van Centraal-Afrika, alsmede zijn vermogen om buitenlandse investeringen aan te trekken en zijn capaciteit inzake handelsbeleid en handelsgerelateerde vraagstukken verbetert;

  • b.

    bevordering van de geleidelijke, harmonieuze integratie van Centraal-Afrika in de wereldeconomie, in overeenstemming met zijn politieke keuzes en ontwikkelingsprioriteiten;

  • c.

    versterking van de bestaande relaties tussen de partijen op basis van solidariteit en wederzijds belang;

  • d.

    totstandbrenging van een overeenkomst die in overeenstemming met de WTO-voorschriften is;

  • e.

    leggen van de grondslagen voor onderhandelingen en tenuitvoerlegging van een doeltreffend, voorspelbaar en transparant regionaal regelgevend kader voor handel, investeringen, mededinging, intellectuele eigendom, overheidsopdrachten en duurzame ontwikkeling in de Centraal-Afrikaanse regio, ter ondersteuning van de voorwaarden voor een toename van de investeringen en van initiatieven van de particuliere sector en verruiming van de leveringscapaciteit voor producten en diensten, het concurrentievermogen en de economische groei in de regio;

  • f.

    vaststelling van een routekaart voor onderhandelingen over de onder e) genoemde gebieden waarvoor de onderhandelingen in 2007 niet konden worden afgesloten.

TITEL

II

PARTNERSCHAP VOOR ONTWIKKELING

Artikel

4

Kader voor de capaciteitsopbouw in Centraal-Afrika

De partijen bevestigen hun voornemen de verschillende hun ter beschikking staande instrumenten in te zetten om tot capaciteitsopbouw en economische modernisering in Centraal-Afrika bij te dragen, met name door met behulp van de instrumenten van het handelsbeleid en de in artikel 7 bedoelde samenwerkingsinstrumenten op nationaal en regionaal niveau een economisch en institutioneel kader tot stand te brengen dat de groei van een concurrerende economische bedrijvigheid in Centraal-Afrika begunstigt.

Artikel

5

Prioriteiten bij de capaciteitsopbouw en modernisering

Artikel

6

Randvoorwaarden voor het bedrijfsleven

De partijen zijn van oordeel dat de voor het bedrijfsleven geldende randvoorwaarden een essentieel instrument voor economische ontwikkeling zijn en dat deze overeenkomst derhalve tot dit gemeenschappelijke doel moet bijdragen. De overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staten, die ook het verdrag tot oprichting van de Organisatie voor de harmonisatie van het bedrijfsrecht in Afrika (OHADA) hebben ondertekend, verbinden zich ertoe dit verdrag op niet-discriminerende en doeltreffende wijze toe te passen en uit te voeren.

Artikel

7

Samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering

Artikel

8

Steun voor de uitvoering van handelsgerelateerde voorschriften

De partijen komen overeen dat de uitvoering van handelsgerelateerde voorschriften, waarvoor de samenwerkingsgebieden in de desbetreffende hoofdstukken van deze overeenkomst zijn gepreciseerd, bijdraagt tot de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst. De samenwerking op dit gebied geschiedt in overeenstemming met de uitvoeringsbepalingen van artikel 7.

Artikel

9

Financiering van het partnerschap

Artikel

10

Samenwerking bij de begrotingsaanpassing

Artikel

11

Samenwerking in internationale fora

De partijen streven naar samenwerking in alle internationale fora waar aangelegenheden worden besproken die betrekking hebben op dit partnerschap.

Artikel

12

Nadenken over partnerschap voor ontwikkeling

De partijen komen overeen om het debat over het bij deze titel ingestelde partnerschap voor ontwikkeling, met inbegrip van de desbetreffende uitvoeringsbepalingen, in 2008 nader uit te diepen.

TITEL

III

HANDELSREGELING VOOR PRODUCTEN

HOOFDSTUK

1

DOUANERECHTEN EN NIET-TARIFAIRE MAATREGELEN

Artikel

13

Oorsprongsregels

Artikel

14

Douanerechten

Onder douanerechten worden verstaan alle rechten of heffingen, met inbegrip van alle aanvullende heffingen of belastingen, die worden opgelegd bij of in verband met de invoer of uitvoer van producten. Douanerechten omvatten niet:

  • a.

    interne belastingen of andere interne heffingen die worden opgelegd in overeenstemming met artikel 23;

  • b.

    antidumpingmaatregelen, compenserende maatregelen en vrijwaringsmaatregelen die worden opgelegd in overeenstemming met het hoofdstuk over handelsbeschermingsinstrumenten;

  • c.

    vergoedingen en andere heffingen die worden opgelegd in overeenstemming met artikel 18.

Artikel

15

Afschaffing van uitvoerrechten

Artikel

16

Verkeer van producten

Artikel

17

Indeling van producten

Producten die onder deze overeenkomst vallen, worden ingedeeld volgens de respectieve douanenomenclatuur van de partijen, in overeenstemming met het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen (GS).

Artikel

18

Vergoedingen en andere heffingen

Artikel

19

Gunstiger behandeling als gevolg van overeenkomsten inzake economische integratie

Artikel

20

Douanerechten op producten van oorsprong uit de overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staten

Artikel

21

Douanerechten op producten van oorsprong uit de Europese Gemeenschap

Artikel

22

Verbod op kwantitatieve beperkingen

Vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden alle invoer- of uitvoerverboden of -beperkingen ten aanzien van de handel tussen beide partijen, afgezien van douanerechten, belastingen en de in artikel 18 bedoelde vergoedingen en andere heffingen, afgeschaft, ongeacht of zij de vorm hebben van contingenten, in- of uitvoervergunningen of andere maatregelen. Er worden geen nieuwe maatregelen ingevoerd. Dit artikel doet geen afbreuk aan het hoofdstuk van deze overeenkomst over handelsbeschermingsinstrumenten.

Artikel

23

Nationale behandeling op het gebied van interne belastingen en regelgeving

Artikel

24

Uitvoersubsidies voor landbouwproducten

Artikel

25

Voedselzekerheid

Wanneer blijkt dat de uitvoering deze overeenkomst aanleiding geeft tot problemen met de beschikbaarheid van of de toegang tot voedingsmiddelen die noodzakelijk zijn voor de voedselzekerheid en wanneer deze situatie tot grote moeilijkheden voor Centraal-Afrika of een overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staat leidt of dreigt te leiden, kan Centraal-Afrika of de betrokken overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staat in overeenstemming met artikel 31 passende maatregelen nemen.

Artikel

26

Speciale bepalingen over administratieve samenwerking

Artikel

27

Handelwijze bij administratieve fouten

Indien de bevoegde autoriteiten bij het beheer van de preferentiële uitvoerregelingen fouten hebben gemaakt, met name bij de toepassing van de regels betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en de methoden voor administratieve samenwerking, en deze fouten gevolgen hebben voor de in- en uitvoer, kan de partij die met deze gevolgen wordt geconfronteerd het EPO-comité verzoeken na te gaan of passende maatregelen kunnen worden genomen om de situatie te herstellen.

Artikel

28

Samenwerking

Overeenkomstig artikel 7 komen de partijen overeen onder meer op de volgende terreinen samen te werken:

  • steun bij de uitvoering van uit deze overeenkomst voortvloeiende verbintenissen op het gebied van het handelsbeleid;

  • training voor en/of steun bij de interpretatie en toepassing van de desbetreffende voorschriften.

