Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds

Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds

Het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

de Republiek Hongarije,

Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna de „lidstaten van de Europese Unie” genoemd,

en

de Europese Unie,

enerzijds, en

de Republiek Korea, hierna „Korea” genoemd,

anderzijds,

Erkennende dat zij een langdurig en sterk partnerschap hebben, dat is gebaseerd op de gemeenschappelijke beginselen en waarden die zijn weergegeven in de Kaderovereenkomst,

Geleid door de wens, consistent met het kader van hun algemene betrekkingen, hun nauwe economische banden verder aan te halen, en ervan overtuigd dat deze overeenkomst een nieuw klimaat voor de ontwikkeling van de wederzijdse handel en investeringen door de partijen tot stand zal brengen,

Ervan overtuigd dat deze overeenkomst een uitgebreidere en betrouwbare markt voor goederen en diensten alsmede een stabiel en voorspelbaar investeringsklimaat tot stand zal brengen, en aldus het concurrentievermogen van hun ondernemingen op mondiale markten zal versterken,

Opnieuw bevestigende dat zij het Handvest van de Verenigde Naties, ondertekend te San Francisco op 26 juni 1945, en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties vastgesteld op 10 december 1948, ten volle onderschrijven,

Opnieuw bevestigende dat zij zich inzetten voor een duurzame ontwikkeling, en ervan overtuigd dat de internationale handel bijdraagt aan een duurzame ontwikkeling in economisch, sociaal en ecologisch opzicht, met inbegrip van de economische ontwikkeling, het terugdringen van armoede, volledige en productieve werkgelegenheid en fatsoenlijk werk voor iedereen, alsmede de bescherming en het behoud van het milieu en de natuurlijke hulpbronnen,

Erkennende dat de partijen, zoals in deze overeenkomst is vastgelegd, het recht hebben om op basis van het door hen passend geachte beschermingsniveau maatregelen te treffen die nodig zijn ter verwezenlijking van legitieme doelstellingen van overheidsbeleid, mits dergelijke maatregelen geen middel tot ongerechtvaardigde discriminatie of een verkapte beperking van de internationale handel vormen,

Vastbesloten transparantie te bevorderen ten aanzien van alle relevante belanghebbenden, met inbegrip van de particuliere sector en organisaties van het maatschappelijk middenveld,

Geleid door de wens de levensstandaard te verhogen, economische groei en stabiliteit te bevorderen, nieuwe mogelijkheden voor werkgelegenheid te scheppen en het algemene welzijn te verbeteren door liberalisering en uitbreiding van de wederzijdse handel en investeringen,

Met het oog op de vaststelling van duidelijke en over en weer tot voordeel strekkende regels voor hun handel en investeringen en ter vermindering of afschaffing van de belemmeringen voor de wederzijdse handel en investeringen,

Vastbesloten bij te dragen aan de harmonische ontwikkeling en de uitbreiding van de wereldhandel door met deze overeenkomst handelsbelemmeringen weg te nemen en tussen hun grondgebieden nieuwe handels- of investeringsbelemmeringen die de voordelen van deze overeenkomst zouden kunnen beperken, te vermijden,

Geleid door de wens de arbeids- en milieuwetgeving alsmede het werkgelegenheids- en milieubeleid verder te ontwikkelen en te handhaven, fundamentele rechten van werknemers en een duurzame ontwikkeling te bevorderen en deze overeenkomst ten uitvoer te leggen op een wijze die strookt met deze doelstellingen, en

Voortbouwend op hun respectieve rechten en verplichtingen ingevolge de Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie van 15 april 1994, hierna „WTO-Overeenkomst” genoemd, en andere multilaterale, regionale en bilaterale overeenkomsten en uitvoeringsregelingen waarbij zij partij zijn,

Zijn het volgende overeengekomen1)[Red: De Bijlagen, Aanhangsels en Aantekeningen bij de Overeenkomst liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.]:

HOOFDSTUK

EEN

DOELSTELLINGEN EN ALGEMENE DEFINITIES

Artikel

1.1

Doelstellingen

Artikel

1.2

Algemene definities

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

de partijen: de Europese Unie of haar lidstaten of de Europese Unie en haar lidstaten, binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden zoals deze voortvloeien uit het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna „EU” genoemd), enerzijds, en Korea anderzijds;

de kaderovereenkomst: de Kaderovereenkomst inzake handel en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds, ondertekend te Luxemburg op 28 oktober 1996 dan wel enige overeenkomst waarbij die kaderovereenkomst wordt geactualiseerd, gewijzigd of vervangen; en onder

de douaneovereenkomst: de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Korea betreffende samenwerking en wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken, ondertekend te Brussel op 10 april 1997.

HOOFDSTUK

TWEE

NATIONALE BEHANDELING EN MARKTTOEGANG VOOR GOEDEREN

AFDELING

A

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

2.1

Doel

Gedurende een overgangsperiode die aanvangt bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, wordt de handel in goederen door de partijen geleidelijk en wederzijds geliberaliseerd, overeenkomstig het bepaalde in deze overeenkomst en in overeenstemming met artikel XXIV van de GATT 1994.

Artikel

2.2

Toepassingsgebied

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de handel in goederen1)In deze overeenkomst wordt onder goederen verstaan producten als bedoeld in de GATT 1994, tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald.tussen de partijen.

Artikel

2.3

Douanerechten

Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden onder douanerechten verstaan alle rechten en heffingen ter zake van of in verband met de invoer van goederen, met inbegrip van alle aanvullende belastingen of heffingen ter zake van dergelijke invoer2)De partijen zijn het erover eens dat deze definitie de behandeling door de partijen, in overeenstemming met de WTO-Overeenkomst, van handel op basis van de meestbegunstigingsclausule, onverlet laat.. Onder douanerechten worden niet verstaan:

  • a.

    heffingen gelijkwaardig aan interne belastingen die overeenkomstig artikel 2.8 worden geheven ter zake van soortgelijke interne goederen of ter zake van goederen waaruit de ingevoerde goederen geheel of gedeeltelijk zijn vervaardigd of geproduceerd;

  • b.

    rechten die overeenkomstig hoofdstuk drie (Handelsmaatregelen) worden opgelegd ingevolge de wet- en regelgeving van een partij;

  • c.

    vergoedingen die worden verlangd of andere heffingen die worden opgelegd in overeenstemming met artikel 2.10, ingevolge de wet- en regelgeving van een partij; of

  • d.

    rechten opgelegd ingevolge de wet- en regelgeving van een partij in overeenstemming met artikel 5 van de Overeenkomst inzake de landbouw, die is opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst.

AFDELING

B

AFSCHAFFING VAN DOUANERECHTEN

Artikel

2.5

Afschaffing van douanerechten

Artikel

2.6

Status-quo

Tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald, met inbegrip van hetgeen uitdrukkelijk in de in bijlage 2-A opgenomen lijst van elk van beide partijen is vermeld, mag geen van hen bestaande douanerechten verhogen of nieuwe douanerechten vaststellen op een goed van oorsprong uit de andere partij. Dit sluit niet uit dat elk van beide partijen een douanerecht na een eenzijdige verlaging mag verhogen tot het in haar lijst in bijlage 2-A vastgelegde niveau.

Artikel

2.7

Beheer en toepassing van tariefcontingenten

AFDELING

C

NIET-TARIFAIRE MAATREGELEN

Artikel

2.8

Nationale behandeling

Elk van beide partijen behandelt goederen van de andere partij als nationale goederen, in overeenstemming met artikel III van de GATT 1994, met inbegrip van de aantekeningen erop. Hiertoe worden artikel III van de GATT 1994 en de aantekeningen erop mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen.

Artikel

2.9

Invoer- en uitvoerbeperkingen

In overeenstemming met artikel XI van de GATT 1994 en de aantekeningen erop mag geen van beide partijen verboden of beperkingen invoeren of handhaven, tenzij het gaat om rechten, belastingen of andere heffingen, ter zake van de invoer van een goed uit de andere partij of van de uitvoer of verkoop ten uitvoer van een goed dat voor het grondgebied van de andere partij is bestemd. Hiertoe worden artikel XI van de GATT 1994 en de aantekeningen erop mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen.

Artikel

2.10

Vergoedingen en andere heffingen ter zake van de invoer

Elk van beide partijen draagt er zorg voor dat alle vergoedingen en heffingen van welke aard ook (andere dan douanerechten en de items die niet onder de definitie van een douanerecht in de zin van artikel 2.3, onder a), b) en d), vallen) ter zake van of in verband met invoer worden beperkt tot, bij benadering, de kosten van de verleende diensten, niet op een ad-valorembasis worden berekend en geen indirecte bescherming van interne producten of een belasting op de invoer voor fiscale doeleinden vormen.

Artikel

2.11

Rechten, belastingen en andere vergoedingen en heffingen ter zake van de uitvoer

Geen van beide partijen mag rechten, belastingen of andere vergoedingen en heffingen handhaven of instellen ter zake van of in verband met de uitvoer van goederen naar de andere partij; hetzelfde geldt voor interne belastingen, vergoedingen en heffingen ter zake van de uitvoer van goederen naar de andere partij die hoger zijn dan de rechten of belastingen die op soortgelijke, voor verkoop in het binnenland bestemde producten worden geheven.

Artikel

2.13

Staatshandelsondernemingen

Artikel

2.14

Afschaffing van sectorspecifieke niet-tarifaire maatregelen

AFDELING

D

SPECIFIEKE UITZONDERINGEN MET BETREKKING TOT GOEDEREN

Artikel

2.15

Algemene uitzonderingen

AFDELING

E

INSTITUTIONELE BEPALINGEN

Artikel

2.16

Comité voor de handel in goederen

Artikel

2.17

Bijzondere bepalingen inzake administratieve samenwerking

HOOFDSTUK

DRIE

HANDELSMAATREGELEN

AFDELING

A

BILATERALE VRIJWARINGSMAATREGELEN

Artikel

3.1

Toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen

Artikel

3.2

Voorwaarden en beperkingen

Artikel

3.3

Voorlopige maatregelen

In kritieke omstandigheden waarin uitstel moeilijk te herstellen schade zou veroorzaken, mag een partij een voorlopige bilaterale vrijwaringsmaatregel toepassen nadat voorlopig is vastgesteld dat er duidelijke bewijzen zijn voor een toename van de invoer van een goed van oorsprong uit de andere partij als gevolg van de verlaging of afschaffing van een douanerecht ingevolge deze overeenkomst, en dat dergelijke invoer ernstige schade veroorzaakt of dreigt te veroorzaken voor de interne industrie. De duur van een voorlopige maatregel mag niet meer bedragen dan 200 dagen, gedurende welke periode de partij aan de voorschriften van artikel 3.2, leden 2 en 3, moet voldoen. De partij betaalt tariefverhogingen onverwijld terug indien het in artikel 3.2, lid 2, omschreven onderzoek niet uitwijst dat de voorwaarden van artikel 3.1 zijn vervuld. De duur van een voorlopige maatregel wordt gerekend als een deel van de in artikel 3.2, lid 5, onder b), vastgelegde periode.

Artikel

3.4

Compensatie

Artikel

3.5

Definities

Voor de toepassing van deze afdeling:

hebben ernstige schade en dreiging van ernstige schade dezelfde betekenis als in artikel 4, lid 1, onder a) en b), van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen. Hiertoe worden de punten a) en b) van artikel 4, lid 1, mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen; en

wordt onder overgangsperiode verstaan een periode met betrekking tot een goed vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst tot 10 jaar na de datum waarop de tariefverlaging of -afschaffing voor het betrokken goed is voltooid.

AFDELING

B

LANDBOUWVRIJWARINGSMAATREGELEN

Artikel

3.6

Landbouwvrijwaringsmaatregelen

AFDELING

C

ALGEMENE VRIJWARINGSMAATREGELEN

Artikel

3.7

Algemene vrijwaringsmaatregelen

AFDELING

D

ANTIDUMPINGRECHTEN EN COMPENSERENDE RECHTEN

Artikel

3.8

Algemene bepalingen

Artikel

3.9

Kennisgeving

Artikel

3.10

Algemene belangen

De partijen trachten rekening te houden met de algemene belangen alvorens antidumping- of compenserende maatregelen in te stellen.

Artikel

3.11

Onderzoek na beëindiging van een maatregel naar aanleiding van een nieuw onderzoek

De partijen komen overeen om elk verzoek tot opening van een antidumpingonderzoek met betrekking tot een goed van oorsprong uit de andere partij ten aanzien waarvan antidumpingmaatregelen in de voorafgaande 12 maanden naar aanleiding van een nieuw onderzoek zijn beëindigd, met bijzondere aandacht te onderzoeken. Tenzij hierbij blijkt dat de omstandigheden zijn gewijzigd, vindt het antidumpingonderzoek niet plaats.

Artikel

3.12

Cumulatieve beoordeling

Indien invoer uit meer dan één land gelijktijdig voorwerp is van een antidumping- of antisubsidieonderzoek, gaat een partij bijzonder zorgvuldig na of het in het licht van de concurrentievoorwaarden tussen de ingevoerde goederen en die tussen de ingevoerde en de soortgelijke interne goederen passend is, de gevolgen van de invoer van de andere partij cumulatief te beoordelen.

Artikel

3.13

De-minimisnorm voor nieuw onderzoek

Artikel

3.14

Regel van het laagste recht

Indien een partij besluit om een antidumping- of compenserend recht in te stellen, overschrijdt het bedrag van dit recht niet de dumping- of subsidiemarge, en is het lager dan die marge wanneer door een lager recht de schade voor de interne industrie kan worden opgeheven.

Artikel

3.15

Beslechting van geschillen

Geen van beide partijen kan voor geschillen die in het kader van deze afdeling ontstaan, een beroep doen op hoofdstuk veertien (Beslechting van geschillen).

AFDELING

E

INSTITUTIONELE BEPALINGEN

Artikel

3.16

Werkgroep samenwerking bij handelsmaatregelen

HOOFDSTUK

VIER

TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN

Artikel

4.2

Toepassingsgebied en definities

Artikel

4.3

Samenwerking

Artikel

4.4

Technische voorschriften

Artikel

4.5

Normen

Artikel

4.6

Conformiteitsbeoordeling en accreditatie

Artikel

4.7

Markttoezicht

De partijen wisselen van gedachten over markttoezicht en handhavend optreden.

Artikel

4.8

Vergoedingen voor conformiteitsbeoordeling

De partijen herbevestigen dat zij ingevolge artikel 5.2.5 van de TBT-Overeenkomst erop moeten toezien dat vergoedingen voor de verplichte conformiteitsbeoordeling van ingevoerde producten billijk zijn in vergelijking met de vergoedingen die voor de conformiteitsbeoordeling van soortgelijke producten van nationale oorsprong of van producten van oorsprong uit andere landen worden gevraagd, met inachtneming van de kosten van communicatie, vervoer en andere kosten die het gevolg zijn van het feit dat de bedrijfsruimten van de aanvrager en die van de conformiteitsbeoordelingsinstantie op verschillende plaatsen zijn gevestigd, en zij verbinden zich ertoe, dit beginsel op de door dit hoofdstuk bestreken gebieden toe te passen.

