Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden inzake politiesamenwerking

Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden inzake politiesamenwerking

Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden inzake politiesamenwerking

Het Koninkrijk België,

het Groothertogdom Luxemburg,

en

het Koninkrijk der Nederlanden

hierna genoemd „de Verdragsluitende Partijen”

Geleid door:

De wens de bestaande samenwerking tussen de Verdragsluitende Partijen verder te intensiveren en vastbesloten de mogelijkheden tot grensoverschrijdende politiële samenwerking uit te breiden met het oog op een nog nauwere samenwerking inzake de handhaving van de openbare orde en veiligheid en de voorkoming, de opsporing en het onderzoek van strafbare feiten;

Overwegende:

Dat het „Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg inzake grensoverschrijdend politieel optreden”, ondertekend te Luxemburg op 8 juni 2004, dient te worden geactualiseerd;

Dat er zich gelet op de ontwikkeling inzake internationale politiesamenwerking opportuniteiten voordoen om de verschillende vormen van politiesamenwerking tussen Verdragsluitende Partijen verder uit te breiden, in het bijzonder inzake grensoverschrijdende opsporing, grensoverschrijdende achtervolging, uitwisseling van informatie met inbegrip van het verlenen van een ruimere toegang tot elkaars politiedatabanken;

Dat de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken en de minister van Justitie van het Koninkrijk België, de minister van Interne Veiligheid en de minister van Justitie van het Groothertogdom Luxemburg en de minister van Veiligheid en Justitie van het Koninkrijk der Nederlanden op 18 november 2016 een gemeenschappelijke verklaring hebben ondertekend waarin zij het engagement verwoorden om het voornoemde verdrag van 8 juni 2004 te moderniseren;

Gelet op:

Zijn het volgende overeengekomen:

TITEL

1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Begrippen

In dit Verdrag wordt verstaan onder:

  • a.

    bevoegde dienst: de overheidsinstantie die overeenkomstig het nationale recht belast is met de politietaak, zoals gedefinieerd onder c) van dit artikel, en door een Verdragsluitende Partij in bijlage 1 is aangeduid voor de uitvoering van dit Verdrag;

  • b.

    bevoegde autoriteit: de bestuurlijke of justitiële autoriteit, vermeld in bijlage 2, die overeenkomstig het nationale recht gezag uitoefent over de bevoegde diensten;

  • c.

    politietaak: de overeenkomstig het nationale recht aan de bevoegde diensten toevertrouwde taak in het kader van de voorkoming, het onderzoek en de opsporing van strafbare feiten of de handhaving van de openbare orde en veiligheid, met inbegrip van de bescherming en begeleiding van personen en goederen;

  • d.

    politieopleiding: de opleiding gericht op het uitoefenen van een politietaak;

  • e.

    ambtenaar: het personeelslid van een bevoegde dienst, dat overeenkomstig het nationale recht is aangesteld voor de uitvoering van politietaken;

  • f.

    grensoverschrijdend optreden: het optreden op basis van dit Verdrag door ambtenaren van een Verdragsluitende Partij op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij;

  • g.

    grensoverschrijdende aanwezigheid: de aanwezigheid van ambtenaren van een Verdragsluitende Partij op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij in het kader van een politietaak of een politieopleiding, op basis van dit Verdrag of een ander internationaalrechtelijk instrument dat beide Verdragsluitende Partijen verbindt;

  • h.

    gaststaat: de Verdragsluitende Partij op wier grondgebied een grensoverschrijdend optreden of een grensoverschrijdende aanwezigheid plaatsvindt;

  • i.

    zendstaat: de Verdragsluitende Partij waarvan de ambtenaren bij een grensoverschrijdend optreden of een grensoverschrijdende aanwezigheid afkomstig zijn;

  • j.

    persoonsgegevens: alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon; als identificeerbaar wordt beschouwd een natuurlijke persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificatiemiddel, zoals een naam, een identificatienummer, locatiegegevens, een online identificatiemiddel, of aan de hand van een of meer elementen die kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit van die natuurlijke persoon;