HOOFDSTUK

2

HANDELSBESCHERMINGSINSTRUMENTEN

Artikel

29

Antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen

Artikel

30

Multilaterale vrijwaringsmaatregelen

Artikel

31

Bilaterale vrijwaringsmaatregelen

HOOFDSTUK

3

DOUANE EN HANDELSBEVORDERING

Artikel

32

Doelstellingen

Artikel

33

Samenwerking op administratief en douanegebied

Artikel

34

Vormen van samenwerking

Artikel

35

Douane- en handelsnormen

Artikel

36

Doorvoer

Artikel

37

Relaties met het bedrijfsleven

De partijen komen overeen:

  • a.

    ervoor te zorgen dat alle informatie betreffende wetgeving, voorschriften, procedures en bewijsstukken, rechten en belastingen, tarieven en andere heffingen voor het publiek toegankelijk zijn, en wel voor zover mogelijk langs elektronische weg;

  • b.

    dat regelmatig met het bedrijfsleven moet worden overlegd over de opstelling van teksten inzake aangelegenheden betreffende douane en internationale handel. De partijen stellen hiertoe passende mechanismen in;

  • c.

    dat er voldoende tijd moet liggen tussen de bekendmaking en de inwerkingtreding van nieuwe of gewijzigde wetgeving, procedures, rechten of heffingen.

    De partijen maken administratieve informatie bekend, met name over de door de betrokken instanties gestelde eisen en over procedures, openingstijden en operationele douaneprocedures op de plaatsen van binnenkomst en/of vertrek en op de contact- en informatiepunten;

  • d.

    de samenwerking tussen de marktdeelnemers en de betrokken diensten te stimuleren door toepassing van niet-arbitraire, toegankelijke procedures, zoals intentieverklaringen op basis van die welke door de WDO zijn uitgevaardigd;

  • e.

    ervoor te zorgen dat de eisen die door diensten op het gebied van de internationale handel worden gesteld, blijven aansluiten op de behoeften van het bedrijfsleven, dat hierbij goede praktijken worden gevolgd en dat de handel hierdoor zo weinig mogelijk wordt beperkt.

Artikel

38

Douanewaarde

Artikel

39

Regionale integratie in Centraal-Afrika

De partijen bevorderen de regionale integratie door vooruitgang te boeken bij de douanehervorming met het doel de handel te bevorderen; zij doen dat met name door te werken aan de normalisering van:

  • de eisen,

  • de documentatie,

  • de in te dienen gegevens,

  • de procedures,

  • de regelingen voor toegelaten handelaren,

  • de grensprocedures en openingstijden,

  • de eisen inzake doorvoer, douanevervoer en zekerheidsstelling.

Dat vereist een nauwe samenwerking tussen alle betrokken instanties, waarbij zoveel mogelijk gebruik moet worden gemaakt van internationale normen.

HOOFDSTUK

4

TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN EN SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN

Artikel

40

Doelstellingen

Dit hoofdstuk heeft tot doel het verkeer van producten tussen de partijen te vergemakkelijken door verbetering van hun capaciteit om handelsbelemmeringen als gevolg van door hen gehanteerde technische voorschriften, normen of conformiteitsbeoordelingsprocedures te signaleren, te voorkomen en uit de weg te ruimen, en door verbetering van hun capaciteit om planten, dieren en de volksgezondheid te beschermen.

Artikel

41

Multilaterale verplichtingen en algemene context

Artikel

42

Werkingssfeer en definities

Artikel

43

Bevoegde autoriteiten

De autoriteiten die voor de EG en de overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staten bevoegd zijn voor de toepassing van de bij dit hoofdstuk bedoelde sanitaire en fytosanitaire maatregelen, zijn opgenomen in aanhangsel II.

De partijen stellen elkaar tijdig in kennis van alle belangrijke wijzigingen ten aanzien van de in aanhangsel II vermelde bevoegde autoriteiten. Het EPO-comité keurt alle nodige wijzigingen van aanhangsel II goed.

Artikel

44

Regionalisatie (indeling in gebieden)

Bij de vaststelling van de voorwaarden voor invoer kunnen de partijen per geval en rekening houdend met de internationale normen gebieden met een specifieke sanitaire of fytosanitaire status voorstellen en aanwijzen.

Artikel

45

Transparantie van de handelsvoorwaarden en gegevensuitwisseling

Artikel

46

Regionale integratie

Artikel

47

Capaciteitsopbouw en technische bijstand

Overeenkomstig artikel 7 komen de partijen overeen onder meer op de volgende terreinen samen te werken:

  • a.

    samenwerking ten aanzien van de producten in aanhangsel IA, teneinde de regionale integratie binnen de overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staten en de controlecapaciteit overeenkomstig de doelstellingen van deze overeenkomst te versterken en de handel tussen de overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staten te bevorderen;

  • b.

    samenwerking ten aanzien van de producten in aanhangsel IB, teneinde hun producten concurrerender te maken en de kwaliteit ervan te verbeteren.

HOOFDSTUK

5

BOSBEHEER EN HANDEL IN HOUT EN IN PRODUCTEN VAN DE BOSBOUW

Artikel

48

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk en behoudens andersluidende bepalingen omvatten „producten van de bosbouw” eveneens niet-houtproducten en afgeleide producten daarvan.

Artikel

49

Werkingssfeer

Dit hoofdstuk is van toepassing op de handel in hout en in producten van de bosbouw, van oorsprong uit Centraal-Afrika, en op het duurzaam beheer van de bossen waar die producten worden gewonnen.

Artikel

50

Handel in hout en in producten van de bosbouw andere dan hout, alsmede afgeleide producten daarvan

Artikel

51

Regionale integratie

Artikel

52

Capaciteitsopbouw en technische bijstand

Overeenkomstig artikel 7 komen de partijen overeen onder meer op de volgende terreinen samen te werken:

  • a.

    vergemakkelijking van de bijstand om de regionale integratie op dit gebied te versterken, met name door de uitvoering van het Verdrag inzake het behoud en het duurzaam beheer van het Centraal-Afrikaanse woud (Comifac-verdrag) en het subregionaal convergentieplan, en om capaciteit voor de uitvoering van de in dit hoofdstuk vastgelegde verbintenissen op te bouwen;

  • b.

    steun voor openbare en particuliere initiatieven met een commercieel oogmerk, met name ten aanzien van de uitvoer naar de EG, die gericht zijn op de plaatselijke be- en verwerking van hout en producten van de bosbouw van oorsprong uit Centraal-Afrika, die afkomstig zijn uit objectief verifieerbare legale bronnen en bijdragen aan een duurzame ontwikkeling.

Artikel

53

Andere overeenkomsten

Onverminderd het bepaalde in dit hoofdstuk, vindt de handel in hout en producten van de bosbouw plaats in overeenstemming met de CITES (Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten) en met eventuele vrijwillige partnerschapsovereenkomsten die de overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staten individueel of collectief met de Europese Gemeenschap in het kader van het FLEGT-actieplan (Forest law enforcement, governance and trade) van de EU hebben gesloten.

TITEL

IV

VESTIGING, HANDEL IN DIENSTEN EN ELEKTRONISCHE HANDEL

Artikel

54

Kader

TITEL

V

HANDELSGERELATEERDE VOORSCHRIFTEN

HOOFDSTUK

1

LOPENDE BETALINGEN EN KAPITAALVERKEER

Artikel

56

Voortzetting van de onderhandelingen op het gebied van lopende betalingen en kapitaalverkeer

HOOFDSTUK

2

MEDEDINGING

Artikel

57

Voortzetting van de onderhandelingen op het gebied van de mededinging

HOOFDSTUK

3

INTELLECTUELE EIGENDOM

Artikel

58

Voortzetting van de onderhandelingen op het gebied van de intellectuele eigendom

HOOFDSTUK

4

OVERHEIDSOPDRACHTEN

Artikel

59

Voortzetting van de onderhandelingen op het gebied van overheidsopdrachten

HOOFDSTUK

5

DUURZAME ONTWIKKELING

Artikel

60

Voortzetting van de onderhandelingen op het gebied van duurzame ontwikkeling

HOOFDSTUK

6

BESCHERMING VAN PERSOONSGEGEVENS

Artikel

61

Algemene doelstelling

De partijen erkennen:

  • a.

    hun gemeenschappelijke belang bij de bescherming van de fundamentele rechten en vrijheden van natuurlijke personen, met name van hun recht op een persoonlijke levenssfeer, in verband met de verwerking van persoonsgegevens,

  • b.

    het belang van de handhaving van doeltreffende regelingen voor de gegevensbescherming als middel om de belangen van consumenten te beschermen, om het vertrouwen van investeerders te stimuleren en om grensoverschrijdende stromen van persoonsgegevens te vereenvoudigen,

  • c.

    dat persoonsgegevens op transparante en eerlijke wijze moeten worden verzameld en verwerkt, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met de betrokkene, en komen overeen passende wet- en regelgeving vast te stellen en de voor de tenuitvoerlegging daarvan benodigde bestuurlijke capaciteit ter beschikking te stellen, met inbegrip van onafhankelijke controle-instanties, opdat overeenkomstig de bestaande hoge internationale normen een passend niveau van bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens wordt gewaarborgd4)Hierbij gaat het om de in de volgende internationale overeenkomsten vastgestelde normen:i.richtsnoeren voor de reglementering inzake digitale bestanden met persoonsgegevens, gewijzigd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 20 november 1990;ii.aanbeveling van de Raad van de OESO betreffende richtsnoeren voor de bescherming van privacy en grensoverschrijdend verkeer van persoonsgegevens van 23 september 1980. .

