Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende het gebruik en beheer van de territoriale zee van 3 tot 12 zeemijlen

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende het gebruik en beheer van de territoriale zee van 3 tot 12 zeemijlen

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Bondsrepubliek Duitsland,

Bevestigend dat de vriendschappelijke relaties tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland zijn gebaseerd op de beginselen van goed nabuurschap en bilaterale samenwerking;

Verwijzend naar het Verdrag van 8 april 1960 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot regeling van de samenwerking in de Eemsmonding en naar de Aanvullende Overeenkomst van 14 mei 1962 bij dat Verdrag;

Verwijzend naar het Verdrag van 1 december 1964 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake de zijdelingse begrenzing van het continentale plat in de nabijheid van de kust;

Verwijzend naar de Overeenkomst van 9 december 1980 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake de gemeenschappelijke informatie en begeleiding van de scheepvaart in de Eemsmonding door middel van walradar- en hoogfrequent-radio-installaties;

Verwijzend naar de Overeenkomst van 22 december 1986 tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake een scheepvaartreglement voor de Eemsmonding en naar de Overeenkomst van 5 april 2001 tot wijziging en aanvulling van die Overeenkomst;

Verwijzend naar het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 10 december 1982, waarbij het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland beide partij zijn;

Overwegende dat dit Verdrag inzake het recht van de zee heeft geleid tot een zeewaartse verbreding van de territoriale zee, welke verbreding door respectievelijk het Koninkrijk der Nederlanden op 9 januari 1985, en door de Bondsrepubliek Duitsland op 16 november 1994 is opgenomen in hun nationale wetgeving;

Gelet op de wens in het licht van het geïntensiveerde scheepvaartverkeer van en naar de havens van beide Staten aan de Eems nadere afspraken te maken over de begeleiding van het scheepvaartverkeer en het beheer van het Vaarwater;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

ALGEMEEN DEEL

Artikel

1

Doelstellingen

Artikel

2

Definities

In dit Verdrag betekent:

  • Eems-Dollardverdrag” het Verdrag van 8 april 1960 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot regeling van de samenwerking in de Eemsmonding;

  • „Eemsmonding” het gebied zoals bepaald in artikel 7 van het Eems-Dollardverdrag in verbinding met paragraaf 1 van Bijlage B bij dit Verdrag;

  • „Territoriale zee” de territoriale zee zoals bedoeld in artikel 2 van het VN-zeerechtverdrag van 10 december 1982;

  • „Lijn” de lijn als bepaald in artikel 6;

  • „Noodsituaties voor het scheepvaartverkeer” scheepvaartongevallen, kritieke situaties en andere situaties met onmiddellijke dreiging voor schip, bemanning of milieu;

  • „Vaarwater” het vaarwater binnen de betonning overeenkomstig artikel 10;

  • „Tonnen” de drijvende vaarwegmarkering;

  • „Verbeterwerken” het ten behoeve van de scheepvaart door baggeren, verbreden of verdiepen van het profiel van de bodem van het Vaarwater, zoals bedoeld in artikel 13;

  • „Onderhoudswerken” het ten behoeve van de scheepvaart baggeren van de bodem van het Vaarwater tot instandhouding van het geldende profiel, zoals bedoeld in artikel 13;

  • „Commissie” de Westereems Commissie als beschreven in artikel 19.

Artikel

3

Geografische reikwijdte

De bepalingen van dit Verdrag zijn van toepassing in de territoriale zee tot twaalf mijl uit de kust in het gebied ten noorden van de Eemsmonding.

Artikel

4

Sans préjudice

De bepalingen van dit Verdrag zijn niet van invloed op het vraagstuk van het verloop van de staatsgrens in de territoriale zee tussen 3 en 12 mijl uit de kust. De bepalingen van dit Verdrag zijn evenmin van invloed op het vraagstuk van het verloop van de staatsgrens in de Eemsmonding. Iedere Verdragsluitende Partij behoudt zich in dit opzicht haar rechtsstandpunt voor.

HOOFDSTUK

II

VERDELING VAN TOEPASSELIJK RECHT MET BETREKKING TOT BEPAALDE ONDERWERPEN

Artikel

5

Materiële reikwijdte

Met betrekking tot

is ten westen van de lijn als bepaald in artikel 6 uitsluitend het recht van het Koninkrijk der Nederlanden van toepassing en ten oosten van de lijn uitsluitend het recht van de Bondsrepubliek Duitsland.

Artikel

6

Lijn

HOOFDSTUK

III

VERKEER OVER ZEE

Artikel

7

Verkeersmanagement

Artikel

8

Noodsituaties voor het scheepvaartverkeer in het Vaarwater

Artikel

9

Beloodsing

Artikel

10

Het Vaarwater

Artikel

11

Peilingen

Iedere Verdragsluitende Partij kan ten behoeve van de verkeersveiligheid in het Vaarwater opmetingen, peilingen en hydrologisch onderzoek uitvoeren.