  • k.

    verwerkingsverantwoordelijke: de verwerkingsverantwoordelijke zoals bedoeld in artikel 3, onder 8, van Richtlijn (EU) 2016/680 of in artikel 4, onder 7, van de algemene verordening gegevensbescherming, naar gelang het geval;

  • l.

    verwerker: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, een overheidsinstantie, een dienst of een ander orgaan die/dat namens de verwerkingsverantwoordelijke persoonsgegevens verwerkt;

  • m.

    politiedatabank: een gestructureerd geheel van persoonsgegevens of informatie, met betrekking tot de politietaken, beheerd door een bevoegde dienst;

  • n.

    hit/no hit bevraging: de bevraging van een databank die zich beperkt tot de enkele vaststelling of deze databank gegevens bevat over de persoon of het voorwerp waarop de bevraging betrekking heeft;

  • o.

    raadpleging: de verwerking die bestaat uit de opzoeking en kennisneming van persoonsgegevens of informatie in een databank;

  • p.

    grensstreek: de gebieden als opgenomen in bijlage 3 bij dit Verdrag;

  • q.

    gemeenschappelijk politiecentrum: een door twee of meer Verdragsluitende Partijen in onderling overleg aangewezen locatie waar ambtenaren van deze Verdragsluitende Partijen gezamenlijk tewerkgesteld zijn om de uitwisseling van persoonsgegevens en informatie in de grensstreek en andere vormen van grensoverschrijdende samenwerking te bevorderen en te versnellen;

  • r.

    gemeenschappelijke politiepost: een voor het publiek toegankelijk politiebureau waar ambtenaren van meerdere Verdragsluitende Partijen gezamenlijk tewerkgesteld zijn om in nauwe samenwerking politietaken te verrichten;

  • s.

    verbindingsofficier: de ambtenaar die door een Verdragsluitende Partij is aangewezen om één of meerdere bevoegde diensten te vertegenwoordigen bij een ander land of een internationale organisatie;

  • t.

    verbindingsambtenaar: de ambtenaar die door een bevoegde dienst van een Verdragsluitende Partij tijdelijk bij een bevoegde dienst van een andere Verdragsluitende Partij wordt geplaatst om de onderlinge contacten te vergemakkelijken en elkaar te ondersteunen;

  • u.

    speciale eenheden: de eenheden aangeduid in bijlage 4;

  • v.

    vasthouden: verhinderen dat een persoon de vlucht neemt.

Artikel

2

Doel

Dit Verdrag heeft tot doel de grensoverschrijdende politiële samenwerking te intensiveren op het grondgebied van de Verdragsluitende Partijen in het kader van:

  • a.

    de voorkoming, het onderzoek en de opsporing van strafbare feiten en

  • b.

    de handhaving van de openbare orde en veiligheid.

Dit doel omvat mede de bescherming en begeleiding van personen en goederen.

Artikel

3

Verhouding tot andere verdragen en het nationale recht

TITEL

2

UITWISSELING VAN PERSOONSGEGEVENS EN INFORMATIE

Artikel

4

Doel van de uitwisseling

Artikel

5

Databanken

Artikel

6

Kanalen voor de uitwisseling

Artikel

7

Bescherming van persoonsgegevens

Artikel

8

Vertrouwelijkheid

De ontvangende bevoegde dienst en, waar van toepassing, de verdere verwerkers en verwerkingsverantwoordelijken moeten de graad van vertrouwelijkheid die de verstrekkende bevoegde dienst aan de persoonsgegevens en informatie heeft toegekend, waarborgen zoals voorzien in hun nationale recht, in overeenstemming met de concordantietabel van rubriceringen vervat in aanhangsel B van Besluit 2013/488/EU van de Raad van 23 september 2013 betreffende de beveiligingsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie.

