Tussentijdse Overeenkomst tot vaststelling van een kader voor een Economische Partnerschapsovereenkomst tussen staten in oostelijk en zuidelijk Afrika, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds

Tussentijdse Overeenkomst tot vaststelling van een kader voor een Economische Partnerschapsovereenkomst tussen staten in oostelijk en zuidelijk Afrika, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds

de Unie der Comoren,
de Republiek Madagaskar,
de Republiek Mauritius,
de Republiek der Seychellen,
de Republiek Zambia,
de Republiek Zimbabwe,
hierna „de OZA-staten” genoemd,
enerzijds, en
het Koninkrijk België,
de Republiek Bulgarije,
de Tsjechische Republiek,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Republiek Estland,
Ierland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
de Italiaanse Republiek,
de Republiek Cyprus,
de Republiek Letland,
de Republiek Litouwen,
het Groothertogdom Luxemburg,
de Republiek Hongarije,
Malta,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Republiek Polen,
de Portugese Republiek,
Roemenië,
de Republiek Slovenië,
de Slowaakse Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
en
de Europese Gemeenschap, hierna „de EG” genoemd,
anderzijds,
hierna tesamen „partijen” genoemd,

Preambule

wij, de ACS-staten (staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan) in Oostelijk en Zuidelijk Afrika, samen de OZA-groep en zijn afzonderlijke lidstaten uitmakend, enerzijds, en de Europese Gemeenschap (EG) en haar lidstaten, anderzijds;

gelet op de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de EG en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend op 23 juni 2000, hierna de „Overeenkomst van Cotonou” genoemd, het Verdrag inzake de gemeenschappelijke markt van Oostelijk en Zuidelijk Afrika (Comesa), ondertekend op 5 november 1993, het Verdrag inzake de ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika (SADC), ondertekend op 17 augustus 1992, en het handelsprotocol hierbij, het Verdrag inzake de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, ondertekend op 30 november 1999, en het Oprichtingsverdrag van de Afrikaanse Unie, ondertekend en goedgekeurd op 11 juli 2002;

gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap;

mede gelet op het besluit van de achtste top van de Comesa-autoriteit van staatshoofden en regeringsleiders, gehouden in Khartoem, Sudan, op 17 maart 2003, over de vaststelling van de OZA-groepering voor de onderhandelingen over een economische partnerschapsovereenkomst (EPO) met de Europese Unie (EU);

overwegende dat de OZA-staten en de EG en haar lidstaten zijn overeengekomen dat hun samenwerking op economisch en handelsgebied erop gericht moet zijn de soepele, geleidelijke integratie van de OZA-staten in de wereldeconomie met inachtneming van hun beleidskeuzen, hun ontwikkelingsniveau en hun ontwikkelingsprioriteiten te stimuleren en zo hun duurzame ontwikkeling te bevorderen en bij te dragen aan de uitroeiing van armoede in de OZA-staten;

opnieuw uitdrukking gevende aan hun streven de economische, culturele en sociale ontwikkeling van de OZA-staten te bevorderen en te bespoedigen, om zo een bijdrage te leveren aan vrede en veiligheid en een stabiel, democratisch politiek klimaat te bevorderen, dat gunstig is voor een duurzame nationale en regionale ontwikkeling;

opnieuw bevestigend dat de EPO in overeenstemming moet zijn met de doelstellingen en beginselen van de Overeenkomst van Cotonou, in het bijzonder met deel 3, titel II;

opnieuw bevestigend dat de EPO een ontwikkelingsinstrument moet zijn, een duurzame groei moet bevorderen, de productie- en aanbodcapaciteit van de OZA-staten moet verhogen, de structurele hervorming van de OZA-economieën en hun diversificatie en concurrentievermogen moet stimuleren en moet leiden tot ontwikkeling van de handel, het aantrekken van investeringen en technologie en het scheppen van werkgelegenheid in de OZA-staten;

herinnerend aan de verbintenissen van de internationale gemeenschap inzake de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, opgenomen in de VN-Verklaring van september 2000;

opnieuw bevestigend dat alleen vorderingen bij de ontwikkelingsagenda kunnen worden geboekt wanneer er sprake is van echte internationale samenwerking en een volledige tenuitvoerlegging van de verbintenissen die zijn overeengekomen bij de conferenties van Rio, Peking, Kopenhagen, Caïro en Monterrey en die zijn neergelegd in de actieprogramma's ten behoeve van de minst ontwikkelde landen (MOL's), de niet aan zee grenzende ontwikkelingslanden (LLDC's) en de kleine insulaire ontwikkelingslanden (SIDS);

gedachtig aan de rechten en plichten van de leden van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), het belang dat partijen hechten aan de beginselen en regels van de internationale handel en de noodzaak van een transparant, voorspelbaar, open en rechtvaardig multilateraal handelssysteem;

nogmaals wijzend op de noodzaak bijzondere aandacht te besteden aan regionale integratie en aan een speciale, gedifferentieerde behandeling van alle OZA-staten, de minst ontwikkelde OZA-staten hun speciale behandeling te laten behouden, en terdege rekening te houden met de positie van kleine OZA-economieën, die kwetsbaar zijn omdat zij geen toegang tot de zee hebben, een eiland zijn, aan zee liggen, met droogte te kampen hebben of uit een conflictsituatie komen;

in het bewustzijn dat aanzienlijke investeringen nodig zijn om de levensstandaard van de OZA-staten te verhogen;

herinnerend aan de verbintenissen van de partijen in het kader van de WTO,

zijn als volgt overeengekomen:1)[Red: De oorspronkelijke Bijlagen bij de Overeenkomst en de Bijlagen bij Protocol 1 liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, en zijn gepubliceerd in Pb. EU 2012, L 111.]