Artikel

4.9

Merktekens en etikettering

Artikel

4.10

Coördinatiemechanisme

HOOFDSTUK

VIJF

SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN

Artikel

5.1

Doel

Artikel

5.2

Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op alle sanitaire en fytosanitaire maatregelen van een partij die de handel tussen de partijen al dan niet rechtstreeks kunnen beïnvloeden.

Artikel

5.4

Rechten en verplichtingen

De partijen bevestigen hun bestaande rechten en verplichtingen ingevolge de SPS-overeenkomst.

Artikel

5.5

Transparantie en uitwisseling van informatie

De partijen:

  • a.

    streven doorzichtigheid na op het gebied van sanitaire en fytosanitaire maatregelen die op de handel van toepassing zijn;

  • b.

    verbeteren het wederzijdse begrip van de sanitaire en fytosanitaire maatregelen van elk van beide partijen en de toepassing ervan;

  • c.

    wisselen informatie uit over aangelegenheden die verband houden met de ontwikkeling en de toepassing van sanitaire en fytosanitaire maatregelen die de handel tussen de partijen beïnvloeden of kunnen beïnvloeden, opdat de negatieve gevolgen ervan voor de handel zoveel mogelijk worden beperkt; en

  • d.

    delen op verzoek van een partij de op de invoer van specifieke producten toepasselijke voorschriften mede.

Artikel

5.6

Internationale normen

De partijen:

  • a.

    werken op verzoek van een partij samen voor de ontwikkeling van een gemeenschappelijke benadering van de toepassing van internationale normen op gebieden die de handel tussen hen beïnvloeden of kunnen beïnvloeden, teneinde de negatieve gevolgen op de handel tussen hen zoveel mogelijk te beperken; en

  • b.

    werken samen aan de ontwikkeling van internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen.

Artikel

5.7

Invoervereisten

Artikel

5.8

Maatregelen in verband met de gezondheid van planten en dieren

Artikel

5.9

Samenwerking op het gebied van dierenwelzijn

De partijen:

  • a.

    wisselen informatie, deskundigheid en ervaringen op het gebied van dierenwelzijn uit en stellen voor dergelijke activiteiten een werkprogramma vast; en

  • b.

    werken voor de ontwikkeling van normen voor dierenwelzijn in internationale fora samen, met name op het gebied van het verdoven en slachten van dieren.

Artikel

5.10

Comité voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen

Artikel

5.11

Beslechting van geschillen

Geen van beide partijen kan voor geschillen die in het kader van dit hoofdstuk ontstaan, een beroep doen op hoofdstuk veertien (Beslechting van geschillen)

HOOFDSTUK

ZES

DOUANE EN HANDELSBEVORDERING

Artikel

6.1

Doelstellingen en beginselen

De partijen komen, ter vergemakkelijking van de handel en ter bevordering van douanesamenwerking op een bilaterale en multilaterale basis, overeen om samen te werken en hun invoer-, uitvoer- en doorvoervoorschriften en -procedures voor goederen op basis van de volgende doelstellingen en beginselen vast te stellen en toe te passen:

  • a.

    om te waarborgen dat invoer-, uitvoer- en doorvoervoorschriften en -procedures voor goederen efficiënt en evenredig zijn,

    • i.

      worden door elk van beide partijen versnelde douaneprocedures vastgesteld of gehandhaafd, waarbij zij passende douanecontrole- en -selectieprocedures blijven toepassen;

    • ii.

      zijn invoer-, uitvoer- en doorvoervereisten en -procedures in administratief opzicht niet omslachtiger en niet beperkender voor de handel dan nodig is om legitieme doelstellingen te bereiken;

    • iii.

      zorgt elk van beide partijen ervoor dat goederen met een minimum aan documentatie kunnen worden ingeklaard, en dat elektronische systemen voor gebruikers toegankelijk zijn;

    • iv.

      maakt elk van beide partijen gebruik van informatietechnologie die procedures voor het in het vrije verkeer brengen van goederen bespoedigt;

    • v.

      waarborgt elk van beide partijen dat haar douaneautoriteiten en -instanties die met grenscontrole, met inbegrip van invoer-, uitvoer- en doorvoeraangelegenheden, zijn belast, samenwerken en hun werkzaamheden coördineren; en

    • vi.

      voorziet elk van beide partijen erin dat inschakeling van douane-expediteurs facultatief is;

  • b.

    invoer-, uitvoer- en doorvoervoorschriften en -procedures worden gebaseerd op door de partijen aanvaarde internationale instrumenten en normen op het gebied van de handel en van douane:

    • i.

      indien er op handels- en douanegebied internationale instrumenten en normen bestaan, vormen deze de basis voor invoer-, uitvoer- en doorvoervoorschriften en -procedures, tenzij die instrumenten en normen niet passend of doeltreffend voor het bereiken van de legitieme doelstellingen zijn; en

    • ii.

      voorschriften die betrekking hebben op data alsmede dataverwerkingsprocessen worden in toenemende mate in overeenstemming met het Customs Data Model en de bijbehorende aanbevelingen en richtsnoeren van de Werelddouaneorganisatie, hierna „WDO” genoemd, gebruikt en toegepast;

  • c.

    voorschriften en procedures zijn voor importeurs, exporteurs en andere belanghebbenden transparant en voorspelbaar;

  • d.

    elk van beide partijen treedt met vertegenwoordigers van de handelssector en andere belanghebbenden tijdig in overleg, onder meer over belangrijke nieuwe of gewijzigde voorschriften en procedures voordat deze worden vastgesteld;

  • e.

    beginselen of procedures inzake risicobeheersing worden toegepast om handhavingsinspanningen te concentreren op transacties die speciale aandacht behoeven;

  • f.

    elk van beide partijen verleent haar medewerking en wisselt informatie uit om eraan bij te dragen dat de handelsbevorderende maatregelen waarover in het kader van deze overeenkomst overeenstemming is bereikt, worden toegepast en nageleefd; en

  • g.

    handelsbevorderende maatregelen ondermijnen niet het bereiken van legitieme beleidsdoelstellingen, zoals de bescherming van de nationale veiligheid, gezondheid en het milieu.

Artikel

6.2

In het vrije verkeer brengen van goederen

Artikel

6.3

Vereenvoudigde douaneprocedure

De partijen streven ernaar voor handelaren of marktdeelnemers die aan specifieke, door een partij vastgestelde criteria voldoen, vereenvoudigde invoer- en uitvoerprocedures toe te passen waardoor in het bijzonder goederen sneller kunnen worden vrijgegeven en ingeklaard, met onder meer elektronische indiening en verwerking van informatie vóór de fysieke aankomst van zendingen, minder fysieke inspecties en bevordering van de handel door bijvoorbeeld vereenvoudigde aangiften met een minimum aan documentatie.

Artikel

6.4

Risicobeheersing

Elk van beide partijen maakt, voor zover mogelijk langs elektronische weg, gebruik van risicobeheersingsystemen voor de risicoanalyse en -oriëntatie zodat haar douaneautoriteiten hun inspectiewerkzaamheden kunnen concentreren op goederen met een hoog risico, en de inklaring en het in het verkeer brengen van goederen met een laag risico worden vereenvoudigd. Elk van beide partijen zal voor haar risicobeheersingprocedures de herziene Overeenkomst inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures van 1999, hierna „Overeenkomst van Kyoto” genoemd, alsmede de WDO-Richtsnoeren voor risicobeheersing, als uitgangspunt nemen.

Artikel

6.5

Transparantie

Artikel

6.6

Besluiten vooraf

Artikel

6.7

Beroepsprocedures

Artikel

6.8

Vertrouwelijkheid

Artikel

6.9

Vergoedingen en heffingen

Met betrekking tot alle in verband met in- of uitvoer opgelegde vergoedingen en heffingen, van welke aard ook, andere dan douanerechten en zaken die van de definitie van een douanerecht in artikel 2.3 (Douanerechten) zijn uitgesloten, geldt het volgende:

  • a.

    vergoedingen en heffingen worden enkel opgelegd ter zake van in verband met de betrokken in- of uitvoer verleende diensten of een met die in- of uitvoer verband houdende formaliteit waaraan moet worden voldaan;

  • b.

    het bedrag van vergoedingen en heffingen gaat niet de geschatte kosten van de verleende dienst te boven;

  • c.

    vergoedingen en heffingen worden niet op een ad-valoremgrondslag berekend;

  • d.

    voor consulaire diensten worden geen vergoedingen en heffingen verlangd;

  • e.

    de informatie over vergoedingen en heffingen wordt via een officieel aangewezen medium, en waar haalbaar en mogelijk via een officiële website, bekendgemaakt. Deze informatie omvat de reden voor de vergoeding of de heffing ter zake van de verleende dienst, de verantwoordelijke autoriteit, de vergoedingen en heffingen die zullen worden toegepast, en het tijdstip en de wijze waarop de betaling moet worden verricht; en

  • f.

    nieuwe of gewijzigde vergoedingen en heffingen worden niet opgelegd totdat informatie overeenkomstig e) bekend is gemaakt en gemakkelijk beschikbaar is.

Artikel

6.10

Inspectie vóór verzending

Geen der partijen zal inspecties of gelijkwaardige maatregelen vóór verzending verlangen.

Artikel

6.11

Douanecontrole achteraf

Elk van beide partijen zorgt ervoor dat handelaren kunnen verzoeken om douanecontrole achteraf. Het verzoek om douanecontrole achteraf mag voor handelaren geen ongegronde of ongerechtvaardigde eisen of lasten meebrengen.

Artikel

6.13

Douanesamenwerking

Artikel

6.14

Wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Artikel

6.15

Douanecontactcentra

Artikel

6.16

Douanecomité

HOOFDSTUK

ZEVEN

HANDEL IN DIENSTEN, VESTIGING EN ELEKTRONISCHE HANDEL

AFDELING

A

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

7.1

Doelstelling en toepassingsgebied

Artikel

7.2

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk geldt het volgende:

  • a.

    onder maatregel wordt verstaan elke maatregel van een partij, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit, administratieve handeling of in enige andere vorm;

  • b.

    onder door een partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen worden verstaan maatregelen genomen door:

    • i.

      centrale, regionale of lokale overheden en autoriteiten; en

    • ii.

      niet-gouvernementele organisaties bij de uitoefening van door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden;

  • c.

    onder persoon wordt verstaan een natuurlijke persoon of een rechtspersoon;

  • d.

    onder natuurlijke persoon wordt verstaan een onderdaan van Korea of van een van de lidstaten van de Europese Unie volgens hun respectieve wetgeving;

  • e.

    onder rechtspersoon wordt verstaan elke juridische eenheid, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, ongeacht of zij eigendom van particulieren of van de overheid is, met inbegrip van alle vennootschappen, trusts, maatschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;

  • f.

    onder rechtspersoon uit een partij wordt verstaan:

    • i.

      een rechtspersoon die overeenkomstig de wetgeving van een van de lidstaten van de Europese Unie respectievelijk Korea is opgericht, en die op het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn respectievelijk op dat van Korea zijn statutaire zetel, hoofdbestuur5)Onder hoofdbestuur wordt verstaan het hoofdkantoor waar de uiteindelijke besluitvorming plaatsvindt.of hoofdvestiging heeft. Wanneer de rechtspersoon op het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn of op dat van Korea alleen zijn statutaire zetel of hoofdbestuur heeft, wordt hij niet als rechtspersoon uit de Europese Unie respectievelijk Korea beschouwd, tenzij hij op het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn respectievelijk op dat van Korea omvangrijke zakelijke transacties verricht6)Overeenkomstig haar aanmelding van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap bij de WTO (doc. WT/REG39/1) is volgens de EU het begrip „daadwerkelijke en voortdurende band” met de economie van een lidstaat van de Europese Unie, dat is neergelegd in artikel 48 van het Verdrag, gelijkwaardig aan het begrip „omvangrijke zakelijke transacties” in artikel V, lid 6, van de GATS. Dienovereenkomstig zal de EU aan een rechtspersoon die overeenkomstig de wetgeving van Korea is opgericht en alleen zijn statutaire zetel of hoofdbestuur op het grondgebied van Korea heeft, de uit deze overeenkomst voortvloeiende voordelen enkel toekennen indien die rechtspersoon een daadwerkelijke en duurzame band met de economie van Korea heeft.; of

    • ii.

      ingeval van vestiging als bedoeld in artikel 7.9, onder a), een rechtspersoon die eigendom is van of voorwerp van zeggenschap door natuurlijke personen uit de EU respectievelijk Korea of een rechtspersoon uit de Europese Unie respectievelijk Korea als hiervoor onder i) bedoeld.

    Een rechtspersoon is:

    • i.

      eigendom van personen uit de EU of Korea indien meer dan 50 procent van het aandelenkapitaal in het bezit is van personen uit de EU respectievelijk Korea die volledig over hun aandeel kunnen beschikken;

    • ii.

      voorwerp van zeggenschap door personen uit de EU of Korea wanneer deze bevoegd zijn een meerderheid van zijn bestuurders te benoemen of de handelingen van de rechtspersoon anderszins te sturen;

    • iii.

      met een andere persoon verbonden wanneer hij zeggenschap heeft over die persoon of die persoon over hem, of wanneer over zowel hemzelf als de andere persoon zeggenschap wordt uitgeoefend door een en dezelfde persoon;

  • g.

    onverminderd het hiervoor onder f) bepaalde vallen buiten de EU of Korea gevestigde scheepvaartondernemingen waarover onderdanen van een lidstaat van de Europese Unie respectievelijk Korea zeggenschap hebben, tevens onder deze overeenkomst indien hun schepen overeenkomstig de respectieve wetgeving van die lidstaat of van Korea zijn geregistreerd en zij de vlag van een lidstaat van de Europese Unie of van Korea voeren7)Dit punt is niet van toepassing op het recht van vestiging.;

  • h.

    onder overeenkomst inzake economische integratie wordt verstaan een overeenkomst waarbij de handel in diensten en het recht van vestiging conform de WTO-Overeenkomst, met name de artikelen V en V bis van de GATS, aanzienlijk worden geliberaliseerd;

  • i.

    onder reparatie en onderhoud van vliegtuigen worden verstaan alle werkzaamheden aan een uit de dienst genomen vliegtuig of een onderdeel daarvan, met uitzondering van het zogenaamde lijnonderhoud;

  • j.

    onder diensten die verband houden met geautomatiseerde boekingssystemen wordt verstaan dienstverlening door middel van computersystemen die informatie bevatten over dienstregeling, beschikbaarheid, tarieven en tariefvoorwaarden van luchtvaartmaatschappijen, en met behulp waarvan boekingen kunnen worden gedaan of vervoerbewijzen kunnen worden uitgegeven;

  • k.

    onder verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten wordt verstaan de mogelijkheid voor de betrokken luchtvaartmaatschappij haar luchtvervoerdiensten vrij te verkopen en op de markt te brengen, met inbegrip van alle marketingaspecten zoals marktonderzoek, reclame en distributie. De tarifering van luchtvervoerdiensten en de daarop van toepassing zijnde voorwaarden vallen niet onder deze activiteiten; en

  • l.

    onder dienstverlener wordt verstaan een persoon die een dienst verleent of aanbiedt, met inbegrip van personen die dit als investeerder doen.

