Verdrag betreffende de bescherming van werknemers tegen beroepsrisico's in het werkmilieu als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen

Convention concerning the Protection of Workers against Occupational Hazards in the Working Environment due to Air Pollution, Noise and Vibration

The General Conference of the International Labour Organisation,

Having been convened at Geneva by the Governing Body of the International Labour Office, and having met in its Sixty-third Session on 1 June 1977, and

Noting the terms of existing international labour Conventions and Recommendations which are relevant and, in particular, the Protection of Workers' Health Recommendation, 1953, the Occupational Health Services Recommendation, 1959, the Radiation Protection Convention and Recommendation, 1960, the Guarding of Machinery Convention and Recommendation, 1963, the Employment Injury Benefits Convention, 1964, the Hygiene (Commerce and Offices) Convention and Recommendation, 1964, the Benzene Convention and Recommendation, 1971, and the Occupational Cancer Convention and Recommendation, 1974, and

Having decided upon the adoption of certain proposals with regard to working environment: atmospheric pollution, noise and vibration, which is the fourth item on the agenda of the session, and

Having determined that these proposals shall take the form of an international Convention,

adopts this twentieth day of June of the year one thousand nine hundred and seventy-seven the following Convention, which may be cited as the Working Environment (Air Pollution, Noise and Vibration) Convention, 1977:

Part

I

Scope and Definitions

Article

1

Article

2

Article

3

For the purpose of this Convention –

  • (a)

    the term “air pollution” covers all air contaminated by substances, whatever their physical state, which are harmful to health or otherwise dangerous;

  • (b)

    the term “noise” covers all sound which can result in hearing impairment or be harmful to health or otherwise dangerous;

  • (c)

    the term “vibration” covers any vibration which is transmitted to the human body through solid structures and is harmful to health or otherwise dangerous.

Part

II

General Provisions

Article

4

Article

5

Article

6

Article

7

Part

III

Preventive and Protective Measures

Article

8

Article

9

As far as possible, the working environment shall be kept free from any hazard due to air pollution, noise or vibration –

  • (a)

    by technical measures applied to new plant or processes in design or installation, or added to existing plant or processes; or, where this is not possible,

  • (b)

    by supplementary organisational measures.

Article

10

Where the measures taken in pursuance of Article 9 do not bring air pollution, noise and vibration in the working environment within the limits specified in pursuance of Article 8, the employer shall provide and maintain suitable personal protective equipment. The employer shall not require a worker to work without the personal protective equipment provided in pursuance of this Article.

Article

11

Article

12

The use of processes, substances, machinery and equipment, to be specified by the competent authority, which involve exposure of workers to occupational hazards in the working environment due to air pollution, noise or vibration, shall be notified to the competent authority and the competent authority, as appropriate, may authorise the use on prescribed conditions or prohibit it.

Article

13

All persons concerned shall be adequately and suitably –

  • (a)

    informed of potential occupational hazards in the working environment due to air pollution, noise and vibration; and

  • (b)

    instructed in the measures available for the prevention and control of, and protection against, those hazards.

Article

14

Measures taking account of national conditions and resources shall be taken to promote research in the field of prevention and control of hazards in the working environment due to air pollution, noise and vibration.

Part

IV

Measures of Application

Article

15

On conditions and in circumstances determined by the competent authority, the employer shall be required to appoint a competent person, or use a competent outside service or service common to several undertakings, to deal with matters pertaining to the prevention and control of air pollution, noise and vibration in the working environment.

Article

16

Each Member shall –

  • (a)

    by laws or regulations or any other method consistent with national practice and conditions take such steps, including the provision of appropriate penalties, as may be necessary to give effect to the provisions of this Convention;

  • (b)

    provide appropriate inspection services for the purpose of supervising the application of the provisions of this Convention, or satisfy itself that appropriate inspection is carried out.

Part

V

Final Provisions

Article

17

The formal ratifications of this Convention shall be communicated to the Director-General of the International Labour Office for registration.