HOOFDSTUK

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Werkingssfeer van de tussentijdse overeenkomst

Bij deze tussentijdse overeenkomst wordt een kader voor een economische partnerschapsovereenkomst, hierna „EPO” genoemd, vastgesteld.

Artikel

2

Algemene EPO-doelstellingen

De doelstellingen van de economische partnerschapsovereenkomst zijn als volgt:

  • a.

    bijdragen aan het terugdringen en uiteindelijk uitroeien van armoede door de instelling van een versterkt, strategisch handels- en ontwikkelingspartnerschap dat in overeenstemming is met het doel van een duurzame ontwikkeling, de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling en de Overeenkomst van Cotonou;

  • b.

    regionale integratie, economische samenwerking en een goed bestuur in de OZA-regio bevorderen;

  • c.

    de geleidelijke integratie van de OZA-regio in de wereldeconomie bevorderen, in overeenstemming met haar beleidskeuzen en ontwikkelingsprioriteiten;

  • d.

    de structurele aanpassing en diversificatie van de OZA-economieën, met inbegrip van waardetoevoeging, stimuleren;

  • e.

    de capaciteit van de OZA-regio op het gebied van handelsbeleid en handelsgerelateerde vraagstukken verbeteren;

  • f.

    een doeltreffend, voorspelbaar en transparant regionaal regelgevend kader voor handel en investeringen in de OZA-regio tot stand brengen en ten uitvoer leggen, en op die manier de voorwaarden voor een toename van investeringen en particuliere initiatieven verbeteren en de leveringscapaciteit, het concurrentievermogen en de economische groei vergroten;

  • g.

    de bestaande relaties tussen de partijen op basis van solidariteit en wederzijdse belangen versterken. Om dit te bereiken verbetert de overeenkomst de economische en handelsbetrekkingen, geeft zij steun aan een nieuwe handelsdynamiek tussen de partijen door middel van de geleidelijke, asymmetrische liberalisering van de onderlinge handel en versterkt, verruimt en verdiept zij de samenwerking op alle gebieden die voor de handel en voor investeringen van belang zijn, een en ander met inachtneming van de WTO-verplichtingen.

Artikel

3

Specifieke doelstellingen van deze overeenkomst

Artikel

4

Beginselen

De beginselen van deze overeenkomst op basis waarvan de onderhandelingen tussen de partijen over een volledige EPO zullen worden voortgezet, zijn:

  • a.

    voortbouwen op het acquis van de Overeenkomst van Cotonou;

  • b.

    versterken van de regionale integratie in de OZA-regio;

  • c.

    asymmetrie bij de liberalisering van de handel en bij de toepassing van handelsgerelateerde maatregelen en handelsbeschermingsinstrumenten;

  • d.

    een speciale, gedifferentieerde behandeling van de MOL's in de OZA-regio, daarbij rekening houdend met de kwetsbaarheid van kleine, niet aan zee grenzende of insulaire staten, onder meer bij het niveau en het tempo van de liberalisering van de handel;

  • e.

    een variabele geometrie om een OZA-staat die het aankan de mogelijkheid te geven sneller te liberaliseren;

  • f.

    ruime toepassing van de ontwikkelingssamenwerkingsbepalingen, zodat de MOL's in de OZA-regio die niet in staat zijn een tariefaanbod te doen, toch kunnen profiteren van alle aspecten van deze overeenkomst, en in het bijzonder van de bepalingen inzake economische en ontwikkelingssamenwerking in deze tussentijdse overeenkomst;

  • g.

    de MOL's in de OZA-regio die nog geen tariefverlagingsaanbod hebben gedaan, de mogelijkheid te bieden dit op dezelfde of op flexibele voorwaarden na de sluiting van deze tussentijdse overeenkomst te doen en toch ten volle van de bepalingen van deze overeenkomst te profiteren;

  • h.

    de OZA-staten toestaan onderling en met andere staten en regio's in Afrika handelspreferenties in stand te houden zonder verplicht te zijn deze tot de EG uit te breiden.

HOOFDSTUK

II

HANDELSREGELING VOOR GOEDEREN

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

5

Doelstellingen

De samenwerking op handelsgebied heeft de volgende doelstellingen:

  • a.

    op een veilige, langdurige en voorspelbare grondslag de voorwaarden bieden voor een volledig rechten- en contingentvrije toegang van goederen van oorsprong uit de OZA-staten tot de EG-markt;

  • b.

    de handel tussen de partijen en een snellere, op de uitvoer gerichte groei bevorderen om de OZA-staten in staat te stellen in de wereldeconomie te integreren;

  • c.

    de goederenmarkten in de OZA-regio geleidelijk liberaliseren in overeenstemming met de in deze overeenkomst neergelegde modaliteiten;

  • d.

    de markttoegangsvoorwaarden behouden en verbeteren om ervoor te zorgen dat de OZA-staten erop vooruit en niet erop achteruit gaan.