Artikel

9

Doorverstrekking aan andere overheidsinstanties

Artikel

10

Doelbinding en verdere verwerking voor andere doeleinden

Artikel

11

Modaliteiten van de toestemming

Artikel

12

Wijze van informatie-uitwisseling

Artikel

13

Verstrekking van referentiegegevens inzake geautomatiseerde vergelijking van kentekengegevens

Artikel

14

Hit/no hit bevraging van politiedatabanken

Artikel

15

Raadpleging van politiedatabanken door politieambtenaren in een gemeenschappelijke politiepost

Artikel

16

Raadpleging van voor de politie toegankelijke databanken tijdens gemengde patrouilles en gemeenschappelijke controles

Artikel

17

Raadpleging van het bevolkingsregister en andere overheidsregisters

TITEL

3

GRENSOVERSCHRIJDEND OPTREDEN

Artikel

18

Bijstand in de vorm van personeel en materieel

Artikel

19

Optreden op eigen initiatief

Artikel

20

Gemengde patrouilles en gemeenschappelijke controles

Artikel

21

Grensoverschrijdende achtervolging

Artikel

22

Grensoverschrijdende observatie

Artikel

23

Grensoverschrijdende opsporing

Artikel

24

Uitvoering van grensoverschrijdende opsporing

Artikel

25

Grensoverschrijdend vervoer en begeleiding van personen en goederen

Artikel

26

Optreden op internationale treinen en schepen

TITEL

4

ANDERE VORMEN VAN SAMENWERKING

Artikel

27

Verbindingsofficieren

Artikel

28

Gemeenschappelijk gebruik van verbindingsofficieren

Artikel

29

Gezamenlijke mechanismen voor analyse en evaluatie

De Verdragsluitende Partijen kunnen gezamenlijk mechanismen ontwikkelen om misdaadfenomenen, alsook andere bedreigingen voor de openbare orde en veiligheid, te analyseren en te evalueren.

Artikel

30

Gemeenschappelijke politiecentra

Artikel

31

Opleiding, middelen en materieel

Artikel

32

Overpad en doortocht

De ambtenaar is bevoegd om zich in de uitvoering van zijn politietaken of in het kader van een politieopleiding, met zijn vervoermiddelen en uitrusting, inclusief de overeenkomstig artikel 39 van dit Verdrag toegestane bewapening en munitie, over het grondgebied van een Verdragsluitende Partij te bewegen om het eigen grondgebied of het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Unie langs de snelst mogelijke weg te bereiken.

Artikel

33

Verzoeken om veiligstelling van sporen of bewijsmateriaal in spoedeisende zaken

TITEL

5

BEVOEGDHEDEN

Artikel

34

Gezag

Artikel

35

Verdragsgrondslag voor de bevoegdheden van de ambtenaren van de zendstaat

Artikel

36

Algemene bevoegdheden

Artikel

37

Bevoegdheden ter handhaving van de openbare orde en veiligheid

De ambtenaar van de zendstaat is bij zijn optreden op grond van de artikelen 18 en 20 van dit Verdrag, in aanvulling op het bepaalde in artikel 36, bevoegd om ter handhaving van de openbare orde en veiligheid:

  • a.

    de onmiddellijke beveiliging of nabije bescherming van personen te verzekeren;

  • b.

    toezicht te houden op een publieke of voor het publiek toegankelijke plaats met de bedoeling informatie in te winnen en personen, dieren, voertuigen of voorwerpen die de openbare orde en veiligheid bedreigen of kunnen bedreigen, te lokaliseren;

  • c.

    toegangen tot een publieke of voor het publiek toegankelijke plaats te controleren of de toegang tot zulke plaats te ontzeggen;

  • d.

    bevelen te geven aan de weggebruikers;

  • e.

    een publieke of voor het publiek toegankelijke plaats te doorzoeken om personen, dieren, voertuigen of voorwerpen die de openbare orde en veiligheid bedreigen of kunnen bedreigen, te lokaliseren;

  • f.

    identiteitscontroles te verrichten;

  • g.

    begeleidingen uit te voeren van en ononderbroken toezicht te houden op een groep van personen, en de groep of leden daarvan zo nodig aan te spreken op hun gedragingen en te wijzen op hun verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor de mogelijke gevolgen van die gedragingen.