Artikel

62

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a.

    „persoonsgegevens”: alle informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon (de betrokkene);

  • b.

    „verwerking van persoonsgegevens”: elke bewerking of elk geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, vrijgeven, combineren, afschermen, wissen of vernietigen van gegevens, alsmede de doorgifte van persoonsgegevens naar andere landen;

  • c.

    „voor de verwerking verantwoordelijke”: de natuurlijke of rechtspersoon, autoriteit of andere instantie die het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt.

Artikel

63

Beginselen en algemene regels

De partijen komen overeen dat de vast te stellen wet- en regelgeving en de ter beschikking te stellen bestuurlijke capaciteit ten minste op de volgende inhoudelijke beginselen en handhavingsmechanismen moeten berusten:

  • a.

    Inhoudelijke beginselen

    • i.

      het beginsel van beperking van het doel – gegevens mogen slechts voor een specifiek doel worden verwerkt en vervolgens worden gebruikt of verder worden doorgegeven voor zover dit niet onverenigbaar is met het doel van de oorspronkelijke doorgifte. De enige uitzonderingen op deze regel zijn die waarin de wetgeving voorziet en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn voor zwaarwegende openbare belangen;

    • ii.

      het beginsel inzake gegevenskwaliteit en evenredigheid – gegevens moeten nauwkeurig zijn en zo nodig worden bijgewerkt. De gegevens moeten geschikt en relevant zijn en mogen niet buitensporig zijn in verhouding tot de doelen waarvoor zij worden doorgegeven of verder worden verwerkt;

    • iii.

      het transparantiebeginsel – personen moeten informatie krijgen over het doel van de verwerking en over de identiteit van de voor de verwerking verantwoordelijke in het derde land, alsmede alle andere informatie die nodig is om eerlijkheid te garanderen. De enige uitzonderingen op deze regel zijn die waarin de wetgeving voorziet en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn voor zwaarwegende openbare belangen;

    • iv.

      het beveiligingsbeginsel – de voor de verwerking verantwoordelijke moet technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen treffen die in overeenstemming zijn met de risico’s van de verwerking. Iedereen die onder het gezag van de voor de verwerking verantwoordelijke staat, met inbegrip van een verwerker, mag de gegevens alleen volgens de instructies van de voor de verwerking verantwoordelijke verwerken;

    • v.

      het recht van toegang, rectificatie en verzet – de betrokkenen moeten recht hebben op een kopie van alle op hen betrekking hebbende gegevens die worden verwerkt, alsook recht op rectificatie wanneer deze gegevens onjuist blijken. In bepaalde omstandigheden moeten zij zich ook tegen verwerking van hun gegevens kunnen verzetten. De enige uitzonderingen op deze regel zijn die waarin de wetgeving voorziet en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn voor zwaarwegende openbare belangen;

    • vi.

      beperking van verdere doorgifte – in beginsel mag verdere doorgifte van persoonsgegevens door de ontvanger van de oorspronkelijke doorgifte slechts worden toegestaan wanneer voor de tweede ontvanger (d.w.z. de ontvanger van de verdere doorgifte) ook regels gelden die een passend beschermingsniveau garanderen;

    • vii.

      gevoelige gegevens – gegeven met informatie over ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging, lidmaatschap van een vakvereniging, of die betreffende de gezondheid of het seksuele leven, en gegevens inzake overtredingen, strafrechtelijke veroordelingen of beveiligingsmaatregelen, mogen uitsluitend worden verwerkt wanneer het nationale recht in extra beschermingsmaatregelen voorziet.

  • b.

    Handhavingsmechanismen

    Er moet worden voorzien in passende mechanismen, waardoor kan worden gewaarborgd dat de volgende doelstellingen worden verwezenlijkt:

    • i.

      een goede naleving van de voorschriften: zo moeten de voor de verwerking verantwoordelijken zich zeer goed bewust zijn van hun plichten en moeten de betrokkenen op de hoogte zijn van hun rechten en de middelen die hun ter beschikking staan om deze te doen gelden; er moeten doeltreffende, afschrikkende sancties bestaan, en systemen voor rechtstreekse controle door de autoriteiten, auditors of onafhankelijke functionarissen voor de gegevensbescherming;

    • ii.

      bijstand aan de betrokkenen bij de uitoefening van hun rechten; ieder moet zijn rechten snel, doeltreffend en zonder prohibitieve kosten kunnen afdwingen, onder meer door middel van passende institutionele mechanismen die een onafhankelijk onderzoek van klachten mogelijk maken;

    • iii.

      een passende schadeloosstelling voor de benadeelde partij bij niet-naleving van voorschriften; hiertoe behoort de mogelijkheid tot het opleggen van sancties en de betaling van schadevergoedingen.

Artikel

64

Inachtneming van internationale verbintenissen

Artikel

65

Samenwerking

De partijen erkennen dat samenwerking van groot belang is om de ontwikkeling van passende wettelijke, gerechtelijke en institutionele kaderregelingen te bevorderen en om een passend beschermingsniveau voor persoonsgegevens, dat in overeenstemming is met de doelstellingen en beginselen van dit hoofdstuk, te waarborgen.

TITEL

VI

VERMIJDEN EN BESLECHTEN VAN GESCHILLEN

HOOFDSTUK

1

DOEL EN WERKINGSSFEER

Artikel

66

Doel

Het doel van deze titel is geschillen tussen de partijen te vermijden en te beslechten en zoveel mogelijk tot een onderling overeengekomen oplossing te komen.

Artikel

67

Werkingssfeer

HOOFDSTUK

2

OVERLEG EN BEMIDDELING

Artikel

68

Overleg

Artikel

69

Bemiddeling

HOOFDSTUK

3

PROCEDURES VOOR DE BESLECHTING VAN GESCHILLEN

AFDELING

I

ARBITRAGEPROCEDURE

Artikel

70

Inleiding van de arbitrageprocedure

Artikel

71

Instelling van een arbitragepanel

Artikel

72

Tussentijds panelverslag

Het arbitragepanel legt in het algemeen uiterlijk 120 dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel een tussentijds verslag met een beschrijving van het geschil en zijn bevindingen en conclusies aan de partijen voor. Een partij kan het arbitragepanel binnen 15 dagen na de indiening van het tussentijdse verslag schriftelijk commentaar over precieze aspecten van dat verslag doen toekomen.

Artikel

73

Uitspraken van het arbitragepanel

AFDELING

II

NALEVING

Artikel

74

Naleving van de uitspraak van het arbitragepanel

Elke partij of, in voorkomend geval, de overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staten neemt (nemen) alle noodzakelijke maatregelen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven en beide partijen streven ernaar overeenstemming te bereiken over de termijn waarbinnen zij de uitspraak zullen naleven.

Artikel

75

Redelijke termijn voor naleving

Artikel

76

Onderzoek van de maatregelen getroffen tot naleving van de uitspraak van het arbitragepanel

Artikel

77

Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving

Artikel

78

Onderzoek van nalevingsmaatregelen getroffen na de vaststelling van passende maatregelen

AFDELING

III

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

79

Onderling overeengekomen oplossing

In het kader van deze titel kunnen de partijen te allen tijde samen een oplossing voor een geschil overeenkomen. Zij stellen het EPO-comité van die oplossing in kennis. Wanneer een onderling overeengekomen oplossing wordt goedgekeurd, wordt de procedure beëindigd.