Artikel

7.3

Comité voor de handel in diensten en voor vestiging en elektronische handel

AFDELING

B

GRENSOVERSCHRIJDENDE DIENSTVERLENING

Artikel

7.4

Toepassingsgebied en definities

Artikel

7.5

Markttoegang

Artikel

7.6

Nationale behandeling

Artikel

7.7

Lijsten van verbintenissen

Artikel

7.8

Meestbegunstiging11)Niets in dit artikel mag zodanig worden uitgelegd dat het toepassingsgebied van deze afdeling hierdoor wordt uitgebreid.

AFDELING

C

VESTIGING

Artikel

7.9

Definities

Voor de toepassing van deze afdeling geldt het volgende:

  • a.

    onder vestiging wordt verstaan:

    • i.

      de oprichting, overname of handhaving van een rechtspersoon12)Onder „oprichting” en „overname” van een rechtspersoon wordt ook verstaan deelneming in het kapitaal van een rechtspersoon met het oogmerk duurzame economische banden tot stand te brengen of te handhaven.; of

    • ii.

      de oprichting of handhaving van een filiaal of vertegenwoordiging

    op het grondgebied van een partij met als doel een economische activiteit uit te voeren;

  • b.

    onder investeerder wordt verstaan een persoon die door middel van het opzetten van een vestiging tracht een economische activiteit uit te oefenen of een dergelijke activiteit uitoefent13)Wanneer de economische activiteit niet rechtstreeks door een rechtspersoon maar door andere vestigingsvormen zoals een filiaal of een vertegenwoordig wordt uitgeoefend, wordt de investeerder met inbegrip van de rechtspersoon via deze vestiging niettemin behandeld overeenkomstig hetgeen in deze overeenkomst voor investeerders is voorzien. Een dergelijke behandeling wordt tevens toegekend aan de vestiging via welke de economische activiteit wordt uitgeoefend, maar hoeft niet te worden uitgebreid tot andere onderdelen van de investeerder die zich buiten het grondgebied waar de economische activiteit wordt uitgeoefend, bevinden.;

  • c.

    een economische activiteit omvat alle economische activiteiten behoudens activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van de uitoefening van overheidsgezag, d.w.z. activiteiten die noch op commerciële grondslag, noch in concurrentie met een of meer marktdeelnemers worden uitgeoefend;

  • d.

    onder dochteronderneming van een rechtspersoon uit een partij wordt verstaan een rechtspersoon waarover een andere rechtspersoon uit die partij daadwerkelijk zeggenschap heeft; en

  • e.

    onder filiaal van een rechtspersoon wordt verstaan een vestiging zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moedermaatschappij, een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, zodanig dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat er indien nodig een rechtsverhouding is met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact met deze moedermaatschappij behoeven te hebben, maar hun transacties kunnen afhandelen met de vestiging die de voorpost vormt.

Artikel

7.10

Toepassingsgebied

Deze afdeling heeft tot doel het onderlinge investeringsklimaat en met name de wederzijdse voorwaarden voor vestiging te verbeteren en is van toepassing op maatregelen van de partijen die van invloed zijn op vestiging14)Dit hoofdstuk is niet van toepassing op bescherming van investeringen, anders dan de behandeling ingevolge artikel 7.12, procedures voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staat daaronder begrepen.in alle economische activiteiten, met uitzondering van:

  • a.

    de winning, vervaardiging en verwerking15)Voor alle duidelijkheid: onder de verwerking van nucleair materiaal worden verstaan alle activiteiten die zijn vermeld in de „International Standard Industrial Classification of all Economic Activities”, zoals vastgesteld in „Statistical Office of the United Nations, Statistical Papers, Series M, N° 4, ISIC REV 3.1, 2002, code 2330”.van nucleair materiaal;

  • b.

    de productie van of handel in wapens, munitie en oorlogsmaterieel16)Oorlogsmaterieel is beperkt tot producten die uitsluitend zijn bestemd en vervaardigd voor militair gebruik in verband met oorlogsvoering of defensieactiviteiten.;

  • c.

    audiovisuele diensten17)Dat audiovisuele diensten van het toepassingsgebied van deze afdeling zijn uitgesloten, doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen die uit het Protocol betreffende culturele samenwerking voortvloeien.;

  • d.

    nationale cabotage in het zeevervoer; en

  • e.

    interne en internationale luchtvervoerdiensten, ongeacht of het gaat om lijndiensten of niet, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:

    • i.

      reparatie en onderhoud van vliegtuigen;

    • ii.

      verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten;

    • iii.

      diensten die verband houden met geautomatiseerde boekingssystemen; en

    • iv.

      andere aan luchtvervoerdiensten verwante diensten zoals grondafhandelingsdiensten, verhuur van luchtvaartuigen met bemanning en luchthavenbeheer.

Artikel

7.11

Markttoegang

Artikel

7.12

Nationale behandeling19)Dit artikel is van toepassing op maatregelen ten aanzien van de samenstelling van raden van bestuur van een vestiging, zoals nationaliteits- en woonplaatsvereisten.

Artikel

7.13

Lijsten van verbintenissen

Artikel

7.14

Meestbegunstiging20)Niets in dit artikel mag zodanig worden uitgelegd dat het toepassingsgebied van deze afdeling hierdoor wordt uitgebreid.

Artikel

7.15

Andere overeenkomsten

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst wordt geacht:

  • a.

    de rechten te beperken van investeerders uit de partijen op een gunstigere behandeling waarin in een bestaande of toekomstige internationale overeenkomst inzake investeringen waarbij een lidstaat van de Europese Unie en Korea partij zijn, is voorzien; en

  • b.

    af te wijken van de internationale juridische verplichtingen van de partijen ingevolge die overeenkomsten die investeerders uit de partijen een gunstigere behandeling toekennen dan door de onderhavige overeenkomst wordt toegekend.

Artikel

7.16

Evaluatie van het rechtskader voor investeringen

AFDELING

D

TIJDELIJKE AANWEZIGHEID VAN NATUURLIJKE PERSONEN VOOR ZAKEN

Artikel

7.17

Toepassingsgebied en definities

Artikel

7.18

Stafpersoneel en afgestudeerde stagiairs

Artikel

7.19

Verkopers van zakelijke diensten

Voor elke overeenkomstig afdeling B of C geliberaliseerde sector staat elk van beide partijen, behoudens de in bijlage 7-A opgenomen voorbehouden, de toegang en het tijdelijke verblijf van verkopers van zakelijke diensten toe voor een periode van ten hoogste negentig dagen gedurende een periode van twaalf maanden28)Het in dit artikel bepaalde doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen die uit bilaterale overeenkomsten tot afschaffing van de visumplicht tussen Korea en de lidstaten van de Europese Unie voortvloeien..

Artikel

7.20

Dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep

AFDELING

E

REGELGEVINGSKADER

ONDERAFDELING

A

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

7.21

Wederzijdse erkenning

Artikel

7.22

Transparantie en vertrouwelijke informatie

Artikel

7.23

Interne regelgeving

Artikel

7.24

Governance

Elk van beide partijen waarborgt voor zover uitvoerbaar dat internationaal overeengekomen normen voor de regelgeving en het toezicht in de financiëledienstensector en voor de strijd tegen belastingfraude en -ontwijking op haar grondgebied ten uitvoer worden gelegd en worden toegepast. Dergelijke internationaal overeengekomen normen zijn onder meer de Core Principle for Effective Banking Supervision van het Bazels Comité voor het bankentoezicht, de Insurance Core Principles and Methodology, te Singapore op 3 oktober 2003 goedgekeurd door de International Association of Insurance Supervisors, de Objectives and Principles of Securities Regulation van de International Organisation of Securities Commissions, de Agreement on Exchange of Information on Tax Matters van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, hierna „OESO” genoemd, de Statement on Transparency and Exchange of Information for Tax Purposes van de G20, en de Veertig aanbevelingen inzake het witwassen van geld en de Negen bijzondere aanbevelingen inzake terrorismefinanciering van de Financial Action Task Force.

ONDERAFDELING

B

DIENSTEN IN VERBAND MET COMPUTERS

Artikel

7.25

Diensten in verband met computers

ONDERAFDELING

C

POST- EN KOERIERSDIENSTEN

Artikel

7.26

Uitgangspunten van de regelgeving

Het Handelscomité legt ter waarborging van de mededinging in de post- en koeriersdiensten waarvoor in elk van beide partijen geen monopoliepositie is voorbehouden, uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst de uitgangspunten voor het ten aanzien van die diensten toepasselijke regelgevingskader vast. Met deze uitgangspunten wordt beoogd te reageren op kwesties als met de mededinging strijdige praktijken, universele dienst, afzonderlijke vergunningen en de aard van de regelgevende autoriteit30)Voor alle duidelijkheid zij opgemerkt dat niets in dit artikel mag worden uitgelegd als dat daarmee, bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, een wijziging wordt beoogd van het regelgevingskader van de huidige regelgevende instantie in Korea die regels stelt voor particuliere koeriersdiensten..

ONDERAFDELING

D

TELECOMMUNICATIEDIENSTEN

Artikel

7.27

Toepassingsgebied en definities

Artikel

7.28

Regelgevende autoriteit

Artikel

7.29

Vergunning voor telecommunicatiediensten

Artikel

7.30

Concurrentiewaarborgen ten aanzien van grote leveranciers

Er zullen passende maatregelen worden gehandhaafd om te voorkomen dat leveranciers die alleen of met anderen gezamenlijk een grote leverancier zijn, concurrentiebeperkende praktijken toepassen of blijven toepassen. In dit verband wordt onder meer onder concurrentiebeperkende praktijken verstaan:

  • a.

    het op concurrentiebeperkende wijze toepassen van kruissubsidiëring35)Of „margin squeeze”, voor de EU.;

  • b.

    het op concurrentiebeperkende wijze gebruiken van informatie van concurrenten; en

  • c.

    het niet tijdig aan andere dienstverleners beschikbaar stellen van technische informatie over essentiële faciliteiten en van commercieel relevante informatie die deze dienstverleners voor het leveren van hun diensten nodig hebben.

Artikel

7.31

Interconnectie

Artikel

7.32

Nummerportabiliteit

Elk van beide partijen waarborgt dat verleners van openbare telecommunicatiediensten op haar grondgebied, andere dan verleners van diensten in verband met het „Voice over Internet Protocol”, voor zover technisch haalbaar en onder redelijke voorwaarden nummerportabiliteit aanbieden.

Artikel

7.33

Toewijzing en gebruik van schaarse middelen

Artikel

7.34

Universele dienst

Artikel

7.35

Vertrouwelijke informatie

Elk van beide partijen waarborgt het vertrouwelijke karakter van het telecommunicatieverkeer dat via een openbaar telecommunicatienetwerk en via openbare telecommunicatiediensten plaatsvindt, alsmede van de gegevens over dat verkeer, zonder daardoor de handel in diensten te beperken.

Artikel

7.36

Beslechting van telecommunicatiegeschillen

Toegang tot onafhankelijke autoriteit

Bezwaar en beroep

ONDERAFDELING

E

FINANCIËLE DIENSTEN

Artikel

7.37

Toepassingsgebied en definities

Artikel

7.38

Prudentiële uitzonderingsbepaling38)Een maatregel die wordt toegepast ten aanzien van in een partij gevestigde dienstverleners die niet door de financiële toezichthoudende autoriteit van die partij worden gereglementeerd en evenmin onder haar toezicht staan, wordt voor de toepassing van deze overeenkomst als prudentiële maatregel aangemerkt. Met het oog op de rechtszekerheid moet een dergelijke maatregel in overeenstemming met dit artikel worden getroffen.

Artikel

7.39

Transparantie

De partijen erkennen dat transparante regels en een transparant beleid ten aanzien van de activiteiten van verleners van financiële diensten van belang zijn om de toegang van buitenlandse verleners van financiële diensten tot, en hun activiteiten op, elkaars markten te bevorderen. Elke partij verbindt zich ertoe transparantie van regelgeving inzake financiële diensten te bevorderen.

Artikel

7.40

Zelfregulerende organisaties

Wanneer een partij het lidmaatschap van of deelneming in, dan wel toegang tot een zelfregulerende organisatie, effecten- of termijnbeurs of effecten- of termijnmarkt, verrekenkantoor of een andere organisatie of vereniging als voorwaarde stelt voor verleners van financiële diensten uit de andere partij om op voet van gelijkheid met haar eigen verleners van financiële diensten financiële diensten te kunnen verlenen, of wanneer zij dergelijke entiteiten direct of indirect voorrechten of voordelen voor de verlening van financiële diensten toekent, waarborgt zij dat de verplichtingen van de artikelen 7.6, 7.8, 7.12 en 7.14 door een dergelijke zelfregulerende organisatie worden nageleefd.

Artikel

7.41

Betalings- en clearingsystemen

Onder voorwaarden die nationale behandeling toelaat, verschaft elk van beide partijen aan op zijn grondgebied gevestigde verleners van financiële diensten uit de andere partij voor de toekenning van nationale behandeling toegang tot betalings- en clearingsystemen van openbare instanties, alsmede tot voor de normale bedrijfsvoering beschikbare officiële financierings- en herfinancieringsfaciliteiten. Dit artikel beoogt niet toegang te verschaffen tot de kredietfaciliteiten in laatste instantie van een partij.

Artikel

7.42

Nieuwe financiële diensten

Elk van beide partijen staat op haar grondgebied gevestigde verleners van financiële diensten uit de andere partij toe nieuwe financiële diensten te verlenen waarvoor de partij haar eigen verleners van financiële diensten krachtens haar interne wetgeving onder soortgelijke omstandigheden toestemming zou geven, tenzij de introductie van de nieuwe financiële dienst tot nieuwe wetgeving of een wetswijziging noodzaakt. De partijen kunnen de institutionele en rechtsvorm vaststellen waarin de dienst kan worden verleend en kunnen de betrokken dienstverlening aan een vergunningsplicht onderwerpen. Wanneer een vergunning vereist is, wordt hieromtrent binnen een redelijke termijn een besluit genomen en kan de vergunning uitsluitend worden geweigerd om prudentiële redenen.

Artikel

7.43

Gegevensverwerking

Uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst en uiterlijk op de datum waarop soortgelijke verbintenissen op grond van andere overeenkomsten inzake economische integratie van kracht worden:

  • a.

    staat elk van beide partijen op haar grondgebied gevestigde verleners van financiële diensten uit de andere partij toe informatie in elektronische of in andere vorm met het oog op gegevensverwerking van en naar haar grondgebied te verzenden, wanneer deze gegevensverwerking noodzakelijk is in het kader van de normale bedrijfsvoering van de betrokken verleners van financiële diensten; en

  • b.

    stelt elk van beide partijen, herbevestigend dat zij zich heeft verbonden40)Met het oog op de rechtszekerheid betreft deze verbintenis de rechten en vrijheden die zijn vermeld in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, de Guidelines for the Regulation of Computerized Personal Data Files (aangenomen bij resolutie 45/95 van de Algemene Vergadering van de VN van 14 december 1990), en de OESO-richtsnoeren inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van grensoverschrijdend verkeer van persoonsgegevens (aangenomen door de OESO-Raad op 23 september 1980).tot bescherming van de fundamentele rechten en vrijheden van natuurlijke personen, passende waarborgen vast voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, in het bijzonder met betrekking tot de overdracht van persoonsgegevens.