Artikel

38

Bevoegdheden in spoedeisende situaties

De ambtenaar van de zendstaat die optreedt op grond van artikel 19, eerste of vijfde lid, van dit Verdrag, is bevoegd om ter afwending van een acuut gevaar voor lijf, leden, goederen of gezondheid met inachtneming van het recht van de gaststaat, de nodige voorlopige maatregelen te treffen, die geen uitstel dulden, met dien verstande dat hij nooit maatregelen mag treffen die hij in vergelijkbare omstandigheden niet zou mogen treffen in de zendstaat.

Artikel

39

Vervoeren en dragen van wapens en munitie

Artikel

40

Gebruik van dwang en geweld

Artikel

41

Bevoegdheid inzake vrijheidsberoving en inbeslagname bij begeleiding, transporten en overpad

Artikel

42

Gebruik van voertuigen

De ambtenaar kan tijdens een grensoverschrijdend optreden of een grensoverschrijdende aanwezigheid gebruik maken van vervoermiddelen.

Tijdens een grensoverschrijdend optreden of een grensoverschrijdende aanwezigheid is het toegestaan om, indien noodzakelijk, gebruik te maken van optische en geluidssignalen, overeenkomstig het recht van de gaststaat.

Artikel

43

Identificatie

Artikel

44

Uiterlijke herkenbaarheid

Artikel

45

Overname en beëindiging

Artikel

46

Verslag

Artikel

47

Hulpverleningsclausule

Een Verdragsluitende Partij is jegens de ambtenaren van de andere Verdragsluitende Partij tijdens een grensoverschrijdend optreden of een grensoverschrijdende aanwezigheid verplicht tot dezelfde bescherming en hulpverlening als jegens de eigen ambtenaren.

Artikel

48

Burgerrechtelijke aansprakelijkheid

Artikel

49

Strafrechtelijke aansprakelijkheid

Tijdens een grensoverschrijdend optreden of een grensoverschrijdende aanwezigheid worden de ambtenaren van de zendstaat met ambtenaren van de gaststaat gelijkgesteld, voor wat betreft de strafbare feiten die tegen of door hen mochten worden begaan.

Artikel

50

Arbeidsrelatie

De rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de arbeidsrelatie van de ambtenaar in de zendstaat, blijven tijdens het grensoverschrijdend optreden of de grensoverschrijdende aanwezigheid onverkort van kracht. Hieronder worden mede verstaan de rechten en verplichtingen op het gebied van burgerrechtelijke aansprakelijkheid.

Artikel

51

Kosten

Elke Verdragsluitende Partij draagt de kosten die voor haar overheden uit de toepassing van dit Verdrag voortvloeien.

In bijzondere gevallen kunnen de bevoegde diensten van de betrokken Verdragsluitende Partijen een afwijkende regeling overeenkomen.

TITEL

6

GRENSOVERSCHRIJDEND OPTREDEN VAN SPECIALE EENHEDEN

Artikel

52

Toepassingsgebied

Deze titel regelt het optreden van de speciale eenheden van de Verdragsluitende Partijen op elkaars grondgebied. De titels 3, 4 en 5 van dit Verdrag zijn niet van toepassing op dit optreden, tenzij de betreffende artikelen van deze titels van overeenkomstige toepassing zijn verklaard in onderhavige titel.

Artikel

53

Bijstand in crisissituaties

Artikel

54

Bijstand buiten crisissituaties

Artikel

55

Grensoverschrijdende achtervolging

Artikel

56

Opleidingen en oefeningen

Artikel

57

Overige vormen van grensoverschrijdend optreden en grensoverschrijdende aanwezigheid

Artikel

58

Vervoeren en dragen van wapens en munitie

Artikel

59

Gebruik van dwang en geweld

Artikel

60

Burgerrechtelijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid

TITEL

7

WIJZE VAN TOEPASSING EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

61

Uitzonderingsclausule

Artikel

62

Uitvoeringsovereenkomsten en -afspraken

Artikel

63

Geschillenbeslechting

Artikel

65

Evaluatie

Uiterlijk vijf jaren na de inwerkingtreding van dit Verdrag brengen de bevoegde ministers van de Verdragsluitende Partijen een verslag uit aan elkaar over de doeltreffendheid en de effecten van dit Verdrag in de praktijk.