Artikel

6

Werkingssfeer

TITEL

II

VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN

Artikel

7

Douanerechten

In het kader van de afschaffing van de douanerechten op invoer worden onder douanerechten verstaan alle rechten en heffingen, met inbegrip van alle aanvullende heffingen of belastingen, die worden opgelegd op of in verband met de invoer van goederen, met uitzondering van:

  • a.

    heffingen die overeenkomen met interne belastingen, die in overeenstemming met artikel 18 zowel op ingevoerde goederen als op ter plaatse geproduceerde goederen worden opgelegd;

  • b.

    antidumpingmaatregelen of compenserende maatregelen die in overeenstemming met artikel 19 worden toegepast en vrijwaringsmaatregelen die in overeenstemming met artikel 21 worden toegepast;

  • c.

    vergoedingen en andere heffingen die in overeenstemming met artikel 10 worden opgelegd.

Artikel

8

Classificatie van de goederen

De classificatie van de handelsgoederen waarop deze overeenkomst van toepassing is, geschiedt overeenkomstig de tariefnomenclatuur van elk der partijen, in overeenstemming met het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en codering van goederen (GS). De overeenkomstsluitende OZA-staten gebruiken de Comesa-nomenclatuur.

Artikel

9

Basisrecht

Het basisrecht waarop de opeenvolgende verlagingen worden toegepast, is het recht dat voor het betrokken product is vermeld in het tariefschema van elk van beide partijen.

Artikel

10

Vergoedingen en andere heffingen

De in lid 7, onder c), bedoelde vergoedingen en andere heffingen blijven beperkt tot, bij benadering, de kosten van de verleende diensten en beogen geen indirecte bescherming van binnenlandse producten of een belasting op de invoer voor fiscale doeleinden. Zij worden gebaseerd op specifieke tarieven. Voor consulaire diensten worden geen handelsgerelateerde vergoedingen en heffingen opgelegd.

Artikel

11

Douanerechten op producten van oorsprong uit de OZA-staten

Producten van oorsprong uit de OZA-staten worden vrij van douanerechten in de EG ingevoerd, onder de in bijlage I genoemde voorwaarden.

Artikel

12

Douanerechten op producten van oorsprong uit de EG

Artikel

13

Oorsprongsregels

Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden als „van oorsprong” beschouwd de goederen die aan de oorsprongsregels in protocol 1 bij deze overeenkomst voldoen. Met het oog op de toepassing van de volledige EPO onderzoeken de partijen gedurende de periode tussen de inwerkingtreding van deze overeenkomst en de inwerkingtreding van de volledige EPO of de bepalingen van dat protocol verder kunnen worden vereenvoudigd. Zij houden daarbij rekening met de ontwikkelingsbehoeften van de OZA-staten en met de ontwikkeling van de technologie, van de productieprocessen en van alle andere factoren, met inbegrip van de lopende hervormingen van de oorsprongsregels, die een wijziging van de bepalingen van dat protocol nodig kunnen maken. Het EPO-comité besluit over dergelijke wijzigingen.

Artikel

14

Status-quo

Behoudens artikel 12 komen de partijen overeen de invoerrechten op producten uit de andere partij niet te verhogen.

Artikel

15

Uitvoerrechten en -belastingen

Artikel

16

Gunstiger behandeling als gevolg van vrijhandelsovereenkomsten

TITEL

III

NIET-TARIFAIRE MAATREGELEN

Artikel

17

Verbod op kwantitatieve beperkingen

Tenzij in de bijlagen I en II bij deze overeenkomst anderszins is bepaald, worden vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst in de handel tussen de partijen alle invoer- of uitvoerverboden of -beperkingen, met uitzondering van douanerechten, belastingen en de in artikel 7 bedoelde vergoedingen en andere heffingen, afgeschaft, ongeacht of zij de vorm hebben van contingenten, in- of uitvoervergunningen of andere maatregelen. Er worden geen nieuwe maatregelen van dien aard ingevoerd.

Artikel

18

Nationale behandeling op het gebied van interne belastingen en regelgeving

TITEL

IV

HANDELSBESCHERMINGSINSTRUMENTEN

Artikel

19

Antidumpingrechten en compenserende rechten

Artikel

20

Multilaterale vrijwaringsmaatregelen

Artikel

21

Bilaterale vrijwaringsmaatregelen

TITEL

V

ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN

Artikel

22

Speciale bepaling over administratieve samenwerking

Artikel

23

Handelwijze bij administratieve fouten

Indien de bevoegde autoriteiten bij het beheer van de preferentiële uitvoerregeling een fout hebben gemaakt, met name bij de toepassing van de bepalingen van protocol 1 betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en de methoden voor administratieve samenwerking, en deze fout gevolgen heeft voor de invoerrechten, kan de partij die met deze gevolgen wordt geconfronteerd het EPO-comité verzoeken na te gaan of passende maatregelen kunnen worden genomen om de situatie te herstellen.