Artikel

7.44

Specifieke uitzonderingen

Artikel

7.45

Beslechting van geschillen

Artikel

7.46

Erkenning

ONDERAFDELING

F

INTERNATIONAAL ZEEVERVOER

Artikel

7.47

Toepassingsgebied, definities en beginselen

AFDELING

F

ELEKTRONISCHE HANDEL

Artikel

7.48

Doelstellingen en beginselen

Artikel

7.49

Samenwerking op het gebied van regelgeving

AFDELING

G

UITZONDERINGEN

Artikel

7.50

Uitzonderingen

Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot een willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen landen bij soortgelijke omstandigheden, of een verkapte beperking van het recht van vestiging of van grensoverschrijdende diensten vormen, wordt geen bepaling van dit hoofdstuk uitgelegd als beletsel voor het vaststellen of toepassen door een van de partijen van maatregelen die:

  • a.

    noodzakelijk zijn voor de bescherming van de openbare veiligheid of de openbare zeden of voor de handhaving van de openbare orde42)De uitzondering betreffende de openbare orde mag slechts worden ingeroepen in geval van een daadwerkelijke en voldoende ernstige bedreiging van de fundamentele maatschappelijke belangen.;

  • b.

    noodzakelijk zijn voor de bescherming van het leven en de gezondheid van mens, dier of plant;

  • c.

    betrekking hebben op de instandhouding van niet-duurzame natuurlijke hulpbronnen, mits die maatregelen met beperkingen voor interne investeerders of met beperkingen van het interne aanbod of verbruik van diensten gepaard gaan;

  • d.

    noodzakelijk zijn voor de bescherming van nationaal artistiek, historisch of archeologisch erfgoed;

  • e.

    noodzakelijk zijn voor de handhaving van wet- en regelgeving die niet strijdig zijn met de bepalingen van dit hoofdstuk, met inbegrip van die welke betrekking hebben op:

    • i.

      het voorkómen van misleidende of frauduleuze praktijken of op middelen om de gevolgen van de niet-nakoming van contracten te compenseren;

    • ii.

      de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met de verwerking en verspreiding van persoonsgegevens en op de bescherming van de vertrouwelijke aard van persoonlijke dossiers en rekeningen;

    • iii.

      de veiligheid;

  • f.

    strijdig zijn met de artikelen 7.6 en 7.12, mits het verschil in behandeling bedoeld is om directe belastingen op billijke of doeltreffende43)Maatregelen die bedoeld zijn om directe belastingen op billijke of doeltreffende wijze te kunnen opleggen en innen omvatten maatregelen die een partij op grond van zijn belastingstelsel neemt en die:a.van toepassing zijn op investeerders en dienstverleners die geen ingezetenen zijn, gezien het feit dat de fiscale verplichtingen van niet-ingezetenen worden vastgesteld op grond van belastbare feiten die hun oorsprong vinden of geschieden op het grondgebied van de partij;b.van toepassing zijn op niet-ingezetenen om ervoor te zorgen dat belastingen op het grondgebied van de partij kunnen worden opgelegd of geïnd;c.van toepassing zijn op niet-ingezetenen of ingezetenen ter voorkoming van belastingontwijking of -ontduiking, uitvoeringsbepalingen daaronder begrepen;d.van toepassing zijn op gebruikers van diensten die op of vanaf het grondgebied van de andere partij worden verleend, om ervoor te zorgen dat door die gebruikers verschuldigde belastingen die hun bron op het grondgebied van de partij hebben, kunnen worden opgelegd of geïnd;e.een onderscheid maken tussen enerzijds investeerders en dienstverleners die belastingplichtig zijn ter zake van wereldwijd belastbare feiten, en anderzijds andere investeerders en dienstverleners, gezien het verschil in de aard van de heffingsgrondslag tussen hen; off.inkomen, winst, voordeel, verlies, aftrek of krediet van ingezeten personen of filialen, dan wel tussen gelieerde personen of filialen van dezelfde persoon vaststellen, toewijzen of omslaan, om de belastinggrondslag van de partij te behouden.De belastingvoorwaarden of -concepten in dit lid en deze voetnoot worden vastgesteld volgens de belastingdefinities en -concepten, dan wel gelijkwaardige of soortgelijke definities en concepten van het nationale recht van de partij die de maatregel neemt.wijze te kunnen opleggen of innen ten aanzien van economische activiteiten, investeerders of dienstverleners uit de andere partij.

HOOFDSTUK

ACHT

BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER

Artikel

8.1

Lopende betalingen

De partijen verbinden zich ertoe overeenkomstig de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds toe te staan dat alle betalingen en overboekingen op de lopende rekening van de betalingsbalans tussen ingezetenen van de partijen worden verricht in vrij converteerbare valuta, en geen beperkingen dienaangaande vast te stellen.

Artikel

8.2

Kapitaalverkeer

Artikel

8.3

Uitzonderingen

Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen landen bij soortgelijke omstandigheden, of een verkapte beperking van het kapitaalverkeer vormen, wordt geen bepaling van dit hoofdstuk uitgelegd als beletsel voor het vaststellen of toepassen door een van de partijen van maatregelen die:

  • a.

    noodzakelijk zijn voor de bescherming van de openbare veiligheid en de openbare zeden of de handhaving van de openbare orde; of

  • b.

    noodzakelijk zijn voor de handhaving van wet- en regelgeving die niet strijdig zijn met de bepalingen van dit hoofdstuk, met inbegrip van die welke betrekking hebben op:

    • i.

      het voorkómen van overtredingen of misdrijven, misleidende of frauduleuze praktijken of op middelen om de gevolgen van de niet-nakoming van contracten te compenseren (faillissement, insolventie en crediteurenbescherming);

    • ii.

      het verzekeren van de integriteit en de stabiliteit van het financiële stelsel van een partij;

    • iii.

      de uitgifte van, de handel in of de verhandeling van effecten, opties, futures of andere derivaten;

    • iv.

      de financiële verslaglegging of boekhouding van betalingen indien nodig om hulp te bieden in het kader van rechtshandhaving of aan financiële regelgevende autoriteiten; of

    • v.

      het verzekeren dat wordt voldaan aan beschikkingen of uitspraken in gerechtelijke of administratieve procedures.

Artikel

8.4

Vrijwaringsmaatregelen

HOOFDSTUK

NEGEN

OVERHEIDSOPDRACHTEN

Artikel

9.1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

9.2

Toepassingsgebied en dekking

Artikel

9.3

Werkgroep overheidsopdrachten

De Werkgroep overheidsopdrachten, opgericht krachtens lid 1 van artikel 15.3 (Werkgroepen) komt in onderling overleg of op verzoek van een van de partijen bijeen om:

  • a.

    problemen met betrekking tot overheidsopdrachten en BOT-contracten of concessies voor openbare werken te bestuderen, die een van de partijen aan de werkgroep heeft voorgelegd;

  • b.

    informatie uit te wisselen over de mogelijkheden die elk van de partijen biedt met betrekking tot overheidsopdrachten en BOT-contracten of concessies voor openbare werken; en

  • c.

    alle andere aangelegenheden met betrekking tot dit hoofdstuk te bespreken.

HOOFDSTUK

TIEN

INTELLECTUELE EIGENDOM

AFDELING

A

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

10.1

Doelstellingen

De doelstellingen van dit hoofdstuk zijn:

  • a.

    het bevorderen van de productie en commercialisering van innovatieve en creatieve producten in de partijen; en

  • b.

    het bereiken van een adequaat en doeltreffend beschermings- en handhavingsniveau voor intellectuele-eigendomsrechten.

Artikel

10.2

Aard en toepassingsgebied van de verplichtingen

Artikel

10.3

Overdracht van technologie

Artikel

10.4

Uitputting

Het staat de partijen vrij hun eigen regeling voor de uitputting van intellectuele-eigendomsrechten vast te stellen.

AFDELING

B

NORMEN BETREFFENDE INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

ONDERAFDELING

A

AUTEURSRECHT EN NABURIGE RECHTEN

Artikel

10.5

Geboden bescherming

De partijen leven de volgende bepalingen na:

Artikel

10.6

Duur van auteursrechten

Elk van beide partijen zorgt ervoor dat wanneer de duur van de bescherming van een werk op basis van het leven van een natuurlijk persoon moet worden berekend, deze duur niet korter is dan het leven van de auteur plus 70 jaar na de dood van de auteur.

Artikel

10.7

Omroeporganisaties

Artikel

10.8

Samenwerking bij het collectieve beheer van rechten

De partijen streven ernaar de vaststelling van regelingen tussen hun respectieve auteursrechtenorganisaties te bevorderen, teneinde de toegang tot en de levering van inhoud tussen de partijen te vergemakkelijken en de wederzijdse overdracht van royalty's voor het gebruik van werken of ander door auteursrechten beschermd materiaal van de partijen te waarborgen. De partijen streven ernaar een hoog niveau van rationalisatie te bereiken en de transparantie met betrekking tot de uitvoering van de taak van hun respectieve auteursrechtenorganisaties te verbeteren.

Artikel

10.9

Uitzending en mededeling aan het publiek

Artikel

10.10

Volgrecht van kunstenaars

De partijen komen overeen van gedachten te wisselen en informatie uit te wisselen over de praktijk en het beleid met betrekking tot het volgrecht van kunstenaars. De partijen treden binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst opnieuw in overleg over de wenselijkheid en haalbaarheid van de invoering van het volgrecht van kunstenaars in Korea.

Artikel

10.11

Beperkingen en uitzonderingen

De partijen kunnen in hun wetgeving voorzien in beperkingen van en uitzonderingen op de in de artikelen 10.5 tot en met 10.10 bedoelde aan de houders van een recht verleende rechten in bepaalde bijzondere gevallen die niet in strijd zijn met een normale exploitatie van het werk en geen onredelijke inbreuk zijn op de rechtmatige belangen van de houders van het recht.

Artikel

10.12

Bescherming van technische voorzieningen

Artikel

10.13

Bescherming van informatie over het beheer van rechten

Artikel

10.14

Overgangsbepaling

Korea legt de in de artikelen 10.6 en 10.7 bedoelde verplichtingen binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst volledig ten uitvoer.

ONDERAFDELING

B

HANDELSMERKEN

Artikel

10.15

Registratieprocedure

De Europese Unie en Korea voorzien in een systeem voor de registratie van handelsmerken waarbij de redenen voor een weigering een handelsmerk te registreren schriftelijk aan de aanvrager wordt medegedeeld en hem ook elektronisch kan worden verstrekt, en de aanvrager de mogelijkheid krijgt die weigering aan te vechten en bij de rechter in beroep te gaan tegen een definitieve weigering. De Europese Unie en Korea zien er ook op toe dat belanghebbenden zich tegen aanvragen voor een handelsmerk kunnen verzetten. De Europese Unie en Korea voorzien in een openbaar toegankelijke databank voor aanvragen voor en de registratie van handelsmerken.

Artikel

10.17

Uitzonderingen op de rechten die zijn verbonden aan een handelsmerk

Elk van beide partijen voorziet in een eerlijk gebruik van beschrijvende termen als beperkte uitzondering op de rechten die verbonden zijn aan een handelsmerk en kan voorzien in andere beperkte uitzonderingen, mits bij die beperkte uitzonderingen rekening wordt gehouden met de legitieme belangen van de houder van het handelsmerk en van derden.

ONDERAFDELING

C

GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN50)In deze onderafdeling heeft „geografische aanduiding” betrekking op:a.geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen, in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijn en tafelwijn met een geografische aanduiding, zoals bedoeld in Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006, Verordening (EG) nr. 110/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008, Verordening (EEG) nr. 1601/1991 van de Raad van 10 juni 1991, Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad van 17 mei 1999 en Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007, of bepalingen die deze verordeningen vervangen; enb.geografische aanduidingen als bedoeld in de Wet op de kwaliteitscontrole van landbouwproducten (Wet nr. 9759 van 9 juni 2009) en de Wet op de alcoholbelasting (Wet nr. 8852 van 29 februari 2008) van Korea.51)De bescherming van een geografische aanduiding krachtens deze onderafdeling doet geen afbreuk aan andere bepalingen in deze overeenkomst.

Artikel

10.18

Erkenning van geografische aanduidingen voor landbouwproducten, levensmiddelen en wijn

Artikel

10.19

Erkenning van specifieke geografische aanduidingen voor wijn52)Wijn in de zin van deze onderafdeling is een product dat valt onder post 22.04 van het GS en dat:a.voldoet aan Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007, Verordening (EG) nr. 606/2009 van de Commissie van 10 juli 2009 en Verordening (EG) nr. 607/2009 van de Commissie van 14 juli 2009 of wetgeving ter vervanging daarvan, ofb.voldoet aan de Wet op de kwaliteitscontrole van landbouwproducten (Wet nr. 9759 van 9 juni 2009) en de Wet op de alcoholbelasting (Wet nr. 8852 van 29 februari 2008) van Korea., gearomatiseerde wijn53)Gearomatiseerde wijn in de zin van deze onderafdeling is een product dat valt onder post 22.05 van het GS en dat:a.voldoet aan Verordening (EG) nr. 1601/1991 van de Raad van 10 juni 1991 of wetgeving ter vervanging daarvan, ofb.voldoet aan de Wet op de kwaliteitscontrole van landbouwproducten (Wet nr. 9759 van 9 juni 2009) en de Wet op de alcoholbelasting (Wet nr. 8852 van 29 februari 2008) van Korea.en gedistilleerde dranken54)Gedistilleerde dranken in de zin van deze onderafdeling zijn producten die vallen onder post 22.08 van het GS en die:a.voldoen aan Verordening (EG) nr. 110/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 en Verordening (EEG) nr. 1014/90 van de Commissie van 24 april 1990, of wetgeving ter vervanging daarvan, ofb.voldoen aan de Wet op de kwaliteitscontrole van landbouwproducten (Wet nr. 9759 van 9 juni 2009) en de Wet op de alcoholbelasting (Wet nr. 8852 van 29 februari 2008) van Korea.

Artikel

10.20

Gebruiksrecht

Een uit hoofde van deze onderafdeling beschermde naam mag worden gebruikt door iedere marktdeelnemer die landbouwproducten, levensmiddelen, wijn, gearomatiseerde wijn of gedistilleerde dranken overeenkomstig de desbetreffende specificatie in de handel brengt.

Artikel

10.21

Omvang van de bescherming

Artikel

10.22

Handhaving van bescherming

De partijen handhaven de in de artikelen 10.18 tot en met 10.23 bedoelde bescherming op eigen initiatief door passend optreden van hun autoriteiten. Ook handhaven zij die bescherming op verzoek van een belanghebbende.

Artikel

10.23

Verband met handelsmerken

Artikel

10.24

Toevoeging van beschermde geografische aanduidingen56)De partijen komen overeen om, indien een voorstel wordt gedaan door:a.Korea voor een product van oorsprong dat binnen het toepassingsgebied van de in artikel 10.18, lid 2, en de voetnoten bij artikel 10.19 genoemde wetgeving van de Europese Unie valt; ofb.de Europese Unie voor een product van oorsprong dat binnen het toepassingsgebied van de in artikel 10.18, lid 1, en de voetnoten bij artikel 10.19 genoemde wetgeving van Korea valt,om een oorsprongsbenaming aan deze overeenkomst toe te voegen, die door een van beide partijen door middel van een andere wet dan de wetten die bedoeld zijn in artikel 10.18, leden 1 en 2, en de voetnoten bij artikel 10.19 als geografische aanduiding in de zin van artikel 22, lid 1, van de TRIPs-overeenkomst is erkend, te onderzoeken of die geografische aanduiding krachtens deze onderafdeling aan deze overeenkomst kan worden toegevoegd.