Article

18

Article

19

Article

20

Article

21

The Director-General of the International Labour Office shall communicate to the Secretary-General of the United Nations for registration in accordance with Article 102 of the Charter of the United Nations full particulars of all ratifications and acts of denunciation registered by him in accordance with the provisions of the preceding Articles.

Article

22

At such times as it may consider necessary the Governing Body of the International Labour Office shall present to the General Conference a report on the working of this Convention and shall examine the desirability of placing on the agenda of the Conference the question of its revision in whole or in part.

Article

23

Article

24

The English and French versions of the text of this Convention are equally authoritative.

The foregoing is the authentic text of the Convention duly adopted by the General Conference of the International Labour Organisation during its Sixty-third Session which was held at Geneva and declared closed the twenty-second day of June 1977.

IN FAITH WHEREOF we have appended our signatures this twenty-third day of June 1977.

The President of the Conference,

(sd.) J. K. AMEDUME

The Director-General of the International Labour Office,

(sd.) FRANCIS BLANCHARD

Verdrag betreffende de bescherming van werknemers tegen beroepsrisico’s in het werkmilieu als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen

De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,

Bijeengeroepen te Genève door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau en aldaar bijeengekomen in haar drieënzestigste Zitting op 1 juni 1977, en

Gelet op de bepalingen van de relevante bestaande internationale Arbeidsverdragen en Aanbevelingen en in het bijzonder, de Aanbeveling betreffende de bescherming van de gezondheid der arbeiders op de plaatsen waar zij arbeid verrichten, 1953, de Aanbeveling betreffende bedrijfsgeneeskundige diensten in ondernemingen, 1959, het Verdrag en de Aanbeveling betreffende de beveiliging van werknemers tegen ioniserende stralen, 1960, het Verdrag en de Aanbeveling betreffende de beveiliging van werktuigen, 1963, het Verdrag betreffende de prestaties bij arbeidsongevallen en beroepsziekten 1964, het Verdrag en de Aanbeveling betreffende de hygiëne in handelszaken en kantoren, 1964, het Verdrag en de Aanbeveling betreffende de bescherming tegen het gevaar van vergiftiging door benzeen, 1971, en het Verdrag en de Aanbeveling betreffende de voorkoming en de beperking van de beroepsrisico's veroorzaakt door kankerverwekkende stoffen en factoren die dit proces beïnvloeden, 1974, en

Besloten hebbende tot het aannemen van bepaalde voorstellen betreffende het werkmilieu: atmosferische verontreiniging, lawaai en trillingen, welk onderwerp als vierde punt op de agenda van de Zitting voorkomt, en

Besloten hebbende dat deze voorstellen de vorm van een internationaal Verdrag dienen te krijgen,

aanvaardt heden, de twintigste juni negentienhonderd zevenenzeventig, het volgende Verdrag, dat kan worden aangehaald als het Werkmilieuverdrag (luchtverontreiniging, lawaai en trillingen), 1977:

Deel

I

: Toepassingsgebied en definities

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Voor het doel van dit Verdrag –

  • a.

    wordt onder de term „luchtverontreiniging” verstaan: alle lucht, verontreinigd door stoffen, ongeacht hun fysische toestand, die schadelijk is voor de gezondheid of anderszins gevaar oplevert;

  • b.

    wordt onder de term „lawaai” verstaan: alle geluid dat gehoorverlies kan veroorzaken of schadelijk is voor de gezondheid of anderszins gevaar oplevert;

  • c.

    wordt onder de term „trillingen” verstaan: alle trillingen die door vaste constructies op het menselijk lichaam worden overgebracht en die schadelijk zijn voor de gezondheid of anderszins gevaar opleveren.

Deel

II

: Algemene bepalingen

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Deel

III

: Preventieve en beschermende maatregelen

Artikel

8

Artikel

9

Het werkmilieu dient zoveel mogelijk te worden gevrijwaard van enig risico als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen:

  • a)

    door bij nieuwe installaties of nieuwe processen reeds bij het ontwerp of de bouw technische voorzieningen toe te passen of bij bestaande installaties of bestaande processen de technische voorzieningen aan te brengen; of indien dit niet mogelijk is

  • b)

    door aanvullende organisatorische maatregelen.