Artikel

24

Douanewaarde

HOOFDSTUK

III

VISSERIJ

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

25

Artikel

26

Doelstellingen

De doelstellingen van de samenwerking op visserijgebied zijn:

  • a.

    bevorderen van een duurzame ontwikkeling en een duurzaam beheer van de visserij;

  • b.

    bevorderen en ontwikkelen van de regionale en internationale handel op basis van goede praktijken;

  • c.

    creëren van een omgeving, waaronder infrastructuur en capaciteitsopbouw, waarin de OZA-staten ervoor kunnen zorgen dat zowel de industriële als de kleinschalige visserij aan de strikte markteisen voldoet;

  • d.

    steun verlenen voor nationaal en regionaal beleid ter verhoging van de productiviteit en het concurrentievermogen van de visserijsector; en

  • e.

    tot stand brengen van banden met andere economische sectoren.

Artikel

27

Werkingssfeer

De samenwerking bij de handel in visserijproducten en de ontwikkeling van de visserij heeft betrekking op de zeevisserij, de binnenvisserij en de aquicultuur.

Artikel

28

Beginselen

Artikel

29

Preferentiële toegang

De partijen werken samen om ervoor te zorgen dat financiële en andere steun wordt gegeven om het concurrentievermogen en de productiecapaciteit van de visverwerkende industrie te vergroten, de visserijsector te diversifiëren en de havenfaciliteiten te verbeteren.

TITEL

II

ZEEVISSERIJ

Artikel

30

Werkingssfeer

De werkingssfeer van deze titel betreft het gebruik, het behoud en het beheer van de zeevisbestanden teneinde de baten van de visserij voor de OZA-regio te optimaliseren door de opbouw van investeringscapaciteit en een verbeterde markttoegang.

Artikel

31

Doelstellingen

De doelstellingen van de samenwerking zijn:

  • a.

    versterken van de samenwerking met het oog op een duurzame exploitatie en een duurzaam beheer van de visbestanden als stevige basis voor regionale integratie, aangezien de grensoverschrijdende en trekkende vissoorten door eiland- en kuststaten worden gedeeld en geen enkele OZA-staat alleen de capaciteit heeft om voor duurzaamheid van de bestanden te zorgen;

  • b.

    zorgen voor een billijker aandeel van de baten uit de visserijsector;

  • c.

    zorgen voor een doeltreffend systeem van toezicht, controle en bewaking (MCS) met het oog op de bestrijding van illegale, niet-gemelde en niet-gereglementeerde (IUU) visserij;

  • d.

    bevorderen van een doeltreffende exploitatie en een doeltreffend behoud en beheer van de visbestanden in de exclusieve economische zone en de wateren die onder de jurisdictie van de OZA-staten vallen op grond van internationale instrumenten, waaronder Unclos (Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee), ten voordele - zowel op economisch als op sociaal vlak - van zowel de OZA-staten als de EG.

Artikel

32

Samenwerkingsgebieden

TITEL

III

ONTWIKKELING VAN DE BINNENVISSERIJ EN DE AQUICULTUUR

Artikel

33

Werkingssfeer

Deze titel heeft betrekking op de ontwikkeling van de binnen- en kustvisserij en de aquicultuur in de OZA-regio, wat capaciteitsopbouw, technologieoverdracht, sanitaire en fytosanitaire normen (SPS-normen), investeringen en financiering van investeringen, milieubescherming en wet- en regelgevingskaders betreft.

Artikel

34

Doelstellingen

De doelstellingen van samenwerking bij de ontwikkeling van de binnenvisserij en de aquicultuur zijn bevordering van de duurzame exploitatie van zoetwatervisbestanden, vergroting van de aquicultuurproductie, verwijdering van aanbodbeperkingen, verbetering van de kwaliteit van vis en visproducten zodat ze aan de SPS-normen van de EG voldoen, verbetering van de toegang tot de EG-markt, aanpakken van intraregionale handelsbelemmeringen, aantrekken van kapitaal en investeringen voor de sector, capaciteitsopbouw en verruiming van de toegang tot financiële steun voor particuliere investeerders in de ontwikkeling van de binnenvisserij en de aquicultuur.

Artikel

35

Samenwerkingsgebieden

HOOFDSTUK

IV

ECONOMISCHE EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

36

Algemene bepalingen

Artikel

37

Doelstellingen

Artikel

38

Werkingssfeer

TITEL

II

ONTWIKKELING VAN DE PARTICULIERE SECTOR

Artikel

39

Werkingssfeer en doelstellingen

Artikel

40

Investeringen

Samenwerkingsgebieden

Artikel

41

Industriële ontwikkeling en concurrentievermogen

Samenwerkingsgebieden

Artikel

42

Micro-ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen

Samenwerkingsgebieden

Artikel

43

Mijnbouw en mineralen

Samenwerkingsgebieden

Artikel

44

Ontwikkeling van het toerisme

Samenwerkingsgebieden

TITEL

III

INFRASTRUCTUUR

Artikel

45

Werkingssfeer en doelstellingen

Artikel

46

Vervoer

Samenwerkingsgebieden

Artikel

47

Energie

Samenwerkingsgebieden

Artikel

48

Informatie- en communicatietechnologie (ICT)