Artikel

12

Betonning

De Bondsrepubliek Duitsland is ook in de toekomst verantwoordelijk voor het plaatsen, verzorgen en onderhouden van de tonnen in het Vaarwater en draagt de daaraan gerelateerde kosten.

Artikel

13

Werken aan het Vaarwater

Artikel

14

Mededelingsplicht

Indien een van beide Verdragsluitende Partijen van plan is nieuwe werkzaamheden of maatregelen ter verbetering of voor het onderhoud van het Vaarwater uit te voeren of de uitvoering ervan toe te laten, doet zij daarvan zo spoedig mogelijk voor het begin van de uitvoering mededeling aan de Commissie.

Artikel

15

Bezwaren

Iedere Verdragsluitende Partij kan binnen een redelijke termijn bij de Commissie bezwaar maken tegen voorgenomen of reeds begonnen werkzaamheden of maatregelen, of tegen het achterwege laten daarvan, op het gebied van de verbetering en het onderhoud, het lichten van wrakken, de verkeersveiligheidspeilingen en de betonning; deze bezwaren moeten worden gemotiveerd met een te verwachten of reeds ontstane schending van de in dit Verdrag aangegane verplichtingen.

Artikel

16

Claims

Artikel

17

Opschorting van voorgenomen werkzaamheden of maatregelen na bezwaren

Artikel

18

Mededelingsplicht betreffende andere activiteiten

De mededelingsplicht zoals bedoeld in artikel 14 geldt overeenkomstig voor alle overige werkzaamheden of maatregelen evenals de economische exploitaties volgens hoofdstuk II van het onderhavige Verdrag voor zover deze tot belemmeringen in het Vaarwater kunnen leiden. De artikelen 15, 16 en 17 zijn hierop niet van toepassing.

HOOFDSTUK

IV

INSTELLING VAN DE COMMISSIE

Artikel

19

De Westereems Commissie

Artikel

20

Taken van de Commissie

De taken van de Commissie zijn:

  • a.

    besluitvorming over het verloop van het Vaarwater als bedoeld in artikel 10;

  • b.

    het definiëren van geringe natuurlijke veranderingen en het voorleggen daarvan aan de Verdragsluitende Partijen; en na instemming van de Verdragsluitende Partijen toepassing van deze criteria zoals bedoeld in artikel 10, lid 4;

  • c.

    het ontwikkelen en vaststellen van verkeersregels die gelden in het Vaarwater;

  • d.

    het ontwikkelen en vaststellen van criteria voor het afwijken van de regels voor afhandeling van schepen door het verkeerscentrum;

  • e.

    regelmatige evaluatie van deze regels en criteria;

  • f.

    het jaarlijks evalueren van het functioneren van de verkeerscentrale en het gezamenlijke verkeersmanagementsysteem, ingesteld op grond van artikel 7;

  • g.

    indien noodzakelijk ad hoc overleg over het gezamenlijke verkeersmanagementsysteem;

  • h.

    het kennisnemen van en uitwisselen van informatie over planning en uitvoering van alle nieuwe werkzaamheden of maatregelen ter verbetering en onderhoud van het Vaarwater;

  • i.

    het kennisnemen van en uitwisselen van informatie over de krachtens artikel 11 voorgenomen en uitgevoerde peilingen;

  • j.

    overleg over kwesties op het gebied van werkzaamheden en maatregelen ter verbetering en onderhoud van het Vaarwater, het lichten van wrakken, betonning, opmetingen, peilingen en hydrologische onderzoeken, voorzover een Verdragsluitende Partij uitwerkingen vreest voor de onbelemmerde toegang tot en naar Duitse en Nederlandse havens, evenals over het gezamenlijke verkeersmanagement;

  • k.

    inspecties van het Vaarwater en de betonning; en het uitbrengen van verslag over de resultaten van deze inspecties aan de Regeringen;

  • l.

    het voorleggen van aanbevelingen aan de Regeringen;

  • m.

    onderzoek van de uit hoofde van artikel 15 ingediende bezwaren en de uit hoofde van artikel 16 ingediende claims.

Artikel

21

Bezwaarprocedures

Artikel

22

Scheepvaartreglement Eemsmonding

De in Bijlage A van de Overeenkomst van 22 december 1986 tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake een scheepvaartreglement voor de Eemsmonding, gewijzigd en aangevuld door de Overeenkomst van 5 april 2001, opgenomen verkeersvoorschriften („Scheepvaartreglement Eemsmonding”) zijn van overeenkomstige toepassing in het Vaarwater.