Artikel

10

Wanneer de krachtens artikel 9 genomen maatregelen het niet mogelijk maken om luchtverontreiniging, lawaai en trillingen in het werkmilieu binnen de in artikel 8 genoemde grenzen te brengen, dient de werkgever geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen te verstrekken en deze te onderhouden.

De werkgever kan een werknemer niet verplichten arbeid te verrichten zonder de persoonlijke beschermingsmiddelen, verstrekt krachtens dit artikel.

Artikel

11

Artikel

12

Het gebruik van door de bevoegde autoriteit aan te geven werkmethoden, stoffen, machines en materiaal, die blootstelling van de werknemers in het werkmilieu aan beroepsrisico's als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai of trillingen met zich mede kunnen brengen, dient ter kennis te worden gebracht van de bevoegde autoriteit en deze autoriteit kan, waar nodig, het gebruik op bepaalde voorwaarden toestaan of verbieden.

Artikel

13

Alle betrokken personen dienen voldoende en terzake dienend te worden –

  • a)

    ingelicht over potentiële risico's in het werkmilieu als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai of trillingen en

  • b)

    geïnstrueerd in de middelen die beschikbaar zijn ter voorkoming en beperking van, en ter bescherming tegen dergelijke risico's.

Artikel

14

Rekening houdend met nationale omstandigheden en middelen dienen maatregelen te worden getroffen ter bevordering van onderzoek op het gebied van het voorkomen of beperken van risico's in het werkmilieu als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen.

Deel

IV

: Toepassingsmaatregelen

Artikel

15

Op voorwaarden en onder omstandigheden, bepaald door de bevoegde autoriteit, zal de werkgever gehouden zijn een deskundig persoon aan te wijzen of gebruik te maken van een externe deskundige dienst of gemeenschappelijke dienst van verschillende ondernemingen, bij het behandelen van kwesties in verband met het voorkomen en beperken van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen in het werkmilieu.

Artikel

16

Elk Lid dient –

  • a)

    door wettelijke voorschriften of een andere methode die in overeenstemming is met het nationale gebruik en de omstandigheden, die stappen te nemen, daaronder begrepen het vaststellen van passende sancties, welke noodzakelijk zijn teneinde uitvoering te geven aan de bepalingen van dit Verdrag;

  • b)

    te zorgen voor passende controlediensten voor de uitoefening van het toezicht op de toepassing van de bepalingen van dit Verdrag of zich ervan te vergewissen dat passend toezicht plaatsvindt.

Deel

V

: Slotbepalingen

Artikel

17

De officiële bekrachtigingen van dit Verdrag worden medegedeeld aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door hem geregistreerd.

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau doet aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling, ter registratie in overeenstemming met artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties, van de volledige bijzonderheden omtrent alle bekrachtigingen en opzeggingen die hij overeenkomstig de bepalingen van de voorgaande artikelen heeft geregistreerd.

Artikel

22

De Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau brengt, telkens wanneer deze dit noodzakelijk acht, aan de Algemene Conferentie verslag uit over de toepassing van dit Verdrag en onderzoekt of het wenselijk is een gehele of gedeeltelijke herziening van dit Verdrag op de agenda van de Conferentie te plaatsen.

Artikel

23

Artikel

24

De Engelse en de Franse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk gezaghebbend.

De voorgaande tekst is de authentieke tekst van het Verdrag, naar behoren aangenomen door de Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie tijdens haar drieënzestigste Zitting, welke werd gehouden te Genève en voor gesloten werd verklaard op de tweeëntwintigste juni 1977.

TEN BLIJKE WAARVAN wij onze handtekening hebben geplaatst op de drieëntwintigste juni 1977.

De Voorzitter van de Conferentie,

(w.g.) J. K. AMEDUME

De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau,

(w.g.) FRANCIS BLANCHARD