Artikel

80

Reglement van orde en gedragscode

Artikel

81

Inlichtingen en technisch advies

Het arbitragepanel kan op verzoek van een partij of op eigen initiatief bij alle bronnen, met inbegrip van de bij het geschil betrokken partijen, de inlichtingen inwinnen die het voor zijn werkzaamheden nuttig acht. Het arbitragepanel heeft tevens het recht deskundigen om advies te vragen wanneer het dat nuttig acht. Alle op deze manier verkregen informatie moet aan beide partijen worden medegedeeld en voor commentaar aan hen worden voorgelegd. Belanghebbenden kunnen als amicus curiae overeenkomstig het reglement van orde bij het arbitragepanel opmerkingen indienen.

Artikel

82

Communicatietalen

Voor de mondelinge en schriftelijke communicatie van Centraal-Afrika worden het Frans en het Engels en voor die van de Europese Gemeenschap wordt een van de officiële talen van de Europese Unie gebruikt.

Artikel

83

Interpretatieregels

Arbitragepanels verbinden zich ertoe de bepalingen van deze overeenkomst uit te leggen volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van internationaal publiekrecht, met inbegrip van die in het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht. Uitspraken van een arbitragepanel kunnen de rechten en verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst niet verruimen of beperken.

Artikel

84

Uitspraken van het arbitragepanel

HOOFDSTUK

4

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

85

Lijst van scheidsrechters

Artikel

86

Relatie tot WTO-verplichtingen

Artikel

87

Termijnen

Artikel

88

Wijziging van titel VI

Het EPO-comité kan besluiten deze titel en de bijlagen erbij te wijzigen.

TITEL

VII

ALGEMENE UITZONDERINGEN

Artikel

89

Algemene uitzonderingsclausule

Onder voorbehoud dat de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen de partijen vormen terwijl gelijke voorwaarden moeten gelden, of tot een verkapte beperking van de handel in producten of diensten of de vestiging, wordt geen bepaling in deze overeenkomst uitgelegd als een beletsel voor het vaststellen of toepassen door de partijen van maatregelen:

  • a.

    die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de openbare veiligheid en de openbare zeden of voor de handhaving van de openbare orde;

  • b.

    die noodzakelijk zijn voor de bescherming van het leven of de gezondheid van mens, dier of plant;

  • c.

    die noodzakelijk zijn voor de handhaving van wetten of voorschriften en die niet strijdig zijn met de bepalingen van deze overeenkomst, met inbegrip van maatregelen die betrekking hebben op:

    • i.

      het voorkomen van misleidende of frauduleuze praktijken of op middelen om in verband met contracten de gevolgen van niet-betaling te compenseren;

    • ii.

      de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met de verwerking en verspreiding van persoonsgegevens en op de bescherming van de vertrouwelijke aard van persoonlijke dossiers en rekeningen;

    • iii.

      de veiligheid;

    • iv.

      de toepassing van douanevoorschriften en -procedures; of

    • v.

      de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten;

  • d.

    die verband houden met de invoer of de uitvoer van goud of zilver;

  • e.

    die noodzakelijk zijn voor de bescherming van nationaal artistiek, historisch of archeologisch erfgoed;

  • f.

    die betrekking hebben op de instandhouding van niet-duurzame natuurlijke hulpbronnen, indien die maatregelen gepaard gaan met beperkingen van de nationale productie of het nationale verbruik van goederen, het binnenlandse aanbod of verbruik van diensten, of met beperkingen voor binnenlandse investeerders;

  • g.

    die betrekking hebben op voortbrengselen van gevangenisarbeid; of

  • h.

    die strijdig zijn met de artikelen van deze overeenkomst inzake nationale behandeling, mits het verschil in behandeling is bedoeld om directe belastingen op doeltreffende of billijke wijze te kunnen opleggen of te kunnen innen ten aanzien van economische activiteiten van investeerders of dienstverleners uit de andere partij5)Maatregelen die bedoeld zijn om directe belastingen op doeltreffende of billijke wijze te kunnen opleggen of te kunnen innen omvatten maatregelen die door een van de partijen op grond van zijn belastingstelsel worden genomen en die:i.van toepassing zijn op investeerders en dienstverleners die niet-ingezeten zijn, gezien het feit dat de fiscale verplichtingen van niet-ingezetenen worden vastgesteld op grond van belastbare feiten die op het grondgebied van een van de partijen hun oorsprong vinden of geschieden; ofii.van toepassing zijn op niet-ingezetenen om belastingen op het grondgebied van een van de partijen te kunnen opleggen of te kunnen innen; ofiii.van toepassing zijn op niet-ingezetenen of ingezetenen ter voorkoming van belastingontwijking of -ontduiking, maatregelen tot naleving daaronder begrepen; ofiv.van toepassing zijn op gebruikers van diensten die op of vanaf het grondgebied van de andere partij worden verleend, om ervoor te zorgen dat door die gebruiker verschuldigde belastingen die hun bron op het grondgebied van een van de partijen hebben, opgelegd of geïnd kunnen worden; ofv.een onderscheid maken tussen investeerders en dienstverleners die belastingplichtig zijn ter zake van wereldwijd belastbare feiten en andere investeerder en dienstverleners, gezien het verschil in de aard van de belastinggrondslag tussen hen; ofvi.inkomen, winst, voordeel, verlies, aftrek of krediet van ingezeten personen of filialen, dan wel tussen gelieerde personen of filialen van dezelfde persoon vaststellen, toewijzen of omslaan, om de belastinggrondslag van de partijen te behouden. .

Artikel

90

Uitzonderingen met betrekking tot de nationale veiligheid

Artikel

91

Belastingen

TITEL

VIII

ALGEMENE BEPALINGEN EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

92

EPO-comité

Artikel

93

Regionale organisaties

De commissie van de Economische en Monetaire Gemeenschap van Centraal-Afrika (CEMAC) en het secretariaat-generaal van de Economische Gemeenschap van Centraal-Afrikaanse Staten (ECCAS) worden uitgenodigd aan alle vergaderingen van het EPO-comité deel te nemen.

Artikel

94

Voortzetting van de onderhandelingen en tenuitvoerlegging van de overeenkomst

Artikel

95

Definitie van de partijen en naleving van verplichtingen

Artikel

96

Coördinatoren en uitwisseling van informatie

Artikel

97

Regionale preferentie

Artikel

98

Inwerkingtreding

Artikel

99

Duur

Artikel

100

Territoriaal toepassingsgebied

Deze overeenkomst is van toepassing op, enerzijds, elk grondgebied waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is, onder de in dat verdrag neergelegde voorwaarden, en, anderzijds, het grondgebied van elk van de overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staten.

Artikel

101

Toetreding van Centraal-Afrikaanse staten of regionale organisaties

Artikel

102

Toetreding van nieuwe lidstaten tot de EU

Artikel

104

Dialoog over financiële aangelegenheden

De partijen en de overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staten komen overeen om op het gebied van fiscaal beleid en beheer de dialoog en transparantie te stimuleren en goede praktijken uit te wisselen.

Artikel

105

Samenwerking bij de bestrijding van illegale financiële activiteiten

De partijen zijn vastbesloten illegale activiteiten, fraude, corruptie, het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te voorkomen en te bestrijden, en treffen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen om te voldoen aan de internationale normen, met inbegrip van die in het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie, het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van de grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit en de protocollen daarbij, het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van de financiering van terrorisme, en de aanbevelingen van de Financial Action Task Force. De partijen komen overeen op deze gebieden informatie uit te wisselen en samen te werken.