Samenwerkingsgebieden

TITEL

IV

NATUURLIJKE HULPBRONNEN EN MILIEU

Artikel

49

Werkingssfeer en doelstellingen

Artikel

50

Watervoorraden

Samenwerkingsgebieden

Artikel

51

Milieu

Samenwerkingsgebieden

Artikel

52

Financiële garanties

HOOFDSTUK

V

GEBIEDEN VOOR TOEKOMSTIGE ONDERHANDELINGEN

Artikel

53

Rendez-vousclausule

Voortbouwend op de Overeenkomst van Cotonou en rekening houdend met de vorderingen die worden gemaakt bij de onderhandelingen over een volledige EPO komen de partijen overeen de onderhandelingen overeenkomstig artikel 3 voort te zetten met het oog op de sluiting van een volledige EPO, die de volgende gebieden zal bestrijken:

  • a.

    douane en handelsbevordering;

  • b.

    nog open vraagstukken inzake handel en markttoegang, met inbegrip van oorsprongsregels en andere verwante onderwerpen en handelsbeschermingsmaatregelen, met inbegrip van ultraperifere gebieden;

  • c.

    technische handelsbelemmeringen en sanitaire en fytosanitaire maatregelen;

  • d.

    handel in diensten;

  • e.

    handelsgerelateerde vraagstukken, namelijk:

    • i.

      mededingingsbeleid;

    • ii.

      investeringen en ontwikkeling van de particuliere sector;

    • iii.

      handel, milieu en duurzame ontwikkeling;

    • iv.

      intellectuele-eigendomsrechten;

    • v.

      transparantie bij overheidsopdrachten;

  • f.

    landbouw;

  • g.

    lopende betalingen en kapitaalbetalingen;

  • h.

    ontwikkelingsvraagstukken;

  • i.

    samenwerking en dialoog inzake goed bestuur op fiscaal en justitieel terrein;

  • j.

    een uitgebreid mechanisme voor geschillenbeslechting, institutionele regelingen;

  • k.

    alle andere onderwerpen die de partijen noodzakelijk achten, met inbegrip van raadpleging in het kader van artikel 12 van de Overeenkomst van Cotonou.

HOOFDSTUK

VI

VERMIJDEN EN BESLECHTEN VAN GESCHILLEN, INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

TITEL

I

VERMIJDEN EN BESLECHTEN VAN GESCHILLEN

Artikel

54

Overleg

Artikel

55

Geschillenbeslechting

TITEL

II

ALGEMENE UITZONDERINGEN

Artikel

56

Algemene uitzonderingsclausule

Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen de partijen bij soortgelijke omstandigheden of een verkapte beperking van de internationale handel vormen, wordt geen bepaling in deze overeenkomst uitgelegd als beletsel voor het vaststellen of toepassen door de EG, de OZA-staten of een overeenkomstsluitende OZA-staat van maatregelen:

  • a.

    die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de openbare zeden of de handhaving van de openbare orde en de openbare veiligheid;

  • b.

    die noodzakelijk zijn voor de bescherming van het leven of de gezondheid van mens, dier of plant;

  • c.

    die noodzakelijk zijn voor de handhaving van wetten of voorschriften die niet strijdig zijn met deze overeenkomst, met inbegrip van die welke betrekking hebben op:

    • i.

      het voorkomen van misleidende of frauduleuze praktijken of op middelen om de gevolgen van de niet-nakoming van contracten te compenseren;

    • ii.

      de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met de verwerking en verspreiding van persoonsgegevens en op de bescherming van de vertrouwelijke aard van persoonlijke dossiers en rekeningen;

    • iii.

      de veiligheid;

    • iv.

      de handhaving van douanevoorschriften;

    • v.

      de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten;

  • d.

    die verband houden met de invoer of de uitvoer van goud of zilver;

  • e.

    die noodzakelijk zijn voor de bescherming van nationaal artistiek, historisch of archeologisch erfgoed;

  • f.

    die betrekking hebben op de instandhouding van niet-duurzame natuurlijke hulpbronnen, indien die maatregelen gepaard gaan met beperkingen van de binnenlandse productie of het binnenlandse verbruik van goederen, het binnenlandse aanbod of verbruik van diensten of met beperkingen voor binnenlandse investeerders;

  • g.

    die betrekking hebben op voortbrengselen van gevangenisarbeid;

  • h.

    die van wezenlijk belang zijn voor het verwerven of distribueren van producten in het algemeen of die plaatselijk zeldzaam zijn, mits dergelijke maatregelen in overeenstemming zijn met het beginsel dat alle partijen recht hebben op een billijk aandeel in het internationale aanbod van dergelijke producten, en mits dergelijke maatregelen, wanneer zij niet in overeenstemming zijn met andere bepalingen van deze overeenkomst, worden beëindigd zodra de omstandigheden die aanleiding hebben gegeven tot de maatregelen, niet meer bestaan.

Artikel

57

Uitzonderingen met betrekking tot de nationale veiligheid

Artikel

58

Belastingen

TITEL

III

INSTITUTIONELE BEPALINGEN, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

59

Relatie tussen deze overeenkomst en de volledige EPO

In geval van strijdigheid tussen de volledige EPO en deze tussentijdse overeenkomst heeft de volledige EPO voorrang voor zover het strijdige bepalingen betreft.