HOOFDSTUK

V

GESCHILLENBESLECHTING

Artikel

23

Consulatie

Geschillen tussen de Verdragsluitende Partijen betreffende de uitleg of toepassing van dit Verdrag, alsmede hun rechten en plichten op grond van dit Verdrag, worden voor zover mogelijk door onderhandelingen tussen de Regeringen van beide Verdragsluitende Partijen beslecht.

Artikel

24

Arbitrage

HOOFDSTUK

VI

SLOTBEPALINGEN

Artikel

25

Inwerkingtreding

TEN BLIJKE WAARVAN de gevolmachtigden dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN op de Eems, op 24 oktober 2014, in tweevoud, in de Nederlandse en de Duitse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden,

A.G. KOENDERS

Voor de Bondsrepubliek Duitsland,

F.W. STEINMEIER

Gemeenschappelijke Verklaring bij het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende het gebruik en beheer van de territoriale zee van 3 tot 12 zeemijlen

Reeds vóór de inwerkingtreding van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende het gebruik en beheer van de territoriale zee van 3 tot 12 zeemijlen zal de Verdragsluitende Partij, die ingevolge de toedeling van bevoegdheden in het Verdrag op grond van artikel 5 letter b van het Verdrag niet bevoegd zal zijn, geen aanspraak maken op middelen ten behoeve van natuurcompensatie, financiële compensatie of overige uit vergunningen voortvloeiende financiële bijdragen die in door haar reeds verstrekte vergunningen zijn vastgesteld. Deze bepaling laat leges voor vergunningen vallend onder deze verklaring onverlet.

De na de inwerkingtreding van het Verdrag bevoegde Verdragsluitende Partij is verantwoordelijk voor de naleving van het Europese recht omtrent de bescherming van natuur en milieu.

Ondertekend op de Eems, op 24 oktober 2014.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden,

A.G. KOENDERS

Voor de Bondsrepubliek Duitsland,

F.W. STEINMEIER

Nr.

I

AUSWÄRTIGES AMT

24 oktober 2014

Excellentie,

Namens de regering van de Bondsrepubliek Duitsland heb ik de eer onder verwijzing naar artikel 7 van het Verdrag van 24 oktober 2014 tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden betreffende het gebruik en beheer van de territoriale zee van 3 tot 12 zeemijlen, hierna te noemen „het Verdrag”, het volgende voor te stellen:

  • De Verdragsluitende Partijen stellen de gezamenlijke verkeerscentrale overeenkomstig artikel 7, tweede lid, van het Verdrag in door de bevoegdheid voor het gezamenlijke verkeersmanagementsysteem bedoeld in artikel 7, eerste lid, alsmede de taken bedoeld in artikel 7, tweede lid, tweede en derde volzin, van het Verdrag over te dragen aan de huidige Duitse verkeerscentrale aan de Knock te Emden.

Indien de regering van het Koninkrijk der Nederlanden verklaart in te stemmen met het voorstel, zullen deze brief en uw antwoordbrief strekkende tot instemming van uw regering een overeenkomst vormen tussen onze beide regeringen, die op de datum van inwerkingtreding van het Verdrag van 24 oktober 2014 tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden betreffende het gebruik en beheer van de territoriale zee van 3 tot 12 zeemijlen in werking treedt.

Gelieve, Excellentie, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te willen aanvaarden.

Dr. FRANK-WALTER STEINMEIER

Bondsminister van Buitenlandse Zaken

Lid van de Duitse Bondsdag

Zijne Excellentie

de Minister van Buitenlandse Zaken

van het Koninkrijk der Nederlanden

Dhr. Bert Koenders

Den Haag

Nr.

II

MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Darum: 24 oktober 2014

Excellentie,

Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van uw brief van 24 oktober 2014, waarvan de inhoud als volgt luidt:

(Zoals in Brief Nr. I)

Ik heb de eer mede te delen dat het voorstel aanvaardbaar is voor de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en dat uw brief en deze antwoordbrief een overeenkomst zullen vormen tussen onze beide regeringen, die in werking treedt op de datum van inwerkingtreding van het Verdrag van 24 oktober 2014 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende het gebruik en beheer van de territoriale zee van 3 tot 12 zeemijlen.

Ik maak van deze gelegenheid gebruik om u opnieuw te verzekeren van mijn gevoelens van de meeste hoogachting.

BERT KOENDERS

Minister van Buitenlandse Zaken van

het Koninkrijk der Nederlanden

Zijne Excellentie

De Bondsminister van Buitenlandse Zaken

van de Bondsrepubliek Duitsland

Dr. Frank-Walter Steinmeier

Berlijn