Artikel

106

Verhouding ten aanzien van andere overeenkomsten

Artikel

107

Authentieke teksten

Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud, in de volgende talen: Bulgaars, Tsjechisch, Deens, Nederlands, Engels, Ests, Fins, Frans, Duits, Grieks, Hongaars, Italiaans, Lets, Litouws, Maltees, Pools, Portugees, Roemeens, Slowaaks, Sloveens, Spaans en Zweeds, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel

108

Bijlagen en protocollen

De bijlagen en protocollen vormen een integrerend deel van deze overeenkomst.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder deze overeenkomst hebben gesteld.

GEDAAN te Yaoundé, vijftien januari tweeduizend negen, respectievelijk te Brussel, tweeëntwintig januari tweeduizend negen.

Aanhangsel

I

A

Producten die bij voorrang in aanmerking komen voor regionale harmonisatie door de overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staten

  • Levende dieren, met name kleine herkauwers, vers vlees en producten op basis van vlees

  • Vis, producten van de zee, aquicultuurproducten, vers of verwerkt

  • Bloembollen, hakvruchten (met name grondnoten, maniokwortel, taro, aardappelen)

B

Producten die bij voorrang in aanmerking komen voor uitvoer uit Centraal-Afrika naar de EG

  • Koffie, cacao

  • Specerijen (vanille, peper)

  • Vruchten (noten daaronder begrepen)

  • Groenten

  • Vis, producten van de zee en aquicultuurproducten, vers of verwerkt

  • Hout.

Aanhangsel

II

Bevoegde autoriteiten

A

Bevoegde autoriteiten van de EG

De controle wordt gezamenlijk uitgevoerd door de nationale diensten van de lidstaten en de Europese Commissie. Hierbij gelden de volgende regels:

  • Met betrekking tot de uitvoer naar de overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staten zijn de lidstaten van de Europese Gemeenschap verantwoordelijk voor de controle op de productieomstandigheden en -voorschriften, en met name voor de voorgeschreven inspecties en de afgifte van (dier)gezondheidscertificaten betreffende de inachtneming van de overeengekomen normen en eisen.

  • Met betrekking tot de invoer uit de overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staten zijn de lidstaten van de Europese Gemeenschap ervoor verantwoordelijk te controleren of de ingevoerde producten aan de desbetreffende voorwaarden van de EG voldoen.

  • De Europese Commissie is verantwoordelijk voor de algemene coördinatie, de inspecties/audits van de controleregelingen en de vereiste wetgevende maatregelen die een uniforme toepassing van de normen en voorschriften in de Europese interne markt moeten garanderen.

B

Bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staten

Deze autoriteit wordt waargenomen door de overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staten voor de invoer in en uitvoer uit hun respectieve gebied.

Bijlage

I

Capaciteitsopbouw en economische modernisering van Centraal-Afrika in het kader van de EPO

Gezamenlijk oriënterend document Centraal-Afrika/Europese Unie Sao Tomé, 15 juni 2007

A

Algemeen oriënterend kader

Een van de wezenlijke beginselen van de EPO is bevordering van de regionale integratie en van de economische en sociale ontwikkeling van de ACS-landen. Derhalve verlangen beide partijen dat deze overeenkomst een waardevolle bijdrage levert aan de duurzame ontwikkeling, de uitroeiing van de armoede en de geleidelijke integratie van de Centraal-Afrikaanse staten in de wereldeconomie.

Er moet een synergie tot stand worden gebracht tussen de wederzijdse verbintenissen in het kader van de EPO en de samenwerkingsinstrumenten, teneinde een „kwantitatieve en kwalitatieve groei van de door Centraal-Afrika geproduceerde en uitgevoerde goederen en diensten”1)Uit het ontwerpmandaat Centraal-Afrika voor de technische groep nr. 5 inzake capaciteitsopbouw en modernisering (mei 2006). te ondersteunen. In partnerschap met de EU zullen de Centraal-Afrikaanse actoren op de volgende gebieden tot de verwezenlijking van deze doelstelling bijdragen:

  • 1.

    Ontwikkeling van de regionale basisinfrastructuur

    • vervoer

    • energie

    • telecommunicatie

  • 2.

    Landbouw en voedselzekerheid voor de gehele regio

    • landbouwproductie

    • agro-industrie

    • visserij

    • veeteelt

    • aquicultuur en visbestanden

  • 3.

    Concurrentievermogen en diversificatie van de economie

    • modernisering van ondernemingen

    • industrie

    • normen en certificering (sanitaire en fytosanitaire maatregelen, kwaliteit, zoötechnische normen enz.)

  • 4.

    Verdieping van de regionale integratie

    • ontwikkeling van de regionale gemeenschappelijke markt

    • belastingen en douane

  • 5.

    Verbetering van het ondernemingsklimaat

    • harmonisatie van het handelsbeleid van de Centraal-Afrikaanse staten

  • 6.

    Oprichting van de EPO-organen

  • 7.

    Financiering van het partnerschap (routekaart en aanbevelingen van de ministeriële vergaderingen)

    De behoeften die in verband hiermee zijn vastgesteld, zullen worden meegedeeld aan de RPTF (regionale voorbereidende taskforce) of aan andere bevoegde organen, zodat deze passende steunprogramma’s, mogelijke bronnen voor de financiering ervan en bepalingen voor de uitvoering van maatregelen ter begeleiding van de EPO kunnen vaststellen. Bij dit onderzoek kan eventueel gebruik worden gemaakt van deskundigen voor de vaststelling van steunprogramma’s, de evaluatie van de haalbaarheid en het voorstellen van passende uitvoeringsbepalingen. Deze analyses zullen hun neerslag vinden in ontwikkelingsprogramma’s, waarbij ook een financiële beoordeling wordt gevoegd.

    Het is de bedoeling dat deze resultaten in september 2007 beschikbaar zijn. De RPTF zal een tijdschema aan de onderhandelingspartijen voorleggen, teneinde hen op de hoogte te houden over de vorderingen bij de maatregelen voor de capaciteitsopbouw en de economische modernisering in Centraal-Afrika.

    De in dit document beschreven werkzaamheden moeten uiteraard in overeenstemming zijn met de ministeriële richtsnoeren van 6 februari 2007 (zie bijlage).

B

Gebieden waarop steun wordt verleend uit het regionale EPO-fonds

Het regionale EPO-fonds is een instrument dat door en voor Centraal-Afrika is opgericht, dat dan ook de uitvoering en het gebruik ervan bepaalt alsmede de in onderstaande tabel opgenomen belangrijkste actiegebieden.

Alle hieronder genoemde acties moeten in overeenstemming zijn met de doelstellingen 3 en 4.

1- Ontwikkeling van de regionale basisinfrastructuur

1.1. Steun bij de verbetering van het integratie bevorderende subregionale communicatienetwerk (wegen, binnenwateren, spoorwegen, ontwikkeling van havens, terminals in het achterland en luchthavens)

1.2. Steun bij de ontwikkeling van de hydro-elektrische infrastructuur in de zone, interconnectie van stroomnetten

1.3. Interconnectie van de telecommunicatienetwerken van de lidstaten, in het bijzonder door verbetering van de ICT-infrastructuur

1.4. Steun bij de evaluatie van de kosten van de basisinfrastructuur

2- Landbouw en voedselzekerheid voor de gehele regio

2.1. Steun bij de verbetering van de productiviteit (zaaiprogramma, onderzoek en verspreiding)

2.2. Ontwikkeling van de agro-industrie

2.3. Verbetering van de handel in landbouwproducten

2.4. Steun bij de totstandbrenging van een regionaal gemeenschappelijk landbouwbeleid

3- Industrie, diversificatie en concurrentievermogen van de economie in samenhang met de regionale ontwikkeling

3.1. Steun bij de ontwikkeling van de verwerkende industrie (hout, katoen, leder, vlees, vis, andere landbouwproducten, koolwaterstoffen, mijnbouw enz.)