Artikel

60

Ultraperifere gebieden van de Europese Gemeenschap

Artikel

61

Definitie van de partijen en naleving van verplichtingen

Artikel

62

Inwerkingtreding, opzegging en duur

Artikel

63

Territoriaal toepassingsgebied

Deze overeenkomst is van toepassing op, enerzijds, elk gebied waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is, onder de in dat verdrag neergelegde voorwaarden, en, anderzijds, het gebied van de overeenkomstsluitende OZA-staten. Verwijzingen in deze overeenkomst naar „gebied” worden in deze zin begrepen.

Artikel

64

epo-comité

Artikel

65

Relatie tot andere overeenkomsten

Artikel

66

Toetreding

Artikel

67

Toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie

Artikel

68

Wijzigingen

Artikel

69

Authentieke teksten

Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud, in de volgende talen: Bulgaars, Tsjechisch, Deens, Nederlands, Engels, Ests, Fins, Frans, Duits, Grieks, Hongaars, Italiaans, Lets, Litouws, Maltees, Pools, Portugees, Roemeens, Slowaaks, Sloveens, Spaans en Zweeds, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel

70

Bijlagen

De bijlagen en protocollen vormen een integrerend deel van deze overeenkomst en kunnen worden herzien en/of gewijzigd door het EPO-comité.

Protocol

1

Betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „vervaardiging”: elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;

  • b.

    „materiaal”: alle ingrediënten, grondstoffen, componenten of delen enz., die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;

  • c.

    „product”: het product dat wordt vervaardigd, ook indien dit bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;

  • d.

    „goederen”: zowel materialen als producten;

  • e.

    „douanewaarde”: de waarde zoals bepaald overeenkomstig de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel 1994 (Overeenkomst inzake de douanewaarde van de WTO);

  • f.

    „prijs af fabriek”: de prijs van het product af fabriek, betaald aan de fabrikant in de Gemeenschap of in de OZA-staten in wiens onderneming de laatste be- of verwerking is verricht, voor zover in die prijs de waarde is begrepen van alle gebruikte materialen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;

  • g.

    „waarde van de materialen”: de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de Gemeenschap of in de OZA-staten is betaald;

  • h.

    „waarde van de materialen van oorsprong”: de waarde van deze materialen volgens de definitie in punt g), die van overeenkomstige toepassing is;

  • i.

    „toegevoegde waarde”: de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van elk van de verwerkte materialen die van oorsprong zijn uit de andere in de artikelen 3 en 4 bedoelde landen of gebieden waarmee cumulatie mogelijk is, of, indien de douanewaarde niet bekend is of niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de Gemeenschap of in een van de OZA-staten is betaald;

  • j.

    „hoofdstukken” en „posten”: de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit protocol „het geharmoniseerd systeem” of „GS” genoemd;

  • k.

    „ingedeeld”: de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;

  • l.

    „zending”: producten die gelijktijdig van één exporteur naar één geadresseerde worden verzonden of die vergezeld gaan van een enkel vervoersdocument voor de verzending van de exporteur naar de geadresseerde, of bij gebreke daarvan, een enkele factuur;

  • m.

    „gebieden”: met inbegrip van de territoriale wateren;

  • n.

    „LGO's”: de landen en gebieden overzee zoals gedefinieerd in bijlage IX;

  • o.

    „andere ACS-staten”: alle ACS-staten met uitzondering van de OZA-staten.

TITEL

II

DEFINITIE VAN HET BEGRIP „PRODUCTEN VAN OORSPRONG”

Artikel

2

Algemene voorwaarden

Artikel

3

Cumulatie in de Gemeenschap

Artikel

4

Cumulatie in de OZA-staten

Artikel

5

Cumulatie met naburige ontwikkelingslanden

In overeenstemming met artikel 41 worden, op verzoek van de OZA-staten, materialen van oorsprong uit een naburig ontwikkelingsland dat geen ACS-staat is maar tot een samenhangende geografische entiteit behoort, waarvan een lijst in bijlage VIII is opgenomen, als materialen van oorsprong uit een OZA-staat beschouwd wanneer zij in een aldaar verkregen product zijn verwerkt. De materialen behoeven geen toereikende be- of verwerking te hebben ondergaan, mits:

  • a.

    de be- of verwerking in de OZA-staat ingrijpender is dan de in artikel 8 vermelde be- en verwerkingen;

  • b.

    de OZA-staten, de Gemeenschap en de betrokken naburige ontwikkelingslanden een overeenkomst hebben gesloten die voorziet in adequate administratieve samenwerkingsprocedures om de correcte toepassing van deze alinea te garanderen.

De in dit artikel bedoelde cumulatie is niet van toepassing op de lijst van producten die bij besluit van het comité voor douanesamenwerking zal worden opgesteld.

Aan de hand van dit protocol wordt vastgesteld of de producten van oorsprong zijn uit een naburig ontwikkelingsland, zoals gedefinieerd in bijlage VIII.

Artikel

6

Volledig verkregen producten

Artikel

7

Toereikende be- of verwerking

Artikel

8

Ontoereikende be- of verwerking

Artikel

9

In aanmerking te nemen eenheid

Artikel

10

Toebehoren, vervangingsonderdelen en gereedschappen

Toebehoren, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden verzonden en die deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs ervan zijn begrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht een geheel te vormen met het materieel of de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.