Artikel

10.25

Werkgroep geografische aanduidingen

Artikel

10.26

Individuele toepassingen van de bescherming van geografische aanduidingen

De bepalingen van deze onderafdeling laten het recht om te streven naar erkenning en bescherming van een geografische aanduiding krachtens de wetgeving van de Europese Unie of Korea ter zake onverlet.

ONDERAFDELING

D

MODELLEN

Artikel

10.27

Bescherming van geregistreerde modellen

Artikel

10.28

Door registratie verkregen rechten

De eigenaar van een beschermd model heeft het recht derden die daartoe niet zijn toestemming hebben, ten minste te beletten artikelen te vervaardigen, op de markt aan te bieden, te verkopen, in of uit te voeren of te gebruiken, die het beschermde model vertonen of incorporeren, wanneer dit om commerciële redenen gebeurt, wanneer hiermee zonder noodzaak afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van het model of wanneer dit niet in overeenstemming is met een eerlijke handelspraktijk.

Artikel

10.29

Bescherming van niet-geregistreerde verschijningsvormen

De Europese Unie en Korea voorzien in rechtsmiddelen ter voorkoming van het gebruik van niet-geregistreerde verschijningsvormen van een product, mits het omstreden gebruik voortvloeit uit het kopiëren van de niet-geregistreerde verschijningsvorm van het product60)Voor de toepassing van dit artikel kennen de Europese Unie en Korea aan „niet-geregistreerd model” en „niet-geregistreerde verschijningsvorm” dezelfde betekenis toe. De voorwaarden voor bescherming van een „niet-geregistreerd model” of een „niet-geregistreerde verschijningsvorm” zijn vastgelegd:a.voor Korea, in de Wet ter voorkoming van oneerlijke concurrentie en ter bescherming van handelsgeheimen (Wet nr. 8767 van 21 december 2007);b.voor de Europese Unie, in Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende Gemeenschapsmodellen, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1891/2006 van de Raad van 18 december 2006.. Een dergelijk gebruik omvat ten minste het aanbieden61)Voor de toepassing van dit artikel wordt „aanbieden” door de Europese Unie beschouwd als „in de handel brengen” en door Korea als „overdragen, leasen of tentoonstellen met het oog op overdracht of lease”.en het in- en uitvoeren van goederen.

Artikel

10.30

Duur van de bescherming

Artikel

10.31

Uitzonderingen

Artikel

10.32

Verband met auteursrecht

Een model dat overeenkomstig deze onderafdeling door een in de Europese Unie of in Korea ingeschreven modelrecht wordt beschermd, kan vanaf de datum waarop het model is ontworpen of in een vorm is vastgelegd tevens beschermd worden krachtens het auteursrecht dat op het grondgebied van de partijen van toepassing is62)De bescherming van een model uit hoofde van de auteursrechtwetgeving wordt niet automatisch verleend, maar alleen als een model in overeenstemming met die wetgeving voor bescherming in aanmerking komt..

ONDERAFDELING

E

OCTROOIEN

Artikel

10.34

Octrooien en volksgezondheid

Artikel

10.35

Verlenging van de duur van de door de octrooibescherming verkregen rechten

Artikel

10.36

Bescherming van gegevens die zijn ingediend om een vergunning voor het in de handel brengen van farmaceutische producten66)Zoals gedefinieerd in bijlage 2-D (Farmaceutische producten en medische hulpmiddelen).te verkrijgen

Artikel

10.37

Bescherming van gegevens die zijn ingediend om een vergunning voor het in de handel brengen van gewasbeschermingsmiddelen te verkrijgen

Artikel

10.38

Tenuitvoerlegging

De partijen nemen de nodige maatregelen om de volledige doeltreffendheid van de in deze onderafdeling bedoelde bescherming te waarborgen; zij werken op dit gebied actief samen en gaan een constructieve dialoog ter zake aan.

ONDERAFDELING

F

ANDERE BEPALINGEN

Artikel

10.39

Kwekersrechten

Elk van beide partijen voorziet in de bescherming van kwekersrechten en voldoet aan haar verplichtingen uit hoofde van het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten (1991).

Artikel

10.40

Genetische hulpbronnen, traditionele kennis en folklore

AFDELING

C

HANDHAVING VAN INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

Artikel

10.41

Algemene verplichtingen

Artikel

10.42

Rechthebbenden

Elk van beide partijen erkent dat de volgende personen en instanties gerechtigd zijn te verzoeken om toepassing van de in deze afdeling en in deel III van de TRIPs-overeenkomst bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen:

  • a.

    houders van intellectuele-eigendomsrechten, in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke recht;

  • b.

    alle andere personen die gemachtigd zijn die rechten te gebruiken, in het bijzonder licentiehouders, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke recht;

  • c.

    instanties voor het collectieve beheer van intellectuele-eigendomsrechten die officieel erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke recht; en

  • d.

    een federatie of vereniging die rechtens representatief en bevoegd is om die rechten te doen gelden, voor zover dat wordt toegestaan door en in overeenstemming is met de toepasselijke wetgeving.

ONDERAFDELING

A

CIVIELE MAATREGELEN, PROCEDURES EN RECHTSMIDDELEN

Artikel

10.43

Bewijsmateriaal

Elk van beide partijen treft de nodige maatregelen teneinde de bevoegde rechterlijke instanties in staat te stellen om, in geval van een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht op commerciële schaal, in voorkomend geval op verzoek van een partij overlegging te kunnen gelasten van bancaire, financiële of handelsdocumenten die zich in de macht van de tegenpartij bevinden, mits de bescherming van vertrouwelijke informatie wordt gewaarborgd.

Artikel

10.44

Voorlopige maatregelen ter bescherming van bewijsmateriaal

Artikel

10.45

Recht op informatie

Artikel

10.46

Voorlopige en conservatoire maatregelen

Artikel

10.47

Corrigerende maatregelen

Artikel

10.48

Rechterlijke bevelen

Artikel

10.49

Alternatieve maatregelen

Elk van beide partijen kan bepalen dat de bevoegde rechterlijke instanties, in voorkomend geval en op verzoek van degene aan wie de in artikel 10.47 of 10.48 vastgelegde maatregelen kunnen worden opgelegd, kunnen gelasten dat aan de benadeelde partij een geldelijke schadeloosstelling wordt betaald in plaats van toepassing van de maatregelen uit artikel 10.47 of 10.48, indien de betrokkene zonder opzet en zonder nalatigheid heeft gehandeld, indien uitvoering van de maatregelen hem onevenredige schade zou berokkenen en indien geldelijke schadeloosstelling van de benadeelde partij redelijkerwijs bevredigend lijkt.

Artikel

10.50

Schadevergoeding

Artikel

10.51

Gerechtskosten

Elk van beide partijen zorgt ervoor dat, als algemene regel, redelijke en proportionele gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, door de verliezende partij worden gedragen, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet.

Artikel

10.52

Openbaarmaking van rechterlijke uitspraken

Elk van beide partijen zorgt ervoor dat de rechterlijke instanties in het geval van inbreuken op een intellectuele-eigendomsrecht in voorkomend geval op verzoek van de eiser kunnen gelasten dat op kosten van de inbreukmaker passende maatregelen tot verspreiding van informatie over de uitspraak worden getroffen, met inbegrip van volledige of gedeeltelijke bekendmaking en publicatie van de uitspraak. Elk van beide partijen kan voorzien in andere bijkomende vormen van bekendmaking, zoals opvallende publiciteit, die passend zijn in de omstandigheden van het geval.

Artikel

10.53

Vermoeden van auteurschap of houderschap van rechten

Met betrekking tot civiele procedures over auteursrechten of naburige rechten voorziet elk van beide partijen erin dat, zolang het tegendeel niet is bewezen, er een vermoeden bestaat dat de persoon of de entiteit waarvan de naam op de gebruikelijke wijze als de auteur van of houder van een naburig recht op een werk of ander materiaal is aangeduid, de aangewezen houder van het recht op dat werk of materiaal is.

ONDERAFDELING

B

STRAFRECHTELIJKE HANDHAVING

Artikel

10.54

Toepassingsgebied

Elk van beide partijen voorziet ten minste in gevallen van opzettelijke namaak van een handelsmerk of opzettelijke inbreuk op auteursrechten en naburige rechten70)De term „naburige rechten” wordt door elk van beide partijen gedefinieerd overeenkomstig haar internationale verplichtingen.op commerciële schaal in strafrechtelijke procedures en sancties.

Artikel

10.55

Namaak van geografische aanduidingen en modellen

Elk van beide partijen overweegt, met inachtneming van haar grondwet en andere nationale wet- en regelgeving, de goedkeuring van maatregelen ter vaststelling van de strafrechtelijke aansprakelijkheid voor het namaken van geografische aanduidingen en modellen.

Artikel

10.56

Aansprakelijkheid van rechtspersonen

Artikel

10.57

Medeplichtigheid en uitlokking

Deze onderafdeling is ook van toepassing op medeplichtigheid bij en uitlokking van de in artikel 10.54 bedoelde misdrijven.

Artikel

10.58

Inbeslagneming

Elk van beide partijen zorgt ervoor dat haar bevoegde autoriteiten in geval van een in artikel 10.54 bedoeld misdrijf bevoegd zijn de inbeslagneming van goederen te gelasten wanneer de verdenking bestaat dat het gaat om nagemaakte merkartikelen of onrechtmatig gereproduceerde goederen waarop een auteursrecht rust, van materialen en werktuigen die hoofdzakelijk zijn gebruikt voor het begaan van het vermeende misdrijf, van bewijsmateriaal met betrekking tot het vermeende misdrijf en van alle vermogensbestanddelen die stammen uit of die direct of indirect zijn verkregen door de inbreuk makende activiteit.

Artikel

10.59

Sancties

Ten aanzien van de in artikel 10.54 bedoelde misdrijven, voorziet elk van beide partijen in sancties, met inbegrip van gevangenisstraffen en/of geldboeten, die doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

Artikel

10.60

Verbeurdverklaring

Artikel

10.61

Rechten van derden

Elk van beide partijen vergewist zich ervan dat de rechten van derden naar behoren worden beschermd en gevrijwaard.

ONDERAFDELING

C

AANSPRAKELIJKHEID VAN AANBIEDERS VAN ONLINEDIENSTEN

Artikel

10.62

Aansprakelijkheid van aanbieders van onlinediensten71)Met betrekking tot de in artikel 10.63 bedoelde functie wordt onder een aanbieder van diensten verstaan een aanbieder van de doorgifte of routering van of van verbindingen voor digitale onlinecommunicatie, tussen door de gebruiker gespecificeerde punten, van door de gebruiker gekozen materiaal, zonder wijziging van de inhoud, en met betrekking tot de in de artikelen 10.64 en 10.65 bedoelde functies wordt onder een aanbieder van diensten verstaan een aanbieder of exploitant van faciliteiten voor onlinediensten of netwerktoegang.

De partijen erkennen dat derden voor inbreuk makende activiteiten gebruik kunnen maken van de diensten van tussenpersonen. Om het vrije verkeer van informatiediensten te waarborgen en terzelfder tijd intellectuele-eigendomsrechten in de digitale omgeving te handhaven, voorziet elk van beide partijen in de in de artikelen 10.63 tot en met 10.66 genoemde maatregelen voor aanbieders van intermediaire diensten, wanneer deze op generlei wijze betrokken zijn bij de doorgegeven informatie.

Artikel

10.63

Aansprakelijkheid van aanbieders van onlinediensten: „mere conduit” (doorgeefluik)

Artikel

10.64

Aansprakelijkheid van aanbieders van onlinediensten: „caching” (wijze van opslag)

Artikel

10.65

Aansprakelijkheid van aanbieders van onlinediensten: „hosting”

Artikel

10.66

Geen algemene toezichtverplichting

ONDERAFDELING

D

ANDERE BEPALINGEN

Artikel

10.67

Grensmaatregelen

Artikel

10.68

Gedragscodes

De partijen stimuleren:

  • a.

    de ontwikkeling door handels- of beroepsverenigingen of -organisaties van gedragscodes die ten doel hebben bij te dragen tot handhaving van de intellectuele-eigendomsrechten, met name door aan te bevelen om op optische schijven een broncode te gebruiken waarmee kan worden vastgesteld waar zij zijn vervaardigd;

  • b.

    de indiening bij de bevoegde autoriteiten van de partijen van ontwerpgedragscodes en van evaluaties van de toepassing van deze gedragscodes.

Artikel

10.69

Samenwerking

HOOFDSTUK

ELF

MEDEDINGING

AFDELING

A

MEDEDINGING

Artikel

11.1

Beginselen

Artikel

11.2

Definities

Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder mededingingswetgeving verstaan:

Artikel

11.3

Tenuitvoerlegging

Artikel

11.4

Overheidsondernemingen en ondernemingen met speciale rechten78)Een partij verleent speciale rechten wanneer zij ondernemingen aanwijst die toestemming hebben goederen te leveren of diensten te verlenen of hun aantal tot twee of meer beperkt, zonder daarbij objectieve, evenredige en niet-discriminerende criteria aan te houden, of wanneer zij ondernemingen voordelen op wet- of regelgevingsgebied toekent die een grote invloed hebben op het vermogen van andere ondernemingen om dezelfde goederen te leveren of diensten te verlenen.of exclusieve rechten

Artikel

11.5

Staatsmonopolies

Artikel

11.6

Samenwerking

Artikel

11.7

Overleg

Artikel

11.8

Beslechting van geschillen

Geen van beide partijen kan voor geschillen die in het kader van deze afdeling ontstaan een beroep doen op hoofdstuk veertien (Beslechting van geschillen).

AFDELING

B

SUBSIDIES

Artikel

11.9

Beginselen

De partijen komen overeen alles in het werk te stellen om door toepassing van hun mededingingswetgeving of anderszins verstoringen van de mededinging als gevolg van subsidies, voor zover deze van invloed zijn op de internationale handel, ongedaan te maken of op te heffen en te verhinderen dat dergelijke situaties zich voordoen.

Artikel

11.10

Definitie van subsidie en specificiteit

Artikel

11.11

Verboden subsidies80)De partijen komen overeen dat dit artikel alleen van toepassing is op subsidies die na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst worden ontvangen.81)Voor de toepassing van deze overeenkomst geldt dit artikel voor subsidies aan kleine en middelgrote ondernemingen die worden gegeven volgens de objectieve criteria of voorwaarden zoals bedoeld in artikel 2, lid 1, onder b), van de SCM-overeenkomst en voetnoot 2 daarbij.