3.2. Steun bij de vermindering van knelpunten aan aanbodzijde

3.3. Steun bij de ontwikkeling van het toerisme

3.4. Financiering van onderzoek/ontwikkeling

3.4.1. Evaluatie en gebruik van passende technologieën

3.4.2. Harmonisatie van het onderzoeks- en innovatiebeleid (universiteiten, openbare en particuliere onderzoeksinstituten en -centra, technologische instituten, vakopleidingen)

3.4.3. Steun bij de capaciteitsopbouw inzake ICT-gebruik

3.4.4. Steun aan onderzoeksinstituten

3.4.5. Steun bij de ontwikkeling van de farmacopee en van de farmaceutische industrie

3.4.6. Steun bij technologieoverdracht, met name door middel van industriële partnerschappen

3.5. Steun bij het programma tot vaststelling van het economisch potentieel

3.5.1. In kaart brengen en bevordering van producten en diensten van de regio (levensmiddelensectoren, toerisme, mijnbouw, zakelijke dienstverlening: management, boekhouding, tolken, banken, informatica, verzekeringen enz.)

3.5.2. Oprichting van gespecialiseerde opleidingscentra voor nieuwe vakrichtingen en vakrichtingen met grote meerwaarde (tweede houtverwerking, textiel en kleding)

3.5.3. Steun bij de ontwikkeling van starterscentra

3.6. Programma concurrentievermogen/modernisering voor ondernemingen met hoog potentieel

3.6.1. Steun bij de uitwerking en uitvoering van nationale en regionale strategieën voor de bevordering en consolidatie van het concurrentievermogen

3.6.2. Steun bij de verbetering van het regionale moderniseringsprogramma: programma ter ondersteuning en verbetering van het concurrentievermogen van ondernemingen (PARCE), steun voor immateriële investeringen (bv. marketingstrategieën), programma voor ondernemingsdiagnose en marktanalyse (moderniseringsplannen en de financiering daarvan), technische en technologische bijstand, bijstand bij het verkrijgen van een kwaliteitscertificaat (bv. ISO 9001, ISO 14001, ISO 22000), steun bij de bevordering van de uitvoer van Centraal-Afrika in verband met particuliere normen (EurepGAP enz.)

3.6.3. Steun bij de studie naar de factorkosten van de industrie in Centraal-Afrika

3.6.4. Steun bij de verwerking van landbouwproducten en natuurlijke rijkdommen met hoog exportpotentieel

3.6.5. Versterking van de „kwaliteitsinfrastructuur” (laboratoria) ter ondersteuning van de uitvoer

– Steun bij de invoering van een regionaal accreditatie- en metrologiesysteem

– Regionale harmonisatie van nationale normen

3.6.6. Verbetering van verrichtingen inzake verpakking, traceerbaarheid en voorraden

3.6.7. Oprichting van nationale en regionale technische vakcentra

3.6.8. Ontwikkeling van een netwerk van auditors ter ondersteuning van ondernemingen bij het verkrijgen van certificering en van laboratoria bij hun acrreditatiewerkzaamheden

3.6.9. Leningen voor de aanpassing van het productieapparaat (EIB, ADB, CASDB)

3.7. Steun bij de bescherming van de intellectuele-eigendomsrechten, waaronder1):

– Ontwikkeling van een register van merken en van producten met oorsprongsbenaming en promotie van deze producten

– Steun bij de ontwikkeling van een oorsprongsmarkering

3.8. Steun bij de oprichting van een regionale beurs voor onderaanbesteding en economisch partnerschap

3.9. Steun voor het midden- en kleinbedrijf

Mogelijke acties:

a. Expertiseloketten – hier kunnen kleine en middelgrote ondernemingen terecht voor een reeks van diensten om hen te helpen bij hun capaciteitsopbouw op het gebied van marketing, boekhouding, juridische analyse, de opstelling van een bedrijfsplan en toegang tot financiering.

b. Beroepsopleiding

c. Vergemakkelijking van de toegang tot krediet voor het midden- en kleinbedrijf en verbetering van de kredietvoorwaarden2)

d. Beschikbaarstelling van kredietinformatie op regionaal niveau3)

e. Versoepeling van de hypotheekvoorwaarden4)

f. Opbouw van de capaciteit van financiële intermediairs in Centraal-Afrika5)

g. Analyse van de mogelijke rol van de CASBD

h. Analyse van de aanbevelingen in de studie over financiële diensten in Centraal-Afrika

i. Bevordering van de formalisering van de informele economie samen met de overheden, met name door stimulerende maatregelen

3.10. Bevordering van vrouwelijk ondernemerschap

4- Verdieping van de regionale integratie

4.1. Ontwikkeling van de regionale markt (harmonisatie van belasting- en douane-instrumenten, versterking van het belasting- en douanebeheer, vaststelling van grensbeveiligingsmaatregelen)

4.2. Invoering van gemeenschappelijke voorschriften (mededinging, concurrentievermogen, intellectuele eigendom, bestrijding van illegale handel en piraterij, overheidsopdrachten, diensten, investeringen)

4.3. Opbouw van de capaciteit van belasting- en douanediensten

4.4. Steun voor het regionale programma voor normen en certificering

4.5. Steun voor regionale economische gemeenschappen (rationalisatie en harmonisatie van de programma’s)

4.6. Steun voor het vrije verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen

4.7. Steun voor het regionaal beleid, nu en in de toekomst

a. Regionale preferentie in het kader van de EPO ter bevordering van de regionale integratie

b. Steun bij de invoering van het gemeenschappelijke handelsbeleid

c. Verlaging van niet-tarifaire belemmeringen op regionaal niveau – bv. invoering van regionale gezondheidsnormen (met het oog op de programmering, behandeld onder punt 3)

d. Opname van de Democratische Republiek Congo en Sao Tomé en Principe in het schema voor de integratie van de handel in de regio (90 miljoen consumenten …)

e. Bespoediging van interne hervormingen: vrij verkeer/dubbele belastingheffing; doorvoer; oorsprongsregels; naleving van regionale handelsvoorschriften

· Voorbeeld: steun aan de douane op het gebied van de automatisering en interconnectie

· Voorbeeld: normen- en kwaliteitsprogramma voor de regio, met inbegrip van relevante infrastructuur (controlelaboratoria enz.)

· Voorbeeld: bijstand aan overheidsdiensten bij de tariefharmonisatie CEMAC/Democratische Republiek Congo/Sao Tomé en Principe

· Voorbeeld: opbouw van de capaciteit van belasting- en douanediensten

· Voorbeeld: steun voor regionale economische gemeenschappen

· Voorbeeld: steun bij de vaststelling en invoering van een regeling voor compensatie bij dubbele belastingheffing

4.8. Belastinggrondslag en regionaal financieel instrument

a. Invoering van een regionaal financieel instrument. Cohesiefonds ter ondersteuning van de overheidsfinanciën, als instrument voor de ontwikkeling van achtergebleven gebieden.

b. Steun voor belastinghervormingen (verbetering van de belastinggrondslag, harmonisatie van de interne belastingstelsels enz.) en uitbreiding van de capaciteit van de belastingdiensten.

c. Voortzetting van de werkzaamheden op het gebied van de statistiek, met name in het kader van het PAIRAC.

5- Verbetering van het ondernemingsklimaat en ondersteuning van ondernemingen

5.1. Steun bij de verbetering van de rechtszekerheid bij particuliere investeringen

5.2. Steun bij de verbetering van het communautaire handvest voor investeringen en van sectorspecifieke gedragscodes

5.3. Steun bij de invoering van garantie- en risicokapitaalfondsen

5.4. Institutionele ondersteuning van intermediaire instanties in de regio

Ondersteuning van intermediaire instanties in de regio:

· Voorbeeld: ondersteuning van kamers van koophandel

· Voorbeeld: ondersteuning van beroeps- en werkgeversorganisaties

· Voorbeeld: ondersteuning van exportbevorderingsbureaus

· Voorbeeld: ondersteuning van investeringsbevorderingsbureaus

· Voorbeeld: ondersteuning om vorm te geven aan de dialoog tussen de particuliere sector in de regio en de Europese particuliere sector

· Voorbeeld: ondersteuning van regionale economische gemeenschappen in Centraal-Afrika op gebieden die verband houden met de EPO

5.5. Verbetering van het ondernemingsklimaat

· Steun voor het regionaal beleid, nu en in de toekomst:

– Mededingingsbeleid

– Bedrijfsrecht (OHADA)

– Recht van vestiging van ondernemingen

– Arbeidsnormen

– Overheidsopdrachten

– Intellectuele eigendom (bestrijding van illegale handel en van piraterij, geografische aanduidingen enz.)