Artikel

11

Stellen en assortimenten

Stellen en assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem worden als van oorsprong beschouwd wanneer alle samenstellende delen van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt als van oorsprong beschouwd wanneer de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15% van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt.

Artikel

12

Neutrale elementen

Om de oorsprong van een product te bepalen, behoeft niet te worden nagegaan wat de oorsprong is van de bij de vervaardiging van dat product gebruikte:

  • a.

    energie en brandstof;

  • b.

    fabrieksuitrusting;

  • c.

    machines en werktuigen;

  • d.

    goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren om daarin voor te komen.

TITEL

III

TERRITORIALE VOORWAARDEN

Artikel

13

Territorialiteitsbeginsel

Artikel

14

Rechtstreeks vervoer

Artikel

15

Tentoonstellingen

TITEL

IV

BEWIJS VAN OORSPRONG

Artikel

16

Algemene voorwaarden

Artikel

17

Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Artikel

18

Afgifte achteraf van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Artikel

19

Afgifte van een duplicaat van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Artikel

20

Afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong

Voor producten van oorsprong die in een OZA-staat of in de Gemeenschap onder toezicht van een douanekantoor zijn geplaatst, kan het oorspronkelijke bewijs van oorsprong bij verzending van deze producten of van een gedeelte daarvan naar een andere plaats binnen de OZA-staten of de Gemeenschap door een of meer certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 worden vervangen. Dergelijke certificaten worden afgegeven door het douanekantoor dat toezicht houdt op de producten en geviseerd door de douaneautoriteit die toezicht houdt op de producten.

Artikel

21

Voorwaarden voor het opstellen van een factuurverklaring

Artikel

22

Toegelaten exporteur

Artikel

23

Geldigheid van het bewijs van oorsprong

Artikel

24

Doorvoerprocedure

Wanneer de goederen een in de artikelen 3 en 4 bedoeld land of gebied binnenkomen dat niet het land van oorsprong is, gaat een nieuwe geldigheidsduur van 4 maanden in op de datum waarop de douaneautoriteiten van het land van doorvoer in vak 7 van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1:

  • het woord „transit”,

  • de naam van het land van doorvoer,

  • het officiële stempel, waarvan een voorbeeld overeenkomstig artikel 34 aan de Europese Commissie is toegezonden,

  • de datum van deze verklaringen, hebben aangebracht.

Artikel

25

Overlegging van het bewijs van oorsprong

Bewijzen van oorsprong worden bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend overeenkomstig de aldaar geldende procedures. Deze douaneautoriteiten kunnen eisen dat het bewijs van oorsprong wordt vertaald en dat de aangifte ten invoer vergezeld gaat van een verklaring van de importeur dat de producten aan de voorwaarden voor de toepassing van de overeenkomst voldoen.

Artikel

26

Invoer in deelzendingen

Wanneer, op verzoek van de importeur en op de door de douaneautoriteiten van het land van invoer vastgestelde voorwaarden, gedemonteerde of niet-gemonteerde producten in de zin van algemene regel 2 a) voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem, vallende onder de afdelingen XVI of XVII of de posten 7308 of 9406 van het geharmoniseerd systeem, in deelzendingen worden ingevoerd, wordt bij de invoer van de eerste deelzending een enkel bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten ingediend.

Artikel

27

Vrijstelling van het bewijs van oorsprong

Artikel

28

Informatieprocedure in verband met cumulatie

Artikel

29

Bewijsstukken

De in artikel 17, lid 3, en artikel 21, lid 3, bedoelde documenten aan de hand waarvan wordt aangetoond dat producten waarvoor een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of een factuurverklaring is opgesteld, als producten van oorsprong uit een OZA-staat, uit de Gemeenschap of uit een van de andere in de artikelen 3, 4 en 5 bedoelde landen en gebieden kunnen worden aangemerkt en aan de andere voorwaarden van dit protocol voldoen, kunnen onder meer de volgende zijn:

  • a.

    een rechtstreeks bewijs, bijvoorbeeld aan de hand van de boekhouding of de interne administratie van de exporteur of leverancier, van de door deze uitgevoerde be- of verwerkingen om de betrokken goederen te verkrijgen;

  • b.

    in een OZA-staat, in de Gemeenschap of in een van de andere in de artikelen 3, 4 en 5 bedoelde landen en gebieden afgegeven of opgestelde en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de oorsprongsstatus van de gebruikte materialen blijkt;

  • c.

    in een OZA-staat, in de Gemeenschap of in een van de andere in de artikelen 3, 4 en 5 bedoelde landen en gebieden afgegeven of opgestelde en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de be- of verwerking van de materialen in een OZA-staat, in de Gemeenschap of in een van de andere in de artikelen 3, 4 en 5 bedoelde landen en gebieden blijkt;

  • d.

    certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of factuurverklaringen waaruit de oorsprongsstatus van de gebruikte materialen blijkt, die overeenkomstig dit protocol in een OZA-staat, in de Gemeenschap of in een van de andere in de artikelen 3, 4 en 5 bedoelde landen en gebieden zijn afgegeven of opgesteld.