De volgende subsidies worden geacht specifiek te zijn onder de voorwaarden van artikel 2 van de SCM-overeenkomst en zijn voor de toepassing van deze overeenkomst verboden voor zover zij schadelijk zijn voor de internationale handel van de partijen82)De internationale handel van de partijen omvat zowel de binnenlandse als de exportmarkt.:

  • a.

    subsidies die worden verleend uit hoofde van een wettelijke regeling waarbij een regering of een overheidsinstantie verantwoordelijk is voor schulden of verplichtingen van bepaalde ondernemingen in de zin van artikel 2, lid 1, van de SCM-overeenkomst, zonder wettelijke of feitelijke beperking van het bedrag van die schulden of verplichtingen of de duur van de verantwoordelijkheid; en

  • b.

    subsidies (zoals leningen en garantstellingen, uitkeringen in contanten, kapitaalinjecties, verstrekkingen van activa onder de marktprijs of belastingvrijstellingen) aan insolvente of noodlijdende ondernemingen, zonder dat er een geloofwaardig herstructureringsprogramma op basis van realistische vooronderstellingen bestaat dat ervoor moet zorgen dat de insolvente of noodlijdende onderneming binnen redelijke tijd weer op lange termijn levensvatbaar wordt, en zonder dat de onderneming zelf op significante wijze bijdraagt aan de kosten van de herstructurering. Dit belet de partijen niet subsidies te verlenen bij wijze van tijdelijke liquiditeitssteun in de vorm van kredietgaranties of leningen die beperkt zijn tot het bedrag dat nodig is om een noodlijdende onderneming boven water te houden voor de tijd die nodig is om een herstructurerings- of liquidatieplan uit te werken.

    Dit punt is niet van toepassing op subsidies die worden verleend als vergoeding voor de uitvoering van openbaredienstverplichtingen en op subsidies voor de kolenindustrie.

Artikel

11.12

Transparantie

Artikel

11.13

Verband met de WTO-Overeenkomst

De bepalingen van deze afdeling doen geen afbreuk aan het recht van een partij om uit hoofde van de desbetreffende bepalingen van de WTO-Overeenkomst handelsmaatregelen toe te passen, een geschillenbeslechtingsprocedure in te leiden of een andere passende maatregel te treffen wanneer door de andere partij een subsidie wordt verleend.

Artikel

11.14

Monitoring

De partijen volgen nauwgezet de aangelegenheden waarnaar in deze afdeling wordt verwezen. Elk van beide partijen kan dergelijke aangelegenheden voorleggen aan het Handelscomité. De partijen komen overeen om, tenzij zij anderszins besluiten, na de inwerkingtreding van deze overeenkomst om het andere jaar na te gaan welke vorderingen bij de tenuitvoerlegging van deze afdeling zijn gemaakt.

Artikel

11.15

Toepassingsgebied

HOOFDSTUK

TWAALF

TRANSPARANTIE

Artikel

12.1

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • algemene maatregel, elke algemene handeling, procedure, interpretatie of ander vereiste, met inbegrip van niet-bindende maatregelen. Hieronder valt niet een besluit dat op een bepaalde persoon van toepassing is; en

  • belanghebbende, iedere natuurlijke of rechtspersoon op wie rechten en verplichtingen uit hoofde van een algemene maatregel van toepassing kunnen zijn in de zin van artikel 12.2.

Artikel

12.2

Doel en toepassingsgebied

De partijen erkennen dat hun respectieve regelgeving gevolgen voor hun onderlinge handel kan hebben en streven daarom naar een doeltreffende en voorspelbare regelgeving voor marktdeelnemers, en met name voor kleine bedrijven die op hun respectieve grondgebied zaken doen. De partijen bevestigen hun respectieve verbintenissen uit hoofde van de WTO-Overeenkomst en leggen verduidelijkingen en verbeterde regelingen vast op het gebied van de transparantie, de raadpleging en een beter beheer van algemene maatregelen, voor zover deze gevolgen kunnen hebben voor enige onder deze overeenkomst vallende aangelegenheid.

Artikel

12.3

Publicatie

Artikel

12.4

Vragen en contactpunten

Artikel

12.5

Administratieve procedures

Teneinde alle algemene maatregelen die gevolgen kunnen hebben voor aangelegenheden waarop deze overeenkomst van toepassing is, consequent, onpartijdig en op redelijke wijze uit te voeren, ziet elk van beide partijen erop toe dat zij in specifieke gevallen bij de toepassing van die maatregelen op bepaalde personen, goederen of diensten van de andere partij:

  • a.

    ernaar streeft belanghebbenden van de andere partij voor wie een procedure rechtstreeks gevolgen heeft, tijdig en in overeenstemming met haar procedures een kennisgeving te sturen over de inleiding van een procedure, met daarbij een beschrijving van de aard van de procedure, een verklaring over de juridische instantie waar de procedure is begonnen en een algemene beschrijving van de aangelegenheden waarover het geschil gaat;

  • b.

    belanghebbenden een redelijke mogelijkheid biedt om feiten en argumenten ter ondersteuning van hun standpunten naar voren te brengen voordat tot een definitief administratief optreden wordt overgegaan, voor zover de tijd, de aard van de procedure en het openbaar belang dit toelaten; en

  • c.

    erop toeziet dat haar procedures gebaseerd zijn op de wet en hiermee in overeenstemming zijn.

Artikel

12.6

Herziening en beroep

Artikel

12.7

Regelgevingskwaliteit en -efficiency en goed bestuur

Artikel

12.8

Discriminatieverbod

Elk van beide partijen past op belanghebbenden van de andere partij normen inzake transparantie toe die niet minder gunstig zijn dan die welke gelden voor hun eigen belanghebbenden, of, indien deze beter zijn, voor belanghebbenden uit derde landen of voor derde landen.

HOOFDSTUK

DERTIEN

HANDEL EN DUURZAME ONTWIKKELING

Artikel

13.1

Context en doelstellingen

Artikel

13.2

Toepassingsgebied

Artikel

13.3

Regelgevingsrecht en beschermingsniveaus

Gezien het recht van elk van beide partijen haar eigen beschermingsniveaus voor milieu en werknemers te bepalen en dienovereenkomstig haar wetgeving en beleid ter zake vast te stellen en te wijzigen, proberen zij te waarborgen dat die wetgeving en dat beleid in hoge beschermingsniveaus voor milieu en werknemers voorzien en deze bevorderen, in overeenstemming met de in de artikelen 13.4 en 13.5 genoemde internationaal erkende normen of overeenkomsten, en streven zij naar een voortdurende verbetering van die wetgeving en dat beleid.

Artikel

13.4

Multilaterale arbeidsnormen en -overeenkomsten

Artikel

13.5

Multilaterale milieuovereenkomsten

Artikel

13.6

Handel ten behoeve van duurzame ontwikkeling

Artikel

13.7

Handhaving van beschermingsniveaus bij de toepassing en handhaving van wet- en regelgeving en normen

Artikel

13.8

Wetenschappelijke informatie

De partijen erkennen dat het belangrijk is om bij de opstelling en tenuitvoerlegging van maatregelen ter bescherming van het milieu en de sociale omstandigheden die van invloed zijn op de handel tussen de partijen, rekening te houden met wetenschappelijke en technische informatie, en internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen ter zake.

Artikel

13.9

Transparantie

De partijen komen overeen alle maatregelen ter bescherming van het milieu en de arbeidsomstandigheden die van invloed zijn op de handel tussen de partijen, in overeenstemming met hun respectieve interne wetgeving op transparante wijze op te stellen, in te voeren en ten uitvoer te leggen, deze maatregelen tijdig aan te kondigen, hierover een openbare raadpleging te houden en niet-overheidsactoren, waaronder de particuliere sector, op passende wijze tijdig te informeren en te consulteren.

Artikel

13.10

Evaluatie van effecten op de duurzaamheid

De partijen verbinden zich ertoe het effect van de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst op de duurzame ontwikkeling, waaronder de bevordering van fatsoenlijk werk, te evalueren, te beoordelen en te volgen via hun bestaande participatieprocessen en participatieve instellingen en die welke in het kader van deze overeenkomst in het leven zijn geroepen, bijvoorbeeld door handelsgerelateerde beoordelingen van het effect op de duurzaamheid.

Artikel

13.11

Samenwerking

Gezien het belang van samenwerking bij handelsgerelateerde aspecten van het sociale en milieubeleid om de doelstellingen van deze overeenkomst te bereiken, verbinden de partijen zich tot de in bijlage 13 bedoelde samenwerkingsactiviteiten.

Artikel

13.12

Institutioneel mechanisme

Artikel

13.13

Mechanisme voor de dialoog met het maatschappelijk middenveld

Artikel

13.14

Overleg op regeringsniveau

Artikel

13.15

Deskundigenpanel

Artikel

13.16

Beslechting van geschillen

Voor alle aangelegenheden die zich in verband met dit hoofdstuk voordoen, doen de partijen een beroep op de in de artikelen 13.14 en 13.15 opgenomen procedures.

HOOFDSTUK

VEERTIEN

BESLECHTING VAN GESCHILLEN

AFDELING

A

DOEL EN TOEPASSINGSGEBIED

Artikel

14.1

Doel

Het doel van dit hoofdstuk is geschillen tussen de partijen over de toepassing te goeder trouw van deze overeenkomst te vermijden en te beslechten en waar mogelijk tot een onderling overeengekomen oplossing te komen.

Artikel

14.2

Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op elk geschil over de interpretatie en toepassing van de bepalingen van deze overeenkomst, tenzij anders is bepaald86)Voor geschillen over het protocol betreffende culturele samenwerking worden alle verwijzingen in dit hoofdstuk naar het Handelscomité verstaan als verwijzingen naar het Comité voor culturele samenwerking..

AFDELING

B

OVERLEG

Artikel

14.3

Overleg

AFDELING

C

PROCEDURES VOOR DE BESLECHTING VAN GESCHILLEN

ONDERAFDELING

A

ARBITRAGEPROCEDURE

Artikel

14.4

Inleiding van de arbitrageprocedure

Artikel

14.5

Instelling van het arbitragepanel

Artikel

14.6

Tussentijds panelverslag

Artikel

14.7

Uitspraak van het arbitragepanel

ONDERAFDELING

B

NALEVING

Artikel

14.8

Naleving van de uitspraak van het arbitragepanel

Elk van beide partijen neemt de nodige maatregelen om de uitspraak van het arbitragepanel te goeder trouw na te leven; zij streven ernaar overeenstemming te bereiken over de termijn waarbinnen zij de uitspraak zullen naleven.

Artikel

14.9

Redelijke termijn voor naleving

Artikel

14.10

Onderzoek van maatregelen getroffen tot naleving van de uitspraak van het arbitragepanel

Artikel

14.11

Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving

Artikel

14.12

Onderzoek van nalevingsmaatregelen getroffen na de opschorting van verplichtingen

ONDERAFDELING

C

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

14.13

Onderling overeengekomen oplossing

De partijen kunnen te allen tijde onderling een oplossing voor een onder dit hoofdstuk vallend geschil overeenkomen. Zij stellen het Handelscomité van die oplossing in kennis. Na kennisgeving van de onderling overeengekomen oplossing is de procedure beëindigd.

Artikel

14.14

Reglement van orde

Artikel

14.15

Inlichtingen en technisch advies

Het arbitragepanel kan op verzoek van een partij of op eigen initiatief bij alle bronnen, met inbegrip van de bij het geschil betrokken partijen, de inlichtingen inwinnen die het nuttig acht voor de arbitrageprocedure. Het arbitragepanel heeft tevens het recht deskundigen om advies te vragen wanneer het dat nuttig acht. Alle op deze manier verkregen inlichtingen worden medegedeeld aan beide partijen, die hierover opmerkingen kunnen indienen. Belanghebbende natuurlijke of rechtspersonen van de partijen kunnen in overeenstemming met bijlage 14-B als amicus curiae opmerkingen bij het arbitragepanel indienen.

Artikel

14.16

Interpretatieregels

Arbitragepanels leggen de in artikel 14.2 bedoelde bepalingen uit volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van het internationaal publiekrecht, met inbegrip van die in het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht. Wanneer een verplichting uit hoofde van deze overeenkomst identiek is aan een verplichting uit hoofde van de WTO-Overeenkomst, legt het arbitragepanel zich vast op een interpretatie die in overeenstemming is met een eventuele relevante interpretatie die is vastgesteld in uitspraken van het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO, hierna „het DSB” (Dispute Settlement Body) genoemd. Uitspraken van een arbitragepanel kunnen de rechten en verplichtingen uit hoofde van de in artikel 14.2 bedoelde bepalingen niet verruimen of beperken.

Artikel

14.17

Besluiten en uitspraken van het arbitragepanel

AFDELING

D

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

14.18

Lijst van scheidsrechters

Artikel

14.19

Relatie tot WTO-verplichtingen

Artikel

14.20

Termijnen

HOOFDSTUK

VIJFTIEN

INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

15.1

Handelscomité

Artikel

15.2

Gespecialiseerde comités

Artikel

15.3

Werkgroepen

Artikel

15.4

Besluitvorming

Artikel

15.5

Wijzigingen

Artikel

15.6

Contactpunten

Artikel

15.7

Belastingen

Artikel

15.8

Uitzonderingen in verband met de betalingsbalans

Artikel

15.9

Uitzonderingen op grond van veiligheidsoverwegingen

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst wordt zodanig uitgelegd dat:

  • a.

    een partij verplicht wordt gegevens te verstrekken waarvan zij openbaarmaking in strijd acht met haar wezenlijke veiligheidsbelangen;

  • b.

    een partij belet wordt maatregelen te nemen die zij ter bescherming van haar wezenlijke veiligheidsbelangen nodig acht en die:

    • i.

      verband houden met de productie van of handel in wapens, munitie of oorlogsmaterieel, dan wel met economische activiteiten die direct of indirect de bevoorrading van een militaire inrichting ten doel hebben;

    • ii.

      betrekking hebben op splijt- of fusiestoffen of op grondstoffen waaruit deze kunnen worden vervaardigd; of

    • iii.

      in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen worden genomen; of

  • c.

    een partij belet wordt maatregelen te nemen tot uitvoering van haar internationale verplichtingen met het oog op de handhaving van de internationale vrede en veiligheid.

Artikel

15.10

Inwerkingtreding

Artikel

15.11

Duur

Artikel

15.12

Voldoen aan verplichtingen

Artikel

15.13

Bijlagen, aanhangsels, protocollen en aantekeningen

De bijlagen, aanhangsels, protocollen en aantekeningen bij deze overeenkomst vormen daarvan een integrerend onderdeel.