· Met consequente ondersteuning van nationale en regionale overheidsdiensten bij de uitvoering van regionale en nationale hervormingen:

– Voorbeeld betreffende de intellectuele eigendom: steun voor het regionale programma voor normen, octrooien en certificering

– Voorbeeld: steun bij de verbetering van het gemeenschappelijke handvest voor investeringen en van sectorspecifieke gedragscodes

· Studie van mechanismen ter verbetering van de rechtszekerheid bij particuliere investeringen, met name door middel van garantieregelingen die investeringen kunnen helpen bevorderen (goede praktijken, huidige praktijken in Centraal-Afrika, aanbevelingen enz.) en tot de overdracht van technologie kunnen bijdragen

· Het lijkt ook nuttig de uitwisseling van goede praktijken inzake belastingvoorschriften voor ondernemingen op regionaal niveau te bevorderen. Om het debat op gang te brengen, zal een eerste vergelijkende analyse van de nationale praktijken op dit gebied worden uitgevoerd

6- Bevordering van de oprichting van EPO-organen

Steun bij de ontwikkeling van de nodige institutionele structuur, zowel wat „handelsvraagstukken” als wat „ontwikkelingsvraagstukken” betreft, om de daadwerkelijke uitvoering van de overeenkomst en dus de juridische geloofwaardigheid van de EPO en het regionale hervormingsproces ten opzichte van de nationale, regionale en internationale particuliere sector te waarborgen

1) Centraal-Afrika zal een deskundige van de OAPI raadplegen om precies vast te stellen aan welke steun het behoefte heeft.

2) Door de instelling van mechanismen die beter zijn afgestemd op de financiering van kleine en middelgrote ondernemingen in de regio, bv. garantiefondsen voor leningen. Voorbeeld: de EIB, CASDB enz. De expertiseloketten kunnen de ondernemingen bijstaan bij de samenstelling van hun leningsdossier.

3) Betere toegang tot informatie voor potentiële kredietverstrekkers om het thans bestaande bankrisico te beperken. Voorbeeld: oprichting van gedeelde databanken over klantrisico’s.

4) Onderzoeken of het wenselijk is de hypotheekvoorwaarden te verruimen om het opnemen van leningen te bevorderen, gelet op de omvang van de informele economie.

5) Opbouw van de capaciteit voor risicoanalyse in instellingen die leningen kunnen verstrekken. Modernisering van kredietinstellingen en scholing van het personeel.

C

Financiering van het partnerschap

Wat de financiering van de EPO betreft, is Centraal-Afrika net als andere regio’s van oordeel dat de maatregelen voor de capaciteitsopbouw en de andere steunmaatregelen die niet alleen wegens de met de aanpassing gemoeide kosten maar ook wegens de andere compenserende maatregelen noodzakelijk zijn, moeten worden gefinancierd uit specifieke middelen die los staan van de middelen die gewoonlijk in het kader van de NIP’s en RIP’s voor de klassieke samenwerking tussen de ACSstaten en de EU worden toegekend. Het regionale EPO-fonds is bedoeld als instrument om de steun door de EU (EG en lidstaten) en andere donoren te coördineren en derhalve zal de financiering van de regionale infrastructuur en de voor interconnectie vereiste voorzieningen via dit fonds geschieden.

Het door de EG voorgestelde financiële kader omvat de volgende elementen:

  • i.

    verhoging van de middelen voor het RIP 09/10 EOF, NIP/RIP-interface, 10e EOF eind 2013, maar Cotonou tot eind 2020 (na de integratie van de Democratische Republiek Congo in de Centraal-Afrikaanse regio);

  • ii.

    koppeling met het partnerschap voor infrastructuur (voor alle ACS-landen);

  • iii.

    conclusies van de RAZEB van oktober 2006 over hulp voor handel;

  • iv.

    wettelijke verbintenissen in de EPO;

  • v.

    vrijwillige bijdragen van de landen in de regio;

  • vi.

    steun van andere partners bij de ontwikkeling.

Steunmaatregelen voor de basisinfrastructuur en op andere gebieden die niet rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de EPO, worden uitgewerkt en bekostigd door de daartoe aangewezen instrumenten, met name in het kader van de Overeenkomst van Cotonou.

De Europese Commissie wijst erop dat bij de toekenning van middelen uit het regionale EPO-fonds de volgende gebieden als prioritair gelden:

  • i.

    steun ter bevordering van het concurrentievermogen en de diversificatie van de onder de EPO vallende productiesectoren, in zowel de primaire, secundaire als tertiaire sector (bv. versterking van de „kwaliteitsinfrastructuur” ter ondersteuning van de uitvoer; expertiseloketten voor ondernemingen; ontwikkeling van starterscentra; acties ter verbetering van de toegang tot krediet voor ondernemingen in de regio, met name voor het midden- en kleinbedrijf; in kaart brengen en bevordering van producten en diensten van de regio (levensmiddelensectoren, toerisme, mijnbouw, zakelijke dienstverlening);

  • ii.

    bijdrage aan het absorberen van het netto-effect van de EPO op belastinggebied, in volledige complementariteit met de belastinghervormingen;

  • iii.

    steun bij de uitvoering van de in de EPO opgenomen bepalingen (bv. steun voor de EPO-organen; ondersteuning van het regionaal beleid op door de EPO bestreken gebieden en andere acties die tot verbetering van het ondernemingsklimaat kunnen bijdragen; ondersteuning van belasting- en douanediensten en andere acties die tot de totstandbrenging van een regionale markt in Centraal-Afrika kunnen bijdragen).

D

Tijdschema

Opstelling van een tijdschema voor de uitvoering van de acties voor de capaciteitsopbouw en economische modernisering in Centraal-Afrika.

Bijlage

Gezamenlijk slotcommuniqué van de ministeriële vergadering van 6 februari 2007.

Bijlage

II

Douanerechten op producten van oorsprong uit Centraal-Afrika

  • 1.

    Onverminderd de punten 2, 4, 5, 6 en 7 worden de douanerechten van de EG (de „EG-douanerechten”) op alle producten van de hoofdstukken 1 tot en met 97 van het geharmoniseerd systeem, behalve op die van hoofdstuk 93 daarvan, van oorsprong uit Centraal-Afrika, bij de inwerkingtreding van de overeenkomst volledig afgeschaft. Op producten van hoofdstuk 93 zal de EG de meestbegunstigingsrechten blijven heffen.

  • 2.

    De EG-douanerechten op de producten van post 1006 van oorsprong uit Centraal-Afrika worden afgeschaft met ingang van 1 januari 2010, met uitzondering van de EG-douanerechten op de producten van subpost 1006 10 10, die worden afgeschaft bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst.

  • 3.

    De partijen komen overeen dat de bepalingen van protocol 3 van de Overeenkomst van Cotonou (het „suikerprotocol”) tot en met 30 september 2009 van toepassing blijven. De EG en de betrokken overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staat komen overeen dat het suikerprotocol na die datum tussen hen niet meer van kracht zal zijn. Voor de toepassing van artikel 4, lid 1, van het suikerprotocol loopt de leveringsperiode 2008/2009 van 1 juli 2008 tot en met 30 september 2009. De gegarandeerde prijs voor de periode van 1 juli 2008 tot en met 30 september 2009 wordt vastgesteld na de in artikel 5, lid 4, bedoelde onderhandelingen.

  • 4.

    De EG-douanerechten op producten van post 1701 van oorsprong uit Centraal-Afrika worden per 1 oktober 2009 afgeschaft. Tot de EG-douanerechten volledig zijn afgeschaft, en naast de toekenning van contingenten met nulrecht als bepaald in het suikerprotocol, wordt voor producten van subpost 1701 van oorsprong uit Centraal-Afrika een contingent met nulrecht van 0 ton, uitgedrukt in wittesuikerequivalent, geopend voor het verkoopseizoen1)Voor de toepassing van de punten 4, 5, 6 en 7 wordt onder „verkoopseizoen” de periode van 1 oktober tot en met 30 september verstaan. 2008/2009.