Artikel

30

Bewaring van het bewijs van oorsprong en de bewijsstukken

Artikel

31

Verschillen en vormfouten

Artikel

32

In euro uitgedrukte bedragen

TITEL

V

REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING

Artikel

33

Administratieve voorwaarden waaronder producten voor preferenties in aanmerking komen

Artikel

34

Kennisgeving door de douaneautoriteiten van de partijen

Artikel

35

Wederzijdse bijstand

Artikel

36

Controle van het bewijs van oorsprong

Artikel

37

Controle van leveranciersverklaringen

Artikel

38

Geschillenbeslechting

Geschillen ten aanzien van de in de artikelen 36 en 37 bedoelde controles tussen de douaneautoriteiten die de controle aanvragen en de douaneautoriteiten die de controle moeten uitvoeren die zij niet onderling kunnen regelen en problemen in verband met de interpretatie van dit protocol worden voorgelegd aan het comité voor douanesamenwerking.

Op de regeling van geschillen tussen de importeur en de douaneautoriteiten van het land van invoer is in alle gevallen de wetgeving van het land van invoer van toepassing.

Artikel

39

Sancties

Er worden sancties getroffen tegen eenieder die een document met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen met het doel een preferentiële behandeling voor producten te verkrijgen.

Artikel

40

Vrije zones

Artikel

41

Comité voor douanesamenwerking

Artikel

42

Afwijkingen

TITEL

VI

CEUTA EN MELILLA

Artikel

43

Bijzondere voorwaarden

TITEL

VII

SLOTBEPALINGEN

Artikel

44

Wijziging van het protocol

Het OZA-comité kan besluiten dit protocol te wijzigen.

Artikel

45

Bijlagen

De bijlagen bij dit protocol maken daarvan een integrerend deel uit.

Artikel

46

Tenuitvoerlegging van het protocol

De Gemeenschap en de OZA-staten nemen elk de nodige stappen om dit protocol ten uitvoer te leggen.

Protocol

2

Wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „goederen”: alle goederen die binnen de werkingssfeer van het geharmoniseerd systeem vallen, ongeacht de werkingssfeer van de tussen de lidstaten van de Europese Unie en de overeenkomstsluitende OZA-staten gesloten economische partnerschapsovereenkomst;

  • b.

    „douanewetgeving”: de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die op het gebied van de partijen van toepassing zijn op de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing daarvan onder andere douaneregelingen of -procedures, met inbegrip van verbods-, beperkings- en controlemaatregelen;

  • c.

    „verzoekende autoriteit”: een bevoegde overheidsinstantie die hiertoe door de partijen is aangewezen en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand indient;

  • d.

    „aangezochte autoriteit”: een bevoegde overheidsinstantie die hiertoe door de partijen is aangewezen en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand ontvangt;

  • e.

    „persoonsgegevens”: alle informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;

  • f.

    „met de douanewetgeving strijdige handeling”: elke overtreding of poging tot overtreding van de douanewetgeving.

Artikel

2

Werkingssfeer

Artikel

3

Bijstand op verzoek

Artikel

4

Ongevraagde bijstand

De partijen verlenen elkaar, in overeenstemming met hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, op eigen initiatief bijstand indien zij dit noodzakelijk achten voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder indien zij informatie hebben verkregen over:

  • a.

    transacties die met de douanewetgeving in strijd zijn of lijken te zijn en die van belang kunnen zijn voor de andere partij;

  • b.

    nieuwe middelen of methoden die worden gebruikt om met de douanewetgeving strijdige handelingen te verrichten;

  • c.

    goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van met de douanewetgeving strijdige handelingen;

  • d.

    natuurlijke personen of rechtspersonen van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij betrokken zijn of waren bij met de douanewetgeving strijdige handelingen;

  • e.

    vervoermiddelen waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij zijn, worden of kunnen worden gebruikt bij met de douanewetgeving strijdige handelingen.

Artikel

5

Verstrekking van documenten en kennisgeving van besluiten

Artikel

6

Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand

Artikel

7

Uitvoering van verzoeken

Artikel

8

Vorm waarin de informatie moet worden verstrekt

Artikel

9

Gevallen waarin geen bijstand behoeft te worden verleend

Artikel

10

Doorgifte van informatie en geheimhoudingsplicht

Artikel

11

Deskundigen en getuigen

Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd om, binnen de grenzen van de hem verleende machtiging, als deskundige of getuige te verschijnen in gerechtelijke of administratieve procedures betreffende onder dit protocol vallende aangelegenheden en daarbij de voor de procedure noodzakelijke voorwerpen, documenten of gewaarmerkte afschriften over te leggen. In de dagvaarding dient uitdrukkelijk te worden vermeld voor welke rechterlijke of administratieve instantie de ambtenaar moet verschijnen en over welke aangelegenheid en in welke functie of hoedanigheid hij zal worden ondervraagd.

Artikel

12

Kosten van de bijstand

De partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die op grond van dit protocol worden gedaan, met uitzondering van eventuele uitgaven voor deskundigen en getuigen en voor tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel

13

Tenuitvoerlegging

Artikel

14

Wijzigingen

De partijen kunnen de bevoegde autoriteiten aanbevelingen doen over wijzigingen die naar hun oordeel in dit protocol moeten worden aangebracht.

Artikel

15

Slotbepalingen