Artikel

15.14

Relatie tot andere overeenkomsten

Artikel

15.15

Territoriale toepassing

Artikel

15.16

Authentieke teksten

Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud, in de volgende talen: Bulgaars, Deens, Duits, Engels, Ests, Fins, Frans, Grieks, Hongaars, Italiaans, Kroatisch, Lets, Litouws, Maltees, Nederlands, Pools, Portugees, Roemeens, Sloveens, Slowaaks, Spaans, Tsjechisch, Zweeds en Koreaans, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Protocol betreffende de definitie van „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking

AFDELING

A

OORSPRONGSREGELS

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Definities

In dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    vervaardiging: elk type be- of verwerking, met inbegrip van telen, vissen, opfokken, jagen, assembleren of speciale behandelingen;

  • b.

    materiaal: alle ingrediënten, grondstoffen, componenten of delen enz., die bij de vervaardiging van een product worden gebruikt;

  • c.

    product: het vervaardigde product, ook indien dit bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;

  • d.

    goederen: materialen, producten of artikelen;

  • e.

    douanewaarde: de waarde zoals bepaald volgens de Overeenkomst inzake de douanewaarde;

  • f.

    prijs af fabriek: de prijs die voor het product af fabriek is betaald of moet worden betaald aan de fabrikant in een partij in wiens onderneming de laatste be- of verwerking is verricht, voor zover in die prijs de waarde is begrepen van alle gebruikte materialen, verminderd met alle interne belastingen die worden of moeten worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;

  • g.

    waarde van de niet van oorsprong zijnde materialen: de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de EU of in Korea is betaald;

  • h.

    waarde van de materialen van oorsprong: de waarde van de materialen volgens de definitie in punt g), die van dienovereenkomstige toepassing is;

  • i.

    hoofdstukken, posten en onderverdelingen: de hoofdstukken (tweecijfercodes), posten (viercijfercodes) en onderverdelingen (zescijfercodes) van de nomenclatuur, die het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen, in dit protocol „het geharmoniseerd systeem” of „GS” genoemd, vormen;

  • j.

    ingedeeld: de indeling van een product of materiaal onder een bepaald hoofdstuk of een bepaalde post of onderverdeling;

  • k.

    zending: producten die gelijktijdig van één exporteur naar één geadresseerde worden verzonden of die vergezeld gaan van een enkel vervoersdocument voor de verzending van de exporteur naar de geadresseerde of, bij gebreke daarvan, van een enkele factuur;

  • l.

    GS: het van kracht zijnde geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen, met inbegrip van de algemene bepalingen en de aantekeningen; en

  • m.

    grondgebied: met inbegrip van de territoriale wateren.

TITEL

II

DEFINITIE VAN „PRODUCTEN VAN OORSPRONG”

Artikel

2

Producten van oorsprong

Voor de toepassing van een preferentiële tariefbehandeling worden de volgende producten als van oorsprong uit een partij beschouwd:

  • a.

    volledig in een partij verkregen producten in de zin van artikel 4;

  • b.

    in een partij verkregen producten waarin materialen zijn verwerkt die daar niet volledig zijn verkregen, mits die materialen in de betrokken partij een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 5; of

  • c.

    in een partij verkregen producten die uitsluitend bestaan uit materialen die krachtens dit protocol als van oorsprong worden aangemerkt.

Artikel

3

Cumulatie van de oorsprong

Onverminderd artikel 2 worden producten als van oorsprong uit een partij beschouwd als zij daar zijn verkregen en in die producten materialen zijn verwerkt die van oorsprong zijn uit de andere partij, mits de be- of verwerking ingrijpender is dan de in artikel 6 genoemde be- of verwerkingen. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen toereikende be- of verwerkingen hebben ondergaan.

Artikel

4

Volledig verkregen producten

Artikel

5

Toereikende be- of verwerking

Artikel

6

Ontoereikende be- of verwerking

Artikel

7

In aanmerking te nemen eenheid

Artikel

8

Toebehoren, vervangingsonderdelen en gereedschappen

Toebehoren, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met een product worden geleverd en deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en die in de prijs ervan zijn begrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht een geheel te vormen met het product in kwestie.

Artikel

9

Stellen en assortimenten

Stellen en assortimenten in de zin van algemene regel 3 van het GS worden als van oorsprong beschouwd wanneer alle samenstellende delen van oorsprong zijn en het product aan alle andere toepasselijke eisen van dit protocol voldoet. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt evenwel als van oorsprong beschouwd indien de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15% van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt.

Artikel

10

Neutrale elementen

Om de oorsprong van een product te bepalen, behoeft niet te worden vastgesteld wat de oorsprong is van de goederen die bij de vervaardiging ervan worden gebruikt, maar die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren om daarin voor te komen.

Artikel

11

Gescheiden boekhouding van materialen

TITEL

III

TERRITORIALE VOORWAARDEN

Artikel

12

Territorialiteitsbeginsel

Artikel

13

Rechtstreeks vervoer

AFDELING

B

OORSPRONGSPROCEDURES

TITEL

IV

TERUGGAVE OF VRIJSTELLING VAN RECHTEN

Artikel

14

Teruggave of vrijstelling van douanerechten

TITEL

V

BEWIJS VAN OORSPRONG

Artikel

15

Algemene voorwaarden

Artikel

16

Voorwaarden voor het opstellen van een oorsprongsverklaring

Artikel

17

Toegelaten exporteur

Artikel

18

Geldigheid van het bewijs van oorsprong

Artikel

19

Aanspraak op preferentiële tariefbehandeling en indiening van bewijs van oorsprong

Om aanspraak te kunnen maken op een preferentiële tariefbehandeling worden, indien de wet- en regelgeving van de partij van invoer dat vereist, bewijzen van oorsprong bij de douaneautoriteiten van de partij van invoer ingediend. Die kunnen eisen dat het bewijs van oorsprong wordt vertaald en dat de aangifte ten invoer vergezeld gaat van een verklaring van de importeur dat de producten aan de voorwaarden voor de toepassing van deze overeenkomst voldoen.

Artikel

20

Invoer in deelzendingen

Wanneer, op verzoek van de importeur en op de door de douaneautoriteiten van de partij van invoer vastgestelde voorwaarden, gedemonteerde of niet-gemonteerde producten in de zin van algemene regel 2 a) van het GS, vallende onder Afdeling XVI of XVII, dan wel post 7308 of 9406 van het GS, in deelzendingen worden ingevoerd, wordt een enkel bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten ingediend bij de invoer van de eerste deelzending.

Artikel

21

Vrijstelling van het bewijs van oorsprong

Artikel

22

Bewijsstukken

De in artikel 16, lid 3, bedoelde documenten aan de hand waarvan wordt aangetoond dat producten waarvoor een bewijs van oorsprong is verstrekt, producten van oorsprong uit de EU of uit Korea zijn die aan de andere voorwaarden van dit protocol voldoen, kunnen onder meer de volgende zijn:

  • a.

    een rechtstreeks bewijs, bijvoorbeeld aan de hand van de boekhouding of de interne administratie van de exporteur, leverancier of producent, van de door deze uitgevoerde be- of verwerkingen om de producten te verkrijgen;

  • b.

    in een partij afgegeven of opgestelde en volgens het interne recht van die partij gebruikte documenten waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt;

  • c.

    in een partij afgegeven of opgestelde en volgens het interne recht van die partij gebruikte documenten waaruit de be- of verwerking van materialen in een partij blijkt;

  • d.

    in een partij in overeenstemming met dit protocol afgegeven of opgestelde bewijzen van oorsprong waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt; en

  • e.

    passende bewijsstukken inzake be- of verwerking buiten het grondgebied van de partijen overeenkomstig artikel 12, waaruit blijkt dat aan de eisen van dat artikel is voldaan.

Artikel

23

Bewaring van het bewijs van oorsprong en de bewijsstukken

Artikel

24

Verschillen en vormfouten

Artikel

25

In euro uitgedrukte bedragen

TITEL

VI

REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING

Artikel

26

Uitwisseling van adressen

De douaneautoriteiten van de partijen verstrekken elkaar, via de Europese Commissie, de adressen van de douaneautoriteiten die voor de controle van de bewijzen van oorsprong verantwoordelijk zijn.

Artikel

27

Controle van de bewijzen van oorsprong

Artikel

28

Beslechting van geschillen

Artikel

29

Sancties

Er worden, in overeenstemming met de wetgeving van de partijen, sancties getroffen tegen eenieder die een document met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen met het doel een preferentiële behandeling voor producten te verkrijgen.

Artikel

30

Vrije zones

AFDELING

C

CEUTA EN MELILLA

TITEL

VII

CEUTA EN MELILLA

Artikel

31

Toepassing van het protocol

Artikel

32

Bijzondere voorwaarden

AFDELING

D

SLOTBEPALINGEN

TITEL

VIII

SLOTBEPALINGEN

Artikel

33

Wijzigingen van het protocol

Het Handelscomité kan besluiten dit protocol te wijzigen.

Artikel

34

Overgangsbepalingen voor de doorvoer of opslag van goederen

Deze overeenkomst kan worden toegepast op goederen die aan de bepalingen van dit protocol voldoen en die op de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst in de partijen in doorvoer zijn of zich in tijdelijke opslag in een douane-entrepot of in een vrije zone bevinden, mits binnen 12 maanden na die datum een achteraf opgesteld bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten van de partij van invoer wordt ingediend, tezamen met de documenten waaruit blijkt dat de goederen rechtstreeks zijn vervoerd overeenkomstig artikel 13.

Gezamenlijke verklaring betreffende het Vorstendom Andorra

Gezamenlijke verklaring betreffende de Republiek San Marino

Gezamenlijke verklaring betreffende de herziening van de oorsprongsregels in het Protocol betreffende de definitie van „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking

  • 1.

    De partijen komen overeen om, wanneer een van hen daarom verzoekt, de oorsprongsregels in het Protocol betreffende de definitie van „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking opnieuw te onderzoeken en overleg te plegen over de nodige wijzigingen ervan. Bij hun overleg over de wijzigingen van het Protocol betreffende de definitie van „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking houden de partijen rekening met technologische ontwikkelingen, productieprocessen, prijsschommelingen en alle andere factoren die grond kunnen zijn de oorsprongsregels te wijzigen.

  • 2.

    Bijlage II bij het Protocol betreffende de definitie van „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking wordt aangepast in overeenstemming met de periodieke wijzigingen van het GS.

Gezamenlijke verklaring betreffende de toelichting

De partijen zijn het erover eens dat een toelichting op dit protocol moet worden opgesteld. De partijen leggen deze toelichting overeenkomstig hun interne procedures ten uitvoer.

Toelichting

  • 1.

    Voor de toepassing van artikel 1 omvat vervaardiging ook het oogsten, zetten van vallen, produceren, fokken en demonteren.

  • 2.

    Voor de toepassing van artikel 1, onder g), wordt onder controleerbaar verstaan „vastgesteld in overeenstemming met de Overeenkomst inzake de douanewaarde”.

  • 3.

    Voor de toepassing van artikel 5, lid 1, onder b), kan de waarde van het materiaal dat niet van oorsprong is, worden verkregen door de waarde van het materiaal dat van oorsprong is, inclusief het zelf geproduceerde materiaal van oorsprong dat wordt gebruikt bij de productie van het uiteindelijk niet van oorsprong zijnde materiaal, af te trekken van de prijs af fabriek van het product.

  • 4.

    De waarde van het materiaal van oorsprong dat zelf geproduceerd is, omvat alle kosten voor de productie van het materiaal en een bedrag voor winst dat gelijk is aan de winstmarge bij een normale handelstransactie.

  • 5.

    Voor de toepassing van artikel 6 heeft „eenvoudig” betrekking op activiteiten waarvoor geen speciale vaardigheden of specifiek voor de uitvoering van de activiteit vervaardigde of geïnstalleerde machines, apparaten, toestellen of uitrusting benodigd zijn. Het eenvoudig mengen omvat evenwel geen chemische reactie. Onder chemische reactie wordt verstaan een proces, met inbegrip van een biochemisch proces, dat in een molecule met een nieuwe structuur resulteert doordat het de intramoleculaire verbindingen verbreekt en nieuwe intramoleculaire verbindingen tot stand brengt of doordat het de ruimtelijke ordening van de atomen in een molecule wijzigt.

  • 6.

    Voor de toepassing van artikel 10 omvatten neutrale elementen onder meer:

    • a.

      energie en brandstof,

    • b.

      fabrieksuitrusting,

    • c.

      machines en werktuigen, en

    • d.

      goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren om daarin voor te komen.

  • 7.

    Voor de toepassing van artikel 11 wordt onder identieke en onderling verwisselbare materialen verstaan materialen van gelijke aard en handelskwaliteit, met dezelfde technische en fysieke kenmerken, die, zodra zij in het eindproduct zijn verwerkt, niet van elkaar te onderscheiden zijn voor het bepalen van de oorsprong.

  • 8.

    Voor de toepassing van artikel 11 wordt de „specifieke referentieperiode” vastgesteld in overeenstemming met de interne wet- en regelgeving ter zake van elk van beide partijen.

  • 9.

    Alleen wanneer sprake is van een van onderstaande specifieke omstandigheden, mag de preferentiële behandeling zonder controle van het bewijs van oorsprong worden geweigerd op grond van het feit dat dit bewijs als niet van toepassing kan worden beschouwd:

    • a.

      er is niet voldaan aan de voorwaarden van artikel 13 inzake rechtstreeks vervoer;

    • b.

      het bewijs van oorsprong is achteraf opgesteld voor goederen die aanvankelijk op frauduleuze wijze waren ingevoerd;

    • c.

      het bewijs van oorsprong is afgegeven door een exporteur uit een land dat geen partij bij deze overeenkomst is;

    • d.

      de importeur dient binnen de in de wetgeving van de partij van invoer vastgelegde termijn geen bewijs van invoer in bij de douaneautoriteiten van die partij.

  • 10.

    De douaneautoriteiten van het Vorstendom Andorra zijn verantwoordelijk voor de toepassing van de Gezamenlijke verklaring betreffende het Vorstendom Andorra in het Vorstendom Andorra.

  • 11.

    De douaneautoriteiten van de Republiek San Marino zijn verantwoordelijk voor de toepassing van de Gezamenlijke verklaring betreffende de Republiek San Marino in de Republiek San Marino.

Protocol betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    douanewetgeving: de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die op het grondgebied van de partijen van toepassing zijn op de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing daarvan onder andere douaneregelingen of -procedures, met inbegrip van verbods-, beperkings- en controlemaatregelen;

  • b.

    verzoekende autoriteit: een bevoegde overheidsinstantie die hiertoe door een partij is aangewezen en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand indient;

  • c.

    aangezochte autoriteit: een bevoegde overheidsinstantie die hiertoe door een partij is aangewezen en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand ontvangt;

  • d.

    persoonsgegevens: alle informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;

  • e.

    met de douanewetgeving strijdige handeling: elke overtreding of poging tot overtreding van de douanewetgeving.

Artikel

2

Toepassingsgebied

Artikel

3

Bijstand op verzoek

Artikel

4

Ongevraagde bijstand

De partijen verlenen elkaar, in overeenstemming met hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, op eigen initiatief bijstand indien zij dit noodzakelijk achten voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder indien zij informatie hebben verkregen over:

  • a.

    activiteiten die met de douanewetgeving strijdige handelingen zijn of lijken te zijn en die van belang kunnen zijn voor de andere partij;

  • b.

    nieuwe middelen of methoden die worden gebruikt om met de douanewetgeving strijdige handelingen te verrichten;

  • c.

    goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van met de douanewetgeving strijdige handelingen;

  • d.

    natuurlijke personen of rechtspersonen van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij bij met de douanewetgeving strijdige handelingen betrokken zijn of waren;

  • e.

    vervoermiddelen waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij zijn, worden of kunnen worden gebruikt bij met de douanewetgeving strijdige handelingen.

Artikel

5

Verstrekking van documenten en kennisgeving van besluiten

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, in overeenstemming met haar wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, alle maatregelen die nodig zijn voor

  • a.

    de verstrekking van documenten of

  • b.

    de kennisgeving van besluiten

van de verzoekende autoriteit in verband met de toepassing van dit protocol aan adressaten die op het grondgebied van de aangezochte autoriteit verblijven of gevestigd zijn.