  • 5.
    • a.

      De EG kan tijdens de periode van 1 oktober 2009 tot en met 30 september 2015 het meestbegunstigingsrecht instellen op producten van post 1701 (suiker) van oorsprong uit Centraal-Afrika waarvan de invoer onderstaande drempels, uitgedrukt in wittesuikerequivalent, overstijgt en wordt geacht de EG-suikermarkt te verstoren:

      • i.

        3,5 miljoen ton per verkoopseizoen van deze producten van oorsprong uit de staten die lid zijn van de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (de ACS-staten), die de Overeenkomst van Cotonou hebben ondertekend, en

      • ii.

        voor het verkoopseizoen 2009/2010 1,38 miljoen ton van deze producten van oorsprong uit ACS-staten die door de Verenigde Naties niet als minst ontwikkeld land worden erkend. Deze drempel van 1,38 miljoen ton zal stijgen tot 1,45 miljoen ton voor het verkoopseizoen 2010/2011 en tot 1,6 miljoen ton voor de vier daaropvolgende verkoopseizoenen.

    • b.

      Punt 5, onder a), geldt niet voor de invoer van producten van post 1701 van oorsprong uit een overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staat die door de Verenigde Naties als minst ontwikkeld land wordt erkend. Op deze invoer blijven evenwel de bepalingen van artikel 3 van titel III, hoofdstuk 2 (vrijwaringsclausule) van toepassing2)In afwijking van het artikel betreffende de bilaterale vrijwaring in de overeenkomst kunnen op een overeenkomstsluitende Centraal-Afrikaanse staat die door de Verenigde Naties als minst ontwikkeld land is erkend, hiertoe vrijwaringsmaatregelen van toepassing zijn. .

    • c.

      Het toegepaste meestbegunstigingsrecht vervalt aan het eind van het verkoopseizoen waarin het werd ingesteld.

    • d.

      Maatregelen die krachtens dit punt worden ingesteld, worden onverwijld gemeld aan het EPO-comité; over deze maatregelen wordt met dat orgaan geregeld overleg gepleegd.

  • 6.

    Voor de toepassing van artikel 3 van titel III, hoofdstuk 2 (vrijwaringsclausule) kunnen, vanaf 1 oktober 2015, verstoringen van de markt voor producten van post 1701 worden geacht te ontstaan wanneer de gemiddelde prijs van witte suiker op de markt van de Europese Gemeenschap gedurende twee opeenvolgende maanden zakt onder 80 procent van de gemiddelde prijs van witte suiker op de markt van de Europese Gemeenschap tijdens het voorafgaande verkoopseizoen.

  • 7.

    Van 1 januari 2008 tot en met 30 september 2015 worden producten van de posten 1704 90 99, 1806 10 30, 1806 10 90, 2106 90 59 en 2106 90 98 aan een speciaal toezichtmechanisme onderworpen om te waarborgen dat de regelingen in de punten 4 en 5 niet worden ontweken. In het geval van een cumulatieve stijging van de omvang van de invoer van een of meer van deze producten van oorsprong uit Centraal-Afrika met meer dan 20 procent tijdens een periode van 12 opeenvolgende maanden in vergelijking met het gemiddelde van de jaarlijkse invoer tijdens de drie voorafgaande perioden van 12 maanden, analyseert de EG het handelspatroon, de economische rechtvaardiging voor deze invoer en het desbetreffende suikergehalte; indien zij oordeelt dat deze invoer wordt gebruikt om de regelingen in de punten 4 en 5 te ontwijken, kan zij de preferentiële regeling opschorten en het specifieke meestbegunstigingsrecht instellen dat overeenkomstig het gemeenschappelijk douanetarief van de Europese Gemeenschap geldt voor producten van de posten 1704 90 99, 1806 10 30, 1806 10 90, 2106 90 59 en 2106 90 98 van oorsprong uit Centraal-Afrika. Punt 5, onder b), c) en d), is van overeenkomstige toepassing op maatregelen krachtens dit punt.

  • 8.

    Van 1 oktober 2009 tot en met 30 september 2012 wordt voor producten van post 1701 geen invoervergunning afgegeven, tenzij de importeur zich ertoe verplicht die producten te kopen tegen een prijs die niet lager is dan 90 procent van de door de EG voor het desbetreffende verkoopseizoen vastgestelde referentieprijs.

  • 9.

    Punt 1 is niet van toepassing op producten van post 0803 00 19, van oorsprong uit Centraal-Afrika, die in de ultraperifere gebieden van de EG in het vrije verkeer worden gebracht. De punten 1, 3 en 4 zijn niet van toepassing op producten van post 1701, van oorsprong uit Centraal-Afrika, die in de Franse overzeese departementen in het vrije verkeer worden gebracht. Deze bepalingen gelden voor tien jaar. Tenzij de partijen anders beslissen, wordt die periode met nog eens tien jaar verlengd.

Protocol betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „douanewetgeving”: de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die van toepassing zijn op de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing daarvan onder andere douaneregelingen, met inbegrip van verbods-, beperkings- en controlemaatregelen;

  • b.

    „verzoekende autoriteit”: een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een overeenkomstsluitende partij is aangewezen en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand indient;

  • c.

    „aangezochte autoriteit” : een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een overeenkomstsluitende partij is aangewezen en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand ontvangt;

  • d.

    „persoonsgegevens”: alle informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;

  • e.

    „met de douanewetgeving strijdige handeling”: elke overtreding of poging tot overtreding van de douanewetgeving.

Artikel

2

Werkingssfeer

Artikel

3

Bijstand op verzoek

Artikel

4

Ongevraagde bijstand

De overeenkomstsluitende partijen verlenen elkaar, in overeenstemming met hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, op eigen initiatief bijstand indien zij dit noodzakelijk achten voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder door de doorgifte van informatie die zij hebben verkregen over:

  • a.

    activiteiten die met de douanewetgeving strijdige handelingen zijn of lijken te zijn en die van belang kunnen zijn voor een andere overeenkomstsluitende partij;

  • b.

    nieuwe middelen of methoden die worden gebruikt om met de douanewetgeving strijdige handelingen te verrichten;

  • c.

    producten waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van met de douanewetgeving strijdige handelingen;

  • d.

    natuurlijke personen of rechtspersonen van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij betrokken zijn of waren bij met de douanewetgeving strijdige handelingen;

  • e.

    vervoermiddelen waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij zijn, worden of kunnen worden gebruikt bij met de douanewetgeving strijdige handelingen.

Artikel

5

Verstrekking van documenten en kennisgeving van besluiten

Artikel

6

Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand

Artikel

7

Uitvoering van verzoeken

Artikel

8

Vorm waarin de informatie moet worden verstrekt

Artikel

9

Gevallen waarin geen bijstand behoeft te worden verleend

Artikel

10

Doorgifte van informatie en geheimhoudingsplicht

Artikel

11

Deskundigen en getuigen

Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd om, binnen de grenzen van de hem verleende machtiging, als deskundige of getuige op te treden in gerechtelijke of administratieve procedures betreffende onder dit protocol vallende aangelegenheden en daarbij de voor de procedure noodzakelijke voorwerpen, documenten of gewaarmerkte afschriften voor te leggen. In de dagvaarding dient uitdrukkelijk te worden vermeld voor welke rechterlijke instantie of administratieve autoriteit de ambtenaar moet verschijnen en over welke aangelegenheid en in welke functie of hoedanigheid hij zal worden ondervraagd.

Artikel

12

Kosten van de bijstand

De overeenkomstsluitende partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die op grond van dit protocol worden gedaan, met uitzondering van eventuele uitgaven voor deskundigen en getuigen en voor tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel

13

Tenuitvoerlegging

Artikel

14

Andere overeenkomsten