Artikel

66

Inwerkingtreding, geldigheidsduur, wijziging en opzegging

Artikel

67

Territoriaal toepassingsgebied

Het territoriale toepassingsgebied van dit Verdrag is:

  • a.

    wat het Koninkrijk België betreft, het grondgebied van België;

  • b.

    wat het Groothertogdom Luxemburg, het grondgebied van Luxemburg;

  • c.

    wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, het grondgebied in Europa.

GEDAAN te Brussel op 23 juli 2018, in één origineel exemplaar, in de Nederlandse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk België,

J. JAMBON

K. GEENS

Voor het Groothertogdom Luxemburg,

E. SCHNEIDER

F. BRAZ

Voor het Koninkrijk der Nederlanden,

F. GRAPPERHAUS

Bijlage

1

: bevoegde diensten

Voor het Koninkrijk België:

De Geïntegreerde Politie, gestructureerd op twee niveaus, zoals bedoeld in de Wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus.

Bijkomend voor artikel 25 van dit Verdrag: De Algemene directie Dienst Vreemdelingenzaken van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken.

Voor het Groothertogdom Luxemburg:

De groothertogelijke politie.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden:

Het landelijk politiekorps, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Politiewet 2012 alsmede de Koninklijke Marechaussee voor zover aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, bedoeld in artikel 4 van de Politiewet 2012.

Bijkomend voor artikel 25 van dit Verdrag: de Dienst Vervoer en Ondersteuning van de Dienst Justitiële inrichtingen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Bijlage

2

: bevoegde autoriteiten

Voor het Koninkrijk België:

De minister van Binnenlandse Zaken, de minister van Justitie, de provinciegouverneurs, de arrondissementscommissarissen, de burgemeesters en het Openbaar Ministerie, elk voor wat zijn bevoegdheden betreft.

Bijkomend voor het artikel 25 van dit Verdrag: De Algemene directie Dienst Vreemdelingenzaken en de Algemene Directie Crisiscentrum van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken.

Voor het Groothertogdom Luxemburg:

De volgens het nationale recht bevoegde bestuurlijke en gerechtelijke overheden.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden:

De minister van Veiligheid en Justitie dan wel de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, de minister van Defensie, de officieren van justitie, de burgemeesters, elk voor zover het hun bevoegdheden betreft.

Bijlage

3

: grensstreek

Voor het Koninkrijk België:

De gerechtelijke arrondissementen West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Antwerpen, Limburg, Luik, Eupen en Luxemburg.

Voor het Groothertogdom Luxemburg:

Het volledige nationale grondgebied.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden:

De arrondissementen Zeeland West-Brabant, Oost-Brabant en Limburg.

Bijlage

4

: speciale eenheden

Voor het Koninkrijk België:

De Directie van de speciale eenheden (DSU) van de Federale Politie zoals bedoeld in artikel 11, 3° van het Koninklijk Besluit van 14 november 2006 betreffende de organisatie en de bevoegdheden van de Federale Politie, gewijzigd bij het Koninklijk Besluit van 23 augustus 2014.

Voor het Groothertogdom Luxemburg:

De speciale eenheid van de groothertogelijke politie.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden:

De bijzondere bijstandseenheden zoals bedoeld in artikel 59 van de Politiewet 2012, alsmede de eenheden van de krijgsmacht die ingevolge artikel 57 en 58 van de Politiewet 2012 in bijstand aan de bijzondere bijstandseenheden zijn ingezet.