Verzoeken om de verstrekking van documenten of de kennisgeving van besluiten worden schriftelijk aan de aangezochte autoriteit gericht in een officiële taal van die autoriteit of in een voor die autoriteit aanvaardbare taal.

Artikel

6

Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand

Artikel

7

Uitvoering van verzoeken

Artikel

8

Vorm waarin de informatie moet worden verstrekt

Artikel

9

Gevallen waarin geen bijstand behoeft te worden verleend

Artikel

10

Doorgifte van informatie en geheimhoudingsplicht

Artikel

11

Deskundigen en getuigen

Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd om, binnen de grenzen van de hem verleende machtiging, als deskundige of getuige te verschijnen in gerechtelijke of administratieve procedures betreffende onder dit protocol vallende aangelegenheden en daarbij de voor de procedure noodzakelijke voorwerpen, documenten of gewaarmerkte afschriften voor te leggen. In de dagvaarding dient uitdrukkelijk te worden vermeld voor welke rechterlijke of administratieve instantie de ambtenaar moet verschijnen en over welke aangelegenheid en in welke functie of hoedanigheid hij zal worden ondervraagd.

Artikel

12

Kosten van de bijstand

De partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die op grond van dit protocol worden gedaan, met uitzondering van eventuele uitgaven voor deskundigen en getuigen en voor tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel

13

Tenuitvoerlegging

Artikel

14

Andere overeenkomsten

Protocol betreffende culturele samenwerking

De partijen,

Geratificeerd hebbend het UNESCO-Verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen, hierna het „Unesco-Verdrag” genoemd, dat op 20 oktober 2005 in Parijs is aangenomen en op 18 maart 2007 in overeenstemming met de in lid 3 van artikel 15.10 (Inwerkingtreding) vastgelegde procedure in werking is getreden, zijnde voornemens het Unesco-verdrag daadwerkelijk ten uitvoer te leggen en in het kader daarvan op basis van de beginselen van dat verdrag samen te werken door middel van acties in overeenstemming met dat verdrag,

Erkennend dat de cultuurindustrie en de verscheidenheid van culturele goederen en diensten van belang zijn als activiteiten met een culturele, economische en sociale waarde,

Erkennend dat het door deze overeenkomst ondersteunde proces een mondiale strategie ter bevordering van een rechtvaardige groei en een hechtere samenwerking tussen de partijen op economisch, cultureel en handelsgebied behelst,

Eraan herinnerend dat de doelstellingen van dit protocol worden aangevuld en ondersteund door al bestaande en toekomstige beleidsinstrumenten die in ander verband worden beheerd, teneinde:

  • a)

    de capaciteit en onafhankelijkheid van de cultuurindustrie van de partijen te versterken;

  • b)

    plaatselijke en regionale culturele inhoud te bevorderen,

  • c)

    culturele diversiteit te erkennen, te beschermen en te bevorderen als voorwaarden voor een geslaagde dialoog tussen culturen, en

  • d)

    het culturele erfgoed te erkennen, te beschermen en te bevorderen en de erkenning ervan door de plaatselijke bevolking te stimuleren, in het besef dat het een waardevol middel is om uiting te geven aan culturele identiteit,

Erop wijzend dat de culturele samenwerking tussen de partijen moet worden vergemakkelijkt en dat daartoe onder meer per geval rekening moet worden gehouden met de ontwikkelingsgraad van hun cultuurindustrie, met het niveau van en de structurele onevenwichtigheden bij culturele uitwisselingen en met het bestaan van regelingen voor de bevordering van plaatselijke en regionale culturele inhoud,

Komen het volgende overeen:

Artikel

1

Toepassingsgebied, doelstellingen en definities

AFDELING

A

HORIZONTALE BEPALINGEN

Artikel

2

Culturele uitwisseling en dialoog

Artikel

3

Comité voor culturele samenwerking

Artikel

3 bis

Beslechting van geschillen

Tenzij de partijen anders overeenkomen, en alleen wanneer een in artikel 3, lid 6, van dit protocol bedoelde aangelegenheid niet op bevredigende wijze kon worden opgelost door middel van de in dat artikel beschreven overlegprocedure, is hoofdstuk veertien (Beslechting van geschillen) op dit protocol van toepassing, met inachtneming van de volgende wijzigingen:

  • a.

    alle verwijzingen in hoofdstuk veertien (Beslechting van geschillen) naar het Handelscomité zijn als verwijzingen naar het Comité voor culturele samenwerking te beschouwen;

  • b.

    voor de toepassing van artikel 14.5 (Instelling van het arbitragepanel) trachten de partijen overeenstemming te bereiken over scheidsrechters met de nodige kennis en ervaring op de gebieden die onder dit protocol vallen. Wanneer de partijen geen overeenstemming over de samenstelling van het arbitragepanel bereiken, worden de scheidsrechters volgens de procedure van artikel 14.5, lid 3, door loting aangewezen uit de overeenkomstig c) opgestelde lijst en niet uit de in artikel 14.18 (Lijst van scheidsrechters) bedoelde lijst.

  • c.

    het Comité voor culturele samenwerking stelt onmiddellijk na zijn oprichting een lijst van vijftien personen op die bereid en in staat zijn om als scheidsrechter op te treden. Elk van beide partijen stelt vijf personen voor die als scheidsrechter kunnen optreden. De partijen kiezen in onderling overleg bovendien vijf personen die geen onderdaan van een van de partijen zijn en die als voorzitter van het arbitragepanel kunnen fungeren. Het Comité voor culturele samenwerking ziet erop toe dat de lijst te allen tijde uit dit aantal personen blijft bestaan. De scheidsrechters moeten kennis en ervaring op het onder dit protocol vallende gebied hebben. Als scheidsrechters zijn zij onafhankelijk, treden zij op persoonlijke titel op, nemen zij geen instructies aan van enige organisatie of regering ten aanzien van het geschil betreffende aangelegenheden en nemen zij bijlage 14-C (Gedragscode voor leden van arbitragepanels en voor bemiddelaars) in acht;

  • d.

    bij het kiezen van verplichtingen die ingevolge lid 2 van artikel 14.11 (Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving) bij een geschil in verband met dit protocol worden opgeschort, beperkt de klagende partij zich tot verplichtingen die uit dit protocol voortvloeien; en

  • e.

    onverminderd artikel 14.11, lid 2, mag de klagende partij geen uit dit protocol voortvloeiende verplichtingen opschorten bij geschillen die zich niet in verband met dit protocol voordoen.

Artikel

4

Kunstenaars en andere professionals uit de cultuursector en cultuurbeoefenaars

AFDELING

B

SECTORSPECIFIEKE BEPALINGEN

ONDERAFDELING

A

BEPALINGEN BETREFFENDE AUDIOVISUELE WERKEN

Artikel

5

Audiovisuele coproducties

Artikel

6

Andere audiovisuele samenwerking

Artikel

7

Tijdelijke invoer van materiaal en uitrusting voor de opname van audiovisuele werken

ONDERAFDELING

B

BEVORDERING VAN CULTURELE SECTOREN ANDERE DAN DE AUDIOVISUELE SECTOR

Artikel

8

Uitvoerende kunsten

Artikel

9

Publicaties

De partijen vergemakkelijken, in overeenstemming met hun respectieve wetgeving, de uitwisseling van publicaties met de andere partij en de verspreiding van publicaties van de andere partij door, onder meer:

  • a.

    de organisatie van beurzen, seminars en literaire en dergelijke evenementen in verband met publicaties, met inbegrip van mobiele faciliteiten voor openbare lezingen;

  • b.

    de vergemakkelijking van gezamenlijke uitgaven en vertalingen; en

  • c.

    de vergemakkelijking van beroepsuitwisselingen en -opleiding voor bibliothecarissen, schrijvers, vertalers, boekhandelaren en uitgevers.

Artikel

10

Bescherming van cultureel erfgoed en historische monumenten

De partijen stimuleren, in overeenstemming met hun respectieve wetgeving en onverminderd de voorbehouden in hun verbintenissen in de andere bepalingen van deze overeenkomst, door middel van passende programma’s de uitwisseling van kennis en goede praktijken betreffende de bescherming van cultureel erfgoed en historische monumenten met het oog op de werelderfgoedlijst van de Unesco; hiertoe bevorderen zij de uitwisseling van deskundigen, werken zij samen op het gebied van beroepsopleiding, organiseren zij bewustmakingscampagnes onder de plaatselijke bevolking en adviseren zij over de bescherming van historische monumenten en beschermde zones en over wetgeving en maatregelen inzake het culturele erfgoed, en met name de integratie van dat erfgoed in het lokale leven.

Memorandum van overeenstemming over de grensoverschrijdende verlening van verzekeringsdiensten waarvoor in bijlage 7-a (lijst van verbintenissen) verbintenissen zijn aangegaan

Met betrekking tot de grensoverschrijdende verlening van verzekeringsdiensten waarvoor in bijlage 7-A (Lijst van verbintenissen) verbintenissen zijn aangegaan, te weten de verzekering van risico’s in verband met:

  • a.

    zeevaart, commerciële luchtvaart, lancering van en vrachtvervoer middels ruimtevaartuigen (satellieten inbegrepen) waarbij het volgende volledig of gedeeltelijk wordt gedekt: de vervoerde goederen, het voertuig waarmee de goederen worden vervoerd en de daaruit voorvloeiende aansprakelijkheid; en

  • b.

    goederen in het internationale douanevervoer,

bevestigen de partijen dat, wanneer een lidstaat van de Europese Unie voorschrijft dat dergelijke diensten alleen mogen worden verleend door een in de Europese Unie gevestigde dienstverlener, een Koreaanse financiële dienstverlener via zijn vestiging in een van de lidstaten van de Europese Unie die diensten mag verlenen in de andere lidstaten van de Europese Unie zonder daar gevestigd te zijn. Ter verdere verduidelijking: de verlening van een financiële dienst omvat de productie, distributie, marketing, verkoop en levering van die dienst.

Het overleg tussen de Europese Commissie en de lidstaten van de Europese Unie die vestiging in de Europese Unie als vereiste handhaven, wordt voortgezet met het oog op verdere stappen ter vergemakkelijking van de verlening van deze diensten op hun grondgebied. De EU begroet het Koreaanse voorstel om in de toekomst hierover te onderhandelen teneinde tot een overeenkomst te komen.

Dit memorandum van overeenstemming is een integrerend deel van deze overeenkomst.

Memorandum van overeenstemming over het hervormingsplan voor de Koreaanse postdiensten1)Dit memorandum is niet bindend en hoofdstuk veertien (Beslechting van geschillen) is hierop niet van toepassing.

Tijdens de onderhandelingen over deze overeenkomst heeft de Koreaanse delegatie de delegatie van de Europese Unie een toelichting gegeven over de intenties van de Koreaanse regering ten aanzien van haar hervormingsplan voor de postdiensten.

In dit verband wees Korea de delegatie van de Europese Unie op onderstaande aspecten van zijn hervormingsplan.

Korea is voornemens de uitzonderingen op het monopolie van de Koreaanse Post geleidelijk uit te breiden en meer particuliere bezorgingsdiensten toe te staan. Hiertoe zullen de Postwet, alsmede aanverwante wetgeving of ondergeschikte verordeningen worden gewijzigd.

  • a.

    Nadat deze wijzigingen in wet zijn vastgelegd, zal door een herdefiniëring van het begrip duidelijker zijn wat onder de brievenpost van de Koreaanse Post valt en zullen de uitzonderingen op het brievenpostmonopolie aan de hand van objectieve normen, zoals gewicht, prijs of een combinatie van beide, worden uitgebreid.

  • b.

    Bij het bepalen van de aard en omvang van bovengenoemde wijzigingen zal Korea verschillende factoren in aanmerking nemen, zoals de situatie op de binnenlandse markt, de ervaring van andere landen met het openstellen van de postmarkt en de noodzaak een universele dienst te waarborgen. Korea is voornemens deze wijzigingen binnen drie jaar na ondertekening van deze overeenkomst ten uitvoer te leggen.

Door toepassing van deze gewijzigde criteria zal Korea ervoor zorgen dat alle verleners van postbezorgings- en expresbesteldiensten in Korea zonder onderscheid hun diensten kunnen aanbieden.

Korea zal tevens artikel 3 van het Besluit tot uitvoering van de Postwet wijzigen en daardoor de uitzonderingen op het monopolie van de Koreaanse Post met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst uitbreiden tot alle internationale expresbesteldiensten voor documenten. Om een grotere zekerheid te waarborgen, vallen in de lidstaten van de Europese Unie de internationale en interne expresbesteldiensten voor alle documenten niet onder het monopolie van de postdiensten.

Memorandum van overeenstemming over specifieke verbintenissen inzake telecommunicatie

Tussen de delegatie van Korea en die van de Europese Unie is bij de onderhandelingen over specifieke verbintenissen inzake telecommunicatie in deze overeenkomst over het volgende overeenstemming bereikt:

Indien een partij de verlening van een vergunning voor de levering van openbare telecommunicatiediensten aan een rechtspersoon uit de partij waarin een persoon uit de andere partij een aandelenbelang heeft, afhankelijk stelt van de bevinding dat de levering van die diensten in het algemeen belang is, ziet zij erop toe: i) dat die bevinding en de procedures voor het komen tot die bevinding gebaseerd zijn op objectieve en transparante criteria; ii) dat wordt uitgegaan van een vermoeden dat de verlening van een vergunning aan een persoon uit de partij waarin een persoon uit de andere partij een aandelenbelang heeft, in het algemeen belang is; en iii) dat procedures in dit verband in overeenstemming met de artikelen 7.22 (Transparantie en vertrouwelijke informatie), 7.23 (Interne regelgeving) en 7.36 (Beslechting van telecommunicatiegeschillen) worden ontwikkeld.

Dit memorandum van overeenstemming is een integrerend deel van deze overeenkomst.

Memorandum van overeenstemming over zonering, stadsplanning en milieubescherming

Bij de onderhandelingen over hoofdstuk zeven (Handel in diensten, vestiging en elektronische handel) van deze overeenkomst hebben de partijen overleg gepleegd over de voorschriften betreffende zonering, stadsplanning en milieubescherming die bij de ondertekening van deze overeenkomst in Korea en in de Europese Unie van toepassing zijn.

De partijen zijn het erover eens dat voorschriften, met inbegrip van die over zonering, stadsplanning en milieubescherming, die bestaan in niet-discriminerende en niet-kwantitatieve maatregelen ten aanzien van vestiging, niet in de lijst met verbintenissen worden opgenomen.

Op basis van de hierboven beschreven gemeenschappelijke benadering bevestigen de partijen dat door Korea in het kader van de volgende wetten toegepaste specifieke maatregelen niet in de lijst met verbintenissen worden opgenomen:

  • Wet inzake het heraanpassingsplan voor het hoofdstedelijk gebied Seoel

  • Wet inzake industriële clusterontwikkeling en fabrieksvestiging

  • Bijzondere wet inzake de verbetering van de luchtkwaliteit in het hoofdstedelijk gebied Seoel

De partijen bevestigen hun recht om nieuwe voorschriften inzake zonering, stadsplanning en milieubescherming in te voeren.

Dit memorandum van overeenstemming is een integrerend deel van deze overeenkomst.