Bijlage

5

: Databanken waaruit persoonsgegevens en informatie kunnen worden verstrekt

Uit de volgende databanken kunnen de bevoegde diensten persoonsgegevens en andere informatie verstrekken aan bevoegde diensten van een andere Verdragsluitende Partij op grond van artikel 4 van dit Verdrag:

Voor het Koninkrijk België:

De voor de Belgische politiediensten rechtstreeks beschikbare of rechtstreeks toegankelijke databanken.

Onder rechtstreeks beschikbaar wordt begrepen: de databanken waarover de politiediensten zelf reeds beschikken.

Onder rechtstreeks toegankelijk wordt begrepen: de databanken waarover andere openbare of private overheden, diensten of personen beschikken en waartoe de Belgische politiediensten krachtens de wet toegang hebben.

Voor het Groothertogdom Luxemburg:

De gegevensbanken van de groothertogelijke politie overeenkomstig de nationale wetgeving.

Voor het Koninkrijk Nederland:

  • De Basisvoorziening Handhaving (BVH);

  • De Basisvoorziening Informatie (BVI)

Bijlage

6

: Databanken die in aanmerking komen voor rechtstreekse bevraging of raadpleging

De volgende databanken komen in aanmerking voor rechtstreekse bevraging op grond van artikel 14 van dit Verdrag of rechtstreekse raadpleging op grond van artikel 15 of 16 van dit Verdrag:

Voor het Koninkrijk België:

  • 1.

    Voor rechtstreekse hit/no hit bevraging op grond van artikel 14 van dit Verdrag:

    • de Algemene Nationale Gegevensbank (ANG)

    • de basisgegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, tweede lid, 2° van de Wet op het Politieambt

    • de bijzonder gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, tweede lid, 2° van de Wet op het Politieambt

  • 2.

    Voor rechtstreekse raadpleging op grond van artikel 15 van dit Verdrag:

    • de Algemene Nationale Gegevensbank (ANG)

    • de basisgegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, tweede lid, 2° van de Wet op het Politieambt

    • de bijzonder gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, tweede lid, 2° van de Wet op het Politieambt

  • 3.

    Voor rechtstreekse raadpleging op grond van artikel 16 van dit Verdrag:

    • de Algemene Nationale Gegevensbank (ANG)

    • de basisgegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, tweede lid, 2° van de Wet op het Politieambt

    • de bijzonder gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, tweede lid, 2° van de Wet op het Politieambt

    • het Rijksregister van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken

    • de databank van ingeschreven voertuigen van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit

    • de databanken met rijbewijsgegevens van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en de Federale Overheidsdienst Justitie

    • het Detentie Informatie Systeem van de Federale Overheidsdienst Justitie

    • de Kruispuntbank van ondernemingen van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie

Voor het Groothertogdom Luxemburg:

  • 1.

    Voor rechtstreekse hit/no hit bevraging op grond van artikel 14 van dit Verdrag:

    • De gegevensbanken van de groothertogelijke politie overeenkomstig de nationale wetgeving.

  • 2.

    Voor rechtstreekse raadpleging op grond van artikel 15 van dit Verdrag:

    • Op dit ogenblik wordt er niet in een dergelijke consultatie voorzien.

  • 3.

    Voor rechtstreekse raadpleging op grond van artikel 16 van dit Verdrag:

    • De politie heeft actueel geen toegang tot gegevens vanuit zijn voertuigen.

Voor het Koninkrijk Nederland:

  • 1.

    Voor rechtstreekse hit/no hit bevraging op grond van artikel 14 van dit Verdrag:

    • De Basisvoorziening Handhaving (BVH)

    • De Basisvoorziening Informatie (BVI)

    • Summ-it

    • De Verwijzingsindex Recherche Onderzoeken en Subjecten (VROS)

  • 2.

    Voor rechtstreekse raadpleging op grond van artikel 15 van dit Verdrag:

    • De Basisvoorziening Handhaving (BVH)

    • De Basisvoorziening Informatie (BVI)

  • 3.

    Voor rechtstreekse raadpleging op grond van artikel 16 van dit Verdrag:

    • De Basisvoorziening Informatie (BVI)

    • De Basisvoorziening Handhaving